De stille crisis in de bijenkast: een uitgebreid verslag uit de pen van Glenn
Het is 27 maart 2026 en terwijl de eerste lentezon de velden van de Voorkempen voorzichtig opwarmt, bereikt ons via de VRT verontrustend nieuws dat inslaat als een bom bij natuurvereniging GroenRand.
Voor wie de natuur een warm hart toedraagt, is het een bittere pil: de wintersterfte onder de Vlaamse honingbijen heeft opnieuw genadeloos toegeslagen en legt de kwetsbaarheid van ons ecosysteem bloot.
Uit de allernieuwste cijfers van het Vlaams Bijeninstituut, gebaseerd op een nauwkeurige steekproef bij meer dan 290 imkers, blijkt dat in de afgelopen winterperiode van 2025-2026 maar liefst 25 procent van de bijenvolken het niet heeft gered.
Hoewel dit cijfer technisch gezien een fractie lager ligt dan de dramatische 31 en 27 procent van de voorgaande twee jaren, blijft de situatie voor onze bestuivers volgens alle experts ronduit dramatisch en onhoudbaar.
Bij GroenRand kozen we vorig jaar, in 2025, niet voor niets ‘Bestuivers en de Bij’ als ons centrale jaarthema, waarbij we heel wat bezorgdheden uitten over de algemene achteruitgang van biodiversiteit en de opkomst van invasieve soorten.
De huidige cijfers bewijzen dat het nog steeds niet goed gesteld is met de bij in Vlaanderen, een conclusie die Steven Verhaeghe van het Vlaams Bijeninstituut dwingt tot een scherpe waarschuwing aan de brede bevolking.
Dit is volgens hem namelijk niet louter een probleem van de gepassioneerde imker, maar een collectieve bedreiging voor de voedselveiligheid aangezien we zonder bestuivers 70 procent van onze gewasvariëteit verliezen.
Om een bijenpopulatie op lange termijn echt gezond en in stand te houden, zou de wintersterfte eigenlijk maximaal 10 procent mogen bedragen, een historisch streefdoel dat herinnert aan de stabiele periode van vóór de invasie van de varroamijt.
De grote boosdoener achter deze aanhoudende massale sterfte is de varroamijt, een voor velen onzichtbare vijand die bijen systematisch verzwakt door hun bloed te zuigen en vetweefsel op te eten.
Professor en bijenkenner Dirk de Graaf van de UGent legt uit dat deze mijt uiterlijk lijkt op een piepkleine spin met acht pootjes en een opvallend plat lichaam dat perfect is aangepast aan de anatomie van de bij.
Door die specifieke vorm kan de parasiet zich moeiteloos tussen de beschermende chitineschildjes van de honingbij nestelen om daar op zoek te gaan naar de zachtste weefsels van de gastheer.
De mijt slaat vooral toe tijdens een cruciaal moment in de levenscyclus van de bij, namelijk de overgang van de open naar de gesloten broedfase in de raatcellen.
Net voordat de werksters de wasdekseltjes op de broedcel plaatsen om de larve te laten verpoppen, kruipt de volwassen mijt vliegensvlug naar binnen om haar eigen eitjes te leggen.
De nakomelingen van de mijt zitten vervolgens samen met de weerloze bijenpop opgesloten in de cel en beginnen deze al in een heel vroege fase van de ontwikkeling fysiek en immunologisch te verwoesten.
In de meest ernstige gevallen komen de jonge bijen met verkrinkelde vleugels of andere zware misvormingen uit de broedcel voort, waardoor ze direct een last worden voor het volk in plaats van een hulp.
De varroamijt is oorspronkelijk afkomstig van de Aziatische honingbij, die door eeuwenlange evolutie veel minder schade ondervindt van deze parasiet dankzij poetsgedrag en kortere broedcycli.
In de vroege jaren 80 sprong de mijt echter over op onze Europese honingbij bij grote bijenteeltbedrijven in Azië waar verschillende soorten ondoordacht samen werden gehouden.
Onze lokale bijen hadden geen enkel natuurlijk verdedigingsmechanisme tegen deze nieuwe indringer en ondervonden daardoor in korte tijd massale schade die zich als een olievlek over het continent verspreidde.
Hoewel imkers eerst massaal chemische medicatie en later organische zuren gebruikten om de mijten te bestrijden, leidde dit tot een vicieuze cirkel waarbij de parasieten resistent werden en de bijen zelf steeds zwakker.
Professor De Graaf waarschuwt nu met klem dat de algemene situatie de foute richting uitgaat en dat er mogelijk nog een veel vernietigendere mijt bijkomt die onze kasten bedreigt: de tropilaelapsmijt.
Deze tropische variant is ongeveer de helft kleiner dan de varroamijt, maar heeft de angstaanjagende eigenschap dat ze zich wel vijf keer sneller vermeerdert binnen een bijenkolonie.
De tropilaelapsmijt is vanuit haar kerngebied in Azië inmiddels al opgeschoven tot bij de grens met Turkije en zal, zodra ze hier arriveert, naar verwachting veel meer schade aanrichten dan we ooit voor mogelijk hielden.
"Dan is het hek echt van de dam en de impact op de landbouw zal gigantisch zijn," weet de professor, die benadrukt dat we nu onmiddellijk preventieve actie moeten ondernemen voor het te laat is.
Hij roept de 4.000 à 5.000 Vlaamse imkers op om massaal deel te nemen aan gecoördineerd selectiewerk, een taak waar momenteel helaas slechts een handvol specialisten mee bezig is.
Door gericht te selecteren op bijenvolken die van nature mijten in de broedcellen identificeren en verwijderen, kunnen we de populatie weer genetisch veerkrachtig maken voor de uitdagingen van de 21ste eeuw.
Als stem van GroenRand vul ik aan dat wij als burgers niet lijdzaam mogen toezien, maar onze eigen omgeving direct en massaal bloemrijk moeten maken om deze bestuivers fysiek te ondersteunen.
Een bijenvriendelijke tuin biedt van het vroege voorjaar tot de late herfst een ononderbroken menukaart van nectar en stuifmeel, wat essentieel is voor de opbouw van een sterk immuunsysteem.
Dit begint al bij het aanplanten van vroegbloeiers zoals krokussen, sneeuwklokjes en de onmisbare wilgenkatjes die de eerste broodnodige energie leveren na de lange winterrust.
Zaai inheemse en ecologisch verantwoorde bloemen zoals de korenbloem, klaproos, dille en diverse soorten klaver om een rijk en gevarieerd buffet aan te bieden aan zowel honingbijen als wilde bijen.
Laat paardenbloemen en zogenaamd onkruid gerust staan in een zonnig hoekje van de tuin, want zij zijn vitale bronnen van hoogwaardig stuifmeel in periodes dat andere bloemen nog niet bloeien.
Zorg daarnaast voor veilige nestgelegenheid door rommelige hoekjes met dode takken of holle stengels te laten liggen, of hang een degelijk bijenhotel op voor de vele solitaire soorten die cruciaal zijn voor onze fruitteelt.
GroenRand zet zich in de regio specifiek in voor projecten als 'Greenconnect', waarbij we versnipperde natuurgebieden weer met elkaar verbinden via groene corridors, zodat bijenvolken veilig kunnen migreren en foerageren.
De strijd tegen de Aziatische hoornaar, die in 2025 een absoluut dieptepunt bereikte met duizenden meldingen in de provincie Antwerpen, blijft een prioriteit omdat deze exoot de druk op de kasten tot een kookpunt drijft.
Wanneer een hoornaar voor de kast hangt, ontstaat er 'foraging paralysis', waarbij de bijen uit pure angst niet meer durven uitvliegen om voedsel te zoeken, wat de winterreserves direct in gevaar brengt.
Het jaarthema van 2025 heeft ons geleerd dat we alleen door intense samenwerking tussen overheden, natuurverenigingen en burgers een vuist kunnen maken tegen de achteruitgang van onze bestuivers.
De wintercijfers van 2026 zijn een harde en ontnuchterende les die aantoont dat we onze inspanningen niet mogen laten verslappen, maar juist moeten opschalen naar een hoger niveau.
Alleen door onze tuinen massaal bloemrijk in te richten en onvoorwaardelijk te kiezen voor sterke, lokaal aangepaste bijenvolken kunnen we deze sluipende crisis uiteindelijk bezweren.
Mijn pen zal niet rusten tot de bijen weer de plek krijgen die ze verdienen in een gezond, verbonden en bloeiend Vlaams landschap waar mens en natuur in harmonie samenleven.
Het behoud van de bij is immers het behoud van onszelf, onze cultuur en de prachtige biodiversiteit die we dagelijks mogen bewonderen in onze achtertuin.
Laten we van dit jaar het jaar maken waarin we de woorden van Professor De Graaf omzetten in daden en de bijen weer de veerkracht geven die ze zo hard nodig hebben om te overleven.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten