Eigen redactie - foto's: Ingrid Boumans
Op vrijdag 13 februari 2026 presenteerde het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) zijn langverwachte zesjaarlijkse rapportage over de Europees beschermde natuur.
Dit wetenschappelijke document analyseert de toestand van 46 habitattypen en zeventig beschermde soorten, op basis van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn.
Het rapport vormde de directe aanleiding voor een uiterst gedetailleerd debat tijdens de vergadering van de Commissie voor Leefmilieu, Natuur en Ruimtelijke Ordening op dinsdag 10 maart 2026.
Terwijl de Europese Natuurherstelverordening lidstaten dwingt tot actie, blijkt uit de cijfers dat de globale toestand van de Vlaamse natuur er amper op vooruitgaat.
Slechts een kwart van de beschermde soorten verkeert in een gunstige staat, en voor hun leefgebieden is dat maar 4 procent.
De natuur droogt uit door een veranderend klimaat, en kwetsbare heide en vennen krijgen nog altijd te veel stikstof te verwerken.
Het landschap ligt er versnipperd bij, en de achteruitgang baart het meest zorgen buiten de beschermde gebieden en vooral in agrarisch gebied.
Het gaat niet goed met soorten die voorkomen in landbouwgebied, zoals de akker- en weidevogels en de wilde hamster.
Tijdens de bewuste commissievergadering op 10 maart 2026 kreeg Sanne Van Looy (N-VA) het woord om de debatten te openen.
Zij benadrukte dat de staat van instandhouding integraal beoordeeld moet worden op basis van vier onmisbare facetten, zijnde areaal, oppervlakte, kwaliteit en toekomstperspectief.
Het is die samenhang die bepaalt of iets duurzaam kan functioneren in onze regio, en een overlevingskans biedt op lange termijn.
Van Looy polste naar de prioriteiten uit de INBO-aanbevelingen, zoals het creëren van robuuste natuurgebieden en het benutten van koppelkansen.
Zij vroeg ook expliciet naar het Nederlandse concept van basiskwaliteit voor natuur buiten de beschermde zones, dat een minimumniveau aan natuurkwaliteit onderschrijft.
Mieke Schauvliege (Groen) volgde met een vlijmscherpe analyse over de Europese Natuurherstelwet, die in 2024 werd goedgekeurd door de Europese Unie.
Deze wet verplicht lidstaten om tegen 2030 herstelmaatregelen te nemen voor ten minste 30 procent van de habitats in slechte staat.
Tegen september 2026 moeten de lidstaten hun definitieve nationale herstelplannen indienen bij de Europese Commissie, om sancties te vermijden.
Schauvliege hekelde het gebrek aan transparantie en financiering, en wees op het openstaande saldo van 13.000 hectare nieuwe natuur dat nog nodig is.
Zij waarschuwde dat het mikken op een definitief plan in 2027 of 2028 de rechtszekerheid van vergunningen hypothekeert, en inbreukprocedures uitlokt.
Ook vroeg zij of de minister een volledige maatschappelijke kosten-batenanalyse zou laten uitvoeren voor het natuurherstelplan, in uitvoering van de verordening.
Bieke Verlinden (Vooruit) legde de focus op de maatschappelijke relevantie, omdat gezonde natuur bepaalt hoe goed we bestand zijn tegen wateroverlast en droogte.
Zij uitte haar zorgen over de politieke besluitvorming die pas tegen de zomer van 2026 wordt verwacht, met een definitieve indiening in 2027.
Zij vroeg naar een jaarlijks monitoringsysteem om de voortgang richting 2030 effectief te kunnen bewaken, op basis van meetbare resultaten op het terrein.
Andy Pieters (N-VA) bracht een positiever geluid en wees op succesverhalen, zoals de terugkeer van de otter en de fint dankzij het Sigmaplan.
Natuurvereniging GroenRand spreekt dit optimisme echter met klem tegen, op basis van de Europese otterconferentie in Antwerpen op 12 en 13 maart 2026.
Daar bleek dat de otter in Vlaanderen een uiterst kwetsbare randpopulatie blijft van slechts 10 tot 20 individuen in het hele gewest.
Rond 1900 was het dier nog zeer algemeen, maar halverwege de 20ste eeuw volgde een drastische achteruitgang door actieve vervolging en premies.
De genadeslag volgde in de jaren 1980 en 1990 door habitatverlies en zware waterpollutie, waardoor de soort nagenoeg uitgestorven werd beschouwd.
Sinds het begin van deze eeuw zien we een kentering, maar het herstel verloopt tergend moeizaam ondanks waarnemingen in Limburg en Oost-Vlaanderen.
Terwijl Nederland inmiddels 500 otters telt, slaagt de soort er in Vlaanderen niet in om zich duurzaam voort te planten door barrières.
Het eenogige vrouwtje Mevrouw Eenoog leeft bijvoorbeeld al sinds 2019 alleen in de regio Durme-Donk, zonder partner te vinden voor haar kroost.
Zij legt enorme trajecten tot 54 kilometer af, maar blijft de enige in haar gebied, wat de kwetsbaarheid van de populatie pijnlijk benadrukt.
Bovendien toont onderzoek aan dat onze vissen verzadigd zijn met chemische stoffen, zoals PCB’s en PFAS, wat de vruchtbaarheid aantast.
Ook zorgt de verkeersdruk voor veel road kill, waarbij jaarlijks naar schatting 10 tot 25 procent van de populatie sneuvelt op de wegen.
GroenRand waarschuwt dat de soort zonder ingrijpen de genetische val niet zal overleven, door inteelt en een gebrek aan genetische variatie.
Minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&v) reageerde in de commissie uitgebreid op deze kritische geluiden en cijfers.
Hij gaf toe dat de staat van veertig habitats de tevredenheid tempert, maar wees op het strenge ‘one out, all out’-principe voor de status.
De minister deelde cijfers, zoals de 7.131 hectare die sinds de zomer van 2024 onder natuurbeheer is gebracht via 121 goedgekeurde plannen.
In 2024 werd 710 hectare aangekocht in functie van de erkenning als natuurreservaat, en in 2025 kwam daar nog eens 532 hectare bij.
De projectsubsidies natuur ondersteunen in 2024 herstel op 563 hectare, en voor 2025 gaat het om 712 hectare aan concrete acties.
Voor de stikstofsanering in de periode 2025-2030 is een provisioneel budget van 747 miljoen euro vastgelegd in de Vlaamse begroting.
Hiervan is 118 miljoen euro gepland in 2026 en 153 miljoen euro in 2027, om de overmaat aan stikstof op het landschap aan te pakken.
De minister onthulde tevens dat het ANB werkt aan beeldherkenning op luchtbeelden om illegale rooiingen van houtkanten automatisch te detecteren.
Mien Van Olmen (cd&v) vroeg een stand van zaken over de 3,6 miljard euro die de Vlaamse Regering eerder reserveerde voor stikstofsanering.
Lydia Peeters vroeg de garantie dat er geen extra beschermde zones buiten de huidige gebieden zouden worden gecreëerd door het herstelplan.
GroenRand uit grote bezorgdheid over de financiële onzekerheid na 2027, omdat het programma VAPEO zwaar leunt op tijdelijk relancegeld.
Zonder geoormerkt geld voor ontsnippering zullen cruciale faunapassages onder gewestwegen vertraging oplopen in de komende jaren.
Slechts twee dagen na dit debat volgde op donderdag 12 maart 2026 de praktijk op het woord door toedoen van de bevoegde minister.
Vlaams minister van Plattelandsbeleid Hilde Crevits (cd&v) gaf het officiële startschot voor de vierde subsidieronde van de VLM.
Deze ronde stelt 640.000 euro beschikbaar voor de aanplant en het herstel van houtkanten, met subsidies tot 70 procent van het bedrag.
De minister plantte zelf 36 bomen en 310 meter heg aan, om het belang van houtkanten als bloedvaten van ons landschap te onderstrepen.
Houtkanten bevorderen immers de biodiversiteit door onderdak te bieden aan vogels en kleine zoogdieren, onder de paraplu van de otter.
Natuurvereniging GroenRand roept de lokale besturen uit haar werkingsgebied op om massaal op deze oproep van de VLM in te gaan.
Het gaat om de gemeenten Brasschaat, Brecht, Essen, Kalmthout, Kapellen, Malle, Ranst, Schilde, Schoten, Stabroek, Wuustwezel, en Zoersel.
Als erkenning voor geleverd pionierswerk schenkt GroenRand de Groene Duim 2026 aan de gemeente Malle voor hun visie op lange termijn.
Zij richten zich specifiek tot milieuschepen Wouter Patho en cartoonist Gier, die de publieke betrokkenheid bij natuur versterkt door zijn kunst.
Malle realiseerde al 1,6 kilometer hagen en streeft naar maar liefst acht kilometer nieuwe houtkanten en 16.000 extra bomen tegen 2030.
Malle wil een CO2-reductie van 40 procent halen en focust op het herstel van het authentieke Kempische landschap met inwoners.
Om deze expertise te delen nodigt Malle iedereen uit op de lezing Sporen van vroeger, kansen voor morgen door Domien Van Dijck.
Deze vindt plaats op woensdagavond 1 april om 19.30 uur in het Koetshuis van Domein De Renesse voor alle geïnteresseerden in de regio.
Dit project met de naam Bijtandje-houtkantje vormt zo de definitieve brug tussen het Brusselse beleid en de noodzakelijke natuurverbinding in de regio.
Inschrijven voor de lezing is verplicht.
Schrijf je hier in voor de lezing.