dinsdag 3 maart 2026

Rode petjes in de elzenkant: waarom de grote barmsijs onze groene linten zo hard nodig heeft

Rode petjes in de elzenkant: Waarom de grote barmsijs onze groene aders nodig heeft

Onze redacteur Frank Vermeiren nodigt u uit voor een verrassende safari door onze eigen streek.
Met een nieuwe, alfabetische ontdekkingstocht brengt hij de vaak onzichtbare rijkdom van onze regio tastbaar in beeld.
Dit initiatief is echter meer dan een reeks natuurverhalen alleen. Het is een vurig pleidooi om de groene aders en de ecologische infrastructuur die onze gemeenten verbindt te koesteren en te behouden.
Door de lokale fauna in de schijnwerpers te zetten wordt natuurbehoud een gedeelde ervaring die de band tussen de bewoners en hun landschap versterkt.
Na de letter 'A' vliegen we nu direct door naar de 'B' van de (grote) barmsijs.
Deze vogel is een echte wereldburger die de arctische toendra en de taiga van Europa, Azië en Noord-Amerika bewoont.
De grote barmsijs (Acanthis flammea flammea) is een specialist van de noordelijke berkenbossen.
Hij is groter en krachtiger en oogt veel grijzer dan zijn kleine neefje dat hier sporadisch broedt.
In de wintermaanden overwintert de grote barmsijs jaarlijks in onze contreien vanuit Scandinavië.
Ze zijn dan vaak te vinden in berken en elzen waar ze in levendige groepjes aan de dunne twijgjes hangen om van de zaden te eten.
Door hun uiterst actieve gedrag valt het echter niet altijd mee om deze vogels goed in de kijker te krijgen. In sommige jaren kan de soort een invasieachtig voorkomen vertonen door een combinatie van een hoog broedsucces en voedselschaarste in hun reguliere overwinteringsgebied in het hoge noorden. Dergelijke invasies beginnen meestal in november en brengen soms honderden vogels naar onze streken. Kijkend naar de actuele situatie in maart 2026 bevinden we ons in een boeiende overgangsfase.

De grote barmsijs is een uitgesproken wintergast die doorgaans tot ver in maart of zelfs begin april in West-Europa verblijft.
Hoewel de winter van 2025-2026 geen massale invasie kende zoals in legendarische topjaren zijn er in de regio Voorkempen toch regelmatige waarnemingen genoteerd.
Op dit eigenste moment maken de groepjes die hier overwinterd hebben zich op voor de terugtrek naar het hoge noorden. Dit betekent dat ze nu extra actief foerageren om de nodige vetreserves op te bouwen voor de lange tocht naar Scandinavië en Rusland.

Wie nu de elzenkantjes afspeurt kan ze nog net treffen voordat ze definitief uit ons landschap verdwijnen om daar vanaf eind april aan het broedseizoen te beginnen.
Het is een herinnering aan de fragiele timing van de natuur want zodra de eerste echte voorjaarswarmte doorbreekt trekken deze arctische specialisten onherroepelijk weer weg.
In onze eigen achtertuin speelt de vereniging GroenRand een cruciale rol in het beschermen van de leefgebieden die deze gasten nodig hebben.
GroenRand zet zich onvermoeibaar in voor de versterking van de ecologische infrastructuur en de verbinding tussen versnipperde natuurgebieden.
Voor de grote barmsijs zijn deze groene aders van levensbelang.
De vereniging pleit voor het behoud van pioniersvegetatie en de typische berkenopslag die vaak als 'onordelijk' wordt beschouwd maar voor de barmsijs juist een gedekte tafel vormt.
Zonder de visie van GroenRand op een aaneengesloten groen netwerk zouden hotspots zoals het Groot Schietveld in Brecht en het Klein Schietveld bij Brasschaat geïsoleerde eilanden worden waar deze vogels niet veilig kunnen verblijven.


Het Groot Schietveld vormt, net als zijn kleinere tegenhanger, een uitgestrekt en onmisbaar mozaïek van heide en vennen met die broodnodige berkenopslag.
Dit uitgestrekte militaire domein fungeert als een enorme ecologische buffer waar de grote barmsijs in alle rust kan foerageren.
Samen met het Zoerselbos en de overgangszones naar open velden zoals bij het vliegveld van Malle zijn dit de uitmuntende locaties waar ze tijdens de winter regelmatig opduiken.
GroenRand benadrukt dat deze overgangen tussen bos en open veld essentieel zijn voor de biodiversiteit en ijvert voor structurele budgetten voor natuurherstel om deze gebieden veilig te stellen.

De grote barmsijs is overwegend grijsbruin met witte vleugelstrepen en een kleine zwarte kinvlek.
Hij is bleker en groter dan de kleine barmsijs en heeft een contrastrijke rug en een lichte buik met duidelijke, scherpe flankstrepen op een witte ondergrond.
Het kleed is variabel, want alleen de mannetjes krijgen in de broedperiode een roze-rode borst en stuit.
Vrouwtjes en jonge vogels behouden een lichte, gestreepte borst zonder roze tinten.
De vleugelstrepen zijn bij deze soort witter dan bij de kleine barmsijs en beide geslachten dragen een kenmerkende rode vlek op het voorhoofd.
Om barmsijzen te spotten kunt u het beste op zoek gaan naar elzen.
In groepjes van tientallen dieren foerageren ze door ondersteboven in de elzen te hangen.
Dit doen ze vaak samen met sijsjes en putters.
Als u in de winter een grote groep sijzen of putters ziet kan het zomaar zijn dat er een paar grote barmsijzen tussen zitten.
Het helpt zeker als u bekend bent met het geluid van sijzen of putters al hebben de barmsijzen zelf ook een roepje dat vrij gemakkelijk te herkennen is.
Ze zijn overigens niet altijd even schuw en als u een groepje gevonden heeft en op afstand even rustig wacht komen ze regelmatig dichterbij foerageren.
Hoewel de grote barmsijs geen Vlaamse broedvogel is blijft hun voortplantingsgedrag in het noorden fascinerend.
Ze broeden vanaf eind april tot augustus in de berken- en naaldbossen van Noord-Europa en Rusland.
In het noorden van hun broedgebied brengen ze vaak één legsel groot maar zuidelijker kunnen dat er soms twee zijn. De broedduur bedraagt slechts 11 tot 12 dagen.
Het nest wordt gebouwd door het vrouwtje waarbij het mannetje helpt met het verzamelen van materiaal zoals twijgjes en plantaardig materiaal maar ook veren en haar.
De nesten bevinden zich vaak in bomen en struiken tot op vijf meter hoogte en regelmatig dicht bij de stam.
Opmerkelijk is dat ze in Noord-Scandinavië vaak in de buurt van kramsvogels broeden voor extra bescherming tegen predatoren. De jongen zijn vliegvlug na 9 tot 14 dagen en verlaten soms het nest al voordat ze echt kunnen vliegen.
Na ongeveer 26 dagen zijn de jongen volledig zelfstandig waarbij het vrouwtje de jongen voert soms geholpen door het mannetje. Wat het geluid betreft produceert de grote barmsijs een knetterend "tret-tret-tret" wat het meest gehoord wordt.
Dit wordt afgewisseld met een nasaal en groenlingachtig "tjuuuhj" terwijl de zang bestaat uit droge rollers en metaalachtige roepjes. Om ze niet te verwarren met de kneu moet u letten op de rug want de kneu heeft een egale warmbruine rug en mist dat typische zwarte sikje volledig.
In de winter trekken ze ook naar onze tuinen in de Voorkempen waar u ze kunt helpen door fijne zaden aan te bieden zoals wildzangzaad of onkruidzaden en door berken simpelweg te laten staan.
Door de groene aders en de ecologische infrastructuur te koesteren versterken we de band tussen de bewoners en hun landschap.
De grote barmsijs blijft zo een tastbaar symbool van de natuurpracht in onze eigen regio waar we tijdens de koude maanden samen van kunnen genieten.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten