woensdag 25 februari 2026

Ingrid Boumans in De Inslag: Waar militair erfgoed en prille lente elkaar ontmoeten

Ingrid Boumans in De Inslag: Waar militair erfgoed en prille lente elkaar ontmoeten

Wanneer Ingrid Boumans de eerste stappen zet op de statige dreven van De Inslag valt de stilte als een warme deken over haar heen.
Deze kaarsrechte lanen met hun hoogopgaande bomenrijen getuigen nog van het rijke verleden van het domein als onderdeel van het kasteelpark.
De takken van de zomereiken zijn nog kaal en steken scherp af tegen de grijze februari-lucht maar in de luwte van de dreef ziet Ingrid de eerste subtiele tekenen van het vroege voorjaar.


Ze stelt haar camera scherp op een glinsterende dauwdruppel die aan een brugleuning hangt.
Niet veel verder trekt een zacht geritsel haar aandacht bij een oude en knoestige eik langs de dreef.

Door haar zoomlens ziet ze een koolmees die behoedzaam een boomholte verkent.
Het vogeltje wipt nerveus naar binnen en buiten terwijl het de diepte van de holte inspecteert als een potentiële nestplaats voor de vroege broedperiode.

In de ondergroei tussen de dode bladeren ontdekt Ingrid de eerste witte spikkels van sneeuwklokjes die dapper de kou trotseren en de prille knoppen van het speenkruid die ongeduldig wachten op de eerste echte warmte.
Hier in dit 149 hectare grote staatsdomein beheerd door het Agentschap voor Natuur en Bos lijkt de tijd op een bijzondere manier gestold terwijl het ecosysteem tegelijkertijd koortsachtig werkt aan zijn eigen herstel.
Ingrid wandelt in de richting van de Antitankgracht en door haar zoeker ziet ze het strakke en dertig meter brede wateroppervlak dat als een kaarsrecht lint door het landschap snijdt.

Op het kalme water dwarrelt een vrouwtjeseend traag met de lichte stroming mee.
Het dier lijkt bijna te mijmeren terwijl het geniet van de eerste milde zonnestralen die over de kabbelende rimpelingen dansen als een voorteken dat de lente eindelijk op komst is.

Voor een ongeoefend oog is dit een idyllische waterloop maar Ingrid weet dat ze kijkt naar een monumentaal militair litteken.
Dit traject werd tussen 1937 en 1939 met de hand uitgegraven als een wanhopige verdedigingslinie tegen de naderende tankdivisies van nazi-Duitsland.



De gracht was echter nooit een statisch waterpunt want het was een technisch vernuftig systeem van compartimentering.
Omdat het terrein in de Voorkempen een natuurlijk verval van dertien meter kent werd de gracht opgedeeld in secties door middel van vijftien sluisbunkers die Ingrid nu als grijze wachters in het groen ziet opduiken.


Ze houdt halt bij een van deze bunkers die een architecturaal hoogstandje van gewapend beton uit het interbellum vormt.
Ingrid fotografeert de smalle schietgleuven en de pokdalige wanden van soms wel twee meter dik die gebouwd zijn om zware artillerie te weerstaan.

Het is een paradoxaal beeld omdat deze constructies ooit ontworpen zijn voor oorlog en inundatie maar nu de ultieme rustplaats bieden voor honderden vleermuizen.
Terwijl ze een detailopname maakt van de overwoekerde betonstructuur denkt ze aan de jaarlijkse tellingen die bevestigen dat de watervleermuis en de zeldzame grootoorvleermuis hier hun veilige haven hebben gevonden.
De constante temperatuur en luchtvochtigheid binnen deze massieve muren zijn cruciaal voor hun overleving tijdens de laatste koude nachten van februari.

Sinds de erkenning als beschermd landschap in 1994 is de gracht getransformeerd van een dodelijke barrière naar een vitale migratieroute voor fauna zoals de boommarter en het reewild die dit ononderbroken groen-blauw lint gebruiken om zich tussen de versnipperde boskernen van de regio te verplaatsen.

Tijdens een wandeling langs de geschiedenisrijke Antitankgrachtstuit Ingrid op een bijzonder schouwspel.
Op de oever ontdekt ze een aalscholver, een forse, donkere watervogel die roerloos met gespreide vleugels in de zon staat om zijn verenkleed te drogen.

Dit gedrag is kenmerkend voor de soort, omdat hun veren niet volledig waterafstotend zijn, wat hen helpt om dieper te duiken naar prooien zoals baars en snoek, die rijkelijk in deze wateren voorkomen.
Hoewel de aalscholver een rustige indruk maakt, is de vogel uiterst waakzaam en gevoelig voor verstoring.
Zodra Ingrid een fractie te dichtbij komt, staakt de vogel zijn pose en kiest hij met krachtige, resolute vleugelslagen het luchtruim, waarbij hij met gestrekte hals laag over het wateroppervlak wegvliegt richting een veiligere plek. Wanneer de winter eindelijk bakzeil haalt en de dagen weer wat langer worden, zie je ze overal opduiken: die eigenwijze katjes.
Het zijn de allereerste tekenen van leven aan de nog kale takken en met hun pluizige looks kondigen ze de lente op de mooiste manier aan. Die zachte haartjes zijn er trouwens niet alleen voor de sier. Ze werken als een soort natuurlijke winterjas die de kwetsbare bloempjes binnenin beschermt tegen de venijnige nachtvorst die normaal gesproken nog op de loer ligt.

Maar nu men voor vandaag zelfs 18 graden voorspelt en de zon volop zal schijnen, gaan deze lentebodes pas echt helemaal los. Door die plotselinge warmte veranderen de wilgenkatjes razendsnel in felgele stuifmeelbommetjes waar de bijen massaal op af gaan.

De lange slierten van de hazelaar gaan door de zachte bries vrolijk bungelen om hun pollen te verspreiden, terwijl de berkenkatjes door deze temperatuurexplosie in recordtempo gaan zwellen en openspringen.
Het is een bizar maar prachtig gezicht om te zien hoe al die verschillende soorten door deze vroege warmte de natuur direct kleur gaan geven.
        
Langs de steile oevers ziet Ingrid plots een blauwe flits van een ijsvogel die vanaf een kale overhangende tak de gracht afspeurt.
Ze weet dat de waterkwaliteit hier nauwgezet wordt gemonitord door de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM).
Hoewel de gracht historisch kampte met verontreinigd slib hebben recente saneringen het leefgebied van negen verschillende vissoorten hersteld.
Onder de waterspiegel schuilt de Europees beschermde kleine modderkruiper die rust in de slibrijke bodem terwijl de eerste groene scheuten van de gele plomp zich diep onder water voorbereiden op hun opgang.

Ingrid verlaat de waterkant en trekt dieper het bos van De Inslag in waar de ondergrond onder de schaduw van de dreven merkbaar verandert.
Haar schoenen zakken weg in de zachte strooisellaag van een humus-ijzerpodzol.
Deze zure en arme zandgrond is de motor achter het internationaal erkende wetenschappelijk onderzoek dat hier plaatsvindt.
Tussen de stammen door ziet ze de imposante en veertig meter hoge stalen meettoren van het ICOS-netwerk boven de boomtoppen uitsteken. Het is een surrealistisch en hoogtechnologisch contrast met de natuurlijke omgeving.
    Dronebeeld Dimitri Evgeni,

Deze toren fungeert als het zenuwstelsel van het bos en registreert met de Eddy Covariance techniek de koolstofdioxideflux met een netto opname van -400 tot -500 gram koolstof per vierkante meter per jaar.
Terwijl Ingrid haar lens richt op een zwarte specht die driftig tegen een dode stam hamert realiseert ze zich hoe succesvol de omvorming van het bos is.

Waar voorheen monotone dennenplantages stonden ziet ze nu een veerkrachtig mengsel van zomereik en beuk.
In de lage begroeiing ziet ze de donkergroene kussens van kussentjesmos en de grijze korstmossen die op de schors van de bomen groeien als stille getuigen van de zuivere lucht. Het beheerplan werpt zijn vruchten af want met meer dan 120 geregistreerde vogelsoorten waaronder de wespendief en de boomvalk is dit domein een levend laboratorium.

Aan het einde van haar tocht kijkt Ingrid nog één keer om naar de gracht waar het waterpeil hoog staat.
De gracht fungeert tegenwoordig als een strategische spons die de grondwaterspiegel in het kwetsbare bos op peil houdt en verdroging tegengaat.
Terwijl ze haar camera opbergt beseft ze dat de Antitankgracht haar oorspronkelijke doel ver voorbij is gestreefd.
Vandaag is het een bondgenoot in de strijd tegen klimaatverandering waar militair erfgoed en pure natuurkracht samensmelten tot één krachtig ecosysteem.

Dossier: De Grote Invasie – Vlaanderen en GroenRand in de Bres voor onze Bestuivers

Dossier: De Grote Invasie – Vlaanderen en GroenRand in de Bres voor onze Bestuivers

Vlaanderen bevindt zich in de frontlinie van een complexe ecologische strijd die elk jaar heviger wordt door de ongeziene opmars van de Aziatische hoornaar (Vespa velutina).
Van 1 maart tot eind mei loopt het cruciale lentevalproject, een grootschalig burgeronderzoek naar de verspreiding en bestrijding van deze invasieve exoot, gecoördineerd door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en het Agentschap Natuur en Bos (ANB).
Ook natuurvereniging GroenRand trekt aan de alarmbel en roept burgers, in het bijzonder in de Antwerpse rand (gemeenten zoals Zoersel, Schilde, Malle en Ranst), nadrukkelijk op om deel te nemen via het platform 
MijnTuinlab.be 


Vanaf 1 maart 2026 gaat de derde editie van onze monitoringcampagne rond lentevallen voor de Aziatische hoornaar van start. De campagne loopt tot en met 31 mei 2026. Heb je een vraag hierover? Mail naar lentevallenAH@inbo.be
Deze pagina wordt momenteel voorbereid. Alle informatie en deelnamelinks verschijnen hier vanaf 1 maart 2026.
De inzet van dit project is groot: het gaat niet alleen om het vangen van een invasief insect, maar fundamenteel om het beschermen van onze inheemse bestuivers en de algehele gezondheid van onze ecosystemen.


Sinds de eerste waarneming in 2017 heeft de Aziatische hoornaar zich in een ongekend tempo over Vlaanderen verspreid, met een groei die inmiddels als spectaculair te bestempelen valt.
Terwijl er in 2020 nog sprake was van een relatief beperkt aantal van 120 nesten, is dit cijfer tegen 2024 geëscaleerd naar maar liefst 
7.655 officieel geregistreerde nesten. Vooral de provincies Antwerpen en Oost-Vlaanderen fungeren momenteel als hotspots voor deze invasieve exoot.
In Oost-Vlaanderen alleen al werden vorig jaar meer dan 2.500 nesten behandeld door gespecialiseerde diensten zoals de vzw RATO


Omdat deze hoornaars een ernstige bedreiging vormen voor onze inheemse bijenpopulaties en de algemene biodiversiteit, is een snelle detectie essentieel.
Het wordt dan ook dringend aangeraden om elk vermoedelijk nest direct te melden via het officiële platform 
Vespa-Watch, zodat professionele bestrijders via de brandweer of erkende verdelgers gericht kunnen ingrijpen.

Background imageExperts schatten echter dat ondanks de intensieve verdelging minstens 20% tot 30% van de nesten onontdekt blijft, verscholen in hoge boomtoppen of dichte hagen. 
Dit betekent dat de werkelijke populatie waarschijnlijk nog veel groter is dan de officiële cijfers doen vermoeden.
Elk seizoen kan het aantal nesten met een factor drie tot vier toenemen, wat de absolute noodzaak voor een gecoördineerde aanpak in het voorjaar onderstreept.


De biologie van de hoornaar verklaart waarom juist de periode van maart tot mei het ideale moment voor actie is.
Nu de temperaturen stijgen, ontwaken de jonge koninginnen uit hun winterslaap in de bodem of onder schors.
Zij zijn de enige overlevers van de winter; de werksters en de oude koningin van het vorige jaar zijn gestorven.
In deze fase staan de koninginnen er alleen voor om een 'embryonaal nest' te bouwen en op zoek te gaan naar suikers en eiwitten voor hun eerste larven. 

Door een koningin nu te vangen, voorkom je de vorming van een kolonie die in de nazomer kan uitgroeien tot een basketbalgroot nest met honderden werksters. 
GroenRand benadrukt dat deze preventie essentieel is: eenmaal de werksters uitvliegen, begint de massale jacht op onze bijen en andere nuttige insecten.
De vereniging waarschuwt al jaren voor de precaire toestand van onze wilde bijen, zweefvliegen en vlinders.
De Aziatische hoornaar vertoont namelijk 'hawking'-gedrag, waarbij ze voor bijenkasten of bloemen zweven en bestuivers simpelweg uit de lucht plukken. Dit leidt tot 'foraging paralysis': bijen durven hun nest niet meer uit, wat een enorme aanslag is op de lokale biodiversiteit.
De economische impact is eveneens groot. Niet alleen imkers verliezen tot 30% van hun volken, ook de opbrengst van fruit- en groenteteelt daalt drastisch zonder deze bestuivers.
Eén groot hoornaarsnest heeft gemiddeld 11,3 kilogram insecten nodig om een seizoen te overleven.
GroenRand herinnert ons eraan dat de bestrijding van deze exoot direct gelinkt is aan de overlevingskansen van onze eigen fauna. 

Het lentevalproject van 2025 richtte zich op massale monitoring en burgerparticipatie. In 2024 meldden burgers via dit project 1.628 vallen, een getal dat een jaar later steeg naar 4.067 vallen waarin 15.880 koninginnen werden gevangen.
Hoornaarspecialist Nicolas Pardon (ANB) nuanceert echter dat de groei exponentieel blijft en dat men tientallen koninginnen moet vangen om effectief één nest te voorkomen.
Het onderzoek moet uitwijzen of de massale inzet van burgers 'het sop de kool waard is' en of de bijvangst van inheemse insecten niet te groot is.
Om de biodiversiteit niet onbedoeld te schaden, gelden er ijzersterke regels voor wie een val plaatst.
Zelfgeknutselde vallen van plastic flessen zijn "uit den boze" omdat ze niet selectief zijn en nuttige inheemse insecten doden.
Burgers moeten goedgekeurde vallen gebruiken met een lokstof van 1/3 witbier, 1/3 witte wijn en 1/3 suikerwater. De alcohol in dit mengsel dient om bijen af te schrikken, terwijl de hoornaars worden aangetrokken door de suikers en gisting. Dagelijkse controle is verplicht om bijvangst direct vrij te laten en de vangstgegevens te registreren via 
MijnTuinlab.be.


De locatie van de val is ook van belang: plaats deze bij voorkeur op een zonnige, windstille plek op ongeveer anderhalve meter hoogte, idealiter nabij vroegbloeiende planten die koninginnen aantrekken voor hun eerste voedsel.
Naast de inzet van vallen wordt er in Vlaanderen steeds vaker gebruikgemaakt van innovatieve verdelgingstechnieken. Wanneer nesten in de zomer en herfst moeilijk vindbaar zijn, wordt de 'zendertechniek' (Radio Telemetry) ingezet, waarbij individuele hoornaars worden uitgerust met een radio tag om hen terug naar hun goed verborgen nest te volgen. Ook drones worden ingezet om nesten op grote hoogte te lokaliseren en direct te behandelen met milieuvriendelijke methoden zoals bevriezing met vloeibare stikstof, leegzuigen of het gebruik van diatomeeënaarde. Pas als dit niet mogelijk is, worden erkende insecticiden zoals Permas-D ingezet.


Om deze kostbare operaties te bekostigen, voorzien veel gemeenten subsidies.
In regio's zoals Willebroek krijgt men tot 80 euro terug per verdelgd nest, terwijl de provincie Oost-Vlaanderen via RATO vzw de bestrijding vaak volledig gratis aanbiedt. Het Departement Landbouw en Visserij heeft daarnaast een budget van 203.000 euro vrijgemaakt voor een overkoepelend strategisch plan dat opleidingen en nieuwe bestrijdingstechnieken ondersteunt.
Het is tot slot van cruciaal belang dat de Europese hoornaar (Vespa crabro) niet wordt verward met zijn Aziatische neef.
De Europese variant is een nuttige bondgenoot die juist helpt bij het bestrijden van andere plagen en veel minder schadelijk is voor bijenvolken.
De Aziatische hoornaar is herkenbaar aan een zwart borststuk, een donker achterlijf met één oranje segment en opvallende gele uiteinden aan de pootjes, vaak omschreven als 'gele kousen'. De Europese hoornaar is daarentegen groter, heeft een roodbruin borststuk, roodbruine pootjes en een grotendeels geel achterlijf. Wie een Aziatische hoornaar of een nest spot — dat kan variëren van de grootte van een pingpongbal in de lente tot een basketbal in de herfst — wordt gevraagd een foto te maken en deze te melden via Vespa-Watch.be of Waarnemingen.be.
Zelf een nest verwijderen is levensgevaarlijk en moet altijd worden overgelaten aan specialisten.
Alleen door deze gecoördineerde krachtenbundeling tussen burgers, wetenschappers en natuurverenigingen  kan Vlaanderen hopen de impact van deze invasie beheersbaar te houden en onze kostbare bestuivers een duurzame toekomst te bieden.
De inzet van elke individuele burger in deze vroege lenteperiode kan het verschil maken tussen een beheersbare populatie en een ecologische catastrofe in de nazomer.

dinsdag 24 februari 2026

Akkervogels verdwijnen razendsnel: “Ik heb er nooit wat van gevoeld, maar ik wil niet meer over nesten met jongen heenrijden”

Akkervogels verdwijnen razendsnel: “Ik heb er nooit wat van gevoeld, maar ik wil niet meer over nesten met jongen heenrijden”

De vogel van het jaar 2026 wordt een akkervogel.
De vijf genomineerden nestelen allemaal op boerenland.
Hun aantal zakt dramatisch, behalve bij landbouwer Jos Depotter. “Patrijzen nemen een stofbad op mijn erf.”


Patrijzen zijn uiterst zeldzaam.
Je ziet ze weleens op restaurant, maar op een akker komt bijna geen mens ze nog tegen.
Op boerderijen is alsmaar minder plaats voor nesten. De akkers zijn zo groot dat vogels zich nergens kunnen verbergen.
Zijn er toch eieren of jongen, dan is de kans groot dat een tractor die overhoop rijdt.
Ook de sleepslang, die wordt gebruikt om een akker doelgericht te bemesten, leidt tot drama’s.
Nog een probleem is voedsel voor de kuikens: er zijn te weinig wormen, er zijn te weinig insecten.
Onkruidverdelgers maken veel kapot.
Zo verdwijnen akkervogels uit het landschap.

In het algemeen nemen de soorten af met bijna 30 procent.
De patrijs spant de kroon met 57 procent minder tellingen sinds 2007.
De gestreepte fazant met de rosse kop staat in heel Europa op de ‘rode lijst’, zo kwetsbaar is hij.
Maar in de polders van Koksijde zien ze hem iedere zomer over het erf paraderen. “Ik zie door het raam hoe hij een stofbad neemt, samen met de rest van zijn menagerie. Kom maar kijken als je het niet gelooft”, vertelde Depotter aan de telefoon met Inbo (Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek).
Hij en zijn vrouw proberen al jaren de biodiversiteit te bevorderen op hun landbouwbedrijf.
Ze kregen er een Koperen Kievit voor.

Fatale fouten

Lange tijd had het West-Vlaamse landbouwerskoppel niet in de gaten hoe bijzonder akkervogels zijn.
Jos Depotter en Els Beuselinck deden gewoon hun werk: 116 hectare akker verbouwen, zomergraan, haver, bonen en gele erwten, niks meer. Inmiddels herkennen ze het liedje van de veldleeuwerik.


Depotter wil het niet nazingen.
Hij wil alleen maar zeggen dat hij er vrolijk van wordt. “Het vogeltje zelf zie je bijna nooit. Het is compleet gecamoufleerd”, zegt Beuselinck. “Het valt pas op als het in het gras duikelt. De vrijwilligers die ze in maart komen opsporen, moeten urenlang kijken, wachten en hopen. Of ze moeten een drone hebben met een warmtecamera.”

Depotter veegt zijn telefoon open.
Alle vogelnesten op zijn akker staan op Google Maps: scholekster, kiekendief, kievit ... De landbouwer deelt updates over eieren en reddingsacties in een whatsappgroep.
Er is een doodsaai filmpje van een hoopje bruin, tot ma leeuwerik komt aangevlogen en het rommeltje drie vogelkopjes blijkt te hebben, met hongerige snavels.

Een ander filmpje speelt zich ‘s nachts af. De akker is pikdonker.
Depotter zit op zijn Case Puma 260 pk.
De machine weegt meer dan tien ton.
De landbouwer stuurt het gevaarte langs het nest van een kievit.
“Ik stop de locaties in de gps van mijn tractor, maar er is een marge van drie meter.
Zelfs als ik de gegevens manueel invoer, blijf ik met fatale fouten zitten. Daarom rijd ik zelf rond.
Je mag de markeringen trouwens niet te dicht bij de nesten prikken, want vossen leren snel.
De stokken laten zien waar ze eieren kunnen roven. Ja, akkervogels zijn gedoe”, lacht hij.
“Maar zodra je wéét dat er nesten zijn, ga je opletten. Ik heb er nooit wat van gevoeld, maar ik wil er niet meer overheen rijden.”

Klauwen in de lucht

Het begon allemaal in 2002 toen het landbouwerskoppel voor het eerst een perceelsrand aanlegde rond de akker.
Ze zaaiden een kruidenmengsel met klaprozen.
Inmiddels bestaat een derde van de totale oppervlakte uit randen.
Ze zijn 18 tot 30 meter breed. Ieder jaar worden ze op twee centimeter nauwkeurig nagemeten.
“Het zijn dure randen, ja. Gesubsidieerd, ook”, zegt Depotter.
“Natuurinclusieve landbouw kost moeite, en van de markt hoef je geen inspanningen te verwachten.”
De landbouwer hoedt zich voor mooie praatjes.
“Als het eenvoudig was, zou je overal vogels zien. Een akkervogeltje op het veld is een beetje zoals een ijsbeer op het puntje van een ijsberg. Eronder zitten heel veel beslissingen.”

Eén voorbeeld is de elektrische rattenval op het erf.
Die elektrocuteert muizen en ratten. Vergiftigde ratten en de muizen zijn immers niet goed voor de kerkuil en de torenvalk. Depotter knikt.
In de landbouw hangt alles aaneen.
Het is eindeloos: regen, klimaatverandering, grondschimmels, loopkevers, wormgangen, machinerie en kiezen voor bepaalde gewassen.
Luzerne en faunamengsels zijn goed voor de biodiversiteit, maar ze brengen minder op.
 “Je hebt 35 seizoenen om te proberen om het beter te doen”, zegt hij. “Zo lang duurt een boerenleven.
Een veldleeuwerik maakt het leven in je akker zichtbaar.” 

Noodlottige verhalen over de kuikens van de kiekendief zijn de omgekeerde wereld. De beestjes gaan in het veld op hun rug liggen.
Met hun klauwen in de lucht verdedigen ze zich tegen een voorbijrijdende landbouwmachine.
Depotter mag er niet aan denken.
“Toen de mensen van Inbo voor het eerst op bezoek kwamen om de biodiversiteit te onderzoeken, dacht ik dat ik bomen zou moeten planten, zodat de vogels daarin konden gaan zitten”, lacht hij.
 “Niet dus.
Akkervogels hebben alleen een akker nodig met brede randen en een gezonde bodem.” 

Stemmen voor de Vogel van 2026 kan nog tot en met zaterdag op vogelvanhetjaar.be. Op donderdag 12 maart maakt Vogelbescherming Vlaanderen de winnaar bekend.

Foto's: Frank Vermeiren

De stille strijd om de Noorderkempen: landbouw, de visie van GroenRand en de noodzaak tot dialoog

De stille strijd om de Noorderkempen: landbouw, de visie van GroenRand en de noodzaak tot dialoog

Sabina Vandeweyer en zeven boerinnen van landbouwvereniging Landelijke Toekomst leidden onlangs gedeputeerde van Landbouw Jinnih Beels (Vooruit) rond op hun erf in de Noorderkempen. De vereniging telt leden uit Essen, Kalmthout, Stabroek, Wuustwezel, Brecht en Kapellen. Zij profileert zich als een onafhankelijke belangengroep van landbouwers en grondeigenaars die opkomt voor een leefbaar platteland, rechtszekerheid en kwalitatieve voedselproductie van eigen bodem.

Om ook politici het belang daarvan te doen inzien, nodigde de vereniging de gedeputeerde uit voor een uitgebreide rondgang langs verschillende bedrijven. Tijdens deze gesprekken kreeg Beels een spoedcursus in de existentiële crisis van de sector. De centrale boodschap was duidelijk en indringend. Bescherm onze voedselproductie en betrek ons bij beslissingen die onze toekomst bepalen. De eerste stop was het melkveebedrijf van Sabina Vandeweyer in Wuustwezel. Daar kreeg de gedeputeerde uitleg over de werking van een modern landbouwbedrijf en de enorme uitdagingen waar zij dagelijks voor staan. Hoge investeringen, complexe vergunningstrajecten en een steeds toenemende regeldruk kwamen uitgebreid aan bod. Vandeweyer benadrukte dat vergunningen vandaag de dag simpelweg vastlopen. Sinds de beruchte stikstofuitspraken van de Raad voor Vergunningsbetwistingen heerst er in Vlaanderen een feitelijke investeringsstop.


Dat zorgt voor enorme onzekerheid en remt elke vorm van innovatie af.
We willen meewerken aan oplossingen, maar daar is wel rechtszekerheid voor nodig, aldus Vandeweyer.
 "Banken weigeren momenteel leningen voor verduurzaming omdat de vergunning van morgen onzeker is. Dit creëert een vicieuze cirkel van stagnatie waarin jonge ondernemers niet durven te springen."
De boerinnen wijzen daarbij op een schrijnende ongelijkheid. Volgens hen gaat de natuurkwaliteit van de Kalmthoutse Heide er op achteruit door onder meer de toenemende industrie in de haven en het vele vliegverkeer op de vliegbasis Woensdrecht. Toch wordt de landbouw vaak als het zwarte schaap gezien. Hoewel de wetenschap stelt dat ammoniak uit de landbouw lokaler neerslaat dan industriële stikstofoxiden, blijft de roep om gelijke beoordelingscriteria voor alle sectoren fundamenteel voor het gevoel van rechtvaardigheid op het platteland. De landbouwers vragen simpelweg om een eerlijke behandeling waarbij niet één sector alle lasten van het natuurherstel moet dragen terwijl andere sectoren kunnen blijven groeien. Deze spanning wordt nergens zo tastbaar als in de technische discussie over het waterbeheer in natuurgebied De Maatjes. Landbouwers maken zich grote zorgen over het peilbesluit en de werking van het pompgemaal onder de Nieuwmoersesteenweg. Volgens de boerinnen moet water uit Kalmthout kunstmatig onder de weg door naar het natuurgebied worden gepompt omdat grachten niet meer worden geruimd en er eenzijdig wordt ingezet op waterberging. Zij pleiten voor praktische oplossingen zoals het ruimen van grachten en het werken met stuwen om het water gericht en gecontroleerd te sturen. De landbouwers hebben jarenlange ervaring met waterbeheer en zij vrezen dat deze kennis verloren gaat als de bedrijven verdwijnen. Vanuit het beleid en de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) wordt echter ingezet op maximale vernatting om de verdroging van de natuur tegen te gaan via de Blue Deal. Wat voor de biodiversiteit een zegen is, kan voor de landbouwer een financiële catastrofe betekenen wanneer akkers onbruikbaar worden door een te hoog waterpeil. Betrek ons volwaardig bij het waterbeheer en kies voor oplossingen die zowel natuur als landbouw ten goede komen, vult Vandeweyer aan. De meest prangende politieke discussie draait om de erkenning van het Grenspark Kalmthoutse Heide als officieel Nationaal Park. In dit verhitte debat werpt natuurvereniging GroenRand zich op als een cruciale factor voor verzoening.

GroenRand bekijkt natuur steeds vanuit een breed landschappelijk perspectief en benadrukt dat landbouw een onmisbare partner is in een robuust landschap. Zij nemen de bezorgdheden van de boeren over rechtszekerheid en waterbeheer dan ook uiterst serieus. Volgens GroenRand is de huidige polarisatie deels te wijten aan de politiek. Zij omschreven de besluitvorming rond de Nationale Parken als aangebrand omdat het wettelijke kader, het Parkendecreet, veel te laat kwam. Terwijl de parken al werden geselecteerd, waren de juridische spelregels nog niet definitief. Dit gebrek aan een tijdig kader creëerde onnodige onwil bij lokale besturen en gaf ruimte aan de onzekerheid waar landbouworganisaties tegen ageren. GroenRand stelt dat natuurverweving enkel kan slagen als boeren volwaardig worden betrokken en hun jarenlange ervaring met het landschap wordt erkend in plaats van genegeerd.


Hoewel de boeren vrezen dat de titel Nationaal Park natuurverenigingen meer munitie geeft om vergunningen aan te vechten, wijzen juridisch experts, beleidsmakers en het Grondwettelijk Hof erop dat deze vrees juridisch ongegrond is. De instrumenten om vergunningen te betwisten bestaan vandaag al via de Europese Habitatrichtlijn en het Stikstofdecreet. Deze wetten staan los van het parkstatuut. Het Hof oordeelde in 2024 en 2025 dat de erkenning op zich geen directe nieuwe nadelen of juridische lasten voor de landbouw creëert. Een rechter baseert zijn vonnis op de feitelijke staat van de natuur en de geldende wetgeving, niet op een label. Het Hof heeft immers duidelijk gesteld dat de titel geen beleidsmatig gewenste ontwikkeling is die landbouw mag uitsluiten. Het is cruciaal om te erkennen dat de huidige juridische barrières voor boeren voortkomen uit bestaande milieuwetten en niet uit het parkstatuut zelf. Zonder de juiste informatie zal de polarisatie enkel verhogen en daarom is deze feitelijke nuancering essentieel.
Landelijke Toekomst geeft tevens aan dat er ook enorme ruimtelijke druk komt uit de havenregio die als een pletwals over het platteland duwt. De plannen rond de NX-verbinding in Stabroek baren grote zorgen omdat deze weg een negatief effect dreigt te hebben op natuur en open ruimte door versnippering.

Wat betreft de zogenaamde Klimaatgordel rond de haven is de situatie eveneens genuanceerder dan vaak wordt voorgesteld. In tegenstelling tot de perceptie dat er nieuwe landbouwgrond wordt opgeëist, gaat het hier om gronden die al decennia als bufferzone of reservegebied op de plannen staan. De landbouwers bewerken deze percelen vaak al generaties via tijdelijke pachtovereenkomsten. De effectieve realisatie van deze gordel betekent echter dat deze historische reservegebieden nu definitief aan het landbouwgebruik worden onttrokken. Deze gronden worden echter niet volgebouwd met industrie, maar krijgen een definitieve bestemming als natuurbuffer. Voor de lokale boer voelt dit als een zware slag. Of de grond nu naar een fabriek gaat of naar een nieuw bos, de beschikbare ruimte voor lokale voedselproductie krimpt feitelijk verder in een regio waar de ruimte al schaars is. De dag werd afgesloten op het melkveebedrijf van de familie Wouters-Verbreuken in Sterbos. Dit historische landgoed toont aan dat landbouw en natuur al generaties naast elkaar kunnen bestaan. Toch heerst ook hier grote onzekerheid. Het uitblijven van een duidelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor het bedrijf aan de bosrand maakt de toekomst onzeker. We pleiten daarom voor heldere ruimtelijke kaders zodat landbouw en natuur structureel kunnen samengaan, zegt Vandeweyer. Het menselijke aspect van dit verhaal mag niet worden onderschat. De constante onzekerheid vreet aan het mentale welzijn van de landbouwgezinnen. In Vlaanderen heeft minder dan 15% van de landbouwers boven de 50 jaar een opvolger klaarstaan. Jongeren durven de miljoeneninvesteringen niet meer aan als het juridische kader elk moment kan kantelen. Het werkbezoek van Jinnih Beels was een belangrijke eerste kennismaking en de gedeputeerde toonde zich bereid om de contactlijnen kort te houden en mee te denken over oplossingen.

Besluit: Een Pleidooi voor Dialoog en Bemiddeling
GroenRand benadrukt in dit dossier dat zij absoluut geen polarisatie willen met de boeren. Om de huidige verharding te doorbreken, is het echter noodzakelijk om te erkennen dat natuurbeleid nooit los kan staan van het verdienmodel van de landbouwer. Dit betekent dat we moeten inzien dat een boerderij geen museum is maar een economische motor. Wanneer natuurdoelstellingen leiden tot lagere opbrengsten, hogere kosten of het onbruikbaar worden van gronden, wordt de boer in zijn voortbestaan geraakt. Polarisatie ontstaat precies op dat punt. Waar ecologische ambities de financiële draagkracht van een gezinsbedrijf ondermijnen, slaat de dialoog onvermijdelijk om in een overlevingsgevecht. Een duurzaam natuurbeleid moet daarom gepaard gaan met eerlijke vergoedingen en nieuwe verdienmodellen voor de boer, zodat natuurbeheer een rendabel onderdeel van de bedrijfsvoering kan worden in plaats van een bedreiging.
Om dit gesprek weer op gang te brengen, stelde GroenRand de aanstelling van een bemiddelaar voor, zodat alle partijen opnieuw naar elkaars argumentaties kunnen luisteren zonder direct in de verdediging te schieten. In een tijd waarin de samenleving steeds sneller lijkt te draaien en meningen vaak lijnrecht tegenover elkaar staan, is het gebrek aan bemiddeling, luisterbereidheid en dialoog een zorgwekkende ontwikkeling. Dit is essentieel omdat deze drie elementen samen het sociale cement vormen dat een gemeenschap bij elkaar houdt. Zonder dit cement brokkelt het onderlinge vertrouwen af en ontstaat er een klimaat van polarisatie en verharding. Wanneer we stoppen met echt naar elkaar te luisteren — dat wil zeggen, luisteren om te begrijpen in plaats van te luisteren om te reageren — verliezen we de verbinding met de mens achter het standpunt. Hierdoor verdwijnen nuances en vervallen we in een schadelijk wij-zij-denken.
Bemiddeling speelt hierin een cruciale rol als brug. Het stelt ons in staat om conflicten niet als een strijd te zien die gewonnen moet worden, maar als een gezamenlijk probleem dat een gedragen oplossing vereist. Dit proces bevordert de eigen regie en zorgt voor duurzame relaties, omdat partijen zich erkend voelen in hun behoeften en emoties. Bovendien is oprechte luisterbereidheid de basis voor innovatie en democratie. Het stelt ons bloot aan perspectieven die onze eigen blik verruimen en voorkomt dat we vast komen te zitten in onze eigen informatiebubbels.
Uiteindelijk zorgt het herstellen van de dialoog voor een psychologisch veiligere omgeving waarin mensen zich durven uitspreken zonder angst voor directe veroordeling. Dit is cruciaal voor zowel het persoonlijke welzijn als de stabiliteit van de maatschappij als geheel. De huidige polarisatie wordt blijkbaar opgedrongen door andere instanties en vanuit politieke hoek, vaak gevoed door de angst om verkiezingszieltjes te verliezen. We moeten terug leren objectief te zijn en elkaar durven in de ogen te kijken. Eerlijk en oprecht, zonder achterkamertjespolitiek en verborgen agenda's. Alleen door echte dialoog en een gedeelde visie op het landschap kunnen landbouw en natuur zij aan zij de toekomst van de Noorderkempen vormgeven.
Foto's: Facebookpagina Jinnih Beels

maandag 23 februari 2026

GroenRand ziet in De Lage Haar de ultieme blauwdruk voor klimaatadaptatie en biodiversiteit

GroenRand ziet in De Lage Haar de ultieme blauwdruk voor klimaatadaptatie en biodiversiteit

In een tijd waarin de uitersten van het klimaat – van kurkdroge zomers tot plotselinge wateroverlast – de nieuwe realiteit vormen, ligt de oplossing vaak verscholen in het herstel van ons natuurlijk landschap.
In Schilde, langs de oevers van de Zwanebeek, is met het vernattingsproject ‘De Lage Haar’ een indrukwekkend staaltje natuurinrichting gerealiseerd.
Wat ooit een drassig broekbos was maar doorheen de jaren was verdroogd door overmatige ontwatering, fungeert vandaag opnieuw als een vitale 'waterspons'.


Dit project, een nauwe samenwerking tussen Natuurpunt Schijnbeemden, het Regionaal Landschap de Voorkempen en de Provincie Antwerpen, bewijst dat ecologie, veiligheid en economie hand in hand kunnen gaan wanneer alle neuzen in dezelfde richting staan.
Het gebied De Lage Haar, een perceel van circa 14 hectare in 's-Gravenwezel, was decennialang onderhevig aan een veel te snelle waterafvoer.
Door de historische focus op ontwatering stroomde kostbaar regenwater via de Zwanebeek razendsnel weg richting de Schelde, nog voordat de bodem de kans kreeg het op te zuigen.
Dit leidde tot een structurele daling van de grondwaterstanden, wat zowel de lokale biodiversiteit als de omliggende landbouwgronden kwetsbaar maakte voor extreme droogte.

Tijdens een werkbezoek in februari 2026 onderstreepte de Antwerpse gedeputeerde voor Landbouw, Jinnih Beels, het cruciale belang van deze ingreep.
Zij prees de wijze waarop de vernatting een buffer vormt voor de landbouwsector: door water stroomopwaarts vast te houden, wordt de weerbaarheid van de bodem verhoogd, wat essentieel is voor de voedselproductie in droge periodes.
Het bezoek markeerde een bijzonder moment waarbij natuur en landbouw eindelijk op exact dezelfde golflengte bleken te zitten.

Een project van deze omvang slaagt enkel met een breed maatschappelijk en ecologisch draagvlak.
De vereniging GroenRand, een drijvende kracht achter het behoud van de groene gordel rond Antwerpen, juicht de herinrichting dan ook toe.
Als behartiger van de open ruimte in de regio biedt GroenRand de broodnodige visie om dergelijke natuurprojecten op de politieke agenda te houden.


Dirk Weyler, woordvoerder van GroenRand, ziet in De Lage Haar een blauwdruk voor de hele regio en stelt onomwonden dat water ons 'blauwe goud' is.


Volgens Weyler is het tijd om te stoppen met het denken in termen van natuur óf landbouw.
Beide sectoren hebben immers een gezond grondwaterpeil nodig om te overleven.
De steun van GroenRand benadrukt dat dit project verder gaat dan lokale natuur; het vormt een essentiële schakel in een robuust natuurnetwerk dat de versnippering van het landschap tegengaat.

De transformatie is het resultaat van doordachte hydrologische technieken waarbij de stroom wordt vertraagd.
De kern van het project draait om het herstellen van de natuurlijke hydrologie door het water langer in het gebied vast te houden.
Door de installatie van een strategische stuw op de Zwanebeek en het aanpassen van de omliggende grachtenstructuur, kan het waterpeil nu nauwgezet worden beheerd.
In natte periodes fungeert het broekbos als een natuurlijk opvangbekken dat piekafvoeren buffert.
Dit voorkomt dat woonwijken stroomafwaarts in Schilde kampen met wateroverlast.
Tegelijkertijd krijgt het water de tijd om in de diepere bodemlagen te infiltreren, waardoor de grondwaterreserves worden aangevuld. Deze dubbele functie – bescherming tegen overstroming én tegen droogte – maakt het project tot een schoolvoorbeeld van klimaatadaptatie in de praktijk.

Voor de biodiversiteit in de Schijnbeemden is de terugkeer van het water een enorme boost.
Een gezond broekbos biedt een uniek ecosysteem voor zeldzame flora zoals de dotterbloem en de waterviolier.
Bovendien creëert het de ideale habitat voor de bever.
Deze natuurlijke 'waterbouwkundige' kan hier ongestoord zijn gang gaan en met zijn dammen de waterhuishouding op natuurlijke wijze verder versterken. Insecten, amfibieën en talrijke vogelsoorten vinden in dit vernatte landschap opnieuw een veilig toevluchtsoord en rijke voedselgronden.
Het project toont aan dat natuurherstel niet enkel over cijfers gaat, maar over het herstellen van levende systemen die ons allemaal ten goede komen.

Het herstel van de "sponsfunctie" in De Lage Haar is mede mogelijk gemaakt door een krachtig netwerk van partners.
De Provincie Antwerpen trad op als hoofdfinancier, terwijl Natuurpunt Schijnbeemden de drijvende kracht achter het lokale terreinbeheer blijft.
Het Regionaal Landschap de Voorkempen (RLDV) was verantwoordelijk voor de coördinatie en technische studie, terwijl de gemeente Schilde als lokale partner de waterveiligheid voor haar inwoners garandeert.
Wie de resultaten met eigen ogen wil bewonderen, kan terecht in de groene rand van 's-Gravenwezel via de Lage Haarlaan of de Eekhoornlaan.


Wel is een waarschuwing op zijn plaats: door de geslaagde vernatting kunnen de onverharde paden in de winter erg zompig zijn, waardoor stevig, waterdicht schoeisel of laarzen een absolute aanbeveling zijn voor elke natuurliefhebber.
Met de inzet van alle betrokkenen is De Lage Haar getransformeerd van een verdroogd bos naar een fundamenteel onderdeel van de regionale waterveiligheid en een baken van hoop voor natuurherstel in Vlaanderen.
Met het project De Lage Haar laten ze zien hoe je natuur écht weerbaar maakt. In plaats van regenwater zo snel mogelijk af te voeren via beken en grachten, krijgt de bodem hier weer de kans om als een natuurlijke spons te werken. Het water wordt simpelweg vastgehouden waar het valt. Dit is win-win voor iedereen. Voor GroenRand is dit een schoolvoorbeeld van hoe we de klimaatuitdagingen moeten aanpakken. Het is niet alleen een investering in biodiversiteit, maar ook in een veilige en gezonde leefomgeving voor ons allemaal. Een dikke proficiat aan de trekkers van dit project; dit is precies het soort natuurherstel dat onze regio nodig heeft! Foto's: Natuurpunt Schijnbeemden + eigen redactie