In de natuurgebieden gaat het beter, daarbuiten is het armoe troef. Nieuwe cijfers over de toestand van de Vlaamse natuur tonen een verdeeld beeld. “Wie denkt dat het verlies van enkele soorten niet uitmaakt, mist het grotere plaatje.”

Onze bossen worden gezonder en groter, en er klinkt meer vogelgezang, zo leert de jongste Natura2000-rapportage.
Ook keren lang verdwenen soorten terug dankzij een betere waterkwaliteit en natuurherstelwerken.
Toch loeien nog veel alarmsignalen: 44 van de 46 hier onderzochte natuurtypes scoren matig tot zeer ongunstig.
De Europese lidstaten moeten elke zes jaar aan de Europese Commissie een staat van hun natuur bezorgen.
In Vlaanderen verzorgt het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) die cijfers. Het Agentschap Natuur en Bos (ANB) staat in voor de uitvoer van het natuurherstel zelf. Biologe Hilde Eggermont is administrateur-generaal bij het INBO, bij ANB is ingenieur milieutechnologie Goedele Van der Spiegel haar evenknie.

Hoe kan de balans van onze natuur tegelijk dramatisch en hoopgevend zijn?

Hilde Eggermont: “Dat ligt deels aan de ‘one out, all out’-regel. Wij beoordelen een soort of habitattype op vier criteria. Zodra een van de vier parameters een slechte score heeft, kleurt het rapport rood. Dat verbergt soms dat herstel wél bezig is. De toestand van een soort of een leefgebied is een momentopname. Die is vaak niet goed. Maar kijken we naar de trends van bepaalde criteria, dan zien we voor veel soorten en habitats een hoopgevende evolutie.”

Goedele Van der Spiegel: “Neem onze bossen. Die scoren nog steeds ‘zeer ongunstig’, terwijl de trend wel degelijk positief is. Dat danken we aan twintig jaar volgehouden beheer, waarin we onder meer exoten verwijderen en eentonige naaldbossen omvormen naar inheemse, diverse loofbossen. Dat type is meer weerbaar tegen ziektes, plagen en klimaatontregeling. Ook de toename van dood hout speelt een cruciale rol. Dood hout doet leven, letterlijk. Het is de onderbouw van de voedselketen in een bos: schimmels en insecten profiteren ervan, met insecten voeden vogels zich ... Dood hout biedt ook nestplaatsen voor de bosvleermuis, de middelste bonte specht en zwarte specht. Die soorten evolueren positief.”

Waarom noemen jullie het Sigmaplan een succes?

Van der Spiegel: “Het Sigmaplan moet Vlaanderen beschermen tegen overstromingen van de Schelde.
Door overstromingsgebieden te creëren, beschermen we de mens tegen wateroverlast én verrijken we de biodiversiteit.
We zien de fint, een grote haring, na honderd jaar terugkeren, net als de otter. Technologie kan nooit de sponswerking van venen of moerassen vervangen.
Die houden water vast bij hevige regen en laten het langzaam los tijdens droogte. Hoe noodzakelijk dat is, zullen we wellicht deze zomer weer voelen.
De grondwaterstanden in Vlaanderen zijn momenteel zorgwekkend laag.”

Eggermont: “Natuurgebaseerde oplossingen zijn vaak kostenefficiënter en robuuster dan klassieke structuren zoals een betonnen dijk.
Een dijk moet je onderhouden en ooit vervangen; een natuurlijk systeem versterkt zichzelf.
In de Vesdervallei was weinig ruimte voor het water en werd gerekend op dijken en dammen.
Maar de impact van de waterbom in 2021 was verwoestend.
In hetzelfde jaar overstroomde de Maas, maar daar kon het water weg in het gecreëerde overstromingsgebied.
Bovendien draagt het Sigmaplan bij aan ons welzijn, want in die gebieden wordt veel gewandeld en gefietst.”

Maar net onze natte natuur staat onder grote druk

Eggermont: “Verdroging als gevolg van historische, snelle waterafvoer, verharding, klimaatverandering en grondwaterwinning is een van de meest kritieke milieudrukken voor de Vlaamse natuur.
Liefst dertig verschillende habitattypen lijden eronder.
Op veengebieden is de impact verwoestend.
De soorten die we daar verliezen, de heikikker of de zeldzame groenknolorchis, zijn kanaries in de koolmijn: ze wijzen erop dat het systeem hapert.
Wanneer veen uitdroogt tot ‘veraard veen’, krijg je dat niet meer teruggedraaid.”

Van der Spiegel: “Meer zelfs, dan neemt het veen niet langer CO2 op, maar begint het er net uit te stoten en draagt het bij aan nog méér klimaatverandering, en dus verdroging.
Dat is een gevaarlijke, vicieuze cirkel. Als je zo’n kantelpunt overschrijdt, is de schade niet meer te herstellen.
We moeten op tijd ingrijpen, want het duurt decennia voor de natuur zichzelf weer duurzaam in stand kan houden. Natuurherstel werkt, maar we mogen niet wachten tot het te laat is.”

Een lichtpunt is de spectaculaire terugkeer van de boomkikker. Wat leert dat succes ons?

Van der Spiegel: “Dat we het hele leefgebied moeten herstellen om succes te hebben.
Dus niet alleen een poel met gezond water aanleggen, maar ook voorzien in hagen, braamstruiken en houtkanten om in te schuilen en voedsel te vinden.
We hebben de totale oppervlakte aan leefgebied uitgebreid in regio’s zoals Midden-Limburg en de kust, en zien nu een populatie boomkikkers van 24.000 dieren.
Ook de kamsalamander profiteert hiervan.”

Het goede nieuws stopt aan de grens van de natuurreservaten. In het buitengebied kelderen iconische akkersoorten als veldleeuwerik, kwartelkoning en de Europese wilde hamster. Wordt het platteland een ecologisch kerkhof?

Van der Spiegel: “De milieukwaliteit van ons buitengebied schiet inderdaad tekort. Soorten die afhankelijk zijn van een specifiek leefgebied, verdwijnen samen met die habitats.
De wilde hamster leeft op de meest waardevolle landbouwgrond, omdat het dier die specifieke bodemstructuur nodig heeft om holen te maken.
Maar ook voor de landbouwer is het de meest geschikte grond, dus is het niet evident om die op te offeren voor de hamster. Daar zit je met tegenstrijdige belangen.”

Eggermont: “Wie denkt dat het verlies van enkele soorten niet uitmaakt, mist het grotere plaatje. Vergelijk het met een motor.
Je kunt daar vijf vijsjes uit halen zonder gevolg.
Na tien vijsjes begint de motor te sputteren, vanaf twintig valt hij stil. Natuur levert gratis diensten aan de mens, zoals bestuiving van gewassen, waterzuivering en koolstofopslag.
Zonder bestuivers stort onze voedselproductie in. Studies wereldwijd tonen dat de landbouw daar last van begint te krijgen.
We naderen ook hier een tipping point.”

Het is fijn dat de zwarte specht het goed heeft in het bos, maar we willen toch ook schone lucht en zuiver water voor onze kinderen?

Eggermont: “Dat is een zeer terecht punt.
Er is nood aan een goede basismilieukwaliteit in heel Vlaanderen. Lucht, water en bodem moeten overal aan minimumnormen voldoen.
Anders verliest de natuur uiteindelijk haar veerkracht, en de mens zijn gezonde leefomgeving.
Een bosje dat kreunt onder vervuiling zal minder verkoelend werken voor omwonenden of het grondwater minder zuiveren.
Onze natuur bestaat te veel uit kleine snippers die geïsoleerd liggen in een omgeving waar de milieudruk enorm hoog is – door verdroging, vervuiling, overbemesting ...”

De cijfers tonen aan dat natuurherstel werkt, daarom vragen jullie om een versterking ervan.
Maar zowel Europees als Vlaams wordt er net op bespaard – 20 miljoen euro door het departement Omgeving, bijvoorbeeld

Van der Spiegel: “We moeten er niet flauw over doen: deze Vlaamse regering gaat voor een kleinere overheid.
Overal wordt bespaard, niet enkel op Omgeving. Onze prioriteit is zorgen voor robuuste natuurgebieden en topnatuur creëren.
Op dat vlak krijgen wij nog alle kansen.
Maar dat het niet altijd even makkelijk is, klopt.
Natuurherstel in het buitengebied is niet altijd evident.”

Eggermont: “Er ligt nog altijd een ambitieuze Europese Natuurherstelwet klaar, die moet worden uitgevoerd.
Wij zetten alles in de steigers om die doelen te halen.
Het INBO ondersteunt het beleid met wetenschap en data.
Die zijn neutraal én onweerlegbaar: elke euro die je in natuurherstel investeert, verdient zichzelf meervoudig terug voor de maatschappij, voor de economie, voor onze gezondheid.
Het is aan onze beleidsmakers om daar iets mee te doen.”

Foto's: Wim Verschraegen - boomkikker