donderdag 12 maart 2026

Europese Otterconferentie 2026: GroenRand benadrukt het belang van de Antitankgracht als cruciale levensader

Europese Otterconferentie 2026: GroenRand vraagt aandacht voor de Antitankgracht als vitale levenslijn

Vandaag vormt het provinciehuis van Antwerpen het kloppende hart van de internationale natuurbescherming.
Terwijl de eerste lentedagen de stad opwarmen, is de Europese Otterconferentie officieel van start gegaan.
Het is een moment van reflectie en hoop: wetenschappers, beleidsmakers en gepassioneerde vrijwilligers buigen zich over de comeback van een dier dat we eigenlijk al lang kwijt waren: de Europese otter (Lutra lutra).


Tijdens een boeiende en bij momenten confronterende openingslezing schetste INBO-wetenschapper Joris Everaert het onthutsende beeld van een soort die na een eeuw van vervolging en vervuiling eindelijk weer voet aan wal krijgt in de Vlaamse waterlopen.
De geschiedenis van de otter in Vlaanderen is er een van uitersten en menselijk ingrijpen.
Rond het jaar 1900 was de otter nog een zeer algemene verschijning.
Een integraal en vanzelfsprekend onderdeel van het Vlaamse waterlandschap dat in vrijwel elke gezonde stroom of moerasgebied te vinden was.
De kentering kwam echter halverwege de 20ste eeuw, toen het dier plots werd gedemoniseerd en bestempeld als een schadelijke concurrent voor de visserijsector.

De dieren werden gezien als een directe bedreiging voor de visbestanden en de mens reageerde met harde hand: er werden zelfs officiële premies uitgeloofd voor wie otters doodde.
Deze actieve vervolging zorgde ervoor dat de aantallen tegen het midden van de eeuw al dramatisch waren gedecimeerd.
Tegen het einde van de 20ste eeuw volgde de definitieve genadeslag.
Het was niet langer enkel de directe jacht, maar vooral de grootschalige vernietiging van zijn leefomgeving die de otter de das omdeed.


Habitatverlies door de rechttrekking van rivieren, het droogleggen van cruciale natte natuurgebieden en een dramatische waterpollutie door ongecontroleerde industriële lozingen zorgden ervoor dat de otter in de jaren 1980-1990 officieel als zo goed als uitgestorven werd beschouwd in Vlaanderen.
De "waterwolf" was uit onze collectieve her herinnering gewist.
Maar de natuur bleek veerkrachtiger dan de meest pessimistische rapporten voorspelden.

Tussen 2000 en 2006 maakte de otter een uiterst voorzichtige en bijna onzichtbare comeback.
In 2005 en 2006 werden de eerste betrouwbare waarnemingen gedaan in de provincie Limburg, meer bepaald in de gemeenten Kinrooi en Maaseik, waar dieren vanuit Nederlands gebied de grens overstaken.
Kort daarna volgden hoopvolle meldingen uit de regio Kruibeke in Oost-Vlaanderen.
Het jaar 2014 markeerde het ultieme bewijs van herstel: voor het eerst vonden onderzoekers harde aanwijzingen dat de otter zich in Vlaanderen opnieuw voortplantte.

Tegen die tijd was ook duidelijk dat er waarnemingen waren langs de Antitankgracht in Antwerpen en in het Vlaams-Brabantse Lubbeek.
Vandaag, in 2026, is de verspreiding nog verder toegenomen; zelfs in West-Vlaanderen zijn in de periode 2019-2026 de eerste sporen gevonden.
Joris Everaert schat het totale aantal otters in Vlaanderen momenteel op 10 tot 20 individuen.
"Al gaat het om een ruwe schatting," benadrukte hij op het congres, wat aangeeft hoe schuw deze nachtdieren blijven in ons versnipperde landschap.
Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) volgt deze populatie nauwgezet op met moderne technieken zoals eDNA-onderzoek op spraints (uitwerpselen), toxicologisch onderzoek en een uitgebreid netwerk van cameravallen dat door talloze vrijwilligers wordt beheerd.

Dankzij dit titanenwerk van vrijwilligers kreeg de otter een gezicht in de vorm van 'Mevrouw Eenoog'.
Dit éénogige vrouwtje verscheen in 2019 voor het eerst in de regio Durme-Donk en verschijnt in 2026 nog altijd voor de camera.
Uit onderzoek blijkt dat zij een indrukwekkend traject van maar liefst 54 kilometer aflegt tijdens haar omzwervingen door de beekvalleien.
Zij bewijst dat otters enorme territoria nodig hebben, maar haar verhaal kent ook een tragische kant: ze heeft in haar territorium al zeven jaar geen partner ontmoet.
Dit illustreert de grootste uitdaging voor de soort: de enorme isolatie van de huidige leefgebieden en het risico op inteelt bij gebrek aan natuurlijke migratiecorridors die de verschillende 'pockets' van populaties met elkaar verbinden.

Om deze iconische bewoner een duurzame toekomst te bieden, stelde de Vlaamse minister van Omgeving eind 2022 het Soortenbeschermingsprogramma (SBP) voor de Europese otter vast.

Dit programma, met een looptijd van 2023 tot 2027, vormt een officieel beleidskader dat voortvloeit uit het Soortenbesluit.
Hoewel het SBP geen directe wetgeving is die burgers individueel verplichtingen oplegt, is het voor de Vlaamse overheid en agentschappen zoals Natuur en Bos een formeel en bindend engagement.
Het biedt de juridische en strategische basis voor vergunningverlening, natuurbeheer en de toewijzing van middelen.

De kern van dit programma rust op vijf strategische pijlers: habitatoptimalisatie, intensieve monitoring via DNA-onderzoek, sensibilisering van actoren zoals de visserijsector, internationale samenwerking en — cruciaal voor de overleving van het dier — ontsnippering.

Juist bij die ontsnippering wringt de politieke en financiële schoen. De otter is een territoriale zwerver die enorme afstanden aflegt.

Een mannetje kan tot wel veertig kilometer rivieroever claimen als zijn domein.
Op zijn tocht moet hij talloze barrières zoals wegen, sluizen en stuwen passeren.
Wanneer een brug of duiker geen veilige droge oeverstrook biedt, wordt de otter gedwongen het water te verlaten en de weg over te steken, vaak met een dodelijke aanrijding tot gevolg.
De Antitankgracht (ATG) rond Antwerpen fungeert vandaag als een cruciale "ecologische snelweg" die grote natuurgebieden zoals het Groot Schietveld en de vallei van de Kleine Nete met elkaar verbindt.

Op dit moment zijn in Vlaanderen drie locaties aangeduid die dienen als speciale beschermingszone voor de otter: de Scheldevallei, de Antitankgracht en de Maasvallei.
De Antitankgracht is een strategische migratieroute, maar zonder veilige faunapassages langs de vele kruisende verkeersaders blijft de gracht een gefragmenteerd leefgebied waar lokale populaties geïsoleerd raken of sterven in het verkeer.
Ontsnippering is hier dus geen luxe, maar de enige manier om van deze corridor een functionele levenslijn te maken.
De financiering van deze levensnoodzakelijke infrastructuur hangt momenteel echter aan een zijden draad.
Tot nu toe werden veel concrete acties, zoals de aanleg van loopplanken en tunnels, gefinancierd via het Europese project Interreg Vlaanderen-Nederland (‘Otter over de grens’), dat in april 2024 van start ging.

Echter, wanneer dit programma en de bijbehorende Europese geldstroom in 2027 eindigen, ontstaat er een groot financieel vacuüm.
Hoewel minister Jo Brouns in februari 2026 nog incidentele projectsubsidies aankondigde voor de aanleg van enkele loopbruggen, wijzen critici op een dieper liggend structureel probleem: het Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering (VAPEO).
Dit programma is essentieel om de zwarte punten op onze wegen structureel aan te pakken, maar minister Brouns heeft voor de periode tot 2031 geen specifiek budget gereserveerd voor nieuwe VAPEO-projecten.
Volgens de vereniging GroenRand heeft de minister zijn "spaarvarken omgekeerd", maar rolde er geen euro uit voor ontsnipperingsmaatregelen, daar hij kiest voor andere beleidsopties die de prioriteit op economische expansie leggen boven ecologische connectiviteit.
In dit complexe krachtenveld vervult GroenRand een onmisbare rol als dialoogpartner en maatschappelijke belangenbehartiger.
De organisatie stelt scherp dat een Soortenbeschermingsprogramma op papier weinig waard is als de uitvoering op het terrein stokt door een gebrek aan middelen. GroenRand voert een actieve lobbycampagne en werkt nauw samen met volksvertegenwoordigers om de noodzaak van ontsnippering op de politieke agenda te houden.
Zij ondersteunen projecten zoals de 'Klimaatgordel' om de ATG centraal te stellen in een robuust natuurnetwerk en berekenden dat er 11,45 miljoen euro nodig is om de versnippering in de regio effectief aan te pakken.
Hun werking is tastbaar: van het ijveren voor loopplanken onder bruggen tot het educatieve project 'Olga Otter'.

Door gericht parlementaire vragen te laten stellen (onder meer op 18 november 2025), vraagt de vereniging aandacht voor de hiaten in de langetermijnfinanciering.
Zij benadrukken dat de otter een 'paraplusoort' is: bescherming voor de otter betekent automatisch betere overlevingskansen voor talloze andere soorten.
Op het congres in Antwerpen voeren Marieke Desender (INBO) en haar collega-onderzoekers van het Waalse DEMNA en de WUR een boeiend debat over de "blinde vlek" in Vlaanderen.
Op de Europese kaart is dit de plek waar — in tegenstelling tot de buurlanden — nog zeer weinig otters voorkomen.
De centrale vraag is: moeten we, zoals in Nederland is gebeurd, otters gaan herintroduceren of uitzetten in Vlaanderen om te komen tot een duurzame populatie?
Marieke denkt alvast van niet.
Onze drukke wegen zorgen voor te veel 'road kill'.
Bovendien toont toxicologisch onderzoek aan dat vissen, de favoriete prooien van de otter, nog te veel chemische stoffen bevatten, zoals PCB’s en PFAS.
Dit kan een ernstig effect hebben op het voortplantingssucces van de weinige otters die we hebben.
De habitatkwaliteit van potentiële leefgebieden is simpelweg nog niet optimaal en de kans op inteelt blijft groot zolang populaties geïsoleerd blijven door infrastructurele barrières en een povere omgevingskwaliteit.
De conclusie is dat de otter in Vlaanderen momenteel gevangen zit tussen administratieve ambitie en budgettaire onwil.

Terwijl het SBP een sterk theoretisch fundament biedt, dreigt de praktijk te falen door het ontbrekende VAPEO-budget tot 2031 en het wegvallen van Europese steun na 2027. Op de recente Europese Otterconferentie werd ook duidelijk dat de terugkeer van de otter in onze waterlopen niet langer een mysterie is, dankzij een grensverleggende samenwerking tussen politionele expertise en genetisch onderzoek.

Ellen Van Krunkelsven, werkzaam bij de politie, brengt haar ervaring in het trainen van speurhonden naar het natuurveld.
In opdracht van het INBO leiden zij en haar team ecodetectiehonden op die specifiek getraind zijn op de geur van de Europese otter.

Deze honden zijn vele malen sneller en efficiënter dan menselijke onderzoekers.
Waar traditionele methoden vaak tekortschieten, vinden deze honden feilloos de verborgen otterspraints (uitwerpselen).
Hun inzet beperkt zich overigens niet tot de otter; ze sporen met evenveel precisie de Europese hamster, larven van het vliegend hert en diverse invasieve uitheemse soorten op.

Naast deze biologische speurneuzen vormt environmental DNA (eDNA) de tweede pijler van het moderne otteronderzoek.
Rein Brys van het team Genetische Diversiteit legt uit dat de otter — een uiterst schuw en nachtactief dier — zich zelden laat zien via klassieke inventarisatietechnieken zoals cameravallen of pootafdrukken.

De eDNA-methode is gebaseerd op het principe dat elk dier genetisch materiaal achterlaat in de vorm van huidcellen, urine of uitwerpselen.
Door simpelweg watermonsters te nemen in rivieren, sloten of poelen, kan de aanwezigheid van de otter accuraat worden vastgesteld.
Deze revolutionaire techniek gaat zelfs verder.
Het maakt het mogelijk om populatiegroottes in kaart te brengen en het voedselaanbod te analyseren, zowel in stromend als stilstaand water.
De successen van deze gecombineerde aanpak zijn tastbaar. Dankzij eDNA-onderzoek werd de aanwezigheid van de otter officieel bevestigd in gebieden als het Zennegat, Rupelmonde en Viersels Gebroekt.
De expertise van Rein en zijn collega's wordt inmiddels internationaal gewaardeerd, waarbij zij staalnames ondersteunen in Wallonië, het Verenigd Koninkrijk en Ierland.
Ook in het Scheldebekken, waartoe de Antitankgracht behoort, is de aanwezigheid van otters via grootschalige eDNA-screening onomstotelijk aangetoond.
Het door het INBO ontwikkelde protocol biedt een veel hogere trefkans dan de vondst van verkeersslachtoffers of toevallige sporen.
Deze methodiek zal in de toekomst dan ook op grote schaal worden uitgerold binnen het soortenbeschermingsprogramma, waardoor de monitoring van de otter in de Antitankgracht en aanleunende beken een structureel en wetenschappelijk fundament krijgt.

De boodschap van de Europese Otterconferentie 2026 is helder: we moeten eerst ons eigen huis op orde brengen.
De terugkeer van de otter is het resultaat van een coalitie tussen wetenschappers en lokale doeners zoals GroenRand.
Pas als de waterbarrières weg zijn en de waterkwaliteit echt verbetert, kan een otter als Mevrouw Eenoog eindelijk de partner vinden die ze verdient.
Zonder een bindend budgettair kader dat ontsnippering bovenaan de agenda zet, blijft de terugkeer van de otter een wankel succesverhaal dat elk moment abrupt kan eindigen op de Vlaamse wegen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten