Economie en ecologie in Vlaanderen: mooie plannen op papier of stilstand in de praktijk?
Wat begon met een gelekte ‘non-paper’ van minister Jo Brouns (CD&V), ontaardde in een bitse confrontatie in de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement.
Terwijl de coalitiepartners N-VA en Vooruit waarschuwen voor een “gevaarlijke ontmanteling” van de natuur, houdt Brouns vol dat hij enkel strijdt tegen een verstikkende bureaucratie die paradoxaal genoeg de feitelijke verbetering van ons leefmilieu in de weg staat.
Echter, een diepere analyse door natuurvereniging GroenRand legt een pijnlijke realiteit bloot: de huidige ambities van de regering-Diependaele lijken nagenoeg onbestaand en teren volledig op de erfenis van de vorige legislatuur onder Zuhal Demir.
Maandag opende de krant De Standaard met een bericht over een “nieuwe demarche” van minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns om milieurichtlijnen te versoepelen.
De nieuwe demarche van Jo Brouns kadert binnen de Make 2025-2030-agenda, het overleg dat de deelstaten en de federale regering hebben over het industriebeleid.
Binnen dat overleg zal een aparte werkgroep zich buigen over het vergunningenbeleid, een stokpaardje van de Vlaamse regering waar Matthias Diependaele en Brouns samen een actieplan over uitrollen.
Meteen de reden waarom federaal premier Bart De Wever naar Vlaanderen keek om die werkgroep te leiden om vlottere vergunningen voor bedrijven te forceren.
Brouns accepteerde het aanbod om een zogenoemde ‘non-paper’ op te stellen over alle onderwerpen die in de werkgroep aan bod moeten komen, waarna de paper ter inzage aan de redactie werd voorgelegd.
In zijn nota, getiteld “Input from Flanders”, pleit hij voor een fundamentele herziening van de Europese Habitatrichtlijn, de Kaderrichtlijn Water en de Nitraatrichtlijn.
Brouns steunt naar eigen zeggen het doel van de richtlijnen, maar meent dat ze leiden tot “disproportionele economische en maatschappelijke kosten, met beperkte meerwaarde voor het leefmilieu”.
Te strenge interpretaties maken het volgens hem “onmogelijk om sociaal-economische ontwikkelingsruimte en een gezond leefmilieu op een kostenefficiënte wijze te verzoenen”.
Een dichtbevolkte regio als Vlaanderen moet soepeler kunnen omgaan met de doelstellingen, zegt de minister, bijvoorbeeld rond het mestbeleid.
Vanwege de versnipperde natuur moet het volgens hem mogelijk zijn om de afbakening van de habitatrichtlijngebieden of de instandhoudingsdoelstellingen onder bepaalde voorwaarden te herzien.
Het zijn zaken die Brouns vorige zomer ook al eens opsomde in een non-paper, die toen prompt werd afgewezen binnen de meerderheid.
Niet alleen herhaalt hij al die pistes nu, hij legt er nog nieuwe op tafel, zoals artikel 23 van de grondwet dat het standstill-principe in het leven riep.
Dat principe heeft volgens de minister onwenselijke proporties aangenomen en moet daarom dringend worden herijkt.
Ook het Verdrag van Aarhus, dat voorziet in een ruime toegang tot de rechter in milieuzaken, moet volgens zijn paper herbekeken worden omdat het zou leiden tot strategisch procederen.
Hij stelt dat men vaak probeert om via de rechter tot beleid te komen waarvoor via de gebruikelijke democratische besluitvorming niet voldoende draagvlak is gevonden.
De reacties van de coalitiepartners in de plenaire zitting waren vlijmscherp en lieten weinig aan de verbeelding over.
Sanne Van Looy (N-VA) nam de leiding in het verdedigen van het N-VA-beleid en stelde dat de veelbesproken nota louter “input van CD&V” was en niet de hele regering vertegenwoordigde.
“De voorbije dagen was er wat verwarring rond de zogezegde versoepeling van milieurichtlijnen, maar de ‘input from Flanders’ bleek gewoon ‘input from CD&V’,” aldus Van Looy.
Zij stelde onomwonden dat het regeerakkoord de enige leidraad is: “Wat telt is het regeerakkoord, we blijven werken aan meer natuur, proper water en vlottere vergunningen.”
“Dat hebben we afgesproken en daar geven we geen millimeter op toe,” benadrukte ze met klem.
Sanne Van Looy maakte duidelijk dat economie en ecologie verzoenen de kern is van het N-VA-beleid, waarbij men niet toegeeft op de afgesproken milieudoelen maar wel streeft naar uitvoerbaarheid.
Zij herhaalde de belofte uit het akkoord om te blijven werken aan bosuitbreiding, de Blue Deal en een rechtszeker vergunningenkader dat standhoudt voor de rechter.
Zij benadrukte dat N-VA van de minister verwacht dat hij de gemaakte afspraken uit het regeerakkoord met opgeheven hoofd in Europa verdedigt, in plaats van eigen partijstandpunten als Vlaams beleid te presenteren.
Ook Vooruit-parlementslid Kris Verduyckt noemde de nota die naar het Europees Parlement werd gestuurd een frontale aanval op het Europese milieubeleid.
In de woorden van Brouns die hij eerder uitsprak in de Commissie Leefmilieu zag hij zelfs een middelvinger naar een gezonde leefomgeving.
Minister Brouns counterde de kritiek met absurde praktijkvoorbeelden uit het veld om aan te tonen waar het beleid vandaag spaak loopt.
Hij wees op de bouw van nieuwe scholen waarbij grondwater met PFAS-vervuiling moet worden opgepompt via bemaling.
“Wij zuiveren dat water tot wel tien keer toe, van 500 naar 50 microgram PFAS, wat een significante verbetering van de waterkwaliteit is.”
“Maar Europa zegt dat dit gezuiverde water niet terug in de waterloop mag omdat het als een ‘nieuwe vervuiling’ wordt beschouwd.”
“Exact dit is wat ik in Europa wil gaan doen, het herijken van de regels zodat ze logisch worden op het terrein.”
Ook de erkenning van ‘renure’, wat circulaire kunstmestvervangers uit dierlijke mest zijn, blijft volgens hem onterecht geblokkeerd door de huidige Nitraatrichtlijn.
Sanne Van Looy voegde daar in het debat een extra dimensie aan toe door de Europese rapportages aan te vallen die renovatiepremies als milieuschadelijk bestempelen.
Zij noemde dit wereldvreemd en absurd checkbox-milieubeleid dat het draagvlak bij de burger voor echte milieuzorg volledig ondermijnt.
Deze discussie vindt plaats tegen de achtergrond van een Vlaams Regeerakkoord dat een fundamentele koerswijziging markeert onder het motto ‘kwaliteit boven kwantiteit’.
De regering heeft beslist om geen nieuwe nationale- of landschapsparken meer te erkennen en de focus te verschuiven naar het beheer van wat reeds bestaat.
De energie en middelen worden voortaan geconcentreerd op de reeds erkende gebieden, waarbij de uitbouw van de werking binnen de huidige contouren centraal staat.
Voor de provincie Antwerpen heeft dit grote gevolgen, want de langverwachte promotie van het bestaande Grenspark Kalmthoutse Heide naar een officieel Nationaal Park is geschrapt.
Hoewel het akkoord vasthoudt aan de doelstelling van 10.000 hectare extra bos tegen 2030 en de voortzetting van de Blue Deal, blijkt de realiteit weerbarstig.
De toename van natuur onder effectief beheer in 2025 bedroeg slechts 1.077 hectare, wat een scherpe daling is ten opzichte van de 6.500 hectare het jaar voordien.
De analyse van GroenRand is vernietigend voor het huidige beleid en werd gemaakt na bevraging door volksvertegenwoordigers aan minister Brouns in de commissie.
De projecten die de huidige regering als haar ambities presenteert, zijn nagenoeg allemaal opgestart of zelfs gerealiseerd tijdens de regeerperiode van Zuhal Demir.
Het Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering (VAPEO), dat nu formeel wordt herbevestigd, bevat exact dezelfde lijst met prioritaire knelpunten die Demir in 2020 vastlegde.
Het gaat hierbij om de ecoducten over de E314 in Zonhoven en de A12 in Meise, en het onderzoek naar de N74 in Pelt.
Zelfs de veelbesproken ecostrook bij de Hoogmolenbrug in Schoten is in werkelijkheid al in 2023 onder het bewind van Demir volledig voltooid.
Hetzelfde geldt voor de fundamenten van het Bomenplan en het Houtkantenplan, wat integrale erfenissen van de vorige legislatuur zijn die nu simpelweg worden voortgezet zonder enige nieuwe impuls.
GroenRand kwam deze ontluisterende feiten te weten via gerichte parlementaire bevragingen door volksvertegenwoordigers in de Commissie voor Leefmilieu.
Waar de vorige regering onder Demir nog aanzienlijke budgetten vrijmaakte van zo'n 50 miljoen euro, blijkt er uit de antwoorden van de minister een andere realiteit.
Voor de rest van de legislatuur tot 2031 blijkt er feitelijk geen nieuw budget meer te zijn voorzien voor nieuwe ontsnipperingsprojecten binnen het VAPEO-programma.
De teller staat voor de komende jaren op nul euro, wat aantoont dat de ambities voor nieuwe natuurverbindingen miniem of zelfs onbestaand zijn.
De projecten staan dus wel op papier ter herbevestiging, maar zijn financieel volledig uitgekleed en daardoor onuitvoerbaar.
Zonder deze middelen blijven realisaties zoals de Hoogmolenbrug een groen eiland zonder veilige aanlooproutes voor de lokale fauna.
Zolang de noodzakelijke vervolgverbindingen naar omliggende groengebieden zoals Ertbrugge niet worden gefinancierd, blijft de impact op de biodiversiteit minimaal.
Het uiteindelijke resultaat is een pragmatisch akkoord dat probeert te laveren tussen ecologische noodzaak en economische realiteit.
De natuursector waarschuwt echter voor papieren waanzin en een ernstig gebrek aan daadkracht binnen de huidige Vlaamse regering.
De huidige ambities lijken onbestaand, aangezien de regering-Diependaele vooral een rollend programma van de vorige legislatuur beheert.
Ondertussen heeft de regering de financiële kraan voor de toekomst van de ontsnipperingsprojecten volledig dichtgedraaid.
De strijd om de verzoening tussen economie en ecologie wordt in het parlement met grote woorden gevoerd door partijen als N-VA en CD&V.
Op het terrein dreigt echter totale stilstand door een gebrek aan eigen dadendrang en het volledig ontbreken van nieuwe middelen.
Zonder nieuwe investeringen blijven de Europese natuurhersteldoelen voor 2030 een onhaalbare kaart en de ecoducten slechts tekeningen op een verouderde kaart.
Vlaanderen staat voor een cruciale keuze waarbij het moet beslissen of het echt investeert in de natuur van de toekomst of enkel restanten uit het verleden beheert.