De geschiedenis van de Antwerpse Antitankgracht is een fascinerend epos over transformatie, waarbij een militair litteken van beton tachtig jaar later is uitgegroeid tot de belangrijkste 'natuursnelweg' van de regio.
Dit 33 kilometer lange lint, dat zich slingert van de Schelde in Berendrecht tot aan het Albertkanaal in Oelegem, vond zijn oorsprong tussen 1937 en 1939. Met het oog op de dreigende Duitse expansie besloot de militaire legerleiding tot de aanleg van een kunstmatige waterhindernis om een omsingeling van de stad te voorkomen.
Het ontwerp was technisch meedogenloos: de diepte en steile wanden moesten tanks dwingen zich klem te rijden of volledig onder water te verdwijnen.
Hoewel de gracht tijdens de Achttiendaagse Veldtocht in mei 1940 een vertragende rol speelde, verloor ze na de capitulatie snel haar militaire relevantie.
In de naoorlogse decennia raakte het bouwwerk in verval.
Bunkers werden dichtgemetseld en de waterloop slibde op diverse plaatsen dicht, overgeleverd aan de grillen van versnipperde bebouwing en opslibbing.
De grote ommekeer kwam voort uit decennia van verbeten burgerlijk verzet tegen grootschalige infrastructuurprojecten.
Een eerste existentiële overlevingsstrijd vond plaats in de jaren ’70 tegen het destructieve Duwvaartkanaal, dat de gracht volledig zou hebben opgeslokt.
De vereniging Red de Voorkempen, journalist Paul Staes en Pater Luc Versteylen vormden hierbij de frontlinie.
Paul Staes gebruikte zijn journalistieke platform om de publieke opinie te mobiliseren, wat leidde tot de oprichting van de Groene Fietsers.
In deze periode leverde de GEP (Gezondheids- en Leefmilieuwerkgroep Brasschaat) de eerste cruciale wetenschappelijke onderbouw over de verstoring van de waterhuishouding.
Het protest culmineerde in 1978 in de iconische Triesteling, waarbij duizenden betogers in Antwerpen en Brussel menselijke kettingen vormden en de regering dwongen het kanaalproject definitief te staken.
Een tweede overlevingsstrijd barstte los rond de eeuwwisseling (1999-2003) door de plannen voor de Tweede Spoorontsluiting.
In deze periode nam Dirk Weyler, als bestuurslid van Red de Voorkempen en trekker van de verzamelde lokale jeugdbewegingen (JNM, scouts, gidsen en chiro), de leiding.
Hij verenigde de jongeren voor de grootschalige "Rommel-op-depot"-acties, waarbij de bossen symbolisch werden "opgerommeld".
Het boegbeeld van dit verzet was het "Rommel-op-depot-mannetje": een figuur met een pot op zijn hoofd als symbool van het oprommelen van de bossen, en een lange neus omdat hij "heel hard moest snuiven" om in de vervuilde omgeving nog propere boslucht te vinden.
Samen met de Zwarte Madam — een rouwende pop die de dood van de Voorkempen verbeeldde — trok een massale delegatie van duizenden jongeren naar gouverneur Camille Paulus om de onmiddellijke bescherming van de gracht af te dwingen. Deze gezamenlijke druk bekrachtigde de juridische status van de gracht, die reeds op 30 december 1993 als beschermd landschap was verankerd.
Sinds de erkenning is de gracht de spil van een ambitieuze visie, gestuurd door het Projectplan Antitankgracht 2026-2031 van het Regionaal Landschap de Voorkempen.
Een drijvende kracht en waakhond achter deze versnelling is milieuvereniging GroenRand (opgericht in 2016), die ook de "Groene Duim" als symbool voor moedig natuurbeheer introduceerde. Gezamenlijk hebben zij gedetailleerde projectfiches ingediend die officieel zijn verankerd in de zogenaamde Klimaatgordel. Dit netwerk fungeert als buffer tegen klimaatverandering binnen het dossier De Nieuwe Rand, waarbij natuurontwikkeling de leidende factor moet zijn. De verbindingskracht van de gracht is hierbij de hoeksteen; zij dwarst en verbindt oost-west georiënteerde beekvalleien zoals de Kaartse Beek, de Laarse Beek, de Kleine Schijn, de Zwanebeek en de Grote Schijn.
In de valleien van de Kleine Schijn en de Zwanebeek wordt de natuurlijke sponswerking hersteld, terwijl de gracht een 'parelsnoer' van natuurgebieden aaneensmeedt: van het Reigersbos via het Fort van Ertbrand, het Mastenbos, het Ertbrandbos, de Wolvenberg, de Uitlegger, De Inslag, park De Mik, domein La Garenne en het Vrieselhof tot aan het Fort van Oelegem. De gracht dient tevens als 'donkere corridor' voor zeldzame vleermuizen zoals de mopsvleermuis.
Binnen deze Klimaatgordel streeft men naar noodzakelijke investeringen om de gracht te herstellen als vitale blauwgroene verbinding voor de otter en vleermuizen.
De integrale ontsnippering omvat zowel de zes grote gewestwegen (N111, N11, N122, N1, N115 en N12) als talrijke kruisende gemeentewegen. Concreet voorzien de projectfiches in de aanleg van ecotunnels en geleiding bij de Abtsdreef (Stabroek), de Kalmthoutsesteenweg (Kapellen), de St-Jobsesteenweg (Schilde) en de Zandhovensesteenweg (Ranst). Daarnaast komen er ecopassages bij de Heidestraat-Noord (Kapellen) en de Ploegsebaan (Brasschaat). Op strategische knelpunten worden (grote) ecoduikers ingezet. Ook ingrijpende wegaanpassingen zijn gepland: de Oude Baan in Schilde wordt definitief geknipt en in de zone Schildestrand wordt de overwelving afgebroken om de gracht weer open te leggen. Deze passages worden ecologisch ondersteund door de aanplant van houtwallen, houtkanten en hagen op locaties zoals de Danckerseweg, de Plantinlaan en het Werverbos. Een strategisch hoogtepunt blijft de beoogde verbinding tussen het Groot en Klein Schietveld via twee grote ecoducten, waardoor samen met het Grenspark Kalmthoutse Heide een ononderbroken natuurmassief ontstaat. De realisatie van deze visie hangt echter aan een zijden draad. De spil in dit verhaal is het VAPEO (Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering), maar voor de cruciale periode 2026-2031 is er momenteel geen budget voorzien. Hoewel minister Jo Brouns de principes van de Klimaatgordel officieel ondersteunt, wijst GroenRand op een budgettair vacuüm; er zijn geen nieuwe kredieten vrijgemaakt in de huidige meerjarenplanning, wat de uitvoering vanaf 2027 hoogst onzeker maakt. Tachtig jaar na de eerste spadesteek dient de geschiedenis van het beton eindelijk de toekomst van de biodiversiteit. De Antitankgracht is een onmisbare levensader voor een klimaatrobuuste regio, mits de politieke wil wordt gedragen door voldoende financiële middelen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten