zaterdag 14 maart 2026

Door de lens van Frank Vermeiren: de Dodaars als het verborgen paradepaardje van de GroenRand-regio

In de lens van Frank Vermeiren: De Dodaars als verborgen paradepaardje van de GroenRand-regio

In deze uitgebreide aflevering van de reeks 'Vogels van A tot Z' neemt natuurfotograaf Frank Vermeiren ons mee naar de omgeving van de Antitankgracht, een essentieel deelgebied binnen het projectgebied van GroenRand.
Frank, die de natuur in de Voorkempen en de Antwerpse Kempen als geen ander door zijn lens vastlegt, laat ons kennismaken met een vogel die bij velen nog onbekend is.
We zijn inmiddels beland aan de letter ‘D’ van de Dodaars (Tachybaptus ruficollis).

‘Een dodaars?
Wat is dat?
Nog nóóit van gehoord.’
Dat is meestal de eerste reactie als je het woord dodaars in gezelschap gebruikt. Maar wanneer je het geluid van deze charmante watervogel laat horen, gaat er bij wandelaars in de regio vaak ineens wél een lampje branden.
Want ook al zijn dodaarzen onze kleinste zwemvogels, ze roeren hun mondje wel degelijk.
Toch hebben de meeste regionale bijnamen niet direct met dit stemgeluid te maken.
De dodaars is een inheemse vogel en de kleinste vertegenwoordiger van de futenfamilie in Europa.
Met een lengte van slechts 23 tot 29 centimeter is deze schuwe watervogel zelfs nog een slag kleiner dan het meer bekende waterhoen.
Hoewel ze directe familie zijn van de bekende fuut, zijn ze veel minder beroemd bij het grote publiek.
Dat komt deels omdat ze de spectaculaire koptooien, bakkebaarden, halskragen of kokette oorpluimen missen waar hun grotere neven in het broedkleed mee pronken.
Dodaarzen hebben dat allemaal niet, al mogen ze er met hun stemmige rode en bruine tinten best wezen als je ze eenmaal goed in het vizier krijgt.
Het is een kleine en enigszins gedrongen fuut met een kort snaveltje en een lichte achterzijde die vaak opgezet is en dan donsachtig aandoet.
In het zomerkleed is hij overwegend donkerbruin met een warme roodbruine wang en hals, geaccentueerd door een opvallende witgele vlek aan de snavelbasis.

In het winterkleed kleurt hij onopvallender: de bovenzijde is dan donkerbruin, terwijl de wangen, zijflanken, hals en onderzijde lichtbruin tot beige zijn, aangevuld met een witte halsvlek.
In de Voorkempen fungeert de Antitankgracht als een cruciale groene levensader en ruggengraat voor deze vogel.

De dodaars is een broedvogel van ondiepe en beschutte wateren met een rijke oeverbegroeiing en onderwatervegetatie.
Hij zoekt specifiek naar moerasgebieden, vennen, meren en grachten waar voldoende beschutting is voor het nest en een ruim voedselaanbod aanwezig is.
De rustige, bosrijke delen van de gracht in Brasschaat en Schoten, evenals de historische grachten rond de fortengordel (zoals het Fort van Brasschaat en Fort van Ertbrand), zijn absolute hotspots binnen het werkgebied van GroenRand.
Ook in de vennen van de Kalmthoutse Heide en de uitgestrekte natuur van het Groot Schietveld voelen ze zich uitstekend thuis.


In grotere meren zoekt hij steevast de ondiepere, beschutte delen op, zoals de rietkraag.
Omdat ze hun voedsel onder water zoeken en dat wel een minuut lang kunnen volhouden, zie je ze niet zo gauw.
Ze zijn er vaak dus wel, maar ze verdwijnen snel weer uit beeld.
Ze duiken regelmatig tot ongeveer 2 meter diepte naar insecten, larven, schelp- en schaaldieren, larven van amfibieën en kleine visjes van 5 tot 7 cm.

Soms halen ze ook voedsel van het wateroppervlak.
Hun bijnaam is dan ook niet voor niets ‘duikertjes’.
Een andere, misschien de leukste maar tegelijk minst plezierige bijnaam is ‘hagelzakje’.
Die stamt uit de tijd dat jagers nog met hagelkorrels schoten.
Niet om de vogel te eten (vanwege hun taaie huid), maar omdat ze een eenmaal gevilde dodaars binnenstebuiten keerden om er een perfect munitiebuideltje van te maken.
De naam dodaars zelf (eigenlijk uit te spreken als dod-aars) is etymologisch ook interessant.

‘Dod’ is een oude benaming voor iets wat een stompe vorm heeft of een dotje pluis (denk aan een dot poetskatoen of de lisdodde), wat verwijst naar de pluizige veertjes op zijn achterwerk.
Omdat de poten ook nog eens helemaal achter aan het stompe lijfje zitten, lijkt het net alsof die rechtstreeks uit zijn gat komen, wat leidde tot de lokale bijnaam ‘poot-in-’t-gatje’.
In Zuid-Afrika noemen ze deze behendige zwemmers dan weer liefkozend ‘kleindobbertjes’.
Vanaf het vroege voorjaar tot diep in de zomer kun je hun baltsgeluid horen, een opvallend luid spektakel dat door beide partners vaak in duetvorm wordt voortgebracht en velen aan het hinniken van een paard doet denken.
Hoewel een naam als ‘waterpaardje’ passend zou zijn, noemen wij ze liever de ‘paradepaardjes van het water’.
Het broedseizoen loopt globaal van april tot augustus.

Hun nest is een drijvend platform van allerlei plantaardig materiaal, gefixeerd aan de onderwatervegetatie op beschutte plekken.
Ze hebben één tot twee, en soms wel drie legsels per jaar met gemiddeld 4 tot 6 eieren, die met een interval van 1 tot 2 dagen worden gelegd.
De broedduur bedraagt 20 tot 21 dagen en de jongen kunnen na 44 tot 48 dagen vliegen.
Buiten het broedseizoen kennen dodaarzen een wijdere verspreiding in allerlei open wateren.
Na het seizoen concentreren ze zich soms met tientallen in de broedgebieden.
Bij invallende vorst neemt het belang van het Deltagebied (Grevelingenmeer, Oosterschelde) toe.
Dodaarzen van noordelijke en noordoostelijke broedgebieden zoeken dan open water of trekken in zuidwestelijke richting.
Onze populatie wordt in de winter aangevuld met wintergasten vanuit Zuid-Zweden, Denemarken, Duitsland en de Baltische staten. Strenge winters kunnen echter een zware tol eisen.
Na een harde vorstperiode treden er soms forse verliezen op.
Als strikt beschermde soort profiteert de dodaars van de rust en de natuurverbindingen die projecten zoals GroenRand waarborgen. Voor wie deze verborgen juweeltjes in de Voorkempen zelf wil ontdekken, blijven de stillere inhammen langs de Antitankgracht de beste plek.
Dankzij de geduldige lens van Frank Vermeiren krijgen we een zeldzame inkijk in het verborgen leven van deze 'duikertjes'.
De dodaars is meer dan zomaar een vogel.
Het is een graadmeter voor de kwaliteit van onze waterrijke natuur in de Voorkempen.
Zolang organisaties als GroenRand zich blijven inzetten voor het behoud en de verbinding van habitats zoals de Antitankgracht, blijft het kenmerkende 'hinniken' van dit paradepaardje klinken in onze regio.
De volgende keer dat u langs de gracht wandelt en een dotje pluis ziet onderduiken, weet u: de dodaars is er wel, ook al laat hij zich niet zomaar aan iedereen zien.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten