vrijdag 22 mei 2026

Internationale Dag van de Biodiversiteit: Wij van GroenRand trekken de politieke arena in met een vlijmscherp inhoudelijk testament voor de Voorkempen

Internationale Dag van de Biodiversiteit: Wij van GroenRand stappen de politieke arena in met een scherp en goed onderbouwd manifest voor de Voorkempen

Zet die groene feestpetten maar alvast op je hoofd!
Op vrijdag 22 mei 2026 barst de Internationale Dag van de Biodiversiteit van de Verenigde Naties los.
Heel Vlaanderen maakt zich op dat moment op voor de landelijke campagneweek vol sfeervolle boswandelingen en leerrijke natuurexcursies.
Als natuurvereniging GroenRand voegen wij daar dit jaar echter een extra, unieke dimensie aan toe.
Naast de traditionele publieksmomenten stappen wij als vereniging vol energie de politieke en maatschappelijke arena binnen.
De noodzaak hiervan is zeer groot, aangezien de biologische rijkdom overal zwaar onder druk staat.
De bescherming van onze kwetsbare landschapselementen in Vlaanderen is tot op de dag van vandaag ondermaats.
Officiële cijfers laten onomstotelijk zien dat het Vlaamse natuurareaal jaarlijks krimpt met verontrustende cijfers.
Recent luidden wij, samen met diverse parlementsleden, nog de noodklok over een hernieuwde terugval van maar liefst 100 hectare harde natuurwaarde ten opzichte van het voorgaande jaar.
De 100 hectare waar wij alarm over slaat, is van een heel andere orde en betreft wat in de Vlaamse wetgeving en ruimtelijke ordening bekendstaat als 'harde' natuurwaarde.


Dit zijn gebieden die officieel de allerhoogste juridische en ecologische beschermstatus genieten.
Het is topnatuur die al eeuwen de tijd heeft gehad om te groeien en een complex ecosysteem te vormen, waardoor men dit onmogelijk ergens anders even snel opnieuw kan aanplanten.
Dat dit verlies funest is, is bovendien geen emotionele kreet, maar een harde conclusie die wordt ondersteund door wetenschappelijke instanties zoals het Vlaamse Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO).
In hun periodieke natuurrapporten tonen ecologen aan dat de biologische basiselementen van ons landschap onder zware druk staan, waarbij specifiek wordt gewezen naar drie cruciale ecosystemen.
Ten eerste gaat het om biologisch rijke boscomplexen, want dit zijn geen jonge productiebossen, maar oude, volgroeide bossen die een enorme variatie aan planten, insecten en schimmels herbergen, als gigantische airconditioners werken en tonnen CO₂ opslaan in hun diepe bodemlagen.
Daarnaast raken hierdoor de ongerepte heidevelden, zeldzame open landschappen die uiterst kwetsbaar zijn voor vervuiling en stikstof, en die dankzij hun ononderbroken staat de enige plekken zijn waar bepaalde bedreigde diersoorten kunnen overleven.
Ten derde gaat het over vennen, de natuurlijke en propere waterplassen die diep in de natuur liggen, fungeren als de ultieme kraamkamers voor amfibieën en zeldzame waterplanten, en als een spons werken om grondwater vast te houden in tijden van extreme droogte of juist op te vangen bij hevige regenval.
Wanneer deze gebieden worden opgeofferd, praten we over een onomkeerbare fysieke vernietiging waarbij de bulldozers daadwerkelijk door het landschap gaan.
Internationale milieurapporten waarschuwen in deze context al langer voor de zogenaamde compensatie-valkuil, waarbij overheden of projectontwikkelaars beloven om gekapte natuur administratief te compenseren met nieuwe aanplant.


De biologie leert ons echter dat zo'n jonge, kunstmatige boomplantage ecologisch gezien een groene woestijn is vergeleken met een eeuwenoud boscomplex.
Deze dringende waarschuwing maakt overduidelijk dat we met dit verlies de fundamenten van ons eigen leefmilieu afbreken, waardoor we niet alleen mooie landschappen verliezen, maar ook onze natuurlijke bescherming tegen klimaatverandering, verdroging en het massaal uitsterven van soorten.
Bij zulke krimpende resultaten van het openbaar groen kan er op geen enkele manier worden gesproken van een succesvol beleid door de bevoegde minister Jo Brouns.
Juist daarom is onze absolute prioriteit nu definitief verlegd om de natuur die er nu nog is met hand en tand te beschermen en te versterken via directe politieke weg.
Wij gebruiken het momentum van de Week van de Biodiversiteit, die loopt van vrijdag 15 tot en met maandag 25 mei 2026, om zowel burgers als beleidsmakers te activeren.
De allereerste superkracht die wij hierbij volop inzetten, is die van het grote publiek via 'citizen science' oftewel actieve burgerwetenschap.
Samen met het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en Life B4B roepen wij iedereen op om massaal mee te doen aan de National Biodiversity Challenge 2026.
De opdracht is even simpel als verslavend: download de gratis app ObsIdentify, trek je stoute wandelschoenen aan en ga op jacht in de vrije natuur!
Gewapend met je smartphone transformeer je in een handomdraai tot een rasechte natuuronderzoeker die data verzamelt voor de wetenschap.
Zie je een flitsende vuurvlinder, een vreemde paddenstoel of een zeldzame vogel?
Foto maken, uploaden en hoppa: je helpt direct mee om onze lokale biodiversiteit haarscherp in kaart te brengen.


Wij richten de schijnwerpers hierbij specifiek op de ecologische schatkamers in onze eigen achtertuin, zoals de Antitankgracht en de omliggende beekvalleien, heide- en bosgebieden.
Omdat heel wat van deze kwetsbare gebieden deel uitmaken van het beschermde Europese Natura 2000-netwerk, tellen jouw unieke kiekjes extra hard mee voor een prestigieuze Europese biodiversiteitsranglijst.
Gedreven vrijwilligers van Natuurpunt Brasschaat hebben in deze zones bijvoorbeeld de aanwezigheid van de otter langs de waterlopen nauwlettend in de gaten gehouden.
Dit sluit rechtstreeks aan bij het Plan Cornelis, dat door bioloog Michiel Cornelis in 2020 werd opgesteld in opdracht van Natuurpunt Brasschaat en naderhand is verweven met het officiële Vlaamse Soortenbeschermingsprogramma voor de otter van het Agentschap voor Natuur en Bos.
Het Plan Cornelis is een specifiek soortenbeschermingsplan voor de regio rond de Antitankgracht in de provincie Antwerpen, dat de natuur tracht te connecteren van groen en te ontsnipperen.
De centrale gedachte achter dit initiatief is om de otter in te zetten als een zogenaamde gidssoort.
Omdat een otter zeer hoge eisen stelt aan de waterkwaliteit, die rust en de hoeveelheid voedsel in zijn leefgebied, profiteert het volledige lokale ecosysteem mee wanneer de leefomstandigheden voor dit dier worden geoptimaliseerd.

Het Plan Cornelis brengt de knelpunten langs deze waterweg nauwkeurig in kaart en reikt concrete oplossingen aan om de migratie van de otter veilig te maken.
Hierbij ligt de nadruk op het wegwerken van gevaarlijke verkeerspunten waar het risico op verkeersslachtoffers groot is en het aanpassen van fysieke barrières in het water, zoals sluizen en steile oevers.
Lokale natuurverenigingen, waaronder wij als GroenRand, gebruiken de wetenschappelijke onderbouwing uit dit plan om bij de overheid te lobbyen voor de nodige budgetten en een snelle realisatie van faunavoorzieningen, zodat de otter zich na jaren van afwezigheid weer permanent in de Antwerpse regio kan vestigen.
De otter wordt op deze manier echt beschouwd als een absolute paraplusoort, omdat de actieve bescherming van zijn leefgebied het volledige onderliggende ecosysteem en tientallen andere soorten ten goede komt.
Dit voorjaar betekent voor onze vereniging dan ook een historisch kantelpunt.
Na exact tien jaar intensief actievoeren sluiten wij onze reguliere publiekswerking af met het ambitieuze jubileumproject Greenconnect.


Dit project is ons absolute inhoudelijke testament en de ultieme kroon op onze tienjarige, onvermoeibare werking.
Greenconnect richt zich volledig op grootschalige ecologische ontsnippering in de hele regio van de Antwerpse Voorkempen.
In plaats van losse, geïsoleerde natuurgebieden te behouden, streven wij naar het creëren van een ononderbroken, robuuste 'klimaatgordel' waarbij het connecteren van groen de absolute kern vormt.
Om de unieke waarde van dit netwerk tastbaar te maken voor het grote publiek, hebben wij in de afgelopen periode via Greenconnect zeven professionele beelddocumentaires en diepgaande fotoreportages gepubliceerd in het nieuwsmagazine Noordernieuws.
Deze fotoreportages belichtten achtereenvolgens vijf unieke locaties uit de regio die symbool stonden voor de absolute noodzaak van deze natuurverbinding.
De eerste toplocatie was het uitgestrekte Grenspark Kalmthoutse Heide, een internationaal bekende hotspot van vennen, zandverstuivingen en paarse heide.
De tweede en derde locatie sloten hier geografisch direct bij aan: het Groot Schietveld en het Klein Schietveld, twee indrukwekkende militaire domeinen waar zeldzame natuur dankzij de jarenlange rust optimaal heeft kunnen overleven.
Als vierde schakel toonden wij in de artikelenreeks de historische grensstreek met Nederland, waar de majestueuze bossen van het Moretusbos naadloos overgaan in het bijbehorende, monumentale park Ravenhof.
Als vijfde en laatste schakel doken de reportages diep in de dichte, aaneengesloten natuurgebieden van de cluster Elsenbos, Ertbrandbos en Mastenbos, die fungeren als een onmisbare, safe thuisbasis voor schuwe diersoorten zoals de boommarter, de ree en de buizerd.
De rode draad doorheen al deze prachtig in beeld gebrachte locaties was hun totale afhankelijkheid van de Antitankgracht.
Zonder deze 33 kilometer lange 'groene loper' en natte natuurverbinding zouden deze gebieden gedoemd zijn om te veranderen in geïsoleerde eilanden waar soorten uitsterven.
Dankzij deze verslagen heeft het publiek met eigen ogen kunnen zien hoe belangrijk het is dat deze zones via houtkanten en corridors één groot, vloeiend netwerk gaan vormen.
Binnen dit grotere raamwerk vormt ons specifieke project 'Bijtandje Houtkantje' de praktische, tastbare en speelse vertaling op het terrein.


De naam is een ludieke woordspeling op 'een tandje bijsteken' voor de lokale natuur en biodiversiteit.
De actie werd gelanceerd met een opvallend campagne-icoon, speciaal ontworpen door de bekende Kempense cartoonist Gie Campo, beter bekend onder zijn artiestennaam Gier.
Dit beeldmerk toont een lachend gezicht waarbij het gebit letterlijk is vervangen door een weelderige, gezonde groene houtkant.

Tijdens de lancering van de campagne zette Gie Campo de speciaal gemaakte cartoonhoutkant zelfs letterlijk op zijn eigen hoofd, wat voor hilarische beelden zorgde bij de aanwezige pers.
Met deze knipoog maken wij duidelijk dat ons Vlaamse landschap dringend een bezoek aan de 'landschapstandarts' nodig heeft, omdat veel historische hagen en heggen in schrikbarend slechte staat verkeren.
Bijtandje Houtkantje promoot concreet het grootschalig aanplanten en herstellen van deze lijnvormige landschapelementen.
In ons versnipperde landschap zijn houtkanten namelijk de onmisbare lokale snelwegen en veilige sterrenhotels voor insecten, vogels en kleine zoogdieren.
Zij vormen bij uitstek de onmisbare haarvaten van ons grotere Greenconnect-netwerk.
Het project stimuleert burgers om tijdens de Dag van de Biodiversiteit op 22 mei ook actief die Houtkantenoproep van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) aan te grijpen.
Hiermee sporen wij lokale besturen, boeren en buitenmensen aan om snel een officieel subsidiedossier in te dienen.
Er ligt immers een flinke zak met geld klaar vanuit de overheid om kilometers aan kersvers, inheems groen aan te planten en goed te verzorgen.
In samenwerking met de gemeente Malle en het Regionaal Landschap de Voorkempen werd dankzij enthousiaste burgers en lokale landbouwers de doelstelling van één kilometer nieuw inheems groen al ruimschoots overtroffen tot wel 1,8 kilometer aan hagen.
Na tien jaar intensief gidsen, informeren en sensibiliseren is de missie om de schoonheid en het immense belang van de Voorkempense natuur op de kaart te zetten, volledig geslaagd.
Onze doelstellingen weerklinken inmiddels in verschillende officiële documenten zoals de klimaatgordel, het projectplan Antitankgracht en het soortenbeschermingsprogramma otter, waar overduidelijk wordt dat de Antitankgracht die absolute ruggengraat vormt van de Voorkempen.
Zonder deze historische gracht, die met een lengte van 33 kilometer een cruciale ecologische verbindingsas vormt tussen de Kalmthoutse Heide en het Scheldebekken, is de realisatie van een aaneengesloten en functionele klimaatgordel simpelweg onmogelijk.
Iedereen in de regio is zich er na al die jaren dan ook ten volste van bewust hoe waardevol en onmisbaar dit prachtige landschap is voor de streek waarin wij wonen en leven.
Onze coördinator Pieter Haagdorens grapte onlangs nog dat zijn eigen wandelschoenen na al die jaren zo versleten waren dat de zolen er bijna spontaan onderuit vielen tijdens zijn laatste tocht langs de gracht.
Maar let op, dit is absoluut geen zwanenzang of een afscheid, maar juist de geboorte van een toegewijde kwaliteitsbewaker en strategisch adviseur voor de natuur!
Denk maar niet dat we stilletjes in een donker hoekje gaan zitten kniezen over het verlies van natuur.
Wij verhuizen simpelweg van het recreatieve wandelpad naar de beleidstafels om constructief mee te bouwen als een actieve, adviserende partner voor natuurbeleid.
Wij grijpen die wereldwijde aandacht voor biodiversiteit juist aan om burgers en beleidsmakers flink te inspireren en een onuitwisbare groene stempel op de regio te drukken.


Vanaf mei 2026 spreken we de politiek rechtstreeks aan via een gloednieuwe, vaste rubriek genaamd 'De Pen van Glenn', geschreven onder het mysterieuze pseudoniem 'Glenn Solastalgie'.
Achter die hippe naam schuilt een diepe, gelaagde en filosofische knipoog.
De voornaam is een direct eerbetoon aan Glenn Albrecht, die de term solastalgie bedacht — het melancholische gevoel van diep verdriet dat je overvalt als je je vertrouwde natuurlijke omgeving ziet verdwijnen.
Daarnaast betekent 'Glenn' in het Keltisch simpelweg vallei, dé ecologische levensaders van onze regio.
Gewapend met deze fictieve pen gaan wij als een opbouwende, controlerende kracht de Commissie Leefmilieu op de voet volgen.
Al onze opgebouwde expertise van de afgelopen tien jaar wordt omgezet in kant-en-klare, pittige parlementaire vragen waarmee we ministers constructief kunnen bevragen over de voortgang van de natuurprojecten.
Om deze nieuwe, politieke koers kracht bij te zetten, hebben wij onze vertrouwde publieksprijs — de 'Groene Duim' — definitief met pensioen gestuurd.
De tijd van louter schouderklopjes uitdelen is voorbij, het is tempo voor gerichte opvolging op het terrein.
Vanaf nu reiken we de fysieke award 'De Pen van Glenn' uit aan moedige politici die niet alleen mooie praatjes verkopen, maar ook écht durven te vechten voor ontsnippering en open ruimte.
Het is een symbolisch mandaat van vertrouwen en fungeert als ons morele geweten.
Als ultiem startschot in deze feestmaand van de biodiversiteit werd de allereerste 'Pen van Glenn' begin mei plechtig overhandigd aan Vlaams parlementslid Mieke Schauvliege (Groen).
Wij kroonden haar tot de perfecte groene spits, omdat zij dossiers tot op het bot uitspit en in het halfrond geen blad voor de mond neemt als het over natuurbehoud gaat.
Tegelijkertijd maakt het Vlaamse parlementslid Bieke Verlinden van de politieke partij Vooruit een belangrijk deel uit van ons parlementaire netwerk.
Samen met ons bestuursduo, bestaande uit coördinator Pieter Haagdorens en communicatieverantwoordelijke Dirk Weyler, voedt zij het politieke debat in de Commissie Leefmilieu om de ecologische belangen van de regio te verdedigen.
Zij sluit zich volledig aan bij onze visie en stelt kritische vragen in het parlement over de toenemende versnippering van de open ruimte.
Bieke Verlinden kaart daarbij specifiek aan dat strategische tussengronden die essentieel zijn voor de realisatie van de doorlopende ecologische corridor tussen het Groot Schietveld en het Klein Schietveld vandaag de dag te vaak als bouwgrond te koop staan.
Haar parlementaire vragen over VAPEO, het Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering, sluiten dan ook direct aan bij deze problematiek en de bredere bescherming van de otter.
VAPEO is een grootschalig, structureel investeringsprogramma van de Vlaamse overheid dat tot doel heeft de versnippering van de natuur door wegen en kanalen tegen te gaan door de financiering van cruciale faunapassages, zoals ecoducten, ecotunnels en ecorasters.


Dit programma is opgezet als een structurele samenwerking tussen de beleidsdomeinen Mobiliteit en Openbare Werken en Omgeving, met wetenschappelijke ondersteuning van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO).
Omdat de Antitankgracht wordt doorsneden door talloze gewestwegen en snelwegen zoals de E19 en de E34, is de realisatie van het Plan Cornelis onlosmakelijk verbonden met de budgetten uit dit ontsnipperingsprogramma.


Er is momenteel echter sprake van een budgettaire kaalslag, aangezien er tot 2031 geen structureel budget is voorzien voor de verdere uitrol van VAPEO, waar in de vorige legislatuur nog 50 miljoen euro werd uitgetrokken voor 15 prioritaire knelpunten.
Voor het overgangsjaar is er door de bevoegde minister slechts een minimaal noodbudget van 1 miljoen euro toegezegd, wat amper genoeg is voor voorbereidende studies.
Wij trekken daarom samen met haar aan de alarmbel, omdat het gebrek aan financiële middelen in de begrotingstabellen tot 2031 dreigt te zorgen dat het Plan Cornelis voor de otter een papieren tijger wordt.
Zonder de bouw van de noodzakelijke ottertunnels en ecopassages bij knelpunten zoals de Turnhoutsebaan in Schilde of de Brechtsebaan in Schoten, blijft de waterloop fysiek geblokkeerd en blijft de otterpopulatie in de Antwerpse regio levensgevaarlijk versnippering vertonen.
Zij wijst er bij de bevoegde ministers op dat het mislukken van deze directe, noodzakelijke Schietveld-verbinding en de bredere ontsnippering in de toekomst tot veel hogere maatschappelijke kosten zal leiden door escalerende milieuproblemen.
Door deze parlementaire druk te combineren met de columns in De Pen van Glenn zorgen wij ervoor dat de stem van de Voorkempen luid en duidelijk weerklinkt in Brussel.


Ook parlementslid Kris Verduyckt, die eveneens deel uitmaakt van de Vooruit-fractie, sluit zich aan bij het kritische front en noemde de ingestuurde beleidsnota's eerder al een frontale aanval op het Europese milieubeleid.
Tegelijkertijd werken wij nauw samen met andere kritische volksvertegenwoordigers uit de regio.
Via gerichte schriftelijke vragen van parlementslid Sanne Van Looy werd onlangs nog een bemiddelaar gevraagd om noodzakelijk draagvlak te zoeken voor het toekomstig nationaal park Kalmthoutse Heide.
Tegelijkertijd blijven we via haar parlementaire vragen de noodzakelijke, doorlopende ecologische corridor tussen het Groot en Klein Schietveld nauwgezet opvolgen.
Ook Mien Van Olmen treedt ons idee actief bij om de natuur langs de Antitankgracht tot één robuust en samenhangend geheel te smeden.
Zelfs op lokaal politiek niveau krijgen wij steun, zoals van de Malse natuurschepen Wouter Patho, die eerder al een Groene Duim van ons ontving voor zijn actieve inzet op het terrein.
De tijd van vrijblijvendheid is voorbij en de natuurdoelen moeten nu daadwerkelijk op het terrein worden gerealiseerd.
Hiermee is de toon definitief gezet voor onze toekomst.
Wij vieren die Internationale Dag van de Biodiversiteit op 22 mei niet met slingers en taart, maar met een vlijmscherpe pen en een ijzersterke focus.
We zijn helemaal klaar voor dit nieuwe hoofdstuk als strategische kwaliteitsbewaker die ervoor zorgt dat de Voorkempen ook in de toekomst een weelderig en verbonden natuurparadijs blijft!

woensdag 20 mei 2026

GroenRand slaat alarm over Antwerpse otter: hoe procedurele afstemming en slibaanpak de ecologische hoofdader bepalen

GroenRand slaat alarm over Antwerpse otter: hoe procedurele afstemming en slibaanpak de ecologische hoofdader bepalen

Dit dossier krijgt een extra wrange bijklank nu de Week van de Biodiversiteit — het jaarlijkse moment waarop de overheid het belang van natuurverbindingen in de verf zet — voor de deur staat.
De Antitankgracht (ATG) is ontworpen als de ecologische hoofdader voor de Klimaatgordel binnen het complexe project De Nieuwe Rand (DNR).
Waar dit historische verdedigingswerk vroeger een barrière vormde, zoekt het beleid vandaag naar manieren om hier een verbindende structuur van te maken.
Sinds september 2022 bevindt de besluitvorming rond deze strategische as zich echter in een complexe procedurele fase.


De Vlaamse overheid heeft met het Soortenbeschermingsprogramma (SBP) Otter — formeel vastgesteld op 21 december 2022 — een bindende resultaatverbintenis en dus een engagement op lange termijn uitgesproken om de regio Antwerpse Noorderkempen verder te ontwikkelen tot een geschikt en veilig leefgebied voor deze zeldzame marterachtige.
Lokale partners hopen dat de geplande, essentiële investeringen in de Antwerpse regio spoedig kunnen volgen.


Het rapport 'Natuurverbindingen omgeving Antitankgracht en Turnhoutsebaan Oost' (18 oktober 2024), opgesteld in opdracht van het eigen Departement Omgeving van de minister, bestempelt de kruising ter hoogte van de Schanslaan expliciet als een acute en cruciale barrière binnen de Klimaatgordel.


Dit specifieke onderzoek naar de Turnhoutsebaan Oost in Schilde legt bloot hoe deze drukke gewestweg en de omliggende residentiële bebouwing als een harde barrière de cruciale bossen en natuurgebieden aan weerszijden van de Antitankgracht van elkaar snijden.


Omdat de Turnhoutsebaan Oost een van de meest kritieke migratieknelpunten vormt waar de gracht de weg kruist, is faunapasseerbaarheid hier essentieel om de ontbrekende ecologische schakels in de regio te herstellen.
Toch dreigt de noodzakelijke ontsnippering op deze locatie vertraging op te lopen door een geografische misrekening in het beleid.
Minister Brouns wil de ecologische ontsnippering van de Antitankgracht en de Turnhoutsebaan Oost namelijk koppelen aan lopende wegenwerken, maar hij vergist zich hierbij fundamenteel van plaats.
Het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) onderzoekt momenteel weliswaar de herinrichting en de grootschalige rioleringsaanpak door Pidpa op de Turnhoutsebaan (N12), maar deze specifieke projectzone beperkt zich strikt tot de dorpskern van Schilde-Centrum en de wijk Bergen, concreet tussen de Vloeyenbergdreef/Van de Wervelaan en de Wisselstraat.


De werkelijke, kritieke ecologische kruising van de Turnhoutsebaan met de Antitankgracht bevindt zich echter kilometers oostelijker.
Dit reële knelpunt ligt ter hoogte van de Schanslaan — net achter de lokale Aldi-vestiging — van waaruit de geplande herinrichtingsstudie van AWV geografisch gezien volledig buiten spel staat.
Om dit knelpunt bij de Schans van Schilde tijdig op te lossen, oppert GroenRand om te kijken naar specifieke budgetten en deze locatie los te koppelen van de langdurige en grootschalige DNR-procedures om het autonoom te ontsnipperen.
In afwachting van een definitieve infrastructurele oplossing binnen het grotere project, stelt de vereniging voor om te kijken naar tijdelijke, alternatieve beschermingsmaatregelen.
Het plaatsen van wildreflectoren of tijdelijke geleidingsrasters ter hoogte van de Schanslaan zou in de tussenliggende jaren al een waardevolle rol kunnen spelen om verkeerssterfte onder de otter te voorkomen.


Een vastgesteld soortenbeschermingsprogramma (SBP) is juridisch bindend beslist beleid en absoluut niet vrijblijvend.
Het gaat hierbij niet om een vrijblijvende intentieverklaring, maar om een officieel overheidsdocument met een vaste looptijd van maximaal vijf jaar.
Na een grondige evaluatie kan de minister het programma verlengen, aanpassen of stopzetten, waarbij de minister het SBP ook tussentijds kan opschorten of wijzigen als de afgesproken acties ontoereikend blijken of wanneer actoren zich niet aan de voorwaarden houden.
De bindende kracht van het programma rust primair op de Vlaamse overheid en haar agencies, die de vastgestelde maatregelen effectief moeten opstarten en financieren.
In Schilde leidt dit beleid tot een opmerkelijke budgettaire paradox tussen de aankoop en de openlegging van de waterloop.

                                      © Alain van Veldhoven

Binnen de goedgekeurde Lokale Gebiedsdeal Droogte 2.0 zijn de nodige subsidies toegekend voor de eerste strategische fase van het project: de aankoop, ontharding en herinrichting van de percelen aan de Loze Visser en het Schildestrand.
Dit betekent concreet dat de middelen om de parkeerplaats aan de Antitankgracht te verwerven gegarandeerd zijn, met als uiteindelijke ambitie om op deze historisch gedempte stukken de gracht weer fysiek open te leggen en te herstellen.
Dit wordt door alle betrokken overheden en partners verwelkomd als een cruciale eerste stap.
Hier stuit de heropening echter op een administratieve grens.
Het feitelijke, opvolgende graafwerk — het fysiek uitgraven en weer openleggen van de waterloop aan het kruispunt Moerhoflaan-Noorderlaan — maakte deel uit van een afzonderlijk ingend dossier onder de koepel 'De Antwerpse Rand Verbindt'.


Hoewel de Vlaamse beoordelingscommissie dit strategische project inhoudelijk gunstig beoordeelde, werd het uiteindelijk niet weerhouden voor effectieve subsidiëring omdat het totale Vlaamse subsidiebudget overtekend was.
Het project is dus niet gestrand op 'opgeraakt geld' binnen de lopende Gebiedsdeal, maar op een strikte selectiegrens op Vlaams niveau, waardoor er voor de feitelijke graafwerken momenteel nul euro is gereserveerd.
Gevraagd naar de mogelijkheid om, gelet op de hydrologische urgentie en het soortenbeschermingsprogramma otter, een specifiek deel van de onlangs aangekondigde 51 miljoen euro voor waterweerbaarheid toe te wijzen aan deze heropening, verduidelijkte minister Brouns dat dit deelaspect destijds niet werd geselecteerd en de vraag "bijgevolg vandaag niet aan de orde is".


Vanuit hydrologisch en ecologisch standpunt blijft de as van deze klimaatgordel onderbroken zolang de waterloop zelf gedempt blijft.
Er wordt dan ook constructief geopperd om in een volgende beleidsfase alsnog te voorzien in de financiering van het feitelijke graafwerk, zodat de reeds aangekochte en ontharde percelen hun ecologische functie ten volle kunnen vervullen.
Naast infrastructurele uitdagingen vraagt ook de kwaliteitsverbetering onder water en de specifieke slibproblematiek om blijvende aandacht.
Recent toxicologisch onderzoek schetst een alarmerend beeld in de Antitankgracht: de prooivissen in de gracht, waaronder de voor de otter zo cruciale paling, blijken verzadigd te zijn met chemische en toxische stoffen zoals polychloorbifenylen (PCB's), per- en polyfluoralkylstoffen (PFAS), zware metalen zoals lood en kwik, en persistente resten van historische organochloorpesticiden.
Omdat de otter als toppredator aan het einde van deze aquatische voedselketen staat, krijgt het dier via bioaccumulatie uit deze vissen extreem hoge concentraties van deze opgestapelde gifstoffen binnen.
Dit gif ondermijnt de gezondheid, tast de inwendige organen aan en saboteert de reproductie en vruchtbaarheid van de populatie rechtstreeks.


Zonder grootschalige slibruiming blijft deze giftige bron ononderbroken aanwezig en dreigt de gracht bovendien op plekken te verlanden en uiteen te vallen in geïsoleerde segmenten, waardoor de migratie van de otter fysiek wordt gehinderd.
Toen minister Brouns werd gevraagd of er in de huidige begroting van de entiteiten of binnen de middelen van de Blue Deal specifiek budget is vrijgemaakt voor de sanering van dit toxische slib over de gehele lengte van de gracht, en welke concrete planning er bestaat om de gracht als één ononderbroken as te herstellen conform de SBP-doelstellingen, verwees hij naar een zone-indeling.


De Antitankgracht werd onderverdeeld in zones met een prioriteitstelling, waarbij de meest prioritaire zones voor verdere sanering zich bevinden op het grondgebied van de gemeenten Ranst, Brasschaat (de Inslag) en Stabroek (ten westen van de A12, Opstalvallei).
Natuurvereniging GroenRand brengt in dit dossier een belangrijk financieel en logistiek aspect onder de aandacht.
Sinds de strengere normering en monitoring rond de PFAS-problematiek, zijn de operationele procedures voor regulier slibbeheer drastisch veranderd.


De stijgende kosten voor de gespecialiseerde verwerking en het storten van PFAS-houdend slib wegen loodzwaar op de reguliere werkbudgetten voor het onderhoud van waterlopen.
Interne informatie bevestigt dat de systematische ecologische slibsanering door de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) aan de Antitankgracht hierdoor in de praktijk volledig is stilgevallen.


De vereniging pleit er daarom voor om samen op zoek te gaan naar extra, specifieke middelen voor de VMM, zodat deze systematische sanering op korte termijn kan worden hervat om de bioaccumulatie naar de otter effectief te doorbreken en verlande of zwaar vervuilde secties weg te werken.
Het Plan Cornelis is het overkoepelende soortenbeschermingsplan voor de volledige Antitankgracht-zone.
Bioloog Michiel Cornelis schreef en structureerde dit plan in 2020 vanuit zijn engagement bij Natuurpunt Brasschaat om de ecologische migratieknelpunten langs de gehele waterloop minutieus in kaart te brengen.
Het plan richt zich expliciet op de otter als ultieme doelsoort, omdat dit roofdier een uitstekende graadmeter is voor een gezond, verbonden en kwalitatief watersysteem.
De Antitankgracht fungeert hierbij als een cruciale ecologische verbindingsas die grote, waardevolle natuurgebieden tussen de Kalmthoutse Heide en het Scheldebekken weer fysiek met elkaar moet verbinden.
Op specifieke locaties waar drukke verkeersassen of intensieve bebouwing de gracht onderbreken, stelt het plan concrete infrastructurele ingrepen voor zoals faunapassages en veilige looprichels.
De term breed gedragen lokale oplossing verwijst naar het feit dat het plan partnerschappen smeedt tussen diverse gemeentebesturen, private grondeigenaars, landbouwers en jagers.

Door dit gezamenlijke maatschappelijke draagvlak krijgt de kwetsbare natuur de kans om over alle gemeentegrenzen heen uit te groeien tot een robuuste, aaneengesloten klimaatgordel rond Antwerpen.
Bij het creëren van rustzones en het systematisch verbeteren van de oevervegetatie verandert de gracht in een veilige migratiesnelweg.
Omdat de otter fungeert als een paraplusoort, fungeren deze maatregelen bovendien als een directe kwaliteitsimpuls voor het volledige lokale ecosysteem, waar ook vissen en amfibieën onmiddellijk van profiteren.


Dit initiatief zet de Antitankgracht doelgericht in als een cruciale ecologische corridor die grote Natura 2000-natuurkernen zoals het Groot en Klein Schietveld en de omliggende beekvalleien naadloos met elkaar verbindt.
Ter hoogte van de Essensteenweg dreigt momenteel echter een onomkeerbare situatie.
De weinige resterende onbebouwde percelen tussen het Groot en Klein Schietveld worden momenteel als bouwgrond privaat te koop aangeboden.

Wanneer die percelen effectief verkocht en bebouwd worden, wordt de landschappelijke connectie tussen deze gebieden definitief onmogelijk gemaakt, wat de realisatie van de Klimaatgordel en het Plan Cornelis binnen DNR de facto hypothekeert.
Het ontwerpend onderzoek (juli 2023, Hesselteer - Omgeving) bevestigt dat de locaties voor kunstwerken en aanloophellingen tussen het Groot en Klein Schietveld zeer beperkt zijn.
Gevraagd of hij bereid is om via het Gebiedsfonds onmiddellijk over te gaan tot strategische verwerving van deze specifieke percelen aan de Essensteenweg vóór zij onherroepelijk bebouwd worden, antwoordde minister Brouns dat de ecologische verbinding inderdaad prioritair is en dat het Departement Omgeving en het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) de mogelijkheden voor verwerving onderzoeken.


De minister nuanceerde de situatie door te stellen dat het ontwerpend onderzoek van het Departement Omgeving niet één “ideale” verbinding aanduidt, maar meerdere ecologische tracés openlaat.
Daarom onderschreef hij het belang om eerst duidelijkheid te brengen en de middelen gericht in te zetten op het traject dat na afweging van ecologische waarde en haalbaarheid de voorkeur geniet, zodat niet langer alle mogelijke trajecten gehypothekeerd blijven en er een gericht grondbeleid gevoerd kan worden.
GroenRand merkt in dit kader op dat het ontwerpend onderzoek 'Hesselteer - Omgeving' op pagina 49 wel degelijk een expliciete, eenduidige voorkeur uitspreekt voor het tracé tussen de punten 2 en 3 als de meest efficiënte hoofdroute.
Dit spreekt de ministeriële stelling dat er geen "ideale" verbinding is rechtstreeks tegen.
De vereniging nodigt de beleidsmakers uit om te bekijken op welke manier deze concrete keuze van de onderzoekers nu al als bindende leidraad kan worden meegenomen in het huidige grondbeleid.
Op die manier kan in constructief overleg worden vermeden dat er in afwachting van de formele tracékeuze onomkeerbare feiten, zoals residentiële bebouwing, worden gecreëerd op deze specifieke, schaarse locaties.
Tijdens de recente Otterconferentie van 13 en 14 maart 2026 werd constructief en met groeiende bezorgdheid stilgestaan bij de precaire situatie van de Vlaamse otter.
De timing vraagt om een goede afstemming: de huidige actieperiode van het SBP Otter loopt eind 2027 af en de Interreg-financiering stopt op 31 maart 2027.

Om de continuïteit van de ontsnipperingsmaatregelen te garanderen, wordt dringend gekeken naar een stabiel vervolg.
Ook het wegvallen van het VAPEO-budget (Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering) tot maar liefst 2031 vormt een risico, aangezien hiermee de noodzakelijke financiële basis voor het aanpakken van dodelijke verkeersknelpunten onder druk komt te staan.
GroenRand benadrukt dat echte politieke daadkracht voor onze inheemse soorten noodzakelijk is, zodat de Week van de Biodiversiteit geen holle slogan blijft maar een reële doorstart betekent voor de overleving van de Antwerpse otter.