maandag 9 maart 2026

De boompieper: de melodieuze parachutist van de Voorkempen Milieuvereniging

 De boompieper: de melodieuze parachutist van de Voorkempen Milieuvereniging 

In de boeiende reeks waarin Frank Vermeiren ons laat kennismaken met vogels van A tot Z, zijn we vandaag aanbeland bij de letter B van de boompieper (Anthus trivialis).
Hoewel we vandaag 9 maart schrijven en de vroege lente voorzichtig in de lucht hangt, is de boompieper in de Voorkempen momenteel nog een grote afwezige.
Als echte zomergast verblijft hij nu nog in zijn winterverblijf in Afrika, een uitgestrekt gebied dat reikt van Mali tot Ethiopië.
De individuen die de oostelijke trekroute volgen langs Egypte, overwinteren zelfs nog zuidelijker, tot aan de noordpunt van Zuid-Afrika.


Pas eind februari of begin maart beginnen deze dagtrekkers, vaak in losse kleine groepjes, aan hun enorme terugreis naar het noorden.
De eerste pioniers zijn in onze regio niet voor begin april te verwachten en de grote massa komt pas na half april aan, met een piekmoment in de doortrek eind april en begin mei.
De doortrek kan voortduren tot half mei, waarna de rust in de populatie terugkeert en het broedseizoen in de Kempen echt losbarst.


Eenmaal aangekomen in de Voorkempen zoekt de boompieper de specifieke landschappen op waar hij zich thuis voelt.
Hij heeft een duidelijke voorkeur voor de zandgronden en leeft graag aan de rand van bossen en op open plekken.
Moerassen zijn zeer geliefd, maar evenzeer worden kaalgekapte bospercelen, jonge aanplant en heideterreinen met enige opslag volop bewoond.
In onze regio zijn gebieden zoals het vliegveld van Oostmalle en Zoersel, de Hegte Heyde in Sint-Antonius, het Klein Schietveld in Brasschaat of de Visbeekvallei en Visbeekhei in Lille de plekken bij uitstek om hem te spotten.
De vogel nestelt op de zandgronden in heidevelden en duinen, maar ook in populierenbossen en soms zelfs in wegbeplanting in het boerenland.


Ook verdrogende en verbossende laagveenmoerassen, zoals de Vorse Beemden in de Schijnvallei, worden bezet.
Op dit eigenste moment zul je daar echter vooral zijn nauwe verwant tegenkomen: de graspieper.
Deze is hier al als vroege doortrekker of wintergast actief en lijkt sprekend op de boompieper, maar mist diens specifieke bosrand-voorkeur en de gewoonte om vaak hoog in een boom te gaan zitten.
Wat de boompieper werkelijk uniek maakt, is zijn gedrag en zijn spectaculaire zangvlucht. In tegenstelling tot graspiepers gaan boompiepers namelijk heel vaak in een boom zitten om uit te rusten of hun territorium te overzien.


Vanuit zo’n boomtop begint de vogel omhoog te vliegen om vervolgens als een parachute of een badmintonshuttle met stijve vleugels en hangende poten weer in een boom te landen. Dit schouwspel gaat gepaard met een luid en kanarieachtig gezang dat te horen is van begin april tot in augustus. De zang bestaat uit explosieve reeksen afdalende klanken en eindigt vaak in een kenmerkend vertragend "sie-sie-sie-sieeee…".


Een bijzonder kenmerk dat Frank Vermeiren vaak aanhaalt, is dat de boompieper ook midden op de dag zingt op een zinderende hete heide, juist wanneer bijna alle andere vogelsoorten hun snavels op elkaar houden en de koelte opzoeken.
In de vlucht laat hij bovendien een roep horen die rauwer en meer gezoemd klinkt dan die van de graspieper: een typisch, krachtig "pziesh".


Voor de kritische waarnemer in de Voorkempen is het onderscheid met de graspieper een mooie uitdaging, aangezien er geen uiterlijk verschil is tussen het mannetje en het vrouwtje.
De boompieper lijkt sterk op de graspieper maar heeft een markanter koppatroon en een iets dikkere snavel.
Let vooral op de tekening op de flanken: daar lopen fijne, dunne penseelstreekjes die duidelijk dunner zijn dan de grove streping op de borst.
Bij de graspieper zijn deze strepen op de flanken en borst ongeveer gelijk van dikte. Als de vogel even goed stilzit, is ook de korte, gekromde achternagel een doorslaggevend kenmerk, aangezien de graspieper een zeer lange en kaarsrechte nagel heeft.
Hoewel hij graag in bomen zingt, vindt het grootste deel van zijn dagelijks leven op de grond plaats.


Daar foerageert hij onvermoeibaar, stappend tussen het bladafval en de lage begroeiing op zoek naar insecten.
Het voedsel van de boompieper bestaat voornamelijk uit insecten. Hij zoekt deze prooien vooral op de grond, maar soms ook op twijgjes, takjes en boomstronken.
De jongen worden uitsluitend gevoed met insecten, waarbij snuitkevers een hoofdbestanddeel vormen.
Het eigenlijke broeden begint vanaf half mei, nadat de mannetjes hun territoria hebben gevestigd.
Er zijn doorgaans één of twee legsels per jaar van 4 tot 6 eieren. Het vrouwtje bouwt het nest volledig alleen: het is een kunstig kommetje van droog gras, vaak met een bodem van mos en fijnere grassen, uiterst goed verborgen in een kuil in de grond.
Na ongeveer 12 tot 14 dagen broeden komen de eieren uit. De jongen blijven vervolgens nog eens eenzelfde periode in het nest voordat ze kunnen vliegen en de wereld buiten de dichte begroeiing verkennen.
Vanaf eind juli worden de broedplaatsen in de Voorkempen gaandeweg alweer ontruimd.
De vogels verzamelen zich voor de grote trek naar het zuiden, terug naar de warmte van Centraal- en Zuid-Afrika.
Tot die tijd blijft het in onze lokale natuurreservaten een genot om naar deze "parachutist van de heide" te speuren.
Het is een vogel die het voorjaar in de Kempen echt karakter geeft met zijn melodieuze zang en zijn karakteristieke silhouet tegen de blauwe lucht.
Frank Vermeiren heeft met de boompieper een soort gekozen die de essentie van de Kempense overgangslandschappen perfect belichaamt.
Voor wie deze maand al op pad gaat: geniet van de ontwakende natuur, maar hou de verrekijker nog even stand-by voor de grote terugkeer van de boompieper in april.

De zilveren pijl van de Voorkempen: een stijlvolle overlever

De zilveren pijl van de Voorkempen: een elegante overlever

Francois Eennaes tuurt scherp door zijn lens terwijl hij langs de oevers van de E10-plas op de grens van Schoten en Brasschaat staat.
Deze grote en diepe waterpartij vormt het perfecte decor voor zijn passie als natuurfotograaf voor GroenRand.
Het was op deze plek dat hij vorig jaar een spectaculaire waarneming deed die hij haarscherp wist vast te leggen.
Terwijl hij daar stond, werd de stilte plotseling doorbroken door een schril en karakteristiek krijsend geluid.


Hoog boven het open wateroppervlak, wel honderd meter in de lucht, ontvouwde zich een adembenemend schouwspel.
Een paartje visdieven voerde de meest spectaculaire baltsvlucht uit die je in onze regio kunt zien.

Tijdens deze zogenaamde visvlucht steeg het paartje gezamenlijk op waarbij één van de partners trots een glinsterend visje in de rode snavel droeg als bruidscadeau.
Met schokkerige en bijna zenuwachtige vleugelslagen cirkelden ze in een strakke choreografie om elkaar heen.

Tijdens een duizelingwekkende daling probeerde de partner het visje uit de snavel van de ander te stelen.
Dit is een speels maar essentieel spel om de paarband te bezegelen voor het komende seizoen.
Francois zag hoe de vogel met een recht naar beneden gerichte snavel over het water scheerde.

Hij bleef soms minutenlang 'biddend' op één plek in de lucht hangen en dook dan plotseling als een levende pijl recht naar beneden om onmiddellijk weer omhoog te komen met een prooi in de bek.
De E10-plas fungeert voor de visdief als een onmisbaar tankstation. Het biedt het open wateroppervlak dat deze vliegende precisiejagers nodig hebben om hun menu te verschalken.
Dit menu bestaat uit kleine visjes, kreeftjes, garnalen en wormen. Zelfs larven van waterkevers en kikkers zijn niet veilig voor deze meestervissers.

De visdief vertrouwt volledig op zijn vliegkunsten bij het zoeken naar voedsel en zonder deze snelheid zou hij kansloos zijn.
Het is vandaag 9 maart.
Terwijl de vroege ochtenddauw nog als een koude deken over de velden van de Voorkempen ligt, bevindt de visdief (Sterna hirundo) zich momenteel nog duizenden kilometers van ons verwijderd.
Op dit eigenste moment vertoeft hij aan de zonovergoten kusten van West-Afrika.
Hij verblijft in een tropisch gebied dat zich uitstrekt van de droge zandbanken van Mauretanië tot de visrijke delta’s van Nigeria.

Daar is hij momenteel druk bezig met zijn wintertraining.
Hij foerageert intensief om de noodzakelijke vetreserves aan te leggen voor de hachelijke tocht naar het noorden.
De visdief is een echte globetrotter die de grillen van de oceaan trotseert om hier zijn kroost groot te brengen.

Over enkele weken, eind maart of begin april, zullen de eerste verkenners weer neerstrijken in onze Vlaamse polders en havens. Deze elegante zeevogels, in het Engels de Common Tern genoemd, zijn uiterst honkvast.
Ze keren steevast terug naar de plek waar ze zelf ooit uit het ei kropen. Dit fenomeen zorgt voor een ongekende trouw aan hun broedgebied.


Er is een legendarisch geval bekend van een paartje dat maar liefst 17 jaar lang jaar na jaar exact dezelfde plek opzocht om hun nest te bouwen.
Ze doen dit bij voorkeur in een natte omgeving.
Dat kan aan de kust zijn, op vlakke rotsen of bij grote meren in het binnenland.
Het liefst kiezen ze voor kale en open plekken of eilandjes zodat ze predatoren zoals de vos van grote afstand in de gaten kunnen houden.

De Antitankgracht fungeert hierbij als de ecologische ruggengraat die domeinen als het Klein Schietveld en het Vrieselhof met elkaar verbindt.
Het is een blauw-groene snelweg die de vogels rechtstreeks naar visrijke plekken zoals de E10-plas leidt.
Hoewel de visdief zich thuis voelt in de Voorkempen, liggen de belangrijkste broedgebieden in het grote havengebied van Antwerpen.

Een bekende plek is het Sterneneiland op Linkeroever.
Omdat ze het liefst broeden op kale plekken, wijken ze bij gebrek aan natuurlijke oevers soms uit naar de mens.
Zo nestelen ze tegenwoordig steeds vaker op grote platte daken die met kiezelstenen zijn bedekt.
Het zijn koloniebroeders. Ze vestigen zich met honderden tegelijk wat in stedelijke omgevingen soms voor overlast zorgt op diezelfde daken.

Andere natuurlijke plekken komen echter steeds meer in de verdrukking doordat ze verdwijnen door recreatie, teveel begroeiing en veranderende bestemmingen van de grond.
Het leven van deze vogel die Francois zo graag fotografeert blijft een constante strijd.
Op de Vlaamse Rode Lijst staat hij genoteerd als 'Kwetsbaar'. De lijst met bedreigingen is lang en hardnekkig.
Denk aan habitatverlies, de verstoring van nestplaatsen en de verraderlijke watervervuiling.

Hierbij hopen toxische stoffen zich via accumulatie in hun lichaam op.

Ook natuurlijke processen zoals vegetatiesuccessie laten open plekken te snel dichtgroeien waardoor ze het overzicht op naderend gevaar verliezen. Bovendien kunnen sterke waterpeilschommelingen bij de nestplaats de volledige broedpoging verwoesten.

Een gebrek aan voedsel is ook vaak de trieste hoofdoorzaak dat legsels mislukken. Kuikens verhongeren simpelweg in het nest doordat de ouders door overbevissing onvoldoende eten vinden. Tot slot vormen ook tragische aanvaringen met windmolens een modern risico voor deze vliegers.
Om de visdief te helpen, worden er in Vlaanderen op diverse plekken speciale broedvlotjes in het water gelegd.
Dit zijn kunstmatige eilandjes die hen een veilige haven bieden tegen landroofdieren en waterpeilschommelingen.

De visdief is ongeveer 31 tot 35 centimeter lang met een spanwijdte tot 98 centimeter.
Zijn uiterlijk is iconisch met een lichtgrijze rug en vleugels, een spierwitte buik en die onmiskenbare diepzwarte kopkap.
Met zijn felrode poten en rode snavel steekt hij prachtig af tegen de achtergrond op de foto's van Francois.
Zijn diep gevorkte staart geeft hem een zwaluwachtig silhouet wat hem de bijnaam zeezwaluw oplevert.
Terwijl Francois Eennaes zijn lens scherpstelt op de volgende zilveren pijl die boven de E10-plas scheert, blijft de bewondering groot.
De visdief is niet alleen een esthetisch wonder.
Hij is een levend bewijs van de broze maar krachtige verbinding tussen de haven en de natuur van onze Voorkempen.

zondag 8 maart 2026

Boomkruiper: De verborgen verticale acrobaat van GroenRand

Boomkruiper: De verborgen verticale acrobaat van GroenRand

In de boeiende reeks 'Vogels in onze Voorkempen' neemt Frank Vermeiren, redactielid van GroenRand, ons mee op een diepgaande en spontane ontdekkingsreis door de lokale natuur.
Nadat de 'A' van de aalscholver uitgebreid de revue passeerde, verschuiven we onze focus nu naar de letter 'B': de boomkruiper (Certhia brachydactyla).
Deze kleine, onopvallende stamgast is een absoluut wonder van evolutie en specialisatie, volledig aangepast aan een verticaal leven op de boomschors in het hart van ons projectgebied. De Voorkempen vormt een vitale groene corridor tussen de Antwerpse agglomeratie en de Kempen; een lappendeken van oude boskernen, beekvalleien en historische kasteeldomeinen zoals het Zoerselbos of de parken van Schilde en Wijnegem.


Voor de boomkruiper is dit landschap essentieel, aangezien hij een hoge dichtheid aan bomen met een dikke, gegroefde schors nodig heeft om te overleven op de zandgronden waar hij zijn hoogste dichtheden bereikt.
De boomkruiper is een ware meester in camouflage.
Met zijn bruingevlekte bovenzijde imiteert hij de grillige textuur van een eiken- of beukenstam tot in het kleinste detail, terwijl zijn onderzijde roomwit tot zilverwittig kleurt.
Voor de gemiddelde wandelaar blijft hij vaak onzichtbaar totdat hij beweegt.
Zijn manier van voortbewegen is iconisch: hij klimt uitsluitend spiraalsgewijs langs een boomstam omhoog, als een klein muisje dat de zwaartekracht tart, terwijl hij de bast minutieus afzoekt naar insecten, insectenlarven en andere kleine ongewervelden zoals spinnen.

Een opmerkelijke anekdote uit het veld is dat boomkruipers soms zelfs over de kledij van een doodstille waarnemer omhoog klauteren, simpelweg omdat ze de textuur aanzien voor een boomstam.
Eenmaal op enige hoogte aangekomen, vliegt hij met een korte duikvlucht naar de voet van een naburige boom om daar opnieuw aan zijn klautertocht te beginnen.
Wat dit vogeltje zo fascinerend maakt, is zijn anatomie. Zijn snavel is dun, spits en karakteristiek omlaag gebogen; een perfect pincet om prooien uit de diepste schorspleten te peuteren.

Zijn korte poten zijn uitgerust met extreem lange tenen en nagels voor een rotsvaste grip op de ruwe bast.
Tijdens het klimmen gebruikt hij zijn stugge staartveren als een essentieel steunpunt of 'derde poot' om tegen de boom aan te leunen.
Dit intensieve gebruik laat zijn sporen na: de punten van de veren zijn aan het eind van het seizoen vaak sterk gesleten.
Hierin verschilt hij fundamenteel van de boomklever, die als enige vogel in onze streken ook met de kop omlaag langs een stam kan wandelen.

Hoewel de boomkruiper een heel eigen niche inneemt, is de determinatie voor het ongeoefende oog soms lastig.
Hij lijkt verwarrend veel op de kortsnavelboomkruiper en de zeldzamere taigaboomkruiper, die overigens geen broedvogel is in onze regio.
Deze neven hebben vaak een opvallender witte wenkbrauwstreep en zijn witter van onderen.

Onze lokale variant onderscheidt zich echter door een subtielere tekening en bovenal door zijn zang: een hoog, versnellend deuntje dat eindigt met een karakteristieke triller.
De boomkruiper is te vinden overal waar bomen staan: in dichte bossen, parken en zelfs in tuinen. Hij stelt verrassend weinig eisen aan zijn broedplaats.
Het nest wordt vaak gebouwd tussen loszittende stukken schors, in nauwe boomholten, of verscholen tussen de klimopbegroeiing op bomen, muren en schuttingen.

Zelfs oude nestkastjes van andere vogels worden soms hergebruikt. Wie de vogel actief wil ondersteunen, kan zelf een specifieke boomkruipernestkast timmeren.
In tegenstelling tot klassieke vogelhuisjes heeft deze kast geen vlieggat aan de voorzijde, maar twee zijdelingse openingen die direct tegen de boomstam aansluiten.
De achterzijde van de kast ontbreekt vaak, zodat de vogel rechtstreeks op de schors kan nestelen, wat zijn natuurlijke voorkeur voor spleten perfect nabootst.

Het broedseizoen loopt van april tot juni, waarbij een paartje meestal twee legsels van vijf tot zeven eieren grootbrengt.
De broedduur bedraagt ongeveer 17 tot 18 dagen, waarna de jongen nog zo'n één tot drie weken door de ouders worden gevoerd nadat ze zijn uitgevlogen.
Vlaamse boomkruipers zijn rasechte standvogels; er zijn geen doortrekkers en ze blijven het hele jaar door in hun vertrouwde territorium.
Dit betekent dat ze ook onze gure winters moeten trotseren. Tijdens ijskoude nachten vertonen ze uniek sociaal gedrag om energie te besparen: ze kruipen met grote groepen dicht tegen elkaar aan in een holte om elkaars lichaamswarmte vast te houden. Een beroemde observatie beschrijft hoe uit zo’n ‘bal van veren’ soms wel tien of meer kleine staartjes steken, een strategie die cruciaal is voor hun overleving.
Vandaag, op 8 maart, bevinden deze vogels zich in een cruciale overgangsfase.
Terwijl de winterse kou nog in de lucht hangt, ontwaken hun hormonen onder invloed van het lengen der dagen.
De mannetjes zijn momenteel volop hun territorium aan het afbakenen met hun zang en inspecteren de eerste nestplaatsen in de Voorkempen.
De boomkruiper is een belangrijke indicatorsoort voor het werk van GroenRand: hij gedijt namelijk daar waar biodiversiteit en oudere bomen de ruimte krijgen.
Door de voortdurende inzet van GroenRand voor ecologische verbindingen en het behoud van monumentale bomen, krijgt deze stille, gevleugelde getuige van onze prachtige regio de kans om ook in de toekomst de verticale wereld van de Voorkempen te blijven domineren.
De aanwezigheid van dit vogeltje herinnert ons eraan hoe rijk en gedetailleerd de natuur in onze eigen achtertuin eigenlijk is, mits we de juiste condities zoals klimop en nestgelegenheid behouden.

zaterdag 7 maart 2026

Opinie GroenRand: Politieke kortzichtigheid laat onze natuur én 1,9 miljard euro aan klimaatgeld in de kou staan

GroenRand eist dringende doorbraak: Belgische politiek gijzelt 1,9 miljard euro aan cruciaal klimaatgeld

Terwijl de natuur in onze regio snakt naar herstel en bescherming, speelt zich in de Wetstraat een schouwspel af dat elke burger met een groen hart met verbijstering vervult.
Er staat momenteel bijna twee miljard euro aan Europees klimaatgeld stof te happen op een geblokkeerde bankrekening. Voor onze vereniging GroenRand is de maat hiermee vol.
Dit is niet langer een loutere discussie over cijfers of politieke percentages.
Het is een vorm van schuldig verzuim tegenover onze biodiversiteit en de toekomst van onze leefomgeving.
Het nieuws dat via de krant L'Echo naar buiten kwam, is even pijnlijk als absurd.
België heeft recht op 1,89 miljard euro uit een Europees fonds dat gevuld wordt door de grote vervuilers.
Dit systeem, het Emissions Trading System (ETS), dwingt de zware industrie en energieproducenten om te betalen voor hun uitstoot van broeikasgassen.
Het principe is simpel: wie vervuilt, die betaalt.
Dat geld hoort direct terug te vloeien naar de lidstaten om hun klimaatbeleid te financieren en de schade aan de aarde te herstellen.
In België staat dit gigantische bedrag echter al drie jaar geparkeerd op een rekening waar niemand bij kan.
De oorzaak ligt bij de Vlaamse, Waalse, Brusselse en federale regeringen die het maar niet eens raken over de juiste verdeelsleutel.
Omdat de politici ruziën over wie welk deel van de koek krijgt, kan er geen cent worden uitgegeven aan projecten die onze planeet afkoelen.
Tegen 2030 zal deze pot naar schatting zelfs aangroeien tot ruim zeven miljard euro door de stijgende CO2-prijzen en de invoering van ETS2.
Ondertussen tikt de klok voor ons klimaat genadeloos verder en kijkt de natuur lijdzaam toe hoe de nodige investeringen uitblijven.
In de politieke discussie gaat het meestal over technische zaken zoals subsidies voor industriële warmtepompen of het goedkoper maken van elektrische bussen.
Hoewel dat noodzakelijke stappen zijn, mist GroenRand in dit debat de absolute essentie.
Klimaatbeleid is namelijk veel meer dan alleen technologie en machines.
Het gaat over de levende wereld om ons heen die ons elke dag weer beschermt tegen de grillen van het weer.
De natuur is onze allerbeste en bovendien de goedkoopste bondgenoot in de strijd tegen de klimaatverstoring.
Een gezonde natuur met een rijke biodiversiteit werkt als een natuurlijke airco voor ons land. Bossen, natte valleien en bloemrijke graslanden slaan gigantische hoeveelheden CO2 op in hun bodem en hun planten.
Door dit geld te blokkeren, blokkeren de regeringen ook de hoognodige investeringen in onze eigen leefomgeving.
We laten hier niet alleen geld liggen, we laten onze natuurlijke rijkdom simpelweg verpieteren terwijl de oplossingen voor het grijpen liggen.
De gevolgen van de klimaatopwarming worden namelijk elke dag zichtbaarder in onze eigen achtertuin.
We krijgen vaker te maken met extreme regenval die zorgt voor overstromingen en aan de andere kant kampen we met periodes van extreme hitte.
Natuurlijk herstel is de meest efficiënte manier om ons tegen deze extremen te wapenen.
We hebben robuuste natuurgebieden nodig die als een spons werken.
In natte tijden houden zij het water vast zodat onze kelders droog blijven. In droge tijden geven zij datzelfde water langzaam weer af aan de omgeving.
Elke dag dat die 1,9 miljard euro vaststaat, verliezen we kostbare tijd om deze groenbuffers aan te leggen en kwetsbare soorten te redden die cruciaal zijn voor ons ecosysteem.
Investeren in natuur levert overigens enorm veel op: elke euro die in natuurherstel wordt gestoken, kan in België tot wel 51 euro aan maatschappelijke voordelen genereren.
De reden voor deze blokkade is een typisch Belgisch potje touwtrekken over de zogenaamde lasten en de lusten.
De verschillende regeringen moeten het niet alleen eens worden over wie het geld krijgt, maar ook over wie welke inspanning levert om de uitstoot te verminderen.
Vooral in Vlaanderen wringt de schoen omdat de ambitie om de uitstoot drastisch te verlagen lager ligt dan wat Europa vraagt.
Dit zorgt voor een pijnlijke paradox.
We weigeren de lat hoog genoeg te leggen, waardoor we het geld niet kunnen gebruiken dat ons juist zou helpen om diezelfde lat te halen.
De middelen om de vergroening goedkoper te maken liggen klaar, maar de politieke onwil houdt de deur op slot.
De natuur trekt zich echter niets aan van gewestgrenzen of politieke discussies.
Een hittegolf stopt niet bij een grens en een overstroming vraagt niet naar de stemvoorkeur van de slachtoffers.
De prijs van dit wachten is hoog.
Onze openbare diensten snakken naar middelen voor beter vervoer en natuurorganisaties zien hoe kans na kans onbenut blijft.
Voor het bedrag dat nu geblokkeerd staat, hadden we duizenden hectares aan bos kunnen aanplanten of talloze riviervalleien in hun natuurlijke staat kunnen herstellen.
Er lijkt nu een klein sprankeltje hoop te zijn omdat er weer vaker overleg wordt gepleegd tussen de verschillende ministers binnen het Overlegcomité.
Voor GroenRand is de boodschap aan hen echter helder.
Stop met het eindeloze cijferen achter de komma en kijk naar het grote plaatje.
De klimaatcrisis is een realiteit van vandaag en niet een probleem voor de volgende generatie politici om op te lossen.
Wij roepen de regeringen op om dit dossier met de allerhoogste urgentie te behandelen en de natuur eindelijk centraal in het beleid te stellen.
Investeren in biodiversiteit is geen luxe die we pas kunnen betalen als alles goed gaat.
Het is een fundamentele investering in onze eigen gezondheid en veiligheid.
Een veerkrachtige natuur zorgt voor een leefbare wereld voor onze kinderen.
Het geld is er en de plannen liggen klaar.
Wat we nu nodig hebben, is de politieke moed om over de eigen schaduw heen te stappen.
We moeten de blokkade opheffen zodat we massaal kunnen investeren in natuurlijke klimaatoplossingen.
Aan een volle bankrekening op een geblokkeerde rekening hebben we namelijk helemaal niets op een uitgeputte planeet die zijn natuurlijk evenwicht volledig kwijt is.
Het is tijd om de kraan open te draaien voor onze natuur en onze toekomst.

GroenRand presenteert: De blauwgrijze acrobatische metselaar van de Voorkempen.

GroenRand presenteert: De blauwgrijze acrobatische metselaar van de Voorkempen

Frank Vermeiren, redactielid van GroenRand, vertelt ons van a tot z over vogels in onze Voorkempen.
Nu is het de beurt aan de letter 'b': de boomklever.
De boomklever (Sitta europaea) is zonder twijfel een van de meest markante verschijningen in onze regio.
Wie in de vroege ochtend door de bossen van Brasschaat, het park van Schoten of de oude kasteeldreven van Kapellen wandelt, heeft een grote kans op een ontmoeting met deze 'Zorro' van het bos. Met zijn opvallende blauwgrijze rug, flets oranje buik en sneeuwwitte keel is hij een kleurrijke verschijning.


Maar het is vooral zijn diepzwarte oogstreep, die als een masker van de snavel tot diep in de nek loopt, die hem zijn bijnaam geeft. Dit masker geeft hem een stoer, bijna brutaal uiterlijk dat perfect past bij zijn pittige karakter.
De boomklever is een territoriale vogel die zich door niets of niemand laat wegjagen.
Hij vertoont vaak agressie tegen soortgenoten en andere soorten die zich in de buurt wagen, waardoor hij niet altijd algemeen in elke kleine tuin voorkomt.
Wat de boomklever echt uniek maakt in de Voorkempen, is zijn verbluffende klimtechniek.


Met zijn lange tenen en vlijmscherpe nagels is hij als enige inheemse vogel in staat om met de kop naar beneden loodrecht langs een stam af te dalen.
Terwijl spechten en boomkruipers hun staart als stugge steunpilaar gebruiken om tegen de stam te rusten, vertrouwt de boomklever volledig op de pure kracht van zijn poten.
Hij beschikt over relatief korte, maar extreem gespierde loopbenen. Doordat hij tijdens het klimmen steeds één pootje strategisch hoger zet en het andere met een krachtige grip bijtrekt, lijkt het alsof hij altijd wat ‘scheef’ tegen de boom hangt.

Hij onderscheidt zich van al onze andere vogels omdat hij zich werkelijk in alle richtingen kan voortbewegen: opwaarts, neerwaarts, achterwaarts én zijwaarts.
Deze behendigheid en het verbluffende vermogen om met krachtige klauwen langs boomstammen te kruipen, maken hem zowat de bekwaamste klimmer van de stam, een soort gevederde "freeclimber" die de zwaartekracht lijkt te tarten.

Vandaag, op zeven maart, wanneer de eerste lentezon de bossen van de Voorkempen opwarmt, is de boomklever getransformeerd van een stille wintergast naar een hyperactieve bouwvakker.
Wie nu het bos intrekt, hoort overal de territoriumdrift losbarsten.

Het is de periode waarin de mannetjes hun domein met overtuiging afbakenen tegenover rivalen met een luidruchtig, fluitend "tjuub-tjuub" of een sneller "twit-twit-twit".

Dit gezang is niet alleen een waarschuwing voor concurrenten, maar ook een liefdesverklaring aan zijn partner, want boomklevers vormen vaak koppels voor het leven.

Terwijl andere vogels nog even wachten, zijn de boomkleverkoppels nu al volop bezig met de inspectie en renovatie van hun nestplaatsen.

Het vrouwtje neemt hierbij de leiding.
Ze gaat op zoek naar verlaten boomholten, meestal oude spechtennesten in beuken of eiken, waarbij ze houtsnippers, gras en veren bij elkaar raapt om het binnenin zo gezellig mogelijk te maken.

Zodra de nestplaats gekozen is, komt de ware 'metselaar' in haar naar boven.
Ze verzamelt vochtige modder en leem — en ze schuwt het niet om deze uit nabijgelegen bloembakken te stelen — om de vliegopening van het nest minutieus dicht te smeren met een mengsel van modder en speeksel.

Ze bepleistert de overbelichte opening tot er slechts een perfect rond gaatje overblijft van exact 32 millimeter: groot genoeg voor haarzelf, maar te klein voor de kauw of de spreeuw die haar woning zou willen kraken.
Soms is haar metseldrang zo groot dat ze zelfs bij een opening die al de juiste maat heeft, modder blijft smeren.

Een wonderlijk fenomeen is dat er door zaadjes in die modder na verloop van tijd soms plantjes, zoals paardenbloemen, rechtstreeks uit de boomstam bij de nestingang beginnen te groeien, wat het nest een unieke natuurlijke camouflage geeft.
In dit modderfort legt ze doorgaans vijf tot negen witte eitjes met fijne rode vlekjes.
Tijdens de broedperiode van 13 tot 18 dagen zit ze bijna 'gevangen' in haar eigen nest, terwijl het mannetje de volledige 'roomservice' verzorgt voor zowel zijn partner als de jongen.
Hij voorziet hen onvermoeibaar van voedsel.
De jongen die uit het ei kruipen, groeien razendsnel.

Opmerkelijk is dat zij bij het uitvliegen meteen hetzelfde volwassen verenkleed hebben als hun ouders.
Hierdoor staan ze na amper twee weken al als zelfstandige, stoere vogels op de 'vrijgezellenmarkt', klaar om hun eigen plekje in de Voorkempen te veroveren.
De snavel van de boomklever, een prominent en stevig ding, is daarbij een multifunctioneel instrument: een krachtige dolk waarmee hij niet alleen insecten en larven uit kieren peutert, maar ook harde noten kraakt.
De Engelse naam 'Nuthatch' (noten-hakker) verwijst naar zijn gewoonte om een noot vast te klemmen in een schorspleet — zijn natuurlijke bankschroef — en er vervolgens met rake klappen op te hameren tot hij de inhoud op een dolkachtige manier kan aanprikken en openmaken.
Dit hameren gebeurt met zo’n enorme kracht dat ringers weten dat een boomklever zelfs door een dikke leren handschoen heen kan pikken als hij zich bedreigd voelt.
Omdat hij een standvogel is, regelt hij zijn 'mise-en-place' het hele jaar door.
Hij blijft in zijn broedgebied overwinteren omdat hij steeds aan voedsel geraakt.
Hij is een ware verzamelaar die in de herfst duizenden zaden, eikels en hazelnoten verstopt achter loszittende schors of in spleten. Dankzij een fenomenaal geheugen vindt hij deze wintervoorraad feilloos terug op momenten dat insecten schaars zijn.
De Voorkempen, met zijn kasteeldomeinen zoals het Peerdsbos, Park de Mik in Brasschaat of het Vordensteinpark in Schoten, is de ideale habitat: volwassen loof- en gemengde bossen met een voorkeur voor oude eikenbomen bieden hem alles wat hij nodig heeft.


Wil je hem graag in je tuin zien?
Zet dan een voedertafel met nootjes neer of verstop zelf wat lekkers in de rimpels van oude bomen, zodat hij zelf op zoek moet gaan en zijn natuurlijke talenten kan tonen.
Om hem te onderscheiden van de boomkruiper — de stille 'fijnchirurg' met zijn bruin-wit gespikkelde camouflage die enkel spiraalsgewijs omhoog klimt en zijn staart als steun gebruikt — hoef je enkel naar de richting te kijken: zie je een vogel die met de kop omlaag langs de stam suist?
Dan heb je de koning van de stam te pakken.

Waar de boomkruiper de boomstam vanuit één richting benadert, onderzoekt de boomklever de schors zeer nauwkeurig vanuit alle mogelijke hoeken.
Wist u trouwens dat de boomklever vaak meermaals in hetzelfde nest broedt en zijn metselwerk elk jaar herstelt?

Het is een vogel die ons eraan herinnert dat de natuur in de Voorkempen vol verrassingen zit, zeker nu de lente begin maart ontwaakt en deze gevederde bouwvakkers weer volop aan de slag gaan.

vrijdag 6 maart 2026

GroenRand presenteert de Boerenzwaluw: onze blauwzwarte atleet is op weg!

GroenRand presenteert de Boerenzwaluw: Onze Blauwzwarte Atleet is onderweg!

Als reporter voor GroenRand heb ik mezelf een stevig doel gesteld: ik neem u het komende jaar mee op een ontdekkingsreis door onze lokale natuur van A tot Z. 
In deze reeks staat elke letter van het alfabet voor een vogel die onze regio kleur geeft.
Vandaag zijn we aanbeland bij de letter B en die staat deze maand onbetwistbaar in het teken van de boerenzwaluw (Hirundo rustica).
Maar voordat we de lucht in kijken om deze vlieger te spotten, neem ik u graag even mee achter de schermen van onze vereniging.

U vraagt zich misschien af hoe al die mooie natuurprojecten in onze regio betaald worden. 
Wel, dat gaat niet vanzelf. 
De natuur heeft namelijk een stem nodig op de plek waar de beslissingen worden genomen: het parlement.
Daarom werkt GroenRand nauw samen met verschillende volksvertegenwoordigers. 
Zij zijn onze directe lijn naar de politiek. 
Deze politici fungeren als een cruciale schakel door de bevoegde minister in Brussel voortdurend scherp te houden. 

Na overleg met GroenRand stellen ze doelgerichte vragen over de voortgang van projecten en strijden ze vol energie voor de nodige financiering om onze bossen en velden gezond te houden.
Hoewel we dus vaak in de politieke wandelgangen te vinden zijn voor dit lobbywerk, blijven we met beide voeten in de Kempense klei staan. 
Onze website is volledig vernieuwd om u nog beter te informeren en we hebben een team van twaalf toegewijde reporters die als de ogen en oren van de Voorkempen fungeren. 
Zij leggen elke bijzondere gebeurtenis in onze natuur nauwgezet vast en dat dit harde werk loont, bewijzen de opmerkelijke natuurwaarnemingen van de afgelopen jaren.

Het is vandaag 6 maart. 
Terwijl de zon de eerste voorjaarsgeuren uit de Kempense zandgrond trekt en de temperatuur eindelijk de dubbele cijfers haalt, kijk ik onwillekeurig naar de nok van de stal. 
Ik bruis inmiddels weer van de energie en sta te popelen om het veld in te trekken.
Ik zoek dan ook het hele luchtruim af om de eerste zwaluw te kunnen spotten.
 "Vogels kijken blijft toch een heerlijke hobby en zo is het maar net!" zeg ik vaak tegen mezelf als ik met mijn verrekijker in de aanslag sta.

Hoewel de lucht nog even leeg blijft, verlang ik enorm naar hun terugkeer. 
Het vrolijke gekwetter van de boerenzwaluw met zijn donkerblauwe rug, witte buik en roodbruine keel en voorhoofd geeft me het gevoel dat we de winter overleefd hebben en dat het vanaf nu beter wordt. 
De boerenzwaluw onderscheidt zich door zijn diep gevorkte staart met lange staartpennen. 
Ik geef de mensen altijd een handig ezelsbruggetje mee: een boer gebruikt een hooivork die erg lijkt op de staart van deze zwaluw. 
In de volksmond zijn het de brengers van de lente, blijdschap en geluk. 
Helaas herinnert het gezegde ons eraan dat één zwaluw nog geen lente brengt.

De boerenzwaluw is een ware wereldburger die op alle continenten voorkomt. 
Tijdens het broedseizoen verblijft hij noordelijker, soms zelfs tot voorbij de poolcirkel in Scandinavië. 
De exemplaren die bij ons in Vlaanderen broeden, hebben de winter doorgebracht in West- en Centraal-Afrika in landen als Ivoorkust, Ghana en Nigeria. Sommigen trekken zelfs 10.000 tot 15.000 kilometer ver tot in Zuid-Afrika. 
Op dit moment zijn ze bezig aan hun hachelijke terugreis. 

De foto's die ik presenteer zijn dus van vorig jaar.
Tussen eind maart en begin juni keren ze terug naar ons land met een piek eind april. 
Ze vliegen op de brandstof van insecten die ze onderweg met hun breed geopende bek uit de lucht pikken zoals muggen, motten en kleine kevertjes. 

Ze bereiken indrukwekkende snelheden van wel 100 km/u tijdens de jacht.
Ook drinken is een spektakel: ze scheren rakelings over het wateroppervlak en dippen hun ondersnavel kort in het water. 
De eerste verkenners bereiken ons meestal rond eind maart na een tocht waarbij ze de Sahara en de Middellandse Zee trotseren.

Ze navigeren op het aardmagnetisch veld dankzij magnetiet-kristallen in hun snavel en cellen in hun binnenoor. 
Uit ringonderzoek blijkt dat een boerenzwaluw die tien jaar oud wordt maar liefst 300.000 vliegkilometers op de teller kan hebben staan.

Om de toestand van onze broedvogels echt te begrijpen, steunt Vlaanderen op het ABV-project (Algemene Broedvogelmonitoring Vlaanderen). 
Dit wetenschappelijke monitoringsprogramma, gecoördineerd door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) in samenwerking met Natuurpunt, werd opgestart in 2007, wellicht reeds na de grootste crash van de populaties. 
Hoewel de boerenzwaluw ooit een van de talrijkste bewoners van ons platteland was, tonen de ABV-cijfers aan dat de soort het moeilijk heeft. 

Sinds 2007 zien we in Vlaanderen gelukkig een stabiele aantalsontwikkeling. 
De populatie wordt momenteel geschat op 50.000 à 100.000 broedparen. 
In de Voorkempen fungeert de boerenzwaluw als een 'graadmeter' voor de kwaliteit van ons landbouwgebied. 
Daartegenover staan de gebundelde Europese cijfers uit 26 verschillende lidstaten die gemiddeld een duidelijke afname vaststellen.
Boerenzwaluwen zijn uiterst honkvast en leven in een kolonie.
Ik ken verhalen van vogels die na hun wereldreis op exact dezelfde spijker of richel in een stal landen. 

De meeste vogels keren ieder jaar terug naar hetzelfde nest.
Dat nest is komvormig en opgebouwd uit honderden propjes modder, ook wel het lemen nest genoemd, verstevigd met strohalmen. 
De bouw van een nieuw nest duurt 5 tot 12 dagen. 
Als het oude nest er nog hangt, voeren ze liever herstellingswerken uit.
Dat bespaart hen enorm veel energie en tijd in vergelijking met een nieuw nest opbouwen. 

Laat oude zwaluwnesten dus zeker hangen!
Ze nestelen het liefst in open stallen met vee maar ook onder bruggen, afdaken of soms zelfs in woonkamers bij de mensen thuis. 
Ik hoorde onlangs nog een anekdote van zwaluwen die op een luster in de gang broedden terwijl de bewoners eronderdoor liepen. 
Onderzoek wijst uit dat nesten nabij menselijke activiteit vaak een hoger broedsucces hebben omdat roofdieren op afstand blijven.
Dit kan zolang ze maar de garantie hebben dat ze vrij in en uit kunnen vliegen.

Bij de partnerkeuze is het vrouwtje kritisch. 
Ze kiest steevast het mannetje met de langste staartveren omdat dit voor haar super aantrekkelijk is en duidt op een gezonde conditie en een sterk immuunsysteem. 
Na de paring legt ze 4 tot 6 gespikkelde eitjes.
Ze begint met broeden en na ongeveer twee weken komen de jongen uit het ei gekropen. 

Dan breekt er een hectische tijd aan want al die keeltjes gillen constant om voedsel. 
De ouders voeden de jongen met een prop insecten die in de keel bewaard wordt. Oudere jongen krijgen tot wel 400 keer per dag eten aangevoerd door de ouders. 
Samen vangen ze op goede dagen wel 6.000 tot 9.000 insecten per dag om de jongen te voeren. 

Gemiddeld eten ze hun eigen gewicht aan insecten per dag.
Na ongeveer 21 dagen verlaten de kleintjes het nest en begint het spannendste deel van hun leven.
Ze blijven nog wel een paar dagen rond het nest maar moeten dan zelf leren jagen. Veel jonge zwaluwen sneuvelen helaas in deze periode.
Pa en ma denken dan vaak al aan een tweede of zelfs derde legsel. Dat is maar goed ook want slechts 1 op de 5 boerenzwaluwen keert na de winter terug op de nestplaats. 

De rest sneuvelt door zandstormen, roofvogels of uitputting.
In onze Vlaamse dialecten bestaan prachtige bijnamen voor de vogel zoals zwalum, zwolm en zwalie. 
Ook staan ze bekend als weervoorspellers. Mijn grootvader zei altijd dat hij geen weerbericht nodig had.
De wijsheid "vliegt de zwaluw hoog dan blijft het droog" is wetenschappelijk onderbouwd: bij mooi weer stijgt de warme lucht en stijgen de insecten mee omhoog. 
Vliegen ze laag dan drukt de naderende bui de insecten omlaag.
Zelfs zeelieden eerden de vogel: een zwaluwtattoo stond voor 5.000 zeemijl aan ervaring en een veilige thuiskomst.
In vele culturen brengt een nest aan het huis geluk, harmonie en bescherming tegen onheil.

Hoewel dit ooit een van de talrijkste broedvogels was in en nabij landbouwgebied, heeft de soort flinke klappen gekregen. 
De boerenzwaluw staat op de Vlaamse Rode Lijst als achteruitgaand. 
De oorzaken zijn divers: moderne stallen zijn vaak potdicht (minder broedgelegenheid), vee staat vaker op roosters en schuren zijn minder toegankelijk geworden. 
Bovendien neemt de insectenrijkdom af door insecticiden, te weinig afwisseling in gewassen, verstedelijking en grootschalige landbouw.
Deze verarming van de planten- en insectenwereld werkt sterk in het nadeel van deze vogel die zich het beste thuis voelt op het ouderwetse platteland.

Wettelijk gezien is de boerenzwaluw een streng beschermde inheemse vogelsoort op grond van de Europese Vogelrichtlijn. 
In Vlaanderen is het verboden om hun nesten opzettelijk te vernielen of te verwijderen, zelfs buiten het broedseizoen.
Na de broedperiode verzamelen ze zich vaak in rietvelden om te overnachten alvorens ze in september en oktober in grote groepen naar Afrika vertrekken. 
Ze gaan meestal net iets later naar het zuiden dan de huiszwaluwen.
Maar laat ze nu eerst maar eens terugkomen naar Vlaanderen!
Ik kan niet wachten hun gezellige gekwetter weer te horen. 
Dus laat het mooie weer en de zwaluwen maar komen!