GroenRand luidt de alarmbel: de Vlaamse kachelparadox vervuilt onze natuur en zet Europa op het verkeerde been
Toen Mieke Schauvliege van Groen aan minister Jo Brouns vroeg hoe die verkoopcijfers er nu uitzien, bleef het pijnlijk stil.
Het officiële antwoord? "Geen cijfers beschikbaar."
We tasten dus volledig in het duister, terwijl de energiecrisis de verkoop van houtkachels waarschijnlijk keihard heeft gepusht.
Maar kijk eens over de grens in Duitsland: daar pakken ze het totaal anders aan.
Geen nattevingerwerk, maar een ijzersterk beleid met de schoorsteenveger als 'sheriff'.
Die zogenoemde Bezirksschornsteinfeger komt niet alleen even vegen.
Hij registreert elke kachel in een centrale database en meet ter plekke of je toestel niet te veel rommel uitstoot.
Voldoet je kachel niet?
Dan gaat hij onverbiddelijk op rood.
Onze oosterburen hebben hun kachelpark dan ook perfect in kaart. Om de paar jaar volgt er een verplichte inspectie, en wie weigert te moderniseren of een fijnstoffilter te plaatsen, krijgt te maken met stevige boetes of zelfs een stookverbod.
Ze zijn daar ook niet bang om oude kachels simpelweg te verbieden: alles van voor 1995 ligt er al uit, en sinds begin 2025 moeten ook de toestellen tot 2010 aan strengere regels voldoen.
Terwijl wij in Vlaanderen nog proberen te tellen, hebben de Duitsers de kraan naar een schonere lucht al lang dichtgedraaid.
In Vlaanderen speelt zich momenteel een bizarre paradox af.
Terwijl de verkoop van houtkachels recordhoogtes bereikt en metingen op het terrein een forse stijging van giftige stoffen tonen, rapporteert de Vlaamse overheid aan Europa dat de uitstoot van houtverbranding juist fors daalt.
Sinds de energiecrisis van 2022 is de Vlaming massaal aan het stoken geslagen.
Alleen al in dat jaar werden er 19.336 houtkachels verkocht.
Dat was een stijging van maar liefst 41,6 procent ten opzichte van 2021. In 2023 steeg dat aantal verder naar 20.702 verkochte kachels.
Dat is maar liefst 240 procent meer dan in 2019.
Deze enorme toename laat zich direct voelen in onze luchtkwaliteit. De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) stelde in 2022 een opmerkelijke stijging vast van de concentraties benzo(a)pyreen op haar meetstations.
Deze schadelijke en kankerverwekkende stof is rechtstreeks te linken aan houtverbranding.
Nagenoeg alle benzo(a)pyreen die we in Vlaanderen meten komt voort uit houtverbranding bij huishoudens.
Terwijl de overheid op papier een daling claimt, steeg de concentratie over alle meetpunten in Vlaanderen in werkelijkheid met 44 procent.
De oorzaak was voor de VMM heel duidelijk door de toegenomen houtverbranding bij mensen thuis tijdens de energiecrisis.
Toch vertelt de officiële rapportage aan de Europese Unie een compleet ander verhaal.
Volgens de Vlaamse cijfers daalde de uitstoot van diezelfde stof in 2022 met maar liefst 16 procent.
In 2023 zou de emissie volgens het meetmodel zelfs nog verder gedaald zijn naar een historisch laagterecord.
Nooit eerder waren de emissies volgens het model zo laag.
Dit doet de wenkbrauwen fronsen en wijst erop dat er iets ernstig mis is met de berekeningsmethode.
Het antwoord op dit raadsel is dat de overheid rapporteert op basis van een theoretisch wiskundig model in plaats van werkelijke metingen op het terrein.
Dit model is niet gebaseerd op echte getallen.
De Vlaamse overheid weet bijvoorbeeld niet hoeveel kachels er echt in Vlaanderen staan omdat de verkoop nooit officieel is geregistreerd.
Dat bleek al in 2018 en sindsdien is er weinig veranderd. De kacheltypes, hun ouderdom en hun energetisch rendement blijven een blinde vlek.
Zelfs pogingen om het model te verfijnen liepen vast.
In 2019 gaf de VMM de opdracht voor een onderzoek naar de samenstelling van het kachelpark onder de titel "Ontwikkelen methodologie voor de opvolging van de samenstelling van het kachelpark in Vlaamse huishoudens".
De onderzoekers kwamen in hun eindrapport tot de conclusie dat er te veel onzekerheden in de methode zitten.
Om het kachelpark toch enigszins in kaart te brengen stelden ze voor om een gewogen steekproef uit te voeren.
In het rapport dook echter meteen een discussie op over de grootte van die steekproef.
Uiteindelijk strandde de bevraging op slechts 596 respondenten. Hoewel onderzoekers adviseerden om de echte verkoopcijfers op te vragen bij de sector is de Vlaamse overheid daar nooit op ingegaan.
Het huidige model rekent daardoor nog steeds met een verouderde groeinorm gebaseerd op een enquête uit 2011 en de beperkte steekproef van 2019.
In die periode was er een grote kalmte op de energiemarkten waardoor het kachelpark amper groeide. De overheid bleef deze lage groeinorm echter gebruiken voor de jaren 2020 tot 2023 terwijl de aankoop van kachels toen explodeerde.
Daarnaast weet de overheid niet hoeveel en welk type brandhout of pellets er wordt verstookt omdat ook die verkoop nergens officieel wordt geregistreerd.
Het model probeert het verbruik daarom in te schatten op basis van de zogenaamde graaddagen.
Dat zijn dagen waarbij de gemiddelde temperatuur onder de 16 graden ligt.
Elke gemiddelde graad onder de 16 graden wordt verrekend als één graaddag.
Een dag met een gemiddelde temperatuur van 15 graden is dus goed voor één graaddag en een dag van 14 graden telt voor twee.
Wanneer de gemiddelde dagtemperatuur nul graden bedraagt heb je er in één klap 16 graaddagen bij.
De redenering is dat er meer wordt gestookt als de temperatuur daalt.
Omdat 2022 een veel warmer jaar was dan 2021 met veel minder graaddagen concludeerde het model automatisch dat de uitstoot daalde.
Dit negeert echter de economische realiteit.
Biostatisticus Geert Molenberghs van de KULeuven en UHasselt is hierover zeer kritisch.
Het model houdt volgens hem totaal geen rekening met de lagere kostprijs van het hout in 2022.
Wanneer gas en elektriciteit peperduur worden grijpen mensen massaal naar hout zelfs in een warmer jaar.
Molenberghs stelt dat de uitstootwaarden totaal onrealistisch zijn waardoor de gezondheidsrisico's veel te rooskleurig worden ingeschat.
Deze foutieve cijfers hebben ook grote gevolgen voor de rapportage van hernieuwbare energie via het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA).
Houtkachels zijn na zonnepanelen en windmolens de grootste bron van groene energie in Vlaanderen met 3.620 GWh aan groene warmte in 2024.
Acht jaar geleden waren onze houtkachels zelfs nog de grootste groene energiebron in Vlaanderen.
Omdat het VEKA nagenoeg hetzelfde model gebruikt leverden tienduizenden nieuwe kachels tussen 2019 en 2023 volgens de officiële statistieken toch 1 procent minder groene warmte op. In het energiecrisisjaar 2022 was de gerapporteerde groene energie uit hout zelfs de op één na laagste van de voorbije zeven jaar.
De emissiecijfers en de energieproductiecijfers zijn bijna een exacte en foutieve kopie van elkaar omdat ze beide blind gestuurd worden door de graaddagen.
Zelfs de VMM erkent de problemen in haar Derde Voortgangsrapport Vlaams Luchtbeleidsplan van december 2025. Ze stelt kurkdroog vast dat de data over houtverbruik niet in overeenstemming zijn met de laatste inzichten van de VMM.
Men spreekt over een beperkte kennis over de samenstelling van het kachelpark en stelt dat de emissiefactoren voor nieuwe toestellen wellicht een onderschatting zijn.
De VMM concludeert dat de onzekerheid op het resultaat zeer groot is. Ondertussen voert Vlaanderen totaal geen houtkachelbeleid.
Er is geen registratie en geen enkele impuls om oude kachels te vervangen.
Zelfs moderne kachels stoten aanzienlijk meer fijnstof uit dan een gascondensatieketel maar de overheid laat het beleid volledig over aan Europa.
Van de Green Deal uit 2018 blijft amper nog iets over.
Natuurvereniging GroenRand benadrukt dat de gevolgen van deze onderschatting ook de natuur zwaar treffen.
De enorme uitstoot van fijnstof en giftige stoffen zoals stikstofoxiden en dioxines slaat neer in omliggende natuurgebieden.
Dit proces vervuilt de bodem en het oppervlaktewater waardoor de kwetsbare biodiversiteit in Vlaanderen ernstig onder druk komt te staan.
GroenRand wijst erop dat fijnstof de fotosynthese van planten kan belemmeren en dat schadelijke stoffen zich ophopen in de voedselketen van dieren.
Wanneer de overheid de werkelijke uitstoot wegmoffelt achter rooskleurige modellen wordt ook de chronische belasting van onze ecosystemen genegeerd.
Voor GroenRand is het duidelijk dat een beleid dat foutief berekende groene energie laat voorgaan op de bescherming van onze lucht en natuur onhoudbaar is.
We sussen onszelf in slaap met papieren dalingen terwijl de Vlaming en de natuur letterlijk in de rook blijven zitten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten