woensdag 4 maart 2026

B van Bijeneter: De flamboyante pionier in de Voorkempen

B van Bijeneter: Een kleurrijke pionier in de Voorkempen

Onze redacteur Frank Vermeiren nodigt u uit voor een verrassende safari door onze eigen streek.
Met een nieuwe, alfabetische ontdekkingstocht brengt hij de vaak onzichtbare rijkdom van onze regio tastbaar in beeld.
Dit initiatief is echter meer dan een reeks natuurverhalen alleen. Het is een vurig pleidooi om de groene aders en de ecologische infrastructuur die onze gemeenten verbindt te koesteren en te behouden.
Door de lokale fauna in de schijnwerpers te zetten wordt natuurbehoud een gedeelde ervaring die de band tussen de bewoners en hun landschap versterkt.
Na de letter A vliegen we nu direct door naar de B van de bijeneter.
Vergeet de Afrikaanse savanne want de echte actie vindt tegenwoordig gewoon in de Voorkempen plaats.

De bijeneter (Merops apiaster) is een vogel die met zijn tropische kleuren zo uit een vakantiebrochure lijkt te zijn gevlogen.
Hij heeft een gele keel en rug, helderblauwe onderdelen, roodbruine bovendelen en een strakke zwarte oogstreep.
De vleugelachterrand is eveneens diepzwart gekleurd.
Hoewel de vogel nog steeds als een zeldzaamheid in onze streken geldt, zorgt de klimaatopwarming ervoor dat deze zuiderse pionier geen toevallige passant meer is.
Het is een vogel die hier steeds vaker voet aan de grond krijgt en zelfs succesvolle broedgevallen laat zien.
Hij is een vliegende acrobaat die met zijn spitse vleugels en kenmerkende lange, uitstekende middelste staartpennen door de lucht snijdt om in volle vlucht dikke insecten te verschalken.


Zijn dieet is even fascinerend als zijn uiterlijk.
De bijeneter leeft van een breed scala aan insecten, maar angeldragende soorten hebben de absolute voorkeur.
Honingbijen, hommels en sociale wespen van het geslacht Vespa vormen het hoofdbestanddeel van het menu.
Hieronder vallen ook de algemene gewone wespen en de Duitse wespen.
Voordat hij de buit opeet, slaat hij deze behendig tegen een tak om de angel onschadelijk te maken.

Maar hij is niet kieskeurig aangezien ook libellen, kevers, vlinders en vliegen met precisie uit de lucht worden geplukt.
De vogel heeft hiervoor een tamelijk lange en licht omlaaggebogen snavel, terwijl zijn poten opvallend kort zijn. In de vlucht valt hij niet alleen op door zijn kleuren, maar ook door een typische zweefvlucht en zijn unieke, rollende geluid dat over grote afstand hoorbaar is.
Waar moet u in onze regio zijn voor deze vliegende edelsteen?
De vallei van de Groot Schijn tussen Deurne en Schilde is een absolute hotspot geworden.
Vooral de beemden rond de Ruggeveldlaan en de zone richting Schilde en Wijnegem zijn populair.

In de zomer van 2023 werden daar door Natuurpunt Schijnvallei nog paartjes gespot die officieel als paar in broedbiotoop en baltsend werden geregistreerd.
De vogels worden daar vaak gezien bij steile wanden of zanderige plekken die ideaal zijn voor hun nesttunnels.
Ook het vliegveld van Malle (Malle-Zoersel) is een strategisch rustpunt.
Hoewel ze daar vaak overvliegend worden gemeld, fungeert het terrein door de enorme onthardingsprojecten van het Agentschap voor Natuur en Bos steeds vaker als pleisterplaats.
Meer dan 80.000 vierkante meter beton werd hier verwijderd om plaats te maken voor natuur.
Dit creëert enorme open jachtgebieden en zandvlaktes waar doortrekkers in mei en juni graag even landen om op krachten te komen. De openheid van het vliegveld is ideaal om de vogels in hun kenmerkende snelle vlucht te observeren.
De safari voert ons verder langs de as Oelegem, Vrieselhof en de Schijnvallei. In de omgeving van de Antitankgracht en de omliggende open velden in Oelegem profiteren de vogels van de insectenrijkdom langs de waterloop.

Deze zone is historisch interessant want 2011 was een bekend topjaar voor waarnemingen langs deze as.
Ook in de zomer van 2023 werden er opnieuw meerdere vogels gezien in dit aaneengesloten natuurgebied.
Zelfs op de Wuustwezelse Heide laat hij zich horen. Op 15 juni 2023 registreerde Peter Symens daar nog een roepend exemplaar.
In de stille uithoeken van het Grenspark Kalmthoutse Heide bij de Vossenbergen en de Biezenkuilen verschijnt hij regelmatig als passant.
Ook de militaire domeinen van het Klein en Groot Schietveld trekken deze vogels aan.
De rust in deze verboden terreinen biedt de perfecte plek voor een tussenstop tijdens de trekperiode.
Bijeneters zijn bijzondere architecten die hun nesttunnel uitgraven in een steile wand.
Ze doen dit bij voorkeur in een los kolonieverband. Ze worden daarom vaak aangetroffen bij steilwanden aan water, rivieren, plassen en meren.
Toch zijn ze soms minder veeleisend en broeden ze op nagenoeg vlakke grond met een zeer flauwe helling, zoals in zandige wegbermen of afgravingen.
Opvallend is hun kieskeurigheid wat betreft de bodem.

Terwijl oeverzwaluwen kiezen voor grove partikels, prefereert de bijeneter fijn zand of leem.
Ze broeden dan ook vrijwel nooit op exact dezelfde plek als de zwaluwen.
De nesttunnel kan een aanzienlijke lengte bereiken en wordt met de snavel en poten uitgegraven.
In Vlaanderen is de bijeneter nog steeds een uiterst zeldzame broedvogel, al is er een duidelijke toename in het aantal waarnemingen en incidentele broedgevallen.
Waar de soort in Nederland sinds 1964 een bijna jaarlijkse gast is met tegenwoordig zelfs een record van minimaal 21 broedgevallen in 2024, staat de vogel op de Vlaamse Rode Lijst niet als vaste waarde.
Het aantal broedparen wordt hier momenteel geschat op slechts 0 tot 1 paar per jaar.
Hoewel de vogel in Nederland bijna jaarlijkse broedt, gebeurt dit in Vlaanderen veel onregelmatiger, vaak op tijdelijke locaties zoals bouwwerven.
Een sprekend voorbeeld vond plaats in de regio Antwerpen in 2023, waar een paar een nest had uitgegraven in een zandhoop op een werf in Wommelgem.

Hoewel dit paar eind juli nog volledig op schema leek te zitten, mislukte het broedgeval in augustus waarschijnlijk door extreem nat weer, waardoor de ouders stopten met het aanvoeren van voedsel.
Naast deze poging in Wommelgem waren er dat jaar ook waarnemingen van paren in de Schijnvallei bij Deurne en Schilde en een jagend paar in Oelegem, terwijl eerdere succesvolle gevallen bekend zijn uit onder meer Harelbeke in 2015.
Dat het in Nederland vaker lukt dan in Vlaanderen heeft te maken met een combinatie van habitat en gerichte bescherming.
In Nederland bestaat al sinds 2012 een actieve Werkgroep Bijeneters die nestwanden direct afzet en monitort.
Bovendien sluiten de Nederlandse populaties in Limburg beter aan op de opmars vanuit Duitsland.
In Vlaanderen vestigen de vogels zich vaker op kwetsbare, tijdelijke locaties die minder goed gebufferd zijn tegen verstoring of extreem weer.
Toch wordt verwacht dat de groei die in Nederland zichtbaar is op termijn ook in Vlaanderen vaker te zien zal zijn, aangezien de vogel steeds vaker als doortrekker wordt gezien.
Ze leggen hun eieren vanaf mei en hebben één legsel per jaar met doorgaans 4 tot 10 eieren, al zijn het er meestal 5.
Wie ze wil zien, moet letten op de details.
Juvenielen hebben een valere groene bovenzijde en in het winterkleed is de pracht van de volwassen vogels een stuk fletser. Hun aanwezigheid wordt echter bijna altijd verraden door hun roep die klinkt als een vrolijk en rollend pruut-pruut.
De beste tijd voor een eigen safari is tussen eind april en juni, liefst op een zonnige dag met een oostelijke bries.
Ook in augustus en september kunnen doortrekkers worden gezien op hun weg terug naar het zuiden.
Blijf bij uw zoektocht echter altijd op de officiële paden want bij hun nestlocaties zijn deze vogels extreem gevoelig voor verstoring. Voor de allernieuwste meldingen raadpleegt u best de actuele kaarten op waarnemingen.be zodat u bijdraagt aan het behoud van deze groene aders die onze regio zo uniek maken.
Door deze waarnemingen te delen, helpen we mee aan het in kaart brengen van de biodiversiteit in de Voorkempen en versterken we de bescherming van hun leefgebied.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten