vrijdag 3 april 2026

GroenRand en de boomkikker in de Voorkempen: een visie op herstel en leefgebied.

GroenRand en de boomkikker in de Voorkempen: een inspirerende visie op herstel en leefgebied


Foto's: Wim Verschraegen

De boomkikker, wetenschappelijk bekend als Hyla arborea, komt momenteel niet op grote schaal voor in de Voorkempen, de regio ten noordoosten van de stad Antwerpen en het werkingsgebied van GroenRand.
Met zijn frisgroene kleur en bijzondere tenen met zuignappen lijkt deze amfibie wel weggelopen uit één of ander tropisch regenwoud.
Deze kameleon onder de kikkers is helaas ernstig bedreigd en hij komt nog maar op een paar plekken in Vlaanderen voor.
Hoewel de soort in heel Vlaanderen flink aan terrein wint, blijven de populaties in de provincie Antwerpen erg plaatselijk en beperkt.
Dat de boomkikker hier, en vooral in de Voorkempen, achterblijft bij de opmars in de rest van Vlaanderen, komt door verschillende fundamentele oorzaken zoals de geschiedenis van de soort, de strenge habitateisen en de versnippering van het landschap.
Een eerste belangrijke reden is de historische afwezigheid van de soort in dit gebied aangezien de boomkikker rond de vorige eeuwwisseling in heel Vlaanderen nagenoeg was uitgestorven op enkele kleine restpopulaties in Limburg en aan de kust na.
In de provincie Antwerpen was de soort destijds zelfs volledig verdwenen uit het natuurlijke landschap.

De huidige populatie die we nu kennen in de Vallei van het Merkske nabij Merksplas en Hoogstraten is pas in het jaar 2009 ontstaan door een heel specifiek herintroductieproject.
Omdat deze populatie ecologisch gezien nog relatief jong is heeft de soort simpelweg de tijd nog niet gehad om op een natuurlijke wijze de hele provincie en de aangrenzende Voorkempen te koloniseren.
In de ruime regio rond de Voorkempen en de provincie Antwerpen is de Vallei van het Merkske, op de grens met Nederland, een van de weinige plekken waar de boomkikker zich echt heeft gevestigd in een idyllisch kleinschalig landschap met poelen en braamstruwelen.
Wim Verschaegen is een natuurfotograaf voor de organisatie GroenRand en hij heeft in de Vallei van het Merkske prachtige beelden gemaakt die de unieke schoonheid van dit dier laten zien.
De boomkikker is bovendien een echte specialist en wordt door biologen beschouwd als een gidssoort wat betekent dat hij alleen voorkomt in natuurgebieden van absolute topkwaliteit.


De larven van de boomkikker zijn uiterst kwetsbaar voor predatie door vissen aangezien één enkele vis zoals een uitgezette karper of een zonnebaars een volledige generatie kikkervisjes kan opeten.
Daarom zijn visvrije poelen een absolute noodzaak voor de voortplanting van deze zeldzame amfibie.
Daarnaast heeft de boomkikker nood aan ondiepe en zonbeschenen poelen met veel waterplanten die direct grenzen aan dichte braamstruwelen.
De zon moet het water maximaal kunnen opwarmen zodat de larven zich snel kunnen ontwikkelen tot kleine kikkertjes.
De soort is bovendien zeer gevoelig voor vermesting door de landbouw en voor de gevolgen van verdroging van de bodem.
Veel poelen in de zandgronden van de Voorkempen voldoen momenteel niet aan al deze specifieke eisen tegelijkertijd.
De derde grote hindernis is de enorme versnippering van ons landschap en de aanwezigheid van barrières zoals wegen en bebouwing.


Boomkikkers zijn honkvast en ze leggen zelden grote afstanden af door een gebied dat ongeschikt voor hen is.
De Voorkempen is landschappelijk sterk versnipperd door infrastructuur zoals de snelweg E19 en de dichte bebouwing rondom Antwerpen die dodelijke barrières vormen voor migrerende kikkers.
Om van de bronpopulatie in het Merkske naar gemeenten als Schoten of Brasschaat te geraken zijn er elke 500 meter geschikte stapstenen nodig in de vorm van kwalitatieve poelen en struwelen.
In het tussenliggende landbouwgebied ontbreken deze verbindingen vaak volledig waardoor populaties geïsoleerd raken.
Ook de concurrentie door invasieve exoten zoals de Amerikaanse stierkikker speelt de soort parten in de provincie Antwerpen aangezien deze exoot veel groter en agressiever is en de kleine boomkikker simpelweg opeet.


Natuurorganisatie GroenRand benadrukt dat het creëren en herstellen van dit specifieke habitat in de Voorkempen van cruciaal belang is om de zeldzame boomkikker een duurzame toekomst te bieden.
Om dit leefgebied optimaal in te richten is het essentieel om een zonnig netwerk van water en land te bouwen waarbij poelen en struwelen naadloos op elkaar aansluiten.
De voortplantingspoelen moeten op een onbeschaduwde plek liggen waarbij de zuidkant vrij blijft van bomen zodat het water maximaal door de zon wordt opgewarmd.


Deze poelen dienen visvrij te zijn en moeten idealiter in de nazomer af en toe droogvallen om de predatie van eitjes en larven te voorkomen.
Regelmatig leggen natuurorganisaties zulke poelen droog om het vervuilde water af te voeren en roofzuchtige vissen handmatig te verwijderen.
Daarnaast is een goede waterkwaliteit vrij van meststoffen of pesticiden een absolute voorwaarde voor succes bij de voortplanting.
Direct rondom het water is de aanwezigheid van structuurrijke landbiotopen cruciaal zoals braamstruwelen of vlier en hondsroos of meidoornhagen waar de kikkers overdag op de grote bladeren kunnen zonnen en schuilen. 
Bij GroenRand kijken we met een ambitieuze blik naar 2026, het jaar waarin we ons tienjarig bestaan vieren met het project Greenconnect.
Onze missie is helder en we willen de versnipperde natuur in de Voorkempen weer aan elkaar rijgen.

Het paradepaardje van dit plan is de campagne ‘Bijtandje-houtkantje’.


We streven naar kilometers aan nieuwe houtkanten omdat deze lijnvormige landschapselementen de broodnodige ecologische snelwegen vormen tussen onze natuurgebieden.
Zonder die verbindingen blijven planten en dieren gevangen op groene eilandjes en dat bedreigt hun voortbestaan op lange termijn.


Een soort die symbool staat voor deze strijd is de boomkikker.
Dit prachtige diertje is de ultieme graadmeter voor een gezond landschap.
Hoewel hij voor de voortplanting poelen nodig heeft, is hij voor de rest van zijn leven volledig afhankelijk van houtkanten.
Hij gebruikt de zonbeschenen braamstruiken en struwelen als veilige schuilplaats en zonnebank.
Belangrijker nog is dat houtkanten voor de boomkikker cruciaal zijn om van de ene poel naar de andere te trekken.
Zonder die beschutting droogt hij uit of wordt hij gegrepen door roofdieren voordat hij zijn bestemming bereikt.
Het contrast in Vlaanderen is momenteel pijnlijk groot.
Terwijl de boomkikker in Limburg en de kuststreek aan een spectaculaire opmars bezig is met recordaantallen, blijft hij in onze Voorkempen een uiterst zeldzame verschijning.
De populaties elders groeien maar onze regio blijft achter door de enorme versnippering en het verdwijnen van historisch struweel.
Met ons houtkantenplan willen we daar verandering in brengen.
We willen de loper uitrollen zodat de boomkikker ook de weg naar de Voorkempen weer vindt en zich hier definitief kan vestigen.

Omdat de boomkikker zich vaak in clusters verplaatst moeten deze leefgebieden met elkaar verbonden worden via stapstenen op maximaal 400 tot 750 meter afstand van elkaar.
Brede houtkanten van minstens 3 meter breed kunnen hierbij dienen als veilige migratiecorridors voor de dieren.
Ook het voorzien van vorstvrije overwinteringsplekken zoals houtstapels of takkenhopen en een dikke strooisellaag is noodzakelijk om de biodiversiteit te versterken.
In gemeenten zoals Schoten en Brasschaat en Kapellen gaat het momenteel enkel om incidentele verschijningen en niet om vaste populaties.
In het grensgebied van Kapellen en Brasschaat zijn natuurgebied De Uitlegger en het militaire domein Groot Schietveld de meest kansrijke plekken voor een toekomstige vestiging.


In Schoten concentreren de zeldzame meldingen zich rond het Fort van Schoten en de randen van Park Vordenstein waar de vochtige omgeving als tijdelijk onderkomen dient voor zwervers.
Vaak gaat het bij deze waarnemingen om individuen die via transport tussen tuinplanten zijn meegelift of om ontsnapte dieren die soms worden binnengebracht bij het opvangcentrum voor wilde dieren VOC Brasschaat-Kapellen.
De boomkikker kent werkelijk zijn gelijke niet in onze natuur en je kan hem makkelijk herkennen aan enkele unieke eigenschappen.


Het is een kleine kikker die slechts 3,5 tot 5 centimeter groot wordt met een opvallende grasgroene rug die kan verkleuren van geelgroen tot olijfgroen of bruin.
Afhankelijk van de temperatuur en de vochtigheid of de gemoedstoestand van de kikker kan zijn kleur veranderen wat niets met aanpassen aan de omgeving te maken heeft.
Voelt de boomkikker zich gestrest dan kan zijn kleur tot donkergroen of bruin veranderen en soms verschijnen er zelfs vlekken op de huid.
De buik is beige van kleur en er loopt een duidelijke bruinzwarte streep die vertrekt aan de neus en via het oog richting de zijkant van de buik in de liesstreek uitmondt.


De ogen zijn oranjegeel met een liggende pupil en enkel de mannetjes kwaken met hun enorme keelblaas.
De mannetjes hebben een kwaakblaas onder de keel die zeer ver kan worden uitgerekt waarbij de blaas bijna doorzichtig is en zo groot als de boomkikker zelf.
Op zwoele avonden roepen ze daarmee snel achter elkaar hun luide krèk-krèk-krèk lokroep die tot op meer dan een kilometer afstand te horen is.
Soms beginnen ze zelfs te kwaken als er een vliegtuig overvliegt wat een grappig gezicht is voor waarnemers.
Er bestaan ook mannetjes die zelf niet kwaken en niet zelf naar een vrouwtje zoeken maar zij proberen een vrouwtje te bespringen dat door een ander mannetje werd gelokt.


Aan de uiteinden van de vingers en de tenen hebben boomkikkers hechtschijven die bestaan uit zeer fijne kanaaltjes waaruit vocht wordt gedreven zodat de kikker beter blijft plakken.
Deze hechtschijven lijken een beetje op zuignappen maar hebben dus een volledig andere werking door de vloeistofstroom.
Bij het klimmen scheidt ook de buikzijde een kleine slijmlaag af om de grip op de ondergrond te vergroten tijdens verticale bewegingen.
De boomkikker is een gewiekst insecteneter die met zijn lange tong vliegen en muggen rechtstreeks uit de lucht vangt tijdens de schemeruurtjes en de nacht.
Hij bespringt zijn prooi vaak met opengesperde mond terwijl hij op struiken aan een zonnige bosrand verblijft.
Met de ogen gesloten zonnend op een braamblad trekt hij zich geen zier aan van alle stekels om zich heen in het struweel.
Tijdens het voortplantingsseizoen van half april tot juli verhuist de boomkikker naar het water maar ook daar verblijft hij liefst in de beschutting van het struikgewas.
Een vrouwtje legt tot wel 1400 eieren per voortplantingsseizoen in ondiep water dat snel opwarmt.


Na ongeveer drie dagen komen de larven uit de eitjes en ze krijgen op korte tijd pootjes terwijl ze hun staart afwerpen.
Zodra het echte kikkers zijn klauteren ze uit het water en zoeken ze de struiken op waar ze na drie jaar zelf geslachtsrijp zullen zijn.
In warme zomers tref je hen al vanaf halfweg juli aan in hun groene biotoop.
Overwinteren doet hij niet in de modder maar aan land onder houtstapels of in de strooisellaag die bescherming biedt tegen vorst.
De boomkikker is erg gevoelig aan populatieschommelingen want bij een strenge winter overleven veel jonge kikkers de koude niet.
Hoewel het rond het jaar 2000 alarmerend slecht ging kunnen we nu voorzichtig van een comeback spreken door volop in te zetten op herstel van de resterende populaties.
Het voorzien van doordachte faunapassages bij wegen is volgens GroenRand noodzakelijk om de biodiversiteit te versterken en isolatie van lokale groepen te voorkomen.
Veel andere soorten profiteren mee van deze maatregelen die voor de boomkikker worden getroffen in de regio.


Voor burgers en landeigenaren in de Voorkempen zijn er diverse financiële stimulansen beschikbaar om mee te bouwen aan dit natuurlijke netwerk.
Het Regionaal Landschap de Voorkempen biedt advies en ondersteuning bij het graven en ruimen van natuurpoelen waarbij particulieren vaak slechts een fractie van de graafkosten betalen.
In gemeenten zoals Kapellen zijn er specifieke subsidies voor kleine landshapselementen waarbij de aanleg van een nieuwe drinkpoel financieel wordt ondersteund met een bedrag per vierkante meter.
Ook de provincie Antwerpen kent via het Subsidieloket regelmatig projectsubsidies toe aan de Regionale Landschappen om het lokale biodiversiteitsbeleid te versterken.
Landeigenaren die de natuur een handje willen helpen kunnen bovendien terecht bij het Agentschap voor Natuur en Bos voor projectoproepen gericht op het behoud en herstel van bedreigde soorten.


Het is daarbij van cruciaal belang dat gesubsidieerde poelen geen zwemvijvers worden en dat er absoluut geen vissen in worden uitgezet om de natuurwaarde te garanderen.
Door gebruik te maken van deze middelen kunnen bewoners in de Voorkempen direct bijdragen aan de terugkeer van de boomkikker in hun eigen omgeving.
De toekomst ziet er goed uit voor deze kleine Kermit mits we blijven inzetten op de verbinding van hun leefgebieden en de kwaliteit van de poelen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten