De wolf in de Lage Landen: tussen idealisme, juridische obstakels en ecologische versnippering
De wolf in Nederland – tussen wens en werkelijkheid
Dit werk is een fantastische toevoeging aan het huidige natuurdebat, omdat Paul van Otterloo met een frisse, empirische blik de polarisatie rond de wolf probeert te doorbreken.
Paul van Otterloo is een bevlogen natuurkenner die de dynamiek van de Nederlandse wildernis als geen ander weet te vertalen naar de wereld van alledag.
Hij is geen klassieke bioloog, maar een ervaren vakman die decennialang de polsslag van onze bossen voelde bij Staatsbosbeheer.
Met die stevige basis in het natuurbeheer beweegt hij zich nu als een nieuwsgierige verkenner door het wolvendebat, waarbij hij met een heldere blik kijkt naar hoe mens en roofdier samen de ruimte kunnen vinden.
Zijn autoriteit sprankelt vooral door zijn vermogen om complexe ecologie toegankelijk te maken, onder meer via zijn actieve community De wolf in Nederland en zijn prikkelende boek De wolf in Nederland tussen wens en werkelijkheid.
Dit werk is een fantastische toevoeging aan het huidige natuurdebat, omdat Paul van Otterloo met een frisse, empirische blik de polarisatie rond de wolf probeert te doorbreken.
In plaats van te blijven steken in de klassieke strijd tussen emotie en ideologie, biedt het boek een broodnodig platform voor een volwassen gesprek gebaseerd op feiten en praktijkervaring in ons dichtbevolkte landschap.
Deze waardevolle bijdrage aan de discussie werd eind januari 2026 officieel gelanceerd; het e-book verscheen op zaterdag 24 januari, gevolgd door de fysieke paperback op maandag 26 januari. Wat het boek zo relevant maakt, is dat het de vinger op de zere plek legt: de spanning tussen de ecologische wens en de dagelijkse werkelijkheid van wetgeving en landinrichting. Door de complexiteit van de Habitatrichtlijn en de praktische gevolgen van beheermaatregelen tastbaar te maken, biedt het lezers — van natuurliefhebbers tot beleidsmakers — nieuwe handvaten om over de toekomst van onze natuur na te denken.
De Wolf in GroenRand-gebied In de regio van de Voorkempen en de aangrenzende Noorderkempen is de wolf inmiddels een vaste verschijning geworden, ook binnen het GroenRand-projectgebied. Met gedocumenteerde waarnemingen in gemeenten als Wuustwezel, Brecht, Malle, Zoersel, Schilde, Ranst, Kapellen, Brasschaat en Rijkevorsel is het dier definitief terug van weggeweest.
Sinds 2020 wordt dit gebied door de Vlaamse overheid officieel als risicogebied erkend, wat betekent dat wolven hier niet enkel passeren, maar zich ook permanent kunnen vestigen.
De meest prominente bewoner is wolvin Emma, die sinds 2023 een vast territorium heeft in de regio Noord-Antwerpen. De uitgestrekte en rustige militaire domeinen van het Groot Schietveld (Brecht) en het Klein Schietveld (Brasschaat) vormen, samen met de Kalmthoutse Heide, het hart van dit leefgebied.
Deze terreinen bieden de nodige rust en een rijke wildstand, zoals bleek in februari 2025 toen Emma nog werd gesignaleerd nabij de villawijken op de grens van Kapellen en Brasschaat.
Ook het Zoerselbos en de directe omgeving spelen een cruciale rol als ecologische corridor en potentieel leefgebied. Volgens het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en het Agentschap voor Natuur en Bos is het Zoerselbos een zeer geschikt leefgebied voor de wolf.
De wetenschappelijke onderbouwing hiervoor is helder: "Wolven hebben nood aan uitgestrekte gebieden met voldoende rust en een goed aanbod aan natuurlijke prooien. Gebieden zoals het Zoerselbos voldoen aan deze criteria vanwege hun omvang, de aanwezigheid van dekking en de gezonde populatie reeën."
Dankzij deze kenmerken fungeert het bos als een cruciale "groene stapsteen" die verschillende natuurgebieden in de regio met elkaar verbindt.
De aanwezigheid van de wolf in deze zone is de afgelopen jaren tastbaar geworden door verschillende incidenten.
Al in december 2019 werden in Zoersel officieel sporen en gedode schapen aangetroffen.
In mei 2024 culmineerde dit in een tragisch voorval waarbij een jonge zwervende wolf werd doodgereden op de E34 ter hoogte van Zoersel.
Datzelfde voorjaar zorgde een andere wolf voor opschudding door overdag door de dorpskern van Sint-Job-in-'t-Goor te lopen, terwijl er ook meldingen kwamen van exemplaren in Gooreind en dieren die zich via de bossen van Schilde richting Ranst begaven.
Hoewel de Voorkempen momenteel vooral het domein is van solitaire wolven en diverse passanten, blijft de regio cruciaal voor de verdere verspreiding van de soort. Voor inwoners en veehouders in gemeenten als Malle, Brecht en Zoersel is preventie essentieel voor een harmonieuze samenleving met dit roofdier.
De wolf heeft zijn plek in de Voorkempen officieel heroverd.
Een indrukwekkend natuurverschijnsel dat zowel bewondering als een goede voorbereiding vraagt Volgens het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) is er in ons Vlaams landschap op middellange termijn (10-20 jaar) ruimte voor ongeveer 3 tot 5 roedels, die zich waarschijnlijk zullen concentreren in de provincies Antwerpen en Limburg. De realisatie van dit aantal is echter sterk afhankelijk van de evolutie van het natuurlijke prooibestand. Wolven vestigen zich bij voorkeur in gebieden met voldoende rust en een hoge dichtheid aan wilde hoefdieren; de expansie van soorten als het everzwijn, damhert en edelhert creëert hierbij nieuwe opportuniteiten, zelfs in gecultiveerde landschappen. Omdat een wolf gemiddeld zo’n 200 km² voor zichzelf opeist en geen onbekende soortgenoten tolereert, zal de totale populatie waarschijnlijk uitkomen tussen de 20 en 40 dieren. Jonge wolven trekken door dispersie steeds weg naar gebieden met meer ruimte, zoals de Ardennen of Duitsland.
Het risico bestaat dat bij een gebrek aan preventie een dieetshift optreedt naar kleinvee, zeker in gebieden waar de densiteit aan vee hoger is dan die van wilde prooien. Om dit economische risico voor veehouders te minimaliseren, vergoedt het Agentschap Natuur en Bos (ANB) via een subsidieregeling tot 90% van de materiaalkosten voor wolfwerende omheiningen.
Hoewel de maatschappelijke kosten per wolf hoog zijn, wordt deze investering door experts en het Wolf Fencing Team Belgium verdedigd als een noodzakelijke strategie voor conflictbeheersing en "vermeden schade".
Spanningsveld De terugkeer van de wolf in Nederland en België wordt vaak gepresenteerd als een ultiem ecologisch succesverhaal en een krachtig symbool van natuurherstel. Echter, in de praktijk bevindt de wolf zich in een scherp spanningsveld tussen wens en werkelijkheid. In de dichtbevolkte regio’s van de Lage Landen, waar elke vierkante meter een economische of recreatieve functie heeft, botst de aanwezigheid van dit grote roofdier frontaal met de bestaande maatschappelijke en juridische inrichting. Paul van Otterloo beschrijft in zijn analyse dat Nederland en Vlaanderen geen ongerepte wildernissen zijn, maar door de mens vormgegeven cultuurlandschappen. Dit creëert een complexe realiteit waarin de strikte bescherming van één soort onbedoelde neveneffecten heeft voor het gehele ecosysteem en de menselijke bewoners van het buitengebied. De basis van dit conflict ligt in de Europese wetgeving, met name de Habitatrichtlijn en het Natura 2000-netwerk. De wolf geniet een strikte beschermingsstatus die bepaalt dat er pas actief mag worden ingegrepen wanneer de soort op nationaal niveau in een 'gunstige staat van instandhouding' verkeert. Zolang die status niet is bereikt, verbiedt het EU-Hof het afschot van individuen, zelfs op regionaal niveau waar de overlast groot kan zijn. Hoewel er momenteel op Europees niveau wordt gesproken over het verlagen van de status van 'strikt beschermd' naar 'beschermd', blijft de praktijk vooralsnog gevangen in een rigide 'nee, tenzij'-benadering. Dit juridische kader dwingt overheden en veehouders tot een eenzijdige focus op technische preventie, met name de grootschalige installatie van wolfwerende rasters. Het beveiligen van landbouwdieren is een absolute voorwaarde om de wolf een plaats te geven, maar de technische eisen die hieraan gesteld worden, creëren een nieuw en gevaarlijk spanningsveld. Volgens wetenschappelijke richtlijnen van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en het Wolf Fencing Team Belgium moet een effectief raster minimaal 120 centimeter hoog zijn met een onderste stroomdraad op slechts 15 tot 20 centimeter van de grond. Voor vaste installaties wordt zelfs geadviseerd om het gaas diep in te graven of plat op de grond te verankeren. Natuurvereniging GroenRand waarschuwt dat deze "verhekking" van het landschap een onacceptabele ecologische prijs heeft.
Zij spreken van een oprukkende "wildgevangenis" die leidt tot ernstige habitatfragmentatie.
Deze rasters zijn namelijk niet-selectief; wat de wolf buitenhoudt, blokkeert de weg voor vrijwel de gehele lokale fauna.
De impact op de kleine fauna is vaak fataal. Een egel die tegen een stroomdraad op 15 centimeter hoogte loopt, rolt zich als reflex op, waardoor hij herhaaldelijk krachtige elektrische schokken ontvangt die leiden tot hartverlamming.
Voor amfibieën zoals padden en kikkers, die een vochtige huid en een lage elektrische weerstand hebben, is contact met het raster vaak direct dodelijk. Bovendien blokkeren de fijne mazen en ingegraven netten hun seizoensgebonden migratie naar voortplantingspoelen.
Ook grotere soorten zoals reeën, dassen en everzwijnen raken geïsoleerd op "groene eilanden", wat leidt tot genetische verarming en een afname van hun weerstand tegen ziekten. Wanneer dit wild stuit op kilometerslange rasters, dwalen zij langs deze barrières tot ze op een verkeersas belanden, wat bijdraagt aan de duizenden wildaanrijdingen die jaarlijks worden geregistreerd.
Buiten deze directe fysieke barrières is er een tweede, sluipend effect dat de biodiversiteit ondermijnt: het verlies van de laatste 'refuges' in het agrarisch landschap. In een intensief beheerd gebied zijn de randen van percelen vaak de enige plekken waar nog beschutting, rust en voortplantingsruimte overblijft. Hier wordt minder gemaaid en blijft structuur staan.
Echter, wolfwerende rasters vragen om structureel onderhoud om hun effectiviteit te garanderen.
Vegetatie die de draden raakt, voert stroom af, waardoor de spanning daalt en het roofdier niet langer wordt afgeschrikt. Daarom worden deze randen nu intensief gemaaid, geklepeld of gefreesd.
Hiermee verdwijnen precies die vitale stroken natuur waar kleine zoogdieren zoals de veldmuis en aardmuis schuilen, en waar roofdieren zoals de hermelijn en wezel jagen.
Voor de vogelstand en de flora is dit onderhoud eveneens desastreus.
De patrijs is sterk afhankelijk van kruidenrijke randen, terwijl soorten als de veldleeuwerik en de gele kwikstaart er hun insectenrijke voedsel vinden.
Door het frequente maaien verdwijnen waardplanten en nectarbronnen zoals de brandnetel, distels en schermbloemigen. De architectuur van het landschap, die ook schuilplaatsen biedt aan loopkevers en sprinkhanen, wordt gereduceerd tot een kort gazon.
Het resultaat is een landschap met "stillere randen" en een afnemende biodiversiteit, precies op de plekken waar natuurherstel het hardst nodig is.
Dit creëert een economische paradox: terwijl overheden miljoenen investeren in ecoducten en ecotunnels via plannen zoals het Vlaams Actieplan Ontsnippering (VAPO), worden deze investeringen deels tenietgedaan doordat de aansluitende gebieden vervolgens met wolfwerende rasters hermetisch worden afgesloten.
De visie van GroenRand, gesteund door sociaal-wetenschappelijke studies naar mens-dierconflicten, stelt dat het maatschappelijk draagvlak voor de wolf afneemt zodra preventieve maatregelen als landschappelijk storend of schadelijk voor andere natuur worden ervaren. Daarom is er een dringende nood aan een transitie van statische verhekking naar dynamische, gebiedsgerichte preventie. Dit omvat innovatieve strategieën zoals het omheinen van grotere landbouwzones als één geheel, waardoor interne corridors en houtkanten open blijven voor wildpassage. Ook onderzoek naar AI-beeldherkenning en sensorgestuurde afschrikking, die enkel reageert op predatoren, biedt kansen om de fragmentatie te verminderen. Daarnaast kunnen de inzet van kuddebeschermingshonden, selectieve doorgangen zoals egelkleppen en technologische pistes zoals virtuele afrastering via GPS-halsbanden bijdragen aan een meer vloeibaar landschap.
Concluderend vraagt het samenleven met de wolf in een dichtbevolkt land niet alleen om technische en juridische maatregelen, maar ook om oog voor de bredere ecologische gevolgen. De wolf mag niet de oorzaak worden van een "wildgevangenis" die de rest van de natuur buitensluit. Alleen door een collectieve aanpak, waarbij overheden, landbouwers en natuurverenigingen samenwerken aan ontsnippering en innovatieve preventie, kan de ecologische samenhang van ons landschap behouden blijven. De wolf in Nederland en Vlaanderen hoeft geen keuze te zijn tussen vee of biodiversiteit, mits we de werkelijkheid van ons versnipperde landschap onder ogen zien en kiezen voor oplossingen die het gehele ecosysteem dienen.
Literatuur en visie
Van Otterloo, P. De wolf in Nederland – tussen wens en werkelijkheid. (Brave New Books, 2024). Dit boek vormt de kern van de analyse over de maatschappelijke en ecologische spanningen in het Nederlandse cultuurlandschap. Informatie bij Brave New Books
GroenRand. Beleidsvisie over de "wildgevangenis" en ontsnippering in de Lage Landen.
Wetenschappelijke richtlijnen en rapporten
Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). Wolvenplan Vlaanderen. Wetenschappelijke onderbouwing van de technische vereisten (hoogte, voltage) en de effecten van habitatfragmentatie. Wolvenplan Vlaanderen - INBO
Wolf Fencing Team Belgium. Praktijkrichtlijnen voor effectieve wolfwerende rasters en onderhoudsvoorschriften. Wolf Fencing Team Belgium
Vlaams Actieplan Ontsnippering (VAPO). Beleidskader voor de aanleg van ecoducten en het wegwerken van barrières in het landschap. Agentschap Wegen en Verkeer - Ontsnippering
Juridische kaders en Europese projecten
ECER (Expertisecentrum Europees Recht). Uitspraken van het EU-Hof over de beschermingsstatus en de staat van instandhouding (SVI) van de wolf. EU-Hof uitspraak Wolf
Life WolfAlps EU. Internationaal project voor innovatieve preventie, waaronder slimme sensoren en AI-beeldherkenning. Life WolfAlps EU Project
Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). Informatie over subsidies voor preventieve maatregelen en schadetaxatie. Natuur en Bos - Wolf
Beleidsinstanties en Advies
Vlaamse Landmaatschappij (VLM). Onderzoek naar gebiedsgerichte aanpak en landinrichtingsprojecten ter bevordering van ontsnippering. Vlaamse Landmaatschappij
Vogelbescherming Vlaanderen. Standpunten over biodiversiteit en de noodzaak van een verbonden landschap. Vogelbescherming Vlaanderen
Geen opmerkingen:
Een reactie posten