donderdag 7 mei 2026

Aarde-emoties: Waarom we een nieuwe taal nodig hebben voor ons landschap

Aarde-emoties: Waarom we een nieuwe manier van spreken nodig hebben voor ons landschap

“Aarde-emoties zijn moeilijk samen te vatten,” zo opende de Australische milieufilosoof Glenn A. Albrecht in 2024 de Frederik van Eedenlezing in Leusden en daarmee sloeg hij meteen de spijker op de kop voor iedereen die zich wel eens machteloos voelt bij de toestand van onze natuur.
De Nederlandse psychiater Frederik van Eeden probeerde honderd jaar geleden met zijn kolonie Walden al aan te tonen dat we gelukkiger worden van handenarbeid en een nauw contact met de aarde, al werden zijn volgelingen destijds nog smalend weggezet als holbewoners en keuterboertjes.


Albrecht voelt diezelfde zielsverwantschap en noemt zichzelf met trots een “boerenfilosoof”, iemand die niet vanuit een ivoren toren praat maar met zijn voeten in de klei staat en begrijpt dat de verbinding met de grond onder onze voeten de basis is van ons mens-zijn.
Diezelfde filosofische strijdlust vinden we terug bij de natuurvereniging GroenRand, die Albrecht als een grote inspiratiebron ziet voor hun eigen werking in de Voorkempen en de brede regio rond Antwerpen.
Om die strijd kracht bij te zetten, lanceerde de vereniging de rubriek ‘De pen van Glenn’, geschreven onder het veelzeggende pseudoniem Glenn Solastalgie, als een scherp zwaard tegen de onverschilligheid van het beleid.


Deze 'pen' is voor GroenRand een cruciaal instrument geworden: het is de intellectuele en emotionele stem van de vereniging die politieke dossiers over verkavelingen en natuurvernietiging nauwgezet opvolgt.
Door deze rubriek worden volksvertegenwoordigers en beleidsmakers voortdurend gevoed met kritische informatie en parlementaire vragen, waardoor de 'pen van Glenn' een politieke factor van betekenis is geworden in het lokale natuurdebat.


De naam verwijst natuurlijk direct naar Albrecht zelf, die wereldberoemd werd met het woord ‘solastalgie’ of ‘troostwee’, een term die hij al in 2003 bedacht om een heel specifiek modern lijden te duiden.
Met solastalgie bedoelt hij het verlies van het thuisgevoel, niet omdat jij je vertrouwde plek verlaat zoals bij heimwee, maar omdat je leefomgeving zodanig verwoest wordt door menselijk ingrijpen dat de plek die je thuis noemt onherkenbaar wordt.
Het is precies die existentiële pijn die de pen van Glenn Solastalgie probeert te vertalen naar de politieke arena, om te voorkomen dat de laatste open ruimtes in onze regio worden opgeofferd aan kortzichtige economische belangen.
In de praktijk vertaalt GroenRand deze filosofie naar de modderige realiteit van de Voorkempen, waar de ‘pen van Glenn’ als een vlijmscherp scalpel de dossiers van de Antitankgracht en de Klimaatgordel fileert.
Daar waar solastalgie dreigt te winnen door de oprukkende verharding en de sluipende versnippering van het landschap, stelt GroenRand concrete daden die de emotionele wonde van het landschap moeten helen.


Het herstel van specifieke biotopen, zoals de natte valleigebieden en de relictloofbossen, is voor de vereniging veel meer dan louter natuurbeheer; het is een actieve vorm van landschapstherapie.
Wanneer de pen van Glenn Solastalgie schrijft over het belang van robuuste natuurverbindingen, dan gaat dat over het creëren van veilige havens waar niet alleen de ree en de boommarter, maar ook de menselijke ziel weer tot rust kan komen.

Door het herstellen van deze ecologische corridors vecht GroenRand tegen de ecoverlamming die ontstaat wanneer mensen hun vertrouwde horizon zien verdwijnen achter muren van beton en asfalt.
Elke herstelde poel en elke aangeplante heg langs een trage weg fungeert als een tastbaar bewijs dat het symbioceen geen verre utopie is, maar een werkelijkheid die we hier en nu met onze eigen handen kunnen opbouwen.


Deze projecten laten zien dat we de machteloosheid van de solastalgie kunnen ombuigen naar de euforie van de eutierria, simpelweg door de natuur de ruimte te geven om zichzelf te herstellen.
De pen van Glenn dient hierbij als het politieke schild dat deze kwetsbare biotopen beschermt tegen de kortzichtige winstbejag van de ‘patriarchen van het antropoceen’ die ook op lokaal niveau hun stempel proberen te drukken.
In zijn boek Aarde-emoties wijdt Albrecht hele hoofdstukken aan de introductie van nieuwe woorden, omdat hij gelooft dat we de wereld pas kunnen redden als we de juiste woorden hebben om onze relatie ermee te beschrijven.


Hij reikt ons begrippen aan zoals ‘terrafurie’, de heilige woede die je voelt op de degenen die het bevel voeren over de vernietiging van de aarde, een emotie die de brandstof vormt voor veel burgerbewegingen, natuurverenigingen en actiegroepen.
Daartegenover plaatst hij ‘eutierria’, een diep, bijna spiritueel gevoel van verbondenheid met de aarde waarbij de grens tussen het individu en de natuur even volledig wegvalt.
Deze woorden zijn voor Albrecht én voor de auteurs achter de rubriek bij GroenRand geen droge academische theorie, maar een manier om onze meest vage en onderdrukte gevoelens eindelijk een legitiem bestaansrecht te geven.
Zolang we geen woorden hebben voor wat we voelen, blijven we gevangen in ‘ecoverlamming’, een toestand waarin de omvang van de klimaatcrisis ons simpelweg blokkeert om nog in actie te komen.
De pen van Glenn fungeert hier als een breekijzer: zodra je een naam kunt plakken op je liefde voor een specifiek bos of een bedreigde beekvallei, wordt die liefde opeens een politiek argument dat gedeeld kan worden met anderen.


Albrecht richt zijn pijlen, en dus ook de pen van Glenn, op de “patriarchen van het antropoceen” zoals Elon Musk en Jeff Bezos, die de aarde slechts zien als een grondstof of een springplank naar andere planeten.
Hij verzet zich radicaal tegen de berusting die uitgaat van de term Antropoceen, omdat hij weigert geassocieerd te worden met een tijdperk waarin een kleine elite de fundamenten van het leven voor alle andere wezens vernietigt.
In plaats daarvan spiegelt hij ons het ‘symbioceen’ voor, een tijdperk waarin mensen weer in harmonie en wederzijdse afhankelijkheid leven met al wat leeft, een visie die de kern vormt van de robuuste natuurverbindingen waar GroenRand voor ijvert.
Hij nodigt ons daarom uit om een ‘symbiografie’ te schrijven, een levensverhaal waarin je niet je eigen prestaties centraal stelt, maar de relaties die je in je leven hebt opgebouwd met andere levende wezens, van de boom in je tuin tot de huisdieren die je vergezellen.
Door op die manier naar onze eigen levensloop te kijken, beseffen we dat onze identiteit evengoed verbonden is met het lokale ecosysteem als met onze eigen familiegeschiedenis.


We zijn immers net zozeer verbonden met het onzichtbare microbioom in onze eigen lichamen als met de grote macrobiomen van de bossen en velden waarin we ons dagelijkse bewegen en ademhalen.
Sinds de pandemie beseffen we maar al te goed dat onze fysieke gezondheid een illusie is als de planeet ziek is, maar de pen van Glenn herinnert ons eraan dat ook onze mentale en emotionele stabiliteit direct samenhangt met de toestand van ons landschap.
Albrecht bestrijdt de gedachte dat emoties in het natuurdebat enkel 'lastig' of 'irrationeel' zijn; hij ziet ze juist als de enige echte motor voor een rechtvaardige en duurzame samenleving.
Laten we dus de scherpte en de hoop van de pen van Glenn overnemen om de druk op de ketel te houden en de beleidsmakers te dwingen tot keuzes die het leven in al zijn vormen bevestigen.
Het benoemen van onze aarde-emoties is geen teken van zwakte, maar de eerste stap naar een herovering van onze leefomgeving en een eerherstel voor de natuur die ons allen draagt.
Alleen door de taal van de vernietiging te vervangen door een taal van verbinding en actie, kunnen we de weg vrijmaken voor een toekomst waarin we ons weer werkelijk thuis voelen op deze aarde.


Mieke Schauvliege krijgt van GroenRand de pen van Glenn

De Pen van Glenn: Hoe Mieke Schauvliege en anderen strijden tegen solastalgie

De naam Glenn Solastalgie is een zorgvuldig gekozen symbolische constructie die zowel een eerbetoon is aan een invloedrijke denker als een krachtig statement over de huidige staat van onze natuur.

                Milieufilosoof Glenn A. Albrecht © Fairfax Media

De voornaam Glenn verwijst naar de Australische milieufilosoof Glenn Albrecht, die wereldwijd bekendheid verwierf door een nieuw vocabulaire te creëren voor emoties in relatie tot de aarde.
Daarnaast verwijst "Glenn" naar het Keltische woord voor "vallei", wat de diepe verbondenheid met het landschap onderstreept.

De achternaam Solastalgie is direct afgeleid van het door Albrecht bedachte neologisme ‘solastalgia’, een samentrekking van het Latijnse solacium (troost) en het Griekse algos (pijn of verdriet).
Het beschrijft de diepe psychologische pijn of "thuisloosheid" die men voelt wanneer de vertrouwde omgeving onherkenbaar verandert door menselijk toedoen, zoals betonnering, versnippering of ontbossing.
Bij de vereniging GroenRand dient dit pseudoniem als een krachtig literair en filosofisch masker dat lokale dossiers verbindt met een wereldwijde beweging voor natuurherstel.

De naam fungeert als het morele geweten van de organisatie en geeft een krachtige stem aan het collectieve verdriet van burgers die hun landschap dag na dag zien versnipperen.
In de rubriek ‘De pen van Glenn’ wordt deze symboliek vertaald naar scherpe, urgente columns die fungeren als een uiting van ‘soliphilia’, de liefde voor een plek die aanzet tot verzet.
De komst van Glenn toont de overgang van GroenRand van een sensibiliserende gidsorganisatie naar een strijdbare vereniging die directe politieke druk uitoefent op het natuurbeleid.


Als onderdeel van deze aanpak geeft GroenRand vanaf nu de pen van Glenn aan mensen die zich inzetten voor de bescherming van de natuur, een toekomstige traditie waarbij de eerste pen symbolisch werd overhandigd aan volksvertegenwoordiger Mieke Schauvliege.
Dit gebaar kwam in de plaats van de vroegere "Groene Duim", die als blijk van waardering werd gegeven aan mensen zoals Dieter Coppens, Wouter Patho, Gie Campo en Els Beeckx.


Ook Anne Stuer, Michiel Cornelis, vrijwilligers zoals Tom Van Thienen en Luc Vermeersch ontvingen deze erkenning.


Een bijzondere vermelding gaat naar de vele natuurfotografen die de schoonheid van onze regio vastleggen, zoals Anne Oostvogels, Francois Eennaes, Paul Van Dijck, Geert Bollen, Rodrik Steverlynck, Ben Hellebaut, Karel de Blick, Frank Vermeiren, Els De Backer, Wim Verschraegen, Jos Jansen, Mark Mertens en Ivo Schut.


Deze fotografen zorgen voor heel wat materiaal voor de website en hun beelden dwingen een diep respect af voor de natuur bij iedereen die ze bekijkt.
Het project Onze GroenRand-natuur is ontstaan vanuit de visie om de inwoners van de Voorkempen opnieuw te verbinden met de wilde natuur in hun eigen achtertuin.
In plaats van de nadruk te leggen op verre reizen, zetten natuurfotografen de lokale biodiversiteit in de schijnwerpers met spectaculaire beelden die laten zien dat indrukwekkende fauna en flora verrassend dichtbij te vinden zijn.


Door de verborgen rijkdom van onze eigen regio zo krachtig in beeld te brengen, wil het project bij de kijker een gevoel van bewondering en trots aanwakkeren.
Deze trots vormt de basis voor een natuurlijke bereidheid om de kwetsbare biodiversiteit beter te beschermen.
Blikvangers in dit verhaal zijn de iconische bewoners van onze waterlopen en bossen: de bever, de otter en de boommarter.


Zij worden niet louter als diersoorten gepresenteerd, maar als de ware ambassadeurs van de Voorkempen.
Hun aanwezigheid, prachtig vastgelegd op beeld, bewijst dat we niet naar de andere kant van de wereld hoeven te reizen om oog in oog te staan met indrukwekkende natuur.
Deze dieren dienen als levend bewijs voor de noodzaak om natuurkernen en waterwegen zoals de Antitankgracht veilig met elkaar te verbinden.
Om dit belevingsgevoel extra te versterken, bleef het niet enkel bij beelden, er werden ook geleide wandelingen met natuurgidsen georganiseerd.
Onder deskundige begeleiding kregen deelnemers de kans om de natuurgebieden met eigen ogen te ontdekken en te leren hoe ze sporen van deze bijzondere dieren kunnen herkennen.
Het project fungeerde zo als een interactief educatief platform dat mensen stimuleerde om op een respectvolle manier naar buiten te gaan.
Het uiteindelijke doel is dat de bevolking de natuur niet langer als een decor ziet, maar als een essentieel onderdeel van hun directe omgeving dat onze actieve bescherming verdient.
Zelfs organisaties zoals vzw Red de Voorkempen en lokale Natuurpunt-afdelingen kregen die duim voor hun onvermoeibare inzet voor de regio.
Waar de Groene Duim stond voor een vriendelijk schouderklopje, is de uitreiking van de Pen van Glenn uitgegroeid tot een krachtig strategisch middel om politici en experts actief mede-verantwoordelijkheid te laten nemen voor onze gezamenlijke toekomst.
Mieke Schauvliege heeft deze verantwoordelijkheid direct opgenomen door minister Jo Brouns in het parlement kritisch te ondervragen over de noodzakelijke bescherming van onze regio.
Zij stelde scherpe parlementaire vragen over het uitblijven van het nieuwe Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering (VAPEO) en de noodzaak om de Antitankgracht als blauw-groene ader te versterken.

Zij herinnerde de minister eraan dat de aanleunende natuurgebieden rond deze historische gracht dringend behoefte hebben aan structurele verbindingen en een serieus budgettair kader om de versnippering te stoppen.


De pen wordt ook toevertrouwd aan biologen, landschapsarchitecten en klimaatwetenschappers om hun wetenschappelijke expertise om te zetten in tastbaar beleid voor de Voorkempen.
Ook de gewone burger krijgt via dit platform een stem om persoonlijke ervaringen van solastalgie te delen en lokaal verzet te bieden tegen het verdwijnen van open ruimte.
Vandaag de dag gebruikt Glenn deze pen om dringende eisen op de politieke agenda te zetten, zoals een doorgedreven ontsnippering en het effectief versterken van onze beekvalleien.
De realisatie van robuuste natuurverbindingen en een drastische verhoging van het budget voor lokaal natuurbeheer zijn daarbij de absolute speerpunten van ons actieplan.
Door de inzet van deze scherpe pen en de steun van een groeiend front van burgers dwingt GroenRand beleidsmakers om de emotionele en ecologische waarde van ons landschap eindelijk serieus te nemen.
Het ultieme doel blijft de grote transitie naar het Symbioceen, een tijdperk waarin de mens weer in balans leeft met zijn omgeving en de natuur haar rechtmatige plek terugkrijgt.
Elke geschreven regel in 'De pen van Glenn' is een bouwsteen voor die hoopvolle toekomst, waarbij we solastalgie ombuigen naar collectieve kracht en herstel.

woensdag 6 mei 2026

De Groene Kikker op de Kalmthoutse Heide door de lens van Mark Mertens

De Groene Kikker op de Kalmthoutse Heide door de lens van Mark Mertens


Zal je eerst kopje onder duwen, dan neuze neuze en dan spring ik er vandoor, Mark Mertens, medewerker van Onze GroenRand-natuur, maakt een prachtige fotoreportage op de Kalmthoutse heide.
Terwijl hij daar met zijn lens boven het wateroppervlak tuurt, ziet hij precies waarom de groene kikker zo’n geliefd onderwerp is voor natuurliefhebbers.
Als je op een zonnige dag langs een ven of sloot wandelt, is de kans groot dat je ze als eerste opmerkt door die bekende, luide plons in het water.
In tegenstelling tot hun bruine neefjes, die het grootste deel van het jaar in het bos of de tuin doorbrengen, zijn groene kikkers echte waterratten die hun hele leven direct aan de rand van het water blijven.
Ze liggen daar heerlijk te zonnen op drijvende bladeren, maar vergis je niet: het zijn razendsnelle jagers.
Met hun kleverige tong plukken ze insecten zoals vliegen, muggen, spinnen en slakken uit de lucht.
Ze gebruiken daarbij een bizar trucje om hun eten door te slikken: omdat kikkers niet kunnen kauwen, trekken ze hun oogballen diep in hun schedel om de prooi letterlijk door hun keel richting de maag te duwen.
Als een groene kikker een dikke vlieg vangt en je ziet hem knipperen, dan is dat geen beleefdheid maar pure mechanica.
De allergrootste exemplaren deinzen er zelfs niet voor terug om kleine gewervelde dieren zoals visjes of jonge vogels te verschalken.


Wat veel mensen niet weten, is dat ‘de’ groene kikker eigenlijk een biologisch raadsel is dat wetenschappers pas rond 1976 echt ontrafelden.
Het is een verzamelnaam voor het groene kikker-complex, bestaande uit drie vormen die fysiek en genetisch sterk met elkaar verweven zijn.
Je hebt de Meerkikker, de grootste van de drie die tot wel 12-14 cm kan worden, vaak donkerder groen of bruin is met grote vlekken en donkergrijze kwaakblazen heeft.
Daarnaast is er de Poelkikker, de kleinste variant van 4 tot 6 cm die felgrasgroen is met een lichte rugstreep en witte kwaakblazen.
De hybride nakomeling van deze twee is de Bastaardkikker, de koning van onze wateren die qua uiterlijk precies tussen de andere twee in zit.
Je vindt deze meest voorkomende vorm in bijna elke tuinvijver.
Deze Bastaardkikker heeft een uniek voortplantingssysteem genaamd hybridogenese, waarbij hij altijd een van zijn oudersoorten in de buurt nodig heeft om de genetische balans te bewaren.
In de volksmond wordt de groene kikker ook wel de boerennachtegaal genoemd vanwege zijn rauwe, lachende gekwaak.
Die naam is nogal ironisch, want het geluid is verre van verfijnd.
In de middeleeuwen was het kabaal in de slotgrachten tijdens de voortplantingsperiode in mei en juni soms zo erg dat bedienden 's nachts met stokken op het water moesten slaan zodat de kasteelheren konden slapen.
Vooral de Meerkikker staat bekend om zijn luidruchtige aanwezigheid, een soort die volgens lokale legendes zelfs per ongeluk door een Bulgaarse vrachtwagenchauffeur met een lading voor de Franse consumptie in de jaren '70 in Wetteren zou zijn gedumpt of ontsnapt.


Tijdens de winter houden deze kikkers een flinke pauze door diep in de modder op de bodem van de sloot in winterslaap te gaan.
Omdat hun huid poreus is, kunnen ze onder water blijven ademen en vocht opnemen zonder te drinken uit een glas.
Diezelfde gevoelige huid maakte hen vroeger tot een soort ‘levende barometers’ die men in potten hield met een laddertje, in de overtuiging dat ze naar boven klommen als er mooi weer op komst was.
Zodra de voorjaarszon het water weer opwarmt, komen ze tevoorschijn voor hun spectaculaire concerten waarbij de mannetjes hun twee uitwendige kwaakblazen in de mondhoeken tot het uiterste opbollen.
Het zijn prachtige, vitale dieren die een onmisbare schakel vormen in de natuur, simpelweg door ontelbare muggen op te eten en zelf als voedsel te dienen voor reigers en ooievaars.

Frank Vermeiren en de Rietgors: Een Ontmoeting langs de Antitankgracht

Frank Vermeiren en de rietgors: een toevallige ontmoeting langs de antitankgracht


Frank Vermeiren trok onlangs met zijn camera naar het Mastenbos om een bijzonder bewonertje vast te leggen.
Hij is namelijk volop bezig met zijn project van A tot Z waarbij hij de lokale natuur van de Voorkempen alfabetisch in kaart brengt.
Voor de letter R viel zijn oog op de rietgors, een middelgrote gors die met zijn lange, licht gevorkte staart en licht gebogen bovensnavel wel wat van een vink wegheeft.


Dit project is bedoeld om ons te laten zien hoeveel schoonheid er nog vlak bij huis te vinden is als je maar goed kijkt.
De rietgors is in de Voorkempen vooral te vinden op het Klein Schietveld en in de vochtige zones langs de Antitankgracht bij het Mastenbos.
Het mannetje is in het voorjaar makkelijk te herkennen aan zijn gitzwarte kopkap en de opvallende witte halsband die samensmelt met een witte snorstreep.


Zodra de lente aanbreekt, breken de bruine veertoppen van zijn winterkleed af om deze diepzwarte kleur en de witte baardstreep volledig te onthullen.


Zijn rug vertoont dan een prachtig rosbruin patroon met duidelijke donkere en lichte strepen, terwijl de onderzijde eerder witachtig kleurt.
Hoewel hij er prachtig uitziet, is zijn zang variabel en metaalachtig, vaak gevolgd door een dalend "tsieeuw" of een schor roepje in de vlucht.


Frank legde vast hoe de vogel met een zwierige duik in de top van het struikgewas landt nadat hij vanuit zittende positie recht omhoog is gevlogen.


Al vliegend valt de rietgors op door zijn onregelmatige, stuiterende vlucht met korte ronde vleugels waarbij de witte buitenste staartpennen oplichten.


In Vlaanderen staat de vogel als bedreigd op de Rode Lijst omdat veel van zijn geliefde moerasgebieden en rietlanden door de jaren heen zijn verdwenen.


Vroeger noemden de mensen hem vaak de rietmus, omdat hij in de winter zijn zwarte kapje verliest en dan sprekend op een mus of vink lijkt.



Het vrouwtje is nog onopvallender met een bruinachtige kop, een lichte streep achter het oog en diffuse streping op de borst voor een perfecte camouflage.
Er gaat een mooi historisch verhaal rond over hoe de vogel zijn nest, dat van rietbladeren, grassen en zegge is gebouwd, beschermt tegen indringers.


De rietgors doet dan alsof hij een gebroken vleugel heeft en sleept zich over de grond om de vijand weg te lokken van zijn jongen.
Het nest wordt door het vrouwtje uiterst goed verborgen op de grond in een dichte graspol of op een fundament van afgebroken rietstengels.
Voor de bouw gebruikt ze specifiek materiaal uit de omgeving, zoals bladeren en stengels van het alomtegenwoordige pijpenstrootje (Molinia caerulea).
De binnenzijde van dit komvormige bouwwerk wordt door haar zacht bekleed met haren, veren en pluis om de eieren warm te houden.


Tussen april en juni brengt het paar jaarlijks twee tot drie legsels groot, waarbij een legsel meestal uit vier tot vijf eieren bestaat.
Zodra de jongen na veertien dagen uit het ei komen, verzorgen beide ouders hen nog twee weken lang met een menu van insecten en spinnen.


Vanaf de late zomer verschuift hun dieet en worden zaden belangrijker, waarbij ze laag in struiken of op de grond naar voedsel scharrelen.
In de winter trekt een deel naar Zuid-Europa of Spanje, terwijl de achterblijvers hier vaak gezelschap zoeken bij groenlingen en geelgorzen op stoppelvelden.


Tijdens strenge winters verschijnt de rietgors zelfs op voederplaatsen in tuinen, waar hij door zijn winterkleed soms voor een ijsgors of huismus wordt aangezien.


Frank wist elk detail, van het nerveuze knippen met de staart tot het tonen van de witte buitenste staartveren, feilloos te vangen voor zijn project.


Het mannetje trekt namelijk regelmatig zijn staart open om deze witte veren als een signaal te tonen aan rivalen of partners.
Het werk van Frank Vermeiren herinnert ons eraan dat we zuinig moeten zijn op deze standvastige zangers in ons eigen Kempense landschap.


Zolang er riet staat en moerassige ruigtes behouden blijven, zal de rietgors een essentieel onderdeel van de Voorkempen blijven.
De rietgors blijft een boeiende verschijning die ons leert dat zelfs een 'bedreigde' soort met de juiste bescherming stand kan houden.

Dossier GroenRand – Samen bouwen aan de strategische toekomst van de Antitankgracht en de Klimaatgordel

Dossier GroenRand – Gezamenlijk werken aan de strategische toekomst van de Antitankgracht en de Klimaatgordel


Na tien jaar van intensieve sensibilisering, wandelingen en dialoog is de conclusie helder: de kennis over onze regio is tot in de details aanwezig.
De burger is zich bewust van de inzet en de plannen liggen klaar voor uitvoering.
Dit voorbereidende werk is indrukwekkend en vormt het resultaat van een brede samenwerking: vele partners hebben hun expertise ingebracht tijdens diverse werkbanken en uitgebreide inspraakmomenten. Van het soortenbeschermingsprogramma voor de otter en Plan Cornelis, tot de integrale visie voor de Antitankgracht en de Klimaatgordel via De Nieuwe Rand: deze plannen rusten op een breed maatschappelijk draagvlak. Nu de visie stevig verankerd is, kijkt GroenRand uit naar de volgende stap: de gezamenlijke uitvoering op het terrein.
GroenRand kiest vanaf mei 2026 voor een nieuwe, verbindende aanpak waarbij we de politieke dialoog centraal stellen.
We lossen vandaag het startschot van deze werking met een scherpe analyse van de antwoorden die minister Jo Brouns gaf op de vragen van Mieke Schauvliege (zie onderaan).
Op basis van onze analyses zal zij de minister binnenkort interpelleren in het parlement.
Dit is echter pas het begin. In het verlengde hiervan zal GroenRand de komende jaren nauw samenwerken met vijf verschillende volksvertegenwoordigers.
In opeenvolgende stappen zullen zij gerichte vragen stellen over diverse quick wins en andere prangende dossiers.
Deze gefaseerde aanpak met een brede politieke basis typeert onze nieuwe, dynamische werkwijze om de dossiers eindelijk te deblokkeren.
In al deze gesprekken leggen we de nadruk op het belang van proactief handelen om toekomstige kosten te vermijden.
De Essensteenweg is hierbij een schoolvoorbeeld.
Als cruciale schakel tussen het Groot en het Klein Schietveld is een veilige verbinding essentieel voor soorten zoals de adder en de otter.
Momenteel geldt er een tijdelijk bouwverbod, maar dat biedt slechts schijnzekerheid.
Zodra dit afloopt, kunnen eigenaars op de laatste open percelen bouwen, waardoor de natuurverbinding definitief geblokkeerd raakt.
Een overheid die later alsnog haar natuurdoelen wil halen, zal die nieuwe woningen tegen een hoofdprijs moeten onteigenen en weer afbreken.
Dat is een scenario waarin de belastingbetaler tweemaal betaalt.
Een proactieve aanpak door nu strategische gronden aan te kopen via snelle acties voorkomt deze enorme maatschappelijke kapitaalvernietiging.
Daarnaast vragen we aandacht voor de financiële continuïteit, zoals het wegvallen van het budget voor ontsnippering tot 2031, de Gebiedsdeal Droogte en de PFAS-problematiek in de Antitankgracht.
We nodigen de minister uit om de conclusies van zijn eigen experts samen met ons te vertalen naar concreet beleid en onmiddellijk budgetten vrij te maken voor dringende interventies.
Deze vraag wordt technisch volledig onderbouwd door de deskundigen van De Nieuwe Rand.

Ziehier de antwoorden van minister Jo Brouns op vragen van Mieke Schauvliege en onze analyse:
1. Strategische grondverwerving en juridische borging
Vraag 1a: Het ontwerpend onderzoek (juli 2023, Hesselteer - Omgeving) bevestigt dat de locaties voor kunstwerken en aanloophellingen tussen het Groot en Klein Schietveld uiterst schaars zijn. Is de minister bereid om via het Gebiedsfonds onmiddellijk over te gaan tot strategische verwerving van de specifieke percelen aan de Essensteenweg, vóór zij als bouwgrond onherroepelijk bebouwd worden en de corridor definitief blokkeren?
Antwoord minister Brouns: De ecologische verbinding tussen Groot en Klein Schietveld is inderdaad prioritair en daarom onderzoekt het Departement Omgeving en ANB de mogelijkheden voor verwerving. Het ontwerpend onderzoek van het Departement Omgeving duidt niet één “ideale” verbinding aan, maar meerdere ecologisch tracés. Daarom onderschrijf ik het belang om duidelijkheid te brengen en de middelen gericht in te zetten op het traject dat de voorkeur geniet (in afweging van ecologische waarde, haalbaarheid, ...) zodat niet langer alle mogelijke trajecten gehypothekeerd blijven en er een gericht grondbeleid gevoerd kan worden. [1]
Analyse GroenRand (1a): Het Groot en het Klein Schietveld ten noorden van Antwerpen zijn twee van de belangrijkste natuurgebieden in Vlaanderen, maar ze functioneren momenteel als geïsoleerde eilanden. Ze worden van elkaar gescheiden door een barrière van drukke gewestwegen zoals de Bredabaan en de Essensteenweg, maar ook door bebouwing en industrie. Voor zeldzame soorten zoals de adder en het heideblauwtje is deze versnippering een groot probleem; zij kunnen de oversteek niet maken, wat hun voortbestaan door klimaatverandering en inteelt in gevaar brengt. Het onderzoek 'Hesselteer - Omgeving' uit juli 2023 had als doel te bepalen hoe deze ecologische isolatie doorbroken kan worden. GroenRand toetst de uitspraak van minister Brouns aan de inhoud en het besluit van dit onderzoek (bladzijden 49 van dit onderzoek - conclusie).
De minister stelt dat het onderzoek geen "ideale" verbinding aanwijst, maar meerdere mogelijke tracés presenteert. Hij pleit er daarom voor om nu één traject te kiezen, zodat er duidelijkheid komt voor de omgeving en de middelen voor grondverwerving gericht kunnen worden ingezet. Dit standpunt is vooral ingegeven door de noodzaak om de druk van bijkomende bebouwing in het tussenliggende gebied te stoppen en andere gronden niet langer te "hypothekeren".
Het eigenlijke onderzoek is echter specifieker dan de minister doet voorkomen. De onderzoekers spreken namelijk een expliciete voorkeur uit voor één hoofdverbinding: het tracé tussen de punten 2 en 3. Dit wordt beschouwd als de meest directe en efficiënte route om de twee gebieden weer met elkaar te verbinden. De bewering van de minister dat er geen voorkeur is, klopt dus niet helemaal; die voorkeur is er op technisch en ecologisch vlak wel degelijk.
Daarnaast waarschuwt het rapport dat het focussen op slechts één enkele verbinding het absolute minimum is. Voor natuurgebieden van een dergelijke omvang is de ecologische efficiëntie pas echt gewaarborgd als er op meerdere plekken uitwisseling mogelijk is. Het rapport adviseert daarom om het voorkeurstracé aan te vullen met kleinschalige maatregelen, zoals het verbeteren van bestaande faunatunnels op andere locaties. De minister kiest dus voor een pragmatische aanpak door één route aan te wijzen voor het grondbeleid, terwijl de onderzoekers benadrukken dat voor een echt herstel van de natuur een bredere aanpak nodig blijft. 
Vraag 1b: Het voorkeursbesluit DNR (najaar 2026) activeert onmiddellijk bouwverboden in deze verbindingszone. Erkent de minister dat het ontbreken van een budgettair kader voor schadeloosstelling op dat moment een juridisch defect vormt? Hoe rijmt hij dit met het Arrest van het Hof van Cassatie (18/02/2010) over de ongelijke verdeling van publieke lasten? Wordt erkend dat het opleggen van een bouwverbod zonder voorafgaande financiële dekking grondeigenaars de munitie geeft om de volledige DNR-procedure te laten vernietigen wegens een onrechtmatige 'bevriezing' van gronden?
Antwoord minister Brouns: Het decreet complexe projecten voorziet inderdaad dat een voorkeursbesluit een bouwverbod kan inhouden. Het gaat hier slechts om een tijdelijk bouwverbod in afwachting van het definitieve projectbesluit dat wel aanleiding kan geven tot een (plan)schadevergoeding. Het bouwverbod vervalt na drie jaar na de inwerkingtreding van het voorkeursbesluit of sneller bij een eerdere inwerkingtreding van het projectbesluit. Van een juridisch defect, door het opleggen van een tijdelijk bouwverbod zonder voorafgaande financiële dekking, is hoegenaamd geen sprake. De rechtspraak in verband met het beginsel van de gelijkheid van de burger voor de openbare lasten kan hier niet worden toegepast, gelet op het tijdelijk karakter van het bouwverbod.
Analyse GroenRand (1b): Om de corridor tussen de Schietvelden te realiseren, wil de overheid via het 'voorkeursbesluit' in 2026 een bouwverbod opleggen. Dit lijkt een goede zaak voor de natuur, maar er schuilt een groot juridisch gevaar in de manier waarop de minister dit wil aanpakken. GroenRand ziet hier kritieke punten waar het beleid tekortschiet: Wanneer de overheid een bouwverbod oplegt, worden de gronden van private eigenaars in feite "bevroren". De waarde van die grond keldert onmiddellijk omdat er niets meer mee gedaan mag worden.
De minister stelt dat dit geen probleem is omdat het verbod "slechts" drie jaar duurt. GroenRand waarschuwt echter dat eigenaars die hun grond plots onverkoopbaar zien worden, dit niet zomaar zullen accepteren. Er bestaat een fundamenteel rechtsbeginsel: de "gelijkheid van de burger voor de openbare lasten". Dit houdt in dat een kleine groep burgers niet onevenredig zwaar mag worden gestraft voor een voordeel dat de hele samenleving ten goede komt, tenzij daar een onmiddellijke compensatie tegenover staat.
Zonder gereserveerd budget geeft de overheid eigenaars de munitie om het volledige DNR-besluit bij de rechter te laten vernietigen wegens onrechtmatige 'bevriezing'. Het Hof van Cassatie (arrest 18/02/2010) stelt heel duidelijk dat de overheid niet zomaar eigendomsrechten mag inperken zonder een regeling voor schadevergoeding. De minister minimaliseert dit risico, maar dergelijke fouten leiden vaak tot jarenlange extra vertragingen. Alleen door eigenaars nú eerlijk te vergoeden via strategische aankoop, voorkom je juridische blokkades.

2. Continuïteit Soortenbeschermingsprogramma (SBP) en budgetten
Vraag 2a: Tijdens de Otterconferentie van 13 en 14 maart 2026 is met groeiende bezorgdheid stilgestaan bij de precaire situatie van de otter in Vlaanderen. De huidige actieperiode van het SBP Otter loopt tot eind 2027 en de Interreg-middelen stoppen op 31 maart 2027 waardoor de continuïteit van de ontsnipperende maatregelen in gevaar komt. Bovendien is het wegvallen van het VAPEO-budget tot 2031, de noodzakelijke financiële basis voor het aanpakken van dodelijke verkeersknelpunten, een gevaar voor de otter. Zijn de voorbereidingen voor een formele verlenging van het SBP Otter voor de periode na 2027 al gestart? Is de minister bereid om het Soortenbeschermingsprogramma Otter na 2027 te verlengen voor een nieuwe periode van vijf jaar met bindende doelstellingen?
Vraag 2b: Welke ambities en structurele budgetten worden hieraan gekoppeld om de as Scheldevallei-Voorkempen te vrijwaren?
Vraag 2c: Welk budget is vastgelegd in de begrotingsplanning tot 2031 om het wegvallen van de Europese Interreg-middelen op 31 maart 2027 op te vangen en te voldoen aan de doelstellingen uit het SBP Otter voor de Antitankgracht?
Vraag 2d: Op welke wijze zal de minister het wegvallen van de VAPEO-middelen tot 2031 compenseren zodat de dringende ontsnippering van otterhabitats niet jarenlang wordt gepauzeerd?
Antwoord minister Brouns: a) Zoals elk soortenbeschermingsprogramma (SBP) wordt ook dat van Otter bij afloop geëvalueerd. Daarbij wordt nagegaan of de genomen maatregelen voldoende waren om de soort uit de gevarenzone te brengen. Indien niet, kan een verlenging of bijsturing van het SBP Otter overwogen worden. b) Gezien de instelling van een nieuw SBP Otter nog moet beoordeeld worden, zijn er nog geen budgetten aan een nieuw SBP gekoppeld. c) Het SBP Otter omvat een grote hoeveelheid aan opdrachten die door verschillende actoren opgenomen kunnen worden. Zij werken hier elk binnen hun beschikbare budgetten aan. Regionale Landschappen gaan op zoek naar mogelijke budgetten om knelpunten te ontsnipperen. Daarnaast publiceert ANB jaarlijks een projectsubsidie soorten waarmee verschillende knelpunten aangepakt kunnen worden. d) In het ontwerp natuurherstelplan voor Vlaanderen is de opmaak van een programma voor de ontsnippering van transportinfrastructuur voorzien. Daarnaast wordt geprobeerd om Europese middelen te bekomen voor 2 LIFE projecten: één voor het verbeteren van het ecologische potentieel van gewestelijke transportinfrastructuur in België en één om uitvoering te geven aan de uitrol van het Vlaams functioneel ecologisch netwerk.
Analyse GroenRand (2): Het antwoord van minister Brouns kan worden getypeerd als een politiek voorbehouden reactie die vooral inzet op continuïteit zonder directe financiële engagementen. Door te stellen dat een verlenging van het SBP Otter afhankelijk is van een toekomstige evaluatie, houdt de minister de boot af en creëert hij onzekerheid over de periode na 2027. Voor een diersoort die zeer gevoelig is voor versnippering en pas recent aan een kwetsbaar herstel is begonnen, is die afwachtende houding riskant; natuurbescherming op de lange termijn gedijt immers bij stabiele meerjarenplannen in plaats van ad-hocbeslissingen.
Op financieel vlak is het antwoord ronduit mager te noemen. Het wegvallen van de Interreg- en VAPEO-gelden wordt niet opgevangen door nieuwe Vlaamse middelen, maar doorgeschoven naar de bestaande werkingsbudgetten van de betrokken actoren. Dit komt in de praktijk neer op een besparing, aangezien de partners meer moeten doen met minder middelen. De hoop die de minister vestigt op Europese LIFE-subsidies is bovendien een onzekere gok; deze fondsen zijn competitief en bieden geen structurele garantie voor de noodzakelijke ontsnipperingswerken. Hoewel het ontwerp natuurherstelplan een lichtpuntje vormt, blijft de kernboodschap dat de Vlaamse overheid momenteel niet bereid is om extra middelen te reserveren voor de otter, wat de effectiviteit van de toekomstige bescherming ernstig in het gedrang kan brengen.

3. Integrale financiering Gebiedsdeal 2.0
Vraag 3a: Erkent de minister dat de heropening van de gedempte secties in Sint-Job-in-’t-Goor en bij het Schildestrand technisch één ondeelbare ingreep is waarbij waterretentie (Blue Deal) en ecologische migratie (VAPEO) onlosmakelijk verbonden zijn?
Vraag 3b: Aangezien binnen de Gebiedsdeal Droogte 2.0 al subsidies zijn toegekend voor de aankoop en ontharding van deze strategische percelen (waaronder de parking in Sint-Job), zal ook in de volledige financiering voor de feitelijke openlegging van de waterloop worden voorzien?
Vraag 3c: Is de minister bereid de artificiële budgettaire scheiding tussen Blue Deal en het VAPEO op te heffen en een deel van de op 3 maart 2026 aangekondigde 51 miljoen euro voor waterweerbaarheid specifiek toe te wijzen aan deze integrale herinrichting?
Antwoord minister Brouns: a) Er is geen reden om deze projecten als één ingreep te beschouwen, gezien ze gelegen zijn op heel verschillende locaties. In elk van beide projecten willen we wel water en ecologie integreren. b-c) Allereerst moet hier correctie gemaakt worden over de acties uit de Lokale Gebiedsdeal Droogte 2.0: er zijn geen acties opgenomen op grondgebied van de gemeente Brecht (Sint-Job-in-’t-Goor) en het deelproject 'openleggen Antitankgracht aan kruispunt Moerhoflaan-Noorderlaan en parking' in de gemeente Schilde werd niet weerhouden. Vandaag is deze vraag bijgevolg niet aan de orde.
Analyse GroenRand (3): Hoewel we de stappen binnen de Gebiedsdeal 2.0 waarderen, voelen we de noodzaak om te duiden waar de huidige aanpak volgens ons nog niet volledig aansluit bij de hydrologische realiteit. In onze visie is de Antitankgracht namelijk één ononderbroken blauw-groen lint; een systeem dat in zijn geheel moet functioneren om echt effectief te zijn tegen droogte en wateroverlast. Wanneer we kijken naar het antwoord van de minister, zien we een verschil tussen de administratieve indeling van projecten en de natuurlijke samenhang op het terrein.
In de officiële plannen van de Gebiedsdeal Droogte 2.0 zijn middelen voorzien voor de site Schildestrand en De Loze Visser. Het is een vooruitgang dat de aankoop en ontharding van de parking aan het Schildestrand en percelen bij De Loze Visser zijn opgenomen. In de projectfiches wordt dit omschreven als de noodzakelijke eerste stap om de heropening van de Antitankgracht op die plaats mogelijk te maken. De realiteit is echter dat met deze voorbereidende werken de eigenlijke heropening niet is voltooid. De financiering voor het effectief openleggen van de waterloop op deze strategische plekken ontbreekt. Hierdoor blijft de hoofdas van de klimaatgordel onderbroken. [1]
Wanneer de minister stelt dat het deelproject voor de feitelijke openlegging van de gracht bij het Schildestrand niet is weerhouden, betekent dit simpelweg dat de overheid de financiering heeft geweigerd. Het dossier voor het graafwerk is officieel afgewezen. Er is nu geld voor de aankoop en ontharding van de parking, maar de portefeuille voor de eigenlijke heropening van de waterloop blijft dicht. We krijgen straks een ontharde parking, maar het water kan nog steeds niet doorstromen omdat de waterloop zelf gedempt blijft. Door dit onderdeel niet te weerhouden, blokkeert de overheid de heropening van de Antitankgracht. Ontharding zonder openlegging is een dode mus; de as van de klimaatgordel blijft op deze plek onderbroken zolang de Vlaamse overheid weigert te betalen voor de uitvoering.
Ook voor Sint-Job (Brecht) ligt er een reële raming van twee miljoen euro voor de heropening. Hoewel dit project momenteel niet in de huidige administratieve selectie van de Gebiedsdeal is opgenomen, blijft het voor de volledige werking van de gracht een cruciale schakel. GroenRand vraagt daarom om deze ingrepen niet als losse onderdelen te beschouwen, maar als één ondeelbaar geheel. Ontharding en aankoop van gronden zijn waardevolle puzzelstukjes, maar ze krijgen hun volle betekenis pas wanneer het water weer ongehinderd kan doorstromen. We hopen dan ook dat de overheid in de nabije toekomst de ruimte vindt voor een integrale financiering die de gemeentegrenzen overstijgt, zodat we samen de Antitankgracht in haar volle glorie kunnen herstellen als buffer voor onze regio.

4. Regionale prioriteiten en Quick Wins
Vraag 4a: In februari 2026 werden subsidies toegekend voor otter-infrastructuur in Limburg (onder andere Kinrooi, Bree), terwijl de Antwerpse regio afhankelijk blijft van tijdelijke Europese middelen. Waarom wordt prioritair geïnvesteerd in Limburgse infrastructuur, terwijl voor de Antwerpse ATG en de cruciale ontsnippering van gewestwegen zoals de N12 (Turnhoutsebaan Oost) zeer beperkte budgetten werden vrijgemaakt?
Vraag 4b: Wanneer wordt de ontsnippering van de N12 effectief operationeel gepland en is de minister bereid om deze maatregelen los te koppelen van de trage DNR-infrastructuurwerken om ze als versnelde quick wins nog vóór het onherroepelijk wegvallen van de Europese Interreg-financiering in maart 2027 uit te voeren?
Antwoord minister Brouns: a) In 2024 en 2025 zijn met investeringsmiddelen van het Departement Omgeving (VAPEO) in samenwerking met De Vlaamse Waterweg voor 610.000 euro aan faunatrappen en fauna uitstapplaatsen gebouwd langs het kanaal Dessel-Turnhout-Schoten in de provincie Antwerpen. Hiermee werden een zestal knelpunten uit het SBP otter opgelost. De beoordeling van aanvragen voor subsidies gebeurt op basis van een set van criteria. Voor Otter werden subsidies toegekend aan Regionaal Landschap Kempen en Maasland, De Voorkempen en Schelde-Durme. Er is dus geïnvesteerd in de drie focusgebieden.
b) De ontsnippering van de N12 is niet opgenomen in het Interregproject. Aanpassingswerken aan de N12 zijn afhankelijk van opname binnen het complex project of van geplande wegenwerken aan de N12.
Analyse GroenRand (4): Dit antwoord gaat grotendeels voorbij aan de resultaten van het specifieke ontwerpend onderzoek binnen De Nieuwe Rand (DNR). Hoewel de minister de ontsnippering van de N12 louter koppelt aan toekomstige reguliere wegenwerken of de langdurige procedures van het complexe project, bevestigt het rapport 'Natuurverbindingen omgeving Antitankgracht en Turnhoutsebaan Oost (Schilde)' van 18 oktober 2024 juist de dringende ecologische noodzaak op die locatie. Dit onderzoek, uitgevoerd in opdracht van het Departement Omgeving, identificeert de kruising van de Turnhoutsebaan met de Antitankgracht als een cruciale barrière binnen de zogenaamde 'Klimaatgordel'.
Door vast te houden aan de koppeling met het grootschalige DNR-traject, negeert de minister de strategische kans om de ontsnippering van de N12 als een versnelde 'quick win' te behandelen. Waar voor de waterwegen relatief eenvoudige ingrepen worden gefinancierd, wordt voor de complexe barrière van de N12 geen budgettaire flexibiliteit getoond, ondanks de expliciete onderbouwing in de eigen DNR-documentatie. De technische noodzaak staat dankzij het rapport van oktober 2024 zwart-op-wit vast, maar de politieke bereidheid om de N12 financieel los te koppelen van het hoofdtraject ontbreekt momenteel. Hierdoor blijft een operationele ontsnippering vóór maart 2027, zoals gevraagd, onwaarschijnlijk zonder een fundamentele wijziging in de begrotingsprioriteiten.

5. Doorbreken van procedurele verlamming
Vraag 5a: Erkent de minister dat de beleidsmatige versnippering tussen het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) en het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) ervoor zorgt dat noodzakelijke ontsnipperingsprojecten op bestaande wegen financieel tussen wal en schip vallen?
Vraag 5b: Zal de minister een interdepartementale taskforce oprichten tussen AWV en het ANB om de procedurele verlamming sinds september 2022 te doorbreken, zodat de uitvoering van het SBP losgekoppeld kan worden van de vertragingen binnen De Nieuwe Rand?
Vraag 5c: Welke concrete stappen zal de minister tot slot zetten om de jarenlange blokkade van de 33 km lange Antitankgracht te beëindigen?
Antwoord minister Brouns: a) Er is geen sprake van een beleidsmatige versnippering tussen AWV en ANB. De voorbije tijd zijn succesvol verschillende ecoducten en -tunnels gerealiseerd dankzij de goede samenwerking. De provincie Antwerpen heeft met het gebiedsprogramma ‘Groen Kruis’ een studie voor ontsnipperingsmaatregelen opgezet. b) De uitvoering van het SBP is niet gekoppeld aan de besluitvorming van het complex project DNR. Er is bijgevolg geen nood aan een nieuwe structuur. c) Er is geen sprake van een blokkade aangezien er op de dag van vandaag reeds acties uitgevoerd worden aan de Antitankgracht.
Analyse GroenRand (5): Het antwoord van minister Jo Brouns is vanuit een formeel-bestuurlijk oogpunt correct, maar wordt door experts en natuurverenigingen als onvolledig of ontwijkend beschouwd. De minister heeft technisch gelijk dat de uitvoering van een Soortenbeschermingsprogramma (SBP) en de besluitvorming rond een Complex Project (DNR) juridisch en procedureel twee gescheiden trajecten zijn. Echter, in de praktijk is er vaak sprake van een financiële en strategische koppeling; natuurverbindingen worden vaak pas gerealiseerd als onderdeel van de 'milderende maatregelen' bij grote wegenwerken.
Wanneer DNR vertraging oploopt, blijven de bijbehorende ontsnipperingsmaatregelen vaak ook op de plank liggen bij gebrek aan onafhankelijke budgetten. In de praktijk blijkt deze koppeling nergens zo duidelijk als in de Klimaatgordel, die juist is ontworpen als het landschappelijke en ecologische kader voor de grote infrastructuurwerken binnen DNR. Ecologische verbindingen uit het SBP worden in de studies van DNR expliciet meegenomen als onderdeel van dit gebiedsprogramma. Omdat er voor veel van deze maatregelen geen regulier budget is voorzien binnen de periode 2026-2030, worden ze de facto afhankelijk van de projectbudgetten en de voortgang van DNR. GroenRand neemt akte van het feit dat er formeel geen koppeling is, maar de praktijk op het terrein vertelt een ander verhaal. De onzekerheid binnen DNR werpt wel degelijk een schaduw over de uitvoering van het SBP. Welke concrete garanties kan de minister geven dat de middelen en vergunningen voor het SBP de komende maanden effectief worden vrijgegeven, los van de voortgang bij DNR?

6. Sanering en waterkwaliteit
Vraag 6a: Recent toxicologisch onderzoek toont een alarmerend beeld: de prooivissen in de gracht zijn verzadigd met PCB’s en PFAS. Is er in de huidige begroting specifiek budget vrijgemaakt voor de sanering van dit toxische slib over de gehele lengte van de Antitankgracht?
Vraag 6b: Welke concrete maatregelen worden genomen om de bioaccumulatie naar de otter te doorbreken?
Vraag 6c: Bestaat er een concrete planning om de gracht als één ononderbroken ecologische as te herstellen, zodat de migratie van de otter niet wordt gehinderd door verlande of vervuilde secties?
Vraag 6d: Wordt er na slibruimingen structureel gemonitord of de PFAS- en PCB-waarden veilig zijn?
Antwoord minister Brouns: a) De Blue Deal richt zich prioritair op de strategische gebieden. De Antitankgracht is niet in zo’n strategisch gebied gelegen. b) De aanwezigheid van bio-accumuleerbare chemische stoffen is inderdaad problematisch maar ook zeer moeilijk om te saneren. Het LIFE Project PFASTER zoekt naar manieren om te saneren via innovatieve technieken. c) De Antitankgracht werd onderverdeeld in zones met prioriteit. De meest prioritaire bevinden zich in Ranst, Brasschaat en Stabroek. d) Er is geen structurele monitoring voorzien. [1]
Analyse GroenRand (6): Het antwoord van minister Jo Brouns is vanuit een formeel beleidsperspectief grotendeels correct, maar het maskeert een pijnlijke realiteit over de financiering en de prioriteiten van het huidige waterbeleid. Enerzijds klopt het dat de Blue Deal zich prioritair richt op strategische gebieden om waterschaarste en overstromingen op grote schaal aan te pakken. Omdat de Antitankgracht momenteel niet binnen deze zones valt, krijgt het project geen toegang tot de grote budgetten.
Daarnaast is de bewering dat de sanering van PFAS en PCB’s uitermate complex is, wetenschappelijk onderbouwd; deze 'forever chemicals' binden zich hardnekkig aan het slib, waardoor klassieke ruiming technisch riskant en extreem kostbaar is geworden. Echter, dit antwoord gaat voorbij aan de feitelijke historiek en de huidige blokkade bij de VMM. De VMM is jarenlang zeer actief geweest met het stapsgewijs saneren van de Antitankgracht. Nog in december 2022 werd in Schilde 17.000 kubieke meter vervuild slib geruimd. Informatie van de VMM bevestigt echter dat deze systematische aanpak is stilgevallen omdat er geen middelen meer zijn.
De PFAS-problematiek heeft de kosten voor de verwerking van slib doen exploderen, waardoor de klassieke methode financieel onhoudbaar is geworden binnen de huidige werkingsbudgetten. In de praktijk is er sprake van een beleidsmatige patstelling: de VMM beperkt zich nu tot minimale ruimingen waar de waterdoorvoer kritiek is, terwijl de noodzakelijke ecologische sanering op de lange baan wordt geschoven. Door te wachten op de resultaten van innovatieve proefprojecten zoals PFASTER, wordt de acute dreiging voor de toppredatoren de facto genegeerd. Het antwoord van de minister bevestigt dat de Antitankgracht door een bewuste politieke keuze en het ontbreken van budgetten momenteel uit de boot valt voor een grondige aanpak van de giftige bodem.