Vlaams natuurbeleid op de automatische piloot: Brouns surft op een erfenis van euro's en oude plannen
© Zuhal DemirEr waait een nieuwe wind door het Vlaamse landschap. In de huidige regering heeft minister Jo Brouns (CD&V) het roer overgenomen van Zuhal Demir (N-VA), en dat zorgt voor een fundamentele koerswijziging. Waar Demir als "bijenkoningin" de nadruk legde op wetenschappelijk onderbouwde milieunormen, is de regie nu in handen van de "boerenzoon". Brouns verenigt voor het eerst de bevoegdheden Landbouw én Omgeving onder één kapitein. Hij presenteert dit als een kans om de strijdbijl tussen boer en natuurbeschermer te begraven via het "gezond boerenverstand", maar critici vrezen dat de wetenschappelijke urgentie van de natuurdoelen hierbij het onderspit delft. De verandering is direct voelbaar in de portefeuille. De grote geldkraan voor de aankoop van nieuwe bossen — de bekende Bosalliantie — is grotendeels dichtgedraaid. Volgens het laatste begrotingsakkoord kiest de overheid voor een 'pauzeknop'. Dat klinkt voor sommigen als ademruimte, maar organisaties zoals Natuurpunt waarschuwen dat we hiermee onze eigen ruiten ingooien. De Europese Natuurherstelwet eist immers dat de kwaliteit van onze natuur tegen 2030 fors omhoog gaat. Als we nu stilstaan, riskeren we over enkele jaren een nieuwe juridische blokkade die niet alleen de landbouw, maar de hele economische ontwikkeling van Vlaanderen kan verlammen.
Hoe lastig die balans is, zien we in onze eigen regio bij de Kalmthoutse Heide. Hoewel het Grondwettelijk Hof bevestigde dat een 'Nationaal Park' juridisch geen extra lasten voor boeren meebrengt, bleef de weerstand lokaal groot. De vraag van natuurvereniging GroenRand voor een onafhankelijk bemiddelaar werd door Brouns afgehouden. Hij laat de regie liever bij de onder druk gezette lokale besturen. Voor de minister is dit een blijk van respect voor de lokale autonomie, maar voor de natuur betekent het een zorgwekkende stilstand waarbij bovenlokale doelen worden opgeofferd aan de rust binnen de eigen achterban. De ideologische kloof wordt finaal bevestigd door de verschuiving in prioriteiten. Waar de vorige legislatuur de weg plaveide voor nieuwe wildernis, lijkt de huidige regie vooral gericht op het beschermen van de status quo via een "gladde" politieke strategie. Men predikt dialoog, maar bestendigt de blokkades door niet in te grijpen waar dat nodig is. Voor de landbouwsector voelt dit als een terugkeer naar het vertrouwde, maar voor de Vlaamse natuur is het een zorgwekkende stilstand in een periode waarin ecologisch herstel volgens GroenRand urgenter is dan ooit.
© Mark MertensHet kabinet van minister Jo Brouns voelt deze dagen meer aan als het kantoor van een plichtsgetrouwe testamentbeheerder dan als het bruisende atelier van een architect die nieuwe, groene dromen uittekent. Wie de huidige Vlaamse natuurplannen doorbladert, krijgt al snel een hardnekkig gevoel van déjà vu: de grote speerpunten waar nu mee wordt uitgepakt — van de erkenning van de Nationale Parken tot het ambitieuze houtkantenplan — zijn stuk voor stuk blauwdrukken die door zijn voorgangster, Zuhal Demir, al lang en breed op de tekentafel waren achtergelaten. Brouns zet die koers weliswaar keurig voort en vond onlangs nog 2,4 miljoen euro aan werkingsmiddelen voor de vier bestaande Vlaamse Nationale Parken, maar van een eigen, fris initiatief om nieuwe parken te realiseren is geen sprake. © Mark Mertens
Waakhonden zoals GroenRand vragen zich via een scherp ‘controlebeleid’ dan ook luidop af of de motor van dit natuurbeleid niet gevaarlijk hard aan het sputteren is. De organisatie voert de druk constant op via volksvertegenwoordigers in de Commissie voor Leefmilieu, omdat zij zien dat de kloof tussen de ronkende politieke retoriek en de weerbarstige realiteit op het terrein simpelweg onhoudbaar groot wordt.
Het meest opvallende, en misschien wel meest zorgwekkende kenmerk van de huidige aanpak is dat het beleid voor een groot deel aan het Europees geldinfuus hangt. Vlaanderen lijkt voor cruciale ecologische projecten wel erg makkelijk te rekenen op buitenlandse centen in plaats van zelf de portemonnee volledig open te trekken. De uitvoering van het Vlaams actieprogramma ecologische ontsnippering, de bekende VAPEO-projecten, leunde bijvoorbeeld volledig op die externe budgetten van de Europese Unie. GroenRand waarschuwt dat we op deze manier een wankel kaartenhuis bouwen.
In de Antwerpse regio ligt de ultieme lakmoesproef voor dit beleid bij de Antitankgracht. Deze historische verdedigingslinie is wetenschappelijk gezien veel meer dan een relict uit de oorlog. Het is een vitale migratiecorridor voor fauna en flora . De Antitankgracht die zich als een groen lint door het landschap slingert, is vandaag de dag getransformeerd tot een vitale ecologische "dierostrade".
Deze corridor fungeert als een natuurlijke snelweg waar de bever, de boommarter en de otter een veilig leefgebied en een essentiële trekroute vinden.
© Karel De Blick - bever
De bever is daarbij de meest zichtbare bewoner; na een periode van volledige afwezigheid is hij aan een sterke opmars bezig en wordt hij veelvuldig gespot in Schilde en Oelegem, waar hij volgens Natuurpunt inmiddels diverse burchten heeft gebouwd.
Parallel aan dit waterrijke succes profiteert de mysterieuze boommarter van de bosrijke verbindingen die de gracht biedt tussen Ranst, Schilde, Schoten, Brasschaat en Kapellen.
Door het ophangen van speciale nestkasten zijn er via wildcamera's al 17 verschillende individuen geïdentificeerd.
De otter blijft echter de meest zeldzame en kwetsbare schakel in dit ecosysteem.
Hoewel verkeersslachtoffers in Ranst (2012) en Kalmthout (2017) de gevaren van de versnipperde infrastructuur blootlegden, bevestigen spraints bij de E10-plas en moderne eDNA-technieken van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) dat het dier definitief is teruggekeerd in de Antitankgracht.
© Yves Adams - otter
Ondanks deze hoopvolle signalen blijft de situatie precair
Ook bij de bebossing is de handrem duidelijk voelbaar © Danny Dalemaens
Waar robuuste boskernen essentieel zijn voor onze klimaatadaptatie, is de bostoename onder Brouns inmiddels gehalveerd. In het Vlaams Regeerakkoord 2024-2029 wordt de ambitie bevestigd om tegen 2030 in totaal 10.000 hectare extra bos te realiseren, waarvan 4.000 hectare specifiek tijdens de huidige regeerperiode moet worden aangeplant. Deze doelstelling is essentieel om tegemoet te komen aan de vraag naar meer leefbaar groen en biodiversiteit in de regio. Echter, recente gegevens tonen aan dat de bosuitbreiding is vertraagd.
Deze procedurele traagheid heeft inmiddels een kritiek punt bereikt, waarbij vitale ecologische projecten dreigen te kapseizen in de wachtkamer van de bureaucreatie. Een prangend voorbeeld is de cruciale verbinding tussen het Groot en Klein Schietveld. Hoewel de noodzaak voor deze corridor tussen Brasschaat, Brecht en Wuustwezel al sinds 2007 vaststaat, is de realisatie ervan nu volledig gegijzeld door het logge tempo van De Nieuwe Rand. Door deze koppeling worden dringende natuurmaatregelen — essentieel voor de overleving van kwetsbare soorten zoals de adder — uitgesteld tot na een onzeker voorkeursbesluit. De tijd tikt genadeloos door terwijl de versnippering van de natte heide toeneemt en de verdroging toeslaat.
Deelnemers aan de diverse 'werkbanken' uiten dan ook hun groeiende frustratie. Zij vrezen dat hun intensieve participatie louter dient als bezigheidstherapie om een gebrek aan daadkracht te maskeren. De raming van €11,4 miljoen die de ronde doet, is in dit licht slechts een druppel op een hete plaat, aangezien dit enkel de Antitankgrachtzone dekt. Voor de volledige klimaatgordel en de noodzakelijke ecoducten tussen de schietvelden is een veelvoud hiervan nodig. De bittere realiteit is dat de urgentie van de natuur botst op een muur van ontbrekende begrotingsposten en procedurele complexiteit. Zonder onmiddellijke ontkoppeling van deze prioritaire natuurprojecten of een versnelde financiële injectie, dreigt de Klimaatgordel een papieren tijger te blijven terwijl de biodiversiteit op het terrein onherstelbaar verloren gaat.
Blinde bij: © Frank Vermeiren
Waar het politieke schouwspel rondom de Vlaamse open ruimte vroeger nog gekenmerkt werd door fel vuurwerk tussen de ministers Jo Brouns en Zuhal Demir, lijkt de strijdbijl vandaag begraven voor een opvallend gezapige wapenstilstand. De vlijmscherpe confrontaties van weleer zijn ingeruild voor een veilig, maar weinig inspirerend een-tweetje waarbij de scherpe kantjes van het debat zijn weggepolijst. Hoewel minister Brouns de natuurkaart zeker niet in de versnipperaar gooit, beperkt hij zich strikt tot het zetten van de puntjes op de ‘i’ van zijn voorgangster, zonder zelf nieuwe bakens uit te zetten.
Uit angst de kostbare landbouwruimte verder te zien krimpen, weigert hij resoluut om zelf nieuwe groene zones bij te tekenen. Voor de achterban van de minister is elke extra hectare natuur immers een directe bedreiging voor de agrarische bedrijfszekerheid. Hierdoor dreigt de belofte om landbouw en natuur eindelijk met elkaar te verzoenen een papieren tijger zonder tanden te blijven
Dit betekent dat hij niet langer zelf de koers bepaalt, maar simpelweg de bindende opdrachten uit Brussel uitvoert. De Europese Natuurherstelwet verplicht lidstaten namelijk om tegen 1 september 2026 een concreet Nationaal Herstelplan in te dienen. Daarin moet Vlaanderen zwart-op-wit bewijzen hoe het tegen 2030 minstens 20% van de natuur zal herstellen. Deze passieve houding is niet zonder risico;
De lakmoesproef voor deze houding ligt echter al zeer binnenkort op de tafel van de ministerraad. Het voorkeursbesluit voor De Nieuwe Rand moet namelijk kleur bekennen over de omvangrijke investeringen die nodig zijn voor de ambities van het Toekomstverbond. In dit dossier zal blijken of de Vlaamse regering bereid is om de noodzakelijke ruimte voor leefbaarheid en natuur daadwerkelijk te verankeren.
Voor een vereniging als GroenRand zijn de Brakona contactdag in Leuven en de ANKONA-ontmoetingsdag in Wilrijk de absolute hoogtepunten van het jaar. Dat is niet zomaar: deze dagen zijn hét trefpunt waar alles wat met natuurstudie en biodiversiteit te maken heeft, samenkomt.
In Leuven duikt de Vlaams-Brabantse Koepel (Brakona) diep in de lokale natuurdata, terwijl in Wilrijk de Antwerpse Koepel (ANKONA) focust op thema’s zoals biodiversiteit in de stad en het verbinden van versnipperde natuurgebieden via het Functioneel Ecologisch Netwerk (FEN). Voor GroenRand is dit de ideale plek om even uit de dagelijkse werking te stappen, nieuwe wetenschappelijke inzichten op te doen en te netwerken met zowel gepassioneerde vrijwilligers als professionele experts. Zo blijven ze niet alleen op de hoogte van de laatste trends, maar versterken ze ook de banden die nodig zijn om onze natuur écht te beschermen.
Een week later, op zaterdag 14 februari 2026, worden tijdens de ANKONA-ontmoetingsdag op Campus Drie Eiken in Wilrijk verschillende thema’s verder uitgediept. Ontsnippering via het Functioneel Ecologisch Netwerk en de bescherming van de iconische boommarter uit de Antwerpse regio staan daarbij hoog op de agenda. Daarnaast zijn er lezingen over het ecologisch beheer van houtkanten, hagen en heggen, wilde bijen, en over bomen en bossen van de toekomst. Beide studiedagen vormen een belangrijk platform waar monitoringgegevens van onder andere Natuurpunt Studie en het INBO worden gedeeld om ontsnipperingsmaatregelen wetenschappelijk te onderbouwen. Of het nu gaat om de Brabantse heuvels of een veerkrachtige Antitankgracht in de Voorkempen, de focus blijft hetzelfde: samen werken aan een kwalitatief en verbonden natuurlandschap over de grenzen heen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten