zaterdag 28 maart 2026

GroenRand luidt de noodklok: Wordt de broodnodige Klimaatgordel het kind van de rekening door de miljardenput van Oosterweel?

GroenRand slaat alarm: dreigt de broodnodige Klimaatgordel het kind van de rekening te worden door de miljardenput van Oosterweel?


Glenn is dé stem van natuurvereniging GroenRand.
Met zijn vlijmscherpe columns en een flinke dosis passie legt hij de vinger op de zere plek van het Vlaamse natuurbeleid.
Sinds 2026 staat de vereniging op scherp en geen enkel dossier passeert de revue zonder dat Glenn het kritisch tegen het licht houdt.
Hij vertaalt taaie politieke besluitvorming naar begrijpelijke verhalen over onze leefomgeving.
Zijn belangrijkste graadmeter is de otter.
Er leven momenteel amper 15 otters in heel Vlaanderen en dat is een alarmsignaal voor onze waterkwaliteit en natuurverbindingen. De otter is een extreem veeleisend symbooldier dat alleen overleeft in een kerngezond ecosysteem met zuiver water en veilige migratieroutes.

De regio ten oosten van Antwerpen bevindt zich op een historisch en cruciaal scharnierpunt waar mobiliteit natuur en financiële realiteit op ramkoers liggen.
Met het grootschalige overheidsproject De Nieuwe Rand tracht de Vlaamse overheid de mobiliteit en leefkwaliteit in dit drukbezette gebied fundamenteel te verbeteren.
Dit project richt zich op een gebied van maar liefst 18 gemeenten en districten om de leefomgeving fundamenteel te veranderen.


Het is een essentieel onderdeel van het breed gedragen Toekomstverbond en richt zich specifiek op het ontwarren van de verkeersknoop tussen de E313 en de E19/A12.
Een van de meest besproken onderdelen is het onderzoek naar de aanleg van de A102 een verbindingsweg die deels in een geboorde tunnel tussen Merksem en Wommelgem onder de grond zou verdwijnen.
Naast de A102 wordt ook de aanleg van de nieuwe NX onderzocht om het doorgaand verkeer tussen de grote snelwegen beter af te wikkelen.
Het doel van deze infrastructuur is ambitieus het volledig wegwerken van de dagelijkse files en het verminderen van het hardnekkige sluipverkeer in de omliggende woonwijken en dorpskernen.
Tegelijkertijd wordt er binnen dit project fors ingezet op een modal shift door de aanleg van fietssnelwegen en hoogwaardig openbaar vervoer om zo duurzame alternatieven voor de auto te bieden.
Naast de verkeerskundige ingrepen streeft het project naar een klimaatrobuuste inrichting van de omgeving waarbij de zogenaamde Klimaatgordel barrières in het landschap moet doorbreken.


Deze gordel moet meer ruimte bieden voor waterbeheer en groenstructuren die de regio beschermen tegen de gevolgen van de klimaatverandering.


Het hele proces verloopt via een intensief overleg met burgers burgerbewegingen en lokale besturen om tot gedragen oplossingen te komen.
Echter terwijl de officiële visieteksten spreken over een betere leefkwaliteit trekt natuurvereniging GroenRand hard aan de alarmbel.
De reden hiervoor is de exploderende kostprijs van de Oosterweelverbinding die als een donkere schaduw over alle andere projecten in de regio hangt.
De ramingen voor Oosterweel zijn inmiddels opgelopen tot een verbijsterende 13,6 miljard euro wat bijna een verdubbeling is van de oorspronkelijke raming van ongeveer 7 miljard euro.
Waar de factuur eerder al werd bijgesteld naar 10 miljard euro ligt er nu een raming op tafel die de financiering volgens een recent rapport van het Rekenhof onder enorme druk zet.
De Vlaamse regering wilt deze kosten grotendeels terugverdienen via tolheffing in de nieuwe Scheldetunnel maar volgens het Rekenhof is dit model volkomen onrealistisch.
De tarieven zouden namelijk zo hoog moeten zijn dat ze voor automobilisten onbetaalbaar worden waardoor het hele verdienmodel volledig in elkaar zakt.
Waar het Rekenhof vorig jaar nog stelde dat er weinig rek in het financiële model zat concluderen ze dit jaar dat die rek volledig is gesprongen.
Het is volgens de experts simpelweg onmogelijk om met de inkomsten uit tolgelden de volledige financiering van dit megaproject te voorzien.
GroenRand wijst erop dat een aanzienlijk deel van deze extra miljarden voortvloeit uit noodzakelijke saneringen van vervuilde grond op de Oosterweelwerven.
Factoren zoals PFAS-vervuiling asbest en de stijgende kosten voor grondverzet doen de rekening steeds verder oplopen zonder dat er extra infrastructuur tegenover staat.
Om deze gaten in de begroting op te vangen maakt de Vlaamse regering gebruik van een achtergestelde lening van 1,6 miljard euro.
Zo een lening wordt pas veel later terugbetaald wat de rentelasten op termijn fors doet toenemen en een zware hypotheek legt op toekomstig beleid.
Hoewel dit de indruk wekt dat de Vlaamse begroting het momenteel goed doet waarschuwt het Rekenhof dat deze lening een heel groot negatief effect zal hebben op de begroting vanaf de periode 2034-2035.
Het is een financiële aanpak die de zware lasten doorschuift naar toekomstige generaties en de financiële haalbaarheid van andere projecten, zoals De Nieuwe Rand, ernstig ondermijnt.
De vrees van GroenRand is dan ook dat door deze enorme schuldenlast gans het project van De Nieuwe Rand op de helling komt te staan omdat al het budget naar Oosterweel zal vloeien.
Hierdoor zal er weinig in huis komen van nieuwe infrastructuur zoals de A102 maar nog belangrijker is dat de gekoppelde natuurprojecten dreigen het kind van de rekening te worden.


Binnen het Toekomstverbond geldt de strikte 50-50 afspraak waarbij elke investering in grijze wegeninfrastructuur gepaard moet gaan met een evenwaardige investering in leefbaarheid en natuur.
Gezien de Klimaatgordel direct aan dit infrastructuurproject is gekoppeld is GroenRand ervan overtuigd dat natuurprojecten hier direct onder gaan lijden.
Zij vermoeden dat de Vlaamse Regering de financiële druk van Oosterweel steeds als drogreden zal gebruiken om projecten uit te stellen of simpelweg te schrappen uit de plannen.
De huidige uiterst trage procedure van De Nieuwe Rand versterkt dit wantrouwen aanzienlijk bij de betrokken burgers en verenigingen.
Een officieel ontwerp-voorkeursbesluit wordt pas medio 2026 verwacht wellicht pas in de maand mei van dat jaar.
GroenRand ziet dit als een bewuste vertragingstactiek die noodzakelijke natuurdossiers gijzelt in eindeloze studiefases en bureaucratische processen.
Om dit te doorbreken stelt GroenRand voor om urgente zaken waarvoor reeds ontwerpend onderzoek is verricht onmiddellijk uit de procedure te lichten en te beschouwen als zogenaamde quick-wins.
Hiervoor is volgens hun berekeningen een bedrag van 11,45 miljoen euro nodig dat onmiddellijk in actie moet worden omgezet voor ontsnippering en natuurherstel in de regio.


Het gaat hierbij om concrete vitale acties die niet kunnen wachten op de definitieve besluitvorming rond de A102 of de volledige afwikkeling van het Oosterweeldossier.
Een cruciaal onderdeel van deze visie is het soortenbeschermingsprogramma voor de otter dat specifiek voor de Antitankgracht is uitgewerkt door Michel Cornelis van Natuurpunt Brasschaat.
In dit gedetailleerde plan is de volledige Antitankgracht onderverdeeld in 21 secties om per segment de natuurwaarde en de noodzakelijke herstelwerken in kaart te brengen.


De nadruk van dit plan ligt volledig op ontsnippering omdat de gracht momenteel op 24 kritieke punten wordt onderbroken door infrastructurele barrières.

Michel Cornelis stelt voor om deze barrières weg te werken door de installatie van droge tunnels en loopplanken onder bruggen zodat de otter zich veilig kan verplaatsen zonder de weg op te hoeven.


De otter fungeert hierbij als boegbeeld voor een gezonde waterkwaliteit en ononderbroken ecologische verbindingen langs dit historisch verdedigingswerk.
Een specifiek dossier waarvoor reeds ontwerpend onderzoek is verricht betreft bovendien de ontsnippering rond de Turnhoutsebaan Oost om de barrièrewerking van deze drukke gewestweg eindelijk op te heffen.
Daarnaast is de algemene ecologische versterking van de Antitankgracht essentieel want deze fungeert nu als een robuuste ruggengraat die de regio verbindt met grote natuurkernen.
De gracht vormt een vitale migratiecorridor die Natura 2000-gebieden zoals de Kalmthoutse Heide het Groot Schietveld en het Klein Schietveld met elkaar verbindt.


Bovendien koppelt deze blauwe draad verschillende beekvalleien aan elkaar waaronder die van de Schoon Schijn de Laarse Beek en de Grote Schijn.
De gracht verbindt tevens de verschillende boscomplexen die langs dit traject gelegen zijn en versterkt zo de ecologische samenhang van het hele landschap van de Voorkempen.


De verbinding van de Schietvelden is een absolute prioriteit waarbij een robuuste passage cruciaal is om de overleving van zeldzame soorten zoals de adder en het heideblauwtje te waarborgen.


Het Groot en Klein Schietveld moeten weer als een ecologisch geheel kunnen functioneren om de genetische diversiteit van deze soorten veilig te stellen.


Een zeer specifiek en dringend dossier binnen deze 21 secties is het openen van de gedempte gedeeltes van de Antitankgracht ter hoogte van Schildestrand.


Opmerkelijk is dat er via de Gebiedsdeal Droogte 2.0 al budget is voorzien voor de aankoop en ontharding van percelen zoals de parking aan de Moerhoflaan en het Bospad.
Dit budget omvat ook de ontharding aan de Loze Visser en de voorbereidende studies voor de herinrichting van het kruispunt.
Het zou volgens GroenRand echter te gek zijn dat er wel geld wordt vrijgemaakt voor deze voorbereidende studies en aankopen maar dat het budget voor de uiteindelijke openlegging van de gracht zelf achterwege blijft.
Juist omdat de studies voor het kruispunt van de Moerhoflaan en de Noorderlaan al lopen moet de effectieve uitvoering nu als een quick-win worden doorgezet.
Ook in de gemeente Brecht tussen het kanaal Dessel-Schoten en de Zandstraat is de gracht over een aanzienlijke afstand dichtgemaakt en herstel is daar meer dan dringend gewenst voor de continuïteit.
Het herstel van deze verbindingen is essentieel voor de veerkracht van de regio tegen zowel extreme droogte als plotselinge wateroverlast door een betere waterhuishouding.
GroenRand heeft aangekondigd vanaf mei 2026 de uitvoering van de gemaakte afspraken nauwlettend op te volgen om de overheid aan haar groene beloften te houden.


Zij eisen dat de Klimaatgordel nu reeds wordt verankerd in de meerjarenbegroting 2027-2032 om te voorkomen dat de plannen alsnog in de lade verdwijnen door budgettaire tekorten.
De essentie van hun betoog is dat natuur niet de pasmunt mag worden voor financiële tekorten bij megaprojecten .
De regio heeft geen nood aan meer studies of rapporten maar aan de onmiddellijke uitvoering van de Klimaatgordel om de biodiversiteit veilig te stellen.


Alleen door nu in te zetten op deze quick-wins kan worden voorkomen dat de natuur definitief het onderspit delft in een politiek steekspel rond budgetten en beton.
Het veiligstellen van de leefbaarheid en de groene longen in de Antwerpse oostrand is een taak die niet langer vooruitgeschoven kan worden naar een onzekere toekomst.
De tijd van praten is voorbij en de tijd van handelen is aangebroken om de unieke natuurwaarden van de Voorkempen te bewaren voor de generaties die na ons komen.

Infomarkt Opstalvallei: ontdek de toekomst van de natuur in Berendrecht

Op maandag 30 maart wordt er tussen 16 en 20 uur een grote infomarkt georganiseerd in het districtshuis van Berendrecht over de inrichting van de Opstalvallei fase 2.
Tijdens dit moment kunnen buurtbewoners de gedetailleerde plannen van Port of Antwerp-Bruges inkijken en vragen stellen aan de aanwezige experts over de nieuwe natuur, waterhuishouding en recreatie.
Op de grens van een wereldhaven en een oase van rust waar de tijd even lijkt stil te staan, ligt de Opstalvallei als een verborgen parel in het polderlandschap.


Dit natuurgebied van 42 hectare vormt sinds 2004 een onmisbare groene buffer tussen de dorpskern van Berendrecht en de Antwerpse haven.
Het project is een schoolvoorbeeld van zogenaamde nieuwe natuur, aangelegd door de Port of Antwerp-Bruges als compensatie voor natuurwaarden die elders in het havengebied verloren gingen.
Dit artikel toont aan dat natuurontwikkeling en economische groei hand in hand kunnen gaan mits er voldoende visie en passie aanwezig is.


De naam van het gebied is niet toevallig gekozen, want de eeuwenoude Opstalbeek doorkruist dit landschap en was vroeger de levensader voor de afwatering van het Kempisch Plateau naar de Schelde.
Wist je trouwens dat de beek die de vallei voedt vroeger ook de grachten van de nabijgelegen forten bevoorraadde met water, wat de historische waarde van het waterbeheer benadrukt.
De dynamiek van de getijden zorgt er bovendien voor dat de bodem van de vallei een heel specifieke minerale samenstelling heeft behouden, wat cruciaal is voor de huidige biodiversiteit.


In 2007 kreeg de vallei haar definitieve vorm toen er twee enorme ondiepe plassen werden uitgegraven en de waterloop flink werd verbreed om een paradijs voor rietvogels te creëren.
Alle grond die bij deze werken vrijkwam, bleef in het gebied en werd op de zuidelijke grens opgeworpen tot een imposante ecologische dijk.


Deze dijk, de Stocatradijk, fungeert vandaag de dag als een effectieve geluidswal voor de inwoners van Berendrecht en biedt tegelijkertijd een spectaculair uitkijkplatform.
Vanaf dit platform heb je een uniek 360-graden uitzicht waarbij je aan de ene kant de gigantische containerschepen in het Delwaidedok ziet en aan de andere kant de serene rietvelden.


De Opstalvallei is echter veel meer dan een lokale buffer, want het is een van de belangrijkste schakels in het natuurverbindingsgebied van de Antwerpse Antitankgracht.
De vereniging GroenRand beschouwt dit gebied als een kroonjuweel in hun visie op een robuuste klimaatgordel die de volledige Antwerpse regio moet verbinden.
Deze gracht is een historisch monument op zich, gegraven tussen 1937 en 1939 als militaire verdedigingslinie om vijandelijke tanks tegen te houden voor de Tweede Wereldoorlog.
Vandaag de dag vormt deze 33 kilometer lange gracht het langste beschermde landschap van Vlaanderen en fungeert het als een groene snelweg voor talloze diersoorten.


Het technische vernuft achter de gracht is indrukwekkend, want er waren maar liefst vijftien sluizen nodig om het hoogteverschil van dertien meter te overbruggen tussen Berendrecht en Oelegem.
De oude betonnen bunkers en sluiswanden die je onderweg tegenkomt, zijn nu ideale winterverblijven voor zeldzame vleermuizen zoals de watervleermuis en de baardvleermuis.


GroenRand speelt een actieve rol in de bescherming van dit netwerk en pleit onvermoeibaar voor ononderbroken natuurcorridors waarbij de Opstalvallei als vitale stapsteen fungeert.
De grote droom van GroenRand en Natuurpunt is de definitieve terugkeer en vestiging van de Europese otter in dit waterrijke gebied.
De otter is een veeleisende bewoner die alleen overleeft in een omgeving met een uitstekende waterkwaliteit, voldoende vis en vooral veel rustige schuilplaatsen langs de oevers.
Om deze schuwe marterachtige te helpen, zet GroenRand zich in voor de aanleg van natte verbindingen en speciale loop-planken onder bruggen zodat hij niet de weg op hoeft.
In de Opstalvallei zelf vinden otters het perfecte biotoop dankzij de dichte rietkragen waar ze hun 'holt' kunnen inrichten en de overvloed aan voedsel in de plassen.
De cijfers over de vogelstand in dit gebied zijn ronduit spectaculair te noemen, zeker als je kijkt naar de tellingen uit het jaar 2013.
In dat jaar werden er maar liefst 298.500 vogels geregistreerd die de vallei gebruikten als ruststation op hun lange reis naar de overwinteringskwartieren.
De grote karekiet is een echte karaktervogel die met zijn luide, raspende zang boven het riet uitstijgt en uitsluitend nestelt in stevig, overjarig riet bij diep water.


De waterrietzanger, een wereldwijd bedreigde soort, vindt hier een zeldzame rustplaats tijdens de trek door de specifieke structuur van het vochtige moeras.
De snor verraadt zijn aanwezigheid door een aanhoudend, mechanisch ratelen dat minutenlang kan doorgaan in de vroege ochtenduren tussen de dichte riethalmen.


Het woudaapje is de kleinste reiger van Europa en is een ware acrobaat die met zijn grote poten behendig tussen de verticale rietstengels door naar boven klimt.


De buidelmees is een meester-architect die van pluisjes een bolvormig nest weeft met een vernuftige tunnelingang om roofdieren zoals de wezel buiten te houden.


Ook de zeldzame krekelzanger laat hier af en toe zijn kenmerkende geluid horen, dat zo sprekend op een insect lijkt dat wandelaars de vogel vaak over het hoofd zien.


In het water zie je de wilde zwaan, die groter is dan de gewone knobbelzwaan en herkenbaar is aan de opvallende gele vlek op zijn zwarte snavel.
De krooneend valt op door de spectaculaire, goudoranje 'punkachtige' kuif van het mannetje en zijn knalrode snavel die prachtig afsteekt tegen het blauwe water.


De purperreiger is een schuwe bewoner met een slanke, donkere nek die profiteert van de rust in de afgesloten kerngebieden waar hij op kikkers en vissen jaagt.


Vooral tijdens de vogeltrek kan je wel eens kraanvogels zien, indrukwekkende grote vogels die met hun trompetterende roep in strakke V-formaties passeren.
De rode wouw is met zijn diep gevorkte staart en roestbruine verenkleed een elegante verschijning die urenlang boven de vallei kan zweven op thermiek.


De zwarte wouw is iets compacter en donkerder, maar evenzeer een meesterlijke vlieger die vaak de nabijgelegen waterkanten van de Schelde opzoekt.


De zeearend, ook wel de 'vliegende deur' genoemd vanwege zijn enorme spanwijdte van bijna tweeënhalve meter, wordt steeds vaker gespot als koning van het luchtruim.
Naast de gevleugelde bewoners zijn er ook andere verrassende gasten, zoals de gewone zeehonden die regelmatig worden gespot in het nabijgelegen Kanaaldok.
Deze zeehonden rusten vaak uit op de kaaimuren van de haven, wat het bijzondere contrast tussen de zware industrie en de wilde natuur nogmaals onderstreept.


De flora in de vallei trekt talloze insecten aan, zoals de grote keizerlibel die als een blauwe helikopter boven de plassen patrouilleert op zoek naar prooi.
Op de zilte plekken dichtbij de haven groeien typische polderplanten zoals zeekraal en zulte, die essentieel zijn voor specifieke nachtvlinders en poldermotten.
In de zoetere delen van de vallei bloeien de gele lissing en de koekoeksbloem, die een rijke bron van nectar vormen voor de koninginnenpage en diverse hommels.
Het beheerplan voorziet ook in het herstel van bloemrijke graslanden die essentieel zijn voor de zeldzame vlinders zoals de argusvlinder en het hooibeestje.


De moerasvogels zoals de kluut, met zijn omhooggebogen snavel, vinden op de slikplaten het ideale terrein om naar kreeftjes en wormen te zoeken.


De kleine plevier is een pioniersoort die onmiddellijk gebruik maakt van de open, zanderige plekken die ontstaan bij de herinrichting van de plassen.
Zelfs de blauwe reiger heeft hier zijn vaste plek, vooral in de nabijheid van het Reigersbos waar een van de oudste kolonies van Vlaanderen gevestigd is.


In de bosjes van het Teutebos houden reeën zich overdag schuil, om in de schemering voorzichtig tevoorschijn te komen om te grazen op de open velden.


De aanwezigheid van de weidevogels zoals de grutto en de kievit wordt gestimuleerd door het creëren van open landschappen voor een veilig nestbeheer.


Waterinsecten zoals de schrijvertjes en waterschorpioenen profiteren van de verbeterde waterkwaliteit dankzij de natuurlijke zuivering door het riet.
De smienten en wintertalingen overwinteren in grote groepen op de plassen en zorgen voor een levendig schouwspel tijdens de koude wintermaanden.
De boommarter en de wespendief zijn soorten die men in de toekomst hoopt te mogen verwelkomen dankzij de uitbreiding van de bos- en natuurgebieden.
Ook de vleermuizen vinden hier een rijk gedekte tafel aan muggen en nachtvlinders boven de spiegelende wateroppervlaktes van de nieuwe plassen.


De ijsvogel kan met een beetje geluk gezien worden als een blauwe flits die duikt naar kleine visjes in de heldere sloten.
De bruine kiekendief zweeft laag over de rietvelden, herkenbaar aan zijn wiegelende vlucht op zoek naar kleine zoogdieren of jonge vogels.
In de modderige oevers zoeken steltlopers naar voedsel, waarbij hun lange snavels perfect zijn aangepast aan het leven in de slikken.
Port of Antwerp-Bruges start nu concreet met de inrichting van een gedeelte van de Opstalvallei in het noordelijke gebied tussen de Antwerpsebaan en de haven.
Een groot deel van dit gebied zal bestaan uit riet en plassen waarbij het terrein deels verlaagd zal worden en er nieuwe plassen en sloten gegraven worden.
In vergelijking met het eerste plan wordt er nu overtollig water uit Berendrecht weggenomen in plaats van er nog meer water naar de dorpskern toe te sturen.
Het water uit de Dorpsbeek dat nu door Berendrecht stroomt, zal afgeleid worden naar het natuurgebied om de wateroverlast in de dorpskern te verminderen.


Samen met Aquafin zal er ook zoveel mogelijk water van daken in Berendrecht afgeleid worden naar het natuurgebied via gescheiden rioleringsstelsels.
Het gezuiverde huishoudelijk afvalwater uit het zuiveringsstation van Aquafin wordt ook afgeleid naar het riet, waar de planten zorgen voor een extra natuurlijke zuivering.
In het centraal gedeelte van het gebied wordt het huidig landschap behouden en ook het bos bij de Bomenbank blijft als groen baken bestaan.
Zowel aan de oost- als aan de westzijde hiervan komt een open landschap voor riet- en weidevogels, waarvoor de begroeiing met weinig natuurwaarde verdwijnt.
Langs de woonwijken en langs de Monnikenhofstraat komen onverharde wandelpaden met hoogwaardige bomen zoals eiken en linden voor een groene beleving.
Helemaal in het oosten bij de Monnikenhofstraat en de Abtsdreef komt een uitkijkheuvel van zo'n 4 meter hoog voor een panoramisch zicht over de regio.
De bestaande Stocatradijk op de grens van het havengebied wordt verder doorgetrokken naar het oosten om het havenlandschap meer af te schermen voor de bewoners.


Wandelen in de Opstalvallei blijft een unieke belevenis waarbij de meeste paden behouden blijven, behalve in de afgesloten kerngebieden voor broedende vogels.
De vallei is uitstekend bereikbaar met de Lijn bus X70 tot aan de halte De Zouten, waarna je anderhalve kilometer door natuurgebied De Zouten wandelt.
Als je met de auto komt, kun je parkeren in de omgeving van Kasteel Reigershof, bewoond door de familie Van Delft, of aan het einde van de Sint-Jan Baptiststraat.
Fietsers kunnen via de Antwerpsebaan, de Reigersbosdreef en de Berendrechtse Dijk tot aan het uitkijkplatform rijden voor een sportieve polderuitstap.
Natuurpunt organiseert regelmatig wandelingen met een gids voor wie meer wil leren over de specifieke planten en dieren die dit gebied zo rijk is.
De toekomstplannen voorzien een verdere uitbreiding met 190 hectare om de biodiversiteit en de bufferfunctie tussen stad en stroom definitief te verankeren.
Zo vormt de Opstalvallei een levend bewijs dat natuurherstel loont en een blijvende impact heeft op de lokale gemeenschap en onze gezonde leefomgeving.
Elke stap in dit gebied vertelt een verhaal over hoe de mens en de natuur samen kunnen overleven in een moderne wereld, direct naast een wereldhaven.

vrijdag 27 maart 2026

De stille crisis in de bijenkast: een diepgaand verslag uit de pen van Glenn

De stille crisis in de bijenkast: een uitgebreid verslag uit de pen van Glenn


Het is 27 maart 2026 en terwijl de eerste lentezon de velden van de Voorkempen voorzichtig opwarmt, bereikt ons via de VRT verontrustend nieuws dat inslaat als een bom bij natuurvereniging GroenRand.
Voor wie de natuur een warm hart toedraagt, is het een bittere pil: de wintersterfte onder de Vlaamse honingbijen heeft opnieuw genadeloos toegeslagen en legt de kwetsbaarheid van ons ecosysteem bloot.
Uit de allernieuwste cijfers van het Vlaams Bijeninstituut, gebaseerd op een nauwkeurige steekproef bij meer dan 290 imkers, blijkt dat in de afgelopen winterperiode van 2025-2026 maar liefst 25 procent van de bijenvolken het niet heeft gered.


Hoewel dit cijfer technisch gezien een fractie lager ligt dan de dramatische 31 en 27 procent van de voorgaande twee jaren, blijft de situatie voor onze bestuivers volgens alle experts ronduit dramatisch en onhoudbaar.
Bij GroenRand kozen we vorig jaar, in 2025, niet voor niets ‘Bestuivers en de Bij’ als ons centrale jaarthema, waarbij we heel wat bezorgdheden uitten over de algemene achteruitgang van biodiversiteit en de opkomst van invasieve soorten.


De huidige cijfers bewijzen dat het nog steeds niet goed gesteld is met de bij in Vlaanderen, een conclusie die Steven Verhaeghe van het Vlaams Bijeninstituut dwingt tot een scherpe waarschuwing aan de brede bevolking.
Dit is volgens hem namelijk niet louter een probleem van de gepassioneerde imker, maar een collectieve bedreiging voor de voedselveiligheid aangezien we zonder bestuivers 70 procent van onze gewasvariëteit verliezen.
Om een bijenpopulatie op lange termijn echt gezond en in stand te houden, zou de wintersterfte eigenlijk maximaal 10 procent mogen bedragen, een historisch streefdoel dat herinnert aan de stabiele periode van vóór de invasie van de varroamijt.
De grote boosdoener achter deze aanhoudende massale sterfte is de varroamijt, een voor velen onzichtbare vijand die bijen systematisch verzwakt door hun bloed te zuigen en vetweefsel op te eten.


Professor en bijenkenner Dirk de Graaf van de UGent legt uit dat deze mijt uiterlijk lijkt op een piepkleine spin met acht pootjes en een opvallend plat lichaam dat perfect is aangepast aan de anatomie van de bij.
Door die specifieke vorm kan de parasiet zich moeiteloos tussen de beschermende chitineschildjes van de honingbij nestelen om daar op zoek te gaan naar de zachtste weefsels van de gastheer.
De mijt slaat vooral toe tijdens een cruciaal moment in de levenscyclus van de bij, namelijk de overgang van de open naar de gesloten broedfase in de raatcellen.
Net voordat de werksters de wasdekseltjes op de broedcel plaatsen om de larve te laten verpoppen, kruipt de volwassen mijt vliegensvlug naar binnen om haar eigen eitjes te leggen.
De nakomelingen van de mijt zitten vervolgens samen met de weerloze bijenpop opgesloten in de cel en beginnen deze al in een heel vroege fase van de ontwikkeling fysiek en immunologisch te verwoesten.
In de meest ernstige gevallen komen de jonge bijen met verkrinkelde vleugels of andere zware misvormingen uit de broedcel voort, waardoor ze direct een last worden voor het volk in plaats van een hulp.
De varroamijt is oorspronkelijk afkomstig van de Aziatische honingbij, die door eeuwenlange evolutie veel minder schade ondervindt van deze parasiet dankzij poetsgedrag en kortere broedcycli.
In de vroege jaren 80 sprong de mijt echter over op onze Europese honingbij bij grote bijenteeltbedrijven in Azië waar verschillende soorten ondoordacht samen werden gehouden.


Onze lokale bijen hadden geen enkel natuurlijk verdedigingsmechanisme tegen deze nieuwe indringer en ondervonden daardoor in korte tijd massale schade die zich als een olievlek over het continent verspreidde.
Hoewel imkers eerst massaal chemische medicatie en later organische zuren gebruikten om de mijten te bestrijden, leidde dit tot een vicieuze cirkel waarbij de parasieten resistent werden en de bijen zelf steeds zwakker.
Professor De Graaf waarschuwt nu met klem dat de algemene situatie de foute richting uitgaat en dat er mogelijk nog een veel vernietigendere mijt bijkomt die onze kasten bedreigt: de tropilaelapsmijt.
Deze tropische variant is ongeveer de helft kleiner dan de varroamijt, maar heeft de angstaanjagende eigenschap dat ze zich wel vijf keer sneller vermeerdert binnen een bijenkolonie.
De tropilaelapsmijt is vanuit haar kerngebied in Azië inmiddels al opgeschoven tot bij de grens met Turkije en zal, zodra ze hier arriveert, naar verwachting veel meer schade aanrichten dan we ooit voor mogelijk hielden.
"Dan is het hek echt van de dam en de impact op de landbouw zal gigantisch zijn," weet de professor, die benadrukt dat we nu onmiddellijk preventieve actie moeten ondernemen voor het te laat is.



Hij roept de 4.000 à 5.000 Vlaamse imkers op om massaal deel te nemen aan gecoördineerd selectiewerk, een taak waar momenteel helaas slechts een handvol specialisten mee bezig is.
Door gericht te selecteren op bijenvolken die van nature mijten in de broedcellen identificeren en verwijderen, kunnen we de populatie weer genetisch veerkrachtig maken voor de uitdagingen van de 21ste eeuw.
Als stem van GroenRand vul ik aan dat wij als burgers niet lijdzaam mogen toezien, maar onze eigen omgeving direct en massaal bloemrijk moeten maken om deze bestuivers fysiek te ondersteunen.
Een bijenvriendelijke tuin biedt van het vroege voorjaar tot de late herfst een ononderbroken menukaart van nectar en stuifmeel, wat essentieel is voor de opbouw van een sterk immuunsysteem.
Dit begint al bij het aanplanten van vroegbloeiers zoals krokussen, sneeuwklokjes en de onmisbare wilgenkatjes die de eerste broodnodige energie leveren na de lange winterrust.


Zaai inheemse en ecologisch verantwoorde bloemen zoals de korenbloem, klaproos, dille en diverse soorten klaver om een rijk en gevarieerd buffet aan te bieden aan zowel honingbijen als wilde bijen.
Laat paardenbloemen en zogenaamd onkruid gerust staan in een zonnig hoekje van de tuin, want zij zijn vitale bronnen van hoogwaardig stuifmeel in periodes dat andere bloemen nog niet bloeien.
Zorg daarnaast voor veilige nestgelegenheid door rommelige hoekjes met dode takken of holle stengels te laten liggen, of hang een degelijk bijenhotel op voor de vele solitaire soorten die cruciaal zijn voor onze fruitteelt.


GroenRand zet zich in de regio specifiek in voor projecten als 'Greenconnect', waarbij we versnipperde natuurgebieden weer met elkaar verbinden via groene corridors, zodat bijenvolken veilig kunnen migreren en foerageren.
De strijd tegen de Aziatische hoornaar, die in 2025 een absoluut dieptepunt bereikte met duizenden meldingen in de provincie Antwerpen, blijft een prioriteit omdat deze exoot de druk op de kasten tot een kookpunt drijft.
Wanneer een hoornaar voor de kast hangt, ontstaat er 'foraging paralysis', waarbij de bijen uit pure angst niet meer durven uitvliegen om voedsel te zoeken, wat de winterreserves direct in gevaar brengt.
Het jaarthema van 2025 heeft ons geleerd dat we alleen door intense samenwerking tussen overheden, natuurverenigingen en burgers een vuist kunnen maken tegen de achteruitgang van onze bestuivers.
De wintercijfers van 2026 zijn een harde en ontnuchterende les die aantoont dat we onze inspanningen niet mogen laten verslappen, maar juist moeten opschalen naar een hoger niveau.
Alleen door onze tuinen massaal bloemrijk in te richten en onvoorwaardelijk te kiezen voor sterke, lokaal aangepaste bijenvolken kunnen we deze sluipende crisis uiteindelijk bezweren.
Mijn pen zal niet rusten tot de bijen weer de plek krijgen die ze verdienen in een gezond, verbonden en bloeiend Vlaams landschap waar mens en natuur in harmonie samenleven.
Het behoud van de bij is immers het behoud van onszelf, onze cultuur en de prachtige biodiversiteit die we dagelijks mogen bewonderen in onze achtertuin.
Laten we van dit jaar het jaar maken waarin we de woorden van Professor De Graaf omzetten in daden en de bijen weer de veerkracht geven die ze zo hard nodig hebben om te overleven.