zaterdag 28 maart 2026

GroenRand op expeditie in de Kooldries: Een diepe duik in het Brechtse waterleven

Tijdens de officiële Week van het Water, die liep van 21 tot 29 maart, werd in de gemeente Brecht het verborgen waterleven op een unieke manier letterlijk in de kijker gezet.
Vandaag op zaterdag 28 maart, tussen 10:00 uur en 12:30 uur, verzamelden 30 natuurliefhebbers die in 2 groepen werden verdeeld voor een leerrijke ontdekkingstocht langs de waterkant.


Deze expeditie had een bijzondere missie met speciale aandacht voor de allerknellende waterdiertjes, de diverse watervogels en natuurlijk de 1e amfibieën van het seizoen.
Starten deden we in het prachtige natuurgebied de Kooldries, waar we onderweg actief op zoek zijn gegaan naar alles wat er leeft, beweegt en ademt in, rond en boven het glinsterende wateroppervlak.


De redactie van GroenRand was prominent aanwezig bij dit evenement omdat zij dit specifieke gebied als een locatie van kapitaal belang beschouwen voor onze regio.
Volgens de experts van GroenRand vormt de Kooldries namelijk een cruciale en onvervangbare schakel in de ecologische verbindingen van de gehele Antwerpse Noordrand.


Het gebied fungeert als een groene levensader die verschillende natuurkernen met elkaar verbindt, wat essentieel is voor de genetische diversiteit van vele planten- en diersoorten.
De combinatie van de unieke industriële geschiedenis van de kleiwinning en de daaruit voortvloeiende uitzonderlijke biodiversiteit maakt het reservaat tot een absoluut paradepaardje voor lokale natuurbescherming.

De geschiedenis van de Kooldries is een fascinerend verhaal dat onlosmakelijk verbonden is met de aanleg van het Kempisch Kanaal in de 19e eeuw.
Tijdens de grootschalige graafwerken voor dit kanaal stootte men in deze streek op onverwacht omvangrijke en kwalitatieve kleilagen in de ondergrond.


Dit zorgde voor een industriële revolutie in de streek, waarbij er onmiddellijk naast het kanaal talrijke steenfabrieken ontstonden die gretig gebruik maakten van deze grondstof.
De klei winning in de Kooldries was echter een vak apart omdat de klei hier relatief ondiep zat, maar de lagen tegelijkertijd erg dun en uiterst grillig van vorm waren.
Machines konden hier weinig uitrichten, waardoor de klei met de hand en met behulp van de traditionele houten schop naar boven moest worden gehaald door zwoegende arbeiders.
Deze historische ontginning liet een onuitwisbaar spoor achter in het landschap in de vorm van vele onregelmatige kleiputten die we vandaag als idyllische vijvers beschouwen.


Aan de achterzijde van de centrale vijver stond vroeger de rokende fabriek met daarnaast de woning van de directeur, die van daaruit een overzicht had over de werkzaamheden.
Ondertussen is de Kooldries door de jaren heen sterk geëvolueerd en getransformeerd tot een uiterst afwisselend en rijk gestructureerd natuurlandschap.
Behalve de vele oude kleiputten vinden we er nu een statig eikenberkenbos, uitgestrekte rietvelden, weelderig wilgenstruweel en zelfs nog een karakteristiek stukje heide terug.


Ook een oude hoogstamboomgaard maakt deel uit van het gebied, wat zorgt voor een enorme variatie aan schuilplaatsen en voedselbronnen voor lokale fauna.
In het jaar 2002 werd een aanpalende weide officieel toegevoegd aan het natuurreservaat, wat een nieuwe impuls gaf aan de uitbreiding van het gebied.
Dit perceel vormt momenteel een grote toekomstige uitdaging voor de beheerders, die van de huidige banale plantensoorten naar een waardevol en bloemrijk hooiland willen evolueren.

Met de deskundige ondersteuning van Natuurpunt Antwerpen Noord werden er door Peter verschillende fuiken geplaatst in de ondiepe vijvers van het reservaat.
Deze fuiken zijn speciale netten waarmee waterorganismen op een veilige manier kunnen worden gevangen voor wetenschappelijk onderzoek en educatieve doeleinden.


Tijdens onze wandeling werd getoond hoe salamanders met een fnuik of schepnet gevangen worden en vervolgens tijdelijk in kleine aquariums worden geplaatst.
Op deze manier hadden de aanwezige kinderen de unieke gelegenheid om de salamanders en de diverse waterinsecten van heel dichtbij en in alle rust te bestuderen.


In de aquariums konden we kleine waterorganismen bewonderen zoals bootsmannetjes, die op hun rug zwemmen, diverse waterkevers en verschillende soorten insectenlarven.


In Vlaanderen leven er in totaal 4 soorten watersalamanders die elk hun eigen unieke uiterlijke kenmerken en specifieke levenswijze hebben ontwikkeld.


De kleine watersalamander is een slanke soort die tot 10 centimeter lang kan worden en te herkennen is aan een geelbruine rug en een oranje buik vol zwarte vlekjes.
De alpenwatersalamander is misschien wel de meest kleurrijke soort, met een helder oranje ongevlekte buik en prachtige blauwachtige gemarmerde flanken.

De vinpootsalamander is een kleinere en meer schuwe soort waarbij het mannetje in de paartijd opvallende zwarte zwemvliezen aan de achterpoten en een dun draadje aan de staart ontwikkelt.


De kamsalamander is de absolute reus onder onze inheemse salamanders, gekenmerkt door een wratachtige huid en een indrukwekkende, hoog getande kam op de rug van de mannetjes.
Tijdens onze expeditie liet de kamsalamander het spijtig genoeg afweten, aangezien het op deze bewuste zaterdag wellicht nog net iets te koud was voor deze indrukwekkende soort.


Salamanders zijn in feite echte rovers die in het water jagen op watervlooien en kleine insectenlarven zoals de larven van muggen die massaal in de putten voorkomen.
Zodra ze zich op het land begeven, verandert hun dieet en maken ze fanatiek jacht op regenwormen, verschillende soorten naaktslakken en argeloze spinnen.

In de speciaal ingerichte kijkhut hadden de kinderen ondertussen de gelegenheid om diverse vogels te spotten zonder de dieren in hun natuurlijke habitat te storen.
Het Regionaal Landschap had voor deze gelegenheid gezorgd voor een  grote, professionele verrekijker op een stevig statief voor een haarscherp beeld over de vijvers.


Naast de algemeen bekende wilde eend en de statige blauwe reiger zijn in de Kooldries ook vaak de kuifeend en de krakeend op het water te bewonderen.
Met een beetje geluk kun je er zelfs de dodaars zien, wat de allerknellende fuut van onze streken is en bekend staat om zijn verborgen en schuwe levenswijze in het riet.


Peter van Natuurpunt nam uitgebreid de tijd om te vertellen waarom deze specifieke poelen van levensbelang zijn voor het voortbestaan van de lokale amfibieënpopulaties.
In het water komen namelijk enorm veel kleine waterdiertjes voor die op hun beurt weer als onmisbaar voedsel dienen voor verschillende vogels en zoogdieren.
Tijdens de paartijd, die nu langzaam begint, zetten de amfibieën hun eitjes 1 voor 1 af in het water, waarbij ze elk eitje zorgvuldig verschuilen tussen de waterplanten.
Om een populatie op lange termijn gezond en vitaal te houden, is een regelmatige uitwisseling van individuele dieren tussen de verschillende waterpartijen absoluut noodzakelijk.


Net zoals in de rest van Vlaanderen werkt Natuurpunt hier elke dag aan de bescherming en de opwaardering van deze waterrijke gebieden voor een betere biodiversiteit.
Bestaande poelen worden door de vrijwilligers hersteld en indien nodig verder uitgediept om te voorkomen dat ze volledig zouden dichtgroeien of uitdrogen.


Ook de al te dichte bebossing langs de oevers wordt systematisch verwijderd, zodat libellen en pioniersplanten meer kansen krijgen door het extra invallende zonlicht.
Om het waardevolle heideperceel te herstellen en te behouden, laat de vereniging regelmatig schapen grazen die de ongewenste opslag van struiken kort houden.


Opslag van invasieve exoten zoals de Amerikaanse vogelkers wordt consequent verwijderd, zodat er weer meer licht de bosbodem kan bereiken voor inheemse flora.
Een grote kopzorg voor het beheer is echter de bruine dwergmeerval uit Amerika, een invasieve vissoort die hier geen enkele natuurlijke vijand heeft en de inheemse fauna bedreigt.
Deze dwergmeerval eet namelijk massaal de eitjes en de larven van onze kostbare amfibieën op, waardoor de voortplanting van de salamanders ernstig in het gedrang komt.


Alle pogingen die tot nog toe zijn ondernomen om deze hardnekkige dwergmeervallen te bestrijden, hebben helaas nog geen blijvend of bevredigend resultaat opgeleverd.
Wat de Kooldries als natuurgebied echt uniek maakt in de regio, zijn de soms zeer sterke en grillige schommelingen van het lokale waterpeil.
Door de overvloedige neerslag van de laatste jaren is momenteel zelfs ongeveer 1/3 van het volledige gebied volledig ontoegankelijk geworden voor wandelaars.

Tijdens uitzonderlijk droge zomers kan het water echter weer spectaculair en zeer sterk zakken, waardoor er een heel ander landschap tevoorschijn komt.
Er ontstaan dan nieuwe waterpartijen, tijdelijke dammetjes en prachtige, zacht glooiende modderoevers die een ideaal kiembed vormen voor zeldzame flora.


Op deze vochtige en zonovergoten oevers verschijnen dan heel specifieke planten zoals de naaldwaterbies en de fascinerende kleine en ronde zonnedauw.
Deze zonnedauw is een vleesetend plantje dat met glinsterende en kleverige druppels kleine insecten vangt om zo te kunnen overleven op de voedselarme kleigrond.


Het was een inspirerende voormiddag in de Kooldries die aantoonde dat natuurbeheer, geschiedschrijving en educatie hier op een prachtige manier hand in hand gaan.
Met de voortdurende inzet van verenigingen zoals Natuurpunt en GroenRand blijft dit gebied een veilige haven voor de waterdraakjes van Brecht.

GroenRand luidt de noodklok: Wordt de broodnodige Klimaatgordel het kind van de rekening door de miljardenput van Oosterweel?

GroenRand slaat alarm: dreigt de broodnodige Klimaatgordel het kind van de rekening te worden door de miljardenput van Oosterweel?


Glenn is dé stem van natuurvereniging GroenRand.
Met zijn vlijmscherpe columns en een flinke dosis passie legt hij de vinger op de zere plek van het Vlaamse natuurbeleid.
Sinds 2026 staat de vereniging op scherp en geen enkel dossier passeert de revue zonder dat Glenn het kritisch tegen het licht houdt.
Hij vertaalt taaie politieke besluitvorming naar begrijpelijke verhalen over onze leefomgeving.
Zijn belangrijkste graadmeter is de otter.
Er leven momenteel amper 15 otters in heel Vlaanderen en dat is een alarmsignaal voor onze waterkwaliteit en natuurverbindingen. De otter is een extreem veeleisend symbooldier dat alleen overleeft in een kerngezond ecosysteem met zuiver water en veilige migratieroutes.

De regio ten oosten van Antwerpen bevindt zich op een historisch en cruciaal scharnierpunt waar mobiliteit natuur en financiële realiteit op ramkoers liggen.
Met het grootschalige overheidsproject De Nieuwe Rand tracht de Vlaamse overheid de mobiliteit en leefkwaliteit in dit drukbezette gebied fundamenteel te verbeteren.
Dit project richt zich op een gebied van maar liefst 18 gemeenten en districten om de leefomgeving fundamenteel te veranderen.


Het is een essentieel onderdeel van het breed gedragen Toekomstverbond en richt zich specifiek op het ontwarren van de verkeersknoop tussen de E313 en de E19/A12.
Een van de meest besproken onderdelen is het onderzoek naar de aanleg van de A102 een verbindingsweg die deels in een geboorde tunnel tussen Merksem en Wommelgem onder de grond zou verdwijnen.
Naast de A102 wordt ook de aanleg van de nieuwe NX onderzocht om het doorgaand verkeer tussen de grote snelwegen beter af te wikkelen.
Het doel van deze infrastructuur is ambitieus het volledig wegwerken van de dagelijkse files en het verminderen van het hardnekkige sluipverkeer in de omliggende woonwijken en dorpskernen.
Tegelijkertijd wordt er binnen dit project fors ingezet op een modal shift door de aanleg van fietssnelwegen en hoogwaardig openbaar vervoer om zo duurzame alternatieven voor de auto te bieden.
Naast de verkeerskundige ingrepen streeft het project naar een klimaatrobuuste inrichting van de omgeving waarbij de zogenaamde Klimaatgordel barrières in het landschap moet doorbreken.


Deze gordel moet meer ruimte bieden voor waterbeheer en groenstructuren die de regio beschermen tegen de gevolgen van de klimaatverandering.


Het hele proces verloopt via een intensief overleg met burgers burgerbewegingen en lokale besturen om tot gedragen oplossingen te komen.
Echter terwijl de officiële visieteksten spreken over een betere leefkwaliteit trekt natuurvereniging GroenRand hard aan de alarmbel.
De reden hiervoor is de exploderende kostprijs van de Oosterweelverbinding die als een donkere schaduw over alle andere projecten in de regio hangt.
De ramingen voor Oosterweel zijn inmiddels opgelopen tot een verbijsterende 13,6 miljard euro wat bijna een verdubbeling is van de oorspronkelijke raming van ongeveer 7 miljard euro.
Waar de factuur eerder al werd bijgesteld naar 10 miljard euro ligt er nu een raming op tafel die de financiering volgens een recent rapport van het Rekenhof onder enorme druk zet.
De Vlaamse regering wilt deze kosten grotendeels terugverdienen via tolheffing in de nieuwe Scheldetunnel maar volgens het Rekenhof is dit model volkomen onrealistisch.
De tarieven zouden namelijk zo hoog moeten zijn dat ze voor automobilisten onbetaalbaar worden waardoor het hele verdienmodel volledig in elkaar zakt.
Waar het Rekenhof vorig jaar nog stelde dat er weinig rek in het financiële model zat concluderen ze dit jaar dat die rek volledig is gesprongen.
Het is volgens de experts simpelweg onmogelijk om met de inkomsten uit tolgelden de volledige financiering van dit megaproject te voorzien.
GroenRand wijst erop dat een aanzienlijk deel van deze extra miljarden voortvloeit uit noodzakelijke saneringen van vervuilde grond op de Oosterweelwerven.
Factoren zoals PFAS-vervuiling asbest en de stijgende kosten voor grondverzet doen de rekening steeds verder oplopen zonder dat er extra infrastructuur tegenover staat.
Om deze gaten in de begroting op te vangen maakt de Vlaamse regering gebruik van een achtergestelde lening van 1,6 miljard euro.
Zo een lening wordt pas veel later terugbetaald wat de rentelasten op termijn fors doet toenemen en een zware hypotheek legt op toekomstig beleid.
Hoewel dit de indruk wekt dat de Vlaamse begroting het momenteel goed doet waarschuwt het Rekenhof dat deze lening een heel groot negatief effect zal hebben op de begroting vanaf de periode 2034-2035.
Het is een financiële aanpak die de zware lasten doorschuift naar toekomstige generaties en de financiële haalbaarheid van andere projecten, zoals De Nieuwe Rand, ernstig ondermijnt.
De vrees van GroenRand is dan ook dat door deze enorme schuldenlast gans het project van De Nieuwe Rand op de helling komt te staan omdat al het budget naar Oosterweel zal vloeien.
Hierdoor zal er weinig in huis komen van nieuwe infrastructuur zoals de A102 maar nog belangrijker is dat de gekoppelde natuurprojecten dreigen het kind van de rekening te worden.


Binnen het Toekomstverbond geldt de strikte 50-50 afspraak waarbij elke investering in grijze wegeninfrastructuur gepaard moet gaan met een evenwaardige investering in leefbaarheid en natuur.
Gezien de Klimaatgordel direct aan dit infrastructuurproject is gekoppeld is GroenRand ervan overtuigd dat natuurprojecten hier direct onder gaan lijden.
Zij vermoeden dat de Vlaamse Regering de financiële druk van Oosterweel steeds als drogreden zal gebruiken om projecten uit te stellen of simpelweg te schrappen uit de plannen.
De huidige uiterst trage procedure van De Nieuwe Rand versterkt dit wantrouwen aanzienlijk bij de betrokken burgers en verenigingen.
Een officieel ontwerp-voorkeursbesluit wordt pas medio 2026 verwacht wellicht pas in de maand mei van dat jaar.
GroenRand ziet dit als een bewuste vertragingstactiek die noodzakelijke natuurdossiers gijzelt in eindeloze studiefases en bureaucratische processen.
Om dit te doorbreken stelt GroenRand voor om urgente zaken waarvoor reeds ontwerpend onderzoek is verricht onmiddellijk uit de procedure te lichten en te beschouwen als zogenaamde quick-wins.
Hiervoor is volgens hun berekeningen een bedrag van 11,45 miljoen euro nodig dat onmiddellijk in actie moet worden omgezet voor ontsnippering en natuurherstel in de regio.


Het gaat hierbij om concrete vitale acties die niet kunnen wachten op de definitieve besluitvorming rond de A102 of de volledige afwikkeling van het Oosterweeldossier.
Een cruciaal onderdeel van deze visie is het soortenbeschermingsprogramma voor de otter dat specifiek voor de Antitankgracht is uitgewerkt door Michel Cornelis van Natuurpunt Brasschaat.
In dit gedetailleerde plan is de volledige Antitankgracht onderverdeeld in 21 secties om per segment de natuurwaarde en de noodzakelijke herstelwerken in kaart te brengen.


De nadruk van dit plan ligt volledig op ontsnippering omdat de gracht momenteel op 24 kritieke punten wordt onderbroken door infrastructurele barrières.

Michel Cornelis stelt voor om deze barrières weg te werken door de installatie van droge tunnels en loopplanken onder bruggen zodat de otter zich veilig kan verplaatsen zonder de weg op te hoeven.


De otter fungeert hierbij als boegbeeld voor een gezonde waterkwaliteit en ononderbroken ecologische verbindingen langs dit historisch verdedigingswerk.
Een specifiek dossier waarvoor reeds ontwerpend onderzoek is verricht betreft bovendien de ontsnippering rond de Turnhoutsebaan Oost om de barrièrewerking van deze drukke gewestweg eindelijk op te heffen.
Daarnaast is de algemene ecologische versterking van de Antitankgracht essentieel want deze fungeert nu als een robuuste ruggengraat die de regio verbindt met grote natuurkernen.
De gracht vormt een vitale migratiecorridor die Natura 2000-gebieden zoals de Kalmthoutse Heide het Groot Schietveld en het Klein Schietveld met elkaar verbindt.


Bovendien koppelt deze blauwe draad verschillende beekvalleien aan elkaar waaronder die van de Schoon Schijn de Laarse Beek en de Grote Schijn.
De gracht verbindt tevens de verschillende boscomplexen die langs dit traject gelegen zijn en versterkt zo de ecologische samenhang van het hele landschap van de Voorkempen.


De verbinding van de Schietvelden is een absolute prioriteit waarbij een robuuste passage cruciaal is om de overleving van zeldzame soorten zoals de adder en het heideblauwtje te waarborgen.


Het Groot en Klein Schietveld moeten weer als een ecologisch geheel kunnen functioneren om de genetische diversiteit van deze soorten veilig te stellen.


Een zeer specifiek en dringend dossier binnen deze 21 secties is het openen van de gedempte gedeeltes van de Antitankgracht ter hoogte van Schildestrand.


Opmerkelijk is dat er via de Gebiedsdeal Droogte 2.0 al budget is voorzien voor de aankoop en ontharding van percelen zoals de parking aan de Moerhoflaan en het Bospad.
Dit budget omvat ook de ontharding aan de Loze Visser en de voorbereidende studies voor de herinrichting van het kruispunt.
Het zou volgens GroenRand echter te gek zijn dat er wel geld wordt vrijgemaakt voor deze voorbereidende studies en aankopen maar dat het budget voor de uiteindelijke openlegging van de gracht zelf achterwege blijft.
Juist omdat de studies voor het kruispunt van de Moerhoflaan en de Noorderlaan al lopen moet de effectieve uitvoering nu als een quick-win worden doorgezet.
Ook in de gemeente Brecht tussen het kanaal Dessel-Schoten en de Zandstraat is de gracht over een aanzienlijke afstand dichtgemaakt en herstel is daar meer dan dringend gewenst voor de continuïteit.
Het herstel van deze verbindingen is essentieel voor de veerkracht van de regio tegen zowel extreme droogte als plotselinge wateroverlast door een betere waterhuishouding.
GroenRand heeft aangekondigd vanaf mei 2026 de uitvoering van de gemaakte afspraken nauwlettend op te volgen om de overheid aan haar groene beloften te houden.


Zij eisen dat de Klimaatgordel nu reeds wordt verankerd in de meerjarenbegroting 2027-2032 om te voorkomen dat de plannen alsnog in de lade verdwijnen door budgettaire tekorten.
De essentie van hun betoog is dat natuur niet de pasmunt mag worden voor financiële tekorten bij megaprojecten .
De regio heeft geen nood aan meer studies of rapporten maar aan de onmiddellijke uitvoering van de Klimaatgordel om de biodiversiteit veilig te stellen.


Alleen door nu in te zetten op deze quick-wins kan worden voorkomen dat de natuur definitief het onderspit delft in een politiek steekspel rond budgetten en beton.
Het veiligstellen van de leefbaarheid en de groene longen in de Antwerpse oostrand is een taak die niet langer vooruitgeschoven kan worden naar een onzekere toekomst.
De tijd van praten is voorbij en de tijd van handelen is aangebroken om de unieke natuurwaarden van de Voorkempen te bewaren voor de generaties die na ons komen.

Infomarkt Opstalvallei: ontdek de toekomst van de natuur in Berendrecht

Op maandag 30 maart wordt er tussen 16 en 20 uur een grote infomarkt georganiseerd in het districtshuis van Berendrecht over de inrichting van de Opstalvallei fase 2.
Tijdens dit moment kunnen buurtbewoners de gedetailleerde plannen van Port of Antwerp-Bruges inkijken en vragen stellen aan de aanwezige experts over de nieuwe natuur, waterhuishouding en recreatie.
Op de grens van een wereldhaven en een oase van rust waar de tijd even lijkt stil te staan, ligt de Opstalvallei als een verborgen parel in het polderlandschap.


Dit natuurgebied van 42 hectare vormt sinds 2004 een onmisbare groene buffer tussen de dorpskern van Berendrecht en de Antwerpse haven.
Het project is een schoolvoorbeeld van zogenaamde nieuwe natuur, aangelegd door de Port of Antwerp-Bruges als compensatie voor natuurwaarden die elders in het havengebied verloren gingen.
Dit artikel toont aan dat natuurontwikkeling en economische groei hand in hand kunnen gaan mits er voldoende visie en passie aanwezig is.


De naam van het gebied is niet toevallig gekozen, want de eeuwenoude Opstalbeek doorkruist dit landschap en was vroeger de levensader voor de afwatering van het Kempisch Plateau naar de Schelde.
Wist je trouwens dat de beek die de vallei voedt vroeger ook de grachten van de nabijgelegen forten bevoorraadde met water, wat de historische waarde van het waterbeheer benadrukt.
De dynamiek van de getijden zorgt er bovendien voor dat de bodem van de vallei een heel specifieke minerale samenstelling heeft behouden, wat cruciaal is voor de huidige biodiversiteit.


In 2007 kreeg de vallei haar definitieve vorm toen er twee enorme ondiepe plassen werden uitgegraven en de waterloop flink werd verbreed om een paradijs voor rietvogels te creëren.
Alle grond die bij deze werken vrijkwam, bleef in het gebied en werd op de zuidelijke grens opgeworpen tot een imposante ecologische dijk.


Deze dijk, de Stocatradijk, fungeert vandaag de dag als een effectieve geluidswal voor de inwoners van Berendrecht en biedt tegelijkertijd een spectaculair uitkijkplatform.
Vanaf dit platform heb je een uniek 360-graden uitzicht waarbij je aan de ene kant de gigantische containerschepen in het Delwaidedok ziet en aan de andere kant de serene rietvelden.


De Opstalvallei is echter veel meer dan een lokale buffer, want het is een van de belangrijkste schakels in het natuurverbindingsgebied van de Antwerpse Antitankgracht.
De vereniging GroenRand beschouwt dit gebied als een kroonjuweel in hun visie op een robuuste klimaatgordel die de volledige Antwerpse regio moet verbinden.
Deze gracht is een historisch monument op zich, gegraven tussen 1937 en 1939 als militaire verdedigingslinie om vijandelijke tanks tegen te houden voor de Tweede Wereldoorlog.
Vandaag de dag vormt deze 33 kilometer lange gracht het langste beschermde landschap van Vlaanderen en fungeert het als een groene snelweg voor talloze diersoorten.


Het technische vernuft achter de gracht is indrukwekkend, want er waren maar liefst vijftien sluizen nodig om het hoogteverschil van dertien meter te overbruggen tussen Berendrecht en Oelegem.
De oude betonnen bunkers en sluiswanden die je onderweg tegenkomt, zijn nu ideale winterverblijven voor zeldzame vleermuizen zoals de watervleermuis en de baardvleermuis.


GroenRand speelt een actieve rol in de bescherming van dit netwerk en pleit onvermoeibaar voor ononderbroken natuurcorridors waarbij de Opstalvallei als vitale stapsteen fungeert.
De grote droom van GroenRand en Natuurpunt is de definitieve terugkeer en vestiging van de Europese otter in dit waterrijke gebied.
De otter is een veeleisende bewoner die alleen overleeft in een omgeving met een uitstekende waterkwaliteit, voldoende vis en vooral veel rustige schuilplaatsen langs de oevers.
Om deze schuwe marterachtige te helpen, zet GroenRand zich in voor de aanleg van natte verbindingen en speciale loop-planken onder bruggen zodat hij niet de weg op hoeft.
In de Opstalvallei zelf vinden otters het perfecte biotoop dankzij de dichte rietkragen waar ze hun 'holt' kunnen inrichten en de overvloed aan voedsel in de plassen.
De cijfers over de vogelstand in dit gebied zijn ronduit spectaculair te noemen, zeker als je kijkt naar de tellingen uit het jaar 2013.
In dat jaar werden er maar liefst 298.500 vogels geregistreerd die de vallei gebruikten als ruststation op hun lange reis naar de overwinteringskwartieren.
De grote karekiet is een echte karaktervogel die met zijn luide, raspende zang boven het riet uitstijgt en uitsluitend nestelt in stevig, overjarig riet bij diep water.


De waterrietzanger, een wereldwijd bedreigde soort, vindt hier een zeldzame rustplaats tijdens de trek door de specifieke structuur van het vochtige moeras.
De snor verraadt zijn aanwezigheid door een aanhoudend, mechanisch ratelen dat minutenlang kan doorgaan in de vroege ochtenduren tussen de dichte riethalmen.


Het woudaapje is de kleinste reiger van Europa en is een ware acrobaat die met zijn grote poten behendig tussen de verticale rietstengels door naar boven klimt.


De buidelmees is een meester-architect die van pluisjes een bolvormig nest weeft met een vernuftige tunnelingang om roofdieren zoals de wezel buiten te houden.


Ook de zeldzame krekelzanger laat hier af en toe zijn kenmerkende geluid horen, dat zo sprekend op een insect lijkt dat wandelaars de vogel vaak over het hoofd zien.


In het water zie je de wilde zwaan, die groter is dan de gewone knobbelzwaan en herkenbaar is aan de opvallende gele vlek op zijn zwarte snavel.
De krooneend valt op door de spectaculaire, goudoranje 'punkachtige' kuif van het mannetje en zijn knalrode snavel die prachtig afsteekt tegen het blauwe water.


De purperreiger is een schuwe bewoner met een slanke, donkere nek die profiteert van de rust in de afgesloten kerngebieden waar hij op kikkers en vissen jaagt.


Vooral tijdens de vogeltrek kan je wel eens kraanvogels zien, indrukwekkende grote vogels die met hun trompetterende roep in strakke V-formaties passeren.
De rode wouw is met zijn diep gevorkte staart en roestbruine verenkleed een elegante verschijning die urenlang boven de vallei kan zweven op thermiek.


De zwarte wouw is iets compacter en donkerder, maar evenzeer een meesterlijke vlieger die vaak de nabijgelegen waterkanten van de Schelde opzoekt.


De zeearend, ook wel de 'vliegende deur' genoemd vanwege zijn enorme spanwijdte van bijna tweeënhalve meter, wordt steeds vaker gespot als koning van het luchtruim.
Naast de gevleugelde bewoners zijn er ook andere verrassende gasten, zoals de gewone zeehonden die regelmatig worden gespot in het nabijgelegen Kanaaldok.
Deze zeehonden rusten vaak uit op de kaaimuren van de haven, wat het bijzondere contrast tussen de zware industrie en de wilde natuur nogmaals onderstreept.


De flora in de vallei trekt talloze insecten aan, zoals de grote keizerlibel die als een blauwe helikopter boven de plassen patrouilleert op zoek naar prooi.
Op de zilte plekken dichtbij de haven groeien typische polderplanten zoals zeekraal en zulte, die essentieel zijn voor specifieke nachtvlinders en poldermotten.
In de zoetere delen van de vallei bloeien de gele lissing en de koekoeksbloem, die een rijke bron van nectar vormen voor de koninginnenpage en diverse hommels.
Het beheerplan voorziet ook in het herstel van bloemrijke graslanden die essentieel zijn voor de zeldzame vlinders zoals de argusvlinder en het hooibeestje.


De moerasvogels zoals de kluut, met zijn omhooggebogen snavel, vinden op de slikplaten het ideale terrein om naar kreeftjes en wormen te zoeken.


De kleine plevier is een pioniersoort die onmiddellijk gebruik maakt van de open, zanderige plekken die ontstaan bij de herinrichting van de plassen.
Zelfs de blauwe reiger heeft hier zijn vaste plek, vooral in de nabijheid van het Reigersbos waar een van de oudste kolonies van Vlaanderen gevestigd is.


In de bosjes van het Teutebos houden reeën zich overdag schuil, om in de schemering voorzichtig tevoorschijn te komen om te grazen op de open velden.


De aanwezigheid van de weidevogels zoals de grutto en de kievit wordt gestimuleerd door het creëren van open landschappen voor een veilig nestbeheer.


Waterinsecten zoals de schrijvertjes en waterschorpioenen profiteren van de verbeterde waterkwaliteit dankzij de natuurlijke zuivering door het riet.
De smienten en wintertalingen overwinteren in grote groepen op de plassen en zorgen voor een levendig schouwspel tijdens de koude wintermaanden.
De boommarter en de wespendief zijn soorten die men in de toekomst hoopt te mogen verwelkomen dankzij de uitbreiding van de bos- en natuurgebieden.
Ook de vleermuizen vinden hier een rijk gedekte tafel aan muggen en nachtvlinders boven de spiegelende wateroppervlaktes van de nieuwe plassen.


De ijsvogel kan met een beetje geluk gezien worden als een blauwe flits die duikt naar kleine visjes in de heldere sloten.
De bruine kiekendief zweeft laag over de rietvelden, herkenbaar aan zijn wiegelende vlucht op zoek naar kleine zoogdieren of jonge vogels.
In de modderige oevers zoeken steltlopers naar voedsel, waarbij hun lange snavels perfect zijn aangepast aan het leven in de slikken.
Port of Antwerp-Bruges start nu concreet met de inrichting van een gedeelte van de Opstalvallei in het noordelijke gebied tussen de Antwerpsebaan en de haven.
Een groot deel van dit gebied zal bestaan uit riet en plassen waarbij het terrein deels verlaagd zal worden en er nieuwe plassen en sloten gegraven worden.
In vergelijking met het eerste plan wordt er nu overtollig water uit Berendrecht weggenomen in plaats van er nog meer water naar de dorpskern toe te sturen.
Het water uit de Dorpsbeek dat nu door Berendrecht stroomt, zal afgeleid worden naar het natuurgebied om de wateroverlast in de dorpskern te verminderen.


Samen met Aquafin zal er ook zoveel mogelijk water van daken in Berendrecht afgeleid worden naar het natuurgebied via gescheiden rioleringsstelsels.
Het gezuiverde huishoudelijk afvalwater uit het zuiveringsstation van Aquafin wordt ook afgeleid naar het riet, waar de planten zorgen voor een extra natuurlijke zuivering.
In het centraal gedeelte van het gebied wordt het huidig landschap behouden en ook het bos bij de Bomenbank blijft als groen baken bestaan.
Zowel aan de oost- als aan de westzijde hiervan komt een open landschap voor riet- en weidevogels, waarvoor de begroeiing met weinig natuurwaarde verdwijnt.
Langs de woonwijken en langs de Monnikenhofstraat komen onverharde wandelpaden met hoogwaardige bomen zoals eiken en linden voor een groene beleving.
Helemaal in het oosten bij de Monnikenhofstraat en de Abtsdreef komt een uitkijkheuvel van zo'n 4 meter hoog voor een panoramisch zicht over de regio.
De bestaande Stocatradijk op de grens van het havengebied wordt verder doorgetrokken naar het oosten om het havenlandschap meer af te schermen voor de bewoners.


Wandelen in de Opstalvallei blijft een unieke belevenis waarbij de meeste paden behouden blijven, behalve in de afgesloten kerngebieden voor broedende vogels.
De vallei is uitstekend bereikbaar met de Lijn bus X70 tot aan de halte De Zouten, waarna je anderhalve kilometer door natuurgebied De Zouten wandelt.
Als je met de auto komt, kun je parkeren in de omgeving van Kasteel Reigershof, bewoond door de familie Van Delft, of aan het einde van de Sint-Jan Baptiststraat.
Fietsers kunnen via de Antwerpsebaan, de Reigersbosdreef en de Berendrechtse Dijk tot aan het uitkijkplatform rijden voor een sportieve polderuitstap.
Natuurpunt organiseert regelmatig wandelingen met een gids voor wie meer wil leren over de specifieke planten en dieren die dit gebied zo rijk is.
De toekomstplannen voorzien een verdere uitbreiding met 190 hectare om de biodiversiteit en de bufferfunctie tussen stad en stroom definitief te verankeren.
Zo vormt de Opstalvallei een levend bewijs dat natuurherstel loont en een blijvende impact heeft op de lokale gemeenschap en onze gezonde leefomgeving.
Elke stap in dit gebied vertelt een verhaal over hoe de mens en de natuur samen kunnen overleven in een moderne wereld, direct naast een wereldhaven.