Vogelbescherming Vlaanderen en GroenRand eisen jachtstop voor de patrijs op de afgrond
De Vlaamse akkers verliezen hun stem.
Waar decennia geleden de kenmerkende, raspende roep van de patrijs overal klonk, heerst nu vaak een onnatuurlijke stilte.
Deze week bereikte de spanning rond de soort een kookpunt toen Vogelbescherming Vlaanderen, gesteund door ruim 12.500 burgers en organisaties zoals GroenRand, naar het kabinet van Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns trok.
Deze week bereikte de spanning rond de soort een kookpunt toen Vogelbescherming Vlaanderen, gesteund door ruim 12.500 burgers en organisaties zoals GroenRand, naar het kabinet van Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns trok.
Met een stapel van exact 12.548 handtekeningen eisten zij één duidelijke maatregel: een onmiddellijk verbod op de jacht op de patrijs in Vlaanderen.
De vogel is daarmee de inzet geworden van een fel debat over biodiversiteit, modern landbouwbeheer en de ethiek van de jacht op kwetsbare soorten.
Om te begrijpen waarom dit kleine veldhoen de gemoederen zo sterk beroert, moeten we kijken naar de biologie van een vogel die perfect is aangepast aan een landschap dat in ijltempo aan het verdwijnen is.
De patrijs (Perdix perdix) is een van de meest karakteristieke bewoners van ons cultuurlandschap, al moet je een geoefend oog hebben om hem te spotten.
Met zijn gedrongen bouw, oranjebruine kop en grijze borst is hij een sieraad voor de akkers.
Het meest opvallende visuele kenmerk is de donkere, hoefijzervormige vlek op de borst, die bij het mannetje (de haan) meestal groter en scherper afgetekend is dan bij het vrouwtje (de hen).
Als echte standvogel is de patrijs extreem honkvast.
Hij brengt zijn hele leven door op een beperkt lapje grond en verhuist zelden meer dan een paar kilometer van zijn geboorteplek.
Dit maakt de soort echter ook kwetsbaar: als hun leefgebied verdwijnt of verslechtert, trekken ze niet weg, maar sterven ze ter plaatse uit.
In de winter vormen patrijzen zogenaamde 'kluchten', kleine familiegroepen die dicht tegen elkaar aan kruipen om de vrieskou te trotseren en samen naar zaden en plantenscheuten te zoeken. Hun voortplanting is een race tegen de klok en de elementen. Hoewel de patrijs met gemiddeld vijftien eieren een van de grootste legsels ter wereld heeft, is de overleving van de kuikens de zwakke schakel.
In de eerste drie weken van hun leven zijn de jongen volledig afhankelijk van eiwitrijke insecten om hun verenkleed te ontwikkelen.
In een landschap waar pesticiden de insectenpopulatie hebben gedecimeerd, verhongeren veel kuikens letterlijk nog voor ze kunnen vliegen.
In de winter vormen patrijzen zogenaamde 'kluchten', kleine familiegroepen die dicht tegen elkaar aan kruipen om de vrieskou te trotseren en samen naar zaden en plantenscheuten te zoeken. Hun voortplanting is een race tegen de klok en de elementen. Hoewel de patrijs met gemiddeld vijftien eieren een van de grootste legsels ter wereld heeft, is de overleving van de kuikens de zwakke schakel.
In de eerste drie weken van hun leven zijn de jongen volledig afhankelijk van eiwitrijke insecten om hun verenkleed te ontwikkelen.
In een landschap waar pesticiden de insectenpopulatie hebben gedecimeerd, verhongeren veel kuikens letterlijk nog voor ze kunnen vliegen.
De cijfers die de natuurorganisaties presenteren, schetsen een onthutsend beeld van een soort in vrije val.
Waar de patrijs vroeger alomtegenwoordig was, is de populatie sinds de jaren '70 met meer dan 90% gekelderd.
Volgens het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) zet die daling zich voort.
Naar schatting leven er vandaag nog slechts zo’n 5.000 exemplaren in heel Vlaanderen.
De verontwaardiging bij de natuursector is dan ook groot wanneer men kijkt naar de meest recente jachtcijfers van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). In 2024 werden er naar schatting ongeveer 2.500 patrijzen geschoten in het kader van de jacht.
Dit betekent een hallucinante statistiek: potentieel de helft van de volledige resterende populatie in Vlaanderen werd in één enkel jachtseizoen gedood.
Voorzitster Agnes Wené stelde bij de overhandiging van de petitie onomwonden dat het toestaan van jacht op een soort die zo zwaar onder druk staat, botst met het algemeen belang en de ecologische logica.
Een onmiddellijk en tijdelijk verbod zou de soort de broodnodige ademruimte kunnen geven die noodzakelijk is om de populatie weer te laten aansterken tot een duurzaam niveau.
In deze strijd krijgt de Vogelbescherming felle bijval van de regionale vereniging GroenRand.
Woordvoerder Dirk Weyler is messcherp over de huidige situatie en de argumenten van de jachtlobby.
"Het is moreel en ecologisch onverantwoord om te blijven jagen op een soort die op de rand van de afgrond balanceert," stelt Weyler. Hij verwerpt bovendien de stelling dat de patrijs afhankelijk zou zijn van de jachtsector voor zijn overleving.
"De bewering dat jagers noodzakelijk zijn voor biotoopbeheer is een drogreden om de jacht te legitimeren. Natuurherstel moet een publieke verantwoordelijkheid zijn, geen bijproduct van een hobby waarbij men de dieren die men beweert te beschermen, vervolgens afschiet. We kunnen de redding van onze biodiversiteit niet laten afhangen van het plezier van de jachtgeweren."
Weyler pleit namens GroenRand voor een structurele aanpak via de geplande Europese natuurherstelwet.
Hij benadrukt dat het creëren van robuuste ecologische verbindingszones en het herstellen van de insectenrijkdom de enige weg vooruit is.
"De patrijs heeft geen nood aan graanstrooiende jagers, maar aan een landschap met bloemrijke akkerranden en hagen waar kuikens insecten vinden. Dat realiseren we door boeren correct te vergoeden voor natuurprestaties, niet door de resterende populatie te halveren."
Ook inhoudelijk expert Krien Hansen ziet in de natuurherstelwet een uitgelezen kans om de bescherming van kwetsbare akkervogels zoals de patrijs, de veldleeuwerik en de geelgors steviger te verankeren in het beleid, weg van de kortetermijnbelangen. Minister Brouns reageerde tijdens de ontmoeting bereidwillig, maar bleef voorzichtig.
Hij gaf aan met alle betrokkenen — van landbouwers tot de jachtsector — rond de tafel te willen zitten.
De minister uitte echter ook zijn bezorgdheid dat een jachtverbod 'averechts' zou kunnen werken, een standpunt waar Weyler fel tegen van leer trekt: "Als biotoopbeheer stopt zodra er niet meer geschoten mag worden, dan ging het nooit om de natuur, maar om de schietkans. Dat is een vorm van chantage die we in een modern natuurbeleid niet mogen accepteren."
Of de geweren in 2026 effectief zullen zwijgen, blijft voorlopig koffiedik kijken.
De druk vanuit de publieke opinie neemt toe.
De patrijs fungeert in dit debat als de 'kanarie in de koolmijn' van ons platteland.
Als we deze iconische vogel laten verdwijnen door een combinatie van habitatverlies en overbejaging, zegt dat alles over de staat van de Vlaamse natuur.
De roep om bescherming klinkt door de 12.548 handtekeningen luider dan ooit.
Voor de laatste kluchten in de Vlaamse velden tikt de klok onverbiddelijk door; zij hebben nood aan insecten, aan veilige nestplaatsen en, bovenal, aan de rust die alleen een jachtstop kan bieden.
Foto's: Vogelbescherming Vlaanderen
Geen opmerkingen:
Een reactie posten