woensdag 29 april 2026

De witte ridder van de Voorkempen: Frank Vermeiren en de lepelaar

De witte ridder van de Voorkempen: Frank Vermeiren en de sierlijke lepelaar


Frank Vermeiren is een enthousiaste natuurfotograaf die als motor achter de reeks Vogels van A tot Z de schoonheid van de natuur in de Voorkempen vastlegt voor de vereniging GroenRand.


In deze uitgebreide reeks combineert hij zijn technische fotografische vaardigheden met een diepgaande kennis van de lokale fauna en flora, waarbij hij voor elke letter van het alfabet een vogelsoort of natuurthema belicht.
Zo neemt hij zijn publiek mee naar de Antitankgracht voor de gekraagde roodstaart, bezoekt hij de Brechtse Heide voor de grauwe gors en brengt hij odes aan iconische soorten zoals de kievit en de blauwborst.


Daarnaast vertelt hij unieke verhalen over de kauw, variërend van penthouse tot schoorsteen, en observeert hij de kleine zwartkop en de grasmus in de groene ruggengraat van de regio.
Een opvallend historisch hoogtepunt in zijn portfolio is de recente vastlegging, in maart 2026, van een uiterst zeldzame zwarte ree in het Viersels Gebroekt in Zandhoven.


De waarneming van een zwart ree met melanisme wordt door natuurkenners gezien als een bijzonder symbool voor het herstel van de biodiversiteit in de Voorkempen, en gaat gepaard met een speciale erecode binnen de jacht.
Bij de letter 'L' komt hij uit bij de lepelaar, een indrukwekkende witte waadvogel die direct opvalt door zijn lange zwarte snavel, aan het uiteinde verbreed tot een platte lepel.


In het broedseizoen krijgt deze vogel een elegante hangende kuif en een opvallende gele vlek aan de basis van zijn hals, terwijl hij met een soepele zijwaartse beweging door het ondiepe water stapt.


Naast het Viersels Gebroekt is de lepelaar in de Voorkempen duidelijk gespot in de moerassige gebieden van de Brechtse Heide en de ondiepe vijvers van het Groot Schietveld in Brecht.


De valleigebieden van de Kleine Nete en de natte delen van het Zoerselbos zijn belangrijke plekken waar deze vogel neerstrijkt om te rusten en voedsel te zoeken.
De terugkeer van de lepelaar is historisch gezien een bijzonder succesverhaal, want in de jaren zestig stortte de populatie bijna volledig in door vervuiling en het verdwijnen van moerasgebieden.
Toen waren er in heel Noordwest-Europa nog maar zo’n 150 broedparen over, waardoor de soort in onze regio op het randje van uitsterven stond.


Volgens historische bronnen was de lepelaar in de middeleeuwen een veelvoorkomend gezicht en werd hij zelfs afgebeeld in Egyptische hiërogliefen als symbool van waakzaamheid.
In de volksmond staat de vogel ook wel bekend als de witte ridder van het moeras, omdat zijn aanwezigheid vaak duidt op schoner water en een gezond ecosysteem.


Een curieus verhaal uit de zestiende eeuw vertelt hoe jonge lepelaars tam werden gehouden op vismarkten om visresten op te ruimen wat hun vroege band met menselijke nederzettingen illustreert.
Interessant is dat de kuikens van de lepelaar worden geboren met een korte rechte snavel die pas na enkele weken uitgroeit tot de karakteristieke lepelvorm.
Tegenwoordig staat de vogel symbool voor veerkracht en geslaagd natuurherstel waarbij waarnemingen in de Voorkempen aantonen dat het behoud van natte natuurgebieden vruchten afwerpt.


Deze soort plant zich voort in kolonies, waarbij beide ouders samen de eieren uitbroeden in nesten die vaak laag in het riet of tussen de struiken worden gebouwd. Frank legde voor het project Onze GroenRand-natuur ook de havik vast, waarbij hij de kracht en snelheid van deze roofvogel in de dichte bossen van de Voorkempen in beeld bracht.


In zijn aflevering over de huiszwaluw omschrijft hij deze vogels als vliegende architecten die met grote precisie hun moddernesten bouwen onder de dakranden van lokale boerderijen.
Voor de letter G trok hij naar de Brechtse Heide om de grauwe gors te fotograferen, een vogel die symbool staat voor het belang van het beschermen van de laatste stukken ongerept heidelandschap.
Zijn werk gaat verder dan vogels alleen, want hij legt ook de mysterieuze wereld vast van kleine zoogdieren en zeldzame insecten die afhankelijk zijn van de ecologische verbindingen in de regio.
Zijn beelden zijn een krachtig educatief middel om de verwondering voor de eigen achtertuin te vergroten en de noodzaak van natuurherstelwetten tastbaar te maken voor een breed publiek.
Voor zijn aanhoudende inzet en vermogen om kwetsbare schoonheid vast te leggen, werd hij in 2024 door GroenRand onderscheiden met de Groene Lenzen.
Als kernfotograaf van het project Onze GroenRand-natuur blijft Frank Vermeiren een sleutelrol spelen in het documenteren en beschermen van lokale ecosystemen langs de Antitankgracht en daarbuiten.

GroenRand Week van de Bij 2025-2026: van Jaar van de Bij naar Vlaams Symposium

GroenRand Week van de Bij 2025-2026: van Jaar van de Bij naar Vlaams Symposium


De pen van Glenn - foto's: week van de bij

Natuurvereniging GroenRand riep het jaar 2025 officieel uit tot het Jaar van de Bij, waarbij de filosofie van samenwerking de rode draad vormde.


De vereniging ziet het bijenvolk als de ultieme metafoor voor onze maatschappij: tienduizenden individuen die als één intelligent geheel samenwerken om te overleven.


Om biodiversiteits- en klimaatrampen echt te bezweren, stelt GroenRand dat burgers, boeren en overheden hun hokjesmentaliteit moeten inruilen voor een gezamenlijke aanpak.


Een symbool voor die beweging was de uitreiking van de Groene Duim in maart 2025 aan Els Beeckx, de Zoerselse drijvende kracht achter #ByeByeGazon.
Haar visie is even simpel als krachtig: natuur hoef je niet altijd te 'maken', je moet het vooral de ruimte geven om zelf te groeien en te bloeien.


Deze natuurlijke schoonheid werd dat jaar ook prachtig gevangen tijdens een grote fotowedstrijd die maar liefst 265 enthousiaste deelnemers op de been bracht.
De jury keek niet naar technische perfectie, maar liet zich leiden door de pure, intuïtieve pracht van de insecten op de bloemen.
Wekelijks verschenen er schitterende beelden op de website, zoals die van Ingrid Boumans en Els De Backer, die de biodiversiteit echt een gezicht gaven.
De uiteindelijke winnaars waren Jaklien Pues, Ria Geerts, Anne Oostvogels, Ingrid Boumans en Wim Verschraegen, die elk unieke momenten uit de insectenwereld vastlegden.
Als blijk van waardering ontvingen deze fotografen een smakelijk verrassingspakket van Trappisten Westmalle.


In 2026 krijgt dit verhaal een vervolg tijdens de dertiende Week van de Bij, die loopt van 31 mei tot en met 7 juni.
Vlaanderen roept dan iedereen op om mee te bouwen aan een kwaliteitsvol voedselaanbod waar bestuivers het hele jaar door van kunnen profiteren.


Met Dominique Persoone en Britt Van Marsenille als enthousiaste ambassadeurs krijgt deze broodnodige campagne opnieuw een krachtig gezicht.
De urgentie spat ook af van het recente INBO-rapport: we hebben nog maar enkele jaren om de achteruitgang van onze bijen tegen 2030 te keren.


De boodschap voor elke tuinbezitter is dan ook glashelder: laat het 'netheidssyndroom' los en ruil zielloze sierplanten in voor inheemse bloemen.


Ontharding is daarbij cruciaal, want elke verwijderde tegel helpt de waterhuishouding en biedt nestkansen aan solitaire bijen in de bodem.


Zelfs in de kleinste stadstuin kun je het verschil maken door muren te benutten als verticaal buffet voor hongerige bestuivers.

Gratis symposium 

Wie zich hier verder in wil verdiepen, is op woensdag 20 mei 2026 van harte welkom op het gratis symposium 'Versterk je omgeving' in de Hogeschool PXL Afdeling Groenmanagement aan de Agoralaan in Diepenbeek.
Het programma van deze Wereldbijendag start om 09:15 uur met een onthaal en een fotoshoot, waarna Marleen Schepens en Bart Vandepoele de dag officieel openen.
Vervolgens delen experts Jens D’Haeseleer en Kars Veling hun inzichten over het belang van monitoring en ecologisch bermbeheer via Kleurkeur.
Tussen 11:20 en 13:00 uur kunnen bezoekers drie inspirerende keuzesessies van elk 25 minuten volgen bij diverse topsprekers uit de sector.
Na een gratis lunch en netwerkmoment start om 14:00 uur het praktijkgedeelte met rondleidingen, een buurtsafari en workshops over natuurinclusief bouwen.
De dag wordt tussen 15:00 en 16:00 uur feestelijk afgesloten met een receptie en een gezamenlijke nabeschouwing over de toekomst van onze bestuivers.
Geïnteresseerden kunnen zich tot uiterlijk 6 mei 2026 aanmelden via de officiële 
website van de Vlaamse overheid of de directe inschrijvingslink van de Week van de Bij.

Schrijf je in

dinsdag 28 april 2026

Financiële middelen bepalen nieuwe timing voor laatste fase ‘De Nieuwe Rand’

Financiële middelen bepalen het nieuwe tijdschema voor de laatste fase van ‘De Nieuwe Rand’

De uitvoering van het geïntegreerd onderzoek voor ‘De Nieuwe Rand’, het project gericht op de mobiliteit en leefbaarheid in de Antwerpse oostrand, bevindt zich in een gewijzigde fase.
Waar het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) en het Departement Omgeving oorspronkelijk de ontwerp-eindrapporten eind april wilden presenteren, is deze timing met een aantal maanden achteruit geschoven.


In een formele mededeling aan alle partners bevestigt de projectleiding dat de financiële middelen om de oorspronkelijke planning mogelijk te maken momenteel ontbreken.
De overheid stelt dat deze beslissing noodzakelijk is omdat zij niet wil inboeten op de kwaliteit van het onderzoek, noch op het transparant samenwerken binnen de gehanteerde werkbankformule.


Dit uitstel heeft directe gevolgen voor de verdere procedure, aangezien het onderzoek de basis vormt voor de laatste inspraakronde over het ontwerp-voorkeursbesluit, het moment waarop burgers en organisaties hun opmerkingen formeel kunnen indienen.
De vertraging beïnvloedt tevens de realisatietermijn van de beoogde klimaatgordel en de uitvoering van diverse projectfiches voor ‘quick wins’ in de regio.
Naast voorstellen van andere partners zijn er onder begeleiding van het Regionaal Landschap de Voorkempen, in samenspraak met GroenRand, vijftien gedetailleerde projectfiches ontwikkeld en ingediend als onderdeel van het totale pakket.


Deze specifieke fiches richten zich op strategische ontsnippering, habitatconnectiviteit en de versterking van de Antitankgracht als centrale groene as, met een begroot investeringsbedrag van € 11.450.000.
De verschuiving roept bij diverse stakeholders vragen op over het langetermijnbudget voor de effectieve uitvoering van de klimaatbuffer.
De Vlaamse overheid onderzoekt momenteel op welke wijze de resterende middelen prioritair ingezet kunnen worden.
De geplande bijeenkomst van 17 juni vindt plaats met een aangepaste agenda, waarbij de focus ligt op een toelichting over de procedurele gevolgen en de nieuwe timing.


Inhoudelijke resultaten over de klimaatgordel worden op die datum nog niet gepresenteerd.
De uiteindelijke realisatie van de geformuleerde groene ambities voor de regio blijft afhankelijk van de budgettaire keuzes die binnen de herziene tijdlijn worden gemaakt.

137 bomen, 2 kilometer werken en 2,7 miljoen euro subsidie: waarom heraanleg Oelegemsesteenweg muurvast zit

137 bomen, 2 kilometer werken en 2,7 miljoen euro subsidie: waarom heraanleg Oelegemsesteenweg muurvast zit

© rr


SCHILDE/OELEGEMDe gemeente Schilde en Pidpa trachten al vijf jaar om een vergunning te bemachtigen voor de aanleg van rioleringen en een nieuwe weginrichting in de Schoolstraat, Puttenhoflaan en Oelegemsteenweg, over een afstand van zo’n twee kilometer.

Volgens tegenstanders, die het opnemen voor 137 te kappen bomen, is er sprake van een ‘democratisch deficit’.


Toen de Vlaamse overheid een subsidie van liefst 2,7 miljoen euro ter beschikking bleek te hebben voor de heraanleg van genoemde straten, was wijlen schepen Peter Mendonck (N-VA) snel overtuigd dat de gemeente niet mocht twijfelen. Dit was een buitenkans.

Vergunningen werden verleend, aangevochten, opnieuw aangevraagd en nog eens aangevochten.
Toenmalig minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA) verleende eind 2022 een schijnbaar definitieve vergunning, maar die is inmiddels al een poos vervallen.
De deputatie van de provincie Antwerpen verleende een nieuwe vergunning op 31 juli 2025.
Tegen die beslissing werd beroep aangetekend bij de Vlaamse minister van Omgeving Jo Brouns (CD&V).

“Tijdens de behandeling van dat beroep kwamen enkele technische onduidelijkheden in het dossier naar voren.
Om deze onduidelijkheden te kunnen rechtzetten, was het aangewezen om opnieuw een openbaar onderzoek te organiseren”, aldus schepen van Openbare Werken Chris Hazard (N-VA).

Jo Brouns

Eind oktober 2025 besliste het schepencollege om nog niet te starten met de eerder vergunde werken ‘bovenbouw’, waarin het kappen van de bomen is. Als dat ooit toch gebeurt, zullen ze trouwens twee jaar duren.
De Vlaamse minister van Omgeving Jo Brouns (CD&V) zal naar verwachting begin juni een beslissing nemen over het lopende beroep.
Nadien is tegen de beslissing van de minister nog beroep mogelijk bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

Schijnvallei

Dat er ondanks heel wat nieuwe aanvragen nog steeds niet gekapt en gegraven kan worden, heeft te maken met een natuurgebied in Ranst dat grenst aan de Oelegemsteenweg-Schildesteenweg en de natuurlijke waterloop Groot Schijn.
Zij maken deel uit van de Schijnvallei, maar dat werd door diverse instanties tot nog toe over het hoofd gezien in de lopende procedures.

“Het was de Vlaamse Milieumaatschappij die op 8 december 2025 ongunstig advies verleende over de gevraagde ontheffing van het verplichte millieueffectenrapport en zo beklemtoonde dat geen rekening werd gehouden geworden met dat natuurgebied”, aldus advocaat Pascal Mallien, gespecialiseerd in omgevingsrecht en medestichter van de vzw Greenplease.
Hij wil samen met heel wat bewoners niet dat de 137 hoge en dreefbepalende Amerikaanse eiken gekapt worden.

Volgens Greenplease is een alternatieve aanpak mogelijk waardoor de bomen gered kunnen worden. Dat was eind vorig jaar het thema op een door de vereniging zelf georganiseerd publiek debat, waarvoor de gemeente, hoewel uitgenodigd, haar kat stuurde.

“Waarom is het absoluut noodzakelijk dat er een fietspad komt langs de beide kanten van de Oelegemsteenweg?
Wat is het verschil in budget tussen een fietspad langs één kant van de Oelegemsteenweg en het voorzien van een fietspad langs beide kanten?
Waarom wordt niet onderzocht welke te rooien bomen nog gezond zijn en hoe het fietspad eventueel kan meanderen tussen de gezonde bomen? We kregen geen antwoorden”, stelt Mallien teleurgesteld vast.

De pen van Glenn: een stem voor de valleien en de klimaatgordel

GroenRand lanceert 'De pen van Glenn': een krachtige stem voor de valleien en de klimaatgordel

Na tien jaar is het dossier van de Antwerpse GroenRand-regio inmiddels breed gekend.
Met de 'pen van Glenn' geeft de natuurvereniging een stem aan de kwetsbare biotopen die extra bescherming verdienen.
Door talloze wandelingen en schitterende fotoreportages is iedereen inmiddels overtuigd van het belang en de schoonheid van dit gebied.
Toch stopt GroenRand met haar publieksactiviteiten.


De vereniging gooit het nu over een andere boeg en lanceren ze de 'pen van Glenn'.
Op die manier kan er gericht verder gewerkt worden aan het noodzakelijke natuurherstel.
"De pen van Glenn" is het invloedrijke pseudoniem waaronder de natuurvereniging GroenRand haar scherpe politieke columns en ecologische analyses publiceert.
De pen van Glenn tekent een strategische omslag voor de natuurvereniging GroenRand, waarbij de focus verschuift van loutere sensibilisering naar actieve beleidsbeïnvloeding.
Voorheen fungeerde de Groene Duim als een prestigieuze blijk van waardering voor personen die zich hadden ingezet om de natuur in de Voorkempen te promoten en te verbeteren.
Hoewel deze prijs succesvol was in het creëren van publieke erkenning, is de Groene Duim nu vervangen door de pen van Glenn omdat GroenRand stelt dat de tijd van informeren voorbij is en er nood is aan directe politieke druk.
De pen wordt letterlijk overhandigd aan een diverse groep bondgenoten — van burgers en academici tot politici en biologen — die dit instrument gebruiken als een actief middel om de natuur in de regio voort te helpen.
In plaats van een beloning achteraf, dient de pen als een werktuig voor het opstellen van scherpe opiniestukken en het formuleren van gerichte parlementaire vragen.
Hiermee dwingt de organisatie de uitvoering van haar doelstellingen af, zoals het ontsnipperen van natuurgebieden en het hydrologisch herstel van de Antitankgracht.
Hoewel de teksten vaak verschijnen onder de naam Glenn Solastalgie, gaat het niet om een fysiek persoon van vlees en bloed, maar om een fictief personage dat fungeert als het intellectuele geweten en de publieke stem van de vereniging.
De naam Glenn is een bewuste symbolische keuze, want de voornaam verwijst naar het Keltische woord voor 'vallei', wat direct linkt aan de missie van de organisatie om natuurlijke verbindingen in valleigebieden zoals die in de Voorkempen te herstellen, meer specifiek de vallei van de Kaartse Beek, de vallei van de Laarse Beek, de vallei van de Groot Schijn en de vallei van de Kleine Beek.
Deze beekvalleien worden fysiek met elkaar aaneengeschakeld door de Antitankgracht, die als een blauw-groen lint door de Antwerpse Voorkempen loopt en fungeert als de robuuste ruggengraat van het lokale ecosysteem.
Het grote voordeel van deze kruisingen is dat de Antitankgracht fungeert als een ecologische verdeelsleutel, want waar de natuurlijke beken vaak geïsoleerd door het landschap stromen, zorgt de gracht voor een transversale verbinding die migratie van fauna en flora tussen de verschillende stroomgebieden mogelijk maakt.
Dit netwerk verhoogt de biodiversiteit aanzienlijk, omdat diersoorten zoals de otter, de bever en diverse amfibieën de gracht gebruiken als een veilige route om van de ene vallei naar de andere te trekken, wat genetische uitwisseling tussen populaties bevordert.
Bovendien bieden deze kruispunten een unieke kans voor waterbeheersing binnen de klimaatadaptatie, want door de valleien slim te koppelen aan de gracht kan water in tijden van overvloed beter worden vastgehouden in de omliggende natte natuur, terwijl de gracht in droge periodes kan dienen als een bufferende watervoorraad.
De strategische ruggengraat van de Klimaatgordel is de Antitankgracht, die door GroenRand wordt gezien als een natuurlijke snelweg voor biodiversiteit die essentieel is om de versnippering van het landschap tegen te gaan.
De achternaam Solastalgie weerspiegelt de kern van de strijd van GroenRand en verwijst naar de psychische impact van landschapsverandering en de acute pijn van het zien verdwijnen van de vertrouwde natuurlijke omgeving.
Solastalgie beschrijft de existentiële heimwee die mensen ervaren terwijl ze nog thuis zijn en zet deze emotie voor GroenRand om in constructieve politieke actie.
Het woord is een samentrekking van het Latijnse 'solacium' voor troost en het Griekse 'algia' voor pijn, wat symbool staat voor het verlies van de troost die een gezond landschap normaal gesproken biedt.


Glenn Albrecht, de grondlegger van dit begrip, stelt dat deze emotie ontstaat wanneer de verbinding tussen de mens en zijn biologische woonplaats wordt doorgesneden door beton, vervuiling of klimaatverandering.
Voor GroenRand is dit begrip de kern van hun strijd, want de pen van Glenn geeft een stem aan deze collectieve rouw over verloren natuur in de Voorkempen.
Deze rubriek signaleert een strategische kanteling binnen de vereniging, die sinds haar tienjarig bestaan de focus heeft verschoven naar een rol als zorgzame bewaker van de open ruimte en deskundig adviseur achter de schermen.
GroenRand nam hierbij uitgebreid en actief deel aan de diverse werkbanken van het grootschalige overheidsplan De Nieuwe Rand, een programma dat de mobiliteit en leefbaarheid rond Antwerpen moet verbeteren.


Een cruciaal onderdeel van dit plan is de Klimaatgordel, waarbinnen de vereniging haar expertise inzet om concrete natuurdoelen te realiseren.
De focus ligt hierbij op de zogenaamde quick wins, dit zijn specifieke projecten binnen de Klimaatgordel die al technisch volledig zijn voorbereid of waar onderzoek gaande is door ontwerpend onderzoek van bureaus zoals Hesselteer en BUUR.
GroenRand verwacht hierbij een duidelijke stappenplanvisie die gericht is op de uitvoering van deze quick wins op het terrein.
Het ontwerpend onderzoek naar de ontsnippering van de Brechtsebaan in Schoten ter hoogte van de E10-plas wordt uitgevoerd door het gebiedsprogramma Groen Kruis in nauwe samenwerking met De Nieuwe Rand.


Deze studie, die deel uitmaakt van het project Ontsnippering Drie Banen, focust op het wegwerken van de barrièrewerking van de weg om natuurgebieden zoals de E10-plas en de Antitankgracht ecologisch met elkaar te verbinden via veilige oversteekplaatsen.
De uitvoering en coördinatie liggen in handen van de provincie Antwerpen, het Agentschap Wegen en Verkeer, de gemeente Schoten en het Agentschap voor Natuur en Bos.
Terwijl de gemeente strategische gronden aankoopt voor de natuurverbinding, zorgt het Agentschap Wegen en Verkeer binnen het kader van De Nieuwe Rand voor de technische afstemming op de gewestweg.
Dit onderzoek sluit bovendien nauw aan bij de realisatie van Klimaatpark De Zwaan, een zone die fungeert als waterbuffer en nieuw leefgebied voor onder andere de otter.

Volgens de vereniging is de realisatie van quick wins noodzakelijk omdat de huidige administratieve procedures te veel tijd in beslag nemen om de urgente biodiversiteitscrisis en de klimaatverandering effectief te counteren.
Een concreet voorbeeld van een dergelijke quick win is het dossier van de Loze Visser in Schilde, waar de ontharding van de strategische parking aan de Antitankgracht onmiddellijk kan worden uitgevoerd.
De financiering voor deze ontharding komt voort uit de Lokale Gebiedsdeal Droogte en maakt deel uit van de bredere gebiedsdeal De Antwerpse Rand Onthardt.
Hoewel deze ontharding de weg vrijmaakt voor het openleggen van de gedempte Antitankgracht, is er voor het effectieve graafwerk om de gracht weer open te leggen momenteel nog geen geld voorzien.
Daarnaast focust de vereniging op locaties zoals het Bospad, waar het verwijderen van overbodige verharding in samenwerking met de provincie Antwerpen en het Regionaal Landschap de waterhuishouding direct verbetert als onderdeel van de quick wins.


Deze ingrepen maken de regio klimaatrobuuster door de sponswerking van de bodem te herstellen.
In een apart dossier voor Sint-Job wordt ingezet op het herstel van de Antitankgracht door gedempte delen van de gracht opnieuw open te leggen.
Een essentieel instrument hierbij is het Plan Cornelis, dat de knelpunten langs de Antitankgracht minutieus in kaart heeft gebracht en deze heeft vertaald naar concrete projectfiches voor infrastructuur en natuurinrichting.
Samen met het Regionaal Landschap de Voorkempen stelt GroenRand op basis hiervan 15 projectfiches voor die als leidraad dienen voor de verdere inrichting.
Binnen dit kader eist GroenRand via parlementaire weg de verlenging van het Soortenbeschermingsprogramma voor de otter, aangezien het stoppen van dit programma een financieel risico vormt voor alle lopende quick wins rond ontsnippering.
De plannen voor de Turnhoutsebaan Oost in Schilde leggen echter een scherpe kloof bloot tussen beleidsambities en de financiële realiteit.

Hoewel deze locatie als prioritair knelpunt is opgenomen in het Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering (VAPEO), ontbreken voor de gehele periode van het nieuwe meerjarenplan 2026-2031 de nodige budgettaire vastleggingen vanuit dit fonds.
De middelen uit het vorige actieprogramma zijn uitgeput en ook voor de jaren daarna tot 2031 is er vooralsnog geen budget gereserveerd om dit specifieke knelpunt aan te pakken.

Deze budgettaire leemte heeft directe gevolgen voor de concrete planning van de N12, aangezien de herinrichting door het Agentschap Wegen en Verkeer ook het traject omvat waar de weg de Antitankgracht kruist.
In deze zone ligt de focus van het Agentschap uitsluitend op doorstroming van openbaar vervoer en verkeersveiligheid, zonder eigen middelen te voorzien voor natuurinfrastructuur.
Hierdoor is het enige ijkpunt de oplevering van de Startnota N12 in de eerste helft van 2026, wat zonder budgettaire garantie op uitvoering blijft.
Omdat het RUP Turnhoutsebaan-Oost uit 2022 slechts een bestemmingsplan is, ontstaat het reële risico op een gemiste kans waarbij fauna-infrastructuur definitief van de kaart verdwijnt wanneer de schop de grond in gaat.
Een urgente prioriteit binnen de Klimaatgordel blijft daarnaast de verbinding tussen het Klein en Groot Schietveld, twee uitzonderlijk grote militaire domeinen die deel uitmaken van de groene gordel ten noorden van Antwerpen.
Hoewel deze gebieden enkele van de best bewaarde stukken natte heide in Vlaanderen bevatten, worden ze momenteel gescheiden door lokale infrastructuur zoals de Essensteenweg.
De uitwerking van deze verbinding is prioritair omdat het tussenliggende gebied onder druk staat van bijkomende bebouwing, terwijl de beschermde soorten in de Schietvelden lijden onder de toenemende droogte.

Om deze ambities waar te maken en de stap te zetten van theoretische plannen naar tastbare resultaten op het terrein, pleit GroenRand voor een structurele financiering door de Vlaamse overheid voor alle geïdentificeerde quick wins.
In de praktijk fungeert de rubriek van Glenn als een brug tussen deze wetenschappelijke ecologische visies en de politieke reality.
Terwijl de oprichters van de vereniging de basis legden voor projecten rondom de Antitankgracht, is het Glenn die vandaag de dag de vinger aan de pols houdt en constructief herinnert aan gemaakte beloftes wanneer beleidsdoelstellingen dreigen te vertragen.
De pen van Glenn is dus de personificatie van burgerparticipatie en betrokkenheid, hij is de stem van de geëngageerde burger die streeft naar concrete resultaten in de dossiers van bosverwerving en biodiversiteitsherstel in de Antwerpse Kempen.
Door een fictieve auteur te gebruiken kan de vereniging een consistente en herkenbare toon aanhouden die losstaat van individuele bestuursleden, waardoor de kernboodschap van natuurherstel en klimaatadaptatie in de valleigebieden altijd centraal blijft staan in het publieke debat.

François Eennaes en de stem en het riet in de Voorkempen

François Eennaes en de stem van het riet in de Voorkempen


De rietzanger is een vogel die de kunst van het onzichtbare perfect beheerst, maar zodra hij begint te zingen, eist hij alle aandacht op in de uitgestrekte rietkragen van de Voorkempen.
Dankzij het geduld van fotograaf François Eennaes is deze verborgen bewoner prachtig in beeld gebracht, hoewel het voor de gemiddelde wandelaar vaak een zoektocht blijft tussen de wuivende stengels.
In onze regio vindt deze kleine acrobaat zijn absolute thuis in gebieden waar water en land in elkaar overvloeien, zoals de vallei van de Kleine Nete of de Antitankgracht die als een ecologische snelweg door ons landschap snijdt.
Vooral in de omgeving van het Schaliënhof in Oelegem of de natte natuur van de Rundvoort in Brasschaat kun je hem in het voorjaar treffen wanneer hij zijn territorium afbakent.


Het is een vogel van de overgangszones, daar waar het riet dik genoeg is om een nest in te weven, maar waar de insectenrijkdom van het water binnen snavelbereik ligt.
Wetenschappers merken op dat de Vlaamse populatie een bewogen geschiedenis kent, waarbij de aantallen na een dramatische daling in de jaren zeventig gelukkig weer langzaam herstellen.
Historisch gezien is de rietzanger een symbool van de veerkracht van onze natuur en een constante metgezel voor de mensen die vroeger in de moerassen werkten.
Toen riet nog op grote schaal geoogst werd voor dakbedekking, was hij een trouwe bewoner van de percelen die de rietsnijders met zorg onderhielden.
Er doen verhalen de ronde van oude poldergasten die beweerden dat de rietzanger de tijd kon voorspellen, want als hij midden op de dag onophoudelijk bleef ratelen, was er onvermijdelijk onweer op komst.


De bouw van het nest is een waar kunststukje waarbij het vrouwtje in ongeveer een week tijd een diep, komvormig nest vlecht laag in de dichte vegetatie, vaak net boven de grond of het wateroppervlak.
Die levendige zang is trouwens een technisch hoogstandje waarbij hij met het grootste gemak andere vogels imiteert, waarbij mannetjes vaak een opvallende zangvlucht uitvoeren om vervolgens als een parachuutje weer neer te dalen.


De wetenschappelijke naam, Acrocephalus schoenobaenus, verwijst naar zijn behendigheid in het riet, waarbij 'acros' staat voor spits en 'kephalos' voor kop, wat duidt op zijn karakteristieke profiel met die scherpe en lichte wenkbrauwstreep.
Wanneer hij in april terugkeert uit de Sahel, heeft hij een hachelijke reis achter de rug die getuigt van een ongelooflijke kracht voor zo'n klein wezentje.
Het is fascinerend om te bedenken dat zo’n hoopje veren van nauwelijks twaalf gram de Sahara oversteekt om precies in de Voorkempen zijn plek weer op te eisen.
De overlevingskansen van deze trekvogel zijn sterk afhankelijk van de neerslag in Afrika, waarbij droogte in de Sahel direct invloed heeft op het aantal zingende mannetjes dat we hier in de lente horen.
In de volksmond werd hij vroeger ook wel de 'rietmous' of 'kwetteraar' genoemd, namen die zijn rusteloze en beweeglijke karakter eer aan doen.


Hij zit zelden stil en zelfs tijdens het zingen zie je hem vaak langzaam naar de top van een rietpluim klimmen om daar zijn lied over het water te laten schallen.
Vervolgens kan hij bij het minste gevaar weer als een muis in de diepte van de vegetatie verdwijnen, waardoor hij fotografen vaak tot wanhoop drijft.
Voor natuurbeheerders in gebieden als het Groot Schietveld is de aanwezigheid van de rietzanger een belangrijke graadmeter voor de kwaliteit van het lokale water- en rietbeheer.
Het vrouwtje legt meestal vier tot zes eieren die ze in twee weken uitbroedt, waarna beide ouders onvermoeibaar insecten aanvoeren voor de jongen.
Hij houdt immers niet van verland riet dat te droog wordt, hij heeft die natte voeten en die verse insectenpopulaties echt nodig om zijn jongen groot te brengen.
Er is een oude anekdote uit de streek die vertelt dat de rietzanger zijn lied leerde van de wind die door de holle stengels floot, en dat hij sindsdien probeert dat ritselen te overtreffen.


Het is die onvermoeibare energie die hem zo geliefd maakt bij vogelkijkers die geduldig langs de oevers van onze vennen en plassen postvatten.
De beelden van François Eennaes onthullen de subtiele details van zijn warme verendek die anders voor het menselijk oog verborgen zouden blijven.
Zijn aanwezigheid verbindt onze lokale beekvalleien met de verre uithoeken van Afrika, een levend bewijs dat de natuur geen grenzen kent.
Het is een vogel die ons eraan herinnert dat schoonheid vaak verborgen zit in de details en dat je in de Voorkempen soms gewoon moet stilstaan om te luisteren.