Glenns visie op een veerkrachtige natuur: het ambitieuze herstelplan van GroenRand en elf onderzoekers
Glenn schrijft dit artikel als een van de drijvende krachten achter de natuurvereniging GroenRand die zich specifiek inzet voor het behoud en de versterking van de natuur in de Voorkempen.
Hij fungeert vaak als de publieke stem van de organisatie en zet zich gepassioneerd in voor de bescherming van lokale biodiversiteit met een focus op het creëren van robuuste natuurverbindingen.
Zijn doel is dat zeldzame soorten zoals de otter en de boommarter zich weer veilig door het Vlaamse landschap kunnen verplaatsen zonder voortdurend slachtoffer te worden van de enorme versnippering.
Naast dit beleidswerk houdt hij zich intensief bezig met sensibilisering door middel van educatieve projecten en natuurfotografie om de verborgen waarde van de regionale flora en fauna onder de aandacht te brengen.
Bovendien is hij een actief auteur die regelmatig scherpe columns en opiniestukken publiceert onder de rubriek "De pen van Glenn" op de officiële website van GroenRand en in diverse regionale kranten.
Het gaat momenteel simpelweg niet goed met de natuur in Vlaanderen en dat is de nuchtere maar zeer verontrustende conclusie van elf vooraanstaande onderzoekers van de KU Leuven in hun nieuwe visietekst.
De achteruitgang van onze natuurlijke rijkdom is een van de meest prangende milieuproblemen van deze tijd waarbij de soortenrijkdom en genetische diversiteit wereldwijd afnemen in een alarmerend tempo.
Vlaanderen ervaart een snelle erosie van zijn natuurlijke schatten wat niet alleen jammer is voor de natuur zelf maar ook directe gevolgen heeft voor onze economie en voedselzekerheid en gezondheid.
Ondanks diverse inspanningen blijft volgens GroenRand het behoud van de bestaande biodiversiteit een enorme uitdaging door de hoge verstedelijkingsgraad en intensieve landbouw en de versnippering van leefgebieden.
De onderzoekers hebben hun focus gelegd op de thema's landbouw en gezondheid en klimaat omdat deze thema's bijzonder relevant zijn binnen de Vlaamse context en aansluiten bij hun expertise.
Maatregelen bleken in het verleden helaas vaak te vrijblijvend en te beperkt in schaal waardoor ze onvoldoende afgestemd waren op wat biodiversiteitsherstel werkelijk vraagt van de samenleving.
Het herstel van onze ecosystemen zal volgens GroenRand sterk afhangen van de manier waarop Vlaanderen de Europese Natuurherstelwet met haar bindende maatregelen en concrete doelen zal aanpakken.
Doeltreffend biodiversiteitsbeleid vraagt veel meer dan alleen inzet of goede bedoelingen omdat maatregelen zowel effectief op het terrein als efficiënt met schaarse middelen moeten zijn.
Gezonde ecosystemen halen broeikasgassen uit de lucht en slaan die op waarbij de Vlaamse bossen jaarlijks ongeveer 824 kton CO2-equivalenten uit de atmosfeer verwijderen.
Toch is de totale balans in onze regio momenteel negatief volgens de officiële rapportering van de zogenoemde LULUCF-emissies voor landgebruik en bosbouw in Vlaanderen.
Uit de cijfers voor het jaar 2023 blijkt dat urbanisatie met 364 kton en landbouw met 525 kton CO2-equivalenten netto bronnen van uitstoot vormen die de natuurlijke opname tenietdoen.
Zelfs de resterende wetlands in onze regio vormen momenteel een netto bron van uitstoot van ongeveer 17 kton CO2-equivalenten per jaar door degradatie en voortdurende verdroging.
In totaal was er in 2023 een netto-uitstoot van ongeveer 57 kton CO2-equivalenten die rechtstreeks gelinkt kan worden aan het landgebruik en de verandering daarvan in Vlaanderen.
Dit is een enorme gemiste kans want in de Vlaamse ecosystemen ligt in totaal ongeveer 370 miljoen ton organische koolstof opgeslagen wat vijf keer de jaarlijkse uitstoot van 70 miljoen ton bedraagt.
De waarde van deze voorraad is gigantisch aangezien het verlies ervan door bebouwing of drainage de klimaatdoelstellingen van Vlaanderen onmiddellijk onmogelijk zou maken.
Het uitbreiden van het bosareaal met 10.000 hectare zou leiden tot een bijkomende opslag van 92 kton CO2-equivalenten per jaar of 0,13 procent van de Vlaamse uitstoot.
Veengebieden en moerassen zijn de absolute kampioenen van de koolstofopslag en bevatten ondanks hun kleine oppervlakte wereldwijd twee keer meer koolstof dan alle bomen samen.
Van de oorspronkelijke 70.000 hectare veen in Vlaanderen is maar liefst 77 procent gedraineerd om er aan landbouw te doen waardoor deze reservoirs nu grote hoeveelheden CO2 uitstoten.
In de resterende Vlaamse veengebieden ligt nog ongeveer 234 miljoen ton CO2-equivalenten aan koolstof opgeslagen wat ongeveer driemaal de totale jaarlijkse uitstoot van Vlaanderen vertegenwoordigt.
Vandaag degradeert 40 procent van die Vlaamse veenbodems door een te lage waterstand waardoor de opgeslagen koolstof oxideert en als broeikasgas in de atmosfeer terechtkomt.
De Europese Natuurherstelwet vraagt daarom om vernattingsmaatregelen in de helft van de gedraineerde veengebieden in landbouwgebieden tegen het jaar 2050.
Het vernatten van deze gebieden is echter complex omdat dit vaak alleen op landschapsschaal kan en omliggende percelen ook vochtiger maakt.
Veengebieden bevatten wereldwijd tot wel tien procent van alle zoetwatervoorraden en vertragen de afloop van regenwater bij hevige neerslag als een natuurlijke spons tegen overstromingen.
Dit is een zeer belangrijke strategie om ons in de toekomst beter te beschermen tegen overstromingen als gevolg van extreme regenval door de klimaatverandering.
Vlaanderen moet actief meewerken aan de implementatie van universele indices om de genetische variatie te monitoren en een wettelijk afdwingbaar kader implementeren voor genetische diversiteit.
Hij fungeert vaak als de publieke stem van de organisatie en zet zich gepassioneerd in voor de bescherming van lokale biodiversiteit met een focus op het creëren van robuuste natuurverbindingen.
Zijn doel is dat zeldzame soorten zoals de otter en de boommarter zich weer veilig door het Vlaamse landschap kunnen verplaatsen zonder voortdurend slachtoffer te worden van de enorme versnippering.
Naast dit beleidswerk houdt hij zich intensief bezig met sensibilisering door middel van educatieve projecten en natuurfotografie om de verborgen waarde van de regionale flora en fauna onder de aandacht te brengen.
Bovendien is hij een actief auteur die regelmatig scherpe columns en opiniestukken publiceert onder de rubriek "De pen van Glenn" op de officiële website van GroenRand en in diverse regionale kranten.
Het gaat momenteel simpelweg niet goed met de natuur in Vlaanderen en dat is de nuchtere maar zeer verontrustende conclusie van elf vooraanstaande onderzoekers van de KU Leuven in hun nieuwe visietekst.
De achteruitgang van onze natuurlijke rijkdom is een van de meest prangende milieuproblemen van deze tijd waarbij de soortenrijkdom en genetische diversiteit wereldwijd afnemen in een alarmerend tempo.
Vlaanderen ervaart een snelle erosie van zijn natuurlijke schatten wat niet alleen jammer is voor de natuur zelf maar ook directe gevolgen heeft voor onze economie en voedselzekerheid en gezondheid.
Ondanks diverse inspanningen blijft volgens GroenRand het behoud van de bestaande biodiversiteit een enorme uitdaging door de hoge verstedelijkingsgraad en intensieve landbouw en de versnippering van leefgebieden.
De onderzoekers hebben hun focus gelegd op de thema's landbouw en gezondheid en klimaat omdat deze thema's bijzonder relevant zijn binnen de Vlaamse context en aansluiten bij hun expertise.
Maatregelen bleken in het verleden helaas vaak te vrijblijvend en te beperkt in schaal waardoor ze onvoldoende afgestemd waren op wat biodiversiteitsherstel werkelijk vraagt van de samenleving.
Het herstel van onze ecosystemen zal volgens GroenRand sterk afhangen van de manier waarop Vlaanderen de Europese Natuurherstelwet met haar bindende maatregelen en concrete doelen zal aanpakken.
Doeltreffend biodiversiteitsbeleid vraagt veel meer dan alleen inzet of goede bedoelingen omdat maatregelen zowel effectief op het terrein als efficiënt met schaarse middelen moeten zijn.
Gezonde ecosystemen halen broeikasgassen uit de lucht en slaan die op waarbij de Vlaamse bossen jaarlijks ongeveer 824 kton CO2-equivalenten uit de atmosfeer verwijderen.
Toch is de totale balans in onze regio momenteel negatief volgens de officiële rapportering van de zogenoemde LULUCF-emissies voor landgebruik en bosbouw in Vlaanderen.
Uit de cijfers voor het jaar 2023 blijkt dat urbanisatie met 364 kton en landbouw met 525 kton CO2-equivalenten netto bronnen van uitstoot vormen die de natuurlijke opname tenietdoen.
Zelfs de resterende wetlands in onze regio vormen momenteel een netto bron van uitstoot van ongeveer 17 kton CO2-equivalenten per jaar door degradatie en voortdurende verdroging.
In totaal was er in 2023 een netto-uitstoot van ongeveer 57 kton CO2-equivalenten die rechtstreeks gelinkt kan worden aan het landgebruik en de verandering daarvan in Vlaanderen.
Dit is een enorme gemiste kans want in de Vlaamse ecosystemen ligt in totaal ongeveer 370 miljoen ton organische koolstof opgeslagen wat vijf keer de jaarlijkse uitstoot van 70 miljoen ton bedraagt.
De waarde van deze voorraad is gigantisch aangezien het verlies ervan door bebouwing of drainage de klimaatdoelstellingen van Vlaanderen onmiddellijk onmogelijk zou maken.
Het uitbreiden van het bosareaal met 10.000 hectare zou leiden tot een bijkomende opslag van 92 kton CO2-equivalenten per jaar of 0,13 procent van de Vlaamse uitstoot.
Veengebieden en moerassen zijn de absolute kampioenen van de koolstofopslag en bevatten ondanks hun kleine oppervlakte wereldwijd twee keer meer koolstof dan alle bomen samen.
Van de oorspronkelijke 70.000 hectare veen in Vlaanderen is maar liefst 77 procent gedraineerd om er aan landbouw te doen waardoor deze reservoirs nu grote hoeveelheden CO2 uitstoten.
In de resterende Vlaamse veengebieden ligt nog ongeveer 234 miljoen ton CO2-equivalenten aan koolstof opgeslagen wat ongeveer driemaal de totale jaarlijkse uitstoot van Vlaanderen vertegenwoordigt.
Vandaag degradeert 40 procent van die Vlaamse veenbodems door een te lage waterstand waardoor de opgeslagen koolstof oxideert en als broeikasgas in de atmosfeer terechtkomt.
De Europese Natuurherstelwet vraagt daarom om vernattingsmaatregelen in de helft van de gedraineerde veengebieden in landbouwgebieden tegen het jaar 2050.
Het vernatten van deze gebieden is echter complex omdat dit vaak alleen op landschapsschaal kan en omliggende percelen ook vochtiger maakt.
Veengebieden bevatten wereldwijd tot wel tien procent van alle zoetwatervoorraden en vertragen de afloop van regenwater bij hevige neerslag als een natuurlijke spons tegen overstromingen.
Dit is een zeer belangrijke strategie om ons in de toekomst beter te beschermen tegen overstromingen als gevolg van extreme regenval door de klimaatverandering.
Vlaanderen moet actief meewerken aan de implementatie van universele indices om de genetische variatie te monitoren en een wettelijk afdwingbaar kader implementeren voor genetische diversiteit.
Het minimaal realiseren van de ca. 305.000 hectare natuurfunctie oftewel 22,5 procent van Vlaanderen zou de versnipperingsgraad van ons landschap eindelijk sterk doen afnemen.
Momenteel ligt 80.000 hectare van deze gebieden onder intensieve landbouw en blijft er in de realiteit slechts 258.000 hectare over voor effectieve natuur op het terrein.
Op heel korte termijn moet het openstaande saldo van 25.000 hectare extra natuur en bos uit het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen worden gerealiseerd om de afspraken na te komen.
Grotere natuurgebieden beschermen de biodiversiteit beter tegen schadelijke randeffecten dan smalle verbindingen die vaak te lijden hebben onder zware omgevingsdruk van buitenaf.
Het Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering (VAPEO) moet de barrièrewerking van wegen doorbreken met ecotunnels en ecoducten om de duizenden verkeersslachtoffers onder dieren te stoppen.
GroenRand benadrukt dat ontsnippering niet alleen via grote infrastructuur gebeurt maar ook via het fijnmazige netwerk van kleine landschapselementen zoals hagen en poelen.
Houtkanten en corridors moeten minstens tientallen meters breed zijn om echt een veilige migratieroute te vormen voor minder mobiele soorten in de Voorkempen.
Invasieve uitheemse soorten vragen om een drietrapsaanpak van preventie en vroege detectie en beheer om verdere schade aan de inheemse biodiversiteit te voorkomen.
Het is cruciaal om niet alle nieuwkomers over dezelfde kam te scheren aangezien nieuw-inheemse soorten zoals de grove den kunnen bijdragen aan het lokale ecosysteem.
De Vlaamse overheid moet ruimtelijke ordening erkennen als kerninstrument zodat de bijkomende ruimte-inname tegen 2040 effectief stopt via de versnelde uitvoering van de bouwshift.
Er mag geen nieuwe verharding meer komen in overstromingsgebieden of natuurrijke zones om de veerkracht van onze ecosystemen tegen de klimaatverandering te verhogen.
Geassisteerde migratie over korte afstanden is nodig omdat de natuurlijke dispersiecapaciteit van de meeste soorten tekortschiet door de extreme versnippering van onze natuur.
Het Belgische Natura 2000-gebied op zee moet volledig worden gesloten voor destructieve vistechnieken zoals de boomkorvisserij om de zeebodem een kans op herstel te geven.
De visquota op de Noordzee zouden moeten uitgaan van een conservatieve aanpak en strikt moeten worden gehandhaafd met een focus op duurzame visserij voor de consument.
Een strategisch Vlaams gebiedsfonds is noodzakelijk om gronden aan te kopen die cruciaal zijn voor ecologische verbindingen voordat ze definitief worden volgebouwd of verhard.
Milieuschadelijke subsidies zoals gunsttarieven voor professionele diesel moeten worden afgebouwd volgens de richtlijnen van de OESO om de overgang naar duurzame landbouw te versnellen.
Het beëindigen van deze subsidies maakt middelen vrij die veel gerichter kunnen worden ingezet om de milieudruk van de landbouwsector op de natuur te verlagen.
Herstel van biodiversiteit vraagt om een driecompartimentenplan met een specifieke zone voor natuurinclusieve landbouw in overgangsgebieden tussen natuur en productie.
In dit derde landschapscompartiment moet natuur voorrang krijgen op primaire productie waarbij landbouwers een eerlijke vergoeding krijgen voor hun maatschappelijke ecosysteemdiensten.
Vandaag wordt 14 procent van het agrarisch gebied in Vlaanderen niet voor landbouw gebruikt door verpaarding en vertuining wat ruimte biedt om de landbouw effectief te extensiveren.
De consumptie van dierlijke eiwitten in de EU moet drastisch omlaag om te voorkomen dat de productie simpelweg naar het buitenland verschuift waar de ecologische impact vaak nog groter is.
Een Agrarisch Natuurbeheerplan kan boeren rechtszekerheid bieden via gebiedsgericht maatwerk waarbij landbouwers zelf hun maatregelen kiezen zolang de doelen worden behaald.
Dit instrument kan worden gekoppeld aan de belofte van de overheid om gedurende het contract geen wijziging van de agrarische bestemming door te voeren.
Jonge landbouwers hebben nood aan multidisciplinair onderwijs waarin landbouw en biodiversiteit samen worden onderwezen met aandacht voor alternatieve methoden van gewasbescherming.
Van de 340 soorten wilde bijen in ons land is 26,5 procent kwetsbaar en 15 procent ernstig bedreigd terwijl 10,3 procent reeds regionaal is uitgestorven.
De EU Natuurherstelwet verplicht ons om deze afname van bestuivers tegen 2030 om te buigen via meer inheemse bloeiende planten en nestgelegenheid nabij de gewassen.
Het Vlaams Houtkantenplan moet kwalitatief worden versterkt omdat deze elementen cruciale diensten zoals erosiebestrijding en natuurlijke plaagbestrijding op de akkers leveren.
Natuurverbindingen zorgen ervoor dat de otter weer een plek vindt als graadmeter voor de waterkwaliteit en de ontsnippering in de Noorder- en Voorkempen.
Het stikstofbeleid moet effectiever worden afgestemd op milieumaatregelen waarbij een totale nul-bemesting in VEN-gebied en habitatrichtlijngebieden op termijn absoluut noodzakelijk is.
Contact met groen verbetert onze mentale en fysieke gezondheid waarbij groen op voorschrift een waardevolle aanvulling kan zijn in de Vlaamse eerstelijnszorg.
In onze steden moeten we streven naar de 3-30-300-norm waarbij elke woning direct uitzicht heeft op minstens drie volwassen bomen voor een beter welzijn.
Gemiddeld bedraagt de groenbedekking op wijkniveau nu slechts 14 procent en minder dan één procent van de locaties haalt de dertig procent norm voor groen in de buurt.
Slechts vijf procent van de Vlamingen woont momenteel op een afstand van maximaal 300 meter van publiek toegankelijk groen wat de druk op natuurgebieden verhoogt.
Grote volwassen bomen moeten prioritair worden behouden omdat zij aanzienlijk meer gezondheidsvoordelen bieden en meer CO2 opslaan dan jonge aanplantingen in nieuwe parken.
Stedelijke vergroening moet zich vooral richten op economisch kwetsbare wijken om de gezondheidskloof en de impact van hittestress tussen bevolkingsgroepen te verkleinen.
Industriegebieden lenen zich uitstekend voor de ontwikkeling van nieuwe stadsbossen terwijl residentiële wijken kunnen worden omgevormd tot biodiverse en klimaatrobuuste savannes.
Beleidsevaluatie door een centrale dienst is onontbeerlijk om expertise op te bouwen en transparantie te bieden over de werkelijke resultaten van het biodiversiteitsbeleid.
Doelstellingen moeten wetenschappelijk worden onderbouwd waarbij de reactie van de natuurlijke omgeving nauwgezet wordt gemonitord en lessen worden getrokken uit eerdere ervaringen.
Labels zoals MSC en FSC moeten veel breder onder de aandacht worden gebracht om consumenten te helpen bij het maken van duurzame en bewuste keuzes in de winkel.
Natuureducatie in het onderwijs moet worden versterkt via groene speelplaatsen en schoolmoestuinen om de waardering voor de Vlaamse biodiversiteit van jongs af aan te vergroten.
Alleen door sectoroverschrijdend samen te werken kunnen we de natuurlijke rijkdom van onze regio veiligstellen voor de generaties die na ons in Vlaanderen komen.
Investeren in biodiversiteit is geen luxe maar een noodzakelijke voorwaarde voor een leefbare gezonde en veerkrachtige samenleving voor iedere Vlaming.
Moedige politieke beslissingen die verder reiken dan één regeercyclus zijn nodig om de biodiversiteitscrisis in Vlaanderen daadwerkelijk en met de nodige urgentie te bezweren.
Gecoördineerde actie op het vlak van landbouw gezondheid en klimaat is de enige weg om de snelle erosie van onze kostbare natuurlijke rijkdommen effectief te stoppen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten