GroenRand: De grote bonte specht in de spotlight
In de reportagereeks Vogels van A tot Z brengt GroenRand lokale vogels tot leven met passie, wetenschappelijke weetjes en prachtige foto's van onder andere Frank Vermeiren.
Dit digitale archief van GroenRand viert de biodiversiteit in onze eigen achtertuin waarbij momenteel de Grote bonte specht onder de letter G in de schijnwerpers staat.
Het zou een onbegonnen strijd zijn, een drumbattle tegen de grote bonte specht, want zelfs de grootsten der aarde, zoals Nate Smith en Eloy Casagrande zouden de duimen moeten leggen tegen dé drummer van het bos.
Zij zouden paf staan, hun ogen en mond wijd open en hun handen in het haar door de ongeziene snelheid en nauwkeurigheid van dit natuurwonder.
Zijn tempo is onevenaarbaar, waarbij hij niet eens drumstokken nodig heeft omdat enkel zijn bek volstaat voor dit indrukwekkende slagwerk.
Bespaar de menselijke drummers een strijd met gelijke middelen, want een gevecht tegen dit hamergeweld zou pas echt een bloederig probleem worden.
Het valt soms niet mee om de grote bonte specht van zijn neefjes te onderscheiden, de kleine en de middelste bonte specht, maar er zijn enkele zeer duidelijke kenmerken.
De grote bonte specht is 23 tot 26 cm lang, heeft een spanwijdte van 38 tot 44 cm en draagt een zwart-wit verenkleed met een opvallende felrode broek en een zwarte pet.
Het mannetje herken je specifiek aan de rode vlek op het achterhoofd, een witachtige buik, ongestreepte flanken en twee grote, witte, ovale schoudervlekken.
In de lucht vertoont hij een diep golvende vlucht en in het voorjaar produceert hij zeer snelle roffels op hout die abrupt eindigen na 0,4 tot 0,8 seconden.
De middelste bonte specht heeft daarentegen een volledig rode pet, een lichtrode broek en vage flankstrepen op zijn verenkleed.
De kleine bonte specht is veel kleiner, heeft een volledig rode pet en duidelijke flankstrepen, maar mist de witte schoudervlekken en draagt bovendien een witte broek.
Grote bonte spechten eten voornamelijk insectenlarven die ze al kloppend in de boomschors zoeken, maar zeker in de winter stappen ze over op zaden en noten.
Ze zijn verzot op zaden van dennenappels en sparrenkegels, maar ook op hazelnoten, okkernoten en zelfs haagbeukennootjes.
Om deze open te krijgen, klemmen ze de zaden vast in een schorsspleet, de zogenaamde spechtensmidse, wat hoopjes afval onder bomen achterlaat.
Getuige van die inventieve voedselbewerking zijn hoopjes leeggegeten dennenappels die men vaak onder de bomen ziet liggen als bewijs van hun werk.
's Zomers roven deze hongerige vogels soms eieren en jongen uit nesten, wat hun overlevingsdrang als algemeenste spechtensoort in heel België onderstreept.
GroenRand stelt vast dat ze in alle soorten bos leven, in parken en tuinen, zolang er maar bomen zijn en een gevarieerde bosstructuur aanwezig is.
Een belangrijke vereiste is de hoeveelheid staand dood hout, aangezien dit het ideale hakhout is om prooien in te zoeken en uit te hakken.
Vanaf begin april hakt het paartje in 14 tot 25 dagen samen een nestholte uit in een boomsoort met zacht hout, zoals een berk.
De nestholte heeft een nagenoeg ronde ingang van 5 bij 6 cm en de 5 tot 7 crèmewitte eieren worden gewoon op de houten ondergrond gelegd.
Er is geen sprake van een zacht comfortabel nestje; de eieren liggen direct op de harde bodem van de eigenhandig uitgehakte holte.
Zowel het vrouwtje als het mannetje broeden de eitjes uit, die na 10 tot 12 dagen uitkomen als naakte, blinde en hulpeloze nestblijvers.
Gedurende 20 tot 23 dagen bedelen de jongen onophoudelijk met een ijl gekwetter, 'wiwiwiwiwi...', terwijl de ouders hen onvermoeibaar voeden.
Vervolgens verlaten de jongen het nest en worden ze door de ouders verdeeld om nog ongeveer 10 dagen extra verzorgd te worden buiten het nest.
Soms zorgt hun geroffel voor overlast, zeker als ze metalen kasten als klankkast gebruiken om hun geluid verder te laten dragen, wat klinkt als een drilboor.
Ook het aan flarden hameren van vogelhuisjes of zwaluwnesten om jongen te roven, wordt hen door sommige mensen niet in dank afgenomen.
Gelukkig vinden de meeste mensen hun bezoek fantastisch en kun je hen lokken met dennen, hazelaars, vetbollen of ongezouten pinda's.
Met nestkasten doe je hen geen plezier, want de grote bonte specht hakt liever zelf zijn nestholte uit in een boom naar keuze.
Wist je dat zijn wetenschappelijke naam Dendrocopos major 'grotere houthakker' betekent en dat hij talloze bijnamen heeft zoals Kloppermenneke?
Namen zoals Boamklopper, Buumpikker, Houtpikker, Langwerker, Bloemspecht, Bloedspecht en Eksterspecht verwijzen allemaal naar zijn geluid of kleuren.
De naam Langwerker is hem gegeven omdat de vogel vaak uren aan een stuk blijft hameren op dezelfde plek om zijn doel te bereiken.
In Vlaanderen leidden de rode tinten in het verenkleed tot namen als Bloemspecht, terwijl het zwart-wit hem de naam Eksterspecht opleverde.
Vroeger dacht men dat zijn 'kiet-kiet'-roep regen voorspelde, omdat men er in de volksmond het woord 'giet-giet' in meende te herkennen.
Grote bonte spechten hameren om drie redenen op hout: voor hun territorium, voor het zoeken naar insecten en voor hun nestholte.
Deze vogel tikt maar liefst 20 keer per seconde of 12.000 keer per dag op een boomstam zonder hoofdpijn of hersenschudding te krijgen.
Zijn schedel is aangepast met een langere ondersnavel die de schokken doorgeeft aan de onderkaak en de rest van het lichaam in plaats van de schedel.
Tussen de snavel en de schedel zit een schokdempend poreus bot en aan de schedelbasis bevindt zich een kraakbeenachtig kussen als bescherming.
Bovendien hebben ze kleine hersenen die in een klein volume hersenvocht drijven en dus goed vastzitten om schudden tot een minimum te beperken.
Ten slotte heeft de specht een extra ooglid dat verdikt net voor de impact en voorkomt dat de ogen letterlijk uit de oogkassen vliegen.
In de Griekse mythologie was de specht gewijd aan Zeus en Picus, die in een specht veranderde nadat hij de liefde van Circe afwees.
Met dit groeiende archief zet GroenRand de traditie voort waarbij elk detail over deze houthakkers van groot belang is voor de natuurbeleving.
De unieke combinatie van brute kracht en fijnzinnige techniek maakt van deze vogel een onmisbare schakel in onze lokale biodiversiteit.
GroenRand nodigt daarom iedereen uit om deze drummer van het bos met hernieuwde bewondering te observeren in de eigen groene omgeving.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten