zondag 12 april 2026

De natuurlijke balans rond de Antitankgracht beschermen

Het beschermen van de natuurlijke balans rond de Antitankgracht


Invasieve uitheemse soorten kunnen een enorme impact hebben op onze natuur en dat is vandaag de dag heel tastbaar in en langs de Antitankgracht en de vier kruisende beken de Kaartse beek, de Laarse beek, het Klein Schijn en het Groot Schijn.
Omdat deze nieuwkomers hier meestal geen natuurlijke vijanden hebben, krijgen ze de kans om zich vrij voort te planten en uit te breiden, waarbij ze zich vaak razendsnel verspreiden en zich moeiteloos aanpassen aan uiteenlopende omstandigheden.
Tijdens dit proces ontnemen ze onze vertrouwde inheemse soorten de broodnodige voeding, ruimte en het licht, waardoor het voor hen steeds lastiger wordt om te overleven in hun eigen vertrouwde omgeving.
Sommige van deze invasieve soorten gaan nog een stap verder, want ze voeden zich met andere planten of dieren, waardoor lokale populaties flink kunnen afnemen of in het ergste geval helemaal verdwijnen.


Andere soorten brengen ziektes mee waar onze lokale bewoners simpelweg niet tegen bestand zijn, wat extra druk op de natuur legt.
Daarnaast kunnen deze planten en dieren hun omgeving sterk veranderen door de bodem, het water of zelfs de structuur van een heel ecosysteem te beïnvloeden.
Denk bijvoorbeeld aan waterplanten zoals de grote waternavel of de waterteunisbloem, die waterlopen helemaal kunnen overwoekeren, of aan soorten zoals de Amerikaanse stierkikker, die het zuurstofgehalte in het water verlaagt.
Planten zoals de reuzenbalsemien, die bodemerosie in de hand werkt, of de Japanse duizendknoop, de Amerikaanse vogelkers en de acacia, vormen een flinke uitdaging voor de biodiversiteit in deze regio.


Daardoor raken ecosystemen uit balans en verdwijnen kwetsbare soorten, waardoor invasieve uitheemse soorten wereldwijd een van de belangrijkste oorzaken van biodiversiteitsverlies zijn.
Vaak komen deze soorten hier terecht door menselijk handelen, meestal zonder dat we het doorhebben, bijvoorbeeld via de handel in planten, huisdieren of aquariumbewoners.


Ook transport speelt een belangrijke rol omdat soorten ongemerkt kunnen meereizen met schepen vracht of verpakkingen of simpelweg meeliften op machinerie kleding bagage of zelfs in de auto.
Eenmaal in België kunnen ze in de vrije natuur belanden wanneer tuinplanten zich buiten de omheining verspreiden of wanneer dieren worden vrijgelaten door hun eigenaars.


Sommige soorten zoals de Aziatische hoornaar verspreiden zich bovendien verder vanuit onze buurlanden waar ze zich al eerder succesvol hadden gevestigd.
Het is goed om te bedenken dat invasieve uitheemse soorten altijd door toedoen van mensen worden geïntroduceerd, want zonder die invloed zouden ze natuurlijke grenzen nooit kunnen passeren.


Klimaatverandering speelt echter een ondersteunende rol in wat er daarna gebeurt, omdat soorten die door mensen zijn geïntroduceerd zich tegenwoordig makkelijker kunnen vestigen en overleven, iets wat vroeger niet mogelijk was.
Daarnaast zijn er soorten die zich door de opwarming van de aarde zelfstandig naar nieuwe gebieden verplaatsen, maar dit natuurlijke aanpassingsproces wordt niet gezien als een invasieve introductie.
België pakt deze problematiek aan op verschillende niveaus waarbij de federale overheid en de gewesten nauw samenwerken binnen de Europese regelgeving.
Die regels bepalen onder andere dat bepaalde schadelijke soorten niet mogen worden ingevoerd verkocht gekweekt of vrijgelaten in de natuur.
Bovendien verplicht Europa de lidstaten om soorten snel op te sporen op te volgen en aan te pakken wat in de praktijk betekent dat ze actief gemonitord en gemeld worden.


Er zijn systemen opgezet voor een snelle detectie en er worden voortdurend actieplannen en beheersmaatregelen uitgewerkt om de impact te beperken.
Ook de gewesten nemen extra maatregelen door bijvoorbeeld specifieke planten te verbieden of samen te werken met de tuinbouw en handel rond codes voor goede praktijk.
Daarnaast lopen er diverse natuur- en onderzoeksprojecten en wordt er via campagnes en informatie hard ingezet op bewustmaking waarbij alle informatie en links te vinden zijn op de centrale overzichtspagina.
Natuurlijk vormen niet alle uitheemse soorten direct een probleem want pas wanneer een soort echt schade veroorzaakt aan de natuur onze gezondheid of de economie wordt ze als invasief bestempeld.
Afhankelijk van de ernst van de situatie gebeurt de aanpak op drie manieren namelijk het volledig verwijderen uit een gebied het indammen tot één specifieke zone of het onder controle houden van de populatie.
Soorten die nog niet wijd verspreid zijn en relatief eenvoudig aan te pakken zijn worden meestal zo snel mogelijk verwijderd omdat vroeg ingrijpen de grootste kans op succes biedt tegen de laagste kosten.
Sommige soorten zijn echter al zo wijd verspreid dat volledige verwijdering praktisch onmogelijk is geworden of ze zijn simpelweg te moeilijk te bestrijden bij gebrek aan efficiënte methodes of mankracht.


Daarnaast kunnen soorten snel opnieuw opduiken vanuit onbehandelde privéterreinen door hergroei na een onvolledige verwijdering of door instroom vanuit andere landen.
Zelfs wanneer er wordt ingegrepen blijft het een blijvende uitdaging om een soort onder controle te houden waardoor experten en overheden keuzes moeten maken over waar actie het meeste effect heeft.
Natuurvereniging GroenRand deelt graag enkele inzichten, omdat vrijgelaten of ontsnapte dieren zoals grondeekhoorns, waterschildpadden of kooivogels vaak een belangrijke bron van verspreiding vormen.
Wanneer je eraan denkt om een nieuw huisdier te nemen is het fijn om een dier te kiezen dat echt past bij jouw situatie en te zorgen voor een veilige omgeving waaruit het niet kan ontsnappen.


Het is ook verstandig om even op de gewestelijke website te verifiëren of je de soort wel als huisdier mag houden en als je niet langer voor een dier kan zorgen is het beter om een opvang te zoeken dan het vrij te laten.
Hetzelfde geldt voor de planten in de tuin: het is handig om je vooraf goed te informeren over de soort en te voorkomen dat ze zich gemakkelijk buiten je eigen tuin verspreiden.
Je kunt de verspreiding makkelijk voorkomen door bloemen op tijd te snoeien voordat ze zaden vormen en door zorgvuldig om te gaan met snoei- en tuinafval.
Omdat sommige planten maar een klein stukje nodig hebben om opnieuw te groeien, is het verstandig om tuinafval nooit in bossen, bermen of langs waterlopen zoals de Antitankgracht te dumpen.
Verwerk plantenresten bij voorkeur in je eigen compost of via de lokale groenafvalstroom en wees extra voorzichtig met vijverplanten zodat deze niet in grachten of rivieren belanden waar ze alles kunnen overwoekeren.
Het is ook een goed idee om nieuwe planten voor het planten even te controleren op meelifters zoals onkruid mieren of platwormen in de potgrond zodat je deze eerst kunt verwijderen.
Wie zelf aan de slag gaat met het verwijderen van invasieve soorten doet dit best voorzichtig om te voorkomen dat achterblijvende fragmenten de groei juist stimuleren of dat inheemse soorten per ongeluk schade oplopen.


Omdat er strikte regels zijn voor het welzijn van dieren en de benodigde vergunningen, is het beter om niet zomaar zelf in te grijpen, maar eerst de officiële richtlijnen van natuurorganisaties of de overheid te bekijken.
Meedoen aan georganiseerde acties is vaak de meest effectieve manier, en met simpele gewoontes zoals het schoonmaken van je schoenen en spullen na een natuurwandeling draag je al veel bij.
Door waarnemingen te melden help je soorten sneller opsporen, terwijl het niet verplaatsen van aarde, planten of dieren voorkomt dat bijvoorbeeld rivierkreeften per ongeluk nieuwe gebieden bereiken.
Wist je dat sommige planten niet mogen groeien in de buurt van waterlopen, en dat de tuinbouwsector voor bepaalde soorten zelfs vrijwillig is gestopt met de verkoop?
Alle praktische tips en lijsten met veilige alternatieven vind je in de gidsen van de verschillende gewesten, want samen maken we met elke kleine actie een groot verschil voor onze biodiversiteit.

De letter ‘I’ van IJsvogel: Frank Vermeiren ontrafelt de geheimen van de Antitankgracht

De letter ‘I’ van IJsvogel: Frank Vermeiren onthult de geheimen van de Antitankgracht

Het is weer tijd om de veters strak te trekken en de verrekijker af te stoffen, want onze natuurreeks duikt opnieuw het struikgewas in voor een ontmoeting die je hart gegarandeerd sneller doet slaan.
Reportagemaker Frank Vermeiren maakt vogelreportages van A tot Z en vandaag zijn we bij de letter ‘i’ van zijn vogel-encyclopedie aangekomen voor een wel heel bijzonder project langs de waterkant.
Samen met de gedreven natuurvereniging GroenRand zetten we de ijsvogel in de schijnwerpers, want er is simpelweg geen spectactulairdere kandidaat voor deze klinker te bedenken in de hele Voorkempen.


Vergeet de grijze mussen en de alledaagse kauwen, want vandaag draait alles om een vogel die zo uit een tropisch regenwoud lijkt te zijn ontsnapt terwijl hij toch echt gewoon langs onze eigen beken en grachten flitst.
Wie de ijsvogel voor het eerst in het vizier krijgt, gelooft zijn eigen ogen nauwelijks door het visuele feestje van uitersten met een diepblauwe bovenzijde en een warme oranje onderzijde.
Het verenkleed is magnifiek uitgevoerd in diepblauw met oranje, aangevuld met een witte keel en een witte zijhals, wat een prachtig contrast vormt met de vaak donkere en schaduwrijke waterkant.


Met zijn compacte lijfje, korte pootjes, korte nek en korte afgeronde vleugels lijkt hij misschien wat uit proportie, maar alles aan deze kleine vogel is met chirurgische precisie gebouwd voor de jacht.
De kop is relatief groot met grote ogen en herbergt een indrukwekkende, lange, dolkvormige snavel die uitermate geschikt is om vissen mee te vangen en stevig vast te houden.
Voor de oplettende kijker is er een klein maar cruciaal detail om het geslacht te bepalen: de vrouwtjes hebben een oranjerode snavelbasis, terwijl die bij de man volledig zwart is.


In de schaduwrijke hoekjes van de regio is de ijsvogel de onbetwiste koning van de camouflage en de hinderlaag, ondanks zijn felle kleuren die in de schaduw vaak verrassend wegvallen.
In veel andere talen, zoals het Engelse 'Kingfisher' of het Franse 'Martin-pêcheur', wordt hij niet voor niets bezongen als de absolute koningsvisser van de rivier.
De bijnaam koningsvisser dankt hij aan zijn fabelachtige succesratio bij het duiken, want zodra hij zich als een blauwe pijl op een visje stort, is de kans op een misser nagenoeg nihil.


Vergeleken met andere 'vissers' langs de Antitankgracht, zoals de statige blauwe reiger die minutenlang geduldig staat te wachten of de aalscholver die metersdiep achter zijn prooi aan zwemt, is de ijsvogel een flitsende sluipschutter.
Waar een reiger soms misprikt door de lichtbreking, corrigeert de ijsvogel zijn duikhoek met zijn grote ogen op zo’n manier dat hij de vis bijna altijd bij de eerste poging tussen zijn kaken klemt.
Meestal hoor je hem echter eerst door zijn opvallende, hoge geluid en duurt het even voor je hem daadwerkelijk te zien krijgt, aangezien hij verder vrij schuw en alert is.
Hij heeft een flitsend snelle, rechtlijnige vlucht waarbij hij vaak vlak langs het wateroppervlak scheert met zijn korte vleugels die razendsnel op en neer gaan.
Zijn vleugelslag is snorrend en wordt regelmatig afgewisseld met een korte glijperiode, waarbij hij moeiteloos maximale snelheden tot wel 80 kilometer per uur kan bereiken.


Als een blauwe flits duikt hij onverwacht in en uit het water, een razendsnel maar onvergetelijk schouwspel voor wie met veel geduld en een verrekijker op de uitkijk staat bij een overhangende tak.
Frank zag hem regelmatig scheren over de Antitankgracht, volgens velen de plek waar de allermooiste vogel van de regio zich het liefst ophoudt bij visrijk en helder water.
De ijsvogel is dol op kleine vissen die niet groter zijn dan 4 à 5 centimeter, maar ook kikkervisjes en waterinsecten zoals libellenlarven worden met veel smaak verorberd.


Vanaf zijn vaste zitpost aan de oever tuurt hij onvermoeibaar over het water naar visjes, al kan hij soms ook vanuit een zogenaamde bidvlucht boven het oppervlak toeslaan om zijn prooi te grijpen.
Hoe dieper hij een vis spot, hoe meer hij zijn lichaam loodrecht op het wateroppervlak positioneert om de hinderlijke breking van het licht perfect te corrigeren.


Wanneer hij uit het water komt met de vaak nog spartelende vis dwars in zijn bek, keert hij meestal direct terug naar zijn strategische uitkijkpost aan de oever.
Daar geeft hij de vis de genadeklap door hem stevig tegen een tak te slaan, waarna de prooi in het verlengde van de snavel wordt gemanoeuvreerd voor consumptie.
De vis wordt met de kop richting de keel gedraaid als hij zelf honger heeft, of juist omgekeerd als hij de vis gaat voeren aan zijn wijfje of de hongerige jongen.


Hij slikt de vis altijd met de kop eerst door zodat de vinnen naar achteren wijzen en de glibberige buit gemakkelijk naar binnen glijdt zonder de keel te beschadigen.
Onverteerbare delen als graten, schubben en chitineresten van insecten worden later in een kleine, ovale braakbal op een rustig plekje uitgebraakt.
Het broedseizoen begint al opvallend vroeg in februari of maart, waarbij het paartje ingenieuze tunnels graaft van zeker 0,5 meter tot wel 90 centimeter diep.
Ze doen dit bij voorkeur in steile oeverwanden, tussen blootliggende boomwortels of in een speciaal aangelegde kunstmatige ijsvogelwand om de veiligheid te garanderen.


Al achteruit kruipend wordt de losgewerkte zand- of leemgrond met de kleine pootjes weer naar buiten geschoven tot de nestholte aan het einde volledig klaar is.
Een paartje heeft vaak meerdere nesten per jaar met elk 6 tot 7 witte eieren, die door zowel man als vrouw in 19 tot 21 dagen worden uitgebroed.
In drukke seizoenen met veel voedsel zitten de vrouwtjes soms al nieuwe eieren uit te broeden terwijl het mannetje de jongen van het vorige nest verder grootbrengt.
De kuikens zitten zo'n 22 tot 28 dagen op het nest voor ze door de ouders met een vers visje naar de uitgang worden gelokt voor hun eerste vlucht.


Om indruk te maken op zijn vrouwtje brengt de man tijdens de balts prachtige cadeaus mee in de vorm van een vers visje dat hij omgekeerd in zijn bek houdt.
Wanneer hij vervolgens de bek openspert, wordt het vrouwtje aangestaard door het hulpeloze slachtoffer, wat de ultieme romantische geste is in de ijsvogelwereld.
Er doen grappige verhalen de ronde over ijsvogelmannetjes die zo ijverig zijn in hun baltsgeschenken dat het vrouwtje op den duur de visjes bijna niet meer kan slikken, maar toch beleefd blijft aannemen.


Wist je trouwens dat deze vogel model stond voor de Japanse Shinkansen-trein omdat hij door zijn snavelvorm nauwelijks spatten of drukgolven maakt tijdens het duiken?
Hoewel zijn naam anders doet vermoeden, is de ijsvogel opvallend weinig winterhard en kan de populatie in echt strenge winters helaas met 60 tot 70 procent achteruitgaan.
Oude vogelvangers vertelden vroeger dat ze ijsvogels soms letterlijk vastgevroren vonden aan hun uitkijkpost wanneer een plotse vorstnacht over de gracht trok.


De naam is waarschijnlijk een verbastering van het Germaanse 'eisenvogel', wat verwijst naar de ijzerachtige metaalglans op zijn rug die in het zonlicht schittert.
Eigenlijk is hij niet eens écht blauw van kleur, want zijn rugveren bevatten geen blauw pigment maar verstrooien het licht door een heel speciale, complexe veerstructuur.
In de klassieke mythologie werden Alcyone en Ceyx door de goden veranderd in ijsvogels om voor eeuwig samen te kunnen blijven aan de kustlijn.
Willem van Oranje koos deze standvastige vogel zelfs als persoonlijk symbool met het motto 'Saevis tranquillus in undis', wat staat voor rust te midden van de storm.


Natuurvereniging GroenRand beschouwt de Antitankgracht als de groene ruggengraat van de regio Antwerpen en zet zich in voor de transformatie naar een robuuste Klimaatgordel.
Deze inspirerende visie vormt inmiddels de basis van het Projectplan Antitankgracht 2026-2031 dat wordt gecoördineerd door het Regionaal Landschap de Voorkempen.
Het Regionaal Landschap fungeert hierbij als de verbindende kracht die gemeenten, bosgroepen en overheden samenbrengt om de open ruimte in onze streek te versterken.
Het samenwerkingsverband van zeven gemeenten – Stabroek, Kapellen, Brasschaat, Schoten, Brecht, Schilde en Ranst – zet volledig in op biodiversiteit en klimaatrobuustheid.
Een belangrijk onderdeel van het plan is het herstellen van de gracht als veilige natuurverbinding, terwijl de kruisende waterlopen, zoals het Groot en Klein Schijn, de Kaartse Beek en de Laarse Beek, weer ecologisch gezond worden gemaakt.
In de bovenloop kruist bijvoorbeeld de Laarse Beek de Antitankgracht via een duiker, waarbij zuiver kwelwater de waterkwaliteit van deze beek ten goede komt.


Door actief oeverherstel, slibruimingen en gericht hakhoutbeheer door de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) wordt de waterkwaliteit constant verbeterd voor een visrijke habitat.
Het hakhoutbeheer zorgt voor jonge uitloop en spaart elke twintig meter een overstaander als ideale uitkijkpost voor de ijsvogel.
In gebieden zoals de Lage Haar in Schilde worden poelen uitgegraven om de grondwatertafel aan te vullen en rustzones voor wilde dieren te creëren.
De inspanningen voor vernatting en het herstel van kruisende beken zorgen voor een cruciale verbinding die essentieel is tegen verdroging.
Langs het 33 kilometer lange traject zijn er hotspots, zoals Domein De Inslag en Park De Mik in Brasschaat, het Fort van Oelegem in Ranst en het Drijhoekbos in Schilde.
Vanaf mei 2026 zal GroenRand als toegewijde beschermer blijven toezien of de overheden hun groene beloften voor deze blauw-groene gordel daadwerkelijk nakomen.


De ijsvogel en andere kwetsbare soorten zoals de otter, de bever en de boommarter behouden zo definitief hun plek in dit herstelde systeem.
Wanneer je de volgende keer die blauwe flits ziet scheren over het water, besef dan dat je oog in oog staat met een technisch, biologisch en mythologisch meesterwerk.
Het behoud van helder water en natuurlijke oevers is de enige manier om deze vliegende edelsteen ook voor de komende generaties in de Voorkempen te bewaren.
Door de gracht te herstellen als een aaneengesloten Klimaatgordel, geven we de ijsvogel de ruimte die hij nodig heeft om zijn territorium van kilometers oever te verdedigen.
Zo blijft de Antitankgracht een kloppend hart voor de lokale natuur en een thuis voor de allermooiste vogel van de Voorkempen.


zaterdag 11 april 2026

Huiszwaluw in de kijker: Op pad met Frank Vermeiren en de vliegende architecten

Huiszwaluw in beeld: Op stap met Frank Vermeiren en de vliegende architecten


In de lens van Frank Vermeiren

In deze nieuwe aflevering van onze natuurreeks trekken we opnieuw de wandelschoenen aan voor een bijzonder project.
Reportagemaker Frank Vermeiren maakt vogelreportages van A tot Z en vandaag zijn we bij de letter ‘H’ aangekomen.
Samen met natuurvereniging GroenRand zetten we de huiszwaluw in de schijnwerpers.
De huiszwaluw overwintert in de uitgestrekte gebieden van Sub-Saharisch Afrika waar hij een groot deel van de tijd al vliegend in de lucht doorbrengt.
Zodra de lente aanbreekt begint hij aan een indrukwekkende trektocht van duizenden kilometers richting het noorden.
In Vlaanderen arriveren de eerste verkenners doorgaans vanaf begin april terwijl de grote massa pas tussen half april en mei aankomt.
Na het broedseizoen begint de najaarstrek voor de meeste vogels in de loop van de maand augustus.
De hoofdmassa verlaat ons land in de eerste helft van september om de naderende koude voor te zijn.
Tegen half oktober zijn vrijwel alle exemplaren weer vertrokken naar hun warme overwinteringsgebieden in het zuiden.
De huiszwaluw is te herkennen aan zijn volledig spierwitte onderkant, witte stuit en wit bevederde poten.
De bovenzijde van zijn lichaam is glanzend zwartblauw.
De staart is kort en gevorkt en de snavel stomp.
Zijn kwetterende zang is eerder ingetogen.
Wanneer je de verschillende silhouetten bestudeert die over onze steden vliegen, dan is er één vogel bij die je makkelijk herkent aan zijn witte stuit: de huiszwaluw.
Die heeft zijn naam niet gestolen, want hij bouwt z’n nest graag tegen huizen - stedelijk of landelijk. 
De huiszwaluw begint bij voorkeur direct op de bovenkant van het geplaatste latje te bouwen omdat dit de meest stabiele basis vormt.
Het vogelkoppel metselt de eerste modderbolletjes vast op het ruwe hout en werkt van daaruit de halfronde kom omhoog tegen de gevelwand.
Het latje fungeert als een kunstmatige rotsrichel die het volledige gewicht van het nest en de latere jongen ondersteunt op een gladde muur.
Je zult zien dat de vogels de ruimte tussen het balkje en de overstekende dakrand systematisch dichtmetselen tot er slechts een klein invlieggat overblijft.
Zonder dit steunpunt aan de onderzijde hebben de vochtige klonters modder vaak te weinig grip op moderne bakstenen om een stevig fundament te vormen.
Door het latje op de juiste hoogte te monteren bied je hen de perfecte startplaats voor de constructie van hun kraamkliniek.
Het is een simpele ingreep die het succes van een nieuwe kolonie aan je eigen gevel aanzienlijk kan vergroten.


Ruwe bakstenen vormen tevens een goed alternatief voor de rotspartijen waar hij van nature graag nestelt.
De soort is overal in België aanwezig, maar kent de laatste tijd een forse achteruitgang in stedelijk gebied.
Deze insecteneter is een topjager!
Hij voedt zich uitsluitend met kleine, vliegende insecten die hij in volle vlucht onderschept.
Op zijn menu staan: vlinders, vliegen en mieren - stekende insecten zoals bijen en wespen worden vakkundig ontweken.
Zijn favoriete hapje is zonder twijfel een mondvol muggen of vliegen.
In tegenstelling tot de boerenzwaluw vangt de huiszwaluw insecten op grote hoogte, zo’n 20 meter boven de grond.
Hij drinkt ook al vliegend, door over het wateroppervlak van meren of rivieren te scheren.
In het broedseizoen vormt het voederen van de jongen een zware dagtaak voor de ouders.
Ze brengen aan de lopende band prooien aan om meteen weer op jacht te gaan.


Bij gebrek aan ruwe rotsen, nestelt de huiszwaluw in en rond gebouwen in de stad of op het platteland.
Dat doet hij liefst samen met enkele goede buren tegen overdekte buitenmuren in rurale streken.
Buiten het broedseizoen verzamelt de huiszwaluw in bomen om samen te slapen.
In de winter trekt hij naar het zuiden.
In de lente vormen huiszwaluwen koppels en bereiden ze zich voor om een nest te bouwen.
Daarmee beginnen ze eind april of begin mei.
De nestjes bestaan uit een combinatie van aarde, grassen, plantenvezels, veren en zelfs stukjes plantenwortels die tot een kleverige massa gekneed wordt samen met hun speeksel.
Wanneer dat goedje opdroogt, wordt het hard en sterk genoeg om een volledig zwaluwengezin te huisvesten.
Een huiszwaluwnest is vrij dik met een kleine, ronde opening waarin de ouders net passen.


Het wordt opgetrokken binnen een termijn van 10 à 15 dagen en wordt vaak jaar na jaar opnieuw gebruikt.
Ook andere vogelsoorten maken soms gebruik van deze prefab-nestjes, wanneer de zwaluwen (nog) niet in het land zijn.
Het vrouwtje legt tot 5 witte eieren die ze meestal alleen uitbroedt op twee weken tijd.
Gedurende een kleine maand blijven de jonge zwaluwen in het nest en ook daarna worden ze nog tien dagen gevoederd door de ouders.
Afhankelijk van de weersomstandigheden en het voedselaanbod volgt er soms een tweede legsel in de maand juli.
Dat de zwaluw storm voorspelt wanneer hij laag vliegt, is niet eens zo vergezocht.
Wanneer zwaluwen zich naar lagere oorden verplaatsen, is dat een logisch gevolg van de insecten die lager gaan vliegen door een verandering in luchtdruk.
De zwaluw volgt gewoon zijn prooien!
De vogel onderhoudt bovendien sterk ontwikkelde sociale structuren met zijn gezang.
Wist je dat een koppel gemiddeld 150.000 insecten en muggen vangt voor een nestje met vier jongen en zo overlast voorkomt?
Een zwaluwtil is een kunstmatige nestgelegenheid, meestal in de vorm van een zeskantig of rond dak op een hoge paal, die speciaal is ontworpen voor huiszwaluwen.
Omdat deze vogels koloniebroeders zijn, biedt zo'n til ruimte aan tientallen nesten tegelijk, waarbij vaak al enkele kunstnesten zijn voorgemonteerd om de vogels te lokken.
Sinds enkele jaren staan op Einhoven-Drengel en ook in Oostmalle enkele zwaluwentillen.
Einhoven en Drengel zijn twee landelijke gehuchten in Zoersel waar de huiszwaluw extra ondersteuning krijgt.
De tillen in de regio maken deel uit van een actief beschermingsproject van Natuurpunt Voorkempen en de lokale gemeenten, waarbij in totaal acht tillen over het gebied verspreid staan.
In die buurt staat een bekende til ter hoogte van de kruising tussen Drengel en De Haan, aangevuld met kunstnesten aan de plaatselijke elektriciteitscabine.
Ook in Oostmalle zijn er verschillende locaties waar de vogels kunnen broeden om het netwerk van acht stuks te vervolledigen.
Zo zijn er recent twee nieuwe tillen geplaatst aan De Lamskroon en staat er sinds 2023 een til op de bedrijfssite van Wienerberger, omdat de nabijgelegen kleiputten de ideale modder leveren voor hun nestbouw.
Het netwerk wordt compleet gemaakt door vier extra locaties die verspreid liggen om de kolonies in de bredere regio te verbinden.
Naast de bekende plekken in Drengel en Oostmalle werden er in de omgeving van Zoersel bijkomende tillen geplaatst na de eerste successen.
De overige exemplaren staan op strategische locaties nabij landelijke open ruimtes en boerderijen in de grensstreek tussen Malle en Zoersel.
Om de broedresultaten op te volgen, zoekt Natuurpunt Voorkempen tellers voor deze acht tillen.
Het succes van deze huiszwaluwtillen gaat ieder jaar crescendo.


Zo kon Natuurpunt in 2025 al 85 geslaagde broedgevallen noteren in de acht tillen.
Nadeel van dit succes is dat het ieder jaar meer werk wordt om de resultaten op te volgen.
Daarom zoeken ze vrijwilligers om één of meerdere huiszwaluwtillen geregeld te bezoeken om de broedresultaten te weten.
Voor deze taak is geen speciale kennis nodig, enkel een min of meer wekelijks bezoek van een half uurtje van half mei tot half september.
Een weekje overslaan is geen probleem.
Kan je meerdere weken niet, geef een seintje en Natuurpunt zoekt voor die periode een vervanger.
De nestjes aan de til zijn genummerd.
Het is de bedoeling te weten welke nummers gebruikt worden, maar vooral in welke nestjes er jongen worden opgemerkt.
Wie weet heb je een voorkeurtil in je eigen buurt om op te volgen?
Dat kan allemaal besproken worden.
Wil je hieraan meewerken, geef een seintje via valentijn.brems@pandora.be.