Frank Vermeiren vertelt ons in deze reeks van a tot z alles over de vogels die onze regio rijk is.
Het zwart is namelijk geen zwart.
Het blijkt een diep, metallic palet van iriserend blauw, smaragdgroen en koninklijk paars dat bij elke beweging anders schittert.
De witte buik, de heldere schoudervlekken en de handvleugels die in de vlucht bijna geheel wit oplichten, vormen een scherp contrast met de stevige donkere snavel en poten.
Het is een magnifieke vogel, een vliegende edelsteen die in onze regio helaas vaak met een scheef oog wordt bekeken.
De ekster heeft zijn imago simpelweg niet mee: van brutale pestkop over meesterlijke dief tot meedogenloze kuikenkiller.
Je zou hem voor minder naar het verste hoekje van de speelplaats drummen, tenzij je je focust op wat deze vogel écht in zijn mars heeft.
De ekster valt op, is vaak rumoerig en onmiskenbaar aanwezig met zijn lange staart.
Hij durft inderdaad wel eens een eitje of een jong vogeltje mee te pikken wanneer de gelegenheid zich voordoet.
Vooral in het broedseizoen, wanneer de eksters zelf jongen hebben, wordt hun menu aangevuld met eitjes van andere vogels en soms jonge vogels.
Maar dat doen heel wat andere soorten ook, alleen doen zij het stiekem of diep in de nacht.
De ekster is een vogel van de dag, een opportunist die leeft in het volle licht.
Bovendien is hij een onmisbare bondgenoot voor wie de natuur met een open blik bekijkt.
Het grootste deel van zijn menu bestaat uit emelten, kevers en regenwormen.
Frank ziet ze tijdens zijn tochten regelmatig op de rug van een koe of een schaap zitten om parasieten van de huid te pikken.
In onze moderne wereld heeft de ekster zich bovendien ontpopt tot een slimme opruimer.
Paartjes zoeken in de vroege ochtend langs de wegen naar nachtelijke verkeersslachtoffers voordat deze gaan rotten.
Ze ruimen de kadavers op waar wij liever niet naar kijken en profiteren van het menselijk afval.
Wat de ekster écht fascinerend maakt, is zijn sociale intelligentie en levenswijze.
Tot hun derde levensjaar leven jonge eksters in zogenaamde jeugdbendes.
In deze groepen doen ze de broodnodige ervaring op die een ekster nodig heeft om later succesvol jongen groot te kunnen brengen.
Het is een leerfase vol spel, sociale hiërarchie en het aanleren van overlevingstechnieken.
Pas na deze jaren zoeken ze een eigen territorium in open gebieden met verspreid staande bomen.
Hoewel eksters meestal monogaam zijn en elkaar een leven lang trouw blijven, verloopt het leven niet altijd zonder drama.
Er wordt wel eens een vreemd vrouwtje het hof gemaakt, wat onvermijdelijk leidt tot agressieve confrontaties wanneer de huidige partner dit merkt.
Ook op architecturaal vlak dwingt de vogel enorm veel respect af.
Rond april begint het broedseizoen, al start de eileg soms al eind maart tot in juni.
De ekster bouwt zijn nest meestal in de vork van een tak van een hoge boom.
Deze nesten zijn groot en de takken worden versterkt met aarde en klei.
De binnenkant van de kom wordt gevoerd met dunne wortels voor het comfort van de jongen.
Uniek is dat het nest bijna altijd van boven overdekt is met een koepel van takken tegen predatoren.
Bovendien heeft het nest een slim verborgen ingang om de veiligheid te garanderen.
Vaak bouwt een koppel zelfs meerdere nesten, waarbij er slechts één daadwerkelijk wordt bewoond.
In de kom liggen meestal vijf tot zeven eieren die na een broedduur van 17 tot 24 dagen uitkomen.
De jongen zitten 22 tot 30 dagen op het nest en blijven na het uitvliegen nog ongeveer zes weken in de buurt van de ouders.
Behalve een bouwheer is de ekster een van de meest intelligente vogels ter wereld.
Hij is een van de weinige dieren die de spiegeltest doorstaan en zichzelf herkennen.
Die slimheid gaat gepaard met een onverzadigbare nieuwsgierigheid naar alles wat er anders uitziet.
Dit gedrag verklaart waarom ze glimmende voorwerpen onderzoeken en eventueel begraven onder bladeren voor later gebruik.
Hoewel de volksmond spreekt van gestolen sieraden en theelepeltjes, zijn deze schatten nog nooit in een nest teruggevonden.
Ze inspecteren een glimmend object simpelweg in de hoop dat het een lekkere hap is.
Sinds enkele decennia houdt de ekster zich graag op in de nabijheid van mensen in tuinen en stadsparken.
Ze profiteren enorm van het extra voedselaanbod zoals patat en broodresten langs schoolroutes.
Ze eten werkelijk alles wat ze te pakken krijgen, van hagedissen en muizen tot bessen en zaden.
Hun foerageertechniek op de grond is uniek.
Ze maken snelle sprongen opzij om hun prooi te verrassen.
De ekster is bovendien een echte standvogel die trouw blijft aan zijn regio.
Uit ringonderzoek blijkt dat ze zelden verder dan 30 kilometer van hun geboorteplek wegtrekken.
Alleen eksters uit het uiterste noorden van Europa trekken zuidelijker als de winterse omstandigheden dat noodzakelijk maken.
Wil je voorkomen dat ze je voedertafel overnemen, bied dan op verschillende plekken wat lekkers aan.
Zo krijg je de kans om deze stoere overlever van dichtbij te leren kennen zonder dat anderen de dupe worden.
Laat de volgende keer dat je een ekster ziet alle vooroordelen varen en observeer hem met een open blik.
Zie de schittering op zijn vleugels en besef dat deze mooie vogel echt een plekje in onze prachtige Voorkempen verdient.
We zijn inmiddels aanbeland bij de letter ‘e’ van ekster, een vogel die Frank als fotograaf vaak in het vizier krijgt tijdens zijn tochten door de Voorkempen.
Wanneer GroenRand- fotograaf Frank Vermeiren langs de oevers van de Antitankgracht wandelt, de rugzak zwaar van de cameralenzen, is de ekster een van zijn meest dankbare onderwerpen.
Van een afstand lijkt deze vogel een simpele zwart-witte verschijning, een contrastrijke vlek tegen de vaak grijze lucht van de Voorkempen.
Maar zodra Frank de vogel in zijn vizier krijgt en de vroege ochtendzon door de takken breekt, spat het kleurenspectrum uiteen.
Het zwart is namelijk geen zwart.
Het blijkt een diep, metallic palet van iriserend blauw, smaragdgroen en koninklijk paars dat bij elke beweging anders schittert.
De witte buik, de heldere schoudervlekken en de handvleugels die in de vlucht bijna geheel wit oplichten, vormen een scherp contrast met de stevige donkere snavel en poten.
Het is een magnifieke vogel, een vliegende edelsteen die in onze regio helaas vaak met een scheef oog wordt bekeken.
De ekster heeft zijn imago simpelweg niet mee: van brutale pestkop over meesterlijke dief tot meedogenloze kuikenkiller.
Je zou hem voor minder naar het verste hoekje van de speelplaats drummen, tenzij je je focust op wat deze vogel écht in zijn mars heeft.
De ekster valt op, is vaak rumoerig en onmiskenbaar aanwezig met zijn lange staart.
Hij durft inderdaad wel eens een eitje of een jong vogeltje mee te pikken wanneer de gelegenheid zich voordoet.
Vooral in het broedseizoen, wanneer de eksters zelf jongen hebben, wordt hun menu aangevuld met eitjes van andere vogels en soms jonge vogels.
Maar dat doen heel wat andere soorten ook, alleen doen zij het stiekem of diep in de nacht.
De ekster is een vogel van de dag, een opportunist die leeft in het volle licht.
Bovendien is hij een onmisbare bondgenoot voor wie de natuur met een open blik bekijkt.
Het grootste deel van zijn menu bestaat uit emelten, kevers en regenwormen.
Frank ziet ze tijdens zijn tochten regelmatig op de rug van een koe of een schaap zitten om parasieten van de huid te pikken.
In onze moderne wereld heeft de ekster zich bovendien ontpopt tot een slimme opruimer.
Paartjes zoeken in de vroege ochtend langs de wegen naar nachtelijke verkeersslachtoffers voordat deze gaan rotten.
Ze ruimen de kadavers op waar wij liever niet naar kijken en profiteren van het menselijk afval.
Wat de ekster écht fascinerend maakt, is zijn sociale intelligentie en levenswijze.
Tot hun derde levensjaar leven jonge eksters in zogenaamde jeugdbendes.
In deze groepen doen ze de broodnodige ervaring op die een ekster nodig heeft om later succesvol jongen groot te kunnen brengen.
Het is een leerfase vol spel, sociale hiërarchie en het aanleren van overlevingstechnieken.
Pas na deze jaren zoeken ze een eigen territorium in open gebieden met verspreid staande bomen.
Hoewel eksters meestal monogaam zijn en elkaar een leven lang trouw blijven, verloopt het leven niet altijd zonder drama.
Er wordt wel eens een vreemd vrouwtje het hof gemaakt, wat onvermijdelijk leidt tot agressieve confrontaties wanneer de huidige partner dit merkt.
Ook op architecturaal vlak dwingt de vogel enorm veel respect af.
Rond april begint het broedseizoen, al start de eileg soms al eind maart tot in juni.
De ekster bouwt zijn nest meestal in de vork van een tak van een hoge boom.
Deze nesten zijn groot en de takken worden versterkt met aarde en klei.
De binnenkant van de kom wordt gevoerd met dunne wortels voor het comfort van de jongen.
Uniek is dat het nest bijna altijd van boven overdekt is met een koepel van takken tegen predatoren.
Bovendien heeft het nest een slim verborgen ingang om de veiligheid te garanderen.
Vaak bouwt een koppel zelfs meerdere nesten, waarbij er slechts één daadwerkelijk wordt bewoond.
In de kom liggen meestal vijf tot zeven eieren die na een broedduur van 17 tot 24 dagen uitkomen.
De jongen zitten 22 tot 30 dagen op het nest en blijven na het uitvliegen nog ongeveer zes weken in de buurt van de ouders.
Behalve een bouwheer is de ekster een van de meest intelligente vogels ter wereld.
Hij is een van de weinige dieren die de spiegeltest doorstaan en zichzelf herkennen.
Die slimheid gaat gepaard met een onverzadigbare nieuwsgierigheid naar alles wat er anders uitziet.
Dit gedrag verklaart waarom ze glimmende voorwerpen onderzoeken en eventueel begraven onder bladeren voor later gebruik.
Hoewel de volksmond spreekt van gestolen sieraden en theelepeltjes, zijn deze schatten nog nooit in een nest teruggevonden.
Ze inspecteren een glimmend object simpelweg in de hoop dat het een lekkere hap is.
Sinds enkele decennia houdt de ekster zich graag op in de nabijheid van mensen in tuinen en stadsparken.
Ze profiteren enorm van het extra voedselaanbod zoals patat en broodresten langs schoolroutes.
Ze eten werkelijk alles wat ze te pakken krijgen, van hagedissen en muizen tot bessen en zaden.
Hun foerageertechniek op de grond is uniek.
Ze maken snelle sprongen opzij om hun prooi te verrassen.
De ekster is bovendien een echte standvogel die trouw blijft aan zijn regio.
Uit ringonderzoek blijkt dat ze zelden verder dan 30 kilometer van hun geboorteplek wegtrekken.
Alleen eksters uit het uiterste noorden van Europa trekken zuidelijker als de winterse omstandigheden dat noodzakelijk maken.
Wil je voorkomen dat ze je voedertafel overnemen, bied dan op verschillende plekken wat lekkers aan.
Zo krijg je de kans om deze stoere overlever van dichtbij te leren kennen zonder dat anderen de dupe worden.
Laat de volgende keer dat je een ekster ziet alle vooroordelen varen en observeer hem met een open blik.
Zie de schittering op zijn vleugels en besef dat deze mooie vogel echt een plekje in onze prachtige Voorkempen verdient.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten