Amfibiekenner Bart Hellemans, voorzitter van de amfibieënwerkgroep Hyla (Natuurpunt Voorkempen), geeft op zaterdag 21 februari 2026 van 10.00 tot 11.30 uur een uitgebreide lezing in de bibliotheek van Zoersel. Tijdens deze sessie van het project KennisMakers deelt hij zijn diepgaande expertise over een van de meest fascinerende natuurverschijnselen in onze regio: de amfibieëntrek. Amfibieën, waartoe kikkers, padden en salamanders behoren, leiden een uniek dubbelleven tussen land en water. Als poikilotherme of koudbloedige dieren is hun lichaamstemperatuur en activiteitsniveau volledig afhankelijk van de omgeving. Om de koude wintermaanden te overbruggen, gaan zij in hibernatie of winterslaap. Ze zoeken hiervoor vorstvrije plekken op, zoals diepe holtes onder de grond, gaten tussen boomwortels, dikke strooisellagen in het bos of zelfs de modder op de bodem van poelen. Tijdens deze fase vertraagt hun hartslag en stofwisseling tot een absoluut minimum, waardoor ze maandenlang zonder voedsel kunnen overleven terwijl hun lichaamsfuncties op een waakvlam branden.
Zodra de winterprik voorbij is en de thermometer in het voorjaar minimaal 7°C aangeeft, ontwaken de dieren uit hun ruststand. De ideale omstandigheden voor de trek zijn milde, regenachtige avonden met een hoge luchtvochtigheid (bij voorkeur motregen), wat essentieel is om hun waterdoorlaatbare huid soepel te houden en uitdroging te voorkomen.
De jaarlijkse cyclus van deze dieren kent vier cruciale trekperiodes. De voorjaarstrek naar de voortplantingswateren is de meest bekende en start voor salamanders vaak al eind januari. Padden en kikkers volgen massaal vanaf eind februari tot april, met een piek in maart. De mannetjes vertrekken meestal eerst en proberen onderweg al een vrouwtje te verschalken, waarbij ze zich met hun krachtige voorpoten vastklemmen in de paargreep, ook wel de amplexus genoemd.
De gewone pad is hierbij de meest opvallende trekker; terwijl kikkers vaak binnen enkele honderden meters van hun poel blijven, legt de pad afstanden tot wel 1,5 km af in een kaarsrechte lijn, waarbij ze zich op mysterieuze wijze oriënteren op hun eigen geboortepoel.
Na de aankomst in het water volgt de voortplanting. Kikkers leggen hun eieren in grote klompen of bolvormige dril die aan de oppervlakte drijft, terwijl padden lange, doorzichtige snoeren van soms wel meters lang rond waterplanten wikkelen.
Salamanders zijn nog discreter; zij vouwen hun eitjes één voor één zorgvuldig tussen de blaadjes van waterplanten. Zodra de voortplanting is voltooid, volgt de trek van de volwassen dieren naar het zomerbiotoop. Deze fase verloopt veel geleidelijker: vrouwtjes verlaten het water vaak direct na de eiafzetting, terwijl mannetjes en salamanders soms tot ver in de lente blijven hangen. Tussen juni en september volgt een derde piek: de trek van de jonge dieren. Wanneer duizenden gemetamorfoseerde padjes van amper 1 à 2 cm tegelijk het water verlaten, spreekt men van een "paddenregen". De cyclus wordt voltooid met de najaarstrek naar de overwinteringsgebieden, die vooral bij salamanders zeer massaal kan zijn na de eerste regenbuien na een lange, droge periode.
Omdat onze regio dichtbevolkt is, vormt deze trektocht een hachelijke onderneming. De routes doorkruisen vaak drukke wegen en de piek van de trek na zonsondergang valt helaas vaak samen met de avondspits. Naast het verkeer vormen ook stedelijke elementen zoals rioolputten en hoge stoepranden dodelijke valkuilen waar de dieren niet meer uitgeraken. De noodzaak voor menselijke hulp blijkt uit de cijfers: vorige lente werden in Zoersel maar liefst 2.152 beestjes gered, waaronder 1.441 padden, 403 kikkers en 308 salamanders. Vrijwilligers zijn elke avond actief met emmers en schermen op kritieke locaties zoals de Zandstraat, Zoerselbosdreef, Kruisbaan, Kluisbaan en de Einhovensebaan, waar tijdelijk een zone 30 geldt om de dieren te beschermen. Tijdens deze acties kunnen verschillende soorten worden herkend. De gewone pad heeft een wrattige huid en koperkleurige ogen, de bruine kikker draagt een donkere maskervlek achter de ogen, en de alpenwatersalamander valt op door zijn feloranje, ongevlekte buik. De zeldzame kamsalamander is de grootste en heeft een donkere, korrelige huid met witte puntjes op de flanken.
Voor een veilige overzet is de juiste techniek van levensbelang. Omdat amfibieën door hun huid ademen, moeten vrijwilligers werken met vochtige, propere handen zonder zeep, parfum of handgel.
Kikkers en padden moeten voorzichtig rond het middel worden vastgepakt en in een emmer met wat vochtig gras of een laagje water worden geplaatst. Het is belangrijk niet te veel dieren in één emmer te steken om verstikking onderaan de stapel te voorkomen. Salamanders zijn extreem kwetsbaar en mogen enkel bij de romp worden opgetild, nooit bij de staart, omdat deze kan afbreken. Eenmaal aan de veilige overkant moeten de dieren rustig worden vrijgelaten in de richting van hun trekroute. Wie zelf wil bijdragen aan het behoud van deze nuttige dieren, kan zich aanmelden via de website van Natuurpunt of direct contact opnemen met Bart Hellemans op 0473 29 21 63.
De lezing in de bib is gratis, maar vooraf registreren via de online agenda van de bibliotheek is verplicht voor iedereen die meer wil leren over de complexe biologie en de noodzaak van structurele oplossingen zoals amfibieëntunnels om deze kwetsbare populaties voor de toekomst te bewaren.
In het kader van de amfibieëntrek legt natuurvereniging GroenRand de vinger op de zere wond: de verregaande versnippering van ons landschap. Voor GroenRand is de jaarlijkse paddentrek veel meer dan een sympathieke reddingsactie; het is een symptoom van een groter probleem waarbij natuurlijke leefgebieden door wegen en bebouwing volledig van elkaar geïsoleerd zijn geraakt. De vereniging stelt dat handmatige overzetacties met emmers weliswaar levensreddend zijn op korte termijn, maar dat we dringend moeten evolueren naar structurele ontsnippering. Foto's: Fabienne Renders
Geen opmerkingen:
Een reactie posten