dinsdag 24 februari 2026

Akkervogels verdwijnen razendsnel: “Ik heb er nooit wat van gevoeld, maar ik wil niet meer over nesten met jongen heenrijden”

Akkervogels verdwijnen razendsnel: “Ik heb er nooit wat van gevoeld, maar ik wil niet meer over nesten met jongen heenrijden”

De vogel van het jaar 2026 wordt een akkervogel.
De vijf genomineerden nestelen allemaal op boerenland.
Hun aantal zakt dramatisch, behalve bij landbouwer Jos Depotter. “Patrijzen nemen een stofbad op mijn erf.”


Patrijzen zijn uiterst zeldzaam.
Je ziet ze weleens op restaurant, maar op een akker komt bijna geen mens ze nog tegen.
Op boerderijen is alsmaar minder plaats voor nesten. De akkers zijn zo groot dat vogels zich nergens kunnen verbergen.
Zijn er toch eieren of jongen, dan is de kans groot dat een tractor die overhoop rijdt.
Ook de sleepslang, die wordt gebruikt om een akker doelgericht te bemesten, leidt tot drama’s.
Nog een probleem is voedsel voor de kuikens: er zijn te weinig wormen, er zijn te weinig insecten.
Onkruidverdelgers maken veel kapot.
Zo verdwijnen akkervogels uit het landschap.

In het algemeen nemen de soorten af met bijna 30 procent.
De patrijs spant de kroon met 57 procent minder tellingen sinds 2007.
De gestreepte fazant met de rosse kop staat in heel Europa op de ‘rode lijst’, zo kwetsbaar is hij.
Maar in de polders van Koksijde zien ze hem iedere zomer over het erf paraderen. “Ik zie door het raam hoe hij een stofbad neemt, samen met de rest van zijn menagerie. Kom maar kijken als je het niet gelooft”, vertelde Depotter aan de telefoon met Inbo (Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek).
Hij en zijn vrouw proberen al jaren de biodiversiteit te bevorderen op hun landbouwbedrijf.
Ze kregen er een Koperen Kievit voor.

Fatale fouten

Lange tijd had het West-Vlaamse landbouwerskoppel niet in de gaten hoe bijzonder akkervogels zijn.
Jos Depotter en Els Beuselinck deden gewoon hun werk: 116 hectare akker verbouwen, zomergraan, haver, bonen en gele erwten, niks meer. Inmiddels herkennen ze het liedje van de veldleeuwerik.


Depotter wil het niet nazingen.
Hij wil alleen maar zeggen dat hij er vrolijk van wordt. “Het vogeltje zelf zie je bijna nooit. Het is compleet gecamoufleerd”, zegt Beuselinck. “Het valt pas op als het in het gras duikelt. De vrijwilligers die ze in maart komen opsporen, moeten urenlang kijken, wachten en hopen. Of ze moeten een drone hebben met een warmtecamera.”

Depotter veegt zijn telefoon open.
Alle vogelnesten op zijn akker staan op Google Maps: scholekster, kiekendief, kievit ... De landbouwer deelt updates over eieren en reddingsacties in een whatsappgroep.
Er is een doodsaai filmpje van een hoopje bruin, tot ma leeuwerik komt aangevlogen en het rommeltje drie vogelkopjes blijkt te hebben, met hongerige snavels.

Een ander filmpje speelt zich ‘s nachts af. De akker is pikdonker.
Depotter zit op zijn Case Puma 260 pk.
De machine weegt meer dan tien ton.
De landbouwer stuurt het gevaarte langs het nest van een kievit.
“Ik stop de locaties in de gps van mijn tractor, maar er is een marge van drie meter.
Zelfs als ik de gegevens manueel invoer, blijf ik met fatale fouten zitten. Daarom rijd ik zelf rond.
Je mag de markeringen trouwens niet te dicht bij de nesten prikken, want vossen leren snel.
De stokken laten zien waar ze eieren kunnen roven. Ja, akkervogels zijn gedoe”, lacht hij.
“Maar zodra je wéét dat er nesten zijn, ga je opletten. Ik heb er nooit wat van gevoeld, maar ik wil er niet meer overheen rijden.”

Klauwen in de lucht

Het begon allemaal in 2002 toen het landbouwerskoppel voor het eerst een perceelsrand aanlegde rond de akker.
Ze zaaiden een kruidenmengsel met klaprozen.
Inmiddels bestaat een derde van de totale oppervlakte uit randen.
Ze zijn 18 tot 30 meter breed. Ieder jaar worden ze op twee centimeter nauwkeurig nagemeten.
“Het zijn dure randen, ja. Gesubsidieerd, ook”, zegt Depotter.
“Natuurinclusieve landbouw kost moeite, en van de markt hoef je geen inspanningen te verwachten.”
De landbouwer hoedt zich voor mooie praatjes.
“Als het eenvoudig was, zou je overal vogels zien. Een akkervogeltje op het veld is een beetje zoals een ijsbeer op het puntje van een ijsberg. Eronder zitten heel veel beslissingen.”

Eén voorbeeld is de elektrische rattenval op het erf.
Die elektrocuteert muizen en ratten. Vergiftigde ratten en de muizen zijn immers niet goed voor de kerkuil en de torenvalk. Depotter knikt.
In de landbouw hangt alles aaneen.
Het is eindeloos: regen, klimaatverandering, grondschimmels, loopkevers, wormgangen, machinerie en kiezen voor bepaalde gewassen.
Luzerne en faunamengsels zijn goed voor de biodiversiteit, maar ze brengen minder op.
 “Je hebt 35 seizoenen om te proberen om het beter te doen”, zegt hij. “Zo lang duurt een boerenleven.
Een veldleeuwerik maakt het leven in je akker zichtbaar.” 

Noodlottige verhalen over de kuikens van de kiekendief zijn de omgekeerde wereld. De beestjes gaan in het veld op hun rug liggen.
Met hun klauwen in de lucht verdedigen ze zich tegen een voorbijrijdende landbouwmachine.
Depotter mag er niet aan denken.
“Toen de mensen van Inbo voor het eerst op bezoek kwamen om de biodiversiteit te onderzoeken, dacht ik dat ik bomen zou moeten planten, zodat de vogels daarin konden gaan zitten”, lacht hij.
 “Niet dus.
Akkervogels hebben alleen een akker nodig met brede randen en een gezonde bodem.” 

Stemmen voor de Vogel van 2026 kan nog tot en met zaterdag op vogelvanhetjaar.be. Op donderdag 12 maart maakt Vogelbescherming Vlaanderen de winnaar bekend.

Foto's: Frank Vermeiren

Geen opmerkingen:

Een reactie posten