zondag 29 maart 2026

GroenRand: verweving boven theoretische modellen voor Vlaams natuurherstel

GroenRand: integratie boven theoretische modellen voor herstel van de Vlaamse natuur


In het dichtbevolkte Vlaanderen hangt biodiversiteitsbehoud en -herstel onlosmakelijk samen met de organisatie van de landbouw, waarbij elf onderzoekers van de KU Leuven onlangs een visietekst publiceerden waarin zij het driecompartimentenmodel presenteren als de enige theoretische piste om landbouw en biodiversiteitsdoelstellingen op lange termijn te verzoenen.
Dit model is een directe reactie op de vaststelling dat biodiversiteit geen luxe is, maar een absolute voorwaarde voor een leefbare samenleving, aangezien het cruciale ecosysteemdiensten levert zoals bestuiving, waterzuivering en klimaatregulatie die de basis vormen voor een renderende landbouwsector.
Het driecompartimentenmodel verdeelt het natuur- en landbouwlandschap in drie specifieke vormen van landgebruik die in een logische gradiënt met elkaar gecombineerd worden, waarbij de eerste vorm focust op duurzame hoogproductieve landbouw waar de bescherming van zeldzame biodiversiteit weliswaar ondergeschikt is, maar waar men wel streeft naar het herstel van algemene soorten die essentiële ecosysteemdiensten aan de landbouw leveren.
De tweede vorm van landgebruik zet in op natuurinclusieve landbouw, wat een zeer extensieve landbouwvorm betreft die volledig ondergeschikt is aan biodiversiteitsdoelen en specifiek tot doel heeft om de kwetsbare soorten te behouden die afhankelijk zijn van deze praktijken, zoals de wulp, de hamster of de geelgors.
In het derde en laatste compartiment wordt onvoorwaardelijk voor pure natuur gekozen, waarbij het de bedoeling is dat deze zones in een vaste volgorde op elkaar aansluiten zodat de inspanningen in de kernnatuurgebieden niet worden ondermijnd door de directe invloed van aangrenzende hoogproductieve percelen.


Deze wetenschappelijke visie wordt naar voren geschoven op een moment dat Vlaanderen internationaal zwaar onder vuur ligt en door experts als hekkensluiter wordt gezien, aangezien de regio een onvoldoende scoort op de tussentijdse balans van de Europese Natuurherstelwet die uiterlijk in september 2026 in een officieel nationaal herstelplan moet resulteren.
De urgentie van deze maatregelen wordt onderstreept door alarmerende rapporten van het INBO uit februari 2026, waaruit blijkt dat maar liefst 44 van de 46 habitattypes in een ongunstige staat verkeren en 28 procent van de aanwezige soorten acuut met uitsterven wordt bedreigd.
Volgens de visie van GroenRand bieden de Grondendeal en de Pax Naturae op papier weliswaar een logische oplossing voor deze ruimtelijke knelpunten, maar stoot de uitvoering ervan in de praktijk op aanzienlijke barrières die de haalbaarheid bemoeilijken door de extreme ruimtelijke versnippering van het Vlaamse landschap.
De vereniging benadrukt dat bebouwing, wegen, industrie en landbouw door de jaren heen volledig met elkaar verweven zijn geraakt, waardoor het fysiek zeer complex is om nog grote, aaneengesloten blokken natuur of landbouw te creëren zonder op bestaande infrastructuur of woningen te stoten.


GroenRand wijst daarnaast op de economische realiteit van de grondmarkt als een groot struikelblok, aangezien de prijs van landbouwgrond in Vlaanderen tot de hoogste van Europa behoort en een grootschalige ruiloperatie enorme budgetten vereist voor compensaties en aankopen die momenteel niet voorradig zijn.
Op juridisch vlak botst het plan volgens de vereniging vaak op de strikte stikstofwetgeving en Europese natuurrichtlijnen, omdat kwetsbare ecosystemen zich niet zomaar laten verplaatsen op een kaart terwijl de Raad van State vereist dat bestaande natuur exact op haar huidige plek beschermd blijft.
Bovendien speelt er volgens GroenRand een grote psychologische factor mee waarbij grond voor veel landbouwers generatielang familiebezit is, wat de bereidheid tot vrijwillige ruil laag houdt en zonder dwingend kader leidt tot jarenlange juridische procedures die een snelle natuurlijke vrede in de weg staan.


Critici en natuurorganisaties hekelen het gebrek aan politieke wil en wijzen op het structurele uitblijven van specifieke budgetten, waardoor ambities uit het Regeerakkoord 2024-2029 louter papieren beloften dreigen te blijven ondanks verwijzingen naar projecten zoals het Sigmaplan.
Natuurvereniging GroenRand werpt zich in dit debat op als een onvermoeibare belangenbehartiger die de enorme versnippering aanklaagt en eind 2025 via een open brief aan de commissie Leefmilieu pleitte voor de oprichting van een Vlaams gebiedsfonds om strategische grondaankopen en snelle resultaten in het landschap mogelijk te maken.
Hoewel de organisatie de wetenschappelijke noodzaak erkent, beschouwen zij het driecompartimentenmodel als uiterst theoretisch en onrealistisch omdat de realisatie ervan complexe ruilverkavelingsoperaties via de Vlaamse Landmaatschappij zou vereisen die politiek zeer gevoelig liggen.


In plaats van een rigoureuze scheiding via bufferzones rond elk natuurgebied, promoot de vereniging een realistische landschappelijke kijk die focust op verweving op locaties waar lineaire elementen zoals bomenrijen, beken en hagen nog aanwezig zijn om natuur en landbouw op perceelsniveau te verbinden.
Een concreet voorbeeld van deze pragmatische aanpak is de actie Bijtandje-houtkantje die in 2026 wordt gelanceerd en op 1 april in de gemeente Malle wordt gepromoot om het belang van kleine landschapselementen voor de biodiversiteit en de landbouw in de praktijk te brengen zonder de noodzaak van grootschalige herverkaveling.
De vereniging schuift daarnaast het project rond de Antitankgracht en de bredere Klimaatgordel naar voren als hét schoolvoorbeeld voor Vlaanderen, waarbij deze 33 kilometer lange ecologische ruggengraat een militaire barrière transformeerde tot een vitale natuursnelweg voor de otter en de bever.
Deze vitale corridor in de provincie Antwerpen dient tegelijkertijd als buffer tegen hittestress en zorgt voor cruciale waterinfiltratie om de verdroging tegen te gaan, wat volgens GroenRand aantoont hoe grootschalige, gebiedsgerichte ontsnippering effectief werkt.
Met betrekking tot infrastructuur beschouwt GroenRand het Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering (VAPEO) als een essentieel instrument, maar de vereniging uit scherpe kritiek op het uitblijven van concrete budgettaire toezeggingen voor een periode tot 2031.


GroenRand steunt weliswaar de visie van ecoducten en tunnels die genetische uitwisseling tussen populaties bevorderen, maar zij hekelen de focus van de Vlaamse overheid op symbolische boomplantacties terwijl complexe VAPEO-projecten wegens geldgebrek worden uitgesteld.
Specifiek voor de Voorkempen pleit de organisatie voor dringende ontsnipperingsinvesteringen bij verkeersknelpunten, waar de otter momenteel nog te vaak op fysieke barrières botst die zijn migratie belemmeren.
De integrale visie van de vereniging stelt dat de focus moet liggen op het versterken van wat er al is en het creëren van robuuste verbindingen die zowel de landbouw als de natuur ten goede komen via sterke verdienmodellen die de overstap naar extensieve praktijken economisch haalbaar maken.


GroenRand eist dat deze visie van grootschalige verbindingen de absolute standaard wordt voor het volledige Vlaamse beleid, waarbij voor de Voorkempen het jaar 2026 als het jaar van het werkelijke herstel wordt aangestipt met de otter als ultieme graadmeter voor een gezond netwerk.
Louter vergroenen volstaat niet meer; er zijn volgens de vereniging drastische maatregelen en een gerichte aanpak op genetisch, soorten- en ecosysteemniveau vereist om de negatieve trend van biodiversiteitsverlies in de Vlaamse open ruimte eindelijk te keren.
De toestand van de natuur blijft immers zorgwekkend zolang 44 van de 46 habitattypes in een ongunstige staat van instandhouding verkeren en de politieke ambities niet worden gekoppeld aan de realiteit op het terrein.
Bovendien moet men erkennen dat biodiversiteit geen luxe is maar een basisvoorwaarde voor ecosysteemdiensten zoals waterretentie, wat in tijden van extreme weersomstandigheden van levensbelang is voor zowel de mens als de landbouwsector.
De KU Leuven-onderzoekers benadrukken dat het model gericht is op systeembehoud waarbij drastische keuzes nodig zijn om de ecologische draagkracht van Vlaanderen niet definitief te overschrijden.
Dit vereist een prestatie-geïnformeerde aanpak waarbij de landbouwer niet enkel als voedselproducent maar ook als cruciale partner in natuurbeheer wordt gefinancierd via een Grondendeal die economische stabiliteit garandeert.
GroenRand stelt echter dat dergelijke deals enkel kunnen slagen als ze vertrekken vanuit de bestaande landschappelijke structuren en niet vanuit een van bovenaf opgelegd theoretisch raster dat voorbijgaat aan de historiek van de percelen.
De organisatie blijft hameren op het feit dat de versnippering van de Vlaamse natuur een structureel probleem is dat enkel kan worden opgelost door grootschalige verbindingen die de migratie van soorten weer mogelijk maken.


Het succes van de otter als paraplusoort in de Voorkempen zal de komende jaren de ultieme test zijn voor de effectiviteit van de Antwerpse Klimaatgordel en het bredere beleid van De Nieuwe Rand.
Zonder een onmiddellijke versnelling van de investeringen en de oprichting van het gevraagde gebiedsfonds dreigt Vlaanderen de deadline van september 2026 voor het Europees herstelplan te missen met alle juridische en ecologische gevolgen van dien.


Het is uiterst belangrijk dat de politiek inziet dat natuurherstel en landbouw geen tegengestelde belangen zijn, maar dat een gezonde bodem en een biodivers landschap de enige garantie zijn voor de voedselproductie van morgen.
De actie Bijtandje-houtkantje op 1 april in Malle fungeert daarbij als een noodzakelijk symbool voor de transitie naar een landschap waar kleine elementen weer een grote rol spelen in de verbondenheid van onze natuurlijke systemen.
Uiteindelijk zal de haalbaarheid van elk model afhangen van het draagvlak bij de landbouwers en de bereidheid van de overheid om middelen vrij te maken die verder gaan dan symbolische bedragen in de jaarlijkse begrotingsrondes.
De ecologische ontsnippering is geen verre droom meer maar een dringende noodzaak die een wetenschappelijk onderbouwde en gebiedsgerichte versnelling vereist om de biodiversiteitscrisis het hoofd te bieden.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten