Reportage: De Wilde Schoonheid van de Antitankgracht door de Lens van Frank Vermeiren en GroenRand
Aan de oevers van de Antitankgracht in Schilde, een historisch verdedigingswerk dat nu dienstdoet als een cruciaal ecologisch lint door de Voorkempen, installeert natuurfotograaf Frank Vermeiren zijn statief met een precisie die alleen voortkomt uit jarenlange passie voor het vak en een nauwe betrokkenheid bij de natuurvereniging GroenRand.
Vermeiren is momenteel bezig aan een monumentale vogelreportage die de volledige avifauna van onze regio van A tot Z in kaart brengt en op dit eigenste moment is hij met grote toewijding aanbeland bij de letter M, de letter van de meerkoet, een vogel die door velen wordt beschouwd als een triviale figurant in het park, maar die door Frank wordt geportretteerd als een karaktervolle overlever.
Er is bijna geen park, kanaal of sloot in de hele Voorkempen te vinden zonder de karakteristieke zwarte verschijning van de meerkoet, aangezien een klein beetje zoet water met wat oevervegetatie al ruimschoots volstaat voor deze vogel om zich te vestigen en te gedijen.
De geschiedenis van de meerkoet is eveneens fascinerend, aangezien de vogel in de zeventiende eeuw door de katholieke kerk officieel als 'vis' werd geclassificeerd vanwege zijn aquatische levensstijl, waardoor gelovigen het vlees mochten consumeren tijdens de vastenperiode zonder een zonde te begaan.
Tijdens de vroege ochtenduren langs de gracht legt Frank vast hoe deze zogenaamde 'waterkip' verandert in een uiterst territoriale krijger die vooral tijdens het broedseizoen en de intensieve opvoeding van de jongen opvallend agressief uit de hoek kan komen om zijn domein te vrijwaren.
Deze legendarische felheid begint al in het prille voorjaar, wanneer de paartjes met veel vertoon een territorium claimen en dit met hand en tand verdedigen tegen elke mogelijke indringer om een veilige en ongestoorde nestplaats te garanderen in de luwte van de rietkragen.
De agressie van de ouders intensiveert merkbaar zodra er eieren in het nest liggen of wanneer de jongen hun eerste zwembewegingen maken, waarbij de meerkoeten vrijwel alles wat binnen hun gezichtsveld komt — van eenden en statige zwanen tot grote roofvissen en zelfs nieuwsgierige mensen — als een acuut gevaar beschouwen.
Deze nietsontziende overlevingsstrategie is een bittere noodzaak in de wilde natuur, aangezien de jongen met hun opvallende, bijna komische rode kopjes een uiterst kwetsbare prooi vormen voor predatoren zoals de blauwe reiger en de hongerige snoeken die zich verschuilen in de diepte van de Antitankgracht.
In hun verwoede strijd om dominantie maken meerkoeten gebruik van indrukwekkende en luidruchtige technieken, zoals het met veel gespetter over het wateroppervlak rennen of het rechtopzitten op de staart om met hun krachtige poten, voorzien van getande lobben, venijnige trappen uit te delen aan hun tegenstander.
Zelfs buiten het kritieke broedseizoen kunnen deze vogels bij plotselinge voedselschaarste hevige agressie vertonen om hun energiebronnen en foerageergebieden veilig te stellen tegenover concurrenten, wat hun reputatie als de straatvechters van het water alleen maar versterkt.
Een van de meest schokkende observaties die Frank in zijn reportage verwerkt, is het feit dat meerkoeten soms ook agressie vertonen binnen het eigen gezin.
Wanneer er te weinig voedsel voorradig is, kunnen de ouders de zwakste jongen hardhandig wegsturen of zelfs doden om de overlevingskansen van de sterkste nakomelingen te vergroten.
Dit ogenschijnlijk brute en harteloze gedrag is in werkelijkheid puur instinctief en volledig gericht op het succesvol voortzetten van de populatie binnen een uiterst competitieve waterwereld waar alleen de meest weerbaren een kans maken op volwassenheid.
Een gemiddeld vrouwtje heeft meestal één, zelden twee, maar soms tot drie vervolglegsels per broedseizoen, waarbij de feitelijke eileg loopt van half maart tot diep in juli, met een duidelijke piek aan het einde van april en gedurende de gehele maand mei.
Het nest bevat doorgaans tussen de vijf en tien eieren die gedurende een periode van 21 tot 25 dagen worden bebroed, waarbij de ouders vaak kiezen voor de beschutting van oevervegetatie, hoewel ze ook onbeschut kunnen broeden op een drijvend platform van takken en riet.
Interessant is dat de meerkoet in stedelijke omgevingen een meester is in recycling. Frank heeft nesten gedocumenteerd die naast riet en wortels ook bestaan uit allerlei menselijk afval zoals plastic zakken, touw en blikjes, wat aantoont hoe de natuur zich noodgedwongen aanpast aan de antropogene vervuiling.
De jongen, die ook wel 'nestvlieders' worden genoemd, verlaten het nest vrijwel onmiddellijk na de geboorte en na ongeveer 56 dagen kunnen ze zelfstandig vliegen, hoewel ze in de beginfase nog zeer intensief worden gevoerd door de toegewijde ouders.
Van oorsprong zijn meerkoeten echte moerasvogels met een anatomie die perfect is aangepast aan het leven op het grensvlak van water en land; hun poten zijn bijzonder geschikt om te lopen op drijvende vegetatie, ook wel kraggen genoemd, en op de verraderlijke wortels van riet- en lismoerassen.
Ondanks deze specialisatie zijn ze tegenwoordig eigenlijk overal te vinden waar zoet water aanwezig is, variërend van beken en grote meren tot stedelijke vijvers, rivieren en zelfs verlandende vennen in de meest afgelegen hoeken van de Voorkempen.
Hoewel gebieden met een weelderige oeverbegroeiing de voorkeur genieten, bewijst de meerkoet zijn enorme veerkracht door zich ook prima te redden in strakke vaarten met een betonnen beschoeiing waar nauwelijks een waterplant te bespeuren valt.
Het dieet van de meerkoet bestaat hoofdzakelijk uit waterplanten en gras, maar Frank benadrukt dat ze, zeker wanneer er jongen op te voeden zijn, ook overschakelen op allerlei waterdieren zoals slakken, kleine visjes en insecten om aan hun eiwitbehoeften te voldoen.
Omdat meerkoeten door de grote hoeveelheid opgesloten lucht in hun dikke verenkleed een enorm drijfvermogen hebben, moeten ze een karakteristiek sprongetje maken bij het duiken om de opwaartse druk te overwinnen, waarna ze zich met krachtige pootslagen naar de bodem begeven om voedsel te vergaren.
Na het foerageren komen ze vaak als een grote, zwarte dobber plotseling weer aan het oppervlak drijven, waarbij ze het water van hun waterafstotende veren schudden voordat ze hun pad vervolgen langs de rustige oevers van de gracht.
Wat betreft hun trekgedrag brengen de meerkoeten die in de Voorkempen broeden hun winter meestal ook in deze vertrouwde regio door, al kiest een kleiner deel van de populatie ervoor om de kou te ontvluchten en weg te trekken naar de warmere wateren van Spanje en Portugal.
In de wintermaanden kunnen de bewoners van de Antitankgracht gezelschap krijgen van honderden soortgenoten, die in grote groepen op de nabijgelegen weilanden verblijven om gezamenlijk te grazen, een vredig beeld dat de fotograaf de kans biedt om de vogel in een geheel andere, sociale context vast te leggen.
Door de jaren heen zijn er talloze anekdotes ontstaan over de meerkoet, waaronder het oude bijgeloof dat de vogel stormen kan voorspellen.
Wanneer ze massaal uit het open water verdwijnen en dekking zoeken, zou er volgens lokale vissers binnen enkele uren een zwaar onweer losbarsten over de polders.
Frank Vermeiren slaagt er met zijn werk voor GroenRand in om de meerkoet uit de anonimiteit te halen en aan te tonen dat deze zwarte watervogel met zijn felrode ogen en opmerkelijke karakter een onmisbaar en diep fascinerend onderdeel is van de biodiversiteit in onze eigen achtertuin.