dinsdag 10 februari 2026

De Amfibieëntrek in Zoersel: Een Jaarlijks Schouwspel tussen Overleving en Bescherming

De amfibieëntrek in Zoersel: een jaarlijks spektakel van overleving en bescherming

Amfibiekenner Bart Hellemans, voorzitter van de amfibieënwerkgroep Hyla (Natuurpunt Voorkempen), geeft op zaterdag 21 februari 2026 van 10.00 tot 11.30 uur een uitgebreide lezing in de bibliotheek van Zoersel. Tijdens deze sessie van het project KennisMakers deelt hij zijn diepgaande expertise over een van de meest fascinerende natuurverschijnselen in onze regio: de amfibieëntrek. Amfibieën, waartoe kikkers, padden en salamanders behoren, leiden een uniek dubbelleven tussen land en water. Als poikilotherme of koudbloedige dieren is hun lichaamstemperatuur en activiteitsniveau volledig afhankelijk van de omgeving. Om de koude wintermaanden te overbruggen, gaan zij in hibernatie of winterslaap. Ze zoeken hiervoor vorstvrije plekken op, zoals diepe holtes onder de grond, gaten tussen boomwortels, dikke strooisellagen in het bos of zelfs de modder op de bodem van poelen. Tijdens deze fase vertraagt hun hartslag en stofwisseling tot een absoluut minimum, waardoor ze maandenlang zonder voedsel kunnen overleven terwijl hun lichaamsfuncties op een waakvlam branden.


Zodra de winterprik voorbij is en de thermometer in het voorjaar minimaal 7°C aangeeft, ontwaken de dieren uit hun ruststand. De ideale omstandigheden voor de trek zijn milde, regenachtige avonden met een hoge luchtvochtigheid (bij voorkeur motregen), wat essentieel is om hun waterdoorlaatbare huid soepel te houden en uitdroging te voorkomen.

De jaarlijkse cyclus van deze dieren kent vier cruciale trekperiodes. De voorjaarstrek naar de voortplantingswateren is de meest bekende en start voor salamanders vaak al eind januari. Padden en kikkers volgen massaal vanaf eind februari tot april, met een piek in maart. De mannetjes vertrekken meestal eerst en proberen onderweg al een vrouwtje te verschalken, waarbij ze zich met hun krachtige voorpoten vastklemmen in de paargreep, ook wel de amplexus genoemd.

De gewone pad is hierbij de meest opvallende trekker; terwijl kikkers vaak binnen enkele honderden meters van hun poel blijven, legt de pad afstanden tot wel 1,5 km af in een kaarsrechte lijn, waarbij ze zich op mysterieuze wijze oriënteren op hun eigen geboortepoel.

Na de aankomst in het water volgt de voortplanting. Kikkers leggen hun eieren in grote klompen of bolvormige dril die aan de oppervlakte drijft, terwijl padden lange, doorzichtige snoeren van soms wel meters lang rond waterplanten wikkelen.

Salamanders zijn nog discreter; zij vouwen hun eitjes één voor één zorgvuldig tussen de blaadjes van waterplanten. Zodra de voortplanting is voltooid, volgt de trek van de volwassen dieren naar het zomerbiotoop. Deze fase verloopt veel geleidelijker: vrouwtjes verlaten het water vaak direct na de eiafzetting, terwijl mannetjes en salamanders soms tot ver in de lente blijven hangen. Tussen juni en september volgt een derde piek: de trek van de jonge dieren. Wanneer duizenden gemetamorfoseerde padjes van amper 1 à 2 cm tegelijk het water verlaten, spreekt men van een "paddenregen". De cyclus wordt voltooid met de najaarstrek naar de overwinteringsgebieden, die vooral bij salamanders zeer massaal kan zijn na de eerste regenbuien na een lange, droge periode.


Omdat onze regio dichtbevolkt is, vormt deze trektocht een hachelijke onderneming. De routes doorkruisen vaak drukke wegen en de piek van de trek na zonsondergang valt helaas vaak samen met de avondspits. Naast het verkeer vormen ook stedelijke elementen zoals rioolputten en hoge stoepranden dodelijke valkuilen waar de dieren niet meer uitgeraken. De noodzaak voor menselijke hulp blijkt uit de cijfers: vorige lente werden in Zoersel maar liefst 2.152 beestjes gered, waaronder 1.441 padden, 403 kikkers en 308 salamanders. Vrijwilligers zijn elke avond actief met emmers en schermen op kritieke locaties zoals de Zandstraat, Zoerselbosdreef, Kruisbaan, Kluisbaan en de Einhovensebaan, waar tijdelijk een zone 30 geldt om de dieren te beschermen. Tijdens deze acties kunnen verschillende soorten worden herkend. De gewone pad heeft een wrattige huid en koperkleurige ogen, de bruine kikker draagt een donkere maskervlek achter de ogen, en de alpenwatersalamander valt op door zijn feloranje, ongevlekte buik. De zeldzame kamsalamander is de grootste en heeft een donkere, korrelige huid met witte puntjes op de flanken.
Voor een veilige overzet is de juiste techniek van levensbelang. Omdat amfibieën door hun huid ademen, moeten vrijwilligers werken met vochtige, propere handen zonder zeep, parfum of handgel.

Kikkers en padden moeten voorzichtig rond het middel worden vastgepakt en in een emmer met wat vochtig gras of een laagje water worden geplaatst. Het is belangrijk niet te veel dieren in één emmer te steken om verstikking onderaan de stapel te voorkomen. Salamanders zijn extreem kwetsbaar en mogen enkel bij de romp worden opgetild, nooit bij de staart, omdat deze kan afbreken. Eenmaal aan de veilige overkant moeten de dieren rustig worden vrijgelaten in de richting van hun trekroute. Wie zelf wil bijdragen aan het behoud van deze nuttige dieren, kan zich aanmelden via de website van Natuurpunt of direct contact opnemen met Bart Hellemans op 0473 29 21 63. De lezing in de bib is gratis, maar vooraf registreren via de online agenda van de bibliotheek is verplicht voor iedereen die meer wil leren over de complexe biologie en de noodzaak van structurele oplossingen zoals amfibieëntunnels om deze kwetsbare populaties voor de toekomst te bewaren.



In het kader van de amfibieëntrek legt natuurvereniging GroenRand de vinger op de zere wond: de verregaande versnippering van ons landschap. Voor GroenRand is de jaarlijkse paddentrek veel meer dan een sympathieke reddingsactie; het is een symptoom van een groter probleem waarbij natuurlijke leefgebieden door wegen en bebouwing volledig van elkaar geïsoleerd zijn geraakt. De vereniging stelt dat handmatige overzetacties met emmers weliswaar levensreddend zijn op korte termijn, maar dat we dringend moeten evolueren naar structurele ontsnippering. Foto's: Fabienne Renders

maandag 9 februari 2026

Teken de petitie: De Strijd voor de Klimaatgordel en een Ambitieus Natuurherstelplan

Teken de petitie: Samen voor de Klimaatgordel en een ambitieus plan voor natuurherstel

Een groenere toekomst voor de Voorkempen: Vlaanderen zet in op nieuwe natuurprojecten

Een groenere toekomst voor de Voorkempen: Vlaanderen zet in op nieuwe natuurprojecten


×
De natuur in de Voorkempen staat nooit stil.
Of het nu gaat om het versterken van de ecologische verbindingen rond de Antitankgracht of het realiseren van nieuwe bosgebieden in gemeenten zoals Zoersel, Schilde en Malle; de ambitie om onze regio klimaatbestendig en biodivers te houden is groter dan ooit.


Om deze ambities om te zetten in concrete resultaten, is financiële ondersteuning essentieel.
Daarom organiseert het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) op donderdag 12 februari 2026 een cruciale digitale infosessie waarin de nieuwe subsidiemogelijkheden en projectoproepen voor het komende jaar centraal staan.
Tijdens deze bijeenkomst, die om 11:00 uur stipt van start gaat, krijgen geïnteresseerden een unieke inkijk in de financieringsstromen die de Vlaamse overheid beschikbaar stelt via de Projectoproep Natuur 2026.
Hoewel de sessie een breed Vlaams karakter heeft, is de relevantie voor onze regio bijzonder groot.


De focus ligt dit jaar immers op twee speerpunten die naadloos aansluiten bij de behoeften van de Voorkempen: de grootschalige aankoop van gronden voor bebossing en het project 'Natuur in je Buurt'. 
Bij de aankoop van gronden voor bosuitbreiding gaat de steun ver, met subsidies die voor lokale overheden kunnen oplopen tot wel 90% van de aankoopprijs, wat een enorme hefboom betekent voor het veiligstellen van de open ruimte.
Naast de uitbreiding van het bosareaal is er specifieke aandacht voor projecten die natuuroplossingen bieden voor maatschappelijke uitdagingen, de zogenaamde 'nature-based solutions'.
Dit vertaalt zich in initiatieven die biodiversiteit en natuurbeleving direct in de leefomgeving van de burger brengen. Denk hierbij aan het ontharden van dorpspleinen, het creëren van groene koelteplekken of het herstellen van natuurlijke waterberging om wateroverlast in onze beekvalleien te voorkomen. Details over deze specifieke doelstellingen zijn terug te vinden in de Infobundel Bebossing van het agentschap.


De digitale opzet van de infosessie maakt deelname drempelvrij, maar een voorafgaande registratie via het officiële inschrijvingsformulier is noodzakelijk om de toegangslink te ontvangen.
Deelnemers worden niet alleen bijgepraat over de strikte selectievoorwaarden en de timing van de indiening, maar krijgen ook praktische tips over hoe ze een kwaliteitsvol dossier kunnen opbouwen dat voldoet aan de Vlaamse criteria voor ecologische meerwaarde en publieke toegankelijkheid.
Voor wie in de Voorkempen aan de slag wil, vormt deze sessie de ideale springplank. Het biedt de nodige kennis om in overleg te treden met partners zoals het Regionaal Landschap de Voorkempen, die vaak een coördinerende rol spelen bij het indienen van deze dossiers.
Door nu gezamenlijk de schouders onder deze nieuwe projectoproepen te zetten, zorgen we ervoor dat de Voorkempen ook voor toekomstige generaties een groene en gezonde long voor de provincie Antwerpen blijft.



De Wolf in de Lage Landen: Tussen Idealisme, Juridische Klemmen en Ecologische Versnippering

De wolf in de Lage Landen: tussen idealisme, juridische obstakels en ecologische versnippering

De wolf in Nederland – tussen wens en werkelijkheid
Dit werk is een fantastische toevoeging aan het huidige natuurdebat, omdat Paul van Otterloo met een frisse, empirische blik de polarisatie rond de wolf probeert te doorbreken. Paul van Otterloo is een bevlogen natuurkenner die de dynamiek van de Nederlandse wildernis als geen ander weet te vertalen naar de wereld van alledag. Hij is geen klassieke bioloog, maar een ervaren vakman die decennialang de polsslag van onze bossen voelde bij Staatsbosbeheer. Met die stevige basis in het natuurbeheer beweegt hij zich nu als een nieuwsgierige verkenner door het wolvendebat, waarbij hij met een heldere blik kijkt naar hoe mens en roofdier samen de ruimte kunnen vinden. Zijn autoriteit sprankelt vooral door zijn vermogen om complexe ecologie toegankelijk te maken, onder meer via zijn actieve community De wolf in Nederland en zijn prikkelende boek De wolf in Nederland tussen wens en werkelijkheid. Dit werk is een fantastische toevoeging aan het huidige natuurdebat, omdat Paul van Otterloo met een frisse, empirische blik de polarisatie rond de wolf probeert te doorbreken.


In plaats van te blijven steken in de klassieke strijd tussen emotie en ideologie, biedt het boek een broodnodig platform voor een volwassen gesprek gebaseerd op feiten en praktijkervaring in ons dichtbevolkte landschap.
Deze waardevolle bijdrage aan de discussie werd eind januari 2026 officieel gelanceerd; het e-book verscheen op zaterdag 24 januari, gevolgd door de fysieke paperback op maandag 26 januari. Wat het boek zo relevant maakt, is dat het de vinger op de zere plek legt: de spanning tussen de ecologische wens en de dagelijkse werkelijkheid van wetgeving en landinrichting. Door de complexiteit van de Habitatrichtlijn en de praktische gevolgen van beheermaatregelen tastbaar te maken, biedt het lezers — van natuurliefhebbers tot beleidsmakers — nieuwe handvaten om over de toekomst van onze natuur na te denken.

De Wolf in GroenRand-gebied In de regio van de Voorkempen en de aangrenzende Noorderkempen is de wolf inmiddels een vaste verschijning geworden, ook binnen het GroenRand-projectgebied. Met gedocumenteerde waarnemingen in gemeenten als Wuustwezel, Brecht, Malle, Zoersel, Schilde, Ranst, Kapellen, Brasschaat en Rijkevorsel is het dier definitief terug van weggeweest.


Sinds 2020 wordt dit gebied door de Vlaamse overheid officieel als risicogebied erkend, wat betekent dat wolven hier niet enkel passeren, maar zich ook permanent kunnen vestigen.
De meest prominente bewoner is wolvin Emma, die sinds 2023 een vast territorium heeft in de regio Noord-Antwerpen. De uitgestrekte en rustige militaire domeinen van het Groot Schietveld (Brecht) en het Klein Schietveld (Brasschaat) vormen, samen met de Kalmthoutse Heide, het hart van dit leefgebied.
Deze terreinen bieden de nodige rust en een rijke wildstand, zoals bleek in februari 2025 toen Emma nog werd gesignaleerd nabij de villawijken op de grens van Kapellen en Brasschaat.

Ook het Zoerselbos en de directe omgeving spelen een cruciale rol als ecologische corridor en potentieel leefgebied. Volgens het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en het Agentschap voor Natuur en Bos is het Zoerselbos een zeer geschikt leefgebied voor de wolf.
De wetenschappelijke onderbouwing hiervoor is helder:
"Wolven hebben nood aan uitgestrekte gebieden met voldoende rust en een goed aanbod aan natuurlijke prooien. Gebieden zoals het Zoerselbos voldoen aan deze criteria vanwege hun omvang, de aanwezigheid van dekking en de gezonde populatie reeën."
Dankzij deze kenmerken fungeert het bos als een cruciale "groene stapsteen" die verschillende natuurgebieden in de regio met elkaar verbindt.
De aanwezigheid van de wolf in deze zone is de afgelopen jaren tastbaar geworden door verschillende incidenten.
Al in december 2019 werden in Zoersel officieel sporen en gedode schapen aangetroffen.
In mei 2024 culmineerde dit in een tragisch voorval waarbij een jonge zwervende wolf werd doodgereden op de E34 ter hoogte van Zoersel.
Datzelfde voorjaar zorgde een andere wolf voor opschudding door overdag door de dorpskern van Sint-Job-in-'t-Goor te lopen, terwijl er ook meldingen kwamen van exemplaren in Gooreind en dieren die zich via de bossen van Schilde richting Ranst begaven.
Hoewel de Voorkempen momenteel vooral het domein is van solitaire wolven en diverse passanten, blijft de regio cruciaal voor de verdere verspreiding van de soort. Voor inwoners en veehouders in gemeenten als Malle, Brecht en Zoersel is preventie essentieel voor een harmonieuze samenleving met dit roofdier.
De wolf heeft zijn plek in de Voorkempen officieel heroverd.
Een indrukwekkend natuurverschijnsel dat zowel bewondering als een goede voorbereiding vraagt Volgens het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) is er in ons Vlaams landschap op middellange termijn (10-20 jaar) ruimte voor ongeveer 3 tot 5 roedels, die zich waarschijnlijk zullen concentreren in de provincies Antwerpen en Limburg. De realisatie van dit aantal is echter sterk afhankelijk van de evolutie van het natuurlijke prooibestand. Wolven vestigen zich bij voorkeur in gebieden met voldoende rust en een hoge dichtheid aan wilde hoefdieren; de expansie van soorten als het everzwijn, damhert en edelhert creëert hierbij nieuwe opportuniteiten, zelfs in gecultiveerde landschappen. Omdat een wolf gemiddeld zo’n 200 km² voor zichzelf opeist en geen onbekende soortgenoten tolereert, zal de totale populatie waarschijnlijk uitkomen tussen de 20 en 40 dieren. Jonge wolven trekken door dispersie steeds weg naar gebieden met meer ruimte, zoals de Ardennen of Duitsland.
Het risico bestaat dat bij een gebrek aan preventie een dieetshift optreedt naar kleinvee, zeker in gebieden waar de densiteit aan vee hoger is dan die van wilde prooien. Om dit economische risico voor veehouders te minimaliseren, vergoedt het Agentschap Natuur en Bos (ANB) via een subsidieregeling tot 90% van de materiaalkosten voor wolfwerende omheiningen.

Hoewel de maatschappelijke kosten per wolf hoog zijn, wordt deze investering door experts en het Wolf Fencing Team Belgium verdedigd als een noodzakelijke strategie voor conflictbeheersing en "vermeden schade".

Spanningsveld De terugkeer van de wolf in Nederland en België wordt vaak gepresenteerd als een ultiem ecologisch succesverhaal en een krachtig symbool van natuurherstel. Echter, in de praktijk bevindt de wolf zich in een scherp spanningsveld tussen wens en werkelijkheid. In de dichtbevolkte regio’s van de Lage Landen, waar elke vierkante meter een economische of recreatieve functie heeft, botst de aanwezigheid van dit grote roofdier frontaal met de bestaande maatschappelijke en juridische inrichting. Paul van Otterloo beschrijft in zijn analyse dat Nederland en Vlaanderen geen ongerepte wildernissen zijn, maar door de mens vormgegeven cultuurlandschappen. Dit creëert een complexe realiteit waarin de strikte bescherming van één soort onbedoelde neveneffecten heeft voor het gehele ecosysteem en de menselijke bewoners van het buitengebied. De basis van dit conflict ligt in de Europese wetgeving, met name de Habitatrichtlijn en het Natura 2000-netwerk. De wolf geniet een strikte beschermingsstatus die bepaalt dat er pas actief mag worden ingegrepen wanneer de soort op nationaal niveau in een 'gunstige staat van instandhouding' verkeert. Zolang die status niet is bereikt, verbiedt het EU-Hof het afschot van individuen, zelfs op regionaal niveau waar de overlast groot kan zijn. Hoewel er momenteel op Europees niveau wordt gesproken over het verlagen van de status van 'strikt beschermd' naar 'beschermd', blijft de praktijk vooralsnog gevangen in een rigide 'nee, tenzij'-benadering. Dit juridische kader dwingt overheden en veehouders tot een eenzijdige focus op technische preventie, met name de grootschalige installatie van wolfwerende rasters. Het beveiligen van landbouwdieren is een absolute voorwaarde om de wolf een plaats te geven, maar de technische eisen die hieraan gesteld worden, creëren een nieuw en gevaarlijk spanningsveld. Volgens wetenschappelijke richtlijnen van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en het Wolf Fencing Team Belgium moet een effectief raster minimaal 120 centimeter hoog zijn met een onderste stroomdraad op slechts 15 tot 20 centimeter van de grond. Voor vaste installaties wordt zelfs geadviseerd om het gaas diep in te graven of plat op de grond te verankeren. Natuurvereniging GroenRand waarschuwt dat deze "verhekking" van het landschap een onacceptabele ecologische prijs heeft.

Zij spreken van een oprukkende "wildgevangenis" die leidt tot ernstige habitatfragmentatie. Deze rasters zijn namelijk niet-selectief; wat de wolf buitenhoudt, blokkeert de weg voor vrijwel de gehele lokale fauna.
De impact op de kleine fauna is vaak fataal. Een egel die tegen een stroomdraad op 15 centimeter hoogte loopt, rolt zich als reflex op, waardoor hij herhaaldelijk krachtige elektrische schokken ontvangt die leiden tot hartverlamming. Voor amfibieën zoals padden en kikkers, die een vochtige huid en een lage elektrische weerstand hebben, is contact met het raster vaak direct dodelijk. Bovendien blokkeren de fijne mazen en ingegraven netten hun seizoensgebonden migratie naar voortplantingspoelen.


Ook grotere soorten zoals reeën, dassen en everzwijnen raken geïsoleerd op "groene eilanden", wat leidt tot genetische verarming en een afname van hun weerstand tegen ziekten. Wanneer dit wild stuit op kilometerslange rasters, dwalen zij langs deze barrières tot ze op een verkeersas belanden, wat bijdraagt aan de duizenden wildaanrijdingen die jaarlijks worden geregistreerd.

Buiten deze directe fysieke barrières is er een tweede, sluipend effect dat de biodiversiteit ondermijnt: het verlies van de laatste 'refuges' in het agrarisch landschap. In een intensief beheerd gebied zijn de randen van percelen vaak de enige plekken waar nog beschutting, rust en voortplantingsruimte overblijft. Hier wordt minder gemaaid en blijft structuur staan.

Echter, wolfwerende rasters vragen om structureel onderhoud om hun effectiviteit te garanderen. Vegetatie die de draden raakt, voert stroom af, waardoor de spanning daalt en het roofdier niet langer wordt afgeschrikt. Daarom worden deze randen nu intensief gemaaid, geklepeld of gefreesd. Hiermee verdwijnen precies die vitale stroken natuur waar kleine zoogdieren zoals de veldmuis en aardmuis schuilen, en waar roofdieren zoals de hermelijn en wezel jagen.
Voor de vogelstand en de flora is dit onderhoud eveneens desastreus. De patrijs is sterk afhankelijk van kruidenrijke randen, terwijl soorten als de veldleeuwerik en de gele kwikstaart er hun insectenrijke voedsel vinden. Door het frequente maaien verdwijnen waardplanten en nectarbronnen zoals de brandnetel, distels en schermbloemigen. De architectuur van het landschap, die ook schuilplaatsen biedt aan loopkevers en sprinkhanen, wordt gereduceerd tot een kort gazon. Het resultaat is een landschap met "stillere randen" en een afnemende biodiversiteit, precies op de plekken waar natuurherstel het hardst nodig is. Dit creëert een economische paradox: terwijl overheden miljoenen investeren in ecoducten en ecotunnels via plannen zoals het Vlaams Actieplan Ontsnippering (VAPO), worden deze investeringen deels tenietgedaan doordat de aansluitende gebieden vervolgens met wolfwerende rasters hermetisch worden afgesloten.


De visie van GroenRand, gesteund door sociaal-wetenschappelijke studies naar mens-dierconflicten, stelt dat het maatschappelijk draagvlak voor de wolf afneemt zodra preventieve maatregelen als landschappelijk storend of schadelijk voor andere natuur worden ervaren. Daarom is er een dringende nood aan een transitie van statische verhekking naar dynamische, gebiedsgerichte preventie. Dit omvat innovatieve strategieën zoals het omheinen van grotere landbouwzones als één geheel, waardoor interne corridors en houtkanten open blijven voor wildpassage. Ook onderzoek naar AI-beeldherkenning en sensorgestuurde afschrikking, die enkel reageert op predatoren, biedt kansen om de fragmentatie te verminderen. Daarnaast kunnen de inzet van kuddebeschermingshonden, selectieve doorgangen zoals egelkleppen en technologische pistes zoals virtuele afrastering via GPS-halsbanden bijdragen aan een meer vloeibaar landschap.
Concluderend vraagt het samenleven met de wolf in een dichtbevolkt land niet alleen om technische en juridische maatregelen, maar ook om oog voor de bredere ecologische gevolgen. De wolf mag niet de oorzaak worden van een "wildgevangenis" die de rest van de natuur buitensluit. Alleen door een collectieve aanpak, waarbij overheden, landbouwers en natuurverenigingen samenwerken aan ontsnippering en innovatieve preventie, kan de ecologische samenhang van ons landschap behouden blijven. De wolf in Nederland en Vlaanderen hoeft geen keuze te zijn tussen vee of biodiversiteit, mits we de werkelijkheid van ons versnipperde landschap onder ogen zien en kiezen voor oplossingen die het gehele ecosysteem dienen.

Literatuur en visie
Van Otterloo, P. De wolf in Nederland – tussen wens en werkelijkheid. (Brave New Books, 2024). Dit boek vormt de kern van de analyse over de maatschappelijke en ecologische spanningen in het Nederlandse cultuurlandschap. Informatie bij Brave New Books
GroenRand. Beleidsvisie over de "wildgevangenis" en ontsnippering in de Lage Landen.
Wetenschappelijke richtlijnen en rapporten
Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). Wolvenplan Vlaanderen. Wetenschappelijke onderbouwing van de technische vereisten (hoogte, voltage) en de effecten van habitatfragmentatie. Wolvenplan Vlaanderen - INBO
Wolf Fencing Team Belgium. Praktijkrichtlijnen voor effectieve wolfwerende rasters en onderhoudsvoorschriften. Wolf Fencing Team Belgium
Vlaams Actieplan Ontsnippering (VAPO). Beleidskader voor de aanleg van ecoducten en het wegwerken van barrières in het landschap. Agentschap Wegen en Verkeer - Ontsnippering
Juridische kaders en Europese projecten
ECER (Expertisecentrum Europees Recht). Uitspraken van het EU-Hof over de beschermingsstatus en de staat van instandhouding (SVI) van de wolf. EU-Hof uitspraak Wolf
Life WolfAlps EU. Internationaal project voor innovatieve preventie, waaronder slimme sensoren en AI-beeldherkenning. Life WolfAlps EU Project
Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). Informatie over subsidies voor preventieve maatregelen en schadetaxatie. Natuur en Bos - Wolf
Beleidsinstanties en Advies
Vlaamse Landmaatschappij (VLM). Onderzoek naar gebiedsgerichte aanpak en landinrichtingsprojecten ter bevordering van ontsnippering. Vlaamse Landmaatschappij
Vogelbescherming Vlaanderen. Standpunten over biodiversiteit en de noodzaak van een verbonden landschap. Vogelbescherming Vlaanderen

zondag 8 februari 2026

Wilhalla: Waar de bakermat van Velt weer straalt tussen de wilde Bloemen

Wilhalla: Waar de bakermat van Velt weer straalt tussen de wilde Bloemen 

© kma

Het was vijf na twaalf voor de schuur aan de Lage Weg in Halle-Zoersel. Een van de monumentale balken hing letterlijk te zweven en de zijmuur stond op het punt om bij de eerste de beste storm te bezwijken. Maar waar een wil is, is Wilhalla.
Met vereende krachten werd afgelopen winter de meer dan 130 jaar oude schuur van de familie Willaeys gered van de ondergang. Dit is niet zomaar een gebouw; dit is de heilige grond waar in 1974 de bakermat van Velt (Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren) stond.
Het verhaal begon in 1962, toen Daniël Willaeys en Aleide Lagrou een oude Kempense hoeve kochten vlak bij het Zoerselbos.
Terwijl de rest van de wereld nog in de ban was van chemische bestrijdingsmiddelen, hielden zij hun tuin en boomgaard al strikt pesticidenvrij.


De schuur diende destijds als de "hub" voor de prille ecologische beweging: leden van Velt Voorkempen kwamen er over de vloer voor basaltmeel en insectengaas.
Tussen de bedrijven door toverde Daniël de oude mestput zelfs om tot een zwembadje voor zijn vijf kinderen.
Na het overlijden van Aleide (2014) en Daniël (2020) besloten de kinderen de boerderij in familiebezit te houden.
De redding van de schuur werd ingezet na een vurig pleidooi van Annick Buyens, die op het domein in haar yurt lessen yoga, pilates en burlesquedans geeft.
Een team van de firma Evitas en broer Peter Willaeys klaarden de klus in recordtempo; in slechts twee maanden tijd werd de schuur getransformeerd tot een sfeervolle plek met een houtkachel en tafeltjes gemaakt van een oude abeel van het eigen erf.
Vandaag bruist het domein onder de naam Wilhalla.
Kleindochter Jasmien trekt de samentuin, terwijl ze samen met haar moeder Tinneke de schuur gebruikt voor hippotherapie en paardencoaching.

Maar de site is meer dan een plek voor mensen; door het jarenlange ecologische beheer is het een paradijs voor biodiversiteit geworden, overspoeld door een prachtige weelde aan wilde bloemen.
Precies vanwege die enorme bloemenrijkdom koos natuurvereniging GroenRand deze bijenvriendelijke oase uit voor een bijzondere plechtigheid. De Groene Duim werd daar in 2025 uitgereikt aan de Zoerselse bijenambassadeur Els Beeckx.
GroenRand bekroonde Els voor haar inzet voor bestuivers en haar campagnes zoals #ByeByeGazon.
Tussen de wilde bloemen van Wilhalla werd zo de cirkel rondgemaakt: van de eerste ecologische stappen van Velt in 1974 tot een bekroonde, bijenvriendelijke toekomst in 2025.

De Antitankgracht als Klimaatbuffer: GroenRand evalueert kansen en politieke blokkades voor 2031

De Antitankgracht als Klimaatbuffer: GroenRand onderzoekt kansen en politieke obstakels richting 2031


De Antitankgracht (ATG), het langste beschermd cultuurhistorisch landschap van Vlaanderen, vormt met haar 33 kilometer de onmiskenbare ruggengraat van de Voorkempen en de Klimaatgordel (Nieuw Rand).
Deze transformatie van een militaire linie naar een ecologische ader is in grote mate te danken aan de visie van natuurvereniging GroenRand.
Zij hebben het potentieel van de gracht als ecologische ruggengraat op de kaart gezet en stimuleerden het Regionaal Landschap de Voorkempen om hierin een leidende rol te spelen.


Dit initiatief is inmiddels uitgegroeid tot de formele Strategische Samenwerking Antitankgracht, een krachtig partnerschap waarin zeven gemeentebesturen (Stabroek, Kapellen, Brasschaat, Schoten, Brecht, Schilde en Ranst), de Provincie Antwerpen, de Vlaamse overheid en diverse natuurorganisaties hun krachten bundelen.

Oorspronkelijk aangelegd tussen 1937 en 1939 als een kunstmatige waterloop tussen het Albertkanaal en de Schelde om Antwerpen te beschermen tegen een mogelijke Duitse tankaanval, verbindt dit monumentale lint vandaag zeven gemeenten: Stabroek, Kapellen, Brasschaat, Schoten, Brecht, Schilde en Ranst. In een regio met een enorme aantrekkingskracht voor wonen in een groene omgeving, maar die tegelijk kampt met versnippering door woonparkgebieden, lintbebouwing en complexe mobiliteitsuitdagingen, biedt de gracht een herkenbaar snoer om het blauwgroene netwerk te versterken tot een veerkrachtig ruimtelijk systeem.

Waar voorheen werd gewerkt met jaarlijkse actieplannen, markeert het nieuwe Projectplan 2026-2031 een historisch kantelpunt.
Voor het eerst is er een gebundelde langetermijnvisie voor vijf jaar die voortbouwt op de verwezenlijkingen van de periode 2020-2025. Onder regie van Regionaal Landschap de Voorkempen, optredend als neutrale gebiedsregisseur, worden visiedocumenten zoals het erfgoedbeheersplan, de recreatieve studies en de visie op de landschapskamers nu integraal vertaald naar actie op het terrein.

Anne Stuer, projectcoördinator, benadrukt dat de voorbereidingen van de afgelopen jaren de regio nu in een stroomversnelling van uitvoeringen brengen.

Het projectplan zet resoluut in op klimaatadaptatie, een ambitie die gelijklopend loopt met de klimaatgordel van de Nieuwe Rand.
De afgelopen droge en hete zomers hebben hittestress en droogte tot topprioriteiten gemaakt, waardoor waterbuffering en infiltratie centraal staan.
Een essentieel onderdeel hiervan is het valleiherstel van waterlopen die de Antitankgracht kruisen: de Kaartse Beek, Laarse Beek, Hofbeek, Zwanebeek en het Groot Schijn. Omdat de gracht deze natuurlijke beeksystemen doorsnijdt, vindt er op de kruispunten regelmatig uitwisseling van water plaats.
Een verbeterde interactie op deze punten is cruciaal voor zowel de waterkwantiteit als de waterkwaliteit, zeker met het oog op het beheer van overstorten en calamiteiten.
De focus ligt op infiltratie en waterconservering in de hogere gebieden van Kalmthout, Stabroek en Brecht — de waterscheidingskam tussen Schelde en Maas.
Op basis van watersysteemkaarten van de Provincie Antwerpen en de Universiteit Antwerpen, aangevuld met gemeentelijke hemelwaterplannen, stroomgebiedbeheerplannen en natuurbeheersplannen, worden de infiltratiezones gescreend.
Via de Blue Deal wordt met een open vizier over de eigen perceelsgrenzen heen gekeken naar mogelijkheden bij particuliere eigenaars voor waterconservering en het plaatsen van stuwen, waarbij de Blue Deal eerst de effecten berekent vooraleer tot uitvoering over te gaan.
Tevens zijn periodieke slibruimingen essentieel.
De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) maakt hierbij gebruik van een schuifboot.
Deze methode voorkomt dat de gracht drooggelegd moet worden, waardoor de visstand en de kamsalamander gespaard blijven terwijl het slib naar centrale extractiepunten wordt geduwd. Gebiedsbeheerder Machteld Van Gils benadrukt dat dit de enige weg is om de ecologische gezondheid veilig te stellen.
Partner GroenRand is een drijvende voorstander binnen dit projectplan en volgt de voortgang met argusogen op.
In hun evaluatie benadrukken zij dat ambities voor natuur en open ruimte enkel slagen als ze daadwerkelijk op het terrein worden gerealiseerd en niet verzanden in administratieve complexiteit.
Een prioritair dossier in hun evaluatie is de uitvoering van het Masterplan Schildestrand en de herwaardering van het Fort van ’s Gravenwezel.
Concreet omvat dit het vrijmaken van natuurgebied door (illegale) bebouwing fysiek te verwijderen, ruimte maken voor ontharding en het openlegging van de Antitankgracht op gedempte stukken. Specifiek in Brecht (tussen het Kanaal Dessel-Schoten en de Zandstraat) en in Schilde (ter hoogte van Schildestrand) is de gracht over lange afstanden gedempt; de heropening van deze "missing links" is essentieel voor zowel waterbuffering als faunamigratie.
Via de Gebiedsdeal Droogte worden wegen in natuurgebied, zoals de Loze Visser en het Bospad, onthard.
Ook het hakhoutbeheer aan de oevers wordt met discipline volgehouden om lichtinval te garanderen voor het waterleven.
Op het vlak van biodiversiteit hanteert het plan een tweesporenbeleid.

Enerzijds fungeert de otter als de absolute dragende paraplusoort. Door de leefomgeving van deze marterachtige te herstellen — wat een hoge waterkwaliteit, visrijkdom en ongestoorde oevers vereist — creëren we automatisch een gunstig habitat voor dieren zoals de ijsvogel en de waterspitsmuis.
Anderzijds zet het plan specifiek in op de uitvoering van de wettelijke Soortenbeschermingsprogramma's (SBP's) voor kwetsbare doelsoorten zoals de heikikker, poelkikker, kamsalamander, heivlinder en de bruine eikenpage.
Ook verschillende vleermuizen maken intensief gebruik van het netwerk.

De grootste uitdaging in de evaluatie van GroenRand blijft echter de ontsnippering, een dossier dat op een politiek mijnenveld stuit. Het is een kritiek punt dat er in de begroting tot 2031 geen budget is voorzien voor VAPEO (Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering).
Minister Jo Brouns heeft verduidelijkt dat ontsnipperingsmaatregelen enkel nog kunnen worden uitgevoerd als ze gekoppeld zijn aan geplande grootschalige wegwerkzaamheden door het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV).
Omdat dergelijke werken tussen het Groot en Klein Schietveld momenteel niet op de planning staan, vallen deze cruciale ingrepen tussen wal en schip.
Hoewel deze gebieden Europees beschermd zijn als Natura 2000-gebied, ontbreekt het aan een 'stand-alone' budget om de dodelijke barrières weg te nemen..

Het militair erfgoed vormt de ziel van de gracht. De gemeente Brasschaat voegt toe: "De gracht verbindt ons erfgoed met topnatuur; verbindingen stoppen niet bij de gemeentegrens."
Voor bewoners en bezoekers wordt de recreatieve infrastructuur geoptimaliseerd via een 'consensustracé' met gescheiden paden voor wandelaars en ruiters.
Ondanks de complexe bevoegdheidsverdeling tussen VMM, Agentschap Natuur en Bos (ANB), Onroerend Erfgoed en AWV, en het feit dat de VMM als eigenaar geen beroep kan doen op reguliere subsidies voor natuurwerken, vormt dit projectplan de motor voor een stroomversnelling.
Dankzij de steun van burgerinitiatieven zoals GroenRand groeit de Antitankgracht uit tot de robuuste ruggengraat die de Voorkempen verdient.
Hier kan je het projectplan Antitankgracht vinden Foto's: projectplan Antitankgracht