GroenRand over de otter en natuurherstel: tussen Europese hoop en de Vlaamse realiteit in de praktijk
Bij natuurvereniging GroenRand is Glenn de drijvende kracht die de natuur een ongezouten stem geeft.
Met een pen die met chirurgische precisie de zwakke punten blootlegt, ontleedt hij het Vlaamse natuurbeleid tot op het bot.
Sinds begin 2026 heeft de vereniging officieel een tandje bijgeschakeld en functioneert ze in een verhoogde staat van paraatheid, maar in de kern draait het om een ontembare passie.
Als waakzame behoeder laat Glenn geen enkel dossier meer passeren zonder het vlijmscherp tegen het licht te houden.
Hij laat de fluwelen handschoen steevast in de kast liggen en vervangt gortdroge verslagen door bezielde opiniestukken die de politieke status quo in de Voorkempen flink opschudden.
Met zijn pen als kompas gidst hij de lezer door de complexe wereld van natuurbeleid en biodiversiteit.
Hij schrijft niet zomaar teksten, maar houdt een vurig pleidooi voor onze leefomgeving, waarbij hij met een gezonde dosis verontwaardiging en een tikkeltje humor de vinger op de zere plek legt.
Of het nu gaat over de versnippering van onze bossen of het gebrek aan lef rond de Antitankgracht, Glenn benoemt het en zet de boel op scherp om de politiek op haar verantwoordelijkheden te wijzen.
Zijn kracht ligt in het vertalen van taaie politieke materie naar verhalen die iedereen begrijpt.
Zo vraagt hij zich in zijn columns hardop af of een minister zich als een gladde paling door het debat glipt wanneer de doelen voor schoon water niet worden gehaald.
Voor Glenn is de otter niet zomaar een dier, maar een cruciale ambassadeur: als de omgeving niet goed genoeg is voor deze waterbewoner, vertelt dat alles over de kwetsbare staat van onze eigen leefomgeving.
Hij maakt van de Antitankgracht zo geen stoffig monument, maar een vitale blauwe draad die noodzakelijk is om natuurgebieden te verbinden en uitsterven te voorkomen.
Kortom: Glenn combineert dossierkennis met een warm hart en een vlijmscherpe blik om over ons kostbare groen te waken.
Terugblik op een inspirerende Europese Otter Conferentie
Met maar liefst 270 deelnemers kijken we terug op een bijzonder geslaagde Europese Otterconferentie, georganiseerd door de partners van het Interregproject Otter over de grens, onder leiding van WWF België.
Experts uit binnen- en buitenland belichtten onder andere de verspreiding van de Europese otter en de internationale stand van zaken, hoe samenleven met otters niet in alle landen eenvoudig is, ecotoxicologie en de otter als indicator voor milieugezondheid.
Tijdens breakout sessies werd ingegaan op de aanwezigheid van otters in België, Frankrijk en zelfs stedelijke omgevingen.
Andere breakouts legden de focus op natuureducatie, otterveilige visfuiken en het belang van een goede connectiviteit van habitats.
Eén van de meest spannende topics was het debat over de noodzaak voor herintroductie van de otter, waarbij het vooral over de haalbaarheid in Vlaanderen ging.
Op dit moment is een herintroductie in Vlaanderen echter niet aan te raden, aangezien cruciale voorwaarden zoals waterkwaliteit en ontsnippering van wegen nog lang niet vervuld zijn.
Nederland loopt op het vlak van natuurverbindingen decennia voor op Vlaanderen door een systematische aanpak die al eind jaren '80 begon met het Meerjarenprogramma Ontsnippering (MJPO).
In Nederland zijn inmiddels vrijwel alle 252 grote knelpunten in het hoofdwegennet opgelost, wat resulteert in ruim 600 grote faunapassages.
Vlaanderen startte pas in 2020 met het Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering (VAPEO) en telt momenteel slechts 10 volwaardige ecoducten.
Hoewel Vlaanderen met 5 km weg per km² een van de hoogste wegdichtheden ter wereld kent, blijft de realisatie van nieuwe verbindingen ver achter bij de Nederlandse buren.
Onder minister van Omgeving Jo Brouns is de bezorgdheid over deze achterstand enorm gegroeid binnen de natuursector
Waar de vorige legislatuur nog kon rekenen op circa 50 miljoen euro aan Europese relancemiddelen en subsidies, is de financiering voor ontsnippering nu nagenoeg opgedroogd.
Voor 2025 is er slechts een schamele 1 miljoen euro uitgetrokken voor het VAPEO-programma.
Er zijn bovendien sterke signalen dat er tot 2031 geen substantieel nieuw budget voor ontsnippering meer zal worden voorzien in de begroting.
Natuurorganisatie GroenRand voert hiertegen een zeer actieve lobby en heeft via volksvertegenwoordigers in het parlement kritische vragen gesteld over deze dreigende "ontsnipperingsstop".
De politieke impasse is momenteel groot: minister Brouns weigert de lijst met de 15 meest prioritaire knelpunten formeel te valideren zolang er geen budgettaire dekking is.
Hierdoor staan nieuwe projecten 'on hold' en dreigt het Vlaamse VAPEO-programma stil te vallen nog voordat de grootste barrières voor wild zijn weggenomen.
Maatregelen worden nu noodgedwongen versnipperd over andere plannen zoals de Blue Deal, zonder dat er een eenduidig en gefinancierd klimaatadaptatieplan tegenover staat.
Terwijl Nederland zijn netwerk al nagenoeg heeft voltooid, kijkt de Vlaamse otter nog steeds tegen onoverbrugbare asfaltbarrières aan.
Op vrijdag trokken de deelnemers van de conferentie met een gids door de polders van Kruibeke, een Sigmaplangebied in Nationaal Park Scheldevallei waar al otter is waargenomen.
Ondanks de overvloedige regen bleef het enthousiasme bij de partners van het Interregproject groot.
Samen, over grenzen heen, kunnen we het verschil voor de otter maken, klonk het als een krachtig slotwoord.
Iedereen werd echter meteen met beide voeten op de grond gezet.
De kans dat we effectief een otter gaan zien tijdens zo'n wandeling, is ongeveer 0,1 procent.
Je hebt veel meer kans om bijvoorbeeld een bever te spotten.
De otter is immers een schichtig, solitair nachtdier dat zich bijzonder moeilijk laat zien.
Overdag slaapt hij op plekken waar hij zich kan verbergen en veilig voelt, 's nachts gaat hij jagen op vis.
Toch weten we, dankzij wildcamera's, dat de otter in Vlaanderen aanwezig is, nadat de laatste exemplaren hier eind jaren 80 helemaal verdwenen waren.
Heel lang geleden had je otters in heel België; je vond ze tot de jaren 60 of 70 zowat overal waar er water was, van rivieren tot wetlands.
Maar dan begon het achteruit te gaan door de jacht, de versnippering en verdwijning van leefgebied en door de vervuiling van het water met zware metalen en pcb's.
Otters leken helemaal verdwenen uit Vlaanderen, tot er in 2012 weer eentje werd gespot; sindsdien duikt er af en toe opnieuw een op.
Dat zorgde voor heel wat ophef, niet alleen omdat het dier zo zeldzaam is, maar ook omdat het aantoont dat het natuurlijke leefgebied weer gezond genoeg is.
In Kasterlee is al een otter gespot, in het Molsbroek in Lokeren of in de Durmevallei, en natuurlijk hier in de Kruibeekse Polders.
Langs de Schelde-oever in Kruibeke is dankzij het Sigmaplan overstromingsgebied gecreëerd en is de oorspronkelijke natuur geherwaardeerd.
" Er is hier ongeveer 90 kilogram vis per hectare water te vinden", vertelt Hans De Schryver, projectleider bij het Agentschap Natuur en Bos (ANB) en gids tijdens de wandeling.
"Belangrijk, want een van de belangrijkste factoren voor een terugkeer van het dier is het vinden van voldoende voedsel."
Er is dus opnieuw een beetje beterschap en hoop bij otterfans, maar er zijn nog veel te weinig dieren om van een stabiele populatie te kunnen spreken.
Voor een duurzame populatie zijn zeker 250 dieren nodig, terwijl schattingen het over slechts een vijftiental dieren hebben in heel België.
Het echte aantal is heel moeilijk te bepalen; ik hou het liever op 'minder dan 50', aangezien we in Vlaanderen nog geen bewijs van voortplanting hebben.
De dieren hebben ook een uitgebreid territorium nodig dat 1.000 tot 1.500 hectare kan beslaan.
De Vlaamse otters komen wellicht uit Nederland afgezakt, waar herintroductie in de Weerribben-Wieden met succes is uitgevoerd.
DNA-onderzoek toonde aan dat alvast 1 Vlaamse otter gelinkt is aan otters in de Flevopolder.
Wanneer de jongen opgroeien en de moeder hen uiteindelijk wegjaagt, gaan ze zoeken naar eigen gebied; de aanzet is er dus.
De vraag is wat er moet gebeuren om de otter hier opnieuw vaste voet aan de grond te laten vinden.
Naast voedsel gaat het om voldoende ruimte, rust en veilige oversteekplaatsen.
Het dier moet voldoende dekking en schuilplaatsen vinden in de buurt van het water, zoals in rietkragen of in struiken en bosjes.
Otters zijn zogenoemde semi-aquatische dieren: ze leven afwisselend op het land en in het water.
Ze maken ook grote verplaatsingen over land, en daar gaat het nog vaak fout omdat ze kunnen worden aangereden.
Het aanpakken van 'zwarte punten' kan helpen; de overheid kan dus zeker een rol opnemen in natuurbeheer, en al zeker als het gaat over het leefgebied.
Het is ook belangrijk om de leefgebieden die er zijn zoveel mogelijk weer te laten aaneensluiten.
"Eerst komt de bever, dan de otter", legt Céline De Caluwé van WWF uit bij een waterrijk gebied.
"De bever heeft als eco-architect een positieve impact; hij knaagt bomen omver die paaiplaatsen voor vissen vormen."
"Kleine visjes voelen er zich veilig voor roofvissen en daar waar vis terugkomt, kan ook de otter terugkomen."
De kans dat we naar een populatie gaan is er zeker, maar als je rekent op otters uit Nederland, dan zal dat heel traag gebeuren.
Otters worden ook maar 6 tot 8 jaar oud, maar toch, eens er voortplanting is, zou het plots sneller kunnen gaan.
Vlaams Natuurherstelplan onder de loep
De integrale analyse van de visie en strategie van Minister Jo Brouns
De toekomst van de Vlaamse natuur bevindt zich momenteel op een cruciaal historisch kruispunt waarbij de minister een strategie hanteert die zowel nuanceert als investeert.
Naar aanleiding van de recente habitatrapportering van het INBO stelt de minister dat de resultaten hem niet hebben verrast omdat ze in de lijn van de verwachtingen liggen.
Enerzijds ziet hij in deze cijfers de bevestiging van resultaten van projecten zoals het Sigmaplan en de specifieke inrichting voor de boomkikker.
Anderzijds wijst de minister op de terugkeer van de fint en de otter als een direct gevolg van de verbeterde waterkwaliteit en de herstelde structuur van onze waterlopen.
Ook het ecologisch bosbeheer wordt door Brouns aangehaald als een succesverhaal waarin Vlaanderen een absolute voorloper is binnen Europa.
Dat er zich nog steeds veertig Europese habitats in een ongunstige staat bevinden tempert de tevredenheid, maar de minister past voor doemdenken.
Hij legt uit dat de 'one out, all out'-regel betekent dat één slecht criterium al automatisch leidt tot een negatieve eindbeoordeling voor de hele habitat.
Vier criteria moeten gunstig zijn: oppervlakte, verspreidingsgebied, specifieke structuur en functies, en de toekomstverwachtingen.
Voor veel habitats is er volgens de minister wel vooruitgang geboekt op criteria, maar dit wordt door de rekenmethode niet direct zichtbaar.
Het is belangrijk om meer inzicht te krijgen in de evolutie van die verschillende criteria voor die veertig habitats om de feitelijke vooruitgang te zien.
De vaststellingen van het INBO-rapport zullen integraal worden meegenomen in de opmaak van het Vlaamse natuurherstelplan.
De Natuurherstelverordening vraagt immers om te werken met alle beschikbare wetenschappelijke inzichten voor het nationale plan.
Brouns benadrukt echter dat deze verordening vooral de eerder gemaakte keuzes van het Vlaamse beleid bevestigt en verder versterkt.
Bij de opmaak wordt aandacht besteed aan het herstel van kwaliteit en kwantiteit maar ook aan de broodnodige verbondenheid van habitats.
Sinds de zomer van 2024 is er reeds 7131 hectare onder natuurbeheer gebracht verdeeld over 121 plannen.
Er zijn aanzienlijke subsidies verleend voor de aankoop van gronden met 710 hectare in 2024 en 532 hectare gepland voor 2025.
Projectsubsidies natuur ondersteunen herstelmaatregelen waarbij voor 2024 al 41 dossiers zijn goedgekeurd voor 563 hectare hersteloppervlakte.
Voor het jaar 2025 gaat het momenteel om 23 dossiers voor een totale oppervlakte van 712 hectare aan effectieve maatregelen.
Er is een gezamenlijke Uniedoelstelling om tegen 2030 op Europees niveau 20 procent van de oppervlakte onder herstelmaatregelen te brengen.
Een analyse van het ANB wijst uit dat de Europese oppervlaktedoelstelling van 30 procent herstel hiermee gehaald kan worden door Vlaanderen.
Voor het stikstofbeleid is er in de periode 2025-2030 een provisioneel budget van 747 miljoen euro vastgelegd.
Respectievelijk 118 en 153 miljoen euro worden in 2026 en 2027 uitgetrokken voor dit transitiefonds.
De minister benadrukt dat deze investeringen essentieel zijn voor het wegwerken van de gecumuleerde overmaat aan stikstof.
Tegelijkertijd wordt via de Blue Deal nog eens 100 miljoen euro extra geïnvesteerd voor Sigma en de Leie.
Wat bos betreft werkt de overheid via bosomvorming omdat dit ecologisch gezien sneller resultaat oplevert.
Brouns wil de private boseigenaar mee aan boord nemen door nieuwe stimulerende maatregelen te ontwikkelen.
In het landbouwgebied gelooft de minister meer in een participatieve aanpak via ecoregelingen dan in verbodsbepalingen.
GroenRand uit echter scherpe kritiek en spreekt van een grote teleurstelling over het stopzetten van gerichte ontsnipperingsbudgetten
"Mooie woorden", reageert GroenRand, "maar de politieke impasse over ontsnippering zegt iets heel anders."
"Minister Brouns weigert de lijst met de 15 meest prioritaire knelpunten te valideren bij gebrek aan budget."
"De focus op enkel kerngebieden staat de noodzakelijke verbinding volledig in de weg", aldus de vereniging.
"Zonder robuuste verbindingen zal de natuur simpelweg verstikken op kleine eilanden."
Minister Brouns reageert dat projecten voor wilde bestuivers en groen-blauwe dooradering op het terrein bewijzen dat er wél actie is.
Tegen september 2026 moet het Belgische ontwerpplan voor natuurherstel bij de Europese Commissie liggen inclusief een socio-economische impactanalyse.
Brouns laat onderzoeken of de vergunningsplicht voor vegetatiewijzigingen kan worden afgestemd op nieuwe vrijstellingen.
Een projectwerkgroep zal in 2026 een helder overzicht van alle relevante bepalingen voor hydrologisch herstel uitwerken.
De code van goede natuurpraktijk wordt vereenvoudigd om te vermijden dat vergunningverlening een rem vormt op de Blue Deal.
Tegen illegale vernietiging van houtachtige gewassen wordt gewerkt aan een strategie met verschilkaarten.
Begin 2027 zouden gebiedscoalities aan de slag moeten zijn waarbij waterzekerheidsdoelen als leidraad dienen.
Uiteindelijk zal de balans tussen de budgetten van de minister en de kritiek op de versnippering bepalen of de natuur echt herstelt.
Met deze integrale aanpak hoopt Brouns de Europese deadlines te halen en een werkbaar kader te bieden voor natuur en landbouw.
GroenRand besluit echter strijdvaardig: "Een kader is niet werkbaar als het onze meest iconische soorten de weg verspert."
Geen opmerkingen:
Een reactie posten