Frank Vermeiren eert de kievit, de moedige acrobaat van onze Vlaamse velden
Het is weer tijd om de veters strak te trekken en de verrekijker af te stoffen, want onze natuurreeks duikt opnieuw het struikgewas in voor een ontmoeting die je hart gegarandeerd sneller doet slaan.
Reportagemaker Frank Vermeiren maakt vogelreportages van A tot Z en vandaag zijn we bij de letter ‘k’ van zijn vogel-encyclopedie aangekomen aan de kievit.
Met het project Greenconnect lanceert natuurvereniging GroenRand een ambitieus plan om de versnipperde natuurgebieden in de Voorkempen definitief uit hun isolement te verlossen.
De kernvisie van dit jubileumproject is het fysiek aan elkaar smeden van losse natuurkernen tot één ononderbroken ecologisch netwerk.
Door de aanleg van groene corridors en strategische stapstenen worden barrières zoals wegen en bebouwing doorbroken, zodat fauna en flora zich weer vrij door het landschap kunnen verplaatsen.
Deze doelstelling om gebieden integraal te connecteren is essentieel voor de zeldzaam geworden kievit, die grote en samenhangende leefgebieden nodig heeft om te kunnen overleven en zich voort te planten.
In een versnipperd landschap is de kievit kwetsbaar voor predatie en voedseltekort, maar een aaneengesloten klimaatgordel biedt de vogel de nodige ruimte en veiligheid.
Het herstellen van de Antitankgracht als blauwgroene ruggengraat zorgt ervoor dat vochtige verbindingen ontstaan tussen de Kalmthoutse Heide en de beekvalleien, wat cruciaal is voor de voedselvoorziening van de weidevogel.
GroenRand stelt hiermee een overduidelijk doel: de transformatie van een versnipperde lappendeken naar een robuust, verbonden ecosysteem waarin de kievit weer een toekomst heeft.
Door natuurgebieden niet langer als eilandjes maar als communicerende vaten te beheren, wordt de volledige regio weerbaar tegen de gevolgen van de klimaatverandering.
De oproep aan de overheid is dan ook helder: investeer in de aankoop van strategische gronden om de laatste ontbrekende schakels in dit groene netwerk te sluiten.
Alleen door deze volledige connectiviteit te realiseren, kan de kievit als symboolsoort van de Voorkempen definitief voor uitsterven worden behoed.
De kievit is een vogel die al eeuwenlang een glansrol speelt in onze cultuur en natuurverhalen.
Het meest tot de verbeelding sprekende verhaal is dat van het eerste kievitsei, een traditie die in Friesland tot diep in de haarvaten van de samenleving zit.
Vroeger was de vinder van het eerste ei een volksheld die het kleinood mocht aanbieden aan de Koning, als officieel bewijs dat de lente eindelijk was begonnen.
Hoewel het rapen tegenwoordig verboden is om de vogelstand te beschermen, blijft de symboliek van die eerste vondst op de kale akkers een krachtig teken van hoop en nieuw leven.
Deze vogel staat bekend om zijn ongekende moed en acrobatiek, waarbij hij zelfs in het oude Egypte al werd vereerd als symbool voor aanbidding en waakzaamheid.
De kievit is onmiskenbaar met zijn kuif, zijn zwart-witte kleed en zijn unieke, opvallend brede vleugels.
Deze vleugels spelen in de baltsvlucht een belangrijke rol, waarbij de kievitman spectaculaire buitelingen maakt en de zwart-witte ondervleugels van ver zichtbaar zijn.
Op zijn rug heeft hij een prachtige groene en paarse metaalglans die oplicht in de zon.
Het vrouwtje is minder contrastrijk getekend en gekleurd en heeft een kortere kuif.
Ook heeft het vrouwtje iets spitsere vleugels dan het mannetje.
Buiten de broedtijd lijken de geslachten sterk op elkaar en heeft de kievit een lichte keel.
Aan de 'zang' die hij dan laat horen, heeft de kievit zijn naam te danken, want zijn roep klinkt precies zoals zijn naam.
Ook de vleugels maken een opvallend geluid dat onmiskenbaar is voor de soort.
Tijdens het baltsen maakt hij bovendien een vibrerend geluid dat vogelaars ‘loeien’ noemen; een geluid dat veroorzaakt wordt door zijn verlengde handpennen.
De kievit houdt van open ruimtes: in velden, moerassen, slikken en kwelders heeft hij het helemaal naar zijn zin.
Toch heeft hij het niet gemakkelijk, want eind 19de en begin 20ste eeuw verdween zijn oorspronkelijke leefgebied, de natte moerassen, haast volledig door het droogleggen en draineren van gronden.
Niet alleen zijn habitat verdween, maar ook het beschikbare voedsel bij droogte, aangezien wormen zich dieper in de grond gingen terugtrekken.
De kievit verhuisde noodgedwongen richting weiden en akkers en leek zo aanvankelijk zijn eigen populatie te redden.
Deze kleurrijke vogel kwam vorig decennium echter helaas op de Rode Lijst met bedreigde soorten terecht.
Het Vlaamse platteland vormt een van zijn zeldzame toevluchtsoorden, maar veilig is hij hier allerminst.
In de Voorkempen, het projectgebied van GroenRand, is de vogel vandaag nog te vinden in de open landschappen van de Brechtse Heide, de omgeving van het Groot Schietveld en de natte graslanden van Zoersel en Ranst.
Door de toenemende intensivering van de landbouw zit het dier nu echter opnieuw in de problemen.
Zijn behoefte aan permanent, kort grasland of lege akkers wordt niet meer vervuld doordat grasvlaktes worden omvormd tot graanakkers en weilanden fel worden bemest.
Die hoge begroeiing is ongeschikt om kievitkuikens in groot te brengen.
Bovendien groeit het gras tegenwoordig zo snel dat maaimachines reeds verschijnen terwijl de kievit nog aan het broeden is.
Ook een toename aan bestrijdingsmiddelen is nefast voor de vogel, die steeds minder voedsel in de buurt van zijn woonst vindt.
Er zijn dan ook grote inspanningen nodig om de resterende kievitpopulatie te beschermen tegen deze bedreigingen.
De kievit eet vooral insecten, weekdieren, regenwormen en spinnen, met ter afwisseling af en toe wat zaden.
Hij spoort bodemdieren op met ogen en oren, maar heeft ook een uitzonderlijke techniek om hen te lokken wanneer hij op het eerste gezicht niets vindt.
De ingenieuze vogel imiteert het geluid van de regen door zachtjes met zijn poten op de grond te tokkelen.
Met de belofte van water komen regenwormen naar het oppervlak gesneld, waar de kievit klaar staat om toe te slaan.
Ook in het water gaat hij gelijkaardig te werk om een reactie van zijn prooien uit te lokken.
Buiten het broedseizoen leeft hij in luidruchtige groepen die klinken als een vogelkoor.
In de winter vinden de kolonies beschutting in bewerkte akkers, bijvoorbeeld in de ploegvoren gemaakt door landbouwmachines.
Vanaf de maand maart begint het broedseizoen en verspreiden de vogels zich in de omgeving om koppels te vormen.
In de lucht is de vogel een ware stuntpiloot; tijdens de paartijd stort het mannetje zich met luidruchtige buitelingen en een kenmerkend 'kie-wit' naar beneden, om op het allerlaatste moment weer sierlijk op te trekken.
Met deze acrobatische luchtvoorstelling bakent hij zijn territorium af en lonkt hij luid roepend naar de vrouwtjes.
Hij graaft enkele nestkommen uit die hij versiert met grassprieten, waarna hij met opgepompte borstkas een vrouwtje begint te achtervolgen.
Hij vliegt eerst laag over de grond, dan haast recht omhoog, laat zich vallen en draait onderweg links, rechts, soms volledig om zijn lengteas.
Zo toont hij zijn mooie, wit gevlekte onderkant aan iedereen die het zien wil als een geboren verleider.
Van zodra er op zijn avances ingegaan wordt, vindt de paring plaats die letterlijk binnen enkele seconden geklaard is.
Het vrouwtje legt een viertal eieren.
Gedurende 25 tot 30 dagen broeden de ouders beurtelings de eieren uit.
Als het legsel mislukt, bijvoorbeeld door een maaibeurt in snelgroeiend gras, komt er een tweede legsel.
Maar ook wanneer het eerste broedsel succesvol was, komt er soms een tweede ronde aan te pas.
Het mannetje gedraagt zich als een echte champetter: hij jaagt indringers actief weg of doet alsof hij gewond is om roofdieren te bedotten.
Anekdotes van vogelwachters vertellen vaak hoe een relatief kleine kievit zonder aarzelen een veel grotere roofvogel, zoals een kiekendief, met schijnaanvallen en luid geschreeuw van het nest verjaagt.
Het is die combinatie van een fragiel uiterlijk met een dapper hart die de kievit tot een geliefd onderwerp maakt in de volksmond.
Wanneer de kuikens uitkomen zijn ze bedekt met een beige donslaagje met zwarte vlekken.
Het zijn nestvlieders die binnen enkele uren reeds het nest verlaten.
Ze wagen zich echter niet ver en blijven dicht bij de moedervogel.
Als er gevaar dreigt, drukken ze zich plat tegen de grond en profiteren ze van hun camouflage.
Na slechts 5 weken kunnen ze vliegen en voor zichzelf zorgen.
Tegenwoordig worden volop inspanningen geleverd om de kievit terug op de kaart te zetten, onder andere via het Sigmaplan dat herstel van habitat biedt.
Als erkenning voor de noodzaak tot bescherming werd de kievit door de NGO Birdlife zelfs uitgeroepen tot ‘Vogel van het jaar 2019’.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten