"Et alors?”: Wouter Patho en Gie Campo bekroond op inspirerende natuuravond in Malle
Houtige kleine landschapselementen (KLE’s) komen voor in vele verschijningsvormen.
Bomenrijen, houtkanten en hagen (in het Engels gebruikte termen: ‘tree rows’, ‘hedgerows’, ‘hedges’…) zijn termen die vaak als synoniemen worden gebruikt.
Het zijn dan ook allemaal lineaire aanplanten van houtige vegetatie die sterk op elkaar kunnen gelijken.
Hun naamgeving wordt vaak niet consistent gebruikt in publicaties, want deze is onderhevig aan verschillen in taal en tradities.
Houtkanten, hagen, bomenrijen en solitaire bomen – ook wel houtige kleine landschapselementen (KLE’s) genoemd – sieren al eeuwenlang het Vlaamse landschap.
Het gebruik van houtkanten in Vlaanderen (en in andere landbouwregio’s in West-Europa) gaat vér terug in de tijd, historisch pollenonderzoek leidt ons tot in de prehistorie.
KLE’s hadden vroeger tal van functies.
Ze omheinden akkers en weilanden waarbij ze dienden als eigendomsgrens, windscherm, doornige veekering of waar ze beschutting boden voor het vee.
Ze hielpen weilanden draineren en leverden allerlei producten zoals brandhout, geriefhout, vruchten en eetbare planten.
In het midden van de 15e eeuw werden houtkanten en bomenrijen aangeplant rond percelen en langs wegen omwille van de nood aan brandstof na de uitputting van de turfvoorraden.
Houtkanten in hakhout hielden stuifzand vast rond akkers in de stuifduinen, en bij de ontginning van de ‘woeste gronden’ werd het water afgevoerd via grachten en houtkanten.
Op de Ferrariskaarten, opgemaakt in de periode tussen 1771 en 1778, staan dan ook heel wat KLE’s in het Voorkempens landschap.
Vlaanderen was in de achttiende eeuw nog één groene zone met weinig bebouwing.
De landschappen krioelden van bomenrijen, grote of kleine bosjes, hagen en houtkanten langs wegen, percelen of erven.
Ze pasten in de manier waarop de mens met zijn omgeving omging.
Vandaag staat al dat levend erfgoed weer volop in de belangstelling.
We hebben het hard nodig voor een meer duurzame inrichting van onze leefomgeving, om de biodiversiteits- en de klimaatcrisis aan het pakken en om de landschapskwaliteit te verhogen.
Ook Onroerend Erfgoed draagt bij tot deze landschapszorg, die door velen gedragen wordt.
Door na te gaan waar bosuitbreiding of heraanplant van hagen, houtkanten en bomenrijen cultuurhistorisch wenselijk of het best op zijn plaats is, creëren we kansen om aan landschapsherstel te doen.
De oorzaken van deze achteruitgang in de Voorkempen (en in de rest van Vlaanderen) zijn velerlei.
Onze KLE’s zijn aan ‘populariteit’ verloren door het verdwijnen van hun ‘traditionele’ functies.
Houtoogst werd minder belangrijk voor de landbouwer en particulier, veekeringen werden vervangen door prikkeldraad, en weilanden werden gedraineerd via het plaatsen van drainagebuizen, zonder dat er nog bomen aan te pas kwamen.
Door de verdere mechanisering van de landbouw, waarbij het meeste werk kon gebeuren met machines en mankracht niet meer de beperkende factor was, kon een groter aandeel grond bewerkt worden en moesten niet-productieve elementen zoals KLE’s dus wijken.
KLE’s hebben bovendien sterk te lijden gehad onder de ruilverkavelingen in de jaren ’70, waarbij kleinere percelen opgingen in grotere en de perceelsgrenzen met bomen en struiken verwijderd werden.
Ook de verstedelijking in Vlaanderen eist steeds meer landbouwgebied op, waarbij o.a. ook KLE’s sneuvelen.
In heel wat studies is aangetoond dat KLE’s de landschappelijke biodiversiteit ondersteunen en versterken, ook als ze maar een klein deel van het landschap innemen.
Het grote belang van een beperkt aantal bomen in een landschap op vlak van biodiversiteit wordt ook wel de "keystone tree-hypothese" genoemd, die intussen voor heel wat soortengroepen werd aangetoond: landbouwlandschappen mét bomen ondersteunen de biodiversiteit in veel hogere mate dan landbouwlandschappen zonder bomen.
De abundantie van plantensoorten, geleedpotigen en vertebraten is er 60% tot wel 430% hoger, en de totale soortenrijkdom 50% tot wel 100% (Prevedello et al. 2017).
KLE’s worden dan ook erkend als belangrijke habitats én refugia voor planten en dieren.
Ook uit onderzoek gevoerd in de provincie Antwerpen blijkt de belangrijke rol van KLE’s op vlak van plantenbiodiversiteit.
Bijna de helft (45%) van de plantensoorten in het buitengebied komt voor in het netwerk van KLE’s, hoewel dit netwerk slechts 1% van de landoppervlakte beslaat.
In de kruidlaag van KLE’s vinden we veel algemene soorten (zogenaamde generalisten), maar ook enkele specialistische soorten komen ervoor.
Zowel lichtminnende soorten als meer schaduwtolerante soorten vinden er een habitat.
Op woensdagavond 1 april 2026 vormde de Heemkundige Kring van Malle het decor voor een academische en tegelijkertijd zeer inspirerende bijeenkomst, waar een talrijk publiek van natuur- en erfgoedliefhebbers samenkwam voor de lezing 'Sporen van vroeger, kansen voor morgen'.
Tijdens deze avond gaf Domien Van Dijck, landschapsmedewerker bij Regionaal Landschap de Voorkempen, een indringend inzicht in de cruciale rol van ons historisch landschap.
Hij legde haarfijn uit hoe traditionele elementen, zoals hagen en houtkanten, niet louter relikwieën uit het verleden zijn, maar de fundamentele basis vormen voor een weerbaar en klimaatbestendig ecosysteem.
Hij wees erop dat deze elementen essentieel zijn om de effecten van de klimaatcrisis op te vangen door hun koelende werking en waterregulerende functies.
Deze kleine landschapselementen fungeren immers als natuurlijke buffers tegen de gevolgen van klimaatverandering en spelen een vitale rol bij het herstel van de lokale biodiversiteit.
De wortels van deze struiken en bomen zorgen bovendien voor een betere bodemstructuur en voorkomen erosie bij hevige regenval.
Deze visie sluit naadloos aan bij de strategische ambities van natuurvereniging GroenRand, die tijdens de bijeenkomst haar langetermijnvisie voor de regio presenteerde.
Voorzitter Pieter Haagdorens lichtte toe hoe de vereniging ernaar streeft om de Antitankgracht te transformeren tot de centrale groene ruggengraat van de Voorkempen.
De Antitankgracht moet een ononderbroken natuurlint worden dat zich als een groene long door het landschap slingert.
Door middel van een fijnmazig netwerk van houtkanten en veilige faunapassages wil GroenRand versnipperde bosfragmenten en beekvalleien met elkaar verbinden tot één doorlopende dierenautostrade.
Om deze ambitie kracht bij te zetten, heeft de vereniging een formeel schrijven gericht aan elf gemeenten binnen de regio — Zoersel, Malle, Schilde, Brecht, Ranst, Brasschaat, Schoten, Kapellen, Stabroek, Kalmthout en Wuustwezel.
In dit schrijven werden de gemeentebesturen uitgenodigd om actief deel te nemen aan de subsidieoproep van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) binnen het ambitieuze Vlaamse Houtkantenplan.
Het Houtkantenplan van de VLM is specifiek in het leven geroepen om de aanplant, het herstel en het duurzaam beheer van houtkanten in heel Vlaanderen te stimuleren via gerichte financiële injecties.
De Vlaamse Landmaatschappij erkent dat lokale besturen de sleutel in handen hebben om op het terrein echt een verschil te maken voor de open ruimte.
Het doel van GroenRand is de realisatie van 100 kilometer aan nieuwe groene linten, die als essentiële levensaders dienen voor het voortbestaan en de migratie van talloze diersoorten.
Pieter benadrukte dat deze subsidies een unieke kans bieden voor gemeenten om hun eigen klimaatdoelstellingen sneller te behalen met externe steun.
Als erkenning voor bewezen beleidsmatige inzet werd schepen van Milieu Wouter Patho geëerd met een Groene Duim.
Onder zijn impuls werd in Malle via een LEADER-project reeds 1,6 kilometer aan nieuw groen gerealiseerd.
LEADER-projecten zijn lokale ontwikkelingsstrategieën die door Europa en Vlaanderen worden gesteund om het platteland op een innovatieve manier te versterken.
In Malle vormde dit project de eerste concrete stap richting de ambitieuze gemeentelijke doelstelling van 8 kilometer haag en de aanplant van 16.000 bomen tegen 2030.
De schepen gaf aan dat de medewerking van landbouwers en privé-eigenaars cruciaal was voor het welslagen van dit eerste traject.
Naast deze beleidsmatige fundamenten was er ook aandacht voor de culturele verankering van het project.
Een tweede Groene Duim werd uitgereikt aan cartoonist Gie Campo, beter bekend als Gier, voor zijn decennialange inzet en zijn artistieke bijdrage aan het project Bijtandje-Houtkantje.
Gier, die het iconische logo ontwierp waarbij tanden symbolisch zijn vervangen door groen, bracht zijn visie op ludieke wijze tot leven als een levende cartoon.
Hij legde uit dat kunst en humor drempels kunnen verlagen om mensen te betrekken bij ecologische thema's.
Met zijn kenmerkende houtkanter-hoed en de gevatte uitspraak "Et alors?" benadrukte hij dat de noodzakelijke strijd voor natuurherstel ook gepaard mag gaan met optimisme en een relativerende lach.
Door de figuur van de 'Houtkanter' te introduceren, gaf hij het landschapsbeheer een menselijk en sympathiek gezicht.
De avond werd in een sfeer van gedeelde gedrevenheid en constructieve dialoog afgesloten met de overhandiging van een pakket Westmalle Trappist aan de laureaten.
Deze lokale verankering met het streekproduct onderstreepte de band tussen de natuurlijke omgeving en de cultuur van de Voorkempen.
De Trappist vormde het startschot voor een hechtere en ecologisch verbonden toekomst voor de gehele regio.
Nadien konden de aanwezigen nog genieten van een informele receptie waar nog vele plannen werden gesmeed voor toekomstige aanplantingen.
Met dit artikel hopen we dat nog meer burgers en beleidsmakers de weg vinden naar de houtkant, de stille held van ons landschap.
Samen kunnen we van de Voorkempen een voorbeeldregio maken voor een groen en leefbaar Vlaanderen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten