vrijdag 3 april 2026

Ecologisch dilemma in het Ferrarisbosje: ringen van Amerikaanse eiken splijt de gemoederen

Ecologisch dilemma in het Ferrarisbosje: het ringen van Amerikaanse eiken verdeelt de meningen

                                                                      © kma

De pen van Glenn

In natuurgebied De Kluis-Blommerschot, in het stukje bos tegen de snelweg waar de beek onder de autostrade gaat en dat door de beheerders het Ferrarisbosje wordt genoemd, heerst momenteel grote verontwaardiging.
Wandelaar Peter Vanderbeek stuurde een verontwaardigd filmpje van geringde Amerikaanse eiken door naar de Gazet van Antwerpen om zijn ongenoegen te uiten.
De vereniging GroenRand pikte dit op nadat zij zelf verschillende berichten ontvingen van ongeruste burgers die de ingreep in het landschap niet begrepen.

In het filmpje is duidelijk te zien hoe gezonde Amerikaanse eiken van bijna honderd jaar oud zijn geringd: met een kettingzaag is een strook bast, inclusief het cambium, volledig rondom de stam weggehaald of diep ingezaagd.
Hierdoor wordt de sapstroom van de boom definitief onderbroken en sterft de reus langzaam af, een praktijk die niet alleen bij deze oude exemplaren maar ook bij dunnere bomen van andere soorten is toegepast.
De beelden roepen nare herinneringen op aan 2020, toen er grote ophef was over grootschalig vandalisme in natuurgebied De Liereman in Oud-Turnhout waar meer dan honderd inlandse eiken door onbekenden geringd werden.

Natuurpunt probeerde die bomen destijds nog met man en macht te redden, wat het voor wandelaars nu extra pijnlijk en verwarrend maakt dat de organisatie deze techniek nu zelf doelbewust toepast op de Amerikaanse eiken in dit gebied.
Toch vindt wandelaar Peter Vanderbeek het heel jammer omdat de bomen zich in een historisch bosverband bevinden en reeds een respectabele leeftijd hebben bereikt.
Voorzitter Peter Keustermans van Natuurpunt Voorkempen verklaart echter dat dit ringen vorig jaar al bewust is uitgevoerd door een van hun eigen beheersploegen in het kader van actieve exotenbestrijding.

Het is de uitdrukkelijke bedoeling dat de boom staande sterft, zodat hij nadien nog jarenlang zijn nut behoudt voor de natuur, bijvoorbeeld als nestplaats voor vogels in holtes en als voedingsbron voor talloze insecten.
Na het geleidelijke afsterven volgt er een nieuwe aanplant met inheemse bomen om de natuurlijke balans op deze plek definitief te herstellen.
De natuur geeft zich overigens niet zomaar gewonnen, want sommige geringde eiken tonen hun enorme veerkracht en ontwikkelen momenteel toch al nieuwe knoppen en blaadjes.

Toch valt het sterk te betwijfelen of ze dit herstelproces kunnen doorzetten nu de vitale verbinding tussen de wortels en de kruin is doorgesneden.
Voor wie het bos bezoekt duiden de bomen met een oranje markering bovendien op een dunning die dit najaar zal volgen, waarbij ook een stukje dreef gekapt zal worden voor het beheer.

De gedetailleerde uitleg van Keustermans stelt GroenRand uiteindelijk gerust, hoewel zij aanvankelijk niet wisten dat het specifiek om de bestrijding van Amerikaanse eiken ging, omdat ze na deze verontrustte berichten nog niet ter plaatse waren geweest.
GroenRand kijkt met een kritische, maar zeer genuanceerde blik naar de Amerikaanse eik in ons Vlaamse landschap en erkent dat deze zich vaak als een agressieve bezetter gedraagt.
Door zijn snelle groei en het dichte bladerdek dat nauwelijks licht doorlaat naar de bodem, verstikt hij de kwetsbare ondergroei waardoor inheemse planten en de daarbij horende fauna verdwijnen.
Een bos waarin de Amerikaanse eik domineert verandert in hun ogen vaak in een groene woestijn met een zeer lage biodiversiteitswaarde voor de lokale natuur.

Toch pleit de vereniging niet voor een blinde kap van alle historische dreven, omdat deze oude reuzen momenteel een cruciale noodfunctie vervullen voor onze inheemse dierenwereld.
Omdat het hout van de Amerikaanse eik zachter is dan dat van onze inheemse eiken, ontstaan er namelijk veel sneller natuurlijke holtes, spleten en gaten door toedoen van spechten.
In een landschap met een chronisch tekort aan echt oude, holle bomen fungeren deze exoten als een onmisbaar ecologisch appartementsgebouw voor diverse zeldzame soorten.
Ze zijn van levensbelang als kraamkliniek voor de rosse vleermuis en de zeldzame Bechsteins vleermuis, die daar de nodige beschutting vinden voor hun jongen.

Daarnaast bieden ze vitale nestgelegenheid voor de bosuil, de boommarter, de zwarte specht en talloze saproxyle kevers die volledig afhankelijk zijn van dood hout.
De dreven zelf vormen bovendien essentiële vleermuissnelwegen die de dieren gebruiken voor hun navigatie door het veranderende landschap.
De visie van GroenRand is daarom gebaseerd op zorgvuldig maatwerk waarbij men bomen niet zomaar mag slopen zonder de huidige bewoners eerst een volwaardig nieuw onderkomen te bieden.
Door te kiezen voor de techniek van het ringen in plaats van directe kap wordt aan die voorwaarde voldaan: de bewoners worden beschermd terwijl de transitie naar een inheems bos wordt ingezet.

Stap voor stap wordt er zo gebouwd aan een robuust landschap met soorten als wintereik, linde of beuk die op termijn een duurzaam thuis bieden aan honderden lokale insectensoorten.
Deze zorgvuldige omvorming versterkt uiteindelijk de veerkracht van het gehele ecosysteem in de prachtige Vallei van de Delfte Beek.

GroenRand: De grote bonte specht in de schijnwerpers

GroenRand: De grote bonte specht in de spotlight

In de reportagereeks Vogels van A tot Z brengt GroenRand lokale vogels tot leven met passie, wetenschappelijke weetjes en prachtige foto's van onder andere Frank Vermeiren.
Dit digitale archief van GroenRand viert de biodiversiteit in onze eigen achtertuin waarbij momenteel de Grote bonte specht onder de letter G in de schijnwerpers staat.


Het zou een onbegonnen strijd zijn, een drumbattle tegen de grote bonte specht, want zelfs de grootsten der aarde, zoals Nate Smith en Eloy Casagrande zouden de duimen moeten leggen tegen dé drummer van het bos.
Zij zouden paf staan, hun ogen en mond wijd open en hun handen in het haar door de ongeziene snelheid en nauwkeurigheid van dit natuurwonder.
Zijn tempo is onevenaarbaar, waarbij hij niet eens drumstokken nodig heeft omdat enkel zijn bek volstaat voor dit indrukwekkende slagwerk.
Bespaar de menselijke drummers een strijd met gelijke middelen, want een gevecht tegen dit hamergeweld zou pas echt een bloederig probleem worden.

Het valt soms niet mee om de grote bonte specht van zijn neefjes te onderscheiden, de kleine en de middelste bonte specht, maar er zijn enkele zeer duidelijke kenmerken.
De grote bonte specht is 23 tot 26 cm lang, heeft een spanwijdte van 38 tot 44 cm en draagt een zwart-wit verenkleed met een opvallende felrode broek en een zwarte pet.


Het mannetje herken je specifiek aan de rode vlek op het achterhoofd, een witachtige buik, ongestreepte flanken en twee grote, witte, ovale schoudervlekken.
In de lucht vertoont hij een diep golvende vlucht en in het voorjaar produceert hij zeer snelle roffels op hout die abrupt eindigen na 0,4 tot 0,8 seconden.


De middelste bonte specht heeft daarentegen een volledig rode pet, een lichtrode broek en vage flankstrepen op zijn verenkleed.
De kleine bonte specht is veel kleiner, heeft een volledig rode pet en duidelijke flankstrepen, maar mist de witte schoudervlekken en draagt bovendien een witte broek.


Grote bonte spechten eten voornamelijk insectenlarven die ze al kloppend in de boomschors zoeken, maar zeker in de winter stappen ze over op zaden en noten.
Ze zijn verzot op zaden van dennenappels en sparrenkegels, maar ook op hazelnoten, okkernoten en zelfs haagbeukennootjes.
Om deze open te krijgen, klemmen ze de zaden vast in een schorsspleet, de zogenaamde spechtensmidse, wat hoopjes afval onder bomen achterlaat.


Getuige van die inventieve voedselbewerking zijn hoopjes leeggegeten dennenappels die men vaak onder de bomen ziet liggen als bewijs van hun werk.
's Zomers roven deze hongerige vogels soms eieren en jongen uit nesten, wat hun overlevingsdrang als algemeenste spechtensoort in heel België onderstreept.
GroenRand stelt vast dat ze in alle soorten bos leven, in parken en tuinen, zolang er maar bomen zijn en een gevarieerde bosstructuur aanwezig is.


Een belangrijke vereiste is de hoeveelheid staand dood hout, aangezien dit het ideale hakhout is om prooien in te zoeken en uit te hakken.
Vanaf begin april hakt het paartje in 14 tot 25 dagen samen een nestholte uit in een boomsoort met zacht hout, zoals een berk.
De nestholte heeft een nagenoeg ronde ingang van 5 bij 6 cm en de 5 tot 7 crèmewitte eieren worden gewoon op de houten ondergrond gelegd.


Er is geen sprake van een zacht comfortabel nestje; de eieren liggen direct op de harde bodem van de eigenhandig uitgehakte holte.
Zowel het vrouwtje als het mannetje broeden de eitjes uit, die na 10 tot 12 dagen uitkomen als naakte, blinde en hulpeloze nestblijvers.
Gedurende 20 tot 23 dagen bedelen de jongen onophoudelijk met een ijl gekwetter, 'wiwiwiwiwi...', terwijl de ouders hen onvermoeibaar voeden.


Vervolgens verlaten de jongen het nest en worden ze door de ouders verdeeld om nog ongeveer 10 dagen extra verzorgd te worden buiten het nest.
Soms zorgt hun geroffel voor overlast, zeker als ze metalen kasten als klankkast gebruiken om hun geluid verder te laten dragen, wat klinkt als een drilboor.
Ook het aan flarden hameren van vogelhuisjes of zwaluwnesten om jongen te roven, wordt hen door sommige mensen niet in dank afgenomen.


Gelukkig vinden de meeste mensen hun bezoek fantastisch en kun je hen lokken met dennen, hazelaars, vetbollen of ongezouten pinda's.
Met nestkasten doe je hen geen plezier, want de grote bonte specht hakt liever zelf zijn nestholte uit in een boom naar keuze.
Wist je dat zijn wetenschappelijke naam Dendrocopos major 'grotere houthakker' betekent en dat hij talloze bijnamen heeft zoals Kloppermenneke?


Namen zoals Boamklopper, Buumpikker, Houtpikker, Langwerker, Bloemspecht, Bloedspecht en Eksterspecht verwijzen allemaal naar zijn geluid of kleuren.
De naam Langwerker is hem gegeven omdat de vogel vaak uren aan een stuk blijft hameren op dezelfde plek om zijn doel te bereiken.
In Vlaanderen leidden de rode tinten in het verenkleed tot namen als Bloemspecht, terwijl het zwart-wit hem de naam Eksterspecht opleverde.
Vroeger dacht men dat zijn 'kiet-kiet'-roep regen voorspelde, omdat men er in de volksmond het woord 'giet-giet' in meende te herkennen.
Grote bonte spechten hameren om drie redenen op hout: voor hun territorium, voor het zoeken naar insecten en voor hun nestholte.


Deze vogel tikt maar liefst 20 keer per seconde of 12.000 keer per dag op een boomstam zonder hoofdpijn of hersenschudding te krijgen.
Zijn schedel is aangepast met een langere ondersnavel die de schokken doorgeeft aan de onderkaak en de rest van het lichaam in plaats van de schedel.
Tussen de snavel en de schedel zit een schokdempend poreus bot en aan de schedelbasis bevindt zich een kraakbeenachtig kussen als bescherming.
Bovendien hebben ze kleine hersenen die in een klein volume hersenvocht drijven en dus goed vastzitten om schudden tot een minimum te beperken.


Ten slotte heeft de specht een extra ooglid dat verdikt net voor de impact en voorkomt dat de ogen letterlijk uit de oogkassen vliegen.
In de Griekse mythologie was de specht gewijd aan Zeus en Picus, die in een specht veranderde nadat hij de liefde van Circe afwees.
Met dit groeiende archief zet GroenRand de traditie voort waarbij elk detail over deze houthakkers van groot belang is voor de natuurbeleving.
De unieke combinatie van brute kracht en fijnzinnige techniek maakt van deze vogel een onmisbare schakel in onze lokale biodiversiteit.
GroenRand nodigt daarom iedereen uit om deze drummer van het bos met hernieuwde bewondering te observeren in de eigen groene omgeving.

GroenRand en de boomkikker in de Voorkempen: een visie op herstel en leefgebied.

GroenRand en de boomkikker in de Voorkempen: een inspirerende visie op herstel en leefgebied


Foto's: Wim Verschraegen

De boomkikker, wetenschappelijk bekend als Hyla arborea, komt momenteel niet op grote schaal voor in de Voorkempen, de regio ten noordoosten van de stad Antwerpen en het werkingsgebied van GroenRand.
Met zijn frisgroene kleur en bijzondere tenen met zuignappen lijkt deze amfibie wel weggelopen uit één of ander tropisch regenwoud.
Deze kameleon onder de kikkers is helaas ernstig bedreigd en hij komt nog maar op een paar plekken in Vlaanderen voor.
Hoewel de soort in heel Vlaanderen flink aan terrein wint, blijven de populaties in de provincie Antwerpen erg plaatselijk en beperkt.
Dat de boomkikker hier, en vooral in de Voorkempen, achterblijft bij de opmars in de rest van Vlaanderen, komt door verschillende fundamentele oorzaken zoals de geschiedenis van de soort, de strenge habitateisen en de versnippering van het landschap.
Een eerste belangrijke reden is de historische afwezigheid van de soort in dit gebied aangezien de boomkikker rond de vorige eeuwwisseling in heel Vlaanderen nagenoeg was uitgestorven op enkele kleine restpopulaties in Limburg en aan de kust na.
In de provincie Antwerpen was de soort destijds zelfs volledig verdwenen uit het natuurlijke landschap.

De huidige populatie die we nu kennen in de Vallei van het Merkske nabij Merksplas en Hoogstraten is pas in het jaar 2009 ontstaan door een heel specifiek herintroductieproject.
Omdat deze populatie ecologisch gezien nog relatief jong is heeft de soort simpelweg de tijd nog niet gehad om op een natuurlijke wijze de hele provincie en de aangrenzende Voorkempen te koloniseren.
In de ruime regio rond de Voorkempen en de provincie Antwerpen is de Vallei van het Merkske, op de grens met Nederland, een van de weinige plekken waar de boomkikker zich echt heeft gevestigd in een idyllisch kleinschalig landschap met poelen en braamstruwelen.
Wim Verschaegen is een natuurfotograaf voor de organisatie GroenRand en hij heeft in de Vallei van het Merkske prachtige beelden gemaakt die de unieke schoonheid van dit dier laten zien.
De boomkikker is bovendien een echte specialist en wordt door biologen beschouwd als een gidssoort wat betekent dat hij alleen voorkomt in natuurgebieden van absolute topkwaliteit.


De larven van de boomkikker zijn uiterst kwetsbaar voor predatie door vissen aangezien één enkele vis zoals een uitgezette karper of een zonnebaars een volledige generatie kikkervisjes kan opeten.
Daarom zijn visvrije poelen een absolute noodzaak voor de voortplanting van deze zeldzame amfibie.
Daarnaast heeft de boomkikker nood aan ondiepe en zonbeschenen poelen met veel waterplanten die direct grenzen aan dichte braamstruwelen.
De zon moet het water maximaal kunnen opwarmen zodat de larven zich snel kunnen ontwikkelen tot kleine kikkertjes.
De soort is bovendien zeer gevoelig voor vermesting door de landbouw en voor de gevolgen van verdroging van de bodem.
Veel poelen in de zandgronden van de Voorkempen voldoen momenteel niet aan al deze specifieke eisen tegelijkertijd.
De derde grote hindernis is de enorme versnippering van ons landschap en de aanwezigheid van barrières zoals wegen en bebouwing.


Boomkikkers zijn honkvast en ze leggen zelden grote afstanden af door een gebied dat ongeschikt voor hen is.
De Voorkempen is landschappelijk sterk versnipperd door infrastructuur zoals de snelweg E19 en de dichte bebouwing rondom Antwerpen die dodelijke barrières vormen voor migrerende kikkers.
Om van de bronpopulatie in het Merkske naar gemeenten als Schoten of Brasschaat te geraken zijn er elke 500 meter geschikte stapstenen nodig in de vorm van kwalitatieve poelen en struwelen.
In het tussenliggende landbouwgebied ontbreken deze verbindingen vaak volledig waardoor populaties geïsoleerd raken.
Ook de concurrentie door invasieve exoten zoals de Amerikaanse stierkikker speelt de soort parten in de provincie Antwerpen aangezien deze exoot veel groter en agressiever is en de kleine boomkikker simpelweg opeet.


Natuurorganisatie GroenRand benadrukt dat het creëren en herstellen van dit specifieke habitat in de Voorkempen van cruciaal belang is om de zeldzame boomkikker een duurzame toekomst te bieden.
Om dit leefgebied optimaal in te richten is het essentieel om een zonnig netwerk van water en land te bouwen waarbij poelen en struwelen naadloos op elkaar aansluiten.
De voortplantingspoelen moeten op een onbeschaduwde plek liggen waarbij de zuidkant vrij blijft van bomen zodat het water maximaal door de zon wordt opgewarmd.


Deze poelen dienen visvrij te zijn en moeten idealiter in de nazomer af en toe droogvallen om de predatie van eitjes en larven te voorkomen.
Regelmatig leggen natuurorganisaties zulke poelen droog om het vervuilde water af te voeren en roofzuchtige vissen handmatig te verwijderen.
Daarnaast is een goede waterkwaliteit vrij van meststoffen of pesticiden een absolute voorwaarde voor succes bij de voortplanting.
Direct rondom het water is de aanwezigheid van structuurrijke landbiotopen cruciaal zoals braamstruwelen of vlier en hondsroos of meidoornhagen waar de kikkers overdag op de grote bladeren kunnen zonnen en schuilen. 
Bij GroenRand kijken we met een ambitieuze blik naar 2026, het jaar waarin we ons tienjarig bestaan vieren met het project Greenconnect.
Onze missie is helder en we willen de versnipperde natuur in de Voorkempen weer aan elkaar rijgen.

Het paradepaardje van dit plan is de campagne ‘Bijtandje-houtkantje’.


We streven naar kilometers aan nieuwe houtkanten omdat deze lijnvormige landschapselementen de broodnodige ecologische snelwegen vormen tussen onze natuurgebieden.
Zonder die verbindingen blijven planten en dieren gevangen op groene eilandjes en dat bedreigt hun voortbestaan op lange termijn.


Een soort die symbool staat voor deze strijd is de boomkikker.
Dit prachtige diertje is de ultieme graadmeter voor een gezond landschap.
Hoewel hij voor de voortplanting poelen nodig heeft, is hij voor de rest van zijn leven volledig afhankelijk van houtkanten.
Hij gebruikt de zonbeschenen braamstruiken en struwelen als veilige schuilplaats en zonnebank.
Belangrijker nog is dat houtkanten voor de boomkikker cruciaal zijn om van de ene poel naar de andere te trekken.
Zonder die beschutting droogt hij uit of wordt hij gegrepen door roofdieren voordat hij zijn bestemming bereikt.
Het contrast in Vlaanderen is momenteel pijnlijk groot.
Terwijl de boomkikker in Limburg en de kuststreek aan een spectaculaire opmars bezig is met recordaantallen, blijft hij in onze Voorkempen een uiterst zeldzame verschijning.
De populaties elders groeien maar onze regio blijft achter door de enorme versnippering en het verdwijnen van historisch struweel.
Met ons houtkantenplan willen we daar verandering in brengen.
We willen de loper uitrollen zodat de boomkikker ook de weg naar de Voorkempen weer vindt en zich hier definitief kan vestigen.

Omdat de boomkikker zich vaak in clusters verplaatst moeten deze leefgebieden met elkaar verbonden worden via stapstenen op maximaal 400 tot 750 meter afstand van elkaar.
Brede houtkanten van minstens 3 meter breed kunnen hierbij dienen als veilige migratiecorridors voor de dieren.
Ook het voorzien van vorstvrije overwinteringsplekken zoals houtstapels of takkenhopen en een dikke strooisellaag is noodzakelijk om de biodiversiteit te versterken.
In gemeenten zoals Schoten en Brasschaat en Kapellen gaat het momenteel enkel om incidentele verschijningen en niet om vaste populaties.
In het grensgebied van Kapellen en Brasschaat zijn natuurgebied De Uitlegger en het militaire domein Groot Schietveld de meest kansrijke plekken voor een toekomstige vestiging.


In Schoten concentreren de zeldzame meldingen zich rond het Fort van Schoten en de randen van Park Vordenstein waar de vochtige omgeving als tijdelijk onderkomen dient voor zwervers.
Vaak gaat het bij deze waarnemingen om individuen die via transport tussen tuinplanten zijn meegelift of om ontsnapte dieren die soms worden binnengebracht bij het opvangcentrum voor wilde dieren VOC Brasschaat-Kapellen.
De boomkikker kent werkelijk zijn gelijke niet in onze natuur en je kan hem makkelijk herkennen aan enkele unieke eigenschappen.


Het is een kleine kikker die slechts 3,5 tot 5 centimeter groot wordt met een opvallende grasgroene rug die kan verkleuren van geelgroen tot olijfgroen of bruin.
Afhankelijk van de temperatuur en de vochtigheid of de gemoedstoestand van de kikker kan zijn kleur veranderen wat niets met aanpassen aan de omgeving te maken heeft.
Voelt de boomkikker zich gestrest dan kan zijn kleur tot donkergroen of bruin veranderen en soms verschijnen er zelfs vlekken op de huid.
De buik is beige van kleur en er loopt een duidelijke bruinzwarte streep die vertrekt aan de neus en via het oog richting de zijkant van de buik in de liesstreek uitmondt.


De ogen zijn oranjegeel met een liggende pupil en enkel de mannetjes kwaken met hun enorme keelblaas.
De mannetjes hebben een kwaakblaas onder de keel die zeer ver kan worden uitgerekt waarbij de blaas bijna doorzichtig is en zo groot als de boomkikker zelf.
Op zwoele avonden roepen ze daarmee snel achter elkaar hun luide krèk-krèk-krèk lokroep die tot op meer dan een kilometer afstand te horen is.
Soms beginnen ze zelfs te kwaken als er een vliegtuig overvliegt wat een grappig gezicht is voor waarnemers.
Er bestaan ook mannetjes die zelf niet kwaken en niet zelf naar een vrouwtje zoeken maar zij proberen een vrouwtje te bespringen dat door een ander mannetje werd gelokt.


Aan de uiteinden van de vingers en de tenen hebben boomkikkers hechtschijven die bestaan uit zeer fijne kanaaltjes waaruit vocht wordt gedreven zodat de kikker beter blijft plakken.
Deze hechtschijven lijken een beetje op zuignappen maar hebben dus een volledig andere werking door de vloeistofstroom.
Bij het klimmen scheidt ook de buikzijde een kleine slijmlaag af om de grip op de ondergrond te vergroten tijdens verticale bewegingen.
De boomkikker is een gewiekst insecteneter die met zijn lange tong vliegen en muggen rechtstreeks uit de lucht vangt tijdens de schemeruurtjes en de nacht.
Hij bespringt zijn prooi vaak met opengesperde mond terwijl hij op struiken aan een zonnige bosrand verblijft.
Met de ogen gesloten zonnend op een braamblad trekt hij zich geen zier aan van alle stekels om zich heen in het struweel.
Tijdens het voortplantingsseizoen van half april tot juli verhuist de boomkikker naar het water maar ook daar verblijft hij liefst in de beschutting van het struikgewas.
Een vrouwtje legt tot wel 1400 eieren per voortplantingsseizoen in ondiep water dat snel opwarmt.


Na ongeveer drie dagen komen de larven uit de eitjes en ze krijgen op korte tijd pootjes terwijl ze hun staart afwerpen.
Zodra het echte kikkers zijn klauteren ze uit het water en zoeken ze de struiken op waar ze na drie jaar zelf geslachtsrijp zullen zijn.
In warme zomers tref je hen al vanaf halfweg juli aan in hun groene biotoop.
Overwinteren doet hij niet in de modder maar aan land onder houtstapels of in de strooisellaag die bescherming biedt tegen vorst.
De boomkikker is erg gevoelig aan populatieschommelingen want bij een strenge winter overleven veel jonge kikkers de koude niet.
Hoewel het rond het jaar 2000 alarmerend slecht ging kunnen we nu voorzichtig van een comeback spreken door volop in te zetten op herstel van de resterende populaties.
Het voorzien van doordachte faunapassages bij wegen is volgens GroenRand noodzakelijk om de biodiversiteit te versterken en isolatie van lokale groepen te voorkomen.
Veel andere soorten profiteren mee van deze maatregelen die voor de boomkikker worden getroffen in de regio.


Voor burgers en landeigenaren in de Voorkempen zijn er diverse financiële stimulansen beschikbaar om mee te bouwen aan dit natuurlijke netwerk.
Het Regionaal Landschap de Voorkempen biedt advies en ondersteuning bij het graven en ruimen van natuurpoelen waarbij particulieren vaak slechts een fractie van de graafkosten betalen.
In gemeenten zoals Kapellen zijn er specifieke subsidies voor kleine landshapselementen waarbij de aanleg van een nieuwe drinkpoel financieel wordt ondersteund met een bedrag per vierkante meter.
Ook de provincie Antwerpen kent via het Subsidieloket regelmatig projectsubsidies toe aan de Regionale Landschappen om het lokale biodiversiteitsbeleid te versterken.
Landeigenaren die de natuur een handje willen helpen kunnen bovendien terecht bij het Agentschap voor Natuur en Bos voor projectoproepen gericht op het behoud en herstel van bedreigde soorten.


Het is daarbij van cruciaal belang dat gesubsidieerde poelen geen zwemvijvers worden en dat er absoluut geen vissen in worden uitgezet om de natuurwaarde te garanderen.
Door gebruik te maken van deze middelen kunnen bewoners in de Voorkempen direct bijdragen aan de terugkeer van de boomkikker in hun eigen omgeving.
De toekomst ziet er goed uit voor deze kleine Kermit mits we blijven inzetten op de verbinding van hun leefgebieden en de kwaliteit van de poelen.

donderdag 2 april 2026

Economie en ecologie in Vlaanderen: ambitie op papier of stilstand op het terrein?

Economie en ecologie in Vlaanderen: mooie plannen op papier of stilstand in de praktijk?

De politieke week in Vlaanderen stond volledig in het teken van een scherp debat over de toekomst van ons milieu- en industriebeleid.
Wat begon met een gelekte ‘non-paper’ van minister Jo Brouns (CD&V), ontaardde in een bitse confrontatie in de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement.
Terwijl de coalitiepartners N-VA en Vooruit waarschuwen voor een “gevaarlijke ontmanteling” van de natuur, houdt Brouns vol dat hij enkel strijdt tegen een verstikkende bureaucratie die paradoxaal genoeg de feitelijke verbetering van ons leefmilieu in de weg staat.

Echter, een diepere analyse door natuurvereniging GroenRand legt een pijnlijke realiteit bloot: de huidige ambities van de regering-Diependaele lijken nagenoeg onbestaand en teren volledig op de erfenis van de vorige legislatuur onder Zuhal Demir.
Maandag opende de krant De Standaard met een bericht over een “nieuwe demarche” van minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns om milieurichtlijnen te versoepelen.
De nieuwe demarche van Jo Brouns kadert binnen de Make 2025-2030-agenda, het overleg dat de deelstaten en de federale regering hebben over het industriebeleid.
Binnen dat overleg zal een aparte werkgroep zich buigen over het vergunningenbeleid, een stokpaardje van de Vlaamse regering waar Matthias Diependaele en Brouns samen een actieplan over uitrollen.
Meteen de reden waarom federaal premier Bart De Wever naar Vlaanderen keek om die werkgroep te leiden om vlottere vergunningen voor bedrijven te forceren.
Brouns accepteerde het aanbod om een zogenoemde ‘non-paper’ op te stellen over alle onderwerpen die in de werkgroep aan bod moeten komen, waarna de paper ter inzage aan de redactie werd voorgelegd.


In zijn nota, getiteld “Input from Flanders”, pleit hij voor een fundamentele herziening van de Europese Habitatrichtlijn, de Kaderrichtlijn Water en de Nitraatrichtlijn.
Brouns steunt naar eigen zeggen het doel van de richtlijnen, maar meent dat ze leiden tot “disproportionele economische en maatschappelijke kosten, met beperkte meerwaarde voor het leefmilieu”.
Te strenge interpretaties maken het volgens hem “onmogelijk om sociaal-economische ontwikkelingsruimte en een gezond leefmilieu op een kostenefficiënte wijze te verzoenen”.


Een dichtbevolkte regio als Vlaanderen moet soepeler kunnen omgaan met de doelstellingen, zegt de minister, bijvoorbeeld rond het mestbeleid.
Vanwege de versnipperde natuur moet het volgens hem mogelijk zijn om de afbakening van de habitatrichtlijngebieden of de instandhoudingsdoelstellingen onder bepaalde voorwaarden te herzien.
Het zijn zaken die Brouns vorige zomer ook al eens opsomde in een non-paper, die toen prompt werd afgewezen binnen de meerderheid.
Niet alleen herhaalt hij al die pistes nu, hij legt er nog nieuwe op tafel, zoals artikel 23 van de grondwet dat het standstill-principe in het leven riep.


Dat principe heeft volgens de minister onwenselijke proporties aangenomen en moet daarom dringend worden herijkt.
Ook het Verdrag van Aarhus, dat voorziet in een ruime toegang tot de rechter in milieuzaken, moet volgens zijn paper herbekeken worden omdat het zou leiden tot strategisch procederen.
Hij stelt dat men vaak probeert om via de rechter tot beleid te komen waarvoor via de gebruikelijke democratische besluitvorming niet voldoende draagvlak is gevonden.
De reacties van de coalitiepartners in de plenaire zitting waren vlijmscherp en lieten weinig aan de verbeelding over.
Sanne Van Looy (N-VA) nam de leiding in het verdedigen van het N-VA-beleid en stelde dat de veelbesproken nota louter “input van CD&V” was en niet de hele regering vertegenwoordigde.
“De voorbije dagen was er wat verwarring rond de zogezegde versoepeling van milieurichtlijnen, maar de ‘input from Flanders’ bleek gewoon ‘input from CD&V’,” aldus Van Looy.


Zij stelde onomwonden dat het regeerakkoord de enige leidraad is: “Wat telt is het regeerakkoord, we blijven werken aan meer natuur, proper water en vlottere vergunningen.”
“Dat hebben we afgesproken en daar geven we geen millimeter op toe,” benadrukte ze met klem.


Sanne Van Looy maakte duidelijk dat economie en ecologie verzoenen de kern is van het N-VA-beleid, waarbij men niet toegeeft op de afgesproken milieudoelen maar wel streeft naar uitvoerbaarheid.
Zij herhaalde de belofte uit het akkoord om te blijven werken aan bosuitbreiding, de Blue Deal en een rechtszeker vergunningenkader dat standhoudt voor de rechter.
Zij benadrukte dat N-VA van de minister verwacht dat hij de gemaakte afspraken uit het regeerakkoord met opgeheven hoofd in Europa verdedigt, in plaats van eigen partijstandpunten als Vlaams beleid te presenteren.



Ook Vooruit-parlementslid Kris Verduyckt noemde de nota die naar het Europees Parlement werd gestuurd een frontale aanval op het Europese milieubeleid.
In de woorden van Brouns die hij eerder uitsprak in de Commissie Leefmilieu zag hij zelfs een middelvinger naar een gezonde leefomgeving.
Minister Brouns counterde de kritiek met absurde praktijkvoorbeelden uit het veld om aan te tonen waar het beleid vandaag spaak loopt.


Hij wees op de bouw van nieuwe scholen waarbij grondwater met PFAS-vervuiling moet worden opgepompt via bemaling.
“Wij zuiveren dat water tot wel tien keer toe, van 500 naar 50 microgram PFAS, wat een significante verbetering van de waterkwaliteit is.”
“Maar Europa zegt dat dit gezuiverde water niet terug in de waterloop mag omdat het als een ‘nieuwe vervuiling’ wordt beschouwd.”
“Exact dit is wat ik in Europa wil gaan doen, het herijken van de regels zodat ze logisch worden op het terrein.”
Ook de erkenning van ‘renure’, wat circulaire kunstmestvervangers uit dierlijke mest zijn, blijft volgens hem onterecht geblokkeerd door de huidige Nitraatrichtlijn.
Sanne Van Looy voegde daar in het debat een extra dimensie aan toe door de Europese rapportages aan te vallen die renovatiepremies als milieuschadelijk bestempelen.


Zij noemde dit wereldvreemd en absurd checkbox-milieubeleid dat het draagvlak bij de burger voor echte milieuzorg volledig ondermijnt.
Deze discussie vindt plaats tegen de achtergrond van een Vlaams Regeerakkoord dat een fundamentele koerswijziging markeert onder het motto ‘kwaliteit boven kwantiteit’.
De regering heeft beslist om geen nieuwe nationale- of landschapsparken meer te erkennen en de focus te verschuiven naar het beheer van wat reeds bestaat.
De energie en middelen worden voortaan geconcentreerd op de reeds erkende gebieden, waarbij de uitbouw van de werking binnen de huidige contouren centraal staat.
Voor de provincie Antwerpen heeft dit grote gevolgen, want de langverwachte promotie van het bestaande Grenspark Kalmthoutse Heide naar een officieel Nationaal Park is geschrapt.


Hoewel het akkoord vasthoudt aan de doelstelling van 10.000 hectare extra bos tegen 2030 en de voortzetting van de Blue Deal, blijkt de realiteit weerbarstig.
De toename van natuur onder effectief beheer in 2025 bedroeg slechts 1.077 hectare, wat een scherpe daling is ten opzichte van de 6.500 hectare het jaar voordien.
De analyse van GroenRand is vernietigend voor het huidige beleid en werd gemaakt na bevraging door volksvertegenwoordigers aan minister Brouns in de commissie.
De projecten die de huidige regering als haar ambities presenteert, zijn nagenoeg allemaal opgestart of zelfs gerealiseerd tijdens de regeerperiode van Zuhal Demir.
Het Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering (VAPEO), dat nu formeel wordt herbevestigd, bevat exact dezelfde lijst met prioritaire knelpunten die Demir in 2020 vastlegde.


Het gaat hierbij om de ecoducten over de E314 in Zonhoven en de A12 in Meise, en het onderzoek naar de N74 in Pelt.
Zelfs de veelbesproken ecostrook bij de Hoogmolenbrug in Schoten is in werkelijkheid al in 2023 onder het bewind van Demir volledig voltooid.
Hetzelfde geldt voor de fundamenten van het Bomenplan en het Houtkantenplan, wat integrale erfenissen van de vorige legislatuur zijn die nu simpelweg worden voortgezet zonder enige nieuwe impuls.
GroenRand kwam deze ontluisterende feiten te weten via gerichte parlementaire bevragingen door volksvertegenwoordigers in de Commissie voor Leefmilieu.
Waar de vorige regering onder Demir nog aanzienlijke budgetten vrijmaakte van zo'n 50 miljoen euro, blijkt er uit de antwoorden van de minister een andere realiteit.
Voor de rest van de legislatuur tot 2031 blijkt er feitelijk geen nieuw budget meer te zijn voorzien voor nieuwe ontsnipperingsprojecten binnen het VAPEO-programma.
De teller staat voor de komende jaren op nul euro, wat aantoont dat de ambities voor nieuwe natuurverbindingen miniem of zelfs onbestaand zijn.
De projecten staan dus wel op papier ter herbevestiging, maar zijn financieel volledig uitgekleed en daardoor onuitvoerbaar.
Zonder deze middelen blijven realisaties zoals de Hoogmolenbrug een groen eiland zonder veilige aanlooproutes voor de lokale fauna.
Zolang de noodzakelijke vervolgverbindingen naar omliggende groengebieden zoals Ertbrugge niet worden gefinancierd, blijft de impact op de biodiversiteit minimaal.
Het uiteindelijke resultaat is een pragmatisch akkoord dat probeert te laveren tussen ecologische noodzaak en economische realiteit.


De natuursector waarschuwt echter voor papieren waanzin en een ernstig gebrek aan daadkracht binnen de huidige Vlaamse regering.
De huidige ambities lijken onbestaand, aangezien de regering-Diependaele vooral een rollend programma van de vorige legislatuur beheert.
Ondertussen heeft de regering de financiële kraan voor de toekomst van de ontsnipperingsprojecten volledig dichtgedraaid.
De strijd om de verzoening tussen economie en ecologie wordt in het parlement met grote woorden gevoerd door partijen als N-VA en CD&V.


Op het terrein dreigt echter totale stilstand door een gebrek aan eigen dadendrang en het volledig ontbreken van nieuwe middelen.
Zonder nieuwe investeringen blijven de Europese natuurhersteldoelen voor 2030 een onhaalbare kaart en de ecoducten slechts tekeningen op een verouderde kaart.
Vlaanderen staat voor een cruciale keuze waarbij het moet beslissen of het echt investeert in de natuur van de toekomst of enkel restanten uit het verleden beheert.