maandag 2 februari 2026

Eilandjes aan het infuus: Professoren waarschuwen voor de stilstand in natuurverbindingen

GroenRand slaat alarm: Terwijl de politiek snoeit in budgetten, eist de wetenschap méér natuurverbinding

    Prof. dr. Josef Settele, Prof. dr. Patrick Meire, Prof. dr. Geert De Snoo, Professor Hans Van Dyck en professor An Cliquet

Onder het huidige beleid van minister Jo Brouns tekent zich een opvallende en zorgwekkende verschuiving af in de prioriteiten van de Vlaamse overheid. De focus ligt momenteel nagenoeg uitsluitend op de Blue Deal en technisch waterbeheer, terwijl nieuwe impulsen om de verregaande versnippering van onze natuur tegen te gaan – denk aan de cruciale herverbinding van de Antwerpse schietvelden – nagenoeg volledig ontbreken op de politieke agenda. Voor wie streeft naar een versterkte ecologische connectiviteit, is het een betreurenswaardige vaststelling dat de minister de budgetten drastisch heeft teruggeschroefd. Deze budgettaire krapte betekent dat de noodzakelijke inhaalbeweging ten opzichte van Nederland, dat decennia voorloopt op ontsnippering, volledig tot stilstand is gekomen. Waar onder voorgaand beleid nog miljoenen werden vrijgemaakt, wordt nagenoeg geen budget meer voorzien voor het Vlaams Klimaatadaptatieplan.
De wetenschappelijke fundering voor de kritiek op deze stilstand is diepgravend.


Professor Hans Van Dyck (UCLouvain) hanteert hierbij de metapopulatie-dynamiek als kernargument.
Een soort overleeft enkel als een samenhangend netwerk van lokale deelpopulaties.
In een versnipperd landschap is het voortbestaan van soorten fundamenteel afhankelijk van de voortdurende uitwisseling van individuen. 
Wanneer deze migratie wordt geblokkeerd door fysieke barrières, treedt het 'reddings-effect' niet meer op.
Een lokale populatie die door een tegenslag uitsterft, kan niet meer op natuurlijke wijze opnieuw worden bevolkt vanuit een naburig gebied.
Een concreet en schrijnend slachtoffer hiervan is de kamsalamander. Deze soort verplaatst zich gemiddeld niet verder dan 800 tot 1000 meter van zijn voortplantingspoel volgens Publicaties Vlaanderen. Zonder tunnels of 'stepping stone'-poelen leidt dit isolement tot een genetische flessenhals en inteelt, waardoor de soort "aan het infuus" komt te liggen en zijn weerbaarheid verliest.

Deze ecologische realiteit wordt aangevuld met dwingende juridische argumenten door professor milieurecht An Cliquet (UGent). Zij benadrukt dat de Europese Natuurherstelwet geen vrijblijvende menukaart is, maar een bindend kader om de menselijke leefomgeving veilig te stellen. Cliquet waarschuwt dat het isoleren van natuurgebieden de landbouwsector juist kwetsbaarder maakt voor extreem weer. Enkel grote, aaneengesloten landschappen beschikken over de noodzakelijke sponswerking om extreme neerslag te bufferen en grondwatervoorraden aan te vullen. Versnipperde natuur mist de schaalvoordelen om deze ecosysteemdiensten te leveren, waardoor de landbouw bij droogte ironisch genoeg sneller zonder water komt te zitten.


Terwijl de wetenschappelijke gemeenschap een onwrikbaar front vormt ter verdediging van de Europese Natuurherstelwet en het gedachtegoed van GroenRand, neemt het politieke beleid een riskante afslag. Minister Brouns geeft aan dat de inzet voor de Blue Deal — met een opvallend lager budget dan onder zijn voorganger Demir — een bewuste beleidskeuze is. Een keuze die echter rechtstreeks ten koste gaat van cruciale natuurverbindingen en ontsnippering. Voor de duizenden professoren en onderzoeksinstituten die hun steun hebben uitgesproken, is de natuurherstelwet nochtans geen politiek compromis, maar een noodzakelijk multidisciplinair reddingsplan.
De roep om een krachtiger Europees natuurbeleid kreeg het afgelopen jaar een ongekende impuls vanuit de academische wereld. Meer dan 6.000 wetenschappers en talrijke onderzoeksinstituten uit de hele Europese Unie ondertekenden een open brief waarin zij hun onvoorwaardelijke steun uitspraken voor de Natuurherstelwet. De boodschap van deze brede coalitie was glashelder: zonder grootschalig herstel van ecosystemen dreigt niet alleen de biodiversiteit in te storten, maar komen ook onze voedselzekerheid en klimaatbestendigheid in acuut gevaar.
De kern van hun betoog draait om een fundamentele verschuiving: we moeten stoppen met het beheren van geïsoleerde 'eilandjes' natuur en beginnen met het herstellen van grote, samenhangende landschapsgehelen. Alleen door deze versnipperde puzzelstukjes weer aan elkaar te smeden, kunnen we de ecologische en economische stabiliteit van ons continent garanderen. Vandaag bevindt 81% van de beschermde habitats in Europa zich in een slechte staat. Volgens het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) heeft dit geleid tot een gevaarlijke 'extinctieschuld': soorten overleven enkel nog in kleine, geïsoleerde populaties die te kwetsbaar zijn voor inteelt en lokale rampen. Zonder de ontsnippering waar de wet op aanstuurt, is hun uitsterven op termijn onvermijdelijk.
Deze visie wordt internationaal gesteund, onder andere door professor Josef Settele van het Helmholtz Centre for Environmental Research (UFZ). Hij stelt dat het herstellen van ecologische corridors de enige manier is om soorten de ruimte te geven om mee te bewegen met de klimaatverandering. Populaties moeten gemiddeld 10 tot 40 kilometer per decennium naar het noorden kunnen opschuiven.

Vanuit de hydrologie benadrukt professor Patrick Meire (UAntwerpen) dat natuurherstel onze meest efficiënte verdedigingslinie is tegen extreem weer. In plaats van miljarden te investeren in grijze infrastructuur zoals beton, wijst Meire op de 'sponsfunctie' van gezonde landschappen. Een gezonde bodem kan tot 20 keer zijn eigen gewicht aan water vasthouden, wat de kans op overstromingen met 30% tot 40% vermindert. Wanneer valleien weer als één groot systeem functioneren, beschermen ze zowel steden als de watervoorraad voor de landbouw.

Instanties zoals Wetlands International voegen daaraan toe dat het verwijderen van barrières in minstens 25.000 kilometer aan rivieren essentieel is voor deze grootschalige veiligheid.

Deze roep om samenhang stopt niet bij de grens van een natuurgebied. Het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW), onder leiding van professor Geert De Snoo, onderbouwt dat de gezondheid van onze bodem — waarvan momenteel 70% in Europa ongezond is — direct afhankelijk is van robuuste landschappen. Instituten zoals Wageningen Environmental Research (WENR) en Naturalis Biodiversity Center bevestigen dat natuur pas echt werkt wanneer we de scheiding tussen natuur en landgebruik doorbreken.

Uiteindelijk is de keuze voor grote, verbonden natuurblokken ook een nuchtere financiële beslissing. De IUCN en de EASAC wijzen op een enorme economische winst: elke euro die geïnvesteerd wordt in natuurherstel levert tussen de €8 en €38 op aan maatschappelijke waarde. De totale baten van ecosysteemdiensten zoals bestuiving — goed voor €5 miljard aan jaarlijkse landbouwopbrengst in de EU — worden geschat op €1.860 miljard. Organisaties zoals Rewilding Europe benadrukken dat het toelaten van natuurlijke processen in aaneengesloten gebieden de meest kostenefficiënte weg voorwaarts is.
De feiten zijn onweerlegbaar: natuurherstel is geen vijand van de economie, maar juist de levensverzekering voor de boer en de samenleving van de toekomst.

De tijd van de vrijblijvende "eilandjes-aanpak" is volgens GroenRand dan ook definitief voorbij. Wetenschappelijk gezien is het alles of niets voor een veerkrachtig systeem. Een robuust natuurlandschap is geen optelsom van losse snippers groen, maar een levend netwerk waarbij de verbindingen tussen gebieden even cruciaal zijn als de gebieden zelf. Binnen dit model fungeert de otter (Lutra lutra) als de ultieme ambassadeur. Zijn aanwezigheid bewijst dat de waterkwaliteit optimaal is en dat er veilige, aaneengesloten migratieroutes bestaan. Deze visie krijgt concreet vorm in de Klimaatgordel en het project Greenconnect, waarbij de Antitankgracht de ecologische ruggengraat vormt die de natuurkernen in de Voorkempen aan elkaar smeedt. Dankzij eDNA-onderzoek is wetenschappelijk aangetoond dat de otter dit traject daadwerkelijk gebruikt als vitale route tussen de Scheldevallei en Nederland.
Om dit te realiseren, focust het Projectplan Antitankgracht 2026-2031 zich op cruciale acties in gemeenten als Stabroek, Kapellen, Brasschaat, Schoten, Brecht, Schilde en Ranst. Dit omvat fysieke passages onder wegen, valleiherstel en strikte waterconservering.

Tegelijkertijd is een scherpe bewaking van dossiers zoals De Nieuwe Rand noodzakelijk om nieuwe versnippering te voorkomen. Vanaf mei 2026 zal GroenRand als onafhankelijke politieke waakhond optreden. De organisatie zal zich dan volledig toeleggen op het toezicht op de daadwerkelijke uitvoering en financiering van initiatieven zoals het Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering (VAPEO) en de realisatie van de Klimaatgordel, die natuurgebieden in de Antwerpse groene rand met elkaar verbindt. Het doel is helder: de wetenschappelijk onderbouwde blauwdruk moet onverkort worden uitgevoerd, want in een systeem waar alles met alles samenhangt, is elke ontbrekende schakel een bedreiging voor het geheel.

GroenRand verhoogt de druk

                                                                                                                               © Anne Oostvogels

In de Commissie voor Leefmilieu is de afgelopen maanden een fundamenteel debat ontbrand over de koers van ons klimaatbeleid voor 2026. Vooral tijdens de zittingen van 18 en 19 november 2025 werd het politieke getouwtrek tastbaar. Wat begon als een reeks kritische vragen, ontaardde in een debat over de kernprioriteiten van de Vlaamse regering, waarbij minister van Omgeving Jo Brouns door de parlementsleden Mieke Schauvliege (Groen), Bieke Verlinden (Vooruit) en Lydia Peeters (Open Vld) stevig aan de tand werd gevoeld over het nagenoeg volledig schrappen van de budgetten voor het Vlaams Klimaatadaptatieplan (VKAP). Dit Vlaams Klimaatadaptatieplan 2030 vormt de strategische blauwdruk van de Vlaamse overheid om onze regio weerbaar te maken tegen de onvermijdelijke gevolgen van de klimaatopwarming. Terwijl mitigatie zich richt op het beperken van de oorzaken, focust dit plan specifiek op de noodzakelijke aanpassingen aan extremen zoals aanhoudende droogte, intense hittegolven en plotse wateroverlast. Het formuleert ambitieuze doelen voor zowel 2030 als 2050 en integreert daarbij de inzichten uit het expertenadvies Weerbaar Waterland om de watersystemen structureel te versterken, in nauwe samenhang met de Blue Deal. De kern van de aanpak ligt in natuurgebaseerde oplossingen die de voorkeur krijgen boven louter technologische ingrepen, volgens het principe "natuurlijk waar het kan, technisch waar het moet". Dit vertaalt zich naar de uitbouw van een robuuste groenblauwe dooradering, waarbij de focus ligt op het connecteren van het landschap. In plaats van te werken met geïsoleerde "natuureilandjes", streeft het plan naar een samenhangend netwerk waarin bossen, parken en waterlopen via ecologische corridors met elkaar worden verbonden.


De minister wond er geen doekjes om: de prioriteit ligt voortaan volledig bij de Blue Deal. Hoewel investeren in waterbeheersing broodnodig is, waarschuwen de volksvertegenwoordigers dat dit ten koste gaat van andere cruciale pijlers, zoals het herstel van natuurverbindingen en het ontsnipperingsbeleid (VAPEO). Deze parlementaire druk was geen toeval, maar het resultaat van een minutieus voorbereid dossier door natuurvereniging GroenRand. Zij hebben de koers van hun organisatie radicaal gewijzigd: vanaf eind mei stopt de vereniging met algemene publieke activiteiten en evenementen om zich volledig te ontpoppen tot een onafhankelijke waakhond. Hun nieuwe tactiek is het bewaken van complexe dossiers en het voeden van volksvertegenwoordigers met gerichte vragen en open brieven om ministers scherp te houden op hun wettelijke verplichtingen. Vooral de tussenkomst van Bieke Verlinden op 18 november legde de vinger op de zere plek door de minister te confronteren met de situatie in de Antwerpse oostrand, waar de overheid door een eenzijdige "waterbril" dreigt te vergeten dat topnatuur ook fysiek verbonden moet zijn om te overleven.

Bieke Verlinden

De boodschap van GroenRand is duidelijk: water voedt onze natuur, terwijl ontsnippering het netwerk vormt waarlangs die natuur zich kan verplaatsen. Als je miljoenen pompt in natte natuur via de Blue Deal, maar de fysieke barrières van ons wegennet laat bestaan, creëer je zogenaamde "gouden kooien". Dit zijn kwalitatieve gebieden die voor fauna onbereikbaar blijven of waar dieren simpelweg doodgereden worden. In de Voorkempen staan hierdoor concrete projecten op de helling: de broodnodige ecoducten over de Bredabaan (N1) en de Essensesteenweg in Brasschaat, die het Groot en Klein Schietveld moeten verbinden, zijn voor 2026 hoogst onzeker geworden. Ook met betrekking tot belangrijke faunapassages langs de Antitankgracht, zoals de herinrichting van de Turnhoutsebaan in Schilde en de Brechtsebaan in Schoten (ter hoogte van de E10-plas), heeft de minister geen duidelijke garanties gegeven.


Minister Brouns verwees naar "transversale samenwerking", wat zonder budgettaire ruggengraat weinig zoden aan de dijk zet.
De visie om de Antitankgracht om te vormen tot een robuuste ecologische klimaatgordel geniet een breed draagvlak. Onder regie van het Regionaal Landschap de Voorkempen hebben zeven gemeenten en de provincie Antwerpen een gedetailleerd projectplan voor de periode 2026-2031 gepresenteerd. Dit initiatief belichaamt de "transversale samenwerking" waar minister van Omgeving Jo Brouns herhaaldelijk toe oproept: een aanpak waarbij beleidsdomeinen en bestuursniveaus de eigen verkokering verlaten om gezamenlijke doelen te realiseren. Hoewel de lokale bereidheid groot is, dreigt de uitvoering van dit strategische plan echter te stranden op een gebrek aan Vlaamse financiële daadkracht.
De lokale partners nemen in dit verhaal immers hun volledige verantwoordelijkheid. Binnen het projectplan engageren de gemeenten zich niet alleen voor het natuurbeheer, maar ook voor de noodzakelijke ontsnipperingsmaatregelen op de lokale wegen die zij beheren. De grote blokkade ligt echter bij de gewestwegen die het traject doorkruisen. Waar de gemeenten hun deel van de puzzel financieren, blijft de Vlaamse overheid in gebreke voor de infrastructuur die onder haar exclusieve bevoegdheid valt. De realisatie van ecotunnels en passages op deze drukke banen is vervat in het Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering (VAPEO), maar precies daar ontbreekt de "budgettaire ruggengraat". Indien het Departement Omgeving onder minister Brouns niet investeert in haar eigen kernbevoegdheden, blijft de transversale gedachte een hol begrip en blijft de Antitankgracht een versnipperd landschap.
De nieuwe, constructieve en controlerende rol van GroenRand dwingt de politiek om verder te kijken dan hun eigen belangen en transformeert de vereniging vanaf mei 2026 tot een gezaghebbend geweten voor de politiek.
Natuurlijke klimaatadaptatie werkt alleen in een samenhangend ecosysteem, waarbij water het leefgebied voedt en ontsnippering zorgt voor de broodnodige genetische uitwisseling. De conclusie van het debat is dan ook wrang: door de expertise en middelen voor ontsnippering op te offeren aan de Blue Deal, dreigen de Vlaamse ambities letterlijk te verdrinken in een versnipperd landschap. GroenRand heeft hiermee de toon gezet voor de toekomst. De natuurvereniging laat de dossiers niet meer los en zal het beleid dossier per dossier blijven toetsen aan de ecologische realiteit.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten