GroenRand benadrukt de impact van een teveel aan mest op zowel de natuur als onze gezondheid
Opinie: de pen van Glenn - © UAntwerpen
Glenn is dé stem van natuurvereniging GroenRand.
Met vlijmscherpe columns en een flinke dosis passie legt hij de pijnpunten in het Vlaamse natuurbeleid bloot.
Sinds 2026 staat GroenRand op scherp: geen dossier passeert de revue zonder dat Glenn het kritisch tegen het licht houdt.
Hij vertaalt taaie politiek naar begrijpelijke verhalen—van de haperende waterkwaliteit tot de kansen voor de otter in de Antitankgracht.
Glenn schrijft niet zomaar.
Vlaanderen bevindt zich momenteel in het hart van een zeer complexe stikstofcrisis die onze volledige samenleving elk jaar miljarden euro's kost.
Terwijl het maatschappelijk debat vaak verzandt in politieke discussies over natuurdoelen en Europese sancties, brengt dr. Ruben Vingerhoets in zijn doctoraatsonderzoek aan de Ugent en Uantwerpen een onthutsende waarheid aan het licht.
De werkelijke kosten van ons mestbeheer zijn gigantisch en we betalen die rekening niet alleen met onze natuur, maar vooral direct met onze eigen volksgezondheid.
Uit zijn uitgebreide berekeningen blijkt dat de maatschappelijke kosten gelinkt aan mest, waaronder de uitstoot van broeikasgassen, stikstofdepositie, watervervuiling en gezondheidseffecten, oplopen tot maar liefst 2.050 miljoen euro per jaar.
Wat daarbij het meest opvalt in het onderzoek, is dat de gezondheidskosten voor de mens bijna dubbel zo hoog liggen als de kosten voor de schade aan de natuur door depositie.
Deze enorme gezondheidsimpact is direct gelinkt aan de vorming van secundair anorganisch fijnstof in onze atmosfeer.
Ammoniak die vrijkomt uit dierlijke mest reageert in de lucht met stikstofoxiden die afkomstig zijn uit onder meer de industrie en het drukke verkeer.
Deze minuscule deeltjes dringen diep door in de longen en de bloedbaan van de omwonenden.
Volgens de officiële cijfers van het Rivm en de Who leidt langdurige blootstelling hieraan tot een sterke afname van de longfunctie en chronische astma.
Bovendien worden deze stoffen gelinkt aan hart- en vaatziekten, verschillende vormen van kanker en zelfs vroegtijdige sterfte onder de bevolking.
Vooral in dichtbevolkte regio’s zoals de Antwerpse Noordrand is dit een kritisch brandpunt omdat daar veel inwoners, drukke verkeersaders en een sterke landbouw- en industriesector samenkomen.
Terwijl de menselijke gezondheid zwaar lijdt, worden ook de meest waardevolle natuurgebieden in diezelfde regio, zoals de Kalmthoutse Heide en de aangrenzende Schietvelden, fundamenteel aangetast.
Natuurvereniging GroenRand waarschuwt dat deze Natura 2000-gebieden ernstig lijden onder eutrofiëring of vermesting door een overschot aan stikstof uit ammoniak.
In de dagelijkse praktijk leidt dit proces tot de massale vergrassing van het landschap door het dominante pijpenstrootje.
Dit gras profiteert extreem van de stikstofrijkdom en overwoekert de karakteristieke paarse struikheide en dopheide waar de regio om bekend staat.
Hierdoor verdwijnt niet alleen een iconisch landschap, maar stort ook het bijbehorende ecosysteem volledig in.
Zeldzame insecten, vlinders en vogels verliezen hun noodzakelijke habitat en kunnen niet langer overleven in dit eentonige graslandschap.
Bovendien zorgt de voortdurende stikstofneerslag voor een gevaarlijke bodemverzuring waarbij essentiële mineralen zoals calcium en magnesium simpelweg oplossen.
Tegelijkertijd komen er giftige metalen vrij in de bodem die de natuurlijke veerkracht van de heide en de aanwezige fauna verder ondermijnen.
De schade beperkt zich echter niet alleen tot de biologie en de luchtkwaliteit; de mens betaalt ook een prijs via het water dat we gebruiken.
De uitspoeling van overtollige meststoffen zorgt voor gevaarlijk hoge nitraatconcentraties in het grondwater.
Dit dwingt onze drinkwaterbedrijven tot extreem dure zuiveringsprocessen om de blauwebabyziekte te voorkomen.
Dit is een gevaarlijke aandoening waarbij het noodzakelijke zuurstoftransport in het bloed van pasgeboren zuigelingen volledig wordt geblokkeerd.
In het oppervlaktewater leidt de hoge mestdruk bovendien tot de bloei van giftige blauwalgen.
Deze algen kunnen ernstige huidirritatie en leverproblemen veroorzaken bij recreanten en dieren die met het water in contact komen.
In dit uiterst complexe spanningsveld speelt natuurvereniging GroenRand een cruciale en bemiddelende rol voor de regio.
Hun projectgebied omvat zowel de Heide als de Schietvelden en zij pleiten vurig voor een robuust natuurnetwerk door deze gebieden fysiek met elkaar te verbinden.
Voor GroenRand is de strijd tegen stikstof essentieel om de gunstige staat van instandhouding van deze Europese topnatuur eindelijk te bereiken.
Hoewel zij in de meest kwetsbare kernzones streng vasthouden aan nulbemesting om de schraalheid van de bodem te herstellen, stelt GroenRand zich constructief op naar de landbouwsector.
GroenRand erkent dat enkel verbieden niet volstaat en kijkt daarom hoopvol naar technologische en circulaire alternatieven zoals de Renure-wetgeving.
Door hoogwaardige stikstof uit dierlijke mest terug te winnen, kan de afhankelijkheid van kunstmest immers stap voor stap worden afgebouwd.
De productie van Renure kan bovendien de economische kosten van mestverwerking verlagen waardoor overschotten en schadelijke emissies afnemen.
Vandaag de dag is de nutriëntenkringloop in Vlaanderen slechts deels circulair aangezien slechts 55 procent van de reststromen wordt hergebruikt.
Nochtans zou een verdere recycling van deze stoffen het potentieel hebben om de helft van de stikstof uit fossiele kunstmeststoffen volledig te vervangen.
De nieuwe Renure-wetgeving, officieel goedgekeurd door de Eu in september 2025, moet deze circulariteit nu versneld gaan opkrikken.
Renure staat voor Recovered Nitrogen from manure en is een meststof met de specifieke eigenschappen van kunstmest.
Voor de officiële mestboekhouding bij de Vlaamse Landmaatschappij is dit een grote doorbraak voor de sector.
Renure valt namelijk buiten de strikte limiet van 170 kg stikstof uit dierlijke mest die landbouwers per hectare mogen uitrijden.
Om aan de zogenaamde Safemanure-criteria te voldoen, moet minimaal 90 procent van de stikstof in minerale vorm aanwezig zijn.
In Vlaanderen worden hiervoor twee hoofdtechnieken gebruikt door gespecialiseerde installaties.
De eerste techniek is het stikstofstrippen en scrubben waarbij de dunne mestfractie wordt verhit of met loog behandeld om ammoniakgas vrij te maken.
Dit gas wordt vervolgens in een wasser met zwavelzuur of salpeterzuur omgezet in vloeibaar ammoniumsulfaat of ammoniumnitraat.
De tweede techniek is omgekeerde osmose waarbij de vloeistof onder zeer hoge druk door membranen wordt geperst.
Dit levert een geconcentreerd mineraal op dat rijk is aan stikstof en kalium, naast schoon water.
Een derde methode is de struviet-productie waarbij stikstofrijk fosfaatzout uit de mest neerslaat als een bruikbare korrel.
De voordelen van dit systeem zijn aanzienlijk voor zowel de boer als de natuur.
Het zorgt voor minder afhankelijkheid van kunstmestimport uit landen zoals Rusland en vangt ammoniak op bij de bron.
Dit is gunstig voor de Vlaamse stikstofdoelen binnen het Pas-kader en staat gerichte precisiebemesting per gewas toe.
Toch wijst GroenRand ook heel duidelijk op de nadelen en de risico's van dit technologische verhaal.
De productie van Renure is een chemisch proces dat zeer veel energie vreet en dure installaties vereist.
Bovendien bevat Renure geen organische stof en voedt het dus het bodemleven niet, in tegenstelling tot gewone drijfmest.
Bij exclusief gebruik kan dit leiden tot bodemverschraling en een daling van het koolstofgehalte in onze akkers.
Omdat de stikstof in minerale vorm direct opneembaar is, is het risico op nitraatuitspoeling naar het grondwater ook groter bij een verkeerde timing.
Ook voor de biologische sector is er een belangrijke kanttekening aangezien Renure daar momenteel niet is toegestaan.
In Vlaanderen wordt de uitrol van Renure dan ook streng bewaakt via het e-loket van de Vlaamse Landmaatschappij en het Mestactieplan.
Enkel door de overheid erkende installaties die gevalideerd zijn door Ilvo of het Vcm mogen het product aanbieden.
Het transport van deze stoffen moet bovendien gebeuren met voertuigen die zijn uitgerust met Agr-Gps om fraude te voorkomen.
Vlaamse boeren kunnen voor deze dure milieu-investeringen wel steun krijgen via het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds of de Ecologiepremie.
Volgens het model van dr. Vingerhoets kan de introductie van Renure de private economische kosten voor mestbeheer licht doen dalen.
Echter, wanneer men ook de maatschappelijke kosten volledig zou meerekenen in het beleid, wordt de wetgeving pas echt relevant.
Vlaanderen zou in dat scenario de maatschappelijke kosten kunnen terugdringen van 2.050 miljoen naar slechts 990 miljoen euro.
De circulariteit zal dan helpen om zowel de private kosten van de boer als de enorme milieukosten voor de burger te drukken.
Concluderend is het mestprobleem absoluut geen lokaal landbouwconflict, maar een brede maatschappelijke crisis die ons allemaal raakt.
De vergrassing van de Kalmthoutse Heide is het meest zichtbare signaal van een onzichtbare vervuiling die onze gezondheid fundamenteel ondermijnt.
Een transitie naar een model met minder emissies, krachtig ondersteund door bemiddelaars zoals GroenRand en innovaties zoals Renure, is de enige weg.
Zo kunnen we eindelijk zowel de longen van onze kwetsbare natuur als de longen van onszelf op een duurzame manier beschermen.
Dr. Vingerhoets ontving voor dit grensverleggende werk de Award Rudi Verheyen en zal zijn model nu opschalen naar heel Europa.
Hierdoor kunnen andere regio's met een gelijkaardige mestdruk, zoals Catalonië, in de toekomst met hetzelfde kader gaan werken.
Het doel blijft immers een gezonde leefomgeving waarin landbouw, industrie en natuur op een evenwichtige manier kunnen blijven bestaan.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten