De Vlaamse patrijs op de intensive care: GroenRand en het gevecht om de ‘driepotige stoel’
Wie tegenwoordig door de Vlaamse velden wandelt, moet veel geluk hebben om nog het karakteristieke en schrapende ‘kirr-ik’ van de patrijs te horen.
De patrijs is een van de sterkst afnemende akkervogelsoorten in heel Europa en helaas vormt Vlaanderen geen uitzondering op deze zorgwekkende trend.
Waar de vogel vroeger een vast onderdeel was van ons landbouwlandschap, is hij nu een zeldzame verschijning geworden die vecht tegen de bierkaai.
Een nieuwe en grootschalige studie van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) bevestigt de ernst van de situatie en de patrijs bevindt zich in de gevarenzone.
De overlevingskansen zijn schrikbarend laag, maar het onderzoek biedt ook een helder medisch dossier en een concreet reddingsplan voor deze icoon van het platteland.
Dit dossier is echter ook het brandpunt geworden van een pittig debat tussen jagers en natuurverenigingen zoals GroenRand.
In de begindagen van de achteruitgang lagen vooral een afname van de kuikenoverleving en het verlies van geschikt broedhabitat aan de basis van de krimpende populatie.
Recenter dragen echter ook verschillende andere factoren bij aan de daling, wat de noodzaak voor een modern en gedetailleerd onderzoek versterkte.
De studie had twee duidelijke doelstellingen, namelijk nagaan welke factoren momenteel het meest bijdragen aan de achteruitgang en bepalen op welke punten het beheer zich moet richten.
Om dit te onderzoeken, maakten de wetenschappers eerst schattingen van de verschillende populatiekarakteristieken via een geavanceerd populatiemodel.
Dit model brengt alle verschillende fases van de levenscyclus van de patrijs in rekening om de relatieve impact van elke factor nauwkeurig te evalueren.
Om de vereiste parameters te kunnen schatten, rustten onderzoekers tussen 2022 en 2024 een groot aantal patrijzen uit met een zender.
Dit gebeurde in drie specifieke studiegebieden in Vlaanderen, waarbij nauw werd samengewerkt met de lokale wildbeheereenheden (WBE’s).
De finale dataset bestond uit 126 gezenderde dieren, verdeeld over 67 hanen en 59 hennen, die wekelijks werden opgevolgd door het onderzoeksteam.
Interessant is dat de onderzoekers van 15 hennen zelfs over gegevens van een tweede opeenvolgend broedseizoen konden beschikken voor hun analyses.
De resultaten van dit intensieve speurwerk zijn onthutsend, want de jaarlijkse overleving van patrijzenhennen bedraagt amper 35 procent.
Op basis van alle verzamelde parameters schatten de onderzoekers de populatiegroeisnelheid voor de drie onderzochte gebieden op een schamele 0,77.
Aangezien elke waarde lager dan 1 duidt op een krimpende populatie, bevestigt dit cijfer de dramatische daling die ook via algemene monitoring in heel Vlaanderen wordt vastgesteld.
Het hart van de problematiek laat zich omschrijven aan de hand van de ‘driepotige stoel’, een concept van de Game & Wildlife Conservation Trust (GWCT).
Deze theorie stelt dat moderne landbouw en predatie vaak alle drie de poten van die stoel beïnvloeden of één poot zo hard raken dat de hele populatie wankelt.
Aan de hand van een elasticiteitsanalyse deelden de onderzoekers de verschillende modelparameters op in drie groepen op basis van hun impact op de groei.
De groep met de hoogste impact heeft volledig betrekking op de overleving van de hen vanaf de start van het jachtseizoen tot het broeden van het eerste legsel.
Hieronder vallen de jachtmortaliteit, andere sterfte tijdens het jachtseizoen, de algemene winteroverleving en de overleving tijdens het broeden van dat cruciale eerste legsel.
Parameters met een gemiddelde impact zijn specifiek gerelateerd aan het succes van dit eerste legsel, wat het belang van een ongestoorde broedperiode onderstreept.
De derde groep, die slechts een geringe impact heeft op de groeisnelheid, heeft betrekking op het tweede legsel en hennen die uiteindelijk niet overgaan tot broeden.
Vervolgens gingen de onderzoekers na in welke mate de verbetering van een of meerdere parameters zou resulteren in een herstel van de populatie.
Beheermaatregelen focussen bij voorkeur op de parameters met de meeste impact, rekening houdend met de huidige schattingen van de verschillende variabelen.
Bij twee parameters leidt het verhogen van slechts één van beide theoretisch al tot een stabiele populatie boven de kritieke grenswaarde van één.
Het gaat hierbij om de overleving van de hen tijdens het leggen en broeden van het eerste legsel en de uiteindelijke kuikenoverleving.
De overige parameters moeten echter gecombineerd worden om een gelijkaardig positief resultaat voor de patrijzenstand te kunnen behalen.
Hoewel het theoretisch mogelijk is, achten de wetenschappers het weinig realistisch dat het verbeteren van slechts één parameter zal resulteren in een stabiele populatie.
Daarom luidt het dringende advies om in functie van populatieherstel meerdere modelparameters simultaan en met kracht te verhogen.
Dit kan worden gerealiseerd door de overleving van de hen tijdens de leg- en broedfase van het eerste legsel te verhogen en het reproductiesucces te verbeteren.
Een toename van zowel het nestsucces als de kuikenoverleving is daarbij essentieel om de neerwaartse spiraal van 0,77 eindelijk te doorbreken.
Dergelijke demografische verbeteringen moeten worden ondersteund door gerichte beheermaatregelen, waaronder effectief predatiebeheer en verbetering van nest- en kuikenhabitat.
Ook de afstemming van het maaibeheer op de broedperiode is een cruciale factor om de overlevingskansen van de jonge vogels drastisch te vergroten.
In gebieden waar deze maatregelen intensief worden toegepast, kan bovendien een tijdelijke opschorting van de jacht worden overwogen.
Dit zou helpen om de totale sterfte verder te beperken en de kans op een succesvol populatieherstel op korte termijn aanzienlijk te vergroten.
Predatie blijkt de absolute hoofdoorzaak van de sterfte en maar liefst 71 dieren of 64 procent van de gezenderde vogels werd gepredeerd door roofdieren.
Vooral het broedseizoen is een hachelijke tijd, want in deze fase is predatie door zowel zoogdieren als roofvogels verantwoordelijk voor 76 procent van de sterfgevallen bij hennen.
De onderzoekers pleiten voor een multisoortenstrategie omdat meerdere predatoren gezamenlijk bijdragen aan de enorme predatiedruk op de resterende patrijzen.
Naast de druk van de natuur speelt ook de inrichting van het landschap de patrijs parten, aangezien het nestsucces van het eerste legsel slechts 40 procent bedraagt.
Een cruciale oorzaak van mislukte nesten is de timing van het maaien in bermen, waterlopen en akkerranden waar de vogels bij gebrek aan beter hun eieren leggen.
De piek van het uitkomen van de eieren ligt tussen 21 en 28 juni, precies wanneer de maaimachines op volle toeren draaien en de legsels vernietigen.
De onderzoekers adviseren daarom om het maaien uit te stellen tot minstens 15 juli of bij voorkeur tot 1 augustus om de jongen een kans te geven.
Dit is waar de visie van GroenRand de arena betreedt met een duidelijke eis voor een onmiddellijk en volledig verbod op de jacht op de patrijs.
GroenRand vindt het moreel onbegrijpelijk dat er nog steeds geschoten mag worden op een soort die officieel als ‘kwetsbaar’ op de Rode Lijst te boek staat.
Zij beschouwen de patrijs als een ‘paraplusoort’ en stellen dat als deze vogel verdwijnt, dit het bewijs is van een instortend ecosysteem in ons boerenland.
De vereniging hamert op fundamenteel habitatherstel via de Europese Natuurherstelwet in plaats van wat zij zien als symptoombestrijding door het doden van roofdieren.
Aan de andere kant van het debat staat de Hubertus Vereniging Vlaanderen (HVV), de grootste belangenvereniging voor jagers in Vlaanderen.
HVV is de enige professionele organisatie die ruim tweederde van de Vlaamse jagers vertegenwoordigt en fungeert als officiële gesprekspartner voor de overheid.
Hun werking steunt op pijlers zoals belangenbehartiging, juridische ondersteuning van wildbeheereenheden en het wetenschappelijk onderbouwen van faunabeheer.
HVV vraagt op basis van de studie om ruimere bejagingsmogelijkheden voor predatorcontrole, zoals nachtjacht en bouwjacht op de vos buiten de schoontijd.
Zij pleiten ook voor de opening van de jacht op de steenmarter en de opname van de zwarte kraai en ekster in artikel 3 van het jachtdecreet.
Bovendien vraagt de jagersvereniging om een werkbare regeling voor de jacht op de verwilderde kat en een jachtopeningstijd op kraaiachtigen.
Toch bevat de studie een nuchtere vaststelling, want het enkel stopzetten van de bejaging zal de verdere daling van de populatie niet voorkomen.
Ervaringen in Nederland, Zwitserland en Luxemburg tonen aan dat de populatie bleef afnemen na het invoeren van een jachtverbod, wat de nood aan actief beheer onderstreept.
Er wordt ook gepleit voor een verruiming van de perimeter waarbinnen landbouwers beheerovereenkomsten met de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) kunnen afsluiten.
Deze overeenkomsten zijn essentieel voor het creëren van specifiek nest- en kuikenhabitat, wat direct bijdraagt aan de stabiliteit van de drie poten van de stoel.
Een maaiverbod in deze beheerovereenkomsten en langs wegen en waterlopen tot 1 augustus is volgens HVV een noodzakelijke maatregel voor behoud.
Alleen door deze drie pijlers integraal aan te pakken kan de populatiegroei weer positief worden en de vogel een duurzame toekomst krijgen.
De strijd om de patrijs is daarmee meer dan een ecologische kwestie en het is een symbooldossier geworden voor de botsende visies op natuurbeheer in Vlaanderen.
Of men nu de visie van de jagerij volgt of die van GroenRand, de wetenschappelijke feiten liegen niet om de precaire toestand van de vogel.
De tijd dringt voor deze akkerbewoner en een geïntegreerde aanpak is volgens de onderzoekers de enige weg naar een duurzame populatie.
Het verhogen van de overleving van de hen gedurende het broedseizoen vormt samen met het nestsucces de belangrijkste pijler voor dit herstel.
Ook biotoopbeheer om het nesthabitat te verbeteren is in deze fase cruciaal om de hen en haar legsels beter te bescherming tegen invloeden van buitenaf.
Als de neuzen niet dezelfde kant op gaan staan, dreigt het kenmerkende geluid van de patrijs definitief van het Vlaamse platteland te verdwijnen.
Het herstellen van de ‘driepotige stoel’ is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van landbouwers, jagers en natuurbeschermers die geen uitstel meer duldt.
Uiteindelijk is de patrijs een symbool geworden van de keuze die we maken voor de toekomst van onze eigen leefomgeving en de natuur die ons rest.
De roep van de patrijs mag niet verworden tot een echo uit het verleden, maar moet een drijfveer zijn voor een hernieuwd en daadkrachtig natuurbeleid in Vlaanderen.
Studies en praktijkvoorbeelden uit het Verenigd Koninkrijk laten zien dat patrijzenbescherming en moderne landbouw verenigbaar zijn wanneer de theorie van de stoel wordt toegepast.
De resultaten van de nieuwe INBO-studie maken opnieuw duidelijk dat de patrijs voor haar voortbestaan afhankelijk is van zeer actief en doelgericht beheer.
HVV onderschrijft deze theorie van de GWCT al jaren en vraagt om actie om de dalende trend van 0,77 eindelijk weer boven de grens van 1 te krijgen.
Dit artikel biedt een volledig overzicht van de factoren die de patrijs op de rand van de afgrond hebben gebracht en de mogelijke wegen naar herstel.
De onderzoekers benadrukken dat beheermaatregelen in de eerste plaats moeten focussen op de overleving van de hen, het nestsucces en de kuikenoverleving.
Deze factoren hebben de grootste impact op de populatiegroei en moeten voor een maximaal effect gelijktijdig worden aangepakt door alle betrokken partijen.
Biotoopbeheer is hierbij essentieel om het nesthabitat te verbeteren en de hennen en hun legsels een veilige plek te bieden in het veranderende landschap.
HVV zet daarnaast in op technologische innovatie zoals drones met warmtecamera's om maaislachtoffers te beperken en zo de overleving van jonge vogels te verhogen.
De patrijs blijft een zorgenkindje maar met de juiste, wetenschappelijk onderbouwde maatregelen is er nog hoop op een herstel in de Vlaamse velden.
Het is aan de beleidsmakers om nu de juiste perimeter voor beheerovereenkomsten vast te leggen en de nodige middelen voor habitatcreatie vrij te maken.
Samen kunnen we ervoor zorgen dat de driepotige stoel van de patrijs weer stevig staat en de soort niet langer op de intensive care hoeft te verblijven.
De patrijs is een van de sterkst afnemende akkervogelsoorten in heel Europa en helaas vormt Vlaanderen geen uitzondering op deze zorgwekkende trend.
Waar de vogel vroeger een vast onderdeel was van ons landbouwlandschap, is hij nu een zeldzame verschijning geworden die vecht tegen de bierkaai.
Een nieuwe en grootschalige studie van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) bevestigt de ernst van de situatie en de patrijs bevindt zich in de gevarenzone.
De overlevingskansen zijn schrikbarend laag, maar het onderzoek biedt ook een helder medisch dossier en een concreet reddingsplan voor deze icoon van het platteland.
Dit dossier is echter ook het brandpunt geworden van een pittig debat tussen jagers en natuurverenigingen zoals GroenRand.
In de begindagen van de achteruitgang lagen vooral een afname van de kuikenoverleving en het verlies van geschikt broedhabitat aan de basis van de krimpende populatie.
Recenter dragen echter ook verschillende andere factoren bij aan de daling, wat de noodzaak voor een modern en gedetailleerd onderzoek versterkte.
De studie had twee duidelijke doelstellingen, namelijk nagaan welke factoren momenteel het meest bijdragen aan de achteruitgang en bepalen op welke punten het beheer zich moet richten.
Om dit te onderzoeken, maakten de wetenschappers eerst schattingen van de verschillende populatiekarakteristieken via een geavanceerd populatiemodel.
Dit model brengt alle verschillende fases van de levenscyclus van de patrijs in rekening om de relatieve impact van elke factor nauwkeurig te evalueren.
Om de vereiste parameters te kunnen schatten, rustten onderzoekers tussen 2022 en 2024 een groot aantal patrijzen uit met een zender.
Dit gebeurde in drie specifieke studiegebieden in Vlaanderen, waarbij nauw werd samengewerkt met de lokale wildbeheereenheden (WBE’s).
De finale dataset bestond uit 126 gezenderde dieren, verdeeld over 67 hanen en 59 hennen, die wekelijks werden opgevolgd door het onderzoeksteam.
Interessant is dat de onderzoekers van 15 hennen zelfs over gegevens van een tweede opeenvolgend broedseizoen konden beschikken voor hun analyses.
De resultaten van dit intensieve speurwerk zijn onthutsend, want de jaarlijkse overleving van patrijzenhennen bedraagt amper 35 procent.
Op basis van alle verzamelde parameters schatten de onderzoekers de populatiegroeisnelheid voor de drie onderzochte gebieden op een schamele 0,77.
Aangezien elke waarde lager dan 1 duidt op een krimpende populatie, bevestigt dit cijfer de dramatische daling die ook via algemene monitoring in heel Vlaanderen wordt vastgesteld.
Het hart van de problematiek laat zich omschrijven aan de hand van de ‘driepotige stoel’, een concept van de Game & Wildlife Conservation Trust (GWCT).
Deze theorie stelt dat moderne landbouw en predatie vaak alle drie de poten van die stoel beïnvloeden of één poot zo hard raken dat de hele populatie wankelt.
Aan de hand van een elasticiteitsanalyse deelden de onderzoekers de verschillende modelparameters op in drie groepen op basis van hun impact op de groei.
De groep met de hoogste impact heeft volledig betrekking op de overleving van de hen vanaf de start van het jachtseizoen tot het broeden van het eerste legsel.
Hieronder vallen de jachtmortaliteit, andere sterfte tijdens het jachtseizoen, de algemene winteroverleving en de overleving tijdens het broeden van dat cruciale eerste legsel.
Parameters met een gemiddelde impact zijn specifiek gerelateerd aan het succes van dit eerste legsel, wat het belang van een ongestoorde broedperiode onderstreept.
De derde groep, die slechts een geringe impact heeft op de groeisnelheid, heeft betrekking op het tweede legsel en hennen die uiteindelijk niet overgaan tot broeden.
Vervolgens gingen de onderzoekers na in welke mate de verbetering van een of meerdere parameters zou resulteren in een herstel van de populatie.
Beheermaatregelen focussen bij voorkeur op de parameters met de meeste impact, rekening houdend met de huidige schattingen van de verschillende variabelen.
Bij twee parameters leidt het verhogen van slechts één van beide theoretisch al tot een stabiele populatie boven de kritieke grenswaarde van één.
Het gaat hierbij om de overleving van de hen tijdens het leggen en broeden van het eerste legsel en de uiteindelijke kuikenoverleving.
De overige parameters moeten echter gecombineerd worden om een gelijkaardig positief resultaat voor de patrijzenstand te kunnen behalen.
Hoewel het theoretisch mogelijk is, achten de wetenschappers het weinig realistisch dat het verbeteren van slechts één parameter zal resulteren in een stabiele populatie.
Daarom luidt het dringende advies om in functie van populatieherstel meerdere modelparameters simultaan en met kracht te verhogen.
Dit kan worden gerealiseerd door de overleving van de hen tijdens de leg- en broedfase van het eerste legsel te verhogen en het reproductiesucces te verbeteren.
Een toename van zowel het nestsucces als de kuikenoverleving is daarbij essentieel om de neerwaartse spiraal van 0,77 eindelijk te doorbreken.
Dergelijke demografische verbeteringen moeten worden ondersteund door gerichte beheermaatregelen, waaronder effectief predatiebeheer en verbetering van nest- en kuikenhabitat.
Ook de afstemming van het maaibeheer op de broedperiode is een cruciale factor om de overlevingskansen van de jonge vogels drastisch te vergroten.
In gebieden waar deze maatregelen intensief worden toegepast, kan bovendien een tijdelijke opschorting van de jacht worden overwogen.
Dit zou helpen om de totale sterfte verder te beperken en de kans op een succesvol populatieherstel op korte termijn aanzienlijk te vergroten.
Predatie blijkt de absolute hoofdoorzaak van de sterfte en maar liefst 71 dieren of 64 procent van de gezenderde vogels werd gepredeerd door roofdieren.
Vooral het broedseizoen is een hachelijke tijd, want in deze fase is predatie door zowel zoogdieren als roofvogels verantwoordelijk voor 76 procent van de sterfgevallen bij hennen.
De onderzoekers pleiten voor een multisoortenstrategie omdat meerdere predatoren gezamenlijk bijdragen aan de enorme predatiedruk op de resterende patrijzen.
Naast de druk van de natuur speelt ook de inrichting van het landschap de patrijs parten, aangezien het nestsucces van het eerste legsel slechts 40 procent bedraagt.
Een cruciale oorzaak van mislukte nesten is de timing van het maaien in bermen, waterlopen en akkerranden waar de vogels bij gebrek aan beter hun eieren leggen.
De piek van het uitkomen van de eieren ligt tussen 21 en 28 juni, precies wanneer de maaimachines op volle toeren draaien en de legsels vernietigen.
De onderzoekers adviseren daarom om het maaien uit te stellen tot minstens 15 juli of bij voorkeur tot 1 augustus om de jongen een kans te geven.
Dit is waar de visie van GroenRand de arena betreedt met een duidelijke eis voor een onmiddellijk en volledig verbod op de jacht op de patrijs.
GroenRand vindt het moreel onbegrijpelijk dat er nog steeds geschoten mag worden op een soort die officieel als ‘kwetsbaar’ op de Rode Lijst te boek staat.
Zij beschouwen de patrijs als een ‘paraplusoort’ en stellen dat als deze vogel verdwijnt, dit het bewijs is van een instortend ecosysteem in ons boerenland.
De vereniging hamert op fundamenteel habitatherstel via de Europese Natuurherstelwet in plaats van wat zij zien als symptoombestrijding door het doden van roofdieren.
Aan de andere kant van het debat staat de Hubertus Vereniging Vlaanderen (HVV), de grootste belangenvereniging voor jagers in Vlaanderen.
HVV is de enige professionele organisatie die ruim tweederde van de Vlaamse jagers vertegenwoordigt en fungeert als officiële gesprekspartner voor de overheid.
Hun werking steunt op pijlers zoals belangenbehartiging, juridische ondersteuning van wildbeheereenheden en het wetenschappelijk onderbouwen van faunabeheer.
HVV vraagt op basis van de studie om ruimere bejagingsmogelijkheden voor predatorcontrole, zoals nachtjacht en bouwjacht op de vos buiten de schoontijd.
Zij pleiten ook voor de opening van de jacht op de steenmarter en de opname van de zwarte kraai en ekster in artikel 3 van het jachtdecreet.
Bovendien vraagt de jagersvereniging om een werkbare regeling voor de jacht op de verwilderde kat en een jachtopeningstijd op kraaiachtigen.
Toch bevat de studie een nuchtere vaststelling, want het enkel stopzetten van de bejaging zal de verdere daling van de populatie niet voorkomen.
Ervaringen in Nederland, Zwitserland en Luxemburg tonen aan dat de populatie bleef afnemen na het invoeren van een jachtverbod, wat de nood aan actief beheer onderstreept.
Er wordt ook gepleit voor een verruiming van de perimeter waarbinnen landbouwers beheerovereenkomsten met de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) kunnen afsluiten.
Deze overeenkomsten zijn essentieel voor het creëren van specifiek nest- en kuikenhabitat, wat direct bijdraagt aan de stabiliteit van de drie poten van de stoel.
Een maaiverbod in deze beheerovereenkomsten en langs wegen en waterlopen tot 1 augustus is volgens HVV een noodzakelijke maatregel voor behoud.
Alleen door deze drie pijlers integraal aan te pakken kan de populatiegroei weer positief worden en de vogel een duurzame toekomst krijgen.
De strijd om de patrijs is daarmee meer dan een ecologische kwestie en het is een symbooldossier geworden voor de botsende visies op natuurbeheer in Vlaanderen.
Of men nu de visie van de jagerij volgt of die van GroenRand, de wetenschappelijke feiten liegen niet om de precaire toestand van de vogel.
De tijd dringt voor deze akkerbewoner en een geïntegreerde aanpak is volgens de onderzoekers de enige weg naar een duurzame populatie.
Het verhogen van de overleving van de hen gedurende het broedseizoen vormt samen met het nestsucces de belangrijkste pijler voor dit herstel.
Ook biotoopbeheer om het nesthabitat te verbeteren is in deze fase cruciaal om de hen en haar legsels beter te bescherming tegen invloeden van buitenaf.
Als de neuzen niet dezelfde kant op gaan staan, dreigt het kenmerkende geluid van de patrijs definitief van het Vlaamse platteland te verdwijnen.
Het herstellen van de ‘driepotige stoel’ is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van landbouwers, jagers en natuurbeschermers die geen uitstel meer duldt.
Uiteindelijk is de patrijs een symbool geworden van de keuze die we maken voor de toekomst van onze eigen leefomgeving en de natuur die ons rest.
De roep van de patrijs mag niet verworden tot een echo uit het verleden, maar moet een drijfveer zijn voor een hernieuwd en daadkrachtig natuurbeleid in Vlaanderen.
Studies en praktijkvoorbeelden uit het Verenigd Koninkrijk laten zien dat patrijzenbescherming en moderne landbouw verenigbaar zijn wanneer de theorie van de stoel wordt toegepast.
De resultaten van de nieuwe INBO-studie maken opnieuw duidelijk dat de patrijs voor haar voortbestaan afhankelijk is van zeer actief en doelgericht beheer.
HVV onderschrijft deze theorie van de GWCT al jaren en vraagt om actie om de dalende trend van 0,77 eindelijk weer boven de grens van 1 te krijgen.
Dit artikel biedt een volledig overzicht van de factoren die de patrijs op de rand van de afgrond hebben gebracht en de mogelijke wegen naar herstel.
De onderzoekers benadrukken dat beheermaatregelen in de eerste plaats moeten focussen op de overleving van de hen, het nestsucces en de kuikenoverleving.
Deze factoren hebben de grootste impact op de populatiegroei en moeten voor een maximaal effect gelijktijdig worden aangepakt door alle betrokken partijen.
Biotoopbeheer is hierbij essentieel om het nesthabitat te verbeteren en de hennen en hun legsels een veilige plek te bieden in het veranderende landschap.
HVV zet daarnaast in op technologische innovatie zoals drones met warmtecamera's om maaislachtoffers te beperken en zo de overleving van jonge vogels te verhogen.
De patrijs blijft een zorgenkindje maar met de juiste, wetenschappelijk onderbouwde maatregelen is er nog hoop op een herstel in de Vlaamse velden.
Het is aan de beleidsmakers om nu de juiste perimeter voor beheerovereenkomsten vast te leggen en de nodige middelen voor habitatcreatie vrij te maken.
Samen kunnen we ervoor zorgen dat de driepotige stoel van de patrijs weer stevig staat en de soort niet langer op de intensive care hoeft te verblijven.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten