GroenRand en de Race tegen de Klok: De Vlaamse Otter als Bindende Inzet op de Europese Otterconferentie 2026
Op 12 en 13 maart 2026 verzamelen internationale experts, topwetenschappers en beleidsmakers zich in het Provinciehuis van Antwerpen voor de Europese Otterconferentie.
Dit congres is niet zomaar een academische bijeenkomst.
Het is het brandpunt van een dwingende vraag: slaagt Vlaanderen erin om de otter van een zeldzame gast weer in een blijvende bewoner te transformeren?
Voor de inwoners van de Voorkempen en de vereniging GroenRand is dit geen abstracte discussie, maar een strijd die zich dagelijks afspeelt langs de oevers van de Antitankgracht.
De geschiedenis van de Europese otter (Lutra lutra) in Vlaanderen is een tragische kroniek van een koning die van zijn troon werd gestoten.
Tot diep in de 19e eeuw was de otter alomtegenwoordig in vrijwel alle Vlaamse rivierbekkens.
Hij werd destijds echter niet gezien als een icoon van natuurpracht, maar als een schadelijk roofdier dat de visbestanden plunderde.
De overheid loofde zelfs officiële premies uit voor elke gedode otter, een beleid dat leidde tot een systematische en door de staat gesteunde vervolging die de populatie decimeerde nog voor de moderne industriële dreigingen de kop opstaken.
In de 20e eeuw kreeg de otter de genadeslag door habitatvernietiging op ongekende schaal: rivieren werden rechtgetrokken voor de scheepvaart, oevers gebetonneerd en uitgestrekte wetlands drooggelegd voor landbouw en bewoning.
De finale nekslag viel in de jaren '60 en '70 door extreme watervervuiling.
Zware metalen en pesticiden vernietigden de visstand en vergiftigden de laatste dieren.
In de jaren '80 werd de soort in Vlaanderen officieel als uitgestorven beschouwd.
De huidige, uiterst voorzichtige terugkeer is dan ook een historisch eerherstel in een vijandig landschap van beton en onzichtbaar gif.
Alarmerend rapport
Vandaag de dag tonen data uit een alarmerend rapport van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), gepubliceerd op 19 juni 2025, aan dat de leefomstandigheden voor de otter in België nog steeds als "zeer ongunstig" worden geclassificeerd volgens de Europese Habitatrichtlijn.
De cijfers laten aan duidelijkheid niets te wensen over: in heel Vlaanderen leven er momenteel naar schatting slechts minimum 5 tot maximum 15 individuen.
Geen geslaagde voortplanting
Misschien wel de meest zorgwekkende vaststelling uit het rapport is dat er geen recente bewijzen zijn van geslaagde voortplanting op Vlaamse bodem.
Wetenschappers baseren deze harde conclusie op drie onweerlegbare methodieken.
Ten eerste is er de revolutionaire eDNA-monitoring (environmental DNA).
Hierbij filteren wetenschappers watermonsters om microscopische genetische fragmenten – zoals huidschilfers of urine – op te vangen. Via een complexe qPCR-analyse in het laboratorium wordt gezocht naar specifieke genetische merkers.
Hoewel deze techniek de aanwezigheid van otters bevestigt, ontbreekt de genetische diversiteit die onvermijdelijk gepaard gaat met een groeiende populatie met jongen, wat bevestigt dat de populatie momenteel enkel overleeft door solitaire migranten uit Nederland of Wallonië.
Ten tweede leggen wildcamera's op locaties zoals de Sint-Onolfspolder uitsluitend solitaire volwassenen vast.
Moeders met pups blijven volledig uit het zicht.
Ten slotte toont genetische spraint-analyse aan dat er geen nieuwe DNA-profielen opduiken die wijzen op lokaal geboren nakomelingen.
De otter fungeert hierbij als een cruciale paraplusoort en een graadmeter voor gezond water.
Zijn onvermogen om een fokpopulatie te vormen onthult een dieper liggend probleem: de onzichtbare chemische waterkwaliteit. Hoewel rivieren visueel schoner zijn dan in de jaren '70, hopen toxische stoffen als PCB’s en PFAS zich op in de visstand.
De wetenschappelijke drempelwaarden voor een gezonde voortplanting zijn streng.
Zodra concentraties van PCB's in het visweefsel de grens van 50 ng/g lipide overschrijden, daalt de fertiliteit van otters drastisch. Vooral vissoorten als de vetrijke paling, de blankvoorn en de baars slaan deze stoffen op.
Omdat de otter aan de top van de voedselketen staat en dagelijks tot 25% van zijn lichaamsgewicht aan vis eet, krijgt hij een geconcentreerde dosis toxines binnen die de hormoonhuishouding van vrouwtjes verstoort, waardoor een succesvolle dracht uitblijft.
In onze regio: het belang van de Antitankgracht
In de Voorkempen is de Antitankgracht (ATG) de absolute sleutel tot herstel.
Deze 33 kilometer lange watergordel verbindt de Scheldevallei met de Kempen en fungeert als een strategische 'ecologische snelweg' die een veilig netwerk van honderden kilometers aan waterwegen ontsluit.
Hier komt de cruciale samenwerking tussen de lokale partners naar voren.
De vrijwilligers van Natuurpunt Brasschaat hebben met monnikenwerk alle fysieke knelpunten op het terrein in kaart gebracht.
Dankzij hun inventarisatie weten we nu exact waar de "moordenaars" zich bevinden: het zijn niet de beken zelf — zoals de Zwanenbeek, de Laarse Beek, de Kaartse Beek en de Grote en Kleine Schijn — maar de gewestwegen en lokale wegen die de Antitankgracht doorsnijden.
Wanneer een otter de gracht volgt en stuit op een brug of duiker zonder droge oever, weigert hij ondergronds te zwemmen.
Het dier klimt de oever op, met fatale gevolgen: naar schatting 90% van de ottersterfte in Vlaanderen is het gevolg van het verkeer.
Om de waterkwaliteit van de ATG te redden, is het technisch meanderen (kronkelen) van deze kruisende beken noodzakelijk.
Door de loop van de Schijn of de Laarse Beek kunstmatig te verlengen via 'rem-meanders' en de oevers af te schuinen tot moerassige zones, wordt de stroomsnelheid verlaagd.
Dit proces van fytoremediatie laat PFAS-vervuilde sedimenten bezinken in natuurlijke rietlanden voordat ze de ATG bereiken.
Bovendien creëert dit de broodnodige 'kraamkamers' voor de visstand, wat de menukaart van de otter verrijkt.
Op basis van de data van Natuurpunt fungeert de vereniging GroenRand als de strategische belangenbehartiger en politieke pleitbezorger
GroenRand heeft een breed parlementair front gemobiliseerd, met volksvertegenwoordigers zoals Mieke Schauvliege (Groen), Sanne Van Looy (N-VA), Mien Van Olmen (CD&V) en Bieke Verlinden (Vooruit), om de Vlaamse Regering in het parlement te confronteren met de harde realiteit.
Zij hameren op een cruciaal juridisch punt: het Soortenbeschermingsprogramma (SBP) Otter is niet vrijblijvend, maar bindend.
De Vlaamse Regering is wettelijk verplicht om de acties binnen de looptijd van het programma (2021-2026) uit te voeren.
De klok tikt onverbiddelijk: de overheid heeft nog minder dan één jaar om de doelen te halen.
De minister rekent echter veel te zwaar op tijdelijk Europees geld, zoals het Interreg-project 'Otter over de grens' van ruim 3 miljoen euro.
De fundamentele aanklacht van GroenRand luidt dat er geen structureel budget is voorzien voor VAPEO (Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering), ooit gelanceerd door Lydia Peeters, in de Vlaamse begroting voor 2025.
De parlementsleden vragen specifiek naar garanties voor de fysieke bouw van looprichels en confronteren de minister met de "VAPEO-leegte".
Als de Europese subsidies wegvallen, stort het beleid als een kaartenhuis in elkaar.
Hoewel minister Jo Brouns op 5 februari 2026 een pakket van € 218.706 goedkeurde voor 12 specifieke projecten — verdeeld over Regionaal Landschap De Voorkempen (ontsnippering ATG), RL Schelde-Durme (oevers), RL Kempen en Maasland (looprichels), Universiteit Antwerpen (PFAS-onderzoek), Natuurpunt (rietlanden), de VMM (vispassages), de Provincie Antwerpen (duikers), RL Rivierland (corridors), INBO (eDNA), ANB (shelters), RL Haspengouw (migratie) en WWF-België (coördinatie) — blijft dit budget met een gemiddelde van slechts € 18.225 per project ontoereikend voor de bindende opgave om gewestwegen te ontsnipperen.
Nochtans is de economische argumentatie voor natuurherstel onweerlegbaar
Wetenschappelijk onderzoek naar ecosysteemdiensten toont aan dat elke euro geïnvesteerd in natuurherstel tot € 51 aan maatschappelijke baten oplevert. Deze enorme Return on Investment (ROI) vloeit voort uit verbeterde waterretentie die overstromingsschade beperkt, natuurlijke waterzuivering die de kosten voor drinkwaterproductie drukt, en klimaatadaptatie in een verhittend Vlaanderen.
Wanneer we alle feiten samenvoegen, ontstaat een helder beeld van de uitdagingen voor de otter in Vlaanderen. Het huidige Soortenbeschermingsprogramma (SBP) loopt af in mei 2026.
Omdat de doelstellingen rond een gezonde populatie en een veilig leefgebied bij lange na niet zijn gehaald, wordt een verlenging van vijf jaar verwacht, waardoor het programma zou doorlopen tot 2031.
Hoewel deze verlenging de juridische basis vormt, ontbreekt op dit moment een structurele financiering voor de volledige nieuwe termijn.
Overheid moet een tandje bijsteken
De financiële situatie is kwetsbaar omdat de belangrijkste motor achter grote projecten, de Europese steun via Otter over de grens, stopt op 31 maart 2027.
De Vlaamse overheid rekent momenteel sterk op dergelijke externe middelen en incidentele projectsubsidies, zoals het recente pakket van circa €218.000 dat bovendien gedeeld moet worden met projecten voor andere soorten.
Dit budget is onvoldoende om de honderden knelpunten voor ontsnippering structureel aan te pakken.
Bovendien zijn er in de meerjarenbegroting tot 2031 nog geen nieuwe, vaste middelen gereserveerd voor het actieprogramma ontsnippering (VAPEO).
De vaststelling dat de doelstellingen niet zijn gehaald en dat er te weinig is geïnvesteerd in een samenhangend netwerk, is op basis van deze cijfers feitelijk te onderbouwen.
Zonder een krachtige langetermijnvisie en een verschuiving van tijdelijk projectgeld naar een vast Vlaams budget na 2027, blijft de bescherming van de otter onzeker.
De Europese Otterconferentie in maart 2026 wordt dan ook het beslissende moment om te zien of de overheid deze financieringskloof daadwerkelijk gaat dichten voor de periode tot 2031.
Investeren in de otter is dus geen hobby, maar een nuchtere economische keuze.
Pas als de Vlaamse Regering haar eigen bindende besluiten honoreert met een structureel VAPEO-budget en de beken in de Voorkempen weer laat kronkelen, kan de otter weer veilig pups grootbrengen.
De otter redden betekent de politiek verantwoordelijk houden en de beken bij de bron aanpakken. Pas dan is onze natuurlijke graadmeter weer gezond.
Foto otter: © Yves Adams
Geen opmerkingen:
Een reactie posten