GroenRand presenteert: De blauwgrijze acrobatische metselaar van de Voorkempen
Frank Vermeiren, redactielid van GroenRand, vertelt ons van a tot z over vogels in onze Voorkempen.
Nu is het de beurt aan de letter 'b': de boomklever.
De boomklever (Sitta europaea) is zonder twijfel een van de meest markante verschijningen in onze regio.
Wie in de vroege ochtend door de bossen van Brasschaat, het park van Schoten of de oude kasteeldreven van Kapellen wandelt, heeft een grote kans op een ontmoeting met deze 'Zorro' van het bos. Met zijn opvallende blauwgrijze rug, flets oranje buik en sneeuwwitte keel is hij een kleurrijke verschijning.
Maar het is vooral zijn diepzwarte oogstreep, die als een masker van de snavel tot diep in de nek loopt, die hem zijn bijnaam geeft. Dit masker geeft hem een stoer, bijna brutaal uiterlijk dat perfect past bij zijn pittige karakter.
De boomklever is een territoriale vogel die zich door niets of niemand laat wegjagen.
Hij vertoont vaak agressie tegen soortgenoten en andere soorten die zich in de buurt wagen, waardoor hij niet altijd algemeen in elke kleine tuin voorkomt.
Wat de boomklever echt uniek maakt in de Voorkempen, is zijn verbluffende klimtechniek.
Met zijn lange tenen en vlijmscherpe nagels is hij als enige inheemse vogel in staat om met de kop naar beneden loodrecht langs een stam af te dalen.
Terwijl spechten en boomkruipers hun staart als stugge steunpilaar gebruiken om tegen de stam te rusten, vertrouwt de boomklever volledig op de pure kracht van zijn poten.
Hij beschikt over relatief korte, maar extreem gespierde loopbenen. Doordat hij tijdens het klimmen steeds één pootje strategisch hoger zet en het andere met een krachtige grip bijtrekt, lijkt het alsof hij altijd wat ‘scheef’ tegen de boom hangt.
Hij onderscheidt zich van al onze andere vogels omdat hij zich werkelijk in alle richtingen kan voortbewegen: opwaarts, neerwaarts, achterwaarts én zijwaarts.
Deze behendigheid en het verbluffende vermogen om met krachtige klauwen langs boomstammen te kruipen, maken hem zowat de bekwaamste klimmer van de stam, een soort gevederde "freeclimber" die de zwaartekracht lijkt te tarten.
Vandaag, op zeven maart, wanneer de eerste lentezon de bossen van de Voorkempen opwarmt, is de boomklever getransformeerd van een stille wintergast naar een hyperactieve bouwvakker.
Wie nu het bos intrekt, hoort overal de territoriumdrift losbarsten.
Het is de periode waarin de mannetjes hun domein met overtuiging afbakenen tegenover rivalen met een luidruchtig, fluitend "tjuub-tjuub" of een sneller "twit-twit-twit".
Dit gezang is niet alleen een waarschuwing voor concurrenten, maar ook een liefdesverklaring aan zijn partner, want boomklevers vormen vaak koppels voor het leven.
Terwijl andere vogels nog even wachten, zijn de boomkleverkoppels nu al volop bezig met de inspectie en renovatie van hun nestplaatsen.
Het vrouwtje neemt hierbij de leiding.
Ze gaat op zoek naar verlaten boomholten, meestal oude spechtennesten in beuken of eiken, waarbij ze houtsnippers, gras en veren bij elkaar raapt om het binnenin zo gezellig mogelijk te maken.
Zodra de nestplaats gekozen is, komt de ware 'metselaar' in haar naar boven.
Ze verzamelt vochtige modder en leem — en ze schuwt het niet om deze uit nabijgelegen bloembakken te stelen — om de vliegopening van het nest minutieus dicht te smeren met een mengsel van modder en speeksel.
Ze bepleistert de overbelichte opening tot er slechts een perfect rond gaatje overblijft van exact 32 millimeter: groot genoeg voor haarzelf, maar te klein voor de kauw of de spreeuw die haar woning zou willen kraken.
Soms is haar metseldrang zo groot dat ze zelfs bij een opening die al de juiste maat heeft, modder blijft smeren.
Een wonderlijk fenomeen is dat er door zaadjes in die modder na verloop van tijd soms plantjes, zoals paardenbloemen, rechtstreeks uit de boomstam bij de nestingang beginnen te groeien, wat het nest een unieke natuurlijke camouflage geeft.
In dit modderfort legt ze doorgaans vijf tot negen witte eitjes met fijne rode vlekjes.
Tijdens de broedperiode van 13 tot 18 dagen zit ze bijna 'gevangen' in haar eigen nest, terwijl het mannetje de volledige 'roomservice' verzorgt voor zowel zijn partner als de jongen.
Hij voorziet hen onvermoeibaar van voedsel.
De jongen die uit het ei kruipen, groeien razendsnel.
Opmerkelijk is dat zij bij het uitvliegen meteen hetzelfde volwassen verenkleed hebben als hun ouders.
Hierdoor staan ze na amper twee weken al als zelfstandige, stoere vogels op de 'vrijgezellenmarkt', klaar om hun eigen plekje in de Voorkempen te veroveren.
De snavel van de boomklever, een prominent en stevig ding, is daarbij een multifunctioneel instrument: een krachtige dolk waarmee hij niet alleen insecten en larven uit kieren peutert, maar ook harde noten kraakt.
De Engelse naam 'Nuthatch' (noten-hakker) verwijst naar zijn gewoonte om een noot vast te klemmen in een schorspleet — zijn natuurlijke bankschroef — en er vervolgens met rake klappen op te hameren tot hij de inhoud op een dolkachtige manier kan aanprikken en openmaken.
Dit hameren gebeurt met zo’n enorme kracht dat ringers weten dat een boomklever zelfs door een dikke leren handschoen heen kan pikken als hij zich bedreigd voelt.
Omdat hij een standvogel is, regelt hij zijn 'mise-en-place' het hele jaar door.
Hij blijft in zijn broedgebied overwinteren omdat hij steeds aan voedsel geraakt.
Hij is een ware verzamelaar die in de herfst duizenden zaden, eikels en hazelnoten verstopt achter loszittende schors of in spleten. Dankzij een fenomenaal geheugen vindt hij deze wintervoorraad feilloos terug op momenten dat insecten schaars zijn.
De Voorkempen, met zijn kasteeldomeinen zoals het Peerdsbos, Park de Mik in Brasschaat of het Vordensteinpark in Schoten, is de ideale habitat: volwassen loof- en gemengde bossen met een voorkeur voor oude eikenbomen bieden hem alles wat hij nodig heeft.
Wil je hem graag in je tuin zien?
Zet dan een voedertafel met nootjes neer of verstop zelf wat lekkers in de rimpels van oude bomen, zodat hij zelf op zoek moet gaan en zijn natuurlijke talenten kan tonen.
Om hem te onderscheiden van de boomkruiper — de stille 'fijnchirurg' met zijn bruin-wit gespikkelde camouflage die enkel spiraalsgewijs omhoog klimt en zijn staart als steun gebruikt — hoef je enkel naar de richting te kijken: zie je een vogel die met de kop omlaag langs de stam suist?
Dan heb je de koning van de stam te pakken.
Waar de boomkruiper de boomstam vanuit één richting benadert, onderzoekt de boomklever de schors zeer nauwkeurig vanuit alle mogelijke hoeken.
Wist u trouwens dat de boomklever vaak meermaals in hetzelfde nest broedt en zijn metselwerk elk jaar herstelt?
Het is een vogel die ons eraan herinnert dat de natuur in de Voorkempen vol verrassingen zit, zeker nu de lente begin maart ontwaakt en deze gevederde bouwvakkers weer volop aan de slag gaan.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten