Vleugellam of vogelvrij? Glenn blikt terug op de schokkende balans van achttien jaar aan vogelcijfers
Opinie: de pen van Glenn - foto's: Frank Vermeiren
Glenn is dé stem van natuurvereniging GroenRand.
Met zijn vlijmscherpe columns en een flinke dosis passie legt ik de vinger op de zere plek van het Vlaamse natuurbeleid.
Sinds 2026 staat de vereniging op scherp.
Geen enkel dossier passeert de revue zonder dat ik het kritisch tegen het licht houd.
Ik vertaal taaie politieke besluitvorming naar begrijpelijke verhalen over onze leefomgeving.
Vandaag brengt Statistiek Vlaanderen de Algemene Broedvogelindex uit, die de trend weergeeft van een selectie veelvoorkomende vogelsoorten sinds de start van het meetnet Algemene Broedvogels Vlaanderen in 2007.
Deze index berekent de procentuele wijziging ten opzichte van een referentiejaar en geeft gedetailleerde statistieken over de gezondheid van onze natuurlijke leefomgeving.
Sinds de start van het meetnet Algemene Broedvogels Vlaanderen (ABV) in 2007 schetsen de verzamelde data een gelaagd beeld van onze vogelpopulaties.
De indicator voor de 19 soorten 'generalisten' – een heterogene groep met onder andere de Ekster, Fazant, Groenling, Heggenmus, Houtduif, Koolmees, Pimpelmees, Staartmees, Vink, Winterkoning en Zwarte kraai – toont een matige toename van 11,36% (+8,44% en +14,37%) ten opzichte van het referentiejaar.
Met zijn vlijmscherpe columns en een flinke dosis passie legt ik de vinger op de zere plek van het Vlaamse natuurbeleid.
Sinds 2026 staat de vereniging op scherp.
Geen enkel dossier passeert de revue zonder dat ik het kritisch tegen het licht houd.
Ik vertaal taaie politieke besluitvorming naar begrijpelijke verhalen over onze leefomgeving.
Vandaag brengt Statistiek Vlaanderen de Algemene Broedvogelindex uit, die de trend weergeeft van een selectie veelvoorkomende vogelsoorten sinds de start van het meetnet Algemene Broedvogels Vlaanderen in 2007.
Deze index berekent de procentuele wijziging ten opzichte van een referentiejaar en geeft gedetailleerde statistieken over de gezondheid van onze natuurlijke leefomgeving.
Sinds de start van het meetnet Algemene Broedvogels Vlaanderen (ABV) in 2007 schetsen de verzamelde data een gelaagd beeld van onze vogelpopulaties.
De indicator voor de 19 soorten 'generalisten' – een heterogene groep met onder andere de Ekster, Fazant, Groenling, Heggenmus, Houtduif, Koolmees, Pimpelmees, Staartmees, Vink, Winterkoning en Zwarte kraai – toont een matige toename van 11,36% (+8,44% en +14,37%) ten opzichte van het referentiejaar.
Binnen deze groep zijn de Kauw, Grote bonte specht en Roodborst de sterkste stijgers terwijl de Merel, Zanglijster en Huismus de lijst van sterkste dalers aanvoeren.
Hoewel de Turkse tortel, Spreeuw en Heggenmus licht dalen, bereikte deze groep haar piek tussen 2008 en 2013 waarna een fluctuatie inzette die momenteel rond het niveau van 2007 stabiliseert.
Het is nog afwachten of de piek van tweeduizend vijfentwintig een definitief keerpunt is voor deze groep van vogels die zich goed kunnen aanpassen aan menselijke omgevingen zoals tuinen en parken.
De merel met zijn pikzwarte veren en feloranje snavel is samen met de zanglijster de meest vertrouwde zanger van de dageraad waarbij de zanglijster zijn strofes vaak herhaalt.
De koolmees heeft een opvallende gele borst met een zwarte stropdas terwijl de pimpelmees kleiner is en een prachtig blauw petje op zijn kop draagt.
De heggenmus scharrelt onopvallend over de grond en door de heg terwijl de houtduif met zijn witte nekvlekken en de Turkse tortel met zijn zwarte halsring vaste gasten zijn bij de mens.
De huismus leeft in sociale groepen bij de bebouwing en de vink laat zijn bekende vinkenslag horen vanuit elke boomgroep terwijl de winterkoning met zijn opgetrokken staartje verbazingwekkend hard zingt.
De spreeuw vertoont een prachtige paars-groene metaalglans op zijn veren en hij is een meester in het imiteren van andere geluiden waaronder die van menselijke apparaten of andere vogels.
De ekster de zwarte kraai en de kauw tonen een enorme intelligentie in hun gedrag en zij maken handig gebruik van de kansen die een veranderende omgeving hen biedt op het vlak van voedsel.
De fazant de groenling de roodborst en de staartmees maken de groep van de generalisten compleet waarbij zij elk op hun eigen manier profiteren van de diversiteit in ons landschap.
Uit de meest recente gegevens blijkt dat de soorten van het landbouwgebied in de weiden en akkers sinds tweeduizend en dertien significant zijn afgenomen ten opzichte van de toestand in het beginjaar.
Een minder gunstig beeld zien we bij de 15 vogelsoorten van weiden en akkers waaronder de Boerenzwaluw, Geelgors, Gele kwikstaart, Grasmus, Graspieper, Grutto, Kievit, Kneu, Patrijs, Ringmus, Roodborsttapuit, Scholekster, Torenvalk, Veldleeuwerik en Wulp.
Deze groep vertoont een matige afname van 26,1% (-30,5% en -21,4%) vergeleken met 2007 waarbij de daling na een schommelende periode tot 2021 opnieuw significant is ingezet.
In tweeduizend tweeëntwintig en de jaren daarna zakte de index voor deze specifieke groep nog verder weg tot een historisch dieptepunt van min zesentwintig procent in tweeduizend vijfentwintig.
De vogels van het landbouwgebied incasseren hiermee de zwaarste klappen door een combinatie van voedselgebrek door pesticidengebruik, het verlies van nestplaatsen en een te intensief mechanisch maaibeheer.
Deze negatieve trend bij landbouwvogels is al decennialang merkbaar en past in een bredere Europese context.
De veldleeuwerik is een onopvallende bruine vogel die bekend staat om zijn onvermoeibare zangvlucht hoog boven de velden maar hij vindt door de schaalvergroting steeds minder veilige nestplaatsen op de grond.
De kievit is onmiddellijk herkenbaar aan zijn zwart-witte verendek en zijn karakteristieke lange kuif terwijl hij zijn legsels vaak verloren ziet gaan door de steeds vroegere maaidata in het moderne voorjaar.
De patrijs is een gedrongen hoendervogel met een opvallend oranje gezicht en een hoefijzervormige vlek op de borst die nagenoeg verdwenen is uit gebieden waar beschutting zoals ruige overhoekjes ontbreekt.
De geelgors is een vogel waarvan het mannetje als een citroen in de heg schittert en hij is voor zijn overleving volledig afhankelijk van de aanwezigheid van dichte hagen en struwelen langs de akkers.
De gele kwikstaart heeft een citroengele borst en een nerveus wippende staart waarmee hij over de graslanden rent op zoek naar insecten die door het vee worden opgejaagd.
De boerenzwaluw heeft een diep gevorkte staart en een metaalblauwe glans en hij vindt door het verdwijnen van traditionele open stallen en modderpoelen steeds minder plekken voor zijn nest.
De scholekster wordt ook wel de bonte piet genoemd vanwege zijn feloranje snavel en zijn zwart-witte verenpak terwijl de torenvalk de bekende roofvogel is die biddend boven de bermen hangt op zoek naar muizen.
De kneu is een klein vinkje waarbij het mannetje in het voorjaar een prachtige karmozijnrode borst vertoont en hij nestelt bij voorkeur in doornige struiken zoals meidoorn en sleedoorn.
De ringmus is herkenbaar aan zijn chocoladebruine kruin en de zwarte vlek op zijn witte wang terwijl de grasmus zich verschuilt in dichte braamstruiken aan de rand van de velden.
De roodborsttapuit is een parmantig vogeltje dat vaak boven op een paaltje of een tak zit te tikken waarbij het mannetje een zwarte kop en een warm oranje borst heeft.
De trend van de broedvogels in de bossen laat een fluctuerend beeld zien in de periode tussen tweeduizend en zeven en tweeduizend en vijftien met de hoogste aantallen in tweeduizend en twaalf.
Nadien volgde een duidelijke daling tot en met tweeduizend eenentwintig waarna er in tweeduizend vierentwintig een voorzichtige heropleving was die zich echter voorlopig niet voortzet.
Ook de 25 soorten bosvogels zoals de Bonte vliegenvanger, Boomklever, Boomkruiper, Boompieper, Buizerd, Fitis, Gaai, Gekraagde roodstaart, Goudhaan, Groene specht, Groenling, Grote bonte specht, Grote lijster, Holenduif, Koekoek, Kuifmees, Matkop, Nachtegaal, Sperwer, Tjiftjaf, Tuinfluiter, Wielewaal, Zwarte mees, Zwarte specht en Zwartkop laten een matige afname zien.
Hun aantallen liggen in 2025 ruim 8,3% (-14,0% en -2,3%) lager dan in het referentiejaar waarbij vooral naaldhoutsoorten en Afrika-trekkers zoals de Wielewaal en Fitis het moeilijk hebben terwijl de Grote bonte specht en Buizerd juist goed gedijen.
De zwarte specht is de grootste specht van Europa met een volledig gitzwart verenpak en een rode kruin waarbij hij enorme ovale nesten hakt in oude vitale beuken en eiken.
De grote bonte specht is de meest algemene specht met een zwart-wit patroon en rode accenten op de onderbuik terwijl hij een bekende bezoeker is van de voedertafels in de winter.
De groene specht heeft een olijfgroen verenkleed en een lachende roep waarbij hij zijn voedsel vooral op de grond zoekt in de vorm van mieren die hij met zijn lange tong vangt.
De zwarte specht en de grote bonte specht vormen samen met de groene specht een belangrijke groep voor de gatenproductie in bomen waar vele andere soorten weer van profiteren voor hun eigen nestgelegenheid.
De boomklever is de enige vogel in onze regio die met de kop omlaag langs een boomstam kan lopen en hij metselt de opening van zijn nestkast op maat met modder.
De boomkruiper is een perfect gecamoufleerde bruine vogel die als een muisje spiraalsgewijs tegen de boomstammen omhoog klimt op zoek naar insecten tussen de schorsspleten.
De boompieper voert een karakteristieke zangvlucht uit boven de open plekken in het bos waarbij hij als een parachuutje naar benedenzweert terwijl hij zijn melodieuze lied fluit.
De buizerd is een brede zwever die vaak op paaltjes langs de weg zit en de behendige sperwer is een jager die met hoge snelheid tussen de takken door manoeuvreert op zoek naar prooi.
De goudhaan is het kleinste vogeltje van Europa met een gewicht van slechts vijf gram en hij draagt een opvallende felgele of oranje streep op zijn kruin.
De fitis en de tjiftjaf lijken uiterlijk sprekend op elkaar als groenachtige tweelingen maar hun zang is totaal verschillend waarbij de fitis een aflopend fluitje laat horen en de tjiftjaf zijn eigen naam roept.
De gaai is de waakzame politieagent van het bos met zijn blauwe vleugelveren en zijn schorre roep waarmee hij andere dieren waarschuwt voor naderend onraad of predatoren.
De gekraagde roodstaart is een sierlijke verschijning met een trillende roestrode staart en een wit voorhoofd bij het mannetje waarbij hij houdt van open bossen met veel oude bomen.
De wielewaal is een schuwe maar knalgele vogel die zich meestal hoog in de boomtoppen schuilhoudt en zijn aanwezigheid vooral verraadt door zijn tropisch klinkende fluitroep.
De nachtegaal is onopvallend bruin gekleurd maar hij is wereldberoemd om zijn complexe en krachtige zang die hij vaak tot diep in de nacht laat horen vanuit dichte struiken.
De koekoek staat bekend om het leggen van zijn eieren in de nesten van andere vogelsoorten waarbij de jonge koekoek de andere eieren of kuikens uit het nest werkt om alle zorg op te eisen.
De bonte vliegenvanger is een zwart-witte vogel die graag in nestkasten broedt terwijl de grote lijster zijn zang vanaf de hoogste boomtoppen laat horen met een melancholische toon.
De holenduif is een blauwgrijze duif zonder wit in de nek die vaak in oude spechtenholen broedt en de kuifmees is herkenbaar aan zijn zwart-witte kuifje en zijn rollende roep.
De matkop en de zwarte mees zijn typische bewoners van respectievelijk vochtige bossen en naaldbossen terwijl de tuinfluiter en de zwartkop hun zang laten horen vanuit het dichte loof.
Tot slot vertoont de index van de 21 lange-afstand-trekkers die na het broedseizoen naar Afrika migreren een opvallend verloop.
Deze groep bestaande uit de Blauwborst, Boerenzwaluw, Bonte vliegenvanger, Boompieper, Bosrietzanger, Fitis, Gekraagde roodstaart, Gele kwikstaart, Gierzwaluw, Grasmus, Grutto, Huiszwaluw, Kleine karekiet, Koekoek, Nachtegaal, Rietzanger, Spotvogel, Sprinkhaanzanger, Tjiftjaf, Tuinfluiter en Wielewaal kende tussen 2012 en 2018 een matige afname van 13,7%.
Vanaf tweeduizend zeventien is er sprake van een significante sterke afname bij deze groep trekkers maar in tweeduizend vierentwintig en tweeduizend vijfentwintig tonen de cijfers een onverwachte heropleving tot het niveau van 2007 waardoor de huidige status als stabiel wordt geïnterpreteerd met een afwijking van slechts -4,2% (-10,8% en +2,8%).
De gierzwaluw brengt bijna zijn hele leven in de lucht door waarbij hij zelfs vliegend slaapt en de blauwborst is herkenbaar aan zijn schitterende blauwe keelzak die hij toont in het riet.
De bosrietzanger de kleine karekiet de rietzanger de sprinkhaanzanger en de spotvogel zijn meesters van de zang in het riet en de struiken die elk jaar de gevaarlijke tocht over de Sahara maken.
De onverklaarde terugkeer van deze trekkers tot het niveau van tweeduizend en zeven is een raadsel voor de wetenschap maar het onderstreept de noodzaak van een robuust en aaneengesloten natuurnetwerk.
De precieze oorzaken voor deze uiteenlopende trends variërend van lokale factoren in Vlaanderen tot uitdagingen tijdens de trek zullen gedetailleerd worden toegelicht in de nieuwe vogelatlas die eind 2026 verschijnt.
Natuurvereniging GroenRand stelt dat deze achteruitgang enkel gestopt kan worden door een fundamentele herinrichting van het buitengebied en het herstel van robuuste natuurverbindingen.
GroenRand geeft het noodzakelijke maatschappelijke draagvlak voor grootschalige herstelacties door burgers en lokale beleidsmakers te sensibiliseren over de ernst van deze ecologische crisis.
Zij fungeren als een kritische stem die pleit voor ecologische ontsnippering waarbij natuurgebieden met elkaar verbonden worden via veilige corridors zodat vogels niet op geïsoleerde eilandjes hoeven te overleven.
Dankzij dit door GroenRand gecreëerde draagvlak kan het Regionaal Landschap De Voorkempen concrete acties op het terrein ondernemen zoals het herstel van poelen en het aanplanten van duizenden meters nieuw groen.
Het Regionaal Landschap De Voorkempen zet specifiek in op de versterking van de blauw-groene dooradering van het landschap en ondersteunt landbouwers technisch bij het aanleggen van bloemrijke akkerranden.
Zij bieden expertise bij de aanplant van hagen, houtkanten en knotwilgenrijen die noodzakelijke paden vormen voor de lokale fauna en zorgen voor de levering van streekeigen plantgoed aan particulieren.
GroenRand roept iedereen dan ook op om op 1 april in Malle een flink ‘Bijtandje Houtkantje’ bij te steken.
Met deze ludieke maar broodnodige campagne zet de vereniging in op het herstel van onze houtkanten in hun oorspronkelijke staat.
Een ‘mannetje met een gebit van struiken’ dient als mascotte om de gaten in het landschap letterlijk weer op te vullen.
Malle geeft hierbij alvast het goede voorbeeld met de geplande aanplant van maar liefst 1,6 kilometer aan hagen en heggen.
GroenRand en het Regionaal Landschap De Voorkempen blijven daarom hameren op het belang van ontsnippering en het herstel van kleine landschapselementen om de biodiversiteit veilig te stellen.
Alleen door natuur en landbouw hand in hand te laten gaan kan de Vlaamse vogelpopulatie op lange termijn herstellen van de zware klappen die zij de afgelopen decennia heeft moeten incasseren door toedoen van menselijke activiteiten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten