zaterdag 14 februari 2026

Code Rood in het INBO-Rapport: Waarom de Nieuwste Zesjaarlijkse Evaluatie Vlaanderen dwingt tot scherpe keuzes

Code Rood in het INBO-rapport: waarom de nieuwste zesjaarlijkse evaluatie Vlaanderen voor scherpe keuzes stelt

Het gaat niet goed met de Vlaamse natuur. Dat is de nuchtere en ontnuchterende conclusie van de nieuwste zesjaarlijkse evaluatie door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO).
Terwijl we in de media vaak lezen over de spectaculaire triomftocht van de zeearend of de boomkikker, bloedt de biodiversiteit op het platteland in stilte dood.
Het rapport legt een pijnlijke paradox bloot.
We zijn zeer succesvol in het redden van specifieke paradepaardjes via dure en gerichte projecten.
Maar we falen op grote schaal in het beschermen van de basiskwaliteit van ons landschap.
Het INBO stelt onomwonden dat we tot nu toe vooral het laaghangend fruit hebben geplukt.
De herstelmaatregelen die nu nodig zijn, vragen om veel scherpere keuzes voor een robuust en aaneengesloten landschap.
De focus moet nu liggen op vernatting.
Toch tonen de successen aan dat natuurherstel werkt als we de politieke moed hebben om de natuur de ruimte te bieden die ze nodig heeft.


Een van de meest sprekende voorbeelden van hoe menselijk ingrijpen het tij kan keren, is de boomkikker.
Dit felgroene kikkertje van amper vijf centimeter lang is een bijzonderheid in onze streken.
Dankzij speciale zuignapjes op zijn tenen is het de enige inheemse soort die behendig in braamstruiken en bomen klimt om te zonnen of te jagen.
De boomkikker dankt zijn naam aan dit unieke klimvermogen.
In de vorige eeuw was de soort bijna volledig van de kaart geveegd door de schaalvergroting in de landbouw.
Dankzij grootschalige projecten waarbij honderden poelen werden hersteld en kilometers aan hagen en houtkanten werden heraangelegd, klom de soort spectaculair uit een diep dal.

Het succes van de boomkikker bewijst dat we soorten kunnen redden als we hun specifieke behoeften centraal stellen.
Ook langs de Schelde zien we een vergelijkbaar mirakel dat twintig jaar geleden ondenkbaar was.
De rivier was ooit een van de meest vervuilde van Europa.
Nu is ze getransformeerd tot een ecologische snelweg.

De fint is hier de grote graadmeter.
Deze zilverkleurige haringachtige vis brengt een groot deel van zijn leven op zee door maar trekt de rivieren op om te paaien.
Het is een trekvis die extreem gevoelig is voor zuurstofgebrek in het water.
Dat de fint nu weer in groten getale in de Schelde rondzwemt en daar ’s nachts zijn kenmerkende paaisprongen boven het wateroppervlak maakt, vertelt ons alles over de verbeterde waterkwaliteit.
In de slipstroom van dit waterherstel keerden ook de grote vogels terug.


De lepelaar is weer een vaste bewoner.
Deze statige witte vogel met zijn zwarte snavel die als een lepel door het water zeeft op zoek naar stekelbaarsjes en garnalen, is een icoon geworden van de Scheldevallei.
In de uitgestrekte rietkragen die door het Sigmaplan zijn gecreëerd, vinden we ook de meer mysterieuze bewoners terug.


De roerdomp is een reigersoort die zich meesterlijk onzichtbaar maakt tussen de stengels.
Bij het minste gevaar neemt hij de paalhouding aan.
Hierbij steekt hij zijn hals en snavel recht omhoog zodat zijn bruin-gestreepte verenkleed perfect versmelt met het riet.
Naast hem leeft de woudaap.

Dit is het kleinste reigertje van Europa. Deze vogel is niet groter dan een duif en vliegt zelden.
In plaats daarvan klautert hij met zijn lange tenen behendig als een primaat door rietstengels en struiken.
Dit leverde hem de naam woudaap op.

De absolute kroon op het werk is de terugkeer van de zeearend. Dit is de grootste roofvogel van Europa met een spanwijdte van wel 2,4 meter.
Dat deze vliegende deur weer in Vlaanderen broedt, is het ultieme bewijs dat we in staat zijn om top-predatoren de ruimte te geven die ze nodig hebben.
Volgens het Agentschap voor Natuur en Bos is dit succes direct te danken aan de langetermijnvisie van het Sigmaplan.
Dit ambitieuze project zet in op natuurlijke overstromingsgebieden om water bij hevige regenval langer op te houden.
Het is een strategie die veiligheid voor de mens combineert met kansen voor de natuur.
Tijd en continuïteit zijn hierbij de cruciale factoren.
In het begin was de weerstand echter enorm.
Omwonenden en landbouwers vreesden dat meer ruimte voor de Schelde hun gronden minder waard zou maken.
Ze dachten dat de natuur afval en ongedierte tot aan hun achterdeur zou brengen.
Gaandeweg zagen ze echter in dat de nieuwe natuur kansen bood voor recreatie en levenskwaliteit.
Vandaag is die houding volledig gedraaid.
Voormalige tegenstanders baten nu succesvolle B&B’s uit voor natuurtoeristen.
Ze gidsen groepen door de gebieden om een glimp op te vangen van de otter.
Dit slanke roofzoogdier met zijn waterafstotende vacht overleeft enkel in visrijk en zuiver water.

De boommarter is een van de meest mysterieuze bewoners van onze Vlaamse natuur en zijn voorzichtige terugkeer naar de Voorkempen is een hoopvol teken voor de lokale biodiversiteit. In tegenstelling tot zijn cultuurminnende neef, de steenmarter, is de boommarter een kritische bosbewoner die hoge eisen stelt aan zijn leefomgeving.
Voor deze schuwe marterachtige is een versnipperd landschap namelijk een onoverkomelijke hindernis.
De soort verplaatst zich bij voorkeur via de boomkruinen en mijdt open vlaktes waar hij kwetsbaar is voor predatoren en het verkeer.
Een robuust en ononderbroken bosareaal is essentieel omdat boommarters over enorme territoria beschikken, waarbij een enkel mannetje soms wel 2.000 hectare bestrijkt.
Binnen deze gebieden heeft hij nood aan variatie: oude loofbomen met natuurlijke holtes of spechtengaten dienen als veilige rustplaatsen en kraamkamers, terwijl een dichte ondergroei zorgt voor voldoende voedsel in de vorm van muizen, vogels en vruchten.
Wanneer natuurgebieden via ecologische corridors zoals de Antitankgracht met elkaar verbonden worden, ontstaat er een groen netwerk dat de boommarter in staat stelt om nieuwe territoria te bezetten en genetische uitwisseling tussen populaties te waarborgen. De terugkeer van de otter en de bever is deels te danken aan hun Europese beschermingsstatus.
Voor de wolf volstond het soms simpelweg dat we stopten met hem massaal te doden.
Achter deze glansrijke verhalen schuilt echter een bikkelharde realiteit die we niet langer kunnen negeren.
Nergens in Europa is het met de natuur slechter gesteld dan bij ons.
Van de 70 Europees beschermde soorten verkeren er slechts 18 in een gunstige staat van instandhouding.
Nog eens 18 soorten bevinden zich in een matig ongunstige staat. Met 29 soorten gaat het ronduit slecht.
Bij de beschermde habitattypes is het beeld nog dramatischer.
Van de 46 ecosystemen zijn er slechts twee in gunstige staat.
Met twee is het matig ongunstig gesteld en maar liefst 40 habitats scoren zeer ongunstig.
Vooral in het cultuurlandschap voltrekt zich een stille ramp. Vogelsoorten zoals de kwartelkoning en het paapje zitten op een dieptepunt.
Dat geldt ook voor de veldleeuwerik en de kievit.
De kwartelkoning is een schuwe vogel die zich diep in de graslanden verschuilt.
Hij valt enkel op door zijn raspende crex-crex roep.
De wilde hamster hapt eveneens naar zijn laatste adem.
De hamster heeft diepe bodems nodig waarin hij zijn burchten kan graven.
Hij vindt in het moderne landschap echter geen dekking en geen voedselvoorraad.
Zelfs de bunzing boert zienderogen achteruit.

De bunzing is een marterachtige met een karakteristiek zwart masker rond de ogen.
Onze natuur is versnipperd in kleine en geïsoleerde eilandjes die worden verstikt door stikstof.
Ze worden geteisterd door een sluipende crisis van verdroging. Sinds 1960 is maar liefst driekwart van onze natte natuur verdwenen.
We hebben rivieren rechtgetrokken en natte gronden gedraineerd. Hierdoor zijn soorten zoals de heikikker en de groenknolorchis in vrije val geraakt. De mannetjes van de heikikker kleuren in de paartijd voor slechts enkele dagen spectaculair hemelsblauw. De groenknolorchis is een kleine orchidee die fungeert als de graadmeter voor waterkwaliteit. Zodra de bodem verdroogt, sterft de plant onmiddellijk af.

Natuurvereniging GroenRand wijst er terecht op dat we onmiddellijk moeten stoppen met postzegelnatuur

In kleine en versnipperde gebieden hebben kwetsbare soorten geen kans om een gezonde populatie in stand te houden.
Een gunstige staat van instandhouding halen we alleen met grotere en robuustere stukken natuur.
Een hamster redt het niet met een eenzame houtkant tussen intensief bespoten akkers.
GroenRand pleit daarom voor scherpe beleidskeuzes waarbij in bepaalde zones de natuur echt voorrang krijgt.
Dit is geen luxe maar een noodzaak voor onze ecosysteemdiensten. Critici vragen zich af of we elke orchidee of hamster in stand moeten houden.
GroenRand begrijpt die reactie maar benadrukt dat dit de kanaries in de koolmijn zijn.
Als zij verdwijnen, vertelt dat ons dat de basiskwaliteit van onze leefomgeving wankelt.
Bovendien hebben we als mens een ethische plicht om deze soorten te behouden.
Er is ook een juridisch argument want de richtlijnen die ons verplichten deze soorten te beschermen zijn democratisch aanvaard.
De mogelijkheden voor herstel zijn er gelukkig wel degelijk.
Eerder onderzoek van het INBO toont aan dat er in Vlaanderen nog ongeveer 150.000 hectare aan vernietigde natte natuur te herstellen valt.
Dit is potentieel dat wacht op een nieuwe kans.
Projecten rond de Demer en de Dijle bewijzen inmiddels dat we het model van de Scheldevallei op veel meer plaatsen kunnen uitrollen. Door rivieren weer ruimte te geven en te vernatten, wapenen we onszelf tegen droogte en wateroverlast.
Met de Europese Natuurherstelwet is de vrijblijvendheid voorbij. Tegen 2030 moet in 30 procent van de natuur in slechte staat herstel zijn ingezet.
Dit cijfer moet klimmen naar 90 procent in 2050. Dit lijkt veraf maar natuurherstel vergt decennia.
GroenRand benadrukt dat veel maatregelen al jaren klaarliggen op de plank.
Denk hierbij aan het ontsnipperen en verbinden van natuurkernen. In plaats van de kop in het zand te steken, moeten we nu een tand bijsteken.
De natuur heeft in de Scheldevallei bewezen dat ze klaar is voor een comeback.
De grote vraag is of we de politieke moed hebben om de natuur de robuuste ruimte te bieden die ze verdient. Foto's: Wim Verschraegen

Geen opmerkingen:

Een reactie posten