Boeren als bouwmeesters van de natuur: recordgroei voor biodiversiteit op het Vlaamse platteland
Het Vlaamse landschap ondergaat een stille maar fundamentele transformatie. Waar landbouw en natuurbeheer in het verleden vaak als tegenpolen werden beschouwd, laten de meest recente cijfers van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) een heel ander beeld zien.
In 2026 hebben maar liefst 2.822 landbouwers besloten om hun bedrijfsvoering actief te verweven met natuurzorg.
Dit recordaantal vertaalt zich in een indrukwekkende oppervlakte van 7.114 hectare aan biodiversiteitsmaatregelen, wat een stijging betekent van maar liefst 20 procent in areaal op slechts één jaar tijd.
De bereidheid van de Vlaamse boer om de rol van landschapsbeheerder op zich te nemen, is hiermee groter dan ooit tevoren.
In 2026 hebben maar liefst 2.822 landbouwers besloten om hun bedrijfsvoering actief te verweven met natuurzorg.
Dit recordaantal vertaalt zich in een indrukwekkende oppervlakte van 7.114 hectare aan biodiversiteitsmaatregelen, wat een stijging betekent van maar liefst 20 procent in areaal op slechts één jaar tijd.
De bereidheid van de Vlaamse boer om de rol van landschapsbeheerder op zich te nemen, is hiermee groter dan ooit tevoren.
De populariteit van deze zogenaamde beheerovereenkomsten is niet louter een kwestie van idealisme.
Er ligt een nuchtere, economische logica aan ten grondslag.
De landbouwsector staat onder enorme druk door fluctuerende marktprijzen en strenge klimaatdoelen.
In dit onzekere klimaat bieden de contracten van de VLM een baken van stabiliteit.
Met een gemiddelde vergoeding van ongeveer 2.000 euro per hectare — een bedrag dat kan variëren afhankelijk van de complexiteit van het beheer — bieden deze overeenkomsten een gegarandeerde inkomst gedurende een looptijd van vijf jaar.
Zeker nu de prijzen van traditionele landbouwproducten onder druk staan, vormen deze vergoedingen voor veel landbouwers een cruciale aanvulling op het gezinsinkomen.
Het transformeren van een minder productieve strook grond of een perceelsrand in een natuurrijke zone levert zo niet alleen ecologische winst op, maar ook een harde financiële meerwaarde.
De groei in 2026 manifesteert zich over de volledige breedte van de natuurmaatregelen.
Volgens de gedetailleerde cijfers van de VLM kende elk type beheerovereenkomst een duidelijke toename.
De overeenkomsten voor soortenbescherming, waarbij boeren hun land inrichten voor kwetsbare dieren zoals de akkervogel, de hamster of de grauwe gors, groeiden met 14 procent tot 2.915 hectare.
Maatregelen voor 'bufferen en verbinden' namen toe met 20 procent tot een totaal van 2.467 hectare.
Deze zones zijn essentieel om waterlopen te beschermen tegen de afspoeling van meststoffen en fungeren tegelijkertijd als natuurlijke corridor voor wilde dieren.
De grootste stijger was echter het botanisch beheer, dat met 29 procent toenam tot 1.715 hectare.
Hierbij ligt de focus op het herstel van kruidenrijke graslanden, die onmisbaar zijn voor de instandhouding van onze bestuivers zoals wilde bijen en vlinders.
Niet alleen de oppervlakte groeide, ook de zogenaamde kleine landschapselementen (KLE) maken een indrukwekkende comeback op de Vlaamse akkers.
Het aantal knotbomen onder beheerovereenkomst steeg in één jaar tijd van 14.000 naar bijna 20.000 exemplaren.
Bovendien beheert de Vlaamse landbouwer inmiddels 433 kilometer aan hagen en 95 kilometer aan heggen.
Deze elementen geven het landschap niet alleen zijn historische karakter terug, maar bieden ook een nestplaats aan talloze vogels en insecten.
De VLM spreekt dan ook van een kantelpunt en stelt dat de positieve evolutie zichtbaar is in alle Vlaamse provincies, waarbij vooral Limburg en Oost-Vlaanderen uitblinken door een zeer uitgesproken stijging in zowel het aantal deelnemende landbouwers als het beheerde areaal.
Ondanks deze euforische cijfers blijft er echter werk aan de winkel, met name in de provincie Antwerpen.
De vereniging GroenRand, een invloedrijke stem in het natuurdebat, stelt dat deze regio haar volledige potentieel nog lang niet benut.
Om de lokale biodiversiteit een noodzakelijke boost te geven, lanceerden zij de campagne 'Bijtandje Houtkantje'. GroenRand wijst erop dat we historisch gezien een enorme rijkdom aan houtkanten zijn kwijtgeraakt.
Volgens de gedetailleerde cijfers van de VLM kende elk type beheerovereenkomst een duidelijke toename.
De overeenkomsten voor soortenbescherming, waarbij boeren hun land inrichten voor kwetsbare dieren zoals de akkervogel, de hamster of de grauwe gors, groeiden met 14 procent tot 2.915 hectare.
Maatregelen voor 'bufferen en verbinden' namen toe met 20 procent tot een totaal van 2.467 hectare.
Deze zones zijn essentieel om waterlopen te beschermen tegen de afspoeling van meststoffen en fungeren tegelijkertijd als natuurlijke corridor voor wilde dieren.
De grootste stijger was echter het botanisch beheer, dat met 29 procent toenam tot 1.715 hectare.
Hierbij ligt de focus op het herstel van kruidenrijke graslanden, die onmisbaar zijn voor de instandhouding van onze bestuivers zoals wilde bijen en vlinders.
Niet alleen de oppervlakte groeide, ook de zogenaamde kleine landschapselementen (KLE) maken een indrukwekkende comeback op de Vlaamse akkers.
Het aantal knotbomen onder beheerovereenkomst steeg in één jaar tijd van 14.000 naar bijna 20.000 exemplaren.
Bovendien beheert de Vlaamse landbouwer inmiddels 433 kilometer aan hagen en 95 kilometer aan heggen.
Deze elementen geven het landschap niet alleen zijn historische karakter terug, maar bieden ook een nestplaats aan talloze vogels en insecten.
De VLM spreekt dan ook van een kantelpunt en stelt dat de positieve evolutie zichtbaar is in alle Vlaamse provincies, waarbij vooral Limburg en Oost-Vlaanderen uitblinken door een zeer uitgesproken stijging in zowel het aantal deelnemende landbouwers als het beheerde areaal.
Ondanks deze euforische cijfers blijft er echter werk aan de winkel, met name in de provincie Antwerpen.
De vereniging GroenRand, een invloedrijke stem in het natuurdebat, stelt dat deze regio haar volledige potentieel nog lang niet benut.
Om de lokale biodiversiteit een noodzakelijke boost te geven, lanceerden zij de campagne 'Bijtandje Houtkantje'. GroenRand wijst erop dat we historisch gezien een enorme rijkdom aan houtkanten zijn kwijtgeraakt.
Vroeger lag er in Vlaanderen een netwerk van struwelen dat driemaal de omtrek van de aarde besloeg.
In de Antwerpse Voorkempen is dit netwerk versnipperd geraakt tot een lappendeken van geïsoleerde 'natuureilandjes'.
De actie 'Bijtandje Houtkantje' wil boeren en lokale besturen motiveren om deze groene linten weer in ere te herstellen.
In de Antwerpse Voorkempen is dit netwerk versnipperd geraakt tot een lappendeken van geïsoleerde 'natuureilandjes'.
De actie 'Bijtandje Houtkantje' wil boeren en lokale besturen motiveren om deze groene linten weer in ere te herstellen.
Een absoluut schoolvoorbeeld van deze aanpak is te vinden in de gemeente Malle, die door GroenRand expliciet als toonbeeld van geslaagde aanplantingen wordt genoemd.
Een recente actie in Malle leverde maar liefst 1,6 kilometer aan nieuwe hagen, heggen en houtkanten op.
Dit project laat zien hoe lokale samenwerking leidt tot een aaneengesloten netwerk dat versnipperde natuurgebieden weer met elkaar verbindt.
Een recente actie in Malle leverde maar liefst 1,6 kilometer aan nieuwe hagen, heggen en houtkanten op.
Dit project laat zien hoe lokale samenwerking leidt tot een aaneengesloten netwerk dat versnipperde natuurgebieden weer met elkaar verbindt.
Voor de toekomst heeft Malle ambitieuze plannen vastgelegd in het Meerjarenplan 2026-2031 en het bijbehorende bestuursakkoord.
De focus ligt op het verder versterken van het "land van landbouw en natuur" door onder andere deelname aan behaagacties en de aanplant van honderden extra bomen op strategische locaties.
Voor de landbouwer is de meerwaarde van zo’n houtkant enorm: het fungeert als een natuurlijke windbreker, wat bodemerosie voorkomt en een gunstig microklimaat creëert voor de gewassen op de akker.De focus ligt op het verder versterken van het "land van landbouw en natuur" door onder andere deelname aan behaagacties en de aanplant van honderden extra bomen op strategische locaties.
Tegelijkertijd dienen deze houtkanten als veilige migratieroutes voor kleine zoogdieren en zelfs de otter, die zich langs waterlopen verplaatst.
Het succes van deze overeenkomsten bewijst dat de landbouwsector niet langer de tegenstander, maar de bondgenoot van de natuur is geworden.
De synergie tussen een zeker inkomen voor de landbouwer en een veerkrachtiger landschap voor de maatschappij is een win-winformule.
Terwijl de VLM optimistisch vooruitblikt naar de toekomst, blijft de oproep van organisaties als GroenRand essentieel om ook de laatste witte vlekken op de kaart groen in te kleuren.
Het platteland van 2026 is een plek waar voedselproductie, klimaatadaptatie en biodiversiteit hand in hand gaan, met de landbouwer als de trotse regisseur van een levend landschap.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten