De G van het grote gemis: Frank Vermeiren over de toestand van de grauwe gors op de Brechtse Heide
De eerste zonnestralen kruipen langzaam over de horizon en werpen een schrale gloed over de uitgestrekte akkers op de Brechtse Heide.
In onze vogel-encyclopedie zijn we vandaag aanbeland bij de letter G, maar Frank, vogelkenner in hart en nieren, weet vooraf al dat hij de grauwe gors hier niet meer zal aantreffen.
Terwijl hij over het lege landschap tuurt, denkt hij terug aan de tijd dat hij nog een jonge kerel was en de regio er totaal anders uitzag.
Tot halverwege de jaren '70 was de grauwe gors namelijk een vrij talrijke en wijdverspreide broedvogel in bijna alle Vlaamse landbouwgebieden waar graanteelt voorkwam.
Ook in de provincie Antwerpen en de Voorkempen was de soort in die periode nog een vertrouwde verschijning in het open akkerlandschap, profiterend van kleinschalige landbouwmethoden en de ruime beschikbaarheid van graanresten en onkruidzaden.
Sindsdien is de populatie echter drastisch gekrompen door de intensivering van de landbouw en de grootschalige omschakeling naar maïsteelt, waardoor de soort tegenwoordig vrijwel volledig uit de provincie is verdwenen.
Dat is de grauwe gors, een vogel die op het eerste gezicht misschien wat onopvallend lijkt, maar een geweldig karakter heeft voor wie de tijd neemt om echt te kijken.
Hij ziet eruit als een forse, wat lomp gebouwde mus, gehuld in een kleed van verschillende tinten bruin en grijs met donkere streepjes, waarbij zijn kracht vooral in de camouflage zit.
Geen felle kleuren of opvallende patronen hier, zijn kracht zit in de subtiele tekening die hem onzichtbaar maakt tussen de stoppels en het gras.
Wat hem echt typeert is die dikke, bijna overdreven grote kegelvormige snavel en de manier waarop hij tijdens het vliegen zijn pootjes een beetje laat hangen, alsof hij net te lui is om ze in te trekken.
Het is een vogel van de weidsheid, een echte bewoner van het boerenland die zweert bij rust en ruimte, maar Frank moet vaststellen dat het in onze regio angstwekkend stil blijft.
Vroeger noemden boeren hem wel eens de 'gerstmus', omdat hij zo dol was op de granen die na de oogst op het land achterbleven, een mooie anekdote uit de tijd dat hij nog zo algemeen was dat men hem nauwelijks opmerkte.
In de winter is het een echte gezelschapsvogel die in groepjes ronddwaalt, vaak samen met geelgorzen of vinken, op zoek naar de laatste zaden op de stoppelvelden.
Zodra het voorjaar kriebelt, verandert de sfeer en worden de mannetjes territoriaal op hun vaste zangposten, waarbij ze onvermoeibaar hun rammelende liedje laten horen.
Waar dat karakteristieke, metaalachtige gezang, vaak vergeleken met een rammelende sleutelbos, vroeger de ochtend doorkliefde, heerst nu een leegte die tekenend is voor de achteruitgang van onze biodiversiteit.
Interessant is dat deze vogel er soms een vrije moraal op na houdt, een dominant mannetje kan er zomaar meerdere vrouwtjes op na houden, een fenomeen dat we polygamie noemen en dat je niet vaak ziet bij kleine vogels.
Het broeden zelf is een bescheiden aangelegenheid waarbij het nest goed verstopt ligt op de grond of net erboven in een dichte graspol of een lage struik.
Het vrouwtje klaart het meeste werk en bouwt een kommetje van droog gras en haar, waarin ze eitjes legt die prachtig getekend zijn met grillige, donkere lijntjes, alsof iemand er met een kroontjespen op heeft zitten krabbelen.
Terwijl het vrouwtje broedt, houdt het mannetje onvermoeibaar de wacht vanaf zijn hoge post, rammelend met die denkbeeldige sleutelbos om zijn territorium te markeren.
Zodra de jongen uit het ei zijn, verandert het menu rigoureus, want waar de volwassen vogels van zaden leven, hebben de kuikens proteïnen nodig om te groeien.
Opeens zie je de ouders af en aan vliegen met snavels vol sprinkhanen, kevers en rupsen, een voedselbron die door overmatig pesticidegebruik helaas zwaar onder druk staat.
Omdat de grauwe gors momenteel fysiek ontbreekt in de Voorkempen, voert Frank de geelgors op als kleurrijke ambassadeur die de honneurs waarneemt voor zijn verdwenen neef.
Om de grauwe gors een eerlijke kans op terugkeer te bieden, voert GroenRand tegenwoordig een actieve strijd tegen de steriliteit van ons buitengebied.
Een cruciaal onderdeel van deze visie is het project 'Bijtandje Houtkantje', waarmee GroenRand inzet op het herstel van het historische houtkantennetwerk in de regio.
Houtkanten zijn essentieel voor de biodiversiteit en dienen als veilige schuilplaats en nestgelegenheid, ook voor de geelgors die als ambassadeur standhoudt.
Om daadwerkelijk resultaat te boeken op het terrein, vraagt GroenRand de grootschalige realisatie van vogelakkers, waarbij granen en kruiden ongeoogst blijven staan als cruciale wintervoedselreserve.
Daarnaast wordt gevraagd werk te maken van het herstel van kleinschaligheid door het planten van solitaire zangposten en houtkanten, die als ecologische oases fungeren.
GroenRand vraagt ook om een beleid voor natuurinclusieve landbouw, waarbij boeren financieel worden gesteund om 'overhoekjes' met distels als nestplaats te behouden.
Door toezicht te houden op budgetten en in te zetten op ecologische verbindingen, wil de organisatie veilige corridors creëren waarlangs de gors de Voorkempen vanuit andere regio's opnieuw kan koloniseren.
Pas wanneer we deze 'rommelige' natuur herstellen en de gemaakte afspraken effectief op het terrein realiseren via projecten als 'Bijtandje Houtkantje', kan de grauwe gors zijn rechtmatige plek weer opeisen.
Zijn afwezigheid spreekt momenteel boekdelen, het herinnert ons eraan dat een gezond landschap niet alleen gemeten wordt in opbrengst, maar in de aanwezigheid van zijn meest kwetsbare bewoners.
De terugkeer van de rammelende sleutelbos zou het ultieme bewijs zijn dat de missie van GroenRand is geslaagd en de symfonie van de Brechtse Heide weer volledig in balans is.
In onze vogel-encyclopedie zijn we vandaag aanbeland bij de letter G, maar Frank, vogelkenner in hart en nieren, weet vooraf al dat hij de grauwe gors hier niet meer zal aantreffen.
Terwijl hij over het lege landschap tuurt, denkt hij terug aan de tijd dat hij nog een jonge kerel was en de regio er totaal anders uitzag.
Tot halverwege de jaren '70 was de grauwe gors namelijk een vrij talrijke en wijdverspreide broedvogel in bijna alle Vlaamse landbouwgebieden waar graanteelt voorkwam.
Ook in de provincie Antwerpen en de Voorkempen was de soort in die periode nog een vertrouwde verschijning in het open akkerlandschap, profiterend van kleinschalige landbouwmethoden en de ruime beschikbaarheid van graanresten en onkruidzaden.
Sindsdien is de populatie echter drastisch gekrompen door de intensivering van de landbouw en de grootschalige omschakeling naar maïsteelt, waardoor de soort tegenwoordig vrijwel volledig uit de provincie is verdwenen.
Dat is de grauwe gors, een vogel die op het eerste gezicht misschien wat onopvallend lijkt, maar een geweldig karakter heeft voor wie de tijd neemt om echt te kijken.
Hij ziet eruit als een forse, wat lomp gebouwde mus, gehuld in een kleed van verschillende tinten bruin en grijs met donkere streepjes, waarbij zijn kracht vooral in de camouflage zit.
Geen felle kleuren of opvallende patronen hier, zijn kracht zit in de subtiele tekening die hem onzichtbaar maakt tussen de stoppels en het gras.
Wat hem echt typeert is die dikke, bijna overdreven grote kegelvormige snavel en de manier waarop hij tijdens het vliegen zijn pootjes een beetje laat hangen, alsof hij net te lui is om ze in te trekken.
Het is een vogel van de weidsheid, een echte bewoner van het boerenland die zweert bij rust en ruimte, maar Frank moet vaststellen dat het in onze regio angstwekkend stil blijft.
Vroeger noemden boeren hem wel eens de 'gerstmus', omdat hij zo dol was op de granen die na de oogst op het land achterbleven, een mooie anekdote uit de tijd dat hij nog zo algemeen was dat men hem nauwelijks opmerkte.
In de winter is het een echte gezelschapsvogel die in groepjes ronddwaalt, vaak samen met geelgorzen of vinken, op zoek naar de laatste zaden op de stoppelvelden.
Zodra het voorjaar kriebelt, verandert de sfeer en worden de mannetjes territoriaal op hun vaste zangposten, waarbij ze onvermoeibaar hun rammelende liedje laten horen.
Waar dat karakteristieke, metaalachtige gezang, vaak vergeleken met een rammelende sleutelbos, vroeger de ochtend doorkliefde, heerst nu een leegte die tekenend is voor de achteruitgang van onze biodiversiteit.
Interessant is dat deze vogel er soms een vrije moraal op na houdt, een dominant mannetje kan er zomaar meerdere vrouwtjes op na houden, een fenomeen dat we polygamie noemen en dat je niet vaak ziet bij kleine vogels.
Het broeden zelf is een bescheiden aangelegenheid waarbij het nest goed verstopt ligt op de grond of net erboven in een dichte graspol of een lage struik.
Het vrouwtje klaart het meeste werk en bouwt een kommetje van droog gras en haar, waarin ze eitjes legt die prachtig getekend zijn met grillige, donkere lijntjes, alsof iemand er met een kroontjespen op heeft zitten krabbelen.
Terwijl het vrouwtje broedt, houdt het mannetje onvermoeibaar de wacht vanaf zijn hoge post, rammelend met die denkbeeldige sleutelbos om zijn territorium te markeren.
Zodra de jongen uit het ei zijn, verandert het menu rigoureus, want waar de volwassen vogels van zaden leven, hebben de kuikens proteïnen nodig om te groeien.
Opeens zie je de ouders af en aan vliegen met snavels vol sprinkhanen, kevers en rupsen, een voedselbron die door overmatig pesticidegebruik helaas zwaar onder druk staat.
Omdat de grauwe gors momenteel fysiek ontbreekt in de Voorkempen, voert Frank de geelgors op als kleurrijke ambassadeur die de honneurs waarneemt voor zijn verdwenen neef.
Om de grauwe gors een eerlijke kans op terugkeer te bieden, voert GroenRand tegenwoordig een actieve strijd tegen de steriliteit van ons buitengebied.
Een cruciaal onderdeel van deze visie is het project 'Bijtandje Houtkantje', waarmee GroenRand inzet op het herstel van het historische houtkantennetwerk in de regio.
Houtkanten zijn essentieel voor de biodiversiteit en dienen als veilige schuilplaats en nestgelegenheid, ook voor de geelgors die als ambassadeur standhoudt.
Om daadwerkelijk resultaat te boeken op het terrein, vraagt GroenRand de grootschalige realisatie van vogelakkers, waarbij granen en kruiden ongeoogst blijven staan als cruciale wintervoedselreserve.
Daarnaast wordt gevraagd werk te maken van het herstel van kleinschaligheid door het planten van solitaire zangposten en houtkanten, die als ecologische oases fungeren.
GroenRand vraagt ook om een beleid voor natuurinclusieve landbouw, waarbij boeren financieel worden gesteund om 'overhoekjes' met distels als nestplaats te behouden.
Door toezicht te houden op budgetten en in te zetten op ecologische verbindingen, wil de organisatie veilige corridors creëren waarlangs de gors de Voorkempen vanuit andere regio's opnieuw kan koloniseren.
Pas wanneer we deze 'rommelige' natuur herstellen en de gemaakte afspraken effectief op het terrein realiseren via projecten als 'Bijtandje Houtkantje', kan de grauwe gors zijn rechtmatige plek weer opeisen.
Zijn afwezigheid spreekt momenteel boekdelen, het herinnert ons eraan dat een gezond landschap niet alleen gemeten wordt in opbrengst, maar in de aanwezigheid van zijn meest kwetsbare bewoners.
De terugkeer van de rammelende sleutelbos zou het ultieme bewijs zijn dat de missie van GroenRand is geslaagd en de symfonie van de Brechtse Heide weer volledig in balans is.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten