donderdag 19 februari 2026

GroenRand in het Klein Schietveld: De weg naar een robuuste Voorkempen en de kracht van verbinding

Groenrand roept op tot respect: bescherm de blauwe reiger tegen onzichtbaar leed

 Groenrand roept op tot respect: bescherm de blauwe reiger tegen onzichtbaar leed

Stel je voor dat je de onbetwiste koning van de slootkant bent.
Met de finesse van een ninja en het geduld van een standbeeld sta je urenlang stokstijf te turen naar een rimpeling in het water. Eén flits en één haarscherpe snavelstoot later is de buit binnen.


Dat is het dagelijks werk van onze blauwe reiger (Ardea cinerea), de grijze ridder van de Vlaamse beken en vennen.
Maar de laatste tijd wankelt deze koning op zijn troon.
De medewerkers van vogelopvangcentra zien namelijk steeds vaker reigers binnenkomen die hun eigenlijke vijand, de mens, niet zagen aankomen.
Groenrand trekt daarom aan de bel met een warme maar ook een tikkeltje brutale oproep.
Laten we deze statige vogel niet langer de dupe laten worden van rondslingerende vislijnen en verboden vallen, zeker niet hier in onze eigen prachtige Voorkempen.

Het leven van een reiger is geen luilekkerland, ook al lijkt hij soms urenlang te mediteren.
Het is topsport.
Deze vogel is een echte opportunist.
Hij lust een vers visje zoals voorn of baars, maar een kikker, een mollenbiefstuk of een flinke woelrat gaat er ook wel in.
Zelfs grote insecten en jonge watervogels staan op het menu als de kans zich voordoet.
Zijn geheim zit in die ellenlange en fragiele stelten.


Daarmee waadt hij geruisloos door het ondiepe water van onze grachten en vennen.
Maar diezelfde poten zijn ook zijn zwakke plek.
Een reiger die een poot breekt, is als een wielrenner zonder pedalen.
Hij komt nergens meer.
Een verbrijzelde poot door een illegale klem betekent in de natuur dan ook een onverbiddelijk 'game over'.
In centra zoals het Natuurhulpcentrum moeten ze deze prachtige dieren vaak laten inslapen omdat een reiger op één poot simpelweg niet kan overleven.
Hij heeft zijn beide stelten nodig om stabiel te jagen, zijn evenwicht te bewaren in de modder en krachtig af te zetten bij de landing.
Van amputatie is bij een wild dier geen sprake, want een blauwe reiger heeft beide poten nodig om vanop een oever te kunnen jagen op amfibieën en vissen.
Helaas worden we ook in de Voorkempen nog geconfronteerd met middeleeuwse praktijken.
Het gebruik van klemmen is uitdrukkelijk verboden, alhoewel uitzonderingen door de wet worden toegestaan wanneer het om het bestrijden van schadelijke soorten gaat zoals ratten.
Maar een klem ziet niet of het een rat vangt of een onschuldig en wettelijk beschermd dier zoals deze blauwe reiger.
Sommige vijverbezitters plaatsen ze clandestien om hun kostbare goudvissen te beschermen, maar de verminking die ze veroorzaken is onbeschrijflijk.
Het zal je bijvoorbeeld maar eens gebeuren dat je aan het wandelen bent met je hond en opeens zit je viervoeter gevangen in zo’n klem.
Terwijl het ook anders kan.
Met een beetje creativiteit, reflecterende linten, speciale roosters of een legaal schrikdraadje houd je de reiger op afstand zonder dat er bloed aan de snavel kleeft. De Vlaamse Overheid geeft hierin het goede voorbeeld door alternatieven aan te bieden waarbij de dieren niet onnodig verminkt worden.
De tijd dat we natuur gingen bestrijden met dergelijke marteltuigen is immers al lang voorbij.
En dan is er de "onzichtbare moordenaar" in de vorm van achtergelaten visdraad. Hoe gruwelijk dit kan aflopen, werd pijnlijk duidelijk door een bericht van Natuurpunt Mechels Rivierengebied over een incident aan de Leuvense vaart. Nils Iwens was met de fiets op weg toen hij in het water iets zag drijven. Hij is de houten palen opgeklommen om bij de reiger te komen, vertelt Nils, voorzitter van de Mechelse kern van Natuurpunt. Zijn ontzetting was groot toen hij zag waaraan de blauwe reiger gestorven was. De reiger lag in een onmogelijke en tragische knoop waarbij zijn poot door de visdraad hopeloos vastzat aan zijn eigen snavel. Hij moet een vis met visdraad hebben opgegeten en vervolgens hebben geprobeerd om met zijn poot de draad weg te krijgen, legt Iwens uit. In die wanhopige worsteling raakte hij zichzelf fataal verstrikt en verdronk hij. Nils Iwens wil het skelet van de reiger mét de visdraad nu zoveel mogelijk tonen. Mogelijk krijgt de vogel een plaats in een bezoekerscentrum van Natuurpunt om vissers en wandelaars wakker te schudden. Hij hoopt dat vissers door dit beeld wat bedachtzamer gaan omspringen met hun materiaal.

Zeker in de winter is de nood hoog. Wanneer de vennen in de Voorkempen dichtvriezen, verliest de reiger zijn toegang tot vis en amfibieën.
De zogenaamde wintersterfte is een harde realiteit.
In jaren met langdurige vorst kan tot wel dertig procent van de populatie sterven door honger en uitputting.


Juist dan trekken ze naar de bebouwde kom en onze tuinvijvers omdat ze elders geen open water meer vinden.
Heb dan een beetje respect voor hun overlevingsdrang.
Ze zijn er bovendien vroeg bij.
Al in februari begint de datingperiode in de hoge bomen, waar ze hun grote takkennesten bouwen in kolonies die ook wel reigerries worden genoemd.
Een ouder die in een klem stapt of verstrikt raakt, laat een nest hongerige jongen achter die geen schijn van kans maken.

De blauwe reiger is de ultieme indicator van een gezonde natuur.
Gaat het goed met de reiger, dan gaat het goed met ons water.
Daarom doet Groenrand een warme oproep aan alle vissers en natuurbezoekers.
Wees een sportman en laat geen rommel achter.
Neem elke centimeter draad mee naar huis.
Meld illegale vallen bij de natuurinspectie en geef de natuur de ruimte.
Laten we samen zorgen voor een regio waar we van de waterkant kunnen genieten zonder marteltuigen of verstikkende draden.
Laten we de reiger zijn podium geven zonder dat hij erdoorheen zakt.

Boeren als bouwmeesters van de natuur: recordgroei voor biodiversiteit op het Vlaamse platteland

Boeren als bouwmeesters van de natuur: recordgroei voor biodiversiteit op het Vlaamse platteland

Het Vlaamse landschap ondergaat een stille maar fundamentele transformatie. Waar landbouw en natuurbeheer in het verleden vaak als tegenpolen werden beschouwd, laten de meest recente cijfers van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) een heel ander beeld zien.
In 2026 hebben maar liefst 2.822 landbouwers besloten om hun bedrijfsvoering actief te verweven met natuurzorg.
Dit recordaantal vertaalt zich in een indrukwekkende oppervlakte van 7.114 hectare aan biodiversiteitsmaatregelen, wat een stijging betekent van maar liefst 20 procent in areaal op slechts één jaar tijd.
De bereidheid van de Vlaamse boer om de rol van landschapsbeheerder op zich te nemen, is hiermee groter dan ooit tevoren.

De populariteit van deze zogenaamde beheerovereenkomsten is niet louter een kwestie van idealisme.
Er ligt een nuchtere, economische logica aan ten grondslag.
De landbouwsector staat onder enorme druk door fluctuerende marktprijzen en strenge klimaatdoelen.
In dit onzekere klimaat bieden de contracten van de VLM een baken van stabiliteit.
Met een gemiddelde vergoeding van ongeveer 2.000 euro per hectare — een bedrag dat kan variëren afhankelijk van de complexiteit van het beheer — bieden deze overeenkomsten een gegarandeerde inkomst gedurende een looptijd van vijf jaar.
Zeker nu de prijzen van traditionele landbouwproducten onder druk staan, vormen deze vergoedingen voor veel landbouwers een cruciale aanvulling op het gezinsinkomen.
Het transformeren van een minder productieve strook grond of een perceelsrand in een natuurrijke zone levert zo niet alleen ecologische winst op, maar ook een harde financiële meerwaarde.

De groei in 2026 manifesteert zich over de volledige breedte van de natuurmaatregelen.
Volgens de gedetailleerde cijfers van de VLM kende elk type beheerovereenkomst een duidelijke toename.
De overeenkomsten voor soortenbescherming, waarbij boeren hun land inrichten voor kwetsbare dieren zoals de akkervogel, de hamster of de grauwe gors, groeiden met 14 procent tot 2.915 hectare.
Maatregelen voor 'bufferen en verbinden' namen toe met 20 procent tot een totaal van 2.467 hectare.
Deze zones zijn essentieel om waterlopen te beschermen tegen de afspoeling van meststoffen en fungeren tegelijkertijd als natuurlijke corridor voor wilde dieren.
De grootste stijger was echter het botanisch beheer, dat met 29 procent toenam tot 1.715 hectare.
Hierbij ligt de focus op het herstel van kruidenrijke graslanden, die onmisbaar zijn voor de instandhouding van onze bestuivers zoals wilde bijen en vlinders.

Niet alleen de oppervlakte groeide, ook de zogenaamde kleine landschapselementen (KLE) maken een indrukwekkende comeback op de Vlaamse akkers.
Het aantal knotbomen onder beheerovereenkomst steeg in één jaar tijd van 14.000 naar bijna 20.000 exemplaren.
Bovendien beheert de Vlaamse landbouwer inmiddels 433 kilometer aan hagen en 95 kilometer aan heggen.
Deze elementen geven het landschap niet alleen zijn historische karakter terug, maar bieden ook een nestplaats aan talloze vogels en insecten.
De VLM spreekt dan ook van een kantelpunt en stelt dat de positieve evolutie zichtbaar is in alle Vlaamse provincies, waarbij vooral Limburg en Oost-Vlaanderen uitblinken door een zeer uitgesproken stijging in zowel het aantal deelnemende landbouwers als het beheerde areaal.
Ondanks deze euforische cijfers blijft er echter werk aan de winkel, met name in de provincie Antwerpen.
De vereniging GroenRand, een invloedrijke stem in het natuurdebat, stelt dat deze regio haar volledige potentieel nog lang niet benut.
Om de lokale biodiversiteit een noodzakelijke boost te geven, lanceerden zij de campagne 'Bijtandje Houtkantje'. GroenRand wijst erop dat we historisch gezien een enorme rijkdom aan houtkanten zijn kwijtgeraakt.
Vroeger lag er in Vlaanderen een netwerk van struwelen dat driemaal de omtrek van de aarde besloeg.
In de Antwerpse Voorkempen is dit netwerk versnipperd geraakt tot een lappendeken van geïsoleerde 'natuureilandjes'.
De actie 'Bijtandje Houtkantje' wil boeren en lokale besturen motiveren om deze groene linten weer in ere te herstellen.
Een absoluut schoolvoorbeeld van deze aanpak is te vinden in de gemeente Malle, die door GroenRand expliciet als toonbeeld van geslaagde aanplantingen wordt genoemd.
Een recente actie in Malle leverde maar liefst 1,6 kilometer aan nieuwe hagen, heggen en houtkanten op.
Dit project laat zien hoe lokale samenwerking leidt tot een aaneengesloten netwerk dat versnipperde natuurgebieden weer met elkaar verbindt.
Voor de toekomst heeft Malle ambitieuze plannen vastgelegd in het Meerjarenplan 2026-2031 en het bijbehorende bestuursakkoord. 
De focus ligt op het verder versterken van het "land van landbouw en natuur" door onder andere deelname aan behaagacties en de aanplant van honderden extra bomen op strategische locaties.
Voor de landbouwer is de meerwaarde van zo’n houtkant enorm: het fungeert als een natuurlijke windbreker, wat bodemerosie voorkomt en een gunstig microklimaat creëert voor de gewassen op de akker.
Tegelijkertijd dienen deze houtkanten als veilige migratieroutes voor kleine zoogdieren en zelfs de otter, die zich langs waterlopen verplaatst.

Het succes van deze overeenkomsten bewijst dat de landbouwsector niet langer de tegenstander, maar de bondgenoot van de natuur is geworden.
De synergie tussen een zeker inkomen voor de landbouwer en een veerkrachtiger landschap voor de maatschappij is een win-winformule.
Terwijl de VLM optimistisch vooruitblikt naar de toekomst, blijft de oproep van organisaties als GroenRand essentieel om ook de laatste witte vlekken op de kaart groen in te kleuren.
Het platteland van 2026 is een plek waar voedselproductie, klimaatadaptatie en biodiversiteit hand in hand gaan, met de landbouwer als de trotse regisseur van een levend landschap.

De Gevleugelde Revolutie: Hoe 2025 de Voorkempen veranderde in een wereldpodium

 De Gevleugelde Revolutie: Hoe 2025 de Voorkempen veranderde in een wereldpodium

Vogels kijken zat het afgelopen jaar enorm in de lift en dat is maar goed ook.
Het bleek opnieuw een van de meest verrassende en dynamische hobby’s die je kunt bedenken.
Zelfs voor de meest doorgewinterde vogelaars was 2025 elk moment weer anders.
De natuur laat zich immers niet regisseren door menselijke schema's. 
Ander weer betekent simpelweg andere vogels en volledig nieuwe patronen.
Altijd wijkt er wel iets af van de gekende scenario's van voorgaande jaren.
Denk maar aan de opvallend vroege of juist tergend late aankomsten van trekvogels, een spectaculaire massale doortrek die plotseling de lucht vult of juist een mysterieuze stilte in gebieden die normaal bruisen van leven. 

Terwijl sommige soorten langzaam uit het landschap verdwijnen door veranderend landgebruik, dienen nieuwe soorten zich plotseling aan als pioniers van een veranderend klimaat.
Er was werkelijk altijd iets nieuws onder de zon.
Voor een vereniging als GroenRand is deze heropleving van de interesse in vogels een enorme opsteker.
Wij beschouwen de vogelstand niet alleen als een bron van plezier, maar als de ultieme graadmeter voor de ecologische gezondheid van onze eigen achtertuin en de ruimere regio.
Ook bij de natuurfotografen van de vereniging is de passie groter dan ooit.
Zij stonden het afgelopen jaar op de eerste rij om al die gevleugelde pracht tot in de kleinste details vast te leggen.
Onze missie om natuurgebieden in de Antwerpse rand met elkaar te verbinden via projecten zoals Greenconnect wierp in 2025 meer dan ooit zijn vruchten af.
Een vogel stopt immers niet aan een gemeentegrens of een afsluiting.
Hij zoekt naar robuuste en aaneengesloten biotopen waar hij kan rusten, veilig kan eten en ongestoord zijn jongen kan grootbrengen.


Het vogeljaar begon traditioneel met Het Grote Vogelweekend.
Dit is de grote landelijke aftrap waarbij Vlaanderen massaal de tuin in trekt om de vinger aan de pols van de lokale natuur te houden.
Eindelijk goed bekomen van de feestdagen en ongeacht het weer kregen vogelvrienden gevleugeld geweld op bezoek.


In het weekend van januari namen bijna 58.000 deelnemers deel aan dit grootschalige burgeronderzoek.
Gedurende een of meerdere kwartiertjes telden zij nauwkeurig de vogels die naar hun tuin werden gelokt door strategisch geplaatst voer.
In totaal werden er circa 880.000 vogels geteld in de Vlaamse tuinen.
De top drie bestond zoals verwacht uit de huismus, de koolmees en de vink.
Zij bepaalden het vertrouwde beeld in onze dagelijkse omgeving.


Voor GroenRand is dit weekend veel meer dan een koude statistiek.
Het is het moment waarop tienduizenden mensen zich opnieuw verbinden met de wilde natuur in hun eigen directe omgeving. De fotografen van onze vereniging maakten van de gelegenheid gebruik om deze trouwe gasten in het zachte, lage winterlicht te vereeuwigen op de gevoelige plaat.

Het jaar 2025 werd echter vooral getekend door een reeks bijna onmogelijke waarnemingen waarbij onze eigen regio als een magneet werkte op internationale dwaalgasten.
Nietsvermoedend postte een nieuwe gebruiker van de app ObsIdentify op maandag 28 april een foto van een Amerikaanse oeverloper.


De vogel zat op dat moment netjes in zijn opvallende zomerkleed op het retentiebekken van de Jutse Plassen bij Lier.
Het was pas de vijfde vogelwaarneming die deze beginnende waarnemer ooit in de app had ingevoerd.
Toch leidde dit direct tot een enorme rush. Toen de melding kort voor de duisternis online verscheen zorgde dat alsnog voor een blitzbezoek van een veertigtal vogelaars die de gevlekte Amerikaan nog net konden bewonderen.
Het was pas het vijfde bevestigde geval van deze soort op Belgisch grondgebied.

Maar het echte hart van het spektakel lag deze zomer op het vliegveld van Oostmalle-Zoersel.
Dit uitgestrekte terrein is een cruciale open ruimte in het hart van het werkingsgebied van GroenRand.
Op woensdag 21 mei werd daar door vogelkenner Dieter Heylen (foto is hem) een jagend mannetje kleine torenvalk ontdekt tussen de aanwezige gewone torenvalken.


Dit was een fenomenale en uiterst knappe vondst omdat de uiterlijke verschillen tussen de twee soorten niet bepaald opvallend zijn voor het ongetrainde oog. Het betrof slechts de vierde waarneming voor België en bovendien de allereerste keer dat een exemplaar effectief bleef pleisteren in plaats van direct door te vliegen.
Na goed overleg kregen geïnteresseerden gedurende enkele dagen gecontroleerde toegang tot de startbaan.
Soms duurde het lang voor de vogel zich aan het publiek toonde maar voor de meeste bezoekers werd hun geduld rijkelijk beloond.

Wie op donderdag 22 mei in de namiddag aanwezig was kreeg als kers op de taart bovendien nog een overvliegende steppearend bovenop het menu geserveerd.
De kleine torenvalk bleef uiteindelijk tot 28 mei aanwezig wat bewees dat dit terrein een vitale rustplaats biedt voor zeldzame passanten.
De verrassingen bleven maar komen in het voorjaar. 
De meest nabije plek om een groene bijeneter in het wild te zien is normaal gesproken Noord-Afrika of Turkije. 

Toch kregen we op zondag 18 en maandag 19 mei de uitzonderlijke kans om deze prachtige vogel te bewonderen bij Overmere.


Dit was een absolute topvondst voor enkele vogelaars, zoals Ronny De Malsche
 (de foto is van hem) die eigenlijk naar de al langer aanwezige roodpootvalk in het gebied gingen kijken.

De groene bijeneter zat bijna voortdurend opvallend in een dode boom recht boven de straat waar de waarnemers zich hadden verzameld.
Vanaf deze strategische uitkijkpost vloog hij af en toe een kort rondje om een hommel of een bij vakkundig uit de lucht te vangen.
Na ruim viereneenhalf uur en meerdere vette snacks hield hij het uiteindelijk voor bekeken en vloog hij verder.
Het was pas de tweede keer ooit dat deze soort op Belgische bodem werd vastgesteld.

Ondertussen was er ook fantastisch babynieuws bij de grootste vliegers, de zeearend, van ons land.
De 
Paul en Betty kregen op 9 april opnieuw twee jongen in natuurgebied De Blankaart bij Woumen (foto: Mark Mertens).


Dit is voor het tweede opeenvolgende jaar een groot succes en een mijlpaal voor de Belgische natuur.
Later in het jaar in de maand november kreeg De Blankaart ook bezoek van een andere toppredator die Vlaanderen inmiddels vanuit Wallonië volledig heeft ingepalmd.
Maar ook in de omgeving van het Vliegveld kwam hij op bezoek.
We hebben het over de majestueuze oehoe.
Deze tot de verbeelding sprekende uil breidt zich razendsnel uit naar nieuwe regio's.
Maar ondanks zijn Engelse naam Eagle Owl blijven veel broedparen vaak onder de radar omdat ze overdag totaal niet opvallen in hun omgeving.

GroenRand volgt deze ecologische verschuivingen nauwgezet op want de aanwezigheid van zulke giganten duidt op een gezond en robuust herstel van onze natuurlijke systemen.
In de zomermaanden van 2025 werd duidelijk voor welke soorten het jaar echt een groot succes was.
Het is voor de vereniging belangrijk om deze successen evenveel aandacht te geven als de soorten die het moeilijk hebben al is het maar om het morele evenwicht van onze natuurwerkers te bewaren.


De huiszwaluw deed het op vele plaatsen opvallend goed. Dit was vooral het geval op locaties waar kolonies actief worden beschermd en ondersteund door buurtbewoners en vogelwerkgroepen. We zagen kolonies met meer dan 200 actieve vogels wat aantoont dat herstel nog steeds mogelijk is als de juiste voorwaarden aanwezig zijn.



Ook andere soorten zoals de koereiger de zwarte specht de putter de raaf en de grauwe klauwier zagen hun cijfers langzaamaan groeien.




De meeste daarvan zijn nog schaars of zeldzaam maar de cijfers groeien gestaag.


Zelfs de Vlaamse kraanvogelpopulatie breidde verder uit wat voor broodnodig goed nieuws zorgde in de natuurberichten. Helaas was de medaille niet alleen van goud.



De ongunstige staat van instandhouding van iconische weidevogels zoals de wulp en de grutto bleef een groot zorgenkind. Deze zorgwekkende cijfers leidden er in augustus toe dat Frankrijk het jachtverbod op deze twee soorten met een jaar verlengde.


Het is een publiek geheim dat Frankrijk de jacht toestaat op maar liefst 64 verschillende vogelsoorten wat acht keer meer is dan in Vlaanderen.
Daaronder vallen dus ook de wulp en de grutto die elders in Europa strikt beschermd zijn onder de Europese Vogelrichtlijn.
Een wet op papier is echter één zaak maar een goede handhaving in het veld is een heel ander verhaal.
Er zijn helaas nog jaarlijks hardnekkige meldingen van illegaal geschoten exemplaren net als bij de inmiddels ernstig bedreigde zomertortel.
Het is volgens GroenRand hoog tijd dat Frankrijk ook op het vlak van actieve soortbescherming eindelijk een trekkersrol gaat spelen binnen Europa.


Tegen het einde van de zomer werden de ooievaars een steeds vertrouwder gezicht in ons luchtruim.
Terwijl dertig jaar geleden een waarneming nog een absolute uitzondering was die de krant haalde was augustus en september 2025 het uitgelezen moment om vaak tientallen soms zelfs honderden ooievaars tegelijk te zien trekken. Voorwaarde voor dit schouwspel is dat het warm genoeg is zodat de vogels de broodnodige thermiekbellen kunnen vinden om hoogte te winnen zonder al te veel energie te verbruiken.


Wie in de Voorkempen vaak genoeg naar de lucht speurde vond met een beetje geluk wel zo’n spectaculair draaiende bel van 40 vogels of meer.
Soms kwamen deze statige vogels zelfs massaal slapen op het dak van een dorpskerk op een hoge bouwkraan of zelfs op particuliere woningen.

Het jaar kende vervolgens een turbulent hoogtepunt tijdens de Eurobirdwatch op 4 oktober.
In Vlaanderen koppelen we dit evenement traditioneel aan een eerste grote simultaantelling van het najaar.
Op 44 verschillende telposten stond men paraat om de trekvogels nauwkeurig te registreren maar de heftige storm Amy besloot ook deel te nemen aan het evenement.
Voor de normale landvogeltrek was het die dag een maat voor niets maar we maakten er direct een unieke stormvogeleditie van.
Zeevogels werden door de felle noordwestenwind massaal tegen de Belgische kustlijn geblazen.
Veel landmensen waren verbaasd te lezen dat er die dag maar liefst 1.067 jan-van-genten werden geteld langs onze korte kustlijn.
In Middelkerke werden zelfs 268 grauwe pijlstormvogels geteld op weg naar hun afgelegen broedplaatsen op de Falkland- en Auckland Eilanden in het verre zuiden.
Tijdens de tweede simultaantelling op 19 oktober waren de omstandigheden voor de vele trektellers gelukkig veel gunstiger. Verspreid over 96 telposten waarvan er 79 in Vlaanderen loggen werden in totaal bijna 918.000 vogels geregistreerd.
De lijst werd zoals verwacht aangevoerd door de houtduif met ruim 411.000 getelde exemplaren.
Daarna volgden de vink en de spreeuw met elk meer dan 122.000 vogels op de teller. Er zaten ook de nodige krenten in de pap die voor grote opwinding zorgden op de telposten.
Tellers werden verrast door de passage van onverwachte soorten zoals de zwarte ibis op twee plaatsen de steppekiekendief de zeearend en de velduil.
Ook de grijze wouw een soort die door de veranderende weersomstandigheden steeds vaker in ons land wordt gezien werd op drie verschillende plaatsen opgemerkt. Op Europese schaal namen maar liefst 27.000 deelnemers deel aan meer dan 800 activiteiten in 34 landen waarbij zij samen meer dan 2,8 miljoen vogels in kaart brachten.
Het vogeljaar 2025 heeft definitief bewezen dat de natuur vol verrassingen zit als we als samenleving maar de nodige rust en ruimte bieden.
GroenRand blijft dan ook onvermoeibaar knokken voor die ruimte in onze eigen prachtige Voorkempen.

Foto's zonder bronvermelding: Frank Vermeiren, redactielid GroenRand