maandag 2 maart 2026

GroenRand Opinie: Zet de politieke koudwatervrees opzij en geef de natuur weer ruimte om te ademen

Opinie GroenRand: Stop de politieke koudwatervrees en laat de natuur weer ademen


De recente discussie in de Commissie voor Leefmilieu over het Functioneel Ecologisch Netwerk (FEN) legde een pijnlijke wonde bloot in het Vlaamse natuurbeleid. Terwijl de wetenschap ons de blauwdruk aanreikt om onze versnipperde natuur te redden, verschuilen beleidsmakers zich achter een rookgordijn van administratieve chaos en besparingsretoriek.


In februari vormde de Commissie voor Leefmilieu, Natuur en Ruimtelijke Ordening het toneel voor een fundamenteel debat over de ruimtelijke inrichting van Vlaanderen. Centraal stond de studie van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) over de ‘Verfijning van het Functioneel Ecologisch Netwerk (FEN) van natuurverbindingen in Oost-Vlaanderen’. Wat op het eerste gezicht een technisch rapport over de verplaatsing van diersoorten leek, ontaardde in een felle politieke confrontatie over de schaarse ruimte in onze regio. Voor een organisatie als GroenRand, die zich als een van de weinige natuurverenigingen specifiek focust op de ecologische samenhang en de strijd tegen versnippering, vormt dit verslag een cruciaal ijkpunt. Het legt de vinger op de zere plek: de spanning tussen wetenschappelijke noodzaak en politieke koudwatervrees.

De discussie werd op scherp gesteld door Mien Van Olmen (cd&v), die kritische vragen stelde over de methodiek van de least-costmodellering. Deze techniek berekent op basis van terreinkenmerken en ecologische data de route met de minste weerstand voor diersoorten tussen natuurgebieden. Voor GroenRand is dit de essentie van hun werking: natuur is geen verzameling van geïsoleerde "postzegels", maar een levend systeem dat enkel kan overleven als kerngebieden via functionele corridors met elkaar verbonden zijn.

Mevrouw Van Olmen uitte echter haar diepe bezorgdheid over een verdere verkaveling van het beleid en somde de indrukwekkende lijst aan bestaande statuten op die eigenaars en gebruikers vandaag al het bos door de bomen doen verliezen: het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) met de Grote Eenheden Natuur (GEN) en GEN in Ontwikkeling (GENO), het Integraal Verwevings- en Ondersteunend Netwerk (IVON) met zijn natuurverwevings- en verbindingsgebieden (NVWG en NVBG), de Speciale Beschermingszones (SBZ) voor Habitat- en Vogelrichtlijngebieden, de actuele en potentiële habitats, de zoekzones voor instandhoudingsdoelstellingen en de diverse natuurbeheerplannen. Zij waarschuwde voor "chaos en onduidelijkheid" door de toevoeging van het FEN en vroeg zich openlijk af of dergelijke studies in tijden van budgettaire besparingen wel een prioriteit kunnen zijn. Minister van Omgeving Jo Brouns verduidelijkte de feiten: de provincie Oost-Vlaanderen investeerde 36.000 euro in deze wetenschappelijke onderbouwing, een weg die Limburg en Antwerpen al eerder insloegen.

De minister benadrukte dat de studie geenszins normerend is, maar een wetenschappelijke indicatie geeft die beleidsmakers de vrijheid laat om al dan niet tot uitvoering over te gaan. In de modellering werden enkel actuele habitats groter dan 10 hectare meegenomen om de focus scherp te houden. Volgens de minister is het FEN juist het instrument bij uitstek om het IVON — het netwerk waar GroenRand zo sterk op hamert — ruimtelijk en inhoudelijk vorm te geven.


Het biedt een unieke kans om populaties in ruimtelijk versnipperde kernen te ondersteunen en genetische uitwisseling weer mogelijk te maken, wat essentieel is voor de instandhouding van soorten in de Habitatrichtlijngebieden (SBZ-H).
De sfeer in de commissie verhitte toen Sanne Van Looy (N-VA) reageerde op de twijfels over de prioriteit van de studie. Zij verweet de cd&v-fractie haar "ware kleuren" te tonen door natuurbeleid af te breken onder het mom van besparingsretoriek.

Van Looy stelde dat wetenschappelijke onderbouw, zoals geleverd door het gerespecteerde INBO, juist essentieel is voor de rechtszekerheid en noodzakelijk voor de implementatie van de Europese Natuurherstelwet. Zij contrasteerde de bescheiden kostprijs van de studie scherp met de miljoenen euro's aan subsidies voor landbouwgerelateerde infopunten van de Boerenbond. Voor GroenRand is dit een cruciaal argument: zonder objectieve, wetenschappelijke kaarten blijft natuurverbinding een vage wens, terwijl het FEN de willekeur uit het beleid haalt en exact aantoont waar ingrepen op het terrein, zoals ecotunnels of groene corridors, het meest effectief zijn.


Mien Van Olmen repliceerde dat zij niet tegen natuurbeleid is, maar pleit voor focus en het benutten van "koppelkansen", waarbij de nood aan ruimte voor voedselvoorziening in het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) niet uit het oog verloren mag worden. Dit raakt aan de kern van de missie van GroenRand: het overtuigen van andere ruimtegebruikers dat ecologische verbindingen geen bedreiging vormen, maar een versterking van het landschap als geheel, inclusief de landbouw die baat heeft bij ecosysteemdiensten.

De minister probeerde de gemoederen te sussen door natuurherstel en professionele landbouw als "communicerende vaten" te omschrijven die in het BRV in evenwicht moeten blijven. De uiteindelijke beslissing over de realisatie van deze verbindingszones ligt echter bij de provinciale overheden, die moeten oordelen over de prioriteit op het terrein.


Voor GroenRand is de conclusie van dit verslag glashelder. De wetenschappelijke basis voor robuuste natuurverbindingen is aanwezig en de kostprijs is verwaarloosbaar, maar de politieke vertaling ervan blijft kwetsbaar voor lobbygroepen die elke nieuwe lijn op een kaart als een inbreuk zien.
 Waar veel natuurverenigingen zich concentreren op het beheer van hun eigen reservaten, blijft GroenRand een van de weinige stemmen die de nadruk legt op deze integrale samenhang van het landschap.


Dit commissieverslag bewijst dat hun rol als aanjager en waakhond belangrijker is dan ooit. Het FEN biedt de methodiek om de versnippering te stoppen, maar het vergt politieke moed om die wetenschappelijke modellen niet in een lade te laten verstoffen.
Alleen door de versnippering écht aan te pakken via een functioneel netwerk, geven we de Vlaamse natuur een toekomst die verder reikt dan de grenzen van een omheind reservaat.

Foto's: Ingrid Boumans

Geen opmerkingen:

Een reactie posten