woensdag 22 april 2026

Vandaag, op deze 22ste april 2026, viert de natuurvereniging GroenRand vol trots haar tiende verjaardag

Vandaag, op 22 april 2026, viert natuurvereniging GroenRand trots haar tiende verjaardag


De pen van Glenn

De datum is diep geworteld in symboliek, want exact tien jaar geleden kwamen lokale natuurliefhebbers samen in taverne De Kolonie in Brecht om een krachtig antwoord te bieden op de klimaatcrisis.
Wat destijds begon als een kleinschalig burgerinitiatief onder impuls van oprichter Dirk Weyler, is inmiddels uitgegroeid tot de meest invloedrijke ecologische stem in de gehele Antwerpse Kempen.


Vandaag de dag beschikt de vereniging over een actieve achterban van 251 trouwe leden en een professioneel kernteam van zestien medewerkers, waaronder gidsen, fotografen en de huiscartoonist Gie Campo (Gier).


Hoewel Dirk Weyler vandaag nog steeds met passie de communicatiekanalen beheert en als woordvoerder fungeert, ligt de algemene coördinatie inmiddels in de vertrouwde handen van Pieter Haagdorens.


Samen hebben zij onvermoeibaar gestreden voor een ontsnipperd landschap, waarbij de rubriek "De Pen van Glenn" optreedt als het strategische en literaire hart van hun werking.
Het personage achter deze pen, Glenn Solastalgie, is een zorgvuldig geconstrueerd manifest voor modern natuurbehoud.


De voornaam Glenn is afgeleid van het Keltische woord voor vallei, de plek waar water van de flanken naar beneden stroomt en waar historisch de hoogste biodiversiteit te vinden is.
In de visie van de vereniging staat deze naam symbool voor de beekvalleien die als natuurlijke aders door de regio lopen en als logische corridors verschillende landschappen met elkaar verbinden.
Net zoals een Keltische vallei beschutting biedt en een eigen microklimaat creëert, fungeert Glenn als pleitbezorger voor natuur die als buffer dient tegen hitte en droogte.


De achternaam Solastalgie refereert aan het concept van filosoof Glenn Albrecht over de existentiële pijn die gepaard gaat met het verlies van de vertrouwde natuurlijke leefomgeving.
Deze scherpe pen heeft de afgelopen tien jaar de weg geëffend voor grootschalige projecten, met de Antitankgracht als de absolute blauw-groene ruggengraat van de regio.
Deze 33 kilometer lange historische verdedigingslinie is door GroenRand getransformeerd van een militair relict naar een vitale migratieroute voor zeldzame soorten zoals de otter en de boommarter.
In november 2019 werd de campagne rond Olga de Otter gelanceerd nadat sporenonderzoek door het INBO haar aanwezigheid in de gracht definitief bevestigde.


Om ook de jeugd bij dit verhaal te betrekken, verspreidde de vereniging 600 exemplaren van het voorleesboekje 'Olga Otter wordt ziek', waarin de link tussen waterkwaliteit en ontsnippering tastbaar werd gemaakt.
De otter fungeert als een cruciale paraplusoort, waarbij maatregelen voor haar habitat de volledige regionale biodiversiteit ten goede komen.
Naast de otter fungeert de boommarter als een essentiële gidssoort voor de strategische bosverbindingen langs de gracht.


De boommarter gedijt in een aaneenschakeling van waardevolle boskernen die direct aan de Antitankgracht grenzen en als kralen aan een snoer fungeren.
Gebieden zoals het Zoerselbos, het Schildehof, het uitgestrekte 's-Gravenwezelbos, het Drijhoeksbos en de bossen rond het Fort van Oelegem vormen zijn natuurlijke leefgebied.
Ook in De Inslag in Brasschaat, het Wolvenbos en het Mastenbos in Kapellen is deze schuwe bewoner van oude bossen een vaste waarde geworden.
Zijn aanwezigheid in deze groene zones bewijst dat de ecologische verbindingen daadwerkelijk functioneren, mits de barrières tussen deze kernen consequent worden weggewerkt.
Om deze visie wetenschappelijk te onderbouwen, heeft GroenRand ingezet op diverse ontwerpend onderzoeken in samenwerking met het Departement Omgeving en bureau Hesselteer.
Cruciale studies omvatten het knelpuntonderzoek aan de Turnhoutsebaan (N12) in Schilde om de verbinding tussen het Schildehof en het Drijhoeksbos te herstellen via nieuwe fauna-oversteekplaatsen.
Ook het onderzoek naar Klimaatpark De Zwaan aan de Brechtsebaan in Schoten en de ontsnippering van de Schietvelden tonen aan hoe barrières zoals de Essensteenweg effectief kunnen worden opgeheven.
Deze studies vormen de fundamenten voor de vijftien projectfiches die bij de Vlaamse overheid zijn ingediend met het oog op integraal hydrologisch herstel.
Dit plan omvat essentiële slibruimingen in de Antitankgracht en het opnieuw laten meanderen van de vier kruisende beken, zijnde de Kaartse beek, de Laarse beek, het Klein Schijn en het Groot Schijn.
Een specifiek en urgent dossier betreft het heropenen van de gedempte gedeelten van de gracht, zoals in Brecht en ter hoogte van Schildestrand (Moerhoflaan), waarvoor GroenRand pleit voor technische saneringsonderzoeken.


De Klimaatgordel vormt hierbij een onmisbaar onderdeel van het overkoepelende Complex Project De Nieuwe Rand.
Voor het versterken van deze Klimaatgordel, specifiek binnen de GroenRand-regio, is een gerichte investering van 11,5 miljoen euro noodzakelijk.
Al deze ambities zijn inmiddels samengebracht onder de allesomvattende vlag van het visionaire project Greenconnect.
Greenconnect streeft enerzijds naar de erkenning van een Nationaal Park aan de Vlaamse kant, in nauwe aansluiting bij het bestaande Grenspark aan de Nederlandse zijde.
Dit Vlaamse luik focust op de grootschalige koppeling van de Schietvelden met de aanleunende bossen van de Antitankgracht en de uitgestrekte Kalmthoutse Heide.
GroenRand waakt er hierbij streng over dat de oppervlaktecriteria voor nationale parken niet worden verwaterd om het kostbare kwaliteitslabel te beschermen.


Als tussenoplossing voor gebieden die de drempel van 10.000 hectare niet halen, stimuleert de vereniging het nieuwe type van het Regionaal Klimaatpark van circa 3.000 hectare.
Dit voorstel vertrekt vanuit gemeenten die hun klimaatplannen proactief samenleggen en hierin specifiek een hoofdstuk ‘nature-based solutions’ opnemen.
Het belangrijkste praktijkvoorbeeld hiervan is het Regionaal Klimaatpark dat de verbinding realiseert tussen het Vrieselhof, het Zoerselbos en de heropleving van het vliegveld in Malle.
Op dit vliegveld is, in nauwe samenwerking met het Agentschap voor Natuur en Bos, inmiddels ruim 80.000 vierkante meter storend asfalt en beton geruimd.
Deze ingreep maakte de weg vrij voor het herstel van het zeldzame stuifduinlandschap dat vandaag officieel in ere werd hersteld.
Innovatie speelt een absolute sleutelrol in deze toekomstvisie, wat onder meer tot uiting komt in het pleidooi voor een modern beverbeleid op basis van vijf pijlers.
Dit behelst het gebruik van Digital Twins, snelle schadevergoedingen, de installatie van beverpipes, een focus op co-existentie en doorgedreven educatie.
Via de Pen van Glenn worden de "juridische sloten", de bureaucratische hindernissen voor natuurherstel, onvermoeibaar aangeklaagd.


De maatschappelijke impact van de vereniging wordt jaarlijks onderstreept door de uitreiking van de prestigieuze Groene Duim.


In 2026 ging deze prijs naar Wouter Patho en Gie Campo, in 2025 naar Els Beeckx en in 2024 naar Dieter Coppens voor hun uitzonderlijke inzet.


Ook bekende natuurambassadeurs zoals Dirk Draulans, bioloog Anne Stuer en de Mooimakers Tom Van Thienen, Luc Vermeersch en Jef Helderweert werden geëerd.


Zelfs de vzw Red de Voorkempen ontving deze erkenning voor hun jarenlange strijd voor het behoud van de open ruimte.


GroenRand voert tevens actieve politieke druk uit via diverse volksvertegenwoordigers om ministers scherp te bevragen over de voortgang van de Blue Deal en het VAPEO-programma.
Vanaf mei 2026 verschuift de rol van de organisatie definitief naar die van een onafhankelijke toezichthouder die de overheid streng zal toetsen op de feitelijke uitvoering.
De focus wordt hierbij verlegd naar de burger als actieve natuurbeschermer en lokale ambassadeur op het terrein.
De kostbare erfenis van deze eerste tien jaar is een weerbare Voorkempen waar de natuur eindelijk weer fungeert als een verbonden thuis voor mens en dier.

GroenRand viert tiende verjaardag met koerswijziging: “Tijd van sensibiliseren is voorbij, hoog tijd voor druk op het beleid”

GroenRand viert tiende verjaardag met koerswijziging: “Tijd van sensibiliseren is voorbij, hoog tijd voor druk op het beleid”


BRECHT/ VOORKEMPEN -  Op woensdag 22 april, symbolisch op de internationale Dag van de aarde, viert de vereniging haar tiende jubileum en zet dan de publiekswerking stop. Voortaan wil GroenRand vooral achter de schermen wegen op het natuurbeleid in de Voorkempen.

Elke Lamens

21 april 2026 om 11:30



GroenRand ontstond in 2016, in hetzelfde jaar waarin het Klimaatakkoord van Parijs werd ondertekend.
Wat begon als een kleinschalig initiatief van geëngageerde natuurliefhebbers, groeide in tien jaar uit tot een regionale speler in natuurverbinding en landschapsbeheer.

De vereniging zette zich de afgelopen jaren in voor het verbinden van versnipperde natuurgebieden in de Voorkempen, met de Antitankgracht als ecologische ruggengraat.
Met een netwerk van zestien gidsen, schrijvers en fotografen bracht GroenRand natuurverhalen onder de aandacht van een breed publiek.

 

“Informeren alleen volstaat niet meer. De natuurdoelen staan op papier, maar de uitvoering blijft achterwege. De plannen zijn er, de budgetten niet. Politieke beloften blijven te vaak steken in mooie woorden”

Pieter Haagdorens
Woordvoerder GroenRand

Na tien jaar wandelingen, lezingen en sensibilisering trekt de natuurvereniging een duidelijke conclusie: “Informeren alleen volstaat niet meer.
De natuurdoelen staan op papier, maar de uitvoering blijft achterwege. De plannen zijn er, de budgetten niet.
Politieke beloften blijven te vaak steken in mooie woorden”, benadrukt woordvoerder Pieter Haagdorens. GroenRand wil daarom voortaan vanuit de coulissen druk zetten op het beleid. “Onze centrale missie Greenconnect blijft ongewijzigd: de natuur in onze regio versterken door verbindingen te creëren tussen waardevolle gebieden.”

Hoewel de nood hoog is, voorziet de regering tot 2031 geen budget voor het Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering (VAPEO).
“Of het nu gaat om de ontsnippering van de Schietvelden, de Turnhoutsebaan in Schilde, de Brechtsebaan in Schoten of het heropenen van gedempte waterlopen in Sint-Job en Schildestrand, er is geen geld voor.”

Interactief platform

Met het stopzetten van de publiekswerking erkent GroenRand impliciet ook de grenzen van klassieke natuurverenigingen.
Waar jarenlang werd ingezet op draagvlak creëren, kiest de organisatie nu voor een uitgesproken politieke rol.
Om die kracht bij te zetten, transformeerde GroenRand de website tot een interactief informatieplatform.
Daar worden voortaan resultaten uit de commissie Leefmilieu opgevolgd en gepubliceerd, zodat burgers kunnen nagaan in welke mate beleidsbeloften worden omgezet in concrete maatregelen.
De vereniging gaf haar boodschap de voorbije jaren bewust een emotionele lading, onder meer via de columns van Glenn Solastalgie.
De naam verwijst enerzijds naar het Keltische woord Glenn, dat ‘vallei’ betekent, als symbool voor verbinding in het landschap. Anderzijds verwijst solastalgie naar de term van de Australische filosoof Glenn Albrecht, solacium (troost) en algia (pijn), het verdriet dat ontstaat wanneer een vertrouwde leefomgeving door menselijke ingrepen wordt aangetast.
Naast beleidsanalyses via het onlinekanaal De pen van Glenn bevat het platform ook een uitgebreid fotoarchief van acht natuurfotografen, die de biodiversiteit en landschappen in de regio documenteren.


Cartoonist Gie Campo, bekend onder de naam Gier, krijgt een prominente plaats op het vernieuwde platform.
Met kritische spotprenten legt hij knelpunten in het Vlaamse natuurbeleid bloot.
Hij kreeg recent nog de Groene Duim-prijs.
Zijn cartoons ondersteunen de kritiek van GroenRand op het gebrek aan middelen voor ecologische ontsnippering.

Keerpunt na tien jaar

De jubileumviering van GroenRand markeert daardoor meer dan een verjaardag: het is een breekpunt en tegelijk een krachtig signaal.
“De natuur in de Voorkempen heeft geen nood meer aan extra visies of plannen, maar aan politieke keuzes.”
Of GroenRand vanuit de coulissen meer zal bereiken dan op het terrein, moet nog blijken.
Maar dat het geduld met het naar verluidt ‘trage’ natuurbeleid op is, mag duidelijk zijn uit deze koerswijziging. Hier kan je het artikel vinden

De Natuurgeheimen en de vogel-encyclopedie van Frank Vermeiren in de Voorkempen

De natuurgeheimen en de vogelencyclopedie van Frank Vermeiren in de Voorkempen


Het is weer tijd om de veters strak te trekken en de verrekijker af te stoffen, want Frank Vermeiren duikt voor GroenRand opnieuw het struikgewas in voor zijn indrukwekkende vogel-encyclopedie.
In deze reeks ontsluit deze gepassioneerde reporter uit Brecht de natuurpracht van de Voorkempen, waarbij hij de 'groene ruggengraat' van de regio — de Antitankgracht — als vast decor gebruikt.
Zijn werk kenmerkt zich door een diepe verwondering en het vermogen om de kijker mee te nemen in de 'verborgen soaps' van de vogelwereld.


Zo bracht hij reeds indrukwekkende portretten van de havik, de blauwborst en de grote zilverreiger, die hij treffend de 'Witte Ridder van de Voorkempen' noemde.
Frank documenteert niet alleen zeldzame soorten zoals de ijsvogel of de nachtegaal in het Viersels Gebroek, maar schenkt ook aandacht aan de vliegende architecten zoals de huis- en boerenzwaluw en de acrobatische kievit.
In deze aflevering is Frank bij de letter ‘k’ aangekomen, de kleine karekiet, een bewoner van de GroenRand regio die je vooral moet zoeken in de specifieke rietmoerassen en beekvalleien.


Hoewel deze vogel in heel Vlaanderen voorkomt, vindt hij in natuurgebieden zoals De Pont in Schilde of langs de oevers van het Schijn het ideale biotoop om te broeden.
De kleine karekiet is een echte zomergast en een wonderbaarlijke lange-afstandstrekker die pas in de loop van april vanuit Afrika naar onze streken terugkeert en hier blijft tot ongeveer oktober.
Hij overwintert in de verre moerassen van Afrika en legt jaarlijks duizenden kilometers af om precies in dezelfde rietkraag in de Voorkempen uit te komen.
Je herkent zijn aanwezigheid vaak sneller met je oren dan met je ogen, vanuit de dichte rietkragen laat hij zijn karakteristieke, ritmische en krakende zang horen.
Zijn zang wordt echter regelmatig verward met die van de bosrietzanger, een vogel die uiterlijk ook zeer sterk op hem lijkt.


De kleine karekiet is een typisch onopvallend vogeltje, hij is egaal gelig bruin van boven en vuilwit van onderen, verder heeft hij eigenlijk geen expliciete uiterlijke kenmerken.
Een relatief lange snavel is echter een belangrijke hulp voor Frank om hem te onderscheiden van de zeer gelijkende bosrietzanger tijdens het filmen.
Er is geen enkel visueel verschil tussen het mannetje en het vrouwtje, wat hun verborgen leven tussen de stengels nog mysterieuzer maakt voor de toeschouwer.
De kleine karekiet voedt zich voornamelijk met insecten zoals muggen, vliegen en kevers, die hij met uiterste precisie tussen de vegetatie vandaan pikt.
Ook spinnen en larven staan op het dagelijkse menu, en in de nazomer eet hij soms kleine bessen om extra energie op te slaan voor de grote trek.
Hij foerageert onvermoeibaar tussen het riet, waar hij behendig prooien vangt die zich op de bladeren en de verticale stengels bevinden.
De broedtijd van deze rietbewoner loopt van mei tot juli, een periode van intense activiteit in de beekvalleien van de Voorkempen.


Het vrouwtje bouwt een kunstig, komvormig nest dat ze met spinrag en plantenresten stevig vastmaakt tussen meerdere verticale rietstengels.
Ze legt meestal 3 tot 5 eieren, die gedurende ongeveer twee weken door de ouders worden bebroed in hun diepe, veilige wieg boven het water.
Zodra de jongen uitkomen, voeren beide ouders hen onophoudelijk, totdat de jongen na ongeveer 10 tot 12 dagen het nest al verlaten.
Opmerkelijk is dat deze jonge karekieten het nest al verlaten nog voordat ze eigenlijk goed kunnen vliegen, ze klauteren dan als kleine acrobaten door de stengels.
De kleine karekiet is echter ook de belangrijkste gastouder voor de koekoek, die haar eieren heimelijk in de karekietennesten legt.
Als pleegouder brengt de karekiet het koekoeksjong groot, vaak ten koste van de eigen eieren of jongen die door de indringer uit het nest worden gewerkt.
Ondanks deze natuurlijke strijd keren de volwassen vogels vaak trouw terug naar exact hetzelfde broedgebied waar ze het jaar ervoor succesvol waren.
Omdat hij zijn nest zo specifiek tussen stengels vlecht, is hij voor zijn overleving in de Voorkempen sterk afhankelijk van het behoud van overjaars riet langs vijvers en grachten.


De aanwezigheid van deze vogel is een graadmeter voor de kwaliteit van onze moerassen en de rust in de rietkragen.
Franks camera vangt echter meer dan alleen vogels, een van zijn meest unieke ontdekkingen was die van de mysterieuze zwarte ree in het Viersels Gebroek.
Dit dier, met de zeldzame genetische kleurafwijking melanisme, zorgde voor veel opwinding omdat het in de vrije natuur nauwelijks voorkomt.
Melanisme zorgt voor een overschot aan donker pigment, waardoor de ree een indrukwekkende, diepzwarte vacht krijgt in plaats van de gebruikelijke roodbruine kleur.


Waar de zwarte ree vroeger enkel op privé-landgoederen zoals het Hof van Boechout werd uitgezet voor de jacht, symboliseert zijn aanwezigheid vandaag de groeiende biodiversiteit.
Tegenwoordig wordt deze zwarte ree in de regio gezien als een icoon van de wilde natuur die zich herstelt en weer ruimte krijgt.
In de jachtwereld en bij natuurliefhebbers bestaat er een ongeschreven erecode, op een zwarte ree wordt nooit geschoten, het is een onaantastbaar symbool.
Zijn verschijning in de vroege ochtendnevel van het Gebroek is een moment van pure magie dat Frank met zijn lens voor altijd heeft vastgelegd.
Of het nu gaat om de 'ijdelheids-val' van de kauw of de verschijning van een zwarte ree, Frank Vermeiren weet de wilde natuur feilloos op beeld vast te leggen.
GroenRand deelt echter ook een dringende oproep, want door de mens verdwijnen de leefgebieden van vogels en andere dieren in een alarmerend tempo.


Er is steeds minder ruimte om rustig te broeden, te schuilen of simpelweg voldoende voedsel te vinden voor het nageslacht.
Wat er aan natuur overblijft in de Voorkempen raakt bovendien uitgeput door versnippering en de constante druk van de omliggende bebouwing.
De intensieve landbouw en de versnippering van het landschap zorgen ervoor dat de natuurlijke veerkracht van onze regio onder grote druk staat.
Maar GroenRand benadrukt dat het nog niet te laat is, samen kunnen we het tij keren door onze groene ruggengraat te versterken en rietmoerassen te herstellen.
Frank herinnert ons eraan dat we niet naar verre oorden hoeven te reizen om getuige te zijn van spectaculaire natuurverschijnselen zoals de trek van de karekiet of de zeldzame zwarte ree.
Een wandeling langs de Antitankgracht of een stil moment aan de rand van het Viersels Gebroek volstaat voor wie met open ogen kijkt.
Zijn werk is een ode aan de verwondering en een krachtige uitnodiging aan elke inwoner om de rijkdom van onze eigen streek te gaan ontdekken.
Frank blijft onvermoeibaar speuren, filmen en vertellen, want elke nieuwe opname is een essentieel puzzelstukje in zijn groeiende encyclopedie.


De kleine karekiet en de zwarte ree zijn slechts twee van de vele schatten die verborgen liggen in het struikgewas van de Voorkempen.
Elke keer als Frank zijn camera opstelt, onthult hij een wereld die voor de meeste voorbijgangers onzichtbaar blijft in de dagelijkse drukte.
Laten we koesteren wat we hebben en de vliegende architecten en mysterieuze bosbewoners de ruimte geven die ze zo hard nodig hebben om te overleven.
De passie van Frank Vermeiren en de inzet van GroenRand zijn de drijvende krachten achter het behoud van deze cruciale ecologische verbinding.
Zo blijft de Voorkempen een magische plek waar de kleine karekiet elk voorjaar zijn krakende lied kan aanheffen vanuit het oude riet.
Elke zin van dit verhaal getuigt van de noodzaak om onze natuur te koesteren, zodat ook toekomstige generaties de 'Witte Ridder' en de zwarte ree kunnen bewonderen.


Uiteindelijk leert Frank ons dat natuurbehoud begint bij echte verwondering, en die verwondering begint bij het leren kennen van de buren in onze eigen achtertuin.
Want alleen wat we kennen en waar we van houden, zullen we met passie blijven beschermen tegen de oprukkende verstedelijking.
Met elke stap die Frank in het Viersels Gebroek zet, groeit de hoop op een toekomst waarin natuur en mens in harmonie naast elkaar kunnen blijven bestaan.
De Antitankgracht fungeert hierbij als een reddingslijn voor talloze soorten die anders geen schijn van kans zouden maken in ons dichtbevolkte landschap.
Frank documenteert de kwetsbaarheid van dit evenwicht en spoort ons aan om de resterende groene snippers met zorg te beheren en waar mogelijk uit te breiden.
Door de verbondenheid van gebieden als De Pont, het Viersels Gebroek en de vallei van de Schijn te versterken, creëren we een robuust ecosysteem.


De kleine karekiet herinnert ons eraan dat kleine acties, zoals het laten staan van een pluk riet, een wereld van verschil maken voor een vermoeide reiziger uit Afrika.
Zo wordt zijn vogel-encyclopedie niet alleen een verzameling beelden, maar een krachtig manifest voor het behoud van de wilde Voorkempen.
Zolang Frank Vermeiren zijn veters blijft strikken, blijft de verborgen pracht van onze regio in het licht staan.

dinsdag 21 april 2026

GroenRand luidt de noodklok: De stille dood van de Vlaamse graslandvlinder en de roep om een robuust natuurbeleid

GroenRand slaat alarm: De stille verdwijning van de Vlaamse graslandvlinder en de oproep voor een sterk natuurbeleid


De pen van Glenn - Foto's: Frank Vermeiren

De Vlaamse vlinder fladdert minder, al vormen de bosvlinders momenteel de enige gelukkige uitzondering op een verder gitzwarte regel voor onze biodiversiteit.
De Vlaamse dagvlinders zijn met steeds minder en dat is geen vaag onderbuikgevoel, maar een wetenschappelijke vaststelling van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO).


Het aantal dagvlinders in Vlaanderen is in een tijdspanne van slechts 35 jaar gemiddeld met maar liefst 38 procent achteruitgegaan, een cijfer dat de ernst van de situatie onderstreept.
Sinds 1991 worden de dagvlinders in ons gewest systematisch opgevolgd door getrainde specialisten die wekelijks op vaste vlinderroutes wandelen om elke soort nauwgezet te tellen.
Dankzij deze jarenlange monitoring weten we dat er sinds 1991 ongeveer 55 soorten dagvlinders zijn gespot in Vlaanderen, maar dat de populaties van de meeste soorten dramatisch krimpen.


De soorten die momenteel nog het meest gezien worden, zijn het bruin zandoogje, het klein koolwitje en het bont zandoogje, al zijn ook zij niet immuun voor de negatieve trends.


De algemene trendlijn van de INBO-grafieken wijst onverbiddelijk naar beneden, waarbij de conclusie luidt dat er veel meer soorten achteruitgaan dan dat er vooruitgaan.
Vooral de vlinders van de graslanden, met het oranje zandoogje als triest boegbeeld, hebben het vandaag de dag ongekend moeilijk om het hoofd boven water te houden.
Graslandvlinders gaan gemiddeld met maar liefst 58 procent achteruit, wat direct gelinkt kan worden aan het acute gebrek aan bloemrijke weiden in ons moderne landschap.
Vereniging GroenRand stelt onomwonden dat deze cijfers het faillissement markeren van het huidige ruimtelijke natuurbeleid en de falende bescherming van onze open ruimte.
Er zijn verschillende complexe verklaringen voor de sterke terugval van graslandsoorten, waarbij het oranje zandoogje inmiddels officieel de status precair heeft gekregen.

Het oranje zandoogje is de belangrijkste ambassadeur van de graslandcrisis, deze vlinder houdt enorm van bloemrijke randen en bramen, maar hij vindt die veilige plekken nauwelijks nog in ons landschap.


De kleine vos was vroeger een van onze meest vertrouwde tuingasten, maar hij is nu een groot zorgenkind door de snelle achteruitgang van de brandnetelkwaliteit waarop zijn rupsen leven.


Het groot dikkopje is een kleine en snelle vlinder van vochtige graslanden en bosranden, deze soort lijdt echter zwaar onder de voortdurende verdroging van zijn natuurlijke habitat.


Het koevinkje is direct herkenbaar aan de opvallende oogvlekken op de onderkant van de vleugels, deze soort verliest in een ijltempo terrein in onze open Vlaamse landschappen.


Het zwartsprietdikkopje is een onopvallende maar uiterst belangrijke graslandvlinder, hij is het directe slachtoffer van een te intensief maaibeheer in onze bermen en weiden.
Door de klimaatverstoring worden we geconfronteerd met weerextremen, variërend van verzengende droge periodes tot extreem natte jaren, zoals het recente jaar 2024.
Te droog weer betekent dat waardplanten verdorren en er geen nectar beschikbaar is, terwijl extreem nat weer de fragiele vlinders fysiek belet om te vliegen en zich voort te planten.
De hoge stikstofwaarden in onze bodem, gecombineerd met de klimaatopwarming, doen planten en grassen bovendien sneller en hoger en veel dichter groeien dan biologisch wenselijk is.
Hierdoor ontstaat een bizar en dodelijk contrast op de bodem, de eitjes onderaan de plant liggen constant in de schaduw en blijven daardoor veel te koel voor hun ontwikkeling.
Terwijl de rupsen en eitjes juist zonnewarmte nodig hebben om te groeien, zorgt de dichte en door stikstof gepushte vegetatie voor een koud en vochtig microklimaat onderaan de stengels.


Het microklimaat aan de voet van de plant wordt door deze overmatige groei net koeler, wat de natuurlijke levenscyclus van de rupsen fnuikt voordat ze ooit kunnen verpoppen.
Graslanden in Vlaanderen worden bovendien vaak veel te intensief en op verkeerde tijdstippen gemaaid, waardoor bloemen nooit de kans krijgen om tot bloei te komen.
Dit gebrek aan bloei betekent een directe uitholling van de voedselvoorraad, aangezien er nauwelijks nog nectar te vinden is in de strak getrokken groene woestijnen van ons platteland.
Onderzoekers en GroenRand vermoeden bovendien dat het grootschalige gebruik van pesticiden in de landbouw een veel grotere en destructievere rol speelt dan officieel wordt toegegeven.
Bij het besproeien van landbouwpercelen waaien deze giffen voor een aanzienlijk deel uit naar de aangrenzende bermen en natuurgebieden waar de laatste vlinders overleven.
Hoewel dit effect van pesticidendrift moeilijk met exacte cijfers te isoleren is, is de correlatie tussen intensieve teelt en het verdwijnen van vele soorten onmiskenbaar.
GroenRand pleit daarom hartstochtelijk voor een strengere handhaving van brede spuitvrije zones en een totale afbouw van schadelijke middelen in de nabijheid van kwetsbare natuur.
Gelukkig zijn er ook soorten die momenteel in de lift zitten, zoals de atalanta die een bekende trek- en standvlinder is en sterk profiteert van de zachtere winters en de opwarming.


Het bont zandoogje is de grote winnaar in onze bossen en schaduwrijke tuinen, deze soort houdt enorm van de beschutting en de luwte die de Vlaamse bomen hem bieden.

De citroenvlinder is een van de allereerste vlinders die we in het voorjaar zien vliegen, hij doet het uitstekend dankzij de veroudering en de toenemende variatie in onze bossen.
Deze bosvlinders doen het goed dankzij de beschutting en de toenemende structuurvariatie die we de laatste jaren in onze Vlaamse bossen zien ontstaan.
In de periode van 2000 tot 2017 namen zij sterk toe en de laatste jaren blijven deze populaties stabiel, mede omdat bossen relatief koele plekken blijven in een opwarmend klimaat.
Dit succes toont aan dat bossen fungeren als een natuurlijke vluchtheuvel, maar het maskeert de tragedie die zich afspeelt in de open en onbeschermde graslanden van Vlaanderen.


Het bruin zandoogje is de meest getelde vlinder van Vlaanderen, het is een taaie soort die voorlopig nog stabiel en wijdverspreid in het grasland te vinden is.


De dagpauwoog blijft met zijn prachtige blauwe ogen op de vleugels een stabiele verschijning in onze tuinen, hij houdt voorlopig dapper stand tegen de achteruitgang.


Het groot koolwitje en het klein koolwitje zijn algemene witte vlinders die we vaak in de moestuin zien, hun populaties blijven op dit moment gelukkig goed op peil.


Het klein geaderd witje is herkenbaar aan de groenachtige aders op de onderkant van de vleugels, hij is een vaste en stabiele gast in onze vochtigere natuurgebieden.


Het landkaartje is een bijzondere vlinder die in de lente oranje is en in de zomer zwart, hij houdt momenteel goed stand in onze bosranden en ruigtes.


Het oranjetipje is de echte voorbode van de lente, de mannetjes met hun felle oranje vleugeltips zijn een stabiel zicht in de vochtige Vlaamse weilanden.


Toch zijn er veel soorten waarvan de trend onzeker is, zoals het icarusblauwtje dat de bekendste van de kleine blauwe vlinders is maar vecht voor zijn toekomst in de schrale graslanden.


Het boomblauwtje vliegt vaak hoog rond struiken en bomen in onze tuinen, maar de data zijn momenteel nog onvoldoende om een duidelijke trend te kunnen trekken.


De gehakkelde aurelia lijkt met zijn grillig gevormde vleugels perfect op een dor blaadje, zijn status schommelt echter sterk van jaar op jaar.


De distelvlinder is een bekende wereldreiziger die helemaal uit Afrika komt vliegen, door de enorme schommelingen per jaar is een langetermijntrend heel moeilijk te bepalen.


Het hooibeestje is een kleine oranje vlinder die laag over het gras vliegt, zijn populatie lijkt kwetsbaar maar de trend is voorlopig nog niet hard te maken met cijfers.


De kleine vuurvlinder is een schitterende oranje-rode vlinder van de heide en de schrale gronden, hij vecht momenteel voor zijn plekje in een snel veranderend landschap.
GroenRand benadrukt dat al deze dagvlinders veel meer zijn dan een decoratief element, ze zijn de ultieme graadmeter voor de gezondheid van onze volledige natuurlijke omgeving.
Het voortdurend uitstellen van een effectief stikstofbeleid en het gebrek aan robuuste natuurverbindingen is volgens de vereniging een historische blunder die we ons niet kunnen veroorloven.
De extreme fragmentatie van ons landschap zorgt ervoor dat vlinderpopulaties opgesloten raken op kleine eilandjes natuur, zonder dat er nog enige genetische uitwisseling mogelijk is.
Wie een eigen tuin bezit, kan gelukkig wel een verschil maken door bewust te kiezen voor inheemse bloemen die gedurende het hele seizoen rijkelijk nectar bieden aan insecten.
Door extra aandacht te besteden aan een biodiverse omgeving en door hier en daar wat meer begroeiing wild te laten staan, creëer je een essentieel nectartankstation voor vlinders.


Alleen al om de kwaliteit van onze eigen menselijke leefomgeving te bewaken, is het van cruciaal belang om de vinger aan de pols te houden bij deze kwetsbare indicatoren.
Het natuurbeleid in Vlaanderen en Europa moet volgens GroenRand en de wetenschappelijke wereld veel sneller en fundamenteler worden bijgestuurd om de neerwaartse spiraal te stoppen.
Het succes van de bosvlinders is het tastbare bewijs dat gericht natuurherstel werkt, mits we de juiste keuzes durven maken voor het volledige landschap en niet enkel voor reservaten.


Zonder ingrijpend beleid zal de stilte in onze graslanden alleen maar verder toenemen, tot de laatste vlinder definitief uit onze velden en uit onze collectieve herinnering is weggefladderd.
De vereniging GroenRand roept de beleidsmakers dan ook op om onmiddellijk werk te maken van een integrale visie waarin landbouw en klimaat en biodiversiteit niet langer tegenover elkaar staan.
Elke dag dat we wachten met het aanpakken van de stikstofdepositie en de pesticidendrift, verliezen we onherroepelijk een stukje van ons Vlaamse natuurlijke erfgoed en de vlinders die daarbij horen.
Alleen met een drastische koerswijziging kunnen we ervoor zorgen dat toekomstige generaties ook nog kunnen genieten van de vele kleuren in een bloeiende en gezonde weide.


De overleving van onze dagvlinders hangt af van de bereidheid om het open landschap te transformeren van een kille productiemachine naar een levend en gezond ecosysteem.
Indien we niet onmiddellijk handelen, zullen de jaarlijkse tellingen op de vlinderroutes enkel nog het verslag zijn van een lang aangekondigd en pijnlijk uitsterven.
Het is tijd voor actie op de kabinetten en in de bermen, om de kleurenpracht van de Vlaamse vlinder voor de verre toekomst veilig te stellen.