woensdag 18 februari 2026

De Schaduw van de Voorkempen: Het Verhaal over de Bosuil

 De Schaduw van de Voorkempen: Het Verhaal over de Bosuil

In de stille pracht van Wuustwezel trekt Ingrid er als natuurfotografe vaak op uit met de camera.
De bosuil (Strix aluco) is geen verre mythe of een spookachtig wezen uit een griezelfilm, maar een trouwe bewoner van de Voorkempen die ze regelmatig ontmoet in zijn vaste boomholte.


Deze robuuste pluizenbol met zijn grote, diepzwarte ogen is de meest voorkomende nachtroofvogel in Vlaanderen.
Hoewel zijn langgerekte, spookachtige roep die ’s nachts door de bossen van GroenRand weerklinkt heel wat mensen doet huiveren, ziet zij vooral de schoonheid van deze meesterlijke jager.
Het geluid mag dan in talloze films worden opgevoerd om een ongemakkelijk gevoel over te brengen, voor Groenrand is het het startsein van een boeiend schouwspel.
Deze vereniging zet zich onvermoeibaar in voor het behoud van de natuurlijke verbindingen en de biodiversiteit in onze regio.

Dat zijn precies de plekken waar deze uil zijn thuis vindt.
De bosuil is namelijk een allesbehalve kieskeurige fijnproever die zijn menu moeiteloos aanpast aan het seizoen.
Hij is dol op grote insecten en kleine knaagdieren zoals woelmuizen en bosmuizen, maar lust evengoed vissen, amfibieën, weekdieren en zelfs kleine vogels.

Vanuit een hoge uitkijkpost lokaliseert hij zijn prooien puur op het gehoor, want zijn oren zijn hypergevoelig en horen maar liefst tien keer beter dan die van ons.
De asymmetrische plaatsing van zijn ooropeningen stelt hem in staat om een prooi tot op de millimeter nauwkeurig te lokaliseren, zelfs onder een dik pak sneeuw of bladeren.

Zodra de bosuil weet waar hij zijn toekomstige maaltijd kan vinden, vliegt hij geruisloos naar beneden en voert hij al vliegend een verrassingsaanval uit.
Wat fascinerend is, is de techniek achter zijn geruisloze vlucht.
Waar een duif met veel lawaai opvliegt, heeft de bosuil een fluweelzachte en getande rand aan de voorzijde van zijn slagpennen.
Deze 'kammetjes' breken de luchtstroom op in talloze kleine werveltjes waardoor het suizen van de wind volledig wordt geëlimineerd. Voor een muis in het bos is de bosuil letterlijk een onzichtbare dood die uit de lucht komt vallen.

De prooi wordt volledig doorgeslikt, waarna hij de onverteerbare stukken zoals veren en beenderen weer uitbraakt als braakballen die ik soms onderaan de boom vind.
Om concurrentie te voorkomen, eten beide geslachten niet precies hetzelfde.
Terwijl de mannetjes zich meestal specialiseren in bepaalde types prooien, zijn de vrouwtjes minder kieskeurig.
Vangsten die hij niet meteen verorbert, stockeert hij slim in een hol waarnaar hij later terugkeert.
Deze meedogenloze roofvogel kiest meestal een eikenboom uit als woning en bij voorkeur in een oud loofbos met veel dode bomen.
Als de boom dan ook nog eens bedekt is met klimop, vormt hij een extra aantrekkelijke schuilplaats waar hij de dag al slapend doorbrengt vanwege zijn lichtgevoelige ogen.
Toch laat hij zich nooit verrassen.
Net zoals andere uilen kan de bosuil zijn hoofd namelijk 270 graden ronddraaien in beide richtingen zonder zijn lichaam te bewegen.

Dit is cruciaal voor zijn camouflage. Door stokstijf te blijven zitten en enkel zijn kop te draaien, lijkt hij voor roofdieren op een afgebroken tak.
In de Voorkempen zien we twee kleurvarianten, namelijk de roestbruine en de grijze morf.
Dit heeft alles te maken met overleving. In dichte en donkere naaldwouden biedt de bruine variant betere dekking, terwijl de grijze variant nagenoeg onzichtbaar is tegen de bast van oude eiken en beuken.
Ik heb gemerkt dat ze in de Voorkempen de ganse winter door erg actief blijven.
Vooral nu we in februari zitten, bereikt hun activiteit een absoluut hoogtepunt.
Terwijl andere dieren nog in diepe rust zijn, is dit voor de bosuil de maand van de grote keuzes en de passie.
Het mannetje laat zingend weten dat zijn bruid-voor-het-leven reeds bezet is om verleiders op andere gedachten te brengen. Het is dan ook in de winter dat het koppel zich reeds een territorium toeëigent.
In deze periode van het jaar is de strijd om de beste boomholtes bikkelhard. In de bossen van GroenRand zien we de laatste jaren een sterke opkomst van de boommarter.
Deze lenige rover is een van de weinige dieren die een volwassen bosuil in zijn eigen nest durft aan te vallen.
Het is een voortdurende wapenwedloop in de kruinen van onze bomen. In het vroege voorjaar gaat het wijfje op zoek naar een geschikte nestholte, zoals een holle boom, een oud gebouw, een rotsspleet of een kunstnest van Vivara.
De bosuil heeft lak aan gezelligheid. In plaats van nestmateriaal aan te brengen, komen de twee tot vijf eieren gewoon terecht in een bedje van braakballen of houtmolm.
De uilskuikens worden geboren tussen februari en mei met een grijze donsjas en de eerste twee weken worden ze permanent onder moeders vleugels gehouden.
Zolang de uiltjes in het nest verblijven, worden ze gevoederd door hun vader. Lichtvervuiling in onze regio is hierbij een groeiend probleem.

De bosuil heeft absolute duisternis nodig om zijn prooien efficiënt te lokaliseren. GroenRand pleit daarom voor het behoud van donkere kernen in de Voorkempen zodat jonge uilen een eerlijke kans krijgen om te leren jagen. Na vier of vijf weken verlaten de jongen voor het eerst hun nest, maar op dat moment kunnen ze echter nog niet vliegen. Als rasechte ‘takkelingen’ zitten ze op een tak in de buurt van het nest. Ze huppen heen en weer en als ze op de grond terechtkomen, proberen ze klimmend en springend met hun snavel en klauwen weer naar boven te klauteren. Dit is een hachelijke fase. Veel uilskuikens halen de eerstvolgende lente niet, omdat ze ten prooi vallen aan andere roofdieren of simpelweg kwalijk ten val komen. Na nog eens drie weken ruilen ze hun donsveren in voor echte pluimen en komt de piloot in hen naar boven. Hoewel ze nu vliegvlug zijn, verlaten ze hun ouders pas op een leeftijd van 2,5 à 3 maanden. Soms krijgt het bosuilkoppel nog een tweede legsel in hetzelfde jaar als de voedselomstandigheden in de Voorkempen optimaal zijn. Het is ongelooflijk hoe fel ze hun nest verdedigen. Met sissende geluiden en luid geklik met de snavel waarschuwen ze elke indringer, waarna ze niet aarzelen om met klauw en snavel aan te vallen. Hoewel de bosuil van nature erg schuw is en rustige plekken verkiest boven de drukte in steden, durft hij mensen aan te vallen wanneer ze zich té dicht bij zijn nest begeven. Net zoals andere uilen werd de bosuil met zijn huiveringwekkende roep lange tijd gezien als voorbode van het kwaad. Gelukkig wordt de prachtige roofvogel tegenwoordig beschermd en gewaardeerd. Deze beauty is de ware ziel van onze bossen. Het is precies dit soort biodiversiteit waarvoor we bij GroenRand vechten, zoals het behoud van oude bomen en rustige plekken. De aanwezigheid van de bosuil is een graadmeter voor de gezondheid van ons landschap.

Hij heeft verbonden bosgebieden nodig om te kunnen floreren. Wanneer we bij GroenRand werken aan ecologische verbindingen tussen natuurgebieden, doen we dat ook voor hem. Want hoewel hij zich weinig aantrekt van de mens, herinnert zijn aanwezigheid in de bossen van de Voorkempen ons eraan hoe belangrijk een verbonden en gezond landschap werkelijk is. Deze prachtige roofvogel is nu het symbool van een veerkrachtige natuur die we samen moeten beschermen en die ik met mijn lens blijf koesteren voor de volgende generaties. Weet dus dat deze beauty zich niet laat verrassen en denk eraan dat het vrouwtje haar nest met klauw en snavel verdedigt. Dat geldt zeker nu in deze drukke maand februari waarin het nieuwe leven zich aankondigt in de holtes van onze oudste bomen.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten