De onzichtbare dreiging in ons drinkwater: waarom GroenRand zich grote zorgen maakt over triazolen en TFA
Het drinken van een glas water uit de kraan is voor de meeste Vlamingen een handeling zonder nadenken.
Toch is die vanzelfsprekendheid het afgelopen jaar fundamenteel gaan wankelen.
Wat begon als een lokale melding in de Westhoek, is uitgegroeid tot een nationaal dossier over volksgezondheid, milieubeleid en de invloed van lobbygroepen. De ontdekking van triazolen en trifluorazijnzuur (TFA) in ons water legt een pijnlijk conflict bloot tussen de industriële en agrarische belangen enerzijds en het recht op zuiver water anderzijds.
Terwijl de politiek worstelt met normen en plannen, groeit de onrust bij organisaties als GroenRand en bij honderdduizenden burgers die zich afvragen wat de langetermijngevolgen zijn van de chemische cocktail in hun glas.
De kern van het probleem ligt bij de aard van de stoffen die momenteel in onze waterlopen worden aangetroffen. 1,2,4-triazolen zijn geen producten die rechtstreeks in een fabriek worden gemaakt om te lozen. Het zijn de afbraakproducten, ook wel metabolieten genoemd, van schimmelwerende pesticiden uit de landbouw.
TFA is op zijn beurt het afbraakproduct van een groep PFAS-pesticiden.
Hoewel de landbouwsector vaak als hoofdschuldige wordt aangewezen, is de realiteit complexer.
Ook de industrie en onze eigen huishoudens zorgen voor een constante aanvoer van triazolen en TFA in het wateroppervlak.
Toch is die vanzelfsprekendheid het afgelopen jaar fundamenteel gaan wankelen.
Wat begon als een lokale melding in de Westhoek, is uitgegroeid tot een nationaal dossier over volksgezondheid, milieubeleid en de invloed van lobbygroepen. De ontdekking van triazolen en trifluorazijnzuur (TFA) in ons water legt een pijnlijk conflict bloot tussen de industriële en agrarische belangen enerzijds en het recht op zuiver water anderzijds.
Terwijl de politiek worstelt met normen en plannen, groeit de onrust bij organisaties als GroenRand en bij honderdduizenden burgers die zich afvragen wat de langetermijngevolgen zijn van de chemische cocktail in hun glas.
De kern van het probleem ligt bij de aard van de stoffen die momenteel in onze waterlopen worden aangetroffen. 1,2,4-triazolen zijn geen producten die rechtstreeks in een fabriek worden gemaakt om te lozen. Het zijn de afbraakproducten, ook wel metabolieten genoemd, van schimmelwerende pesticiden uit de landbouw.
TFA is op zijn beurt het afbraakproduct van een groep PFAS-pesticiden.
Hoewel de landbouwsector vaak als hoofdschuldige wordt aangewezen, is de realiteit complexer.
Ook de industrie en onze eigen huishoudens zorgen voor een constante aanvoer van triazolen en TFA in het wateroppervlak.
Kristine De Schamphelaere van PAN Europe, een organisatie die op Europees niveau strijdt voor een betere bescherming van milieu en gezondheid tegen pesticiden, benadrukt dat het hier om ronduit toxische stoffen gaat.
De wetenschappelijke feiten zijn verontrustend.
Dierenproeven tonen aan dat triazool en TFA schadelijk kunnen zijn voor de voortplanting.
Bij bepaalde concentraties TFA werden verminderde vruchtbaarheid en afwijkingen bij het nageslacht vastgesteld.
Wetenschappers maken zich grote zorgen over de totale, chronische blootstelling aan deze verschillende stoffen tegelijkertijd, wat een verhoogd gezondheidsrisico met zich meebrengt. In de provincie West-Vlaanderen is de situatie het meest precair.
Van al het drinkwater in Vlaanderen is het water van drinkwaterproductiecentrum De Blankaart in Diksmuide het zwaarst vervuild met triazolen.
De metingen daar liggen vaak een flink stuk boven de Europese voorzorgsnorm van 0,1 microgram per liter.
Ook de TFA-waarden in het water zijn er extreem hoog. Het grote probleem is technisch van aard.
Deze stoffen zijn bijna niet uit het drinkwater te halen, zelfs niet met de meest geavanceerde en dure filtertechnieken.
Omdat De Blankaart drinkwater voorziet voor maar liefst 363.000 mensen in de regio Diksmuide en Ieper, zat de Vlaamse overheid met de rug tegen de muur.
Om de regio van water te kunnen blijven voorzien, nam omgevingsminister Jo Brouns een jaar geleden een uiterst omstreden besluit.
Hij verhoogde de norm voor triazolen voor de vier productiecentra van De Watergroep in West-Vlaanderen naar 1 microgram per liter. Dit is een vertienvoudiging van de Europese norm.
Deze tijdelijke afwijking werd goedgekeurd voor een periode van twee jaar en geldt nog tot het einde van dit jaar. In de tussentijd had minister Brouns met een officieel drinkwaterplan moeten komen om de schadelijke stoffen in het drinkwater structureel te beperken.
Dat plan had eind vorig jaar al op de tafel van de Vlaamse regering moeten liggen, maar het werd keer op keer uitgesteld en zal vermoedelijk pas na de paasvakantie landen.
De kritiek op dit uitstel is niet mals
Verschillende middenveldorganisaties en overheidsinstanties die het ontwerpplan off the record konden inkijken, spreken van een flauw plan.
De kern van de kritiek luidt dat minister Brouns te veel zijn eigen achterban en lobbygroep, de landbouw en de Boerenbond, wil verdedigen in plaats van de volksgezondheid te beschermen.
Een van de meest controversiële punten in het ontwerpplan is dat de minister de tijdelijke verhoging van de Europese norm met factor tien simpelweg wil verlengen.
Omgevingsadvocaat Isabelle Larmuseau noemt deze gang van zaken een regelrechte schande. Foto: Wouter Van Vooren
Volgens haar is er geen enkele rechtsgrond voor zo’n afwijking en is dit beleid flagrant onwettig.
Het resultaat is dat honderdduizenden West-Vlamingen blootgesteld blijven aan tien keer meer pesticiden in hun drinkwater dan de rest van Vlaanderen.
Larmuseau stelt onomwonden dat dit spelen is met de gezondheid van de West-Vlamingen.
Minister Brouns zelf blijft echter benadrukken dat zelfs de verhoogde norm de volksgezondheid niet bedreigt.
Ook De Watergroep, die de productiecentra in Diksmuide en Ieper uitbaat, beweert dat het kraantjeswater honderd procent veilig is. Desondanks groeit de angst bij de bevolking in de Westhoek en durft lang niet iedereen nog water uit de kraan te drinken.
Deze bezorgdheid beperkt zich niet tot de provincie West-Vlaanderen alleen.
Ook in de provincie Antwerpen zijn er cijfers bekend die wijzen op de aanwezigheid van deze toxische stoffen in het water.
De milieuorganisatie GroenRand maakt zich hierover grote zorgen en trekt aan de alarmbel.
Zij zien dat de opgetelde effecten van industriële lozingen en landbouwpesticiden ook in de Antwerpse regio de waterkwaliteit onder druk zetten.
Kristine De Schamphelaere van PAN Europe bevestigt deze bezorgdheid.
Hoewel een korte blootstelling aan een beperkte dosis weinig risico geeft, is een constante blootstelling aan kleine doses van meerdere stoffen tegelijk een heel ander verhaal.
We worden immers niet alleen via water blootgesteld, maar ook via voedsel en andere wegen.
Het gebrek aan transparantie over de cijfers in Antwerpen versterkt het wantrouwen bij organisaties als GroenRand.
Zij eisen dat de overheid niet langer dweilt met de kraan open door normen te verhogen, maar kiest voor een harde aanpak aan de bron.
De enige echte oplossing voor dit probleem is immers een verbod op bepaalde pesticiden.
Dit is een standpunt dat gedeeld wordt door zowel PAN Europe als De Watergroep zelf.
Het principe is simpel.
Wat niet in het drinkwater geraakt, hoeft er nadien ook niet uitgefilterd te worden.
Gezien de enorme technische moeilijkheid en de hoge kosten om triazolen en TFA te filteren, is een verbod de enige logische stap.
Echter, in het huidige ontwerpplan van de minister wordt met geen woord gerept over een dergelijk verbod.
Dit staat in schril contrast met het beleid in onze buurlanden. Nederland, Denemarken, Noorwegen en Zweden verbieden PFAS-pesticiden immers wel al.
Ook Wallonië heeft reeds strengere regels ingevoerd die pesticiden weren uit grondwaterwinningsgebieden.
Minister Jo Brouns wenst vooralsnog niet inhoudelijk te reageren op de kritiek op het drinkwaterplan om niet vooruit te lopen op de inhoud. In een korte schriftelijke reactie laat hij wel weten dat het zijn bedoeling is om tot een sterk en gedragen plan te komen dat zowel de bevoorradingszekerheid als de kwaliteit van ons drinkwater garandeert.
Voor veel burgers en milieuorganisaties zoals GroenRand klinkt dit echter als een holle belofte zolang de normen verhoogd blijven en de landbouwlobby gespaard wordt.
De situatie in Vlaanderen bevindt zich op een kritiek punt.
Kiest de overheid voor de kortetermijnbelangen van de agro-industrie, of voor het fundamentele recht op zuiver en veilig drinkwater voor al haar inwoners?
De komende maanden zullen uitwijzen of het drinkwaterplan een effectief wapen wordt tegen vervuiling, of een document dat de status quo van normverhogingen en vervuiling legitimeert.
Voor de inwoners van Antwerpen en West-Vlaanderen is de boodschap van organisaties zoals GroenRand duidelijk.
Gezondheid mag nooit het sluitstuk van politieke compromissen zijn.
Het plan moet een halt toeroepen aan de chronische blootstelling aan deze zorgwekkende stoffen, voordat de gevolgen voor de volksgezondheid onomkeerbaar blijken.
Alleen door pesticiden aan de bron aan te pakken, kan het vertrouwen in het kraantjeswater weer worden hersteld.
Een van de meest controversiële punten in het ontwerpplan is dat de minister de tijdelijke verhoging van de Europese norm met factor tien simpelweg wil verlengen.
Omgevingsadvocaat Isabelle Larmuseau noemt deze gang van zaken een regelrechte schande. Foto: Wouter Van Vooren
Volgens haar is er geen enkele rechtsgrond voor zo’n afwijking en is dit beleid flagrant onwettig.
Het resultaat is dat honderdduizenden West-Vlamingen blootgesteld blijven aan tien keer meer pesticiden in hun drinkwater dan de rest van Vlaanderen.
Larmuseau stelt onomwonden dat dit spelen is met de gezondheid van de West-Vlamingen.
Minister Brouns zelf blijft echter benadrukken dat zelfs de verhoogde norm de volksgezondheid niet bedreigt.
Ook De Watergroep, die de productiecentra in Diksmuide en Ieper uitbaat, beweert dat het kraantjeswater honderd procent veilig is. Desondanks groeit de angst bij de bevolking in de Westhoek en durft lang niet iedereen nog water uit de kraan te drinken.
Deze bezorgdheid beperkt zich niet tot de provincie West-Vlaanderen alleen.
Ook in de provincie Antwerpen zijn er cijfers bekend die wijzen op de aanwezigheid van deze toxische stoffen in het water.
De milieuorganisatie GroenRand maakt zich hierover grote zorgen en trekt aan de alarmbel.
Zij zien dat de opgetelde effecten van industriële lozingen en landbouwpesticiden ook in de Antwerpse regio de waterkwaliteit onder druk zetten.
Kristine De Schamphelaere van PAN Europe bevestigt deze bezorgdheid.
Hoewel een korte blootstelling aan een beperkte dosis weinig risico geeft, is een constante blootstelling aan kleine doses van meerdere stoffen tegelijk een heel ander verhaal.
We worden immers niet alleen via water blootgesteld, maar ook via voedsel en andere wegen.
Het gebrek aan transparantie over de cijfers in Antwerpen versterkt het wantrouwen bij organisaties als GroenRand.
Zij eisen dat de overheid niet langer dweilt met de kraan open door normen te verhogen, maar kiest voor een harde aanpak aan de bron.
De enige echte oplossing voor dit probleem is immers een verbod op bepaalde pesticiden.
Dit is een standpunt dat gedeeld wordt door zowel PAN Europe als De Watergroep zelf.
Het principe is simpel.
Wat niet in het drinkwater geraakt, hoeft er nadien ook niet uitgefilterd te worden.
Gezien de enorme technische moeilijkheid en de hoge kosten om triazolen en TFA te filteren, is een verbod de enige logische stap.
Echter, in het huidige ontwerpplan van de minister wordt met geen woord gerept over een dergelijk verbod.
Dit staat in schril contrast met het beleid in onze buurlanden. Nederland, Denemarken, Noorwegen en Zweden verbieden PFAS-pesticiden immers wel al.
Ook Wallonië heeft reeds strengere regels ingevoerd die pesticiden weren uit grondwaterwinningsgebieden.
Minister Jo Brouns wenst vooralsnog niet inhoudelijk te reageren op de kritiek op het drinkwaterplan om niet vooruit te lopen op de inhoud. In een korte schriftelijke reactie laat hij wel weten dat het zijn bedoeling is om tot een sterk en gedragen plan te komen dat zowel de bevoorradingszekerheid als de kwaliteit van ons drinkwater garandeert.
Voor veel burgers en milieuorganisaties zoals GroenRand klinkt dit echter als een holle belofte zolang de normen verhoogd blijven en de landbouwlobby gespaard wordt.
De situatie in Vlaanderen bevindt zich op een kritiek punt.
Kiest de overheid voor de kortetermijnbelangen van de agro-industrie, of voor het fundamentele recht op zuiver en veilig drinkwater voor al haar inwoners?
De komende maanden zullen uitwijzen of het drinkwaterplan een effectief wapen wordt tegen vervuiling, of een document dat de status quo van normverhogingen en vervuiling legitimeert.
Voor de inwoners van Antwerpen en West-Vlaanderen is de boodschap van organisaties zoals GroenRand duidelijk.
Gezondheid mag nooit het sluitstuk van politieke compromissen zijn.
Het plan moet een halt toeroepen aan de chronische blootstelling aan deze zorgwekkende stoffen, voordat de gevolgen voor de volksgezondheid onomkeerbaar blijken.
Alleen door pesticiden aan de bron aan te pakken, kan het vertrouwen in het kraantjeswater weer worden hersteld.