zondag 15 februari 2026

Lentekriebels in het Molenbos: GroenRand heet acrobaten welkom

Lentekriebels in het Molenbos: GroenRand verwelkomt acrobaten

Het was zo’n ochtend waarop de winter nog in de schaduw van de bomen hing, maar de zon al die onmiskenbare, tintelende kracht had van een nieuw begin. Vandaag trok ik mijn wandelschoenen aan voor een tocht door het Molenbos in Malle, een prachtige plek waar de natuur zich van haar meest diverse kant laat zien.

Ik ben hier niet alleen, want ik ben op pad met de gedreven leden van GroenRand.
Je merkt aan alles dat dit hun vertrouwde werkingsgebied is.
Terwijl we over de krakende bospaden stappen, vertellen ze gepassioneerd over hun missie.
 Ze zetten zich elke dag in voor het beschermen van de lokale biodiversiteit en het herstellen van de ecologische verbindingen die zo cruciaal zijn voor deze regio.


Tijdens de wandeling vertelt een lid dat dit bos een bijzondere geschiedenis heeft als voormalig abdijbos.
Het was eeuwenlang onlosmakelijk verbonden met de nabijgelegen Abdij van Westmalle.
De trappistenmonniken beheerden deze gronden met veel zorg voor hun houtvoorraad en brouwerij.
Ze lieten de natuur echter ook haar gang gaan op de nattere plekken.


Dit historische beheer heeft ervoor gezorgd dat het bos een unieke structuur behield die je op veel andere plaatsen in Vlaanderen kwijt bent.
Je wandelt hier letterlijk door de sporen van de monniken, van de oude statige dreven tot de handgegraven grachten die het waterpeil in balans moesten houden.
Vandaag de dag waakt GroenRand over dit erfgoed om te voorkomen dat deze groene long versnipperd raakt.


De wandeling situeerde zich voornamelijk in het bos en voor een klein gedeelte op weidegebied. De tocht begon onder het dichte en geruststellende bladerdek waar de geur van vochtige grond en ontwakend groen mijn longen vulde. De echte magie voltrok zich echter toen het bos zich opende en plaatsmaakte voor een gedeelte weidegebied. Wat een heerlijk moment was dit!

Het spotten van de eerste kieviten van het seizoen voelt hier als de ultieme start van de lente. Hun kenmerkende en bijna acrobatische baltsvluchten brengen direct een golf van optimisme met zich mee. Dat overduidelijke "kievit-kievit" of "peewit" klinkt werkelijk als muziek in de oren. Het is een prachtig gezicht om ze met hun brede en ronde vleugels boven de nog prille velden te zien buitelen als teken dat de natuur weer volop tot leven komt en de winter definitief achter ons ligt.

Dit vroege voorjaarsspektakel, waarbij de mannetjes met hun fraaie kuif alles uit de kast halen om indruk te maken, geeft direct weer die vertrouwde lentekriebels. Of ze nu stil op een kluitje in het weiland zitten of spectaculaire duikvluchten maken, hun aanwezigheid in het Voorkempens landschap is een iconisch beeld dat elk jaar opnieuw voor een glimlach zorgt.

De kievit slaat menig beginnend vogelspotter met verstomming en je herkent hem werkelijk uit de duizend. De waanzinnige looks van deze middelgrote vogel zijn uniek: hij is zo'n 28 tot 31 cm lang, wat vergelijkbaar is met het formaat van een duif. Hij heeft een schitterende donkergroene rug met een bronzen schittering die in de zon bijna metaalachtig oogt. Verder zie je een witte buik met een zwarte hals die uitloopt naar de borst en een overwegend witte kop met één of enkele zwarte strepen.

De lange, zwarte kuif op het achterhoofd – bij de mannetjes iets langer – is zijn absolute handelsmerk. Verder zie je afgeronde vleugels, rode onderstaartveren en rood-roze poten. Maar achter die pracht schuilt een drama, want deze kleurrijke vogel kwam vorig decennium helaas op de Vlaamse Rode Lijst met bedreigde soorten terecht. Het Vlaams platteland vormt een van zijn zeldzame toevluchtsoorden, maar veilig is hij hier allerminst.

Er zijn dan ook grote inspanningen nodig om de resterende kievitpopulatie te beschermen.

De kievit heeft het niet gemakkelijk gehad. Eind 19de en begin 20ste eeuw verdween zijn oorspronkelijke leefgebied, de natte moerassen, haast volledig door het droogleggen en draineren van gronden. Niet alleen de habitat verdween, maar ook het beschikbare voedsel bij droogte, aangezien wormen zich dieper in de grond gingen terugtrekken. De kievit verhuisde noodgedwongen richting weiden en akkers en leek zijn eigen populatie even te redden. Maar door de toenemende intensivering van de landbouw zit het dier nu opnieuw in de problemen. Dat komt omdat zijn behoefte aan permanent kort grasland of lege akkers niet meer vervuld wordt. Dit komt enerzijds doordat grasvlaktes worden omvormd tot graanakkers en anderzijds door de felle bemesting van weilanden. Die hoge begroeiing is ongeschikt om kievitkuikens in groot te brengen. Bovendien groeit het gras tegenwoordig zo snel dat maaimachines reeds verschijnen terwijl de kievit nog aan het broeden is. Ook een toename aan bestrijdingsmiddelen is nefast voor de kievit die steeds minder voedsel in de buurt van zijn woonst vindt. Gelukkig wordt er hard gewerkt aan herstel. Onder andere het Sigmaplan biedt door het herstellen van de oorspronkelijke habitat weer wat hoop. Ook lokale projecten voor nestbescherming helpen om de verliezen tijdens landbouwwerkzaamheden te beperken.
Tijdens onze observatie zie ik een kievit een ingenieuze truc toepassen. Hij eet vooral insecten, weekdieren, regenwormen en spinnen, met ter afwisseling af en toe wat zaden. Hij spoort bodemdieren op met ogen en oren, maar heeft ook een uitzonderlijke techniek om hen te lokken wanneer hij op het eerste gezicht niets vindt.

De vogel imiteert het geluid van de regen door zachtjes met zijn poten op de grond te 'tokkelen'. Met de belofte van water komen regenwormen naar het oppervlak gesneld, waar de kievit klaarstaat om toe te slaan. Ook in het water gaat hij gelijkaardig te werk om een reactie van zijn prooien uit te lokken. De kievit houdt van open ruimtes: in velden, moerassen, slikken en kwelders heeft hij het helemaal naar zijn zin.
Buiten het broedseizoen leeft hij in luidruchtige groepen die klinken als een vogelkoor. In de winter vinden de kolonies beschutting in bewerkte akkers, bijvoorbeeld in de ploegvoren gemaakt door landbouwmachines.

Vanaf de maand maart begint het broedseizoen en verspreiden de vogels zich in de omgeving om koppels te vormen. Met een acrobatische luchtvoorstelling bakent het mannetje zijn territorium af en lonkt hij luid roepend naar de vrouwtjes. Hij graaft enkele nestkommen uit die hij versiert met grassprieten, waarna hij met opgepompte borstkas een vrouwtje begint te achtervolgen. Hij vliegt eerst laag over de grond, dan haast recht omhoog, laat zich vallen en draait onderweg links, rechts, soms volledig om zijn lengteas. Zo toont hij zijn mooie, wit gevlekte onderkant aan iedereen die het zien wil. Een geboren verleider! Zodra er op zijn avances ingegaan wordt, vindt de paring plaats. Binnen letterlijk enkele seconden is de klus geklaard. Het vrouwtje legt een viertal eieren. Als het legsel mislukt door bijvoorbeeld een vroege maaibeurt, komt er soms een tweede legsel.

Gedurende 25 tot 30 dagen broeden de ouders beurtelings de eieren uit. Het mannetje gedraagt zich als een echte 'champetter' en jaagt indringers actief weg of doet alsof hij gewond is om roofdieren te bedotten en weg te lokken van het nest. Wanneer de kuikens uitkomen, zijn ze bedekt met een beige donslaagje met zwarte vlekken. Het zijn nestvlieders die binnen enkele uren reeds het nest verlaten. Bij gevaar drukken ze zich plat tegen de grond en profiteren ze van hun camouflage. Na slechts 5 weken kunnen ze vliegen en voor zichzelf zorgen.
De leden van GroenRand vertellen me echter dat de kievit niet de enige schat is van dit gebied. Terwijl we terug het bos in wandelen, wijzen ze me op de enorme plantenrijkdom op de bosbodem. Het Molenbos staat bekend om zijn typische voorjaarsflora. Binnenkort veranderen de holle wegen en bosranden in een wit tapijt van bosanemonen.

Ook het zeldzame dalkruid en de elegante salomonszegel voelen zich hier thuis dankzij de eeuwenoude, ongestoorde bosgrond. In de nattere delen rond het oude Zandven groeit de aronskelk met zijn opvallende bloeivorm. Deze planten zijn stille getuigen van een gezond bosecosysteem. Onder de statige kruinen leeft ook de boommarter.

Dit behendige roofdier is een ware acrobaat in de bomen en heeft hier de rust gevonden die hij elders in Vlaanderen zo vaak moet missen. Plotseling weerklinkt er een krachtig, bijna lachend geluid van de zwarte specht.


Deze grootste specht van Europa is een icoon van dit gebied.
Hij hakt enorme holen in de dikke stammen die later weer als kraamkliniek dienen voor andere bosbewoners zoals de kauw.
Ook de middelste bonte specht en de mysterieuze wespendief kiezen dit landschap vaak uit als broedplaats.


Zelfs de indrukwekkende oehoe is in deze groene gordel al gespot.
Ook de rebevolking is hier gezond en stabiel.
Tijdens de schemering zie je ze vaak grazen op de overgang tussen het bos en de weiden.
Het is precies deze overgangszone die door GroenRand zo vurig wordt beschermd tegen versnippering.
Toen we na onze boeiende tocht weer bij het startpunt aankwamen, voelde ik me een bevoorrecht mens. De kievit is een iconisch beeld dat elk jaar opnieuw voor een glimlach zorgt. Dankzij de onvermoeibare inzet van de mensen bij GroenRand, die waken over dit historisch trappistenerfgoed en de kwetsbare natuur, kunnen we dit spektakel in Malle blijven bewonderen. De kievit is terug en daarmee ook dat heerlijke lentegevoel. Het besef dat dit bos al eeuwenlang een schuiloord is voor zowel monniken als zeldzame dieren, maakt mijn wandeling van vandaag werkelijk onvergetelijk. Foto's - bos: © Rodrik Steverlynck, boommarter: Karel De Blick, andere foto's Frank Vermeiren

Geen opmerkingen:

Een reactie posten