Pasen in de natuur: GroenRand onthult de haas en zijn fascinerende tradities
Vrolijk paasfeest en vandaag zet natuurvereniging GroenRand de haas als dier extra in de kijker in een uitgebreid portret.
In het kader van het paasfeest werpt GroenRand vandaag een bijzonder licht op de haas, een dier dat onlosmakelijk met deze periode verbonden is.
‘Mijn naam is haas’, wordt wel eens gezegd als men van niets weet of veinst van niets te weten, maar wie dit artikel leest, weet voortaan alles over dit krachtige dier.
Je herkent de haas aan zijn grijs- of geelbruine rugvacht, zijn witte buik en zijn bleekgele wangen.
Dit dier is een stuk groter en zwaarder dan een konijn en valt op door zijn amberkleurige iris en zijn lange oren met duidelijke zwarte tippen.
Tidens het lopen houdt hij zijn korte staart naar beneden gericht, waardoor de zwarte bovenkant van de staart goed zichtbaar is.
De haas is een rasechte planteneter die zich voedt met jonge grassen, granen, kruiden en allerlei akkergewassen.
Hazen hebben een voorkeur voor wilde kruiden en grassen boven cultuurgewassen, waarbij ze in de zomer voornamelijk kruiden eten en in de winter overschakelen op gras.
Om te overleven in de natuur kan een haas uitstekend horen, ruiken en zien.
Het zijn eerder solitaire dieren die geen territorium verdedigen en vaak in groep foerageren zonder dat er een duidelijke hiërarchie aanwezig is.
Enkel tijdens zeldzame momenten van voedselcompetitie of gedurende het voortplantingsseizoen vinden er gevechten plaats.
Het voorjaar is de ideale tijd om hazen te spotten omdat het gras dan nog kort is, waarbij je de meeste kans hebt bij valavond, ‘s nachts en in de ochtendschemering.
Tijdens de zomer laat de haas zich ook wel eens overdag zien.
Jonge hazen kun je herkennen aan een karakteristieke witte vlek op de kop.
Vanaf februari begint de zogenaamde ‘rammeltijd’, een spectaculair schouwspel waarbij een moerhaas achtervolgd wordt door enkele rammelaars.
Tijdens deze periode kunnen de mannetjes zeer agressief zijn en vechten ze om het recht om te paren als er meerdere rammelaars op één moer afkomen.
Staand op hun achterpoten delen de hazen flinke klappen en schoppen uit met zowel hun voor- als achterpoten, terwijl ze met hun nagels plukken haar uit de vacht van de tegenstander trekken.
De boksgevechten die we in de lente waarnemen, zijn echter ook vaak pogingen van het vrouwtje om de opdringerige mannetjes van haar lijf te houden.
Mannetjes houden aan deze felle confrontaties vaak beschadigde oren, beschadigde staarten en bijt- of krabwonden over.
Tijdens deze gevechten vinden er ook achtervolgingen plaats, wordt er gegromd en maken de dieren hoge luchtsprongen.
Deze gevechten kunnen zelfs een dodelijke afloop hebben wanneer een mannetje over zijn concurrent springt en hem met beide achterpoten tegelijk ter hoogte van de nek raakt.
Na een draagtijd van zes weken komen de jongen volledig behaard ter wereld en kunnen ze meteen lopen.
De hazenjongen verlaten al na enkele dagen het open nest en worden door de moeder verdeeld over individuele legers om de veiligheid te vergroten.
Pas ‘s nachts keren de jongen terug naar die plek om door hun moeder gezoogd te worden.
Na een maand gaan de jonge hazen hun eigen weg en in de periode van februari tot oktober brengt een moer ongeveer vier nesten groot met in totaal circa elf jongen.
Slechts enkele hazen halen de volwassen leeftijd, aangezien predatoren zoals de vos en koude, natte weersomstandigheden grote gevaren vormen.
Vrouwtjes kunnen al vanaf een leeftijd van 3 à 4 maanden geslachtsrijp zijn, hoewel dit meestal langer duurt.
De relatie met de mens is complex, want sinds de jaren ‘70 is het hazenbestand sterk achteruitgegaan door intensievere landbouwmethodes.
Doordat er vaker gemaaid wordt en er minder wilde perceelsranden zijn, verdwijnen de rustige plekjes waar hazen een veilig leger kunnen maken.
Hazen verkiezen een meer versnipperd landbouwgebied waarin kleine percelen worden afgewisseld met kruid- en bloemrijke zones.
Om hazen de kans te geven zich in veiligheid te brengen, wordt aangeraden dat landbouwers van de ene naar de andere kant maaien en nooit van buiten naar binnen.
GroenRand zet zich in voor dit herstel via de actie ‘Bijtandje – Houtkantje’, waarbij het aanbrengen van kleine landschapselementen zoals bosjes, onkruidhoekjes, hagen en boskanten weer geschikte rustplaatsen biedt.
Wist je dat de haas snelheden tot 65 km/u kan bereiken en tegelijkertijd haakse hoeken van 90 graden maakt om belagers af te schudden?
Wist je dat een haas zijn eigen keutels weer opeet om er zeker van te zijn dat alle voedingsstoffen uit het voedsel optimaal worden opgenomen?
Wist je dat een haas geen knaagdier is maar een haasachtige, aangezien zij een extra paar kleine snijtanden hebben achter de grote snijtanden in de bovenkaak?
In tegenstelling tot echte knaagdieren zoals de eekhoorn, gebruiken haasachtigen nooit hun voorpoten bij het eten.
Daarnaast worden hazen bejaagd voor menselijke consumptie en om landbouwschade te beperken, al kan dit laatste ook verhinderd worden door gewasbescherming met omheiningen of het beveiligen van jonge boompjes.
Ook het aanbieden van ander geschikt voedsel zoals snoeihout kan helpen om schade aan de oogst te voorkomen.
Het is weer de tijd van het jaar dat we overal chocolade eieren en paashazen zien opduiken, want het is Pasen, hét belangrijkste feest voor de christenen.
Wat heeft die huppelende paashaas met zijn chocolade eieren eigenlijk te maken met Pasen en waarom hoort de paashaas specifiek bij dit feest?
Er zijn diverse verhalen over de oorsprong van de paashaas met Pasen, waaronder één die zijn oorsprong vindt in de Middeleeuwen in Duitsland.
De mensen geloofden destijds dat de haas een aardse verschijning was van de godin Eastra, de godin van de lente en van de vruchtbaarheid.
Een ander verhaal dat bekend is, is dat hazen inheems zijn in Groot-Brittannië en heilige dieren waren in de pre-christelijke tijd.
Het tamme konijn werd pas geïntroduceerd door de Noormannen, maar beide dieren zijn productieve voortplanters en daarom geassocieerd met de geboorte en vernieuwing van de lente.
De paashaas heeft meer te maken met Pasen dan u zou denken, maar om dat te begrijpen, is het nodig om uit te leggen waar het feest eigenlijk vandaan komt.
Het paasfeest valt bijna niet meer weg te denken uit onze samenleving en we vieren het elk jaar op de eerste zondag en maandag na de eerste volle maan na het begin van de lente.
Pasen is een door en door christelijk feest.
Het is de dag waarop de christenen de herrijzenis en de wederopstanding van Jezus Christus herdenken.
Volgens de Bijbel, het heilige boek van de christenen, is Christus opgestaan uit de dood op de derde dag nadat hij was gekruisigd op Goede Vrijdag.
Het is één van de belangrijkste christelijke feesten, want de gelovigen herdenken dat hun Messias gestorven is voor de zonden van de mens.
Dat vormt de grondslag voor hun geloof in het leven na de dood, maar net zoals het christendom zelf, vindt de traditie zijn oorsprong in het jodendom.
Het stamt namelijk af van het joodse lentefeest, ook wel "Pesach" of "Pasach" genoemd, waarbij de joden hun uittocht uit Egypte en het einde van hun slavernij vieren.
Geen toeval dus dat Pasen altijd in de lente valt, al zitten er ook heidense invloeden in.
Pasen is eigenlijk een combinatie van christelijke en pre-christelijke elementen, wat betekent dat de paashaas en paaseieren terug kunnen gaan op de Germaanse tijd.
Er bestaat een christelijke uitleg voor de oorsprong van paaseieren die alles te maken heeft met de vasten, de periode van 40 dagen zonder snoep, vlees en eieren.
Na de vasten zouden er altijd eieren in overvloed zijn geweest, waardoor de traditie ontstond om de overschot op te eten die de paasklokken of de paashaas kwam brengen.
Er zijn ook theorieën dat de geschiedenis van het paasei nog verder teruggaat, aangezien het ei in veel culturen een belangrijke symbolische betekenis heeft.
Ook bij de Germanen stond het ei symbool voor vruchtbaarheid en de lente, voor nieuw leven dus, net zoals de verrijzenis van Christus.
Boeren zouden eieren begraven hebben in hun akkers in de hoop dat ze de grond vruchtbaar zouden maken voor de komende oogst.
Rond de oorsprong van de paashaas doen er gelijkaardige verhalen de ronde, zoals dat over de godin Ostara van de Teutonen, een Germaanse stam.
Deze godin van de vruchtbaarheid zou een gewond vogeltje veranderd hebben in een haas om het te genezen, waarna de haas eieren legde uit dankbaarheid.
De Germaanse wortels van de paashaas — neen niet zijn wortelen — moeten we wel met een korrel zout nemen door de romantische schrijvers uit de negentiende eeuw.
Die waren in tijden van nationalisme op zoek naar onbestaande verbanden met het pre-christelijke verleden en hebben veel verhalen uit hun duim gezogen.
Hoe het ook zij, één ding weten we zeker: Pasen zou zonder al die verschillende culturen en religies nooit geworden zijn wat het vandaag is.
Het is een complexe smeltkroes van geloof, bijgeloof en traditie, maar vooral een fijn feest om samen te vieren met genoeg chocolade eitjes en paashazen.
Wat heeft de paashaas nou met Jezus te maken?
Ze hebben niets met elkaar te maken, aangezien konijnen en eieren hun oorsprong vinden in het heidendom.
Ze werden opgenomen in de viering van Pasen, los van de christelijke traditie om de dag te eren dat Jezus Christus uit de dood opstond op paaszondag.
Pasen werd een afsluitingsfeest van de vastenperiode waarin mensen geen vlees, zuivelproducten en eieren mochten eten en dit werd rijkelijk gevierd.
In verschillende culturen wereldwijd is het ei een symbool van wedergeboorte, zoals in Iran bij het nieuwe jaar Nowruz dat rond 21 maart valt.
Omdat Pasen ook draait om wedergeboren worden, was het ei er misschien wel eerst en is de paashaas er pas later bij bedacht.
De paashaas blijft dus een mysterie, maar desondanks wenst GroenRand u een fijn feest toe: Fijne Pasen!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten