dinsdag 24 maart 2026

Vogels van A tot Z: Natuurfotograaf Frank Vermeiren brengt de gekraagde roodstaart tot leven langs de Antitankgracht

Vogels van A tot Z: natuurfotograaf Frank Vermeiren laat de gekraagde roodstaart tot leven komen langs de Antitankgracht

Frank Vermeiren maakte gisteren, 13 maart, een wandeling door de prachtige natuur van de Voorkempen.
Precies op deze route langs de Antitankgracht wist hij vorig jaar in april de gekraagde roodstaart al schitterend in beeld te brengen.
In deze uitgebreide aflevering van de reeks 'Vogels van A tot Z' neemt natuurfotograaf Frank Vermeiren ons mee naar de omgeving van de Antitankgracht, een essentieel deelgebied binnen het projectgebied van GroenRand.
Frank, die de natuur in de Voorkempen en de Antwerpse Kempen als geen ander door zijn lens vastlegt, laat ons kennismaken met een vogel die bij velen nog onbekend is.
We zijn inmiddels beland aan de letter G van Gekraagde roodstaart.


De wetenschappelijke naam Phoenicurus phoenicurus betekent letterlijk 'purperstaart', wat verwijst naar de opvallende rode kleur van de staartpennen.
In de volksmond wordt deze vrolijke verschijning soms ook wel 'zomerroodborst' of 'bonte roodstaart' genoemd vanwege zijn zomerse komst en kleurrijke verenkleed.
Wat een fantastisch nieuws: de gekraagde roodstaart is bijna weer in het land!
Als er één vogel is die de lente in de Voorkempen echt kleur geeft, dan is het dit kleine, beweeglijke juweeltje wel.
De gekraagde roodstaart is een vogelsoort van oude, parkachtige bossen met weinig ondergroei, een biotoop dat in de Voorkempen nog op diverse plaatsen te vinden is.


Je vindt hem vooral op de hogere zandgronden en duinen die begraasd worden, waar open plekken, oude bomen, graslanden of heiden elkaar afwisselen.
Ook in kleinschalig boerenland met oude, lommerrijke erven, houtwallen en singels voelt hij zich uitstekend thuis.
Hij heeft een sterke voorkeur voor habitats met een hoog aandeel oude dennen, eikenhakhout of knotwilgen waarin natuurlijke holtes aanwezig zijn.
Gekraagde roodstaarten zijn holenbroeders die ook graag van nestkasten gebruikmaken, mits deze op de juiste plek hangen.
De vogel is tegenwoordig niet meer zo algemeen als enkele decennia geleden en staat in Vlaanderen als 'Kwetsbaar' op de Rode Lijst.
Volwassen mannetjes zijn een spectaculaire verschijning met een oranjerode borst, zwarte keel, wit voorhoofd en een leigrijze kruin en mantel.
Vrouwtjes zijn een stuk minder opvallend getekend en hebben een grijsbruine rug met een beige tot vaag oranje onderzijde.
Zij onderscheiden zich van de vrouwelijke zwarte roodstaart door een warmere, meer bruine tint in plaats van het koude rookgrijs van hun neefje.
Beide geslachten hebben die overduidelijke roestrode staart waarmee ze voortdurend zenuwachtig trillen zodra ze op een tak landen.
Zijn zang is melancholiek en melodieus, vaak beginnend met een hoge fluittoon gevolgd door een kortere 'huut-hiet-trek-trek'.
De mannetjes zingen vaak vanaf een hoge zangpost, zoals een dode boomtop of een uitstekende tak, om hun territorium af te bakenen.
Hij begint vaak al ruim voor zonsopkomst te zingen en kan dit, vooral in het vroege voorjaar, de hele dag volhouden.
Sommige mannetjes zijn ware kunstenaars in het imiteren van fragmenten van de zang van andere vogels in hun omgeving.
De eileg vindt plaats van half april tot in juli, met een duidelijke piek tussen eind april en de eerste helft van mei.
De vogel is extreem plaatstrouw en keert jaar na jaar vaak terug naar exact dezelfde boomholte of nestkast.
Meestal hebben zij twee legsels per seizoen met doorgaans zes tot zeven prachtige lichtblauwgroene eieren.
De broedduur bedraagt ongeveer twaalf tot veertien dagen en de jongen verblijven daarna nog dertien tot vijftien dagen in de veiligheid van het nest.
Ze nestelen in grote natuurlijke holen, nissen in muren en nestkasten, meestal op een hoogte van slechts enkele meters boven de grond.
Een ideale nestkast voor deze soort heeft een iets ruimere of ovale invliegopening van ongeveer 29 x 55 mm om de baltsbewegingen van het mannetje te vergemakkelijken.
Het leefgebied aan de Antitankgracht biedt een ruim aanbod van oude spechtengaten in de bomen, wat cruciaal is voor hun voortbestaan.
Ook oude hoogstamboomgaarden, die helaas steeds schaarser worden, blijven een favoriete plek voor deze kleurrijke verschijning.
Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit insecten en hun larven, maar in het najaar worden ook bessen gegeten om vetreserves op te bouwen.
De vogel jaagt vaak vanaf een lage zitplaats op insecten die hij op de grond vangt, of hij plukt ze behendig uit de lucht zoals een vliegenvanger.
Op trek is de gekraagde roodstaart minder kritisch en kan hij ook in meer open gebieden zoals tuinen en duinstruweel worden waargenomen.
In de winter is hij volledig uit ons land verdwenen, dit in tegenstelling tot de zwarte roodstaart die soms bij bebouwing blijft hangen.


Onze broedvogels overwinteren in de Sahel-regio van Afrika, een reis van wel 5.000 kilometer die ze in drie tot vijf weken afleggen.
Ze zijn hierdoor erg gevoelig voor klimatologische omstandigheden zoals aanhoudende droogte in deze Afrikaanse overwinteringsgebieden.
De najaarstrek naar het zuiden vindt plaats tussen juli en oktober en gebeurt voornamelijk tijdens de nachtelijke uren.
Ook Scandinavische gekraagde roodstaarten trekken in deze periode in grote aantallen door de Belgische en Nederlandse Kempen.
De voorjaarstrek begint voorzichtig eind maart, maar de hoofdmacht keert pas terug tussen half april en eind mei.
Het creëren van natuurverbindingen en het beheer van bosranden zorgt voor de noodzakelijke open plekken die de vogel nodig heeft om te jagen.
Mede dankzij de bescherming van deze vitale verbindingen en het koesteren van monumentale bomen krijgt de gekraagde roodstaart de rust en de ruimte die hij verdient.
Met de camera van Frank Vermeiren in de aanslag hopen we deze lente weer vele nieuwe bewoners te mogen verwelkomen in onze prachtige streek.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten