Dirk Draulans’ Beestenboel: de schattige kuikens van de dodaars zijn opdringerige profiteurs
Knack
Dodaarzen zijn onze kleinste futen. Ze danken hun naam aan hun wat plompe voorkomen, met een flinke 'dot veren op de aars'. Hoewel het duikende watervogels zijn, zien ze er niet echt gestroomlijnd uit. Het lijkt hun succes niet te hinderen: de diertjes zwemmen uitstekend. Hun poten staan ver achter aan hun lichaam, als motortje en roer, waardoor ze aan land onbeholpen zijn. Je zult dodaarzen…
Dodaarzen zijn onze kleinste futen. Ze danken hun naam aan hun wat plompe voorkomen, met een flinke 'dot veren op de aars'. Hoewel het duikende watervogels zijn, zien ze er niet echt gestroomlijnd uit. Het lijkt hun succes niet te hinderen: de diertjes zwemmen uitstekend. Hun poten staan ver achter aan hun lichaam, als motortje en roer, waardoor ze aan land onbeholpen zijn. Je zult dodaarzen nooit niet op water zien.
Zelfs op hun nest kruipen is een heuse inspanning. Het nest is een platformpje van plantenresten, dat verankerd is aan watervegetatie om te vermijden dat het wegdrijft. Dodaarzen zijn territoriaal in het broedseizoen, dus een over het water reizend nest is geen optie. Ongeveer de helft van de nestelpogingen mislukt. Het grootste gevaar is het onderlopen van een nest als gevolg van een plotse stijging van de waterspiegel. Het omgekeerde – het deels droogvallen van een nestsite door waterverlies – overleven nesten makkelijker.
Mannetje en vrouwtje van de dodaars zien er identiek uit. Ze springen niet in het oog door uitbundige kleuren, maar in het broedseizoen hebben ze een opvallende roodrossige vlek op wangen en hals. Aan de basis van de snavel hebben ze een nog opvallender witgele vlek – buiten het broedseizoen valt die wel minder op. Het is niet duidelijk of ze ergens nuttig voor is. Het zou kunnen dat ze een signaalfunctie heeft, vooral onderwater, tussen mannetjes en vrouwtjes. De vogels merken elkaar dan op, maar de vlek geeft geen vogelsilhouet prijs, wat de kans op predatie beperkt.
Dodaarzen behoren tot de winnaars van de klimaatopwarming.
Een dodaarskoppel kan twee keer per jaar een viertal jongen grootbrengen. Ze zijn flexibel genoeg om het broeden uit te stellen als de waterstand aanvankelijk te hoog is voor nestbouw. Zo kunnen er soms in de herfst nog jongen ronddobberen.
De jongen zijn gestreepte verenbolletjes, die bijna onmiddellijk nadat ze uit hun ei zijn geslopen al kunnen zwemmen. Ze gebruiken geregeld een ouderlijke rug als rustplek en drijven dan met vader of moeder mee. De eerste weken worden ze gevoed, waarbij ze hun ouders soms vrij agressief belagen als hij of zij een prooitje bij zich heeft. Dodaarskuikens confronteren de kindvriendelijke vogelkijker keihard met het feit dat kinderen profiteurs kunnen zijn. De ouders ondergaan het gelaten.
Dodaarsjes leven van waterdiertjes die ze onder water vangen, tijdens duiken van maximaal een minuut lang en twee meter diep. Ze jagen op zicht, dus hebben ze min of meer helder water nodig. Hoe hun populatie recent evolueert, is niet duidelijk, want ze vallen niet erg op. Tijdens het broedseizoen is hun hinnikende baltsroep vaak het beste bewijs van hun aanwezigheid.
Het is wel duidelijk dat ze in de loop van de twintigste eeuw profiteerden van minder jacht en watervervuiling. Natuurherstel creëerde nieuwe broedbiotopen. Ook de afname van het aantal zware winters zal hun bestand in de hand hebben gewerkt. Dodaarzen kunnen zich wel verplaatsen naar grotere wateren als kleine dichtvriezen, maar wegtrekken naar warmere oorden doen ze niet. Ze behoren dus ongetwijfeld tot de winnaars van de klimaatopwarming.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten