Frank Vermeiren op het spoor van de bosuil in de bossen van GroenRand
Deze publicatie komt tot stand in nauwe samenwerking met natuurfotograaf Frank Vermeiren en de natuurvereniging GroenRand.
Dag na dag trekken we de prachtige natuur van de Voorkempen in om de vogelwereld van dichtbij te observeren terwijl deze ongestoord door het landschap beweegt.
Aan de hand van de scherpe blik en de lens van deze gepassioneerde fotograaf laten we de ongelooflijke diversiteit en schoonheid bewonderen die ons omringt van a tot z.
In onze verkenning van het alfabet zijn we vandaag aanbeland bij de letter ‘b’ van bosuil.
Het is de vroege ochtend van 11 maart 2026.
Er hangt een ijle nevel boven de beken van het Zoerselbos als Frank Vermeiren met zijn camera door de bossen van GroenRand wandelt.
Voor een natuurfotograaf is dit het mooiste moment van de dag. Plotseling houdt hij zijn adem in en blijft hij stokstijf staan.
In een holte van een oude boom ziet hij hem zitten.
Deze robuuste pluizenbol met zijn grote zwarte ogen is de meest voorkomende nachtroofvogel in Vlaanderen en heel Europa. Hoewel hij er door zijn weelderige pluimendos veel groter uitziet dan hij in werkelijkheid is, weegt hij amper een halve kilo.
Onder die weelderige pluimendos zit slechts een kleine halve kilogram.
Door zijn lens ziet Frank details die voor de gewone wandelaar onzichtbaar blijven.
Hij ziet de grote en diepzwarte ogen die de omgeving scannen en het complexe patroon van de veren dat precies lijkt op de textuur van de boomschors.
In onze regio heb je zowel grijze als roestbruine varianten.
Dit exemplaar is een echte camouflagekampioen en vertoont die warme en roodbruine gloed die zo prachtig kleurt bij de loofbossen van de Voorkempen.
Dat Frank de uil juist hier tegenkomt is geen toeval.
Bosuilen zijn in tegenstelling tot vele andere dieren de ganse winter door erg actief.
Het mannetje laat zingend weten dat zijn bruid-voor-het-leven reeds bezet is om verleiders zo op andere gedachten te brengen. Dit gezang is de iconische, langgerekte en spookachtige roep die ’s nachts in het bos weerklinkt.
Het begint vaak met een helder "hoe-oe", gevolgd door een korte pauze, om dan te eindigen met een laag en trillend "hoe-hoe-hoe-hoeeee".
Dit geluid doet heel wat mensen huiveren en wordt dan ook in heel wat griezelfilms opgevoerd om een ongemakkelijk gevoel over te brengen.
Het is dan ook in de winter dat het koppel zich reeds een territorium toeëigent.
Vandaag op 11 maart is het broedseizoen volop bezig.
Het is voor een waarnemer bijna onmogelijk om te zien of dit een mannetje of een vrouwtje is omdat ze sprekend op elkaar lijken. Een van de twee zit nu waarschijnlijk op een bedje van houtmolm en braakballen te broeden op de twee tot vijf eieren die begin maart zijn gelegd.
Aan gezelligheid heeft de bosuil namelijk lak en nestmateriaal komt er niet aan te pas.
De jongen worden tussen februari en mei geboren en de eerste twee weken worden ze permanent onder moeders vleugels gehouden.
Zolang de uiltjes in het nest verblijven worden ze gevoederd door hun vader.
De bosuil is een technisch wonder van de natuur. Hij kan zijn hoofd 270 graden ronddraaien in beide richtingen zonder zijn lichaam te bewegen.
Zo kan hij alles zien zonder geluid te maken.
Zijn ogen zijn erg lichtgevoelig waardoor hij de dag al slapend doorbrengt. Hoewel hij in de verte alles ziet is hij van dichtbij eigenlijk erg slechtziend.
Gelukkig heeft hij hypergevoelige oren die wel tien keer beter horen dan die van ons.
Zijn oren staan niet op dezelfde hoogte waardoor het geluid iets later aankomt in het ene oor.
Hierdoor kan hij perfect de exacte afstand tot een prooi inschatten op het gehoor alleen.
Zodra de bosuil weet waar hij zijn toekomstige maaltijd kan vinden vliegt hij geruisloos naar beneden en voert hij al vliegend een verrassingsaanval uit.
De buitenste veren van zijn vleugels zijn zo zacht als fluweel en hebben een speciale kartelrand die de luchtstroom breekt voor een onhoorbare vlucht.
De uil heeft bovendien een handige keerteen met twee tenen naar voren en twee naar achteren gericht voor een stevige grip op zijn prooi.
De bosuil is geen moeilijke eter en past zijn menu aan het seizoen aan.
Hij is dol op grote insecten en kleine knaagdieren zoals woelmuizen en bosmuizen maar lust evengoed vissen, amfibieën, weekdieren en zelfs kleine vogels.
Hij durft zelfs erg grote prooien te vangen zoals duiven en eekhoorns.
Om concurrentie te voorkomen eten beide geslachten niet precies hetzelfde.
Terwijl de mannetjes zich meestal specialiseren in bepaalde types prooien zijn de vrouwtjes minder kieskeurig.
Vangsten die hij niet meteen verorbert stockeert de bosuil in een hol waarnaar hij later terugkeert.
De prooi wordt vaak volledig doorgeslikt en achteraf braakt hij de onverteerbare stukken zoals veren en beenderen weer uit in de vorm van braakballen.
De regio Voorkempen is een waar paradijs voor deze uil.
Hij kiest meestal een oude eik uit als woning liefst in een oud loofbos met veel dode bomen.
Als de boom dan ook nog eens bedekt is met klimop vormt hij een extra aantrekkelijke schuilplaats.
Toch loert er gevaar in onze moderne wereld.
De versnippering van het landschap door wegen zoals de E34 zorgt voor veel verkeersslachtoffers onder uilen die laag vliegen tijdens de jacht.
Ook het verdwijnen van holle bomen door bosopkuis is een probleem.
Gelukkig springen natuurverenigingen in de bres om deze leefomgeving te beschermen.
De bosuil is van nature erg schuw en verkiest rustige plekken boven de drukte in steden hoewel hij af en toe ook in tuinen opduikt. Verdedigen doet hij zijn territorium met verve.
Hij aarzelt niet om eender wie zijn nest nadert aan te vallen nadat hij sissend en klikkend met zijn snavel een waarschuwing uitstuurde.
Weet dus dat deze beauty zich niet laat verrassen en denk eraan dat het vrouwtje haar nest met klauw en snavel verdedigt tegen elke indringer.
Over een week of zes zal het bos er heel anders uitzien. Dan verschijnen de takkelingen.
Dat zijn de pluizige uilskuikens die al uit het nest klimmen voordat ze echt kunnen vliegen.
Ze zitten dan vaak op een tak in de buurt van het nest en huppen heen en weer.
Als ze op de grond terechtkomen proberen ze klimmend en springend weer naar boven te klauteren.
Na nog eens drie weken ruilen ze hun grijze donsjas in voor echte pluimen en komt de piloot in hen naar boven. Hoewel ze nu vliegvlug zijn gaan ze nog steeds niet hun eigen weg.
Pas op een leeftijd van 2,5 à 3 maanden verlaten ze hun ouders.
Veel uilskuikens halen de eerstvolgende lente niet omdat ze ten prooi vallen aan andere roofdieren of simpelweg kwalijk ten val komen. Soms krijgt het bosuilkoppel zelfs nog een tweede legsel in hetzelfde jaar.
De spookachtige roep van de bosuil die door de nachten van de Voorkempen galmt werd lange tijd gezien als voorbode van het kwaad.
Het geluid wordt nog steeds vaak in griezelfilms opgevoerd om een ongemakkelijk gevoel over te brengen.
Gelukkig wordt deze prachtige roofvogel tegenwoordig beschermd.
Terwijl Frank zijn camera voorzichtig weer opbergt gunt de uil hem nog één korte blik vanuit zijn holte voordat hij zijn ogen weer sluit voor een dutje.
Het is een prachtig gezicht dat symbool staat voor de wildernis in onze eigen achtertuin.
Zolang de roep van de bosuil weerklinkt weten we dat het natuurlijke hart van de Voorkempen nog steeds krachtig klopt.
Wist je trouwens dat deze uil ondanks zijn weelderige pluimendos slechts een kleine halve kilogram weegt en alles wat dichterbij dan 20 centimeter komt nagenoeg niet ziet?
Dankzij de passie van mensen zoals Frank Vermeiren en de inzet van GroenRand kunnen we deze schatten blijven bewonderen voor de toekomst.