donderdag 26 februari 2026

Opiniestuk GroenRand: Het vergiftigde glas

Waarom ons kraantjeswater en de natuur op een kruispunt staan

Het drinken van een glas water uit de kraan lijkt in Vlaanderen de normaalste zaak van de wereld.
We gaan er allemaal van uit dat dit water streng gecontroleerd wordt en dat het een gezond en goedkoop alternatief is voor flessenwater uit de winkel.
Toch is er achter de schermen een zorgwekkende strijd aan de gang over de kwaliteit van ons water.
De Europese organisatie Pesticide Action Network ook wel PAN Europe genoemd heeft onlangs alarm geslagen over een vervuiling die jarenlang onopgemerkt bleef.
Het gaat om de stof TFA. Natuurvereniging GroenRand adviseert om deze ontdekking serieus te nemen omdat het een dieper probleem laat zien waarbij ons landschap is uitgeput en de natuurlijke filtersystemen verzadigd zijn. Het glas water op onze keukentafel is hiermee de ultieme graadmeter geworden voor de gezondheid van ons volledige ecosysteem.
TFA is een restproduct van bepaalde pesticiden en gassen uit koelsystemen.
Het behoort tot de groep van de forever chemicals. Dat zijn chemische stoffen die door mensen zijn gemaakt en die in de natuur bijna niet afbreken.
Terwijl we de laatste jaren veel hoorden over PFAS in de grond bij fabrieken bleef TFA lange tijd buiten de schijnwerpers.
De bron van deze vervuiling ligt voor een groot deel bij de moderne landbouw. Wanneer boeren bepaalde sproeistoffen gebruiken breken die in de bodem af tot TFA.
Natuurvereniging GroenRand wil mensen ervan overtuigen dat we hiermee de grenzen van wat de natuur aankan hebben bereikt.
In een groot Europees onderzoek van PAN Europe uit 2024 werd kraantjeswater in elf landen getest.
De resultaten waren schokkend omdat in maar liefst 94 procent van de monsters TFA werd gevonden.
Gemiddeld zat er 740 nanogram per liter in het water maar op sommige plekken was dat zelfs meer dan 4000 nanogram.
Zelfs in flessenwater uit de winkel werd de stof gevonden.
PAN Europe spreekt van de grootste vervuiling door mensen die ooit op deze schaal is vastgesteld.
Het grote gevaar is dat TFA heel makkelijk met water meereist en zo rechtstreeks in de bronnen van ons drinkwater terechtkomt.
Een concreet voorbeeld van deze problematiek vinden we in de Voorkempen. In deze regio wordt op grote schaal maïs gekweekt omdat er veel melkveehouderijen gevestigd zijn.
Volgens informatie van Melkvee.nl dient snijmaïs als het belangrijkste energierijke wintervoer voor het vee.
De lokale zandgronden zijn hiervoor erg geschikt omdat ze in het voorjaar snel opwarmen en dit bevordert volgens de Haifa Groep een vlotte kieming van de zaden. Bovendien biedt maïs volgens LG Seeds per hectare een zeer hoge opbrengst aan voedingswaarde wat cruciaal is voor de bedrijfsvoering van de boeren.
Het gewas is ook populair omdat het efficiënt grote hoeveelheden organische mest kan verwerken.
Landbouwers kunnen zo hun eigen meststoffen nuttig aanwenden op hun akkers zoals wordt ondersteund door B3W Vlaanderen.
Bij de teelt van deze maïs en granen wordt echter veelvuldig gebruikgemaakt van de onkruidbestrijder flufenacet.
Dit middel staat momenteel zwaar ter discussie omdat het extreem snel afbreekt tot TFA.
Hoewel de onkruidbestrijder zelf verdwijnt is TFA een uiterst stabiele PFAS variant die niet verder afbreekt in het milieu.
Door de zeer hoge mobiliteit spoelt deze stof gemakkelijk uit naar het grondwater en het oppervlaktewater.
Dit vormt een direct gevaar voor de drinkwaterkwaliteit aangezien TFA met de huidige zuiveringstechnieken vrijwel niet uit het water te filteren is.
GroenRand probeert hierin te bemiddelen door te wijzen op de risico s voor de kwetsbare ecosystemen van de Voorkempen.
De aanwezigheid van TFA in de natuur is zorgwekkend voor zowel planten als dieren.
Planten nemen de stof op via hun wortels en stapelen deze in hun bladeren waardoor het de voedselketen binnendringt.
Bij proefdieren zijn bij blootstelling al schadelijke effecten op de lever en de schildklier vastgesteld.
Wat betreft de genetische gevolgen en de fertiliteit zijn de recente conclusies van de EFSA oftewel de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid alarmerend.
Flufenacet wordt nu geclassificeerd als een stof die schadelijk is voor de vruchtbaarheid en de ontwikkeling van het ongeboren kind kan verstoren.
Vanwege deze risico s voor de volksgezondheid en het feit dat TFA als een persistente vervuiler overal in de watercyclus cumuleert heeft de EFSA geadviseerd de Europese goedkeuring voor dit herbicide in te trekken.
Naast flufenacet identificeerde PAN Europe nog vier andere schadelijke PFAS pesticiden die verantwoordelijk zijn voor de TFA last zoals diflufenican en fluazinam en lambda cyhalothrin en trifloxystrobin.
De regels voor het toelaten van deze stoffen hebben jarenlang niet gekeken naar wat er gebeurt als de producten afbreken waardoor bedrijven middelen konden verkopen waarvan de gevolgen nooit goed zijn onderzocht.
Deze Europese ontdekkingen zorgen ook in Vlaanderen voor een heftig debat en dat is nergens zo duidelijk als in de Westhoek.
De huidige situatie daar waar tijdelijke afwijkingen van de drinkwaternormen noodzakelijk zijn om de bevoorrading te garanderen is geen technisch incident maar een symptoom van een dieper liggend probleem in ons landschapsbeheer.
Wanneer de overheid de normen voor nitraat of gewasbeschermingsmiddelen moet versoepelen rond cruciale spaarbekkens zoals De Blankaart kijken we naar een ecosysteem dat de grens van zijn belastbaarheid heeft bereikt.
Terwijl Vlaams minister van omgeving Jo Brouns in het parlement zegt dat het water vandaag en morgen veilig is en dat er geen enkel compromis op vlak van gezondheid wordt gemaakt maken parlementsleden Mieke Schauvliege en Hannes Anaf en Eva Ryde zich grote zorgen.
In steden zoals Diksmuide en Ieper en Harelbeke worden op dit moment hoeveelheden triazolen in het water toegelaten die tot tien keer hoger liggen dan de algemene Europese richtlijn. Triazolen zijn restproducten van schimmelwerende pesticiden.
Waar de normale grens 0,1 microgram is wordt daar nu tijdelijk 1,0 microgram toegestaan.
In plekken zoals Zillebeke werden waarden gemeten die veel hoger liggen dan de streefwaarden in buurlanden zoals Nederland. GroenRand adviseert om deze signalen serieus te nemen omdat ze laten zien dat we de natuurlijke veerkracht van ons landschap hebben opgeofferd aan kortetermijnbelangen.
Wanneer chemische stoffen en te veel meststoffen zoals nitraat en fosfor in onze waterlopen terechtkomen zijn planten en wilde dieren de eerste slachtoffers.
Zij beschikken immers niet over de geavanceerde filtersystemen van de watermaatschappijen.
Terwijl de mens technologie kan inzetten om vervuiling tijdelijk te maskeren leven wilde dieren direct in de vervuilde stroom.
Via een proces dat bio accumulatie wordt genoemd stapelen gifstoffen zich op in de voedselketen.
Het begint bij piepkleine waterorganismen en gaat via vissen naar de toppredatoren zoals de ijsvogel of de otter (symbool van GroenRand).
Deze dieren fungeren als de spreekwoordelijke kanarie in de koolmijn voor ons.
Ze krijgen de geconcentreerde cocktail van hun volledige leefomgeving binnen via hun voedsel.
Dit leidt tot sluipende ecologische schade zoals ernstige voortplantingsproblemen en een verzwakt immuunsysteem waardoor populaties die we met veel moeite hebben hersteld opnieuw dreigen te imploderen.
De ijsvogel en de otter zijn hierbij belangrijke graadmeters voor een gezonde waterloop.
De natuurlijke balans raakt hierdoor fundamenteel verstoord waarbij de weerstand van het gehele ecosysteem afneemt. Tegelijkertijd zorgt vermesting of eutrofiëring voor een explosieve algenbloei die de zuurstof uit het water rooft.
Wanneer deze algen afsterven worden ze door bacteriën afgebroken in een proces dat alle beschikbare zuurstof verbruikt.
In deze verstikte omgeving stikken vissen en stort de biodiversiteit in de beek volledig in.
Een beek die vroeger vol leven zat verandert zo in een troebele dode stroom waar de vervuiling in de modder blijft zitten.
Zelfs als de directe lozing stopt blijft de erfenis van het verleden nog decennialang nawerken door een proces dat interne bemesting wordt genoemd waarbij nutriënten en pesticiden telkens opnieuw uit de waterbodem vrijkomen bij beroering van het slib.
De bodem speelt een cruciale rol in dit hele verhaal en wordt vaak onderbelicht. Normaal gesproken werkt een gezonde bodem vol organisch materiaal en micro organismen als een grote spons en een filter.
Zo een bodem heeft een groot zelfreinigend vermogen en kan schadelijke stoffen tegenhouden of afbreken voordat ze het diepe grondwater bereiken.
Maar door jarenlang te veel te bemesten en te veel pesticiden te gebruiken is die natuurlijke filter verzadigd.
In plaats van het water schoon te maken laat de bodem de vervuiling nu gewoon door naar het grondwater.
GroenRand waarschuwt ook dat de bodem op veel plekken te hard is aangedrukt door zware machines en verstedelijking.
Hierdoor verdwijnt de sponswerking en kan het regenwater niet meer in de grond trekken.
Het stroomt in plaats daarvan rechtstreeks naar de beken en neemt onderweg alle pesticiden en meststoffen van de velden mee die anders door de bodem opgevangen hadden kunnen worden.
Dit past binnen de gedachte van One Health die zegt dat de gezondheid van mensen en dieren en de natuur een ondeelbaar geheel vormen.
We kunnen onszelf niet isoleren van een zieke omgeving aangezien de stoffen die de otter onvruchtbaar maken vaak dezelfde stoffen zijn die wij met steeds grotere moeite uit ons eigen drinkwater moeten filteren.
Wetenschappers zoals professor Pieter Spanoghe van de Universiteit Gent en toxicoloog Greet Schoeters waarschuwen voor het cocktaileffect.
Dit betekent dat de wetenschap stoffen vaak per stuk beoordeelt maar dat de consument in de praktijk een mengsel binnenkrijgt van triazolen en verschillende soorten PFAS en het moeilijk filterbare TFA.
Er is nog onvoldoende data over hoe deze stoffen elkaars schadelijkheid versterken en wat dit op de lange termijn met onze hormonen doet.
Dit gebrek aan kennis is de reden waarom experts aanraden om voor kwetsbare groepen zoals baby s en peuters voorzichtig te zijn met kraantjeswater voor flesvoeding als de normen worden overschreden.
De economische kant van het verhaal is pijnlijk voor de maatschappij.
De kosten om ons drinkwater schoon te maken stijgen naarmate de kwaliteit van de bronnen in de natuur verslechtert. Waterbedrijven moeten nu miljoenen investeren in peperdure technieken zoals omgekeerde osmose.
We negeren hierbij de enorme economische waarde van ecosysteemdiensten.
Natuurlijke waterzuivering via rietvelden en moerassen en overstromingsgebieden is niet alleen ecologisch superieur maar op de lange termijn ook veel goedkoper dan industriële zuivering. Rietvelden werken als krachtige filters die afvalwater zuiveren en een buffer vormen tegen vervuiling uit de landbouw en industrie. Ze bieden bovendien een essentieel leefgebied voor wilde dieren zoals de roerdomp die gezond rietland nodig heeft.
Een hectare gezond moeras kan gigantische hoeveelheden stikstof en fosfor uit het water filteren zonder dat daar dure chemicaliën of elektriciteit voor nodig zijn.
Door deze natuurlijke infrastructuur af te breken ten voordele van intensieve exploitatie hebben we een gratis dienst van de natuur vervangen door een peperduur technisch systeem.
Het herstellen van kronkelende beken en natte natuurgebieden helpt bovendien als een buffer tegen zowel droogte als overstromingen wat de economische schade door klimaatverandering beperkt.
Het debat over ons drinkwater gaat dus eigenlijk over hoe we onze hele leefomgeving inrichten.
We kunnen dit probleem niet simpelweg oplossen met grotere pompen of tijdelijke uitzonderingen op de regels van de Vlaamse Milieumaatschappij.

Zolang we de natuurlijke sponswerking van het landschap niet herstellen en de instroom van schadelijke stoffen aan de bron niet aanpakken blijven we dweilen met de kraan open.
Het herstellen van bufferstroken langs waterlopen en het herwaarderen van natte natuurgebieden en het bevorderen van een gezonde bodemstructuur zijn geen luxe ingrepen voor natuurliefhebbers maar noodzakelijke investeringen in onze eigen basisbehoeften.
Een landschap dat de natuur vergiftigt wordt uiteindelijk ook voor mensen ongezond om in te wonen.
De transitie naar een landschapsbeheer dat de ecologische grenzen respecteert en gebruikmaakt van de kosteloze kracht van de natuur is de enige weg naar een duurzame en betaalbare en gezonde drinkwatervoorziening voor de generaties die na ons komen.
Hier wil GroenRand vooral op inzetten.

Wetenschappelijke Bronvermelding en Referenties
PAN Europe 2024 TFA The Forever Chemical in the Water We Drink.
PAN Europe 2024 PFAS Pesticides The Invisible Rise of TFA in Europes Waters.
EFSA 2024 Peer Review of the Pesticide Risk Assessment of Flufenacet.
Vlaamse Milieumaatschappij VMM PFAS in Drinkwater en Status Oppervlaktewater Westhoek.
Natuurvereniging GroenRand:
dossier on ecosystem services and landscape restoration

Geen opmerkingen:

Een reactie posten