dinsdag 24 maart 2026

Vogels van A tot Z: Natuurfotograaf Frank Vermeiren brengt de gekraagde roodstaart tot leven langs de Antitankgracht

Vogels van A tot Z: natuurfotograaf Frank Vermeiren laat de gekraagde roodstaart tot leven komen langs de Antitankgracht

Frank Vermeiren maakte gisteren, 13 maart, een wandeling door de prachtige natuur van de Voorkempen.
Precies op deze route langs de Antitankgracht wist hij vorig jaar in april de gekraagde roodstaart al schitterend in beeld te brengen.
In deze uitgebreide aflevering van de reeks 'Vogels van A tot Z' neemt natuurfotograaf Frank Vermeiren ons mee naar de omgeving van de Antitankgracht, een essentieel deelgebied binnen het projectgebied van GroenRand.
Frank, die de natuur in de Voorkempen en de Antwerpse Kempen als geen ander door zijn lens vastlegt, laat ons kennismaken met een vogel die bij velen nog onbekend is.
We zijn inmiddels beland aan de letter G van Gekraagde roodstaart.


De wetenschappelijke naam Phoenicurus phoenicurus betekent letterlijk 'purperstaart', wat verwijst naar de opvallende rode kleur van de staartpennen.
In de volksmond wordt deze vrolijke verschijning soms ook wel 'zomerroodborst' of 'bonte roodstaart' genoemd vanwege zijn zomerse komst en kleurrijke verenkleed.
Wat een fantastisch nieuws: de gekraagde roodstaart is bijna weer in het land!
Als er één vogel is die de lente in de Voorkempen echt kleur geeft, dan is het dit kleine, beweeglijke juweeltje wel.
De gekraagde roodstaart is een vogelsoort van oude, parkachtige bossen met weinig ondergroei, een biotoop dat in de Voorkempen nog op diverse plaatsen te vinden is.


Je vindt hem vooral op de hogere zandgronden en duinen die begraasd worden, waar open plekken, oude bomen, graslanden of heiden elkaar afwisselen.
Ook in kleinschalig boerenland met oude, lommerrijke erven, houtwallen en singels voelt hij zich uitstekend thuis.
Hij heeft een sterke voorkeur voor habitats met een hoog aandeel oude dennen, eikenhakhout of knotwilgen waarin natuurlijke holtes aanwezig zijn.
Gekraagde roodstaarten zijn holenbroeders die ook graag van nestkasten gebruikmaken, mits deze op de juiste plek hangen.
De vogel is tegenwoordig niet meer zo algemeen als enkele decennia geleden en staat in Vlaanderen als 'Kwetsbaar' op de Rode Lijst.
Volwassen mannetjes zijn een spectaculaire verschijning met een oranjerode borst, zwarte keel, wit voorhoofd en een leigrijze kruin en mantel.
Vrouwtjes zijn een stuk minder opvallend getekend en hebben een grijsbruine rug met een beige tot vaag oranje onderzijde.
Zij onderscheiden zich van de vrouwelijke zwarte roodstaart door een warmere, meer bruine tint in plaats van het koude rookgrijs van hun neefje.
Beide geslachten hebben die overduidelijke roestrode staart waarmee ze voortdurend zenuwachtig trillen zodra ze op een tak landen.
Zijn zang is melancholiek en melodieus, vaak beginnend met een hoge fluittoon gevolgd door een kortere 'huut-hiet-trek-trek'.
De mannetjes zingen vaak vanaf een hoge zangpost, zoals een dode boomtop of een uitstekende tak, om hun territorium af te bakenen.
Hij begint vaak al ruim voor zonsopkomst te zingen en kan dit, vooral in het vroege voorjaar, de hele dag volhouden.
Sommige mannetjes zijn ware kunstenaars in het imiteren van fragmenten van de zang van andere vogels in hun omgeving.
De eileg vindt plaats van half april tot in juli, met een duidelijke piek tussen eind april en de eerste helft van mei.
De vogel is extreem plaatstrouw en keert jaar na jaar vaak terug naar exact dezelfde boomholte of nestkast.
Meestal hebben zij twee legsels per seizoen met doorgaans zes tot zeven prachtige lichtblauwgroene eieren.
De broedduur bedraagt ongeveer twaalf tot veertien dagen en de jongen verblijven daarna nog dertien tot vijftien dagen in de veiligheid van het nest.
Ze nestelen in grote natuurlijke holen, nissen in muren en nestkasten, meestal op een hoogte van slechts enkele meters boven de grond.
Een ideale nestkast voor deze soort heeft een iets ruimere of ovale invliegopening van ongeveer 29 x 55 mm om de baltsbewegingen van het mannetje te vergemakkelijken.
Het leefgebied aan de Antitankgracht biedt een ruim aanbod van oude spechtengaten in de bomen, wat cruciaal is voor hun voortbestaan.
Ook oude hoogstamboomgaarden, die helaas steeds schaarser worden, blijven een favoriete plek voor deze kleurrijke verschijning.
Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit insecten en hun larven, maar in het najaar worden ook bessen gegeten om vetreserves op te bouwen.
De vogel jaagt vaak vanaf een lage zitplaats op insecten die hij op de grond vangt, of hij plukt ze behendig uit de lucht zoals een vliegenvanger.
Op trek is de gekraagde roodstaart minder kritisch en kan hij ook in meer open gebieden zoals tuinen en duinstruweel worden waargenomen.
In de winter is hij volledig uit ons land verdwenen, dit in tegenstelling tot de zwarte roodstaart die soms bij bebouwing blijft hangen.


Onze broedvogels overwinteren in de Sahel-regio van Afrika, een reis van wel 5.000 kilometer die ze in drie tot vijf weken afleggen.
Ze zijn hierdoor erg gevoelig voor klimatologische omstandigheden zoals aanhoudende droogte in deze Afrikaanse overwinteringsgebieden.
De najaarstrek naar het zuiden vindt plaats tussen juli en oktober en gebeurt voornamelijk tijdens de nachtelijke uren.
Ook Scandinavische gekraagde roodstaarten trekken in deze periode in grote aantallen door de Belgische en Nederlandse Kempen.
De voorjaarstrek begint voorzichtig eind maart, maar de hoofdmacht keert pas terug tussen half april en eind mei.
Het creëren van natuurverbindingen en het beheer van bosranden zorgt voor de noodzakelijke open plekken die de vogel nodig heeft om te jagen.
Mede dankzij de bescherming van deze vitale verbindingen en het koesteren van monumentale bomen krijgt de gekraagde roodstaart de rust en de ruimte die hij verdient.
Met de camera van Frank Vermeiren in de aanslag hopen we deze lente weer vele nieuwe bewoners te mogen verwelkomen in onze prachtige streek.

maandag 23 maart 2026

GroenRand: De ree in de Voorkempen door de lens van Ingrid Boumans

GroenRand: De ree in de Voorkempen gezien door de lens van Ingrid Boumans

Vandaag, op deze schitterende 23ste maart, voel je het aan alles: de lente is officieel in het land en de Voorkempen ontwaakt uit zijn winterslaap.
Als natuurvereniging ziet GroenRand de ree (Capreolus capreolus) als de absolute kroonprins van ons Voorkempen, een dier dat ongelooflijk elegant is maar tegelijkertijd onze volle bescherming nodig heeft.
Natuurfotografe Ingrid Boumans legt deze magie vast en brengt ontelbare uren door in de bossen, vaak op momenten dat de rest van de wereld nog droomt of wanneer de avondschemering de bomen goud kleurt.


Haar foto's tonen de reeën precies zoals ze zijn: kwetsbaar, een tikkeltje hooghartig en prachtig in hun natuurlijke gedrag.
Wist je dat deze dieren officieel onze kleinste inheemse hertjes zijn, maar dankzij hun unieke bouw perfect aangepast zijn om te overleven in de dichte Vlaamse begroeiing?


Een volwassen ree bereikt meestal een schouderhoogte tussen de 60 en 90 centimeter en weegt, afhankelijk van het voedselaanbod in de regio, gemiddeld tussen de 15 en 35 kilogram.
Kijk eens goed naar hun bouw, de achterkant staat net iets hoger dan de schouders, wat we in vaktermen een overbouwde bouw noemen.


Deze specifieke lichaamsbouw is hun geheime wapen, want het stelt een ree in staat om vanuit stilstand met enorme kracht weg te schieten in het dichte kreupelhout bij het minste onraad.
Nu de lentezon door het bladerdek prikt, maken ze zich klaar om hun stemmige grijsbruine tot bijna zwarte winterjas te verruilen voor die typische vosrode zomervacht.


Je kunt het geslacht trouwens heel makkelijk herkennen aan de spiegel op hun achterwerk, bij de vrouwtjes (geiten) is die witte vlek hartvormig, terwijl de mannetjes (bokken) een boonvormige vlek hebben.
Alleen de bokken dragen een gewei, dat elk jaar tussen oktober en januari wordt afgeworpen om direct weer plaats te maken voor een nieuw exemplaar dat onder een fluweelzachte basthuid groeit.


Het is eigenlijk een klein wonder dat we ze hier weer zo vaak zien, want in de negentiende eeuw waren ze door overmatige jacht en habitatverlies bijna volledig van de kaart geveegd in onze streken.


Vandaag de dag schatten experts dat er zo’n 20.000 reeën in Vlaanderen rondlopen, en de Voorkempen is een van hun absolute lievelingsgebieden vanwege de rijke afwisseling tussen bospercelen en open landbouwgrond.


Reeën zijn zogenaamde concentraat-selecteurs, wat een chique woord is voor fijnproevers, ze grazen niet zomaar wat gras, maar zoeken heel gericht naar de meest energierijke knoppen, jonge twijgen en bramen.
Hun menu is seizoensgebonden en omvat ook delicatessen zoals paddenstoelen, kruiden en in het najaar eikels of beukennootjes die ze nodig hebben om hun vetreserves voor de winter op te bouwen.


Omdat hun spijsvertering zo specifiek is, hebben ze een heel strak ritme nodig van korte periodes eten gevolgd door rustig herkauwen, en dat proces lukt alleen als ze zich volkomen veilig voelen.


En daar wringt nu juist de schoen, zeker in deze gevoelige periode van het jaar, want we staan aan de vooravond van de kraamtijd in de maanden mei en juni waarin de reegeiten hun kalfjes, ook wel kitsen genoemd, ter wereld brengen.


Mensen realiseren zich vaak niet dat een pasgeboren reekalfje de eerste weken totaal geen eigen lichaamsgeur heeft en doodstil blijft liggen als enige overlevingsstrategie tegen roofdieren.
Wanneer een wandelaar zijn honden niet aan de leiband houdt en het dier de paden verlaat, kan de hond onbedoeld en razendsnel een dergelijk weerloos kalfje opsporen in de vegetatie.


Zelfs als de hond het kalfje niet fysiek aanvalt, laat hij door te snuffelen of te likken een vreemde geur achter waardoor de moedergeit haar eigen jong niet meer herkent en het verstoot.


Dit betekent een zekere en vreselijk eenzame hongerdood voor het kalfje, een drama dat wekelijks in onze bossen voorkomt simpelweg omdat mensen de leibandplicht negeren.


Daarom is de oproep van GroenRand om honden strikt aan de lijn te houden nu geen overbodige luxe, maar een absolute noodzaak voor het voortbestaan van de lokale populatie.
Wist je dat loslopende honden niet alleen reeën verstoren, maar ook vogels die op de grond broeden, zoals de nachtzwaluw of de boomleeuwerik, die we ook in onze Kempense heidegebieden vinden?


Iedere keer dat honden door het struikgewas struinen, wordt een micro-ecosysteem verstoord dat uren nodig heeft om weer tot rust te komen en zijn natuurlijke ritme te hervinden.


Plotselinge stress kan voor een ree fysiek totaal slopend zijn, een opgejaagde ree raakt zo in paniek dat zijn hart het letterlijk kan begeven door de adrenaline, zelfs als de hond het dier nooit daadwerkelijk te pakken krijgt.
In hun blinde angst vluchten de dieren vaak dwars door afsluitingen en richting de drukke verkeersaders die de Voorkempen doorkruisen, wat regelmatig leidt tot zware verkeersongevallen.


De territoriumgrootte van een ree varieert tussen de 5 en 30 hectare, en in een versnipperde regio als de onze is die ruimte al beperkt genoeg zonder de extra druk van recreanten die de regels negeren.
Wist je dat de voortplanting van de ree een uniek fenomeen kent genaamd kiemrust, waarbij de bevruchte eicel zich een paar keer deelt en dan maandenlang stopt met groeien om pas in de winter weer te activeren?
Dit vernuftige systeem van de natuur zorgt ervoor dat de kalfjes pas in het voorjaar geboren worden, wanneer er een overvloed aan voedsel is en de overlevingskansen het hoogst zijn.


Rond juli en augustus begint de bronsttijd, ook wel de bladtijd genoemd, waarbij de bokken achter de geiten aanrennen in karakteristieke cirkels die we heksenkringen noemen in de bosbodem.
In die periode zijn de bokken zo gefocust op de voortplanting dat ze hun natuurlijke schuwheid deels verliezen, wat voor Ingrid als fotografe unieke kansen biedt maar voor hen ook extra gevaren.


De Voorkempen herbergt bovendien een heel bijzondere genetische variant: de zwarte ree, een zeldzaamheid die in deze regio vaker voorkomt dan elders in Europa en een prachtig schouwspel vormt.
De zwarte ree is geen aparte soort, maar een kleurvariant (melanisme) die historisch gezien door de adel werd gewaardeerd en uitgezet in hun parken rond Zandhoven en Zoersel.


Ingrid wijst op een wissel, een vast pad dat de reeën generatie op generatie gebruiken om zich tussen hun rustplaatsen en hun voedergebieden in het open veld te verplaatsen.
Natuurbeleving is een recht, maar natuurbehoud is een plicht die we allemaal delen zodra we de grens van het bos overstappen.
Haar indrukwekkende foto's zijn bedoeld om ons te laten zien wat er werkelijk op het spel staat, de kwetsbare schoonheid van een dier dat afhankelijk is van onze discipline.
Door die leiband te gebruiken, geef je de reeën de broodnodige rust om hun jongen groot te brengen in de stilte die essentieel is voor hun complexe stofwisseling en welzijn.
Het mooiste compliment dat een natuurfotograaf kan krijgen, is dat de dieren op de foto zich totaal onbespied voelden en hun natuurlijke gedrag bleven vertonen.
De mooiste momenten in het bos zijn diegene waarin we onzichtbaar worden en opgaan in de omgeving, in plaats van de rust bruut te verstoren met onze aanwezigheid.


Moge dit artikel een blijvende oproep zijn om met zorg en verwondering door onze bossen te dwalen, met de honden veilig aan de zijde en het hart open voor de schoonheid van de ree.
Zo blijft de Voorkempen niet alleen een plek voor recreatie, maar vooral een veilige haven voor de schuwe kroonprins die onze bossen al eeuwenlang hun unieke karakter geeft.
En als je ooit het geluk hebt om een zwarte ree te zien, weet dan dat je getuige bent van een levend mysterie dat alleen in een gerespecteerde natuur kan blijven voortbestaan.
Dankzij de onvermoeibare inzet van vrijwilligers bij organisaties als GroenRand en de artistieke blik van fotografen als Ingrid Boumans, blijft de hoop op een bloeiende natuur in de Voorkempen levend.
Laten we die hoop koesteren door vandaag nog de juiste keuzes te maken wanneer we de veters van onze wandelschoenen strikken en de honden aanlijnen voor een tocht door het groen.
De ree dankt u voor de stilte, de afstand en het respect dat u toont voor zijn leefwereld, want dat is het grootste geschenk dat een natuurliefhebber kan geven.
Zo wordt elke wandeling in de Voorkempen een oefening in mindfulness en ecologisch bewustzijn, waarbij we de leiband zien als onze persoonlijke bijdrage aan een groter geheel.
Laten we van de Voorkempen een voorbeeld maken van hoe mens en natuur in harmonie kunnen samenleven, met diepe waardering voor elk dier dat in deze bossen zijn thuis heeft gevonden.
De ree is de spiegel van ons eigen respect voor de wereld, als zij verdwijnen, verliezen wij een stukje van onze eigen ziel.
Want uiteindelijk zijn wij slechts te gast in hun huiskamer, en een goede gast zorgt ervoor dat hij de rust van de bewoners niet verstoort, zeker niet wanneer er kleintjes in het spel zijn.
De ree leert ons dat ware kracht verborgen ligt in elegantie en dat de grootste rijkdom van onze regio te vinden is in de stilte tussen de bomen, mits we die stilte durven te bewaren.
Met die gedachte laten we het bos achter ons, in de hoop dat de schaduwen tussen de bomen nog vele jaren gevuld zullen zijn met het leven van deze prachtige, schuwe dieren.

De geelgors in de Voorkempen een kleurrijke ontmoeting tussen Frank Vermeiren en GroenRand

De geelgors in de Voorkempen: een kleurrijke ontmoeting tussen Frank Vermeiren en GroenRand

In deze uitgebreide aflevering van de reeks Vogels van A tot Z neemt natuurfotograaf Frank Vermeiren ons mee naar de omgeving van de Antitankgracht een essentieel deelgebied binnen het projectgebied van GroenRand.
Frank die de natuur in de Voorkempen en de Antwerpse Kempen als geen ander door zijn lens vastlegt laat ons kennismaken met een vogel die bij velen nog onbekend is.
We zijn inmiddels beland aan de letter G van Geelgors.
De zon klimt langzaam boven de horizon van de Voorkempen en werpt een gouden gloed over de ontwakende bossen en velden langs de historische Antitankgracht.
De dauw hangt nog als een ijle sluier over de graslanden terwijl de eerste zonnestralen door de grillige eikenkruinen prikken.
Precies daar op de uiterste top van een meidoornhaag zit hij de geelgors die met zijn wetenschappelijke naam Emberiza citrinella de kroon spant in het agrarisch gebied.
Het was gisteren zondag 22 maart 2026 en natuurfotograaf Frank Vermeiren stond klaar met zijn camera in de aanslag om dit unieke moment te vereeuwigen.
Zijn missie was helder het vastleggen van een vogel die eruitziet alsof hij per ongeluk in een pot citroengele verf is gevallen maar die ondanks zijn felle kleuren een van de meest discrete bewoners van onze regio blijft.
Voor Frank was deze uitstap een schot in de roos want de geelgors is niet zomaar een vogel maar de ongekroonde koning van de houtkant en de ultieme ambassadeur voor het werk dat milieuvereniging GroenRand in deze regio verzet.


Hier op de redactie van GroenRand hebben we een zwak voor kleine schattige vogeltjes en als je ze dan ook nog eens vlot kan herkennen zonder eerst een uitgebreid handboek ornithologie te doorploegen dan zijn we helemaal in onze nopjes.
Met zijn felgele kopje en buik die in het broedseizoen vooral bij het mannetje goed zichtbaar zijn en een gemiddelde lengte van zo’n 16 centimeter van snavel tot staartpunt voldoet de geelgors aan al die vereisten.
Sommige vogelkenners beweren in zijn herkenbare wijsje zelfs de vijfde symfonie van Beethoven te ontwaren met de typische tsi tsi tsi tsuuuuu tonen.
In de volksmond wordt dit vaak vertaald als het voldane een beetje moe maar voldaan of het Engelse a little bit of bread and no cheese.
De vraag blijft natuurlijk wie van beide er het eerst mee op de proppen kwam de vogel of de componist.
Frank beschreef hoe de vogel daar zat onverstoord zingend in de snijdende ochtendkou terwijl hij de vroege lentezon op zijn verenpak liet schijnen om zijn territorium af te bakenen.
Zijn naam heeft dit flashy zangvogeltje uiteraard te danken aan zijn opvallende citroengele verenkleed al hebben de flanken de stuit en een stukje van de borst een warme roodbruine kleur die prachtig contrasteert met het geel.
In de drukke stad zal je de geelgors echter niet tegenkomen aangezien hij de voorkeur geeft aan de rust en de ruimte van het buitengebied.
Wie hem wil spotten moet de ogen openhouden in het traditionele landbouwgebied waar open akkers omzoomd worden door de typische Kempense heggen en houtwallen.
Het mannetje laat zich daar het makkelijkst bewonderen wanneer hij zijn liefdesliedjes te berde brengt vanaf een eenzame boom een paal of een andere hoge zangpost om zijn territorium te verdedigen tegen indringers.


De geelgors is een kritische bewoner die hoge eisen stelt aan zijn vastgoed en hij weigert resoluut om genoegen te nemen met strakgetrokken gazons of eindeloze asfaltvlaktes.
Hij zweert bij een ouderwets kleinschalig cultuurlandschap waar de natuur nog de ruimte krijgt om haar eigen gang te gaan langs de randen van de percelen.
Helaas is het niet al goud wat er blinkt want het habitat van de geelgors wordt net als dat van vele andere akkervogels door de intensivering van de landbouw sterk ingeperkt.
Het is dan ook geen wonder dat hij op de Vlaamse Rode Lijst prijkt als een bedreigde soort die onze onverdeelde aandacht en bescherming nodig heeft.
De geelgors is een vogel met een specifieke handleiding waarbij zijn menu hoofdzakelijk bestaat uit zaden van landbouwgewassen en diverse wilde bomen.
Tijdens de broedperiode verandert hij echter van dieet omdat eiwitrijke insecten en wormpjes dan essentieel zijn om de kersverse kroost gezond groot te brengen.
De jonge vogeltjes die meestal met vier of vijf stuks in een legsel voorkomen zitten ongeduldig op hun dagelijkse snacks te wachten in een nest dat listig verstopt zit.
Dit nest bevindt zich vaak op of vlakbij de grond verscholen tussen dichte struiken kruiden en hoog gras waar vijanden ze niet snel kunnen vinden.
Lang hoeven hun maagjes niet te knorren want zowel ma als pa geelgors houden zich fulltime bezig met de zorg voor hun kleine koters in de beschutting van de heg.
Wat de geelgors extra bijzonder maakt voor de Voorkempen is dat het een rasechte standvogel is die trouw blijft aan zijn geboortegrond.
Terwijl vele andere soorten in de herfst de koffers pakken voor het warme zuiden blijven deze gele rakkers gewoon bij ons overwinteren in de koude polders en velden.
Dat Frank hem op deze 22ste maart zo vitaal kon fotograferen bewijst dat de lokale populatie de afgelopen maanden goed is doorgekomen ondanks de wisselende weersomstandigheden.


Zie je in de winter toch een zeldzame vlucht geelgorzen overtrekken dan gaat het allicht om wintergasten uit Scandinavië of het noorden van Duitsland die hier de strengste kou ontvluchten.
Hoewel ze in de wintermaanden graag in kleine groepjes samenscholen op zoek naar een lekker hapje op de akkers laten ze zich zelden verleiden door een voedertafel in een dichtbebouwde tuin.
Ze blijven liever trouw aan de weidsheid van het buitengebied en gaan samen op zoek naar graanresten en onkruidzaden die tussen de stoppels zijn blijven liggen.
Waar veel voedsel te vinden is kunnen die samenscholingen best omvangrijke proporties aannemen wat een prachtig schouwspel oplevert voor de toevallige voorbijganger.
De geelgors heeft houtkanten absoluut nodig om te overleven aangezien hij als typische vogel van het kleinschalige cultuurlandschap niet kan overleven in een monotoon open landschap zonder opgaand groen.
Houtkanten vervullen namelijk drie cruciale functies voor deze soort omdat ze dienen als zangposten voor de mannetjes om hun territorium te verdedigen.
Tevens bieden ze veilige nestgelegenheid en dekking tegen roofdieren in de dichte ondergroei terwijl ze ook een rijke bron van insecten vormen voor de jongen.
Het verdwijnen van deze kleine landschapselementen door schaalvergroting in de landbouw is dan ook een van de belangrijkste redenen voor de achteruitgang van de populatie in heel Vlaanderen.
De vogel is extreem honkvast en verlaat de regio niet wat hem extra kwetsbaar maakt voor lokale veranderingen in het beheer van het landschap en de kap van heggen.
Om dit tij te keren stimuleert de milieuvereniging GroenRand met de actie Bijtandje houtkantje vanaf 1 april het herstel van houtkanten in het Voorkempense landschap en landbouwgebied.


De actie gesymboliseerd door een mascotte met een struikgebit richt zich op het opvullen van gaten in het groene netwerk om zo biologische snelwegen te herstellen.
Deze verbindingen zijn cruciaal voor soorten als de geelgors maar ook voor egels reeën en talloze insecten die zich door het landschap moeten verplaatsen.
GroenRand slaat hierbij de brug naar de landbouwsector door te wijzen op de voordelen van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid waarbij landbouwers financiële steun kunnen ontvangen voor dit onderhoud.
Dit is van cruciaal belang omdat hagen vaak zijn vervangen door zielloze draadafsluitingen waardoor de geelgors zijn natuurlijke schuilplaatsen en voedselbronnen verliest.
Voor de geelgors zijn deze verbindingen de zogenaamde ecologische corridors letterlijk van levensbelang om inteelt te voorkomen en nieuwe gebieden te koloniseren.
Projecten zoals Greenconnect (jaarthema van GroenRand) proberen versnipperde gebieden weer aan elkaar te knopen tot een robuust geheel.
Door in te zetten op streekeigen struiken zoals meidoorn en sleedoorn zorgt dit initiatief niet alleen voor meer biodiversiteit maar ook voor natuurlijke plaagbestrijding en koolstofopslag.
De geelgors fungeert hierbij als een zogenaamde gidssoort want daar waar hij luidkeels zingt is het landschap nog gezond en divers genoeg voor vele andere soorten.
Frank Vermeiren merkte op dat de vogel ondanks zijn felle verschijning perfect opgaat in de omgeving zodra hij tussen de dorre bladeren en grassen op de grond landt.
Zijn foto's tonen gedetailleerd hoe de kop van het mannetje nagenoeg volledig geel is met enkel zeer fijne donkere strepen die de contouren van het oog accentueren.
De borst vertoont een warme oranjebruine gloed die vloeiend overloopt in de gestreepte flanken wat de vogel een bijna exotische uitstraling geeft in de Vlaamse velden.
De waarneming van Frank in het werkgebied van GroenRand bevestigt dat de inspanningen voor het behoud van kleinschalige landschapselementen hun vruchten afwerpen voor deze specifieke soort.


Het observeren van de geelgors vraagt om geduld en een geoefend oog omdat ze buiten de zangperiode verrassend onopvallend kunnen zijn voor de onoplettende wandelaar.
De golvende en krachtige vlucht van de geelgors is eveneens een herkenningspunt waarbij de vogel vaak van de ene struik naar de andere flitst om dekking te zoeken.
In de vroege ochtenduren zijn de kansen om ze te spotten het grootst wanneer de mannetjes hun territorium verkondigen aan de randen van natuurgebieden die grenzen aan landbouwgronden.
Natuurbeheer in de Voorkempen zet daarom specifiek in op het behoud van oude vlechtheggen omdat deze de perfecte structuur bieden voor de laag bij de grond nestelende vogels.
Als we deze kleine landschapselementen laten verdwijnen verliezen we niet alleen een vogel maar een heel ecosysteem dat afhankelijk is van deze groene aders in het landschap.
De aanwezigheid van de geelgors is een graadmeter voor de kwaliteit van onze leefomgeving en zijn zang is een teken dat er nog hoop is voor de biodiversiteit in onze regio.
De foto's van Frank Vermeiren op die bewuste zondag in maart zijn meer dan louter kunst aangezien ze het visuele bewijs vormen van de veerkracht van de Voorkempen.
Ze herinneren ons eraan dat we de natuur niet ver weg hoeven te zoeken maar dat ze soms gewoon bovenop een meidoorn in onze eigen achtertuin op ons wacht.
Het werk van organisaties als GroenRand zorgt ervoor dat dit citroengele symbool van onze velden niet uit het oog en uit het oor verdwijnt voor de volgende generaties.
Laten we samen zorg dragen voor de houtkanten zodat de symfonie van de geelgors nog tot in de verre toekomst over de Voorkempense akkers mag klinken.
Samen met de inspanningen van fotografen landbouwers en natuurbeschermers bouwen we aan een landschap waarin mens en natuur in harmonie kunnen samenleven onder de vleugels van de geelgors.


De visie van Glenn op een robuuste natuur: het herstelplan van GroenRand en 11 onderzoekers

Glenns visie op een veerkrachtige natuur: het ambitieuze herstelplan van GroenRand en elf onderzoekers

Glenn schrijft dit artikel als een van de drijvende krachten achter de natuurvereniging GroenRand die zich specifiek inzet voor het behoud en de versterking van de natuur in de Voorkempen.
Hij fungeert vaak als de publieke stem van de organisatie en zet zich gepassioneerd in voor de bescherming van lokale biodiversiteit met een focus op het creëren van robuuste natuurverbindingen.
Zijn doel is dat zeldzame soorten zoals de otter en de boommarter zich weer veilig door het Vlaamse landschap kunnen verplaatsen zonder voortdurend slachtoffer te worden van de enorme versnippering.
Naast dit beleidswerk houdt hij zich intensief bezig met sensibilisering door middel van educatieve projecten en natuurfotografie om de verborgen waarde van de regionale flora en fauna onder de aandacht te brengen.


Bovendien is hij een actief auteur die regelmatig scherpe columns en opiniestukken publiceert onder de rubriek "De pen van Glenn" op de officiële website van GroenRand en in diverse regionale kranten.

Het gaat momenteel simpelweg niet goed met de natuur in Vlaanderen en dat is de nuchtere maar zeer verontrustende conclusie van elf vooraanstaande onderzoekers van de KU Leuven in hun nieuwe visietekst.


De achteruitgang van onze natuurlijke rijkdom is een van de meest prangende milieuproblemen van deze tijd waarbij de soortenrijkdom en genetische diversiteit wereldwijd afnemen in een alarmerend tempo.
Vlaanderen ervaart een snelle erosie van zijn natuurlijke schatten wat niet alleen jammer is voor de natuur zelf maar ook directe gevolgen heeft voor onze economie en voedselzekerheid en gezondheid.
Ondanks diverse inspanningen blijft volgens GroenRand het behoud van de bestaande biodiversiteit een enorme uitdaging door de hoge verstedelijkingsgraad en intensieve landbouw en de versnippering van leefgebieden.
De onderzoekers hebben hun focus gelegd op de thema's landbouw en gezondheid en klimaat omdat deze thema's bijzonder relevant zijn binnen de Vlaamse context en aansluiten bij hun expertise.
Maatregelen bleken in het verleden helaas vaak te vrijblijvend en te beperkt in schaal waardoor ze onvoldoende afgestemd waren op wat biodiversiteitsherstel werkelijk vraagt van de samenleving.
Het herstel van onze ecosystemen zal volgens GroenRand sterk afhangen van de manier waarop Vlaanderen de Europese Natuurherstelwet met haar bindende maatregelen en concrete doelen zal aanpakken.


Doeltreffend biodiversiteitsbeleid vraagt veel meer dan alleen inzet of goede bedoelingen omdat maatregelen zowel effectief op het terrein als efficiënt met schaarse middelen moeten zijn.
Gezonde ecosystemen halen broeikasgassen uit de lucht en slaan die op waarbij de Vlaamse bossen jaarlijks ongeveer 824 kton CO2-equivalenten uit de atmosfeer verwijderen.
Toch is de totale balans in onze regio momenteel negatief volgens de officiële rapportering van de zogenoemde LULUCF-emissies voor landgebruik en bosbouw in Vlaanderen.
Uit de cijfers voor het jaar 2023 blijkt dat urbanisatie met 364 kton en landbouw met 525 kton CO2-equivalenten netto bronnen van uitstoot vormen die de natuurlijke opname tenietdoen.
Zelfs de resterende wetlands in onze regio vormen momenteel een netto bron van uitstoot van ongeveer 17 kton CO2-equivalenten per jaar door degradatie en voortdurende verdroging.
In totaal was er in 2023 een netto-uitstoot van ongeveer 57 kton CO2-equivalenten die rechtstreeks gelinkt kan worden aan het landgebruik en de verandering daarvan in Vlaanderen.
Dit is een enorme gemiste kans want in de Vlaamse ecosystemen ligt in totaal ongeveer 370 miljoen ton organische koolstof opgeslagen wat vijf keer de jaarlijkse uitstoot van 70 miljoen ton bedraagt.


De waarde van deze voorraad is gigantisch aangezien het verlies ervan door bebouwing of drainage de klimaatdoelstellingen van Vlaanderen onmiddellijk onmogelijk zou maken.
Het uitbreiden van het bosareaal met 10.000 hectare zou leiden tot een bijkomende opslag van 92 kton CO2-equivalenten per jaar of 0,13 procent van de Vlaamse uitstoot.
Veengebieden en moerassen zijn de absolute kampioenen van de koolstofopslag en bevatten ondanks hun kleine oppervlakte wereldwijd twee keer meer koolstof dan alle bomen samen.
Van de oorspronkelijke 70.000 hectare veen in Vlaanderen is maar liefst 77 procent gedraineerd om er aan landbouw te doen waardoor deze reservoirs nu grote hoeveelheden CO2 uitstoten.


In de resterende Vlaamse veengebieden ligt nog ongeveer 234 miljoen ton CO2-equivalenten aan koolstof opgeslagen wat ongeveer driemaal de totale jaarlijkse uitstoot van Vlaanderen vertegenwoordigt.
Vandaag degradeert 40 procent van die Vlaamse veenbodems door een te lage waterstand waardoor de opgeslagen koolstof oxideert en als broeikasgas in de atmosfeer terechtkomt.


De Europese Natuurherstelwet vraagt daarom om vernattingsmaatregelen in de helft van de gedraineerde veengebieden in landbouwgebieden tegen het jaar 2050.
Het vernatten van deze gebieden is echter complex omdat dit vaak alleen op landschapsschaal kan en omliggende percelen ook vochtiger maakt.
Veengebieden bevatten wereldwijd tot wel tien procent van alle zoetwatervoorraden en vertragen de afloop van regenwater bij hevige neerslag als een natuurlijke spons tegen overstromingen.
Dit is een zeer belangrijke strategie om ons in de toekomst beter te beschermen tegen overstromingen als gevolg van extreme regenval door de klimaatverandering.
Vlaanderen moet actief meewerken aan de implementatie van universele indices om de genetische variatie te monitoren en een wettelijk afdwingbaar kader implementeren voor genetische diversiteit.


Het minimaal realiseren van de ca. 305.000 hectare natuurfunctie oftewel 22,5 procent van Vlaanderen zou de versnipperingsgraad van ons landschap eindelijk sterk doen afnemen.
Momenteel ligt 80.000 hectare van deze gebieden onder intensieve landbouw en blijft er in de realiteit slechts 258.000 hectare over voor effectieve natuur op het terrein.
Op heel korte termijn moet het openstaande saldo van 25.000 hectare extra natuur en bos uit het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen worden gerealiseerd om de afspraken na te komen.
Grotere natuurgebieden beschermen de biodiversiteit beter tegen schadelijke randeffecten dan smalle verbindingen die vaak te lijden hebben onder zware omgevingsdruk van buitenaf.

Het Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering (VAPEO) moet de barrièrewerking van wegen doorbreken met ecotunnels en ecoducten om de duizenden verkeersslachtoffers onder dieren te stoppen.
GroenRand benadrukt dat ontsnippering niet alleen via grote infrastructuur gebeurt maar ook via het fijnmazige netwerk van kleine landschapselementen zoals hagen en poelen.
Houtkanten en corridors moeten minstens tientallen meters breed zijn om echt een veilige migratieroute te vormen voor minder mobiele soorten in de Voorkempen.
Invasieve uitheemse soorten vragen om een drietrapsaanpak van preventie en vroege detectie en beheer om verdere schade aan de inheemse biodiversiteit te voorkomen.


Het is cruciaal om niet alle nieuwkomers over dezelfde kam te scheren aangezien nieuw-inheemse soorten zoals de grove den kunnen bijdragen aan het lokale ecosysteem.
De Vlaamse overheid moet ruimtelijke ordening erkennen als kerninstrument zodat de bijkomende ruimte-inname tegen 2040 effectief stopt via de versnelde uitvoering van de bouwshift.
Er mag geen nieuwe verharding meer komen in overstromingsgebieden of natuurrijke zones om de veerkracht van onze ecosystemen tegen de klimaatverandering te verhogen.
Geassisteerde migratie over korte afstanden is nodig omdat de natuurlijke dispersiecapaciteit van de meeste soorten tekortschiet door de extreme versnippering van onze natuur.


Het Belgische Natura 2000-gebied op zee moet volledig worden gesloten voor destructieve vistechnieken zoals de boomkorvisserij om de zeebodem een kans op herstel te geven.
De visquota op de Noordzee zouden moeten uitgaan van een conservatieve aanpak en strikt moeten worden gehandhaafd met een focus op duurzame visserij voor de consument.
Een strategisch Vlaams gebiedsfonds is noodzakelijk om gronden aan te kopen die cruciaal zijn voor ecologische verbindingen voordat ze definitief worden volgebouwd of verhard.


Milieuschadelijke subsidies zoals gunsttarieven voor professionele diesel moeten worden afgebouwd volgens de richtlijnen van de OESO om de overgang naar duurzame landbouw te versnellen.
Het beëindigen van deze subsidies maakt middelen vrij die veel gerichter kunnen worden ingezet om de milieudruk van de landbouwsector op de natuur te verlagen.
Herstel van biodiversiteit vraagt om een driecompartimentenplan met een specifieke zone voor natuurinclusieve landbouw in overgangsgebieden tussen natuur en productie.
In dit derde landschapscompartiment moet natuur voorrang krijgen op primaire productie waarbij landbouwers een eerlijke vergoeding krijgen voor hun maatschappelijke ecosysteemdiensten.
Vandaag wordt 14 procent van het agrarisch gebied in Vlaanderen niet voor landbouw gebruikt door verpaarding en vertuining wat ruimte biedt om de landbouw effectief te extensiveren.


De consumptie van dierlijke eiwitten in de EU moet drastisch omlaag om te voorkomen dat de productie simpelweg naar het buitenland verschuift waar de ecologische impact vaak nog groter is.
Een Agrarisch Natuurbeheerplan kan boeren rechtszekerheid bieden via gebiedsgericht maatwerk waarbij landbouwers zelf hun maatregelen kiezen zolang de doelen worden behaald.
Dit instrument kan worden gekoppeld aan de belofte van de overheid om gedurende het contract geen wijziging van de agrarische bestemming door te voeren.
Jonge landbouwers hebben nood aan multidisciplinair onderwijs waarin landbouw en biodiversiteit samen worden onderwezen met aandacht voor alternatieve methoden van gewasbescherming.

Van de 340 soorten wilde bijen in ons land is 26,5 procent kwetsbaar en 15 procent ernstig bedreigd terwijl 10,3 procent reeds regionaal is uitgestorven.
De EU Natuurherstelwet verplicht ons om deze afname van bestuivers tegen 2030 om te buigen via meer inheemse bloeiende planten en nestgelegenheid nabij de gewassen.
Het Vlaams Houtkantenplan moet kwalitatief worden versterkt omdat deze elementen cruciale diensten zoals erosiebestrijding en natuurlijke plaagbestrijding op de akkers leveren.
Natuurverbindingen zorgen ervoor dat de otter weer een plek vindt als graadmeter voor de waterkwaliteit en de ontsnippering in de Noorder- en Voorkempen.
Het stikstofbeleid moet effectiever worden afgestemd op milieumaatregelen waarbij een totale nul-bemesting in VEN-gebied en habitatrichtlijngebieden op termijn absoluut noodzakelijk is.
Contact met groen verbetert onze mentale en fysieke gezondheid waarbij groen op voorschrift een waardevolle aanvulling kan zijn in de Vlaamse eerstelijnszorg.
In onze steden moeten we streven naar de 3-30-300-norm waarbij elke woning direct uitzicht heeft op minstens drie volwassen bomen voor een beter welzijn.


Gemiddeld bedraagt de groenbedekking op wijkniveau nu slechts 14 procent en minder dan één procent van de locaties haalt de dertig procent norm voor groen in de buurt.
Slechts vijf procent van de Vlamingen woont momenteel op een afstand van maximaal 300 meter van publiek toegankelijk groen wat de druk op natuurgebieden verhoogt.
Grote volwassen bomen moeten prioritair worden behouden omdat zij aanzienlijk meer gezondheidsvoordelen bieden en meer CO2 opslaan dan jonge aanplantingen in nieuwe parken.
Stedelijke vergroening moet zich vooral richten op economisch kwetsbare wijken om de gezondheidskloof en de impact van hittestress tussen bevolkingsgroepen te verkleinen.
Industriegebieden lenen zich uitstekend voor de ontwikkeling van nieuwe stadsbossen terwijl residentiële wijken kunnen worden omgevormd tot biodiverse en klimaatrobuuste savannes.


Beleidsevaluatie door een centrale dienst is onontbeerlijk om expertise op te bouwen en transparantie te bieden over de werkelijke resultaten van het biodiversiteitsbeleid.
Doelstellingen moeten wetenschappelijk worden onderbouwd waarbij de reactie van de natuurlijke omgeving nauwgezet wordt gemonitord en lessen worden getrokken uit eerdere ervaringen.
Labels zoals MSC en FSC moeten veel breder onder de aandacht worden gebracht om consumenten te helpen bij het maken van duurzame en bewuste keuzes in de winkel.
Natuureducatie in het onderwijs moet worden versterkt via groene speelplaatsen en schoolmoestuinen om de waardering voor de Vlaamse biodiversiteit van jongs af aan te vergroten.
Alleen door sectoroverschrijdend samen te werken kunnen we de natuurlijke rijkdom van onze regio veiligstellen voor de generaties die na ons in Vlaanderen komen.
Investeren in biodiversiteit is geen luxe maar een noodzakelijke voorwaarde voor een leefbare gezonde en veerkrachtige samenleving voor iedere Vlaming.
Moedige politieke beslissingen die verder reiken dan één regeercyclus zijn nodig om de biodiversiteitscrisis in Vlaanderen daadwerkelijk en met de nodige urgentie te bezweren.
Gecoördineerde actie op het vlak van landbouw gezondheid en klimaat is de enige weg om de snelle erosie van onze kostbare natuurlijke rijkdommen effectief te stoppen.