Je bord ontrafeld: De strijd om feiten, fabels en de toekomst van ons voedselsysteem
Je bord ontrafeld: De strijd om feiten, fabels en de toekomst van ons voedselsysteem.
Wat ligt er nu écht op ons bord en wat denken we dat erop ligt?
Na drie jaar interdisciplinair onderzoek binnen de KU Leuven presenteren Tessa Avermaete, Wannes Keulemans en Barbara De Coninck hun bevindingen in het nieuwe boek 'Je bord ontrafeld'.
Het werk vloeit voort uit een jarenlange dialoog over gezond en duurzaam voedsel en heeft als doel feiten van fabels te scheiden en de emoties te duiden die onze blik op het voedseldebat vertroebelen.
Tijdens de boekvoorstelling gingen de auteurs en diverse experts in gesprek over de hardnekkigste discussies uit het huidige debat waarbij scherpe inzichten naar voren kwamen over de menselijke kant achter de statistieken zoals verhalen over honger en overvloed of marktmacht en onmacht.
Een centraal thema is de opvallende scheve verhouding in onze bezorgdheid over voedselveiligheid.
Bio-econome Tessa Avermaete sprak met de jonge komkommerteler Willem Derynck, ondervoorzitter van Groene Kring, die een opvallende paradox ziet. Consumenten vullen hun winkelkarren zonder nadenken met ultrabewerkte, kant-en-klare maaltijden, maar maken zich in de versafdeling ineens druk om minuscule sporen van gewasbeschermingsmiddelen op een appel of tomaat.
Wetenschapsjournalist Joost Van Kasteren deelt die frustratie en benadrukt dat we al jaren weten dat niet de stof maar de dosis toxisch is.
Soms voelt hij de neiging zijn schoen naar de tv te gooien bij de zoveelste ophef, omdat men vergeet dat risico gelijkstaat aan gevaar vermenigvuldigd met de blootstelling.
Professor Barbara De Coninck verduidelijkte dit door uit te leggen dat de Europese veiligheidsmarges voor gewasbescherming een factor honderd bevatten.
Ze maakte de vergelijking met de wegcode waarbij je op de snelweg zeventig meter afstand houdt om een botsing te vermijden.
Zouden we de veiligheidsmarge van de landbouw toepassen op het verkeer dan moeten we voortaan zes tot zeven kilometer afstand houden.
Het valt op hoe weinig ruimte er in het debat nog is voor innovatie en aanvaardbare risico's zodra het over landbouw gaat.
De cijfers rond landgebruik spreken boekdelen voor wie de natuur wil sparen.
Om honderd kilocalorieën rundvlees te produceren is ongeveer achttien keer meer land nodig dan voor dezelfde hoeveelheid kip terwijl dat bij groenten nog eens dubbel zo laag ligt.
Wie zijn landgebruik theoretisch tot het absolute minimum wil beperken zou volgens De Coninck het best enkel uien eten.
Chris Claes van Rikolto International waarschuwt dat veel theorieën rond de reductie van de veestapel enkel vertrekken vanuit de productie en de consumptiezijde negeren.
De vraag naar vlees blijft hoog en als we hier minder produceren zal de import gewoon toenemen.
Bewustmaking helpt maar leidt niet automatisch tot een gedragswijziging zoals blijkt bij fairtrade waar bijna iedereen het principe steunt maar slechts een minderheid het effectief koopt. Hidde Boersma vulde aan dat we moeten oppassen de vooruitstrevende boeren niet kwijt te spelen omdat in Nederland bij de stikstofuitkoopregeling vaak moderne bedrijven stoppen terwijl je juist die boeren nodig hebt voor de maatschappelijke uitdagingen.
Ook de meerwaarde van biologische landbouw wordt kritisch aangepakt waarbij Boersma stelt dat de Europese biodoelstellingen gebaseerd zijn op onderzoek van dertig jaar geleden dat geen rekening hield met de omgeving of de opbrengst.
Omdat bio ongeveer een derde meer land nodig heeft is het nadelig voor de biodiversiteit op grote schaal omdat wie natuur wil sparen zo weinig mogelijk grond in gebruik moet nemen.
Claes brengt het inzicht dat de economische opbrengst van productie wordt tenietgedaan als je alle ecologische en gezondheidskosten zou meerekenen en wijst op de rol van bio als kraamkamer voor innovaties die hun weg vinden naar de gangbare landbouw.
Verschillende systemen moeten naast elkaar kunnen bestaan omdat één systeem in monopolie nooit werkt.
Biodiversiteit herstellen lukt volgens het onderzoek niet door landbouw overal een beetje terug te schroeven omdat er hard moet worden omgeslagen ten koste van de oogst.
Dit vraagt een herdenking van het versnipperde natuurbeleid met natuurgebieden die soms maar een hectare groot zijn.
Het panel pleit voor een driecompartimentensysteem dat de open ruimte verdeelt in drie scherp afgebakende zones met intensieve landbouw op de meest geschikte gronden en robuuste natuurgebieden waar de natuur de volledige regie krijgt zonder menselijke verstoring en een overgangszone met extensieve landbouw.
Hoewel dit model helderheid schept botst de uitvoering in het versnipperde Vlaanderen op een koppige realiteit waarbij functies voortdurend in elkaar overvloeien.
Dit systeem zou een radicale ontvlechting van het landschap vragen via instrumenten zoals herverkaveling.
Dit proces lijkt momenteel een uitdaging door de trage procedures en de emotionele band van boeren met hun grond.
In de praktijk zouden landbouwers in intensieve zones zekerheid krijgen terwijl boeren in overgangszones gestimuleerd kunnen worden om bij te dragen aan ecosysteemdiensten zoals waterberging en natuurbeheer.
Projecten zoals Boerenland tonen aan dat de huidige trend eerder neigt naar verweving in plaats van deze strikte scheiding.
Vanuit de natuurvereniging GroenRand wordt dit model gecombineerd met de rewilding action philosophy die radicaal breekt met de traditionele natuurbescherming die gericht is op het defensief behouden van wat er nog over is.
Jarenlang hebben we geprobeerd de natuur te temmen en te beheren als een keurig onderhouden tuin maar GroenRand pleit voor een fundamentele verschuiving van statisch beheren naar dynamisch herstellen.
Dit is geen passieve vorm van beschermen maar een gedurfde actiefilosofie die de regie teruggeeft aan de natuur zelf waarbij we als mens enkel de juiste startcondities creëren en dan een bewuste stap terug doen.
In deze visie speelt niet de mens maar de otter de hoofdrol als architect van een levend en veerkrachtig landschap.
De otter is een sleutelsoort dat de balans in onze waterwegen bewaakt door populaties grazers en vissen in toom te houden. Hierdoor krijgen waterplanten de kans om weelderig te groeien wat essentieel is voor het zuiveren van het water en de grootschalige opslag van koolstof waardoor de otter direct bijdraagt aan de strijd tegen de opwarming van de aarde.
Hij is een biologische architect die onbewust een habitat creëert waarin talloze andere soorten van zeldzame vissen tot libellen en amfibieën weer kunnen floreren. Voor GroenRand is de otter hét symbool van hun volledige werking en visie op de regio waarbij de Antitankgracht fungeert als de cruciale ecologische hoofdader die versnipperde Natura 2000-gebieden in de Voorkempen weer verbindt over een lengte van drieëndertig kilometer.
Door barrières zoals gevaarlijke wegen aan te pakken met faunapassages zoals ecoducten en eco-tunnels en vervuilde waterlopen te saneren schept GroenRand de startcondities voor de natuur om haar eigen weg terug te vinden.
De mens treedt hierbij op als facilitator die de hindernissen wegneemt zodat de otter als ambassadeur van de wildernis het gebied weer kan claimen.
Deze action philosophy biedt bovendien een enorme maatschappelijke en economische meerwaarde omdat elke euro geïnvesteerd in natuurherstel zichzelf terugbetaalt via ecosysteemdiensten zoals natuurlijke waterzuivering die dure installaties uitspaart en een betere opvang van hemelwater om droogte en overstromingen tegen te gaan.
Een wilder landschap verhoogt de volksgezondheid en stimuleert lokaal ecotoerisme waar horeca recreatie en verkoop van streekproducten direct van profiteren.
Vlaamse parken kunnen hierbij fungeren als de noodzakelijke brug tussen lokale besturen de Vlaamse overheid en de landbouwsector om via dialoog de noodzakelijke ontvlechting van het landschap te realiseren.
In de overgangszones stelt GroenRand concrete projecten voor zoals de aanplant van vlechtheggen en houtkanten die als ecologische corridors dienen en stikstof filteren.
De impact van deze driedeling is tweesnijdend omdat zonder een functionerende tussenruimte de winst voor de biodiversiteit beperkt blijft door isolatie en inteelt.
Het succes valt of staat met de kwaliteit van die zachte matrix die de eilanden moet verbinden tot een veerkrachtig netwerk waarlangs soorten zich veilig kunnen verplaatsen.
Ten slotte werd de mythe van lokaal eten besproken waarbij Boersma pleit voor wereldwijde handel omdat de efficiëntie van de productie meer bepaalt dan het transport en handel bovendien de vrede bevordert via de vredestheorie waarbij landen die economisch verweven zijn minder snel oorlog voeren.
Claes ziet lokale productie vooral als een sociaal instrument dat mensen opnieuw in contact brengt met voedselproductie.
Hidde Boersma merkte op dat dit genuanceerde verhaal de consument zelden bereikt omdat media vaak focussen op sensationele uitzonderingen in plaats van op het gewone verhaal. De visie uit Je bord ontrafeld dwingt ons tot een confrontatie met de grenzen van ons landschap waarbij intensivering kan helpen om robuuste natuurgehelen te creëren.
Voor GroenRand vereist de weg naar een duurzaam voedselsysteem daarom een overheid die durft te investeren in de fysieke verbinding van natuurgebieden en bouwt aan een toekomst waarin de mens de regie deels uit handen geeft en de otter weer aan het werk laat gaan in een landschap dat weer echt mag leven.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten