zaterdag 14 februari 2026

Verslag: GroenRand tijdens de 29ste ANKONA-ontmoetingsdag 2026 – Een blauwdruk voor natuur in de stadse omgeving

Verslag: GroenRand op de 29ste ANKONA-ontmoetingsdag 2026 – Een Blauwdruk voor Natuur in het Beton 

Vandaag vormde de UA-campus Drie Eiken het kloppend hart van de Vlaamse natuurstudie. Als redactie van GroenRand zagen wij een aula die tot de laatste stoel gevuld was met een unieke mix van vrijwilligers, professionele biologen en beleidsmakers.


De Provincie Antwerpen zette met het centrale thema 'Biodiversiteit in bebouwd landschap' de toon voor een noodzakelijke transitie: natuur is in onze regio niet langer iets voor 'buiten de stad', maar een essentieel onderdeel van onze stedelijke leefbaarheid en klimaatadaptatie. De dag opende met een krachtig pleidooi van onderzoekers van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). Een van de meest besproken lezingen was 'Licht uit, biodiversiteit aan!'.
Hierin werd de desastreuze impact van lichtvervuiling op de biologische klok van nachtactieve fauna blootgelegd. In het bijzonder werd de situatie van vleermuizen in de Antwerpse rand toegelicht. Zij verliezen hun vliegroutes door de overdaad aan kunstlicht. GroenRand pleit hier al langer voor 'duisternis als kwaliteit', en het was bemoedigend om te zien dat de provincie nu concrete richtlijnen voor slimme verlichting omarmt om deze onzichtbare barrières te doorbreken. Daarnaast werd de problematiek van invasieve uitheemse soorten uitgebreid behandeld. De opmars van de Aziatische hoornaar en de negatieve impact op onze wilde bijenpopulaties vraagt om een gecoördineerde aanpak. Onder het motto 'Meten is weten' werd aangetoond dat data van citizen science-platforms zoals Waarnemingen.be de enige manier is om deze invasies tijdig in kaart te brengen en effectief te beheren. Een ander boeiend luik was de monitoring van marterachtigen. Experts toonden aan hoe de steenmarter en de boommarter hun weg terugvinden naar de bebouwde kom, wat zowel kansen voor de biodiversiteit als uitdagingen voor de relatie met de mens met zich meebrengt.

Parallel hieraan vond de populaire workshop 'Het leven in een waterdruppel' plaats.
Onze redactie zag hoe deelnemers met microscopen de onzichtbare wereld van raderdiertjes en watervlooien ontdekten. Deze micro-organismen fungeren als de ultieme bio-indicatoren voor onze waterkwaliteit;
Hun aanwezigheid vertelt ons direct hoe gezond onze stadsvijvers en poelen zijn. Deze technische vaardigheden stellen vrijwilligers in staat om in hun eigen gemeente de vinger aan de pols te houden van lokale ecosystemen.
De focus op de kleinste details werd prachtig gespiegeld in de vertoning van de bekroonde film 'Een gemeenschap van leven' van Rik van der Linden.
Deze documentaire vormde het emotionele ankerpunt van de dag en illustreerde de onzichtbare draden van symbiose en bestuiving die ons ecosysteem overeind houden.



Een opvallend voorbeeld was de natuurlijke bestrijding van de eikenprocessierups door het stimuleren van natuurlijke vijanden zoals mezen en sluipvliegen, wat op lange termijn effectiever bleek dan chemische interventies.
De film was een krachtig pleidooi om natuurbeheer niet te laten stoppen bij de perceelsgrens, maar te bouwen aan een groen-blauwe dooradering van ons landschap.
Op de drukbezochte infomarkt spraken wij uitgebreid met vogelwerkgroep De Stadsmus.
Hun projecten rond de bescherming van gierzwaluwen en de bouw van de 'beestentoren' in de Wolvenberg zijn schoolvoorbeelden van hoe lokale actie een verschil maakt. De passie waarmee deze vrijwilligers data verzamelen in het Stadspark of op de Konijnenwei is de brandstof voor het provinciale beleid.
Er was tevens aandacht voor de herwaardering van begraafplaatsen als stilte-natuurgebieden.
Waar deze plekken vroeger vaak steriel en strak gemaaid waren, evolueren ze nu naar hotspots voor biodiversiteit door extensief maaibeheer en het behoud van oude muren en holle bomen.
Dit biedt een toevluchtsoord aan zeldzame korstmossen, solitaire bijen en zelfs de hazelmuis, ver weg van de stedelijke hectiek.

De dag bereikte een formeel hoogtepunt met de uitreiking van de ANKONA-vrijwilligersprijs, een erkenning voor de duizenden uren onbezoldigd veldwerk die de basis vormen voor wetenschappelijk onderbouwde natuurdoelen.
De afsluitende netwerkreceptie bood de gelegenheid om ervaringen uit te wisselen tussen verschillende verenigingen, waarbij nieuwe samenwerkingsverbanden voor 2026 werden gesmeed.
Als redactie van GroenRand concluderen wij dat dit congres een krachtige bevestiging is van de visie die wij al jaren uitdragen.
De gepresenteerde inzichten over biodiversiteit in de stadsrand sluiten naadloos aan bij onze eigen kernpunten voor een robuust landschap.
Wij zien een sterke parallel tussen de wetenschappelijke noodzaak van ecologische verbindingen en onze roep om een volwaardige groen-blauwe dooradering. De groene rand en de stadsrand mogen geen barrière zijn, maar moet een genetische brug vormen tussen grotere natuurkernen zoals de Antitankgracht, die als cruciale klimaatbuffer fungeert.
De focus op waterkwaliteit onderstreept bovendien onze inzet voor gezonde ecosystemen die weerbaarder zijn tegen plagen en klimaatextremen.
Daarnaast vindt de herwaardering van 'vergeten' ruimtes zoals begraafplaatsen, de dringende nood aan ontharding in de Noordrand en het versterken van het houtkantennetwerk een directe weerklank in onze ambitie voor natuurverweving en een klimaatbestendige Voorkempen.
Alle presentaties, wetenschappelijke abstracts en postersessies van vandaag worden binnenkort gebundeld in een digitaal verslagboekje op de officiële ANKONA-website.

Voor wie direct aan de slag wil, blijft de boodschap van deze dag helder: de weg naar een groener bebouwd landschap vraagt om kennis, passie en een onvermoeibare inzet voor de gemeenschap van leven die ons allen omringt.
Onze missie voor een gezonde leefomgeving en een kritische monitoring van het natuurbeleid blijft onverminderd groot, gesteund door de bosuitbreidingsplannen in Zoersel, Schilde en Malle. Dit congres bewees dat de strijd voor een groene, duistere en biodiverse provincie gedragen wordt door een onstuitbare gemeenschap van leven.

Foto's: INBO - Ardea

Code Rood in het INBO-Rapport: Waarom de Nieuwste Zesjaarlijkse Evaluatie Vlaanderen dwingt tot scherpe keuzes

Code Rood in het INBO-rapport: waarom de nieuwste zesjaarlijkse evaluatie Vlaanderen voor scherpe keuzes stelt

Het gaat niet goed met de Vlaamse natuur. Dat is de nuchtere en ontnuchterende conclusie van de nieuwste zesjaarlijkse evaluatie door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO).
Terwijl we in de media vaak lezen over de spectaculaire triomftocht van de zeearend of de boomkikker, bloedt de biodiversiteit op het platteland in stilte dood.
Het rapport legt een pijnlijke paradox bloot.
We zijn zeer succesvol in het redden van specifieke paradepaardjes via dure en gerichte projecten.
Maar we falen op grote schaal in het beschermen van de basiskwaliteit van ons landschap.
Het INBO stelt onomwonden dat we tot nu toe vooral het laaghangend fruit hebben geplukt.
De herstelmaatregelen die nu nodig zijn, vragen om veel scherpere keuzes voor een robuust en aaneengesloten landschap.
De focus moet nu liggen op vernatting.
Toch tonen de successen aan dat natuurherstel werkt als we de politieke moed hebben om de natuur de ruimte te bieden die ze nodig heeft.


Een van de meest sprekende voorbeelden van hoe menselijk ingrijpen het tij kan keren, is de boomkikker.
Dit felgroene kikkertje van amper vijf centimeter lang is een bijzonderheid in onze streken.
Dankzij speciale zuignapjes op zijn tenen is het de enige inheemse soort die behendig in braamstruiken en bomen klimt om te zonnen of te jagen.
De boomkikker dankt zijn naam aan dit unieke klimvermogen.
In de vorige eeuw was de soort bijna volledig van de kaart geveegd door de schaalvergroting in de landbouw.
Dankzij grootschalige projecten waarbij honderden poelen werden hersteld en kilometers aan hagen en houtkanten werden heraangelegd, klom de soort spectaculair uit een diep dal.

Het succes van de boomkikker bewijst dat we soorten kunnen redden als we hun specifieke behoeften centraal stellen.
Ook langs de Schelde zien we een vergelijkbaar mirakel dat twintig jaar geleden ondenkbaar was.
De rivier was ooit een van de meest vervuilde van Europa.
Nu is ze getransformeerd tot een ecologische snelweg.

De fint is hier de grote graadmeter.
Deze zilverkleurige haringachtige vis brengt een groot deel van zijn leven op zee door maar trekt de rivieren op om te paaien.
Het is een trekvis die extreem gevoelig is voor zuurstofgebrek in het water.
Dat de fint nu weer in groten getale in de Schelde rondzwemt en daar ’s nachts zijn kenmerkende paaisprongen boven het wateroppervlak maakt, vertelt ons alles over de verbeterde waterkwaliteit.
In de slipstroom van dit waterherstel keerden ook de grote vogels terug.


De lepelaar is weer een vaste bewoner.
Deze statige witte vogel met zijn zwarte snavel die als een lepel door het water zeeft op zoek naar stekelbaarsjes en garnalen, is een icoon geworden van de Scheldevallei.
In de uitgestrekte rietkragen die door het Sigmaplan zijn gecreëerd, vinden we ook de meer mysterieuze bewoners terug.


De roerdomp is een reigersoort die zich meesterlijk onzichtbaar maakt tussen de stengels.
Bij het minste gevaar neemt hij de paalhouding aan.
Hierbij steekt hij zijn hals en snavel recht omhoog zodat zijn bruin-gestreepte verenkleed perfect versmelt met het riet.
Naast hem leeft de woudaap.

Dit is het kleinste reigertje van Europa. Deze vogel is niet groter dan een duif en vliegt zelden.
In plaats daarvan klautert hij met zijn lange tenen behendig als een primaat door rietstengels en struiken.
Dit leverde hem de naam woudaap op.

De absolute kroon op het werk is de terugkeer van de zeearend. Dit is de grootste roofvogel van Europa met een spanwijdte van wel 2,4 meter.
Dat deze vliegende deur weer in Vlaanderen broedt, is het ultieme bewijs dat we in staat zijn om top-predatoren de ruimte te geven die ze nodig hebben.
Volgens het Agentschap voor Natuur en Bos is dit succes direct te danken aan de langetermijnvisie van het Sigmaplan.
Dit ambitieuze project zet in op natuurlijke overstromingsgebieden om water bij hevige regenval langer op te houden.
Het is een strategie die veiligheid voor de mens combineert met kansen voor de natuur.
Tijd en continuïteit zijn hierbij de cruciale factoren.
In het begin was de weerstand echter enorm.
Omwonenden en landbouwers vreesden dat meer ruimte voor de Schelde hun gronden minder waard zou maken.
Ze dachten dat de natuur afval en ongedierte tot aan hun achterdeur zou brengen.
Gaandeweg zagen ze echter in dat de nieuwe natuur kansen bood voor recreatie en levenskwaliteit.
Vandaag is die houding volledig gedraaid.
Voormalige tegenstanders baten nu succesvolle B&B’s uit voor natuurtoeristen.
Ze gidsen groepen door de gebieden om een glimp op te vangen van de otter.
Dit slanke roofzoogdier met zijn waterafstotende vacht overleeft enkel in visrijk en zuiver water.

De boommarter is een van de meest mysterieuze bewoners van onze Vlaamse natuur en zijn voorzichtige terugkeer naar de Voorkempen is een hoopvol teken voor de lokale biodiversiteit. In tegenstelling tot zijn cultuurminnende neef, de steenmarter, is de boommarter een kritische bosbewoner die hoge eisen stelt aan zijn leefomgeving.
Voor deze schuwe marterachtige is een versnipperd landschap namelijk een onoverkomelijke hindernis.
De soort verplaatst zich bij voorkeur via de boomkruinen en mijdt open vlaktes waar hij kwetsbaar is voor predatoren en het verkeer.
Een robuust en ononderbroken bosareaal is essentieel omdat boommarters over enorme territoria beschikken, waarbij een enkel mannetje soms wel 2.000 hectare bestrijkt.
Binnen deze gebieden heeft hij nood aan variatie: oude loofbomen met natuurlijke holtes of spechtengaten dienen als veilige rustplaatsen en kraamkamers, terwijl een dichte ondergroei zorgt voor voldoende voedsel in de vorm van muizen, vogels en vruchten.
Wanneer natuurgebieden via ecologische corridors zoals de Antitankgracht met elkaar verbonden worden, ontstaat er een groen netwerk dat de boommarter in staat stelt om nieuwe territoria te bezetten en genetische uitwisseling tussen populaties te waarborgen. De terugkeer van de otter en de bever is deels te danken aan hun Europese beschermingsstatus.
Voor de wolf volstond het soms simpelweg dat we stopten met hem massaal te doden.
Achter deze glansrijke verhalen schuilt echter een bikkelharde realiteit die we niet langer kunnen negeren.
Nergens in Europa is het met de natuur slechter gesteld dan bij ons.
Van de 70 Europees beschermde soorten verkeren er slechts 18 in een gunstige staat van instandhouding.
Nog eens 18 soorten bevinden zich in een matig ongunstige staat. Met 29 soorten gaat het ronduit slecht.
Bij de beschermde habitattypes is het beeld nog dramatischer.
Van de 46 ecosystemen zijn er slechts twee in gunstige staat.
Met twee is het matig ongunstig gesteld en maar liefst 40 habitats scoren zeer ongunstig.
Vooral in het cultuurlandschap voltrekt zich een stille ramp. Vogelsoorten zoals de kwartelkoning en het paapje zitten op een dieptepunt.
Dat geldt ook voor de veldleeuwerik en de kievit.
De kwartelkoning is een schuwe vogel die zich diep in de graslanden verschuilt.
Hij valt enkel op door zijn raspende crex-crex roep.
De wilde hamster hapt eveneens naar zijn laatste adem.
De hamster heeft diepe bodems nodig waarin hij zijn burchten kan graven.
Hij vindt in het moderne landschap echter geen dekking en geen voedselvoorraad.
Zelfs de bunzing boert zienderogen achteruit.

De bunzing is een marterachtige met een karakteristiek zwart masker rond de ogen.
Onze natuur is versnipperd in kleine en geïsoleerde eilandjes die worden verstikt door stikstof.
Ze worden geteisterd door een sluipende crisis van verdroging. Sinds 1960 is maar liefst driekwart van onze natte natuur verdwenen.
We hebben rivieren rechtgetrokken en natte gronden gedraineerd. Hierdoor zijn soorten zoals de heikikker en de groenknolorchis in vrije val geraakt. De mannetjes van de heikikker kleuren in de paartijd voor slechts enkele dagen spectaculair hemelsblauw. De groenknolorchis is een kleine orchidee die fungeert als de graadmeter voor waterkwaliteit. Zodra de bodem verdroogt, sterft de plant onmiddellijk af.

Natuurvereniging GroenRand wijst er terecht op dat we onmiddellijk moeten stoppen met postzegelnatuur

In kleine en versnipperde gebieden hebben kwetsbare soorten geen kans om een gezonde populatie in stand te houden.
Een gunstige staat van instandhouding halen we alleen met grotere en robuustere stukken natuur.
Een hamster redt het niet met een eenzame houtkant tussen intensief bespoten akkers.
GroenRand pleit daarom voor scherpe beleidskeuzes waarbij in bepaalde zones de natuur echt voorrang krijgt.
Dit is geen luxe maar een noodzaak voor onze ecosysteemdiensten. Critici vragen zich af of we elke orchidee of hamster in stand moeten houden.
GroenRand begrijpt die reactie maar benadrukt dat dit de kanaries in de koolmijn zijn.
Als zij verdwijnen, vertelt dat ons dat de basiskwaliteit van onze leefomgeving wankelt.
Bovendien hebben we als mens een ethische plicht om deze soorten te behouden.
Er is ook een juridisch argument want de richtlijnen die ons verplichten deze soorten te beschermen zijn democratisch aanvaard.
De mogelijkheden voor herstel zijn er gelukkig wel degelijk.
Eerder onderzoek van het INBO toont aan dat er in Vlaanderen nog ongeveer 150.000 hectare aan vernietigde natte natuur te herstellen valt.
Dit is potentieel dat wacht op een nieuwe kans.
Projecten rond de Demer en de Dijle bewijzen inmiddels dat we het model van de Scheldevallei op veel meer plaatsen kunnen uitrollen. Door rivieren weer ruimte te geven en te vernatten, wapenen we onszelf tegen droogte en wateroverlast.
Met de Europese Natuurherstelwet is de vrijblijvendheid voorbij. Tegen 2030 moet in 30 procent van de natuur in slechte staat herstel zijn ingezet.
Dit cijfer moet klimmen naar 90 procent in 2050. Dit lijkt veraf maar natuurherstel vergt decennia.
GroenRand benadrukt dat veel maatregelen al jaren klaarliggen op de plank.
Denk hierbij aan het ontsnipperen en verbinden van natuurkernen. In plaats van de kop in het zand te steken, moeten we nu een tand bijsteken.
De natuur heeft in de Scheldevallei bewezen dat ze klaar is voor een comeback.
De grote vraag is of we de politieke moed hebben om de natuur de robuuste ruimte te bieden die ze verdient. Foto's: Wim Verschraegen

GroenRand en de race tegen de klok: de Vlaamse otter als cruciale inzet op de Europese Otterconferentie 2026

GroenRand en de Race tegen de Klok: De Vlaamse Otter als Bindende Inzet op de Europese Otterconferentie 2026

Op 12 en 13 maart 2026 verzamelen internationale experts, topwetenschappers en beleidsmakers zich in het Provinciehuis van Antwerpen voor de Europese Otterconferentie.
Dit congres is niet zomaar een academische bijeenkomst.
Het is het brandpunt van een dwingende vraag: slaagt Vlaanderen erin om de otter van een zeldzame gast weer in een blijvende bewoner te transformeren?
Voor de inwoners van de Voorkempen en de vereniging GroenRand is dit geen abstracte discussie, maar een strijd die zich dagelijks afspeelt langs de oevers van de Antitankgracht.
De geschiedenis van de Europese otter (Lutra lutra) in Vlaanderen is een tragische kroniek van een koning die van zijn troon werd gestoten.
Tot diep in de 19e eeuw was de otter alomtegenwoordig in vrijwel alle Vlaamse rivierbekkens.
Hij werd destijds echter niet gezien als een icoon van natuurpracht, maar als een schadelijk roofdier dat de visbestanden plunderde.
De overheid loofde zelfs officiële premies uit voor elke gedode otter, een beleid dat leidde tot een systematische en door de staat gesteunde vervolging die de populatie decimeerde nog voor de moderne industriële dreigingen de kop opstaken.
In de 20e eeuw kreeg de otter de genadeslag door habitatvernietiging op ongekende schaal: rivieren werden rechtgetrokken voor de scheepvaart, oevers gebetonneerd en uitgestrekte wetlands drooggelegd voor landbouw en bewoning. De finale nekslag viel in de jaren '60 en '70 door extreme watervervuiling.
Zware metalen en pesticiden vernietigden de visstand en vergiftigden de laatste dieren.
In de jaren '80 werd de soort in Vlaanderen officieel als uitgestorven beschouwd.
De huidige, uiterst voorzichtige terugkeer is dan ook een historisch eerherstel in een vijandig landschap van beton en onzichtbaar gif.
Alarmerend rapport

Vandaag de dag tonen data uit een alarmerend rapport van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), gepubliceerd op 19 juni 2025, aan dat de leefomstandigheden voor de otter in België nog steeds als "zeer ongunstig" worden geclassificeerd volgens de Europese Habitatrichtlijn.
De cijfers laten aan duidelijkheid niets te wensen over: in heel Vlaanderen leven er momenteel naar schatting slechts minimum 5 tot maximum 15 individuen.
Geen geslaagde voortplanting

Misschien wel de meest zorgwekkende vaststelling uit het rapport is dat er geen recente bewijzen zijn van geslaagde voortplanting op Vlaamse bodem.
Wetenschappers baseren deze harde conclusie op drie onweerlegbare methodieken.
Ten eerste is er de revolutionaire eDNA-monitoring (environmental DNA).
Hierbij filteren wetenschappers watermonsters om microscopische genetische fragmenten – zoals huidschilfers of urine – op te vangen. Via een complexe qPCR-analyse in het laboratorium wordt gezocht naar specifieke genetische merkers.
Hoewel deze techniek de aanwezigheid van otters bevestigt, ontbreekt de genetische diversiteit die onvermijdelijk gepaard gaat met een groeiende populatie met jongen, wat bevestigt dat de populatie momenteel enkel overleeft door solitaire migranten uit Nederland of Wallonië.
Ten tweede leggen wildcamera's op locaties zoals de Sint-Onolfspolder uitsluitend solitaire volwassenen vast.
Moeders met pups blijven volledig uit het zicht.
Ten slotte toont genetische spraint-analyse aan dat er geen nieuwe DNA-profielen opduiken die wijzen op lokaal geboren nakomelingen.
De otter fungeert hierbij als een cruciale paraplusoort en een graadmeter voor gezond water.
Zijn onvermogen om een fokpopulatie te vormen onthult een dieper liggend probleem: de onzichtbare chemische waterkwaliteit. Hoewel rivieren visueel schoner zijn dan in de jaren '70, hopen toxische stoffen als PCB’s en PFAS zich op in de visstand.
De wetenschappelijke drempelwaarden voor een gezonde voortplanting zijn streng.
Zodra concentraties van PCB's in het visweefsel de grens van 50 ng/g lipide overschrijden, daalt de fertiliteit van otters drastisch. Vooral vissoorten als de vetrijke paling, de blankvoorn en de baars slaan deze stoffen op.
Omdat de otter aan de top van de voedselketen staat en dagelijks tot 25% van zijn lichaamsgewicht aan vis eet, krijgt hij een geconcentreerde dosis toxines binnen die de hormoonhuishouding van vrouwtjes verstoort, waardoor een succesvolle dracht uitblijft.
In onze regio: het belang van de Antitankgracht

In de Voorkempen is de Antitankgracht (ATG) de absolute sleutel tot herstel.
Deze 33 kilometer lange watergordel verbindt de Scheldevallei met de Kempen en fungeert als een strategische 'ecologische snelweg' die een veilig netwerk van honderden kilometers aan waterwegen ontsluit.
Hier komt de cruciale samenwerking tussen de lokale partners naar voren.
De vrijwilligers van Natuurpunt Brasschaat hebben met monnikenwerk alle fysieke knelpunten op het terrein in kaart gebracht.
Dankzij hun inventarisatie weten we nu exact waar de "moordenaars" zich bevinden: het zijn niet de beken zelf — zoals de Zwanenbeek, de Laarse Beek, de Kaartse Beek en de Grote en Kleine Schijn — maar de gewestwegen en lokale wegen die de Antitankgracht doorsnijden.
Wanneer een otter de gracht volgt en stuit op een brug of duiker zonder droge oever, weigert hij ondergronds te zwemmen.
Het dier klimt de oever op, met fatale gevolgen: naar schatting 90% van de ottersterfte in Vlaanderen is het gevolg van het verkeer.
Om de waterkwaliteit van de ATG te redden, is het technisch meanderen (kronkelen) van deze kruisende beken noodzakelijk. Door de loop van de Schijn of de Laarse Beek kunstmatig te verlengen via 'rem-meanders' en de oevers af te schuinen tot moerassige zones, wordt de stroomsnelheid verlaagd.
Dit proces van fytoremediatie laat PFAS-vervuilde sedimenten bezinken in natuurlijke rietlanden voordat ze de ATG bereiken. Bovendien creëert dit de broodnodige 'kraamkamers' voor de visstand, wat de menukaart van de otter verrijkt.
Op basis van de data van Natuurpunt fungeert de vereniging GroenRand als de strategische belangenbehartiger en politieke pleitbezorger
GroenRand heeft een breed parlementair front gemobiliseerd, met volksvertegenwoordigers zoals Mieke Schauvliege (Groen), Sanne Van Looy (N-VA), Mien Van Olmen (CD&V) en Bieke Verlinden (Vooruit), om de Vlaamse Regering in het parlement te confronteren met de harde realiteit.
Zij hameren op een cruciaal juridisch punt: het Soortenbeschermingsprogramma (SBP) Otter is niet vrijblijvend, maar bindend.
De Vlaamse Regering is wettelijk verplicht om de acties binnen de looptijd van het programma (2021-2026) uit te voeren.
De klok tikt onverbiddelijk: de overheid heeft nog minder dan één jaar om de doelen te halen.
De minister rekent echter veel te zwaar op tijdelijk Europees geld, zoals het Interreg-project 'Otter over de grens' van ruim 3 miljoen euro.
De fundamentele aanklacht van GroenRand luidt dat er geen structureel budget is voorzien voor VAPEO (Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering), ooit gelanceerd door Lydia Peeters, in de Vlaamse begroting voor 2025.
De parlementsleden vragen specifiek naar garanties voor de fysieke bouw van looprichels en confronteren de minister met de "VAPEO-leegte".
Als de Europese subsidies wegvallen, stort het beleid als een kaartenhuis in elkaar.
Hoewel minister Jo Brouns op 5 februari 2026 een pakket van € 218.706 goedkeurde voor 12 specifieke projecten — verdeeld over Regionaal Landschap De Voorkempen (ontsnippering ATG), RL Schelde-Durme (oevers), RL Kempen en Maasland (looprichels), Universiteit Antwerpen (PFAS-onderzoek), Natuurpunt (rietlanden), de VMM (vispassages), de Provincie Antwerpen (duikers), RL Rivierland (corridors), INBO (eDNA), ANB (shelters), RL Haspengouw (migratie) en WWF-België (coördinatie) — blijft dit budget met een gemiddelde van slechts € 18.225 per project ontoereikend voor de bindende opgave om gewestwegen te ontsnipperen.
Nochtans is de economische argumentatie voor natuurherstel onweerlegbaar
Wetenschappelijk onderzoek naar ecosysteemdiensten toont aan dat elke euro geïnvesteerd in natuurherstel tot € 51 aan maatschappelijke baten oplevert. Deze enorme Return on Investment (ROI) vloeit voort uit verbeterde waterretentie die overstromingsschade beperkt, natuurlijke waterzuivering die de kosten voor drinkwaterproductie drukt, en klimaatadaptatie in een verhittend Vlaanderen. Wanneer we alle feiten samenvoegen, ontstaat een helder beeld van de uitdagingen voor de otter in Vlaanderen. Het huidige Soortenbeschermingsprogramma (SBP) loopt af in mei 2026. Omdat de doelstellingen rond een gezonde populatie en een veilig leefgebied bij lange na niet zijn gehaald, wordt een verlenging van vijf jaar verwacht, waardoor het programma zou doorlopen tot 2031. Hoewel deze verlenging de juridische basis vormt, ontbreekt op dit moment een structurele financiering voor de volledige nieuwe termijn. Overheid moet een tandje bijsteken

De financiële situatie is kwetsbaar omdat de belangrijkste motor achter grote projecten, de Europese steun via Otter over de grens, stopt op 31 maart 2027.
De Vlaamse overheid rekent momenteel sterk op dergelijke externe middelen en incidentele projectsubsidies, zoals het recente pakket van circa €218.000 dat bovendien gedeeld moet worden met projecten voor andere soorten.
Dit budget is onvoldoende om de honderden knelpunten voor ontsnippering structureel aan te pakken.
Bovendien zijn er in de meerjarenbegroting tot 2031 nog geen nieuwe, vaste middelen gereserveerd voor het actieprogramma ontsnippering (VAPEO).
De vaststelling dat de doelstellingen niet zijn gehaald en dat er te weinig is geïnvesteerd in een samenhangend netwerk, is op basis van deze cijfers feitelijk te onderbouwen.
Zonder een krachtige langetermijnvisie en een verschuiving van tijdelijk projectgeld naar een vast Vlaams budget na 2027, blijft de bescherming van de otter onzeker.
De Europese Otterconferentie in maart 2026 wordt dan ook het beslissende moment om te zien of de overheid deze financieringskloof daadwerkelijk gaat dichten voor de periode tot 2031.
Investeren in de otter is dus geen hobby, maar een nuchtere economische keuze.
Pas als de Vlaamse Regering haar eigen bindende besluiten honoreert met een structureel VAPEO-budget en de beken in de Voorkempen weer laat kronkelen, kan de otter weer veilig pups grootbrengen.
De otter redden betekent de politiek verantwoordelijk houden en de beken bij de bron aanpakken. Pas dan is onze natuurlijke graadmeter weer gezond.

Foto otter:  © ​Yves Adams

vrijdag 13 februari 2026

Milieuvereniging De GroenRand-Saga: Een Decennium van Ecologische Diplomatie en Landschapsvisie (2016-2026)

Milieuvereniging De GroenRand-Saga: Een Decennium van Ecologische Diplomatie en Landschapsvisie (2016-2026)

GroenRand trekt aan de alarmbel: Het SBP is geen vrijblijvende belofte – Minister Brouns moet handelen voor de otter

GroenRand slaat alarm: het SBP is geen vrijblijvende belofte – minister Brouns moet in actie komen voor de otter

Wie vandaag de dag langs de modderige oevers van de Antitankgracht (ATG) of de beekvalleien van het Groot Schijn wandelt, doet er goed aan de blik naar de grond te richten.
Met een flinke dosis geluk tref je daar een pootafdruk aan met vijf duidelijke tenen.
Het is het onmiskenbare visitekaartje van de Europese otter, een dier dat na zijn officiële uitsterven in de jaren '80 weer voorzichtig aan onze poorten rammelt.
De otter is niet zomaar een marterachtige.
Hij is de onbetwiste koning van onze waterwegen.



Met een indrukwekkende lengte tussen de 100 en 140 centimeter, inclusief die stevige kegelvormige staart van 35 tot 50 centimeter, is hij een verschijning die ontzag inboezemt. Hoewel hij qua lengte op een bever lijkt, verklapt zijn slanke en gespierde bouw van zo’n 7 tot 12 kilo zijn ware natuur.
Hij is een hypersnelle en behendige jager die als een torpedo door het water klieft om zijn prooi te verschalken.
Zijn hele anatomie is een meesterwerk van evolutie.
Zijn neus, ogen en oren staan in één vlak bovenop zijn kop zodat hij bijna volledig ondergedoken kan zwemmen en toch alles boven water scherp ziet terwijl hij nauwelijks opvalt voor zijn prooi.
Zijn vacht is misschien wel zijn grootste wonder met evenveel haren op elke vierkante centimeter als op een volledig menselijk hoofd. Die extreme dichtheid heeft hij hard nodig om warm te blijven, want de otter heeft geen dikke vetlaag zoals veel andere waterzoogdieren.
Het onderhouden van die isolerende pels is een dagtaak die hij meestal uitvoert op zijn dagrustplaatsen in dichte vegetatie, beschut tegen de buitenwereld.
Overdag zul je hem dan ook zelden zien zwemmen.
Als nachtdier komt hij pas tot leven wanneer de schemering invalt om te jagen op zijn dagelijkse portie van ongeveer een kilo vis.
De otter heeft een voorkeur voor kleinere vissen tussen de 10 en 25 centimeter, die hij in het water vangt maar steevast op het droge opeet.
Wie goed zoekt, vindt dan ook vaak prooiresten op de oever. Toch is hij een echte opportunist die pakt wat hij kan krijgen.
Van exotische krabben en rivierkreeften tot amfibieën, dikke waterinsecten en zelfs een rat of jonge watervogel; hij eet het allemaal met smaak op.
Toch schuilt er in dat dieet een groot gevaar.
Onze Vlaamse waterwegen zitten helaas nog vol met ongezonde chemicaliën zoals zware metalen, PCB’s en de beruchte PFAS-stoffen.
Via de vissen die hij eet hopen deze stoffen zich op in zijn lichaam. Dit proces noemen we bio-accumulatie en het legt een bom onder zijn gezondheid en voortplanting.
Dat is extra zorgwekkend omdat de otter een echte solist is die enorme territoria van 20 tot 40 kilometer oeverlengte of wel 25 vierkante kilometer nat habitat verdedigt.
Ze leven van nature in lage dichtheden en communiceren met elkaar via hun uitwerpselen die we spraints noemen.
Deze hebben een heel kenmerkende geur en dienen als boodschappenbord voor soortgenoten of rivalen zoals de vos.
In dit complexe verhaal speelt de regio rond de Antitankgracht een cruciale rol als onmisbare Noord-Zuid én Oost-West verbinding.
De vereniging GroenRand focust zich specifiek op dit gebied binnen het Soortenbeschermingsprogramma (SBP) dat drie grote focusgebieden kent: de Scheldevallei, de Maasvallei en de Antitankgracht.
Samen met partners zoals Natuurpunt Antwerpen Noord & Kempen en Natuurpunt Schijnbeemden is er een gedetailleerd plan opgesteld dat bekendstaat als het Plan Otter (Cornelis 2020).


Dit enorme projectgebied loopt van de Opstalvallei en het Kanaaldok in Berendrecht tot de zwaaikom aan het Albertkanaal in Oelegem, inclusief het Groot Schijn tussen de gracht en het kanaal. De methodiek achter dit plan is gelijk aan de wetenschappelijke standaarden die het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) hanteert voor ontsnippering.

Het grootste gevaar blijft ons verkeer.
Een otter volgt de oever, maar bij een brug durft hij vaak niet door een donkere koker te zwemmen als de oever daar stopt of het water te hoog staat.
Hij klautert dan instinctief de weg op met vaak fatale gevolgen.
In Nederland sterft jaarlijks 25% van de populatie onder een auto, en in gebieden waar de otterpopulatie groeit, is vaak 80 tot 90% van de gevonden dode otters het slachtoffer van een aanrijding. Ook in onze regio is dat pijnlijk reëel, want langs de Putsesteenweg werd al een doodgereden otter gevonden.
Dit bewijst dat ze de as richting het Ertbrandbos, de Kalmthoutse Heide en de schietvelden van Brasschaat al gebruiken via de Middelbeek en de natuurlijke bosranden langs de Pijplijnstraat.
Om de otter een echte overlevingskans te geven zijn de 15 projectfiches van de Klimaatgordel van vitaal belang.
Deze 15 actiepunten zijn opgesteld door het Regionaal Landschap de Voorkempen in nauwe samenwerking met GroenRand.
Het Agentschap voor Natuur en Bos coördineert bovendien het Interreg-project 'Otter over de grens', een samenwerking tussen maar liefst 16 Nederlandse en Vlaamse partners zoals WWF-België en de Zoogdiervereniging die zich gezamenlijk inzetten voor het herstellen van de "blauwe ruggengraat".
De 15 projectfiches van de Klimaatgordel duiden concrete knelpunten aan waar actie dringend nodig is.
Dit onderzoek is bovendien onlosmakelijk verbonden met het complexe project De Nieuwe Rand dat stilaan in een eindfase komt.
Het project De Nieuwe Rand bevindt zich momenteel op een cruciaal kantelpunt.
Na de publicatie van de Tussennota v02 in februari 2025, waarbij de verschillende scenario’s zijn gefilterd tot een selectie van kansrijke opties, is de focus nu volledig verschoven naar de opmaak van het ontwerp-voorkeursbesluit.
Dit document vormt het formele 'point of no return' en bepaalt de strategische koers voor de komende decennia.
Een absolute spil in dit verhaal is de realisatie van een robuuste klimaatgordel, waarbij de Antitankgracht — een historisch relict van ruim 30 kilometer — een structurele rol vervult als ecologische ruggengraat voor de open ruimte.
De integratie van deze gracht wordt concreet vormgegeven in het Projectplan Antitankgracht 2026-2031, dat als een blauwdruk dient voor de komende jaren.
In dit plan staat ontsnippering centraal, met de otter als ultieme graadmeter voor succes.
De Antitankgracht wordt ingezet om geïsoleerde natuurgebieden weer met elkaar te verbinden, zodat een veilige migratieroute ontstaat voor deze kritische soort.

Door het herstel van de waterkwaliteit en het aanleggen van 'otterpassages' bij drukke kruisingen, fungeert de gracht als een natuurlijke levensader die de biodiversiteit verhoogt en tegelijkertijd beschermt tegen droogte en wateroverlast. Door de gracht structureel te verankeren in het voorkeursbesluit, wordt deze ecologische verbindingszone juridisch beschermd en als prioritaire zone voor natuurontwikkeling gemarkeerd.
Hoewel de ambities groot zijn, loopt het onderzoekstraject door de complexiteit van de effectrapportages momenteel door in 2026.
Dit betekent dat de langverwachte inspraakronde dit jaar centraal staat.
Voordat de Vlaamse Regering het besluit definitief bekrachtigt, volgt er een officieel openbaar onderzoek van zestig dagen.
Dit is de laatste grote kans voor burgers en betrokkenen om de gedetailleerde plannen voor de klimaatgordel en de ontsnipperingsmaatregelen voor de otter in te zien en via bezwaren of suggesties directe invloed uit te oefenen op de definitieve inrichting van hun omgeving.
Zo wordt er toegewerkt naar een gedragen plan dat de regio wapent voor een klimaatbestendige toekomst.
Het doel is ambitieus maar noodzakelijk: GroenRand eist dat tegen het einde van 2026 de eerste 'quick wins' daadwerkelijk op het terrein worden gerealiseerd.
Helaas stokt de uitvoering op politiek niveau.
Het Vlaams Actieprogramma ecologische ontsnippering (VAPO) staat momenteel stil omdat Minister Jo Brouns heeft besloten hier niet langer in te investeren door het wegvallen van Europese subsidies en bezuinigingsmaatregelen.
GroenRand protesteert hier fel tegen omdat de minister niet zomaar aan de kant kan staan.

De otter geniet bescherming via een officieel SBP dat in december 2022 werd vastgesteld.
Dit programma is juridisch bindend via een Ministerieel Besluit en legt de overheid een resultaatsverbintenis op om de otter naar een gunstige staat van instandhouding te brengen.
Minister Brouns heeft zelf verklaard dat ontsnippering het verschil tussen leven en dood betekent.
Het is dan ook een kwestie van behoorlijk bestuur om de uitvoering van dit programma te garanderen en de gedane investeringen in onderzoek niet verloren te laten gaan.

Ook de waterhuishouding vraagt actie

In Sint-Job-in-'t-Goor werd de gracht in de jaren '70 gedempt met baggerslib en GroenRand pleit voor het heropenen van deze verbinding.
Een gelijkaardige situatie zien we bij het Schildestrand in Schilde, een watergevoelig gebied waar plannen voor een open gracht cruciaal zijn binnen de Klimaatgordel-visie.
Dit is de Blue Deal van de Vlaamse overheid in de praktijk, want het heropenen van gedempte delen helpt niet alleen de otter, maar fungeert ook als spons tegen droogte en wateroverlast.
Om een kwaliteitsvol leefgebied te bereiken is er nood aan voldoende hoge waterpeilen, maar vooral in het noorden zorgt watercaptatie voor landbouw voor extra druk en droogval tijdens de zomer.
Zowel via het kanaal Dessel-Schoten naar Limburg als via de Tappelbeek naar de Netevallei moet ontsluiting komen.


Zelfs de zwaaikom aan het Albertkanaal kan een paradijs worden als we het waterspaarbekken daar natuurtechnisch inrichten en landschappelijk laten aansluiten bij de omliggende natuur.
Terwijl wetenschappers via innovatief eDNA-onderzoek DNA-sporen zoeken en gespecialiseerde speurhonden inzetten om genetisch materiaal te verzamelen, vormt Antwerpen op 12 en 13 maart 2026 het epicentrum van de Europese natuurbescherming tijdens de Europese Otterconferentie.
Dit evenement markeert een cruciale mijlpaal in de grensoverschrijdende samenwerking en fungeert als het officiële sluitstuk van het Interreg-project 'Otter over de grens'.
Twee dagen lang komen beleidsmakers en internationale wetenschappers in Antwerpen bijeen om samen te werken aan de structurele terugkeer van de otter.
De conferentie wordt afgesloten met een excursie naar de Polders van Kruibeke in het Nationaal Park Scheldevallei, waar gedemonstreerd wordt hoe waterveiligheid voor de mens en een optimaal leefgebied voor de otter hand in hand gaan.
De visie van GroenRand is glashelder: de otter is de ambassadeur van een gezond landschap. Met technische oplossingen zoals "looprichels" onder bruggen en de sanering van 'black spots' kunnen we de dodelijke trend keren.
De tijd van plannen is voorbij.
Het is tijd voor de uitvoeringsfase.
Als we de barrières wegnemen en de Klimaatgordel echt realiseren, herstellen we een ecosysteem waar de mens een koeler en veiliger landschap voor terugkrijgt terwijl de wateracrobaat eindelijk de veiligheid krijgt die hij verdient.



Info: officiële eventpagina van WWF-België. Voor een diepgaande blik op de sprekers en de tijdsplanning kun je het volledige Programma PDF raadplegen via Regionaal Landschap Rivierenland.

Foto's © Yves Adams