François Eennaes en de stem van het riet in de Voorkempen
De rietzanger is een vogel die de kunst van het onzichtbare perfect beheerst, maar zodra hij begint te zingen, eist hij alle aandacht op in de uitgestrekte rietkragen van de Voorkempen.
Dankzij het geduld van fotograaf François Eennaes is deze verborgen bewoner prachtig in beeld gebracht, hoewel het voor de gemiddelde wandelaar vaak een zoektocht blijft tussen de wuivende stengels.
In onze regio vindt deze kleine acrobaat zijn absolute thuis in gebieden waar water en land in elkaar overvloeien, zoals de vallei van de Kleine Nete of de Antitankgracht die als een ecologische snelweg door ons landschap snijdt.
Vooral in de omgeving van het Schaliënhof in Oelegem of de natte natuur van de Rundvoort in Brasschaat kun je hem in het voorjaar treffen wanneer hij zijn territorium afbakent.
Het is een vogel van de overgangszones, daar waar het riet dik genoeg is om een nest in te weven, maar waar de insectenrijkdom van het water binnen snavelbereik ligt.
Wetenschappers merken op dat de Vlaamse populatie een bewogen geschiedenis kent, waarbij de aantallen na een dramatische daling in de jaren zeventig gelukkig weer langzaam herstellen.
Historisch gezien is de rietzanger een symbool van de veerkracht van onze natuur en een constante metgezel voor de mensen die vroeger in de moerassen werkten.
Toen riet nog op grote schaal geoogst werd voor dakbedekking, was hij een trouwe bewoner van de percelen die de rietsnijders met zorg onderhielden.
Er doen verhalen de ronde van oude poldergasten die beweerden dat de rietzanger de tijd kon voorspellen, want als hij midden op de dag onophoudelijk bleef ratelen, was er onvermijdelijk onweer op komst.
De bouw van het nest is een waar kunststukje waarbij het vrouwtje in ongeveer een week tijd een diep, komvormig nest vlecht laag in de dichte vegetatie, vaak net boven de grond of het wateroppervlak.
Die levendige zang is trouwens een technisch hoogstandje waarbij hij met het grootste gemak andere vogels imiteert, waarbij mannetjes vaak een opvallende zangvlucht uitvoeren om vervolgens als een parachuutje weer neer te dalen.
De wetenschappelijke naam, Acrocephalus schoenobaenus, verwijst naar zijn behendigheid in het riet, waarbij 'acros' staat voor spits en 'kephalos' voor kop, wat duidt op zijn karakteristieke profiel met die scherpe en lichte wenkbrauwstreep.
Wanneer hij in april terugkeert uit de Sahel, heeft hij een hachelijke reis achter de rug die getuigt van een ongelooflijke kracht voor zo'n klein wezentje.
Het is fascinerend om te bedenken dat zo’n hoopje veren van nauwelijks twaalf gram de Sahara oversteekt om precies in de Voorkempen zijn plek weer op te eisen.
De overlevingskansen van deze trekvogel zijn sterk afhankelijk van de neerslag in Afrika, waarbij droogte in de Sahel direct invloed heeft op het aantal zingende mannetjes dat we hier in de lente horen.
In de volksmond werd hij vroeger ook wel de 'rietmous' of 'kwetteraar' genoemd, namen die zijn rusteloze en beweeglijke karakter eer aan doen.
Hij zit zelden stil en zelfs tijdens het zingen zie je hem vaak langzaam naar de top van een rietpluim klimmen om daar zijn lied over het water te laten schallen.
Vervolgens kan hij bij het minste gevaar weer als een muis in de diepte van de vegetatie verdwijnen, waardoor hij fotografen vaak tot wanhoop drijft.
Voor natuurbeheerders in gebieden als het Groot Schietveld is de aanwezigheid van de rietzanger een belangrijke graadmeter voor de kwaliteit van het lokale water- en rietbeheer.
Het vrouwtje legt meestal vier tot zes eieren die ze in twee weken uitbroedt, waarna beide ouders onvermoeibaar insecten aanvoeren voor de jongen.
Hij houdt immers niet van verland riet dat te droog wordt, hij heeft die natte voeten en die verse insectenpopulaties echt nodig om zijn jongen groot te brengen.
Er is een oude anekdote uit de streek die vertelt dat de rietzanger zijn lied leerde van de wind die door de holle stengels floot, en dat hij sindsdien probeert dat ritselen te overtreffen.
Het is die onvermoeibare energie die hem zo geliefd maakt bij vogelkijkers die geduldig langs de oevers van onze vennen en plassen postvatten.
De beelden van François Eennaes onthullen de subtiele details van zijn warme verendek die anders voor het menselijk oog verborgen zouden blijven.
Zijn aanwezigheid verbindt onze lokale beekvalleien met de verre uithoeken van Afrika, een levend bewijs dat de natuur geen grenzen kent.
Het is een vogel die ons eraan herinnert dat schoonheid vaak verborgen zit in de details en dat je in de Voorkempen soms gewoon moet stilstaan om te luisteren.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten