zondag 19 april 2026

De pen van Glenn Solastalgie: Juridische sloten op de Vlaamse natte natuur

De pen van Glenn over solastalgie: juridische sloten op de natte natuur in Vlaanderen


‘De pen van Glenn Solastalgie’ is de vaste rubriek van de vereniging GroenRand.
Onder dit pseudoniem – een verwijzing naar de milieufilosofische term voor de pijn om een veranderend landschap – volgt de vereniging de Commissie Leefmilieu op de voet.
Door via volksvertegenwoordigers kritische vragen te stellen, streeft GroenRand er naar om politieke theorie om te zetten in concrete actie.
Uit deze opvolging blijkt dat starre regels en procedures zelfs de kleinste herstelwerken, zoals het ondieper maken van grachten voor hydrologisch herstel, onnodig vertragen of zelfs blokkeren.


Sinds de introductie van de Blue Deal heeft de Vlaamse overheid weliswaar investeringsmiddelen gemobiliseerd voor het herstel en de realisatie van bijkomende natte natuur, maar de uitvoering stuit op een bureaucratische muur.
Overheidsagentschappen, terreinbeheerders en waterbeheerders richten hun vizier volop op vernattingsprojecten om de ambities van de Blue Deal waar te maken, maar zij ervaren dagelijks hoe complexe procedures de noodzakelijke werken onnodig vertragen.
Hoewel effectieve wetgeving essentieel is om schade aan natuur en gezondheid te voorkomen, mag zij geen hinderpaal vormen voor projecten van algemeen belang.


De Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) pleitte in haar memorandum van 2024 al voor administratieve vereenvoudiging van vergunningsaanvragen en een stroomlijning van bestaande procedures.
De projectgroep Natte Natuur van de CIW heeft de juridische en procedurele knelpunten in kaart gebracht, maar het door de minister uitgestippelde traject – met een handleiding pas in 2026 – is volgens de indieners te traag.


De huidige conceptnota voor nieuwe regelgeving wil dit proces versnellen met concrete voorstellen die voortvloeien uit intensief overleg met partners op het terrein.
Een eerste noodzakelijke actie is het wegwerken van de inconsistente afbakening van beschermde gebieden waarbij de lijnen van gewestplanbestemmingen en het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) vaak niet exact samenvallen.


Het feit dat deze grenzen soms slechts enkele meters verschillen, dwingt tot absurde extra vergunningen voor vegetatiewijziging op stroken met identieke natuurwaarden.
Binnen de omgevingswetgeving moet het roer om, zeker omdat een wijziging van het Vrijstellingenbesluit vanaf 1 januari 2025 opnieuw een aparte machtiging bij de waterbeheerder vereist voor handelingen in de bedding van waterlopen.


Waar integratie van machtigingen in de omgevingsvergunning vaak wel lukt, is dit bij een VEN-ontheffing technisch onmogelijk, wat leidt tot nodeloos versnipperde procedures.
De conceptnota eist daarom dat het dempen en ondieper maken van grachten en het plaatsen van stuwen in niet-geklasseerde waterlopen weer vrijgesteld wordt van vergunning.


Deze vrijstelling moet gelden mits de ingrepen passen in een goedgekeurd natuurbeheerplan waarin de ecologische winst is aangetoond en er via eenvoudig hydrologisch onderzoek geen negatieve impact op buren blijkt.
Bovendien moet de onduidelijke definitie van ‘ondergrondse aanhoging’ in het Vrijstellingenbesluit nauwkeuriger omschreven worden om interpretatieproblemen op het terrein te vermijden.


Voor projecten onder de MER-plicht (milieueffectrapport) moet er een automatische verlenging van de uitvoeringsdatum komen, zodat Blue Deal-subsidies niet verloren gaan door procedurele vertragingen.
De versnippering tussen het Bosdecreet van 13 juni 1990 en het Natuurdecreet van 21 oktober 1997 zorgt eveneens voor onwerkbare verschillen in de beoordeling van potentiële natuurschade.
Een te brede interpretatie van het begrip ‘waterrijk gebied’ zorgt er momenteel voor dat zelfs ecologisch niet-waardevolle eutrofe plassen onder een strikt wijzigingsverbod vallen.
De huidige wetgeving focust te sterk op individuele vegetaties en soorten, waardoor een passende beoordeling vaak vastloopt op een lokaal detail terwijl het grotere geheel van systeemherstel zou moeten doorwegen.


Verschillende vernattingsprojecten worden nu tegengehouden door de beperkte aanwezigheid van een specifieke vegetatie die geen hogere waterpeilen kan verdragen, ondanks de globale natuurwinst.
Een nieuwe omzendbrief of besluit van de Vlaamse Regering moet definiëren dat uitgebreid ecohydrologisch onderzoek enkel nodig is wanneer de impact niet eenvoudig via bestaande kennis en DHM-kaarten kan worden aangetoond.
Voor landbouwers in natuurgebieden moet de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) de inspanningen voor ruilgronden verhogen en moet het flankerend beleid worden uitgebreid met opties voor bedrijfsaankoop of verplaatsing.
Vernattingsprojecten en natuurinrichting moeten in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening worden erkend als handelingen van algemeen belang om ze juridisch sterker te maken tegen bezwaren van private eigenaars.


Ook op federaal niveau is een aanpassing van het Burgerlijk Wetboek nodig, omdat de huidige erfdienstbaarheid van waterafvloeiing het vasthouden van water op hoger gelegen percelen bemoeilijkt.
Een wetswijziging moet er voor zorgen dat de drietrapsstrategie van vasthouden, bergen en afvoeren juridisch maximaal realiseerbaar wordt gemaakt binnen naburige percelen.
Administratief is de snelle introductie van een modulaire omgevingsvergunning en een eenloketsysteem – inclusief de integratie van kapmachtigingen van het ANB – een absolute noodzaak.
Het Departement Omgeving, het INBO en het ANB moeten een gezamenlijke werkgroep vormen om de bestaande regelgeving maximaal te integreren zonder het ambitieniveau te verlagen.


De financiering moet flexibeler via een permanent loket voor kleinschalige maatregelen, zodat terreinbeheerders direct kunnen inspelen op opportuniteiten en de werkzaamheden optimaal kunnen plannen.
Via een heldere omzendbrief moet de interpretatie van wat vrijgesteld dan wel vergunningsplichtig is consistent worden gemaakt voor zowel ambtenaren als particulieren.
Het draagvlak op het terrein moet vergroot worden door de financiering van voorbereidend onderzoek naar de impact op het omgevend landgebruik en de landbouw.
Historische peilbuisgegevens die voorafgaand aan projecten worden verzameld, moeten systematisch ontsloten worden via de WATINA-databank (Water in Natuur) om het beleid beter te onderbouwen.
Ook de bodemcomponent verdient meer aandacht, specifiek bij de Europese vertaling van de Belgische bodemkaart met haar unieke drainageklasse 16 en grondwatercodering.


Ten slotte moet er een regelgevend kader komen voor boerderijcompostering en het verwerken van natuurmaaisel op akkers, vergelijkbaar met het succesvolle Nederlandse model.
Blue Deal-kredieten moeten worden ingezet voor de noodzakelijke beheerinfrastructuur, zoals aangepaste toegangswegen en overslagplaatsen, die nodig zijn door de verminderde toegankelijkheid na vernatting.
Deze conceptnota roept de Vlaamse Regering op om al deze vereenvoudigingsvoorstellen maximaal uit te voeren in het belang van een versnelde realisatie van de Blue Deal-projecten.


De tijd van dralen en bureaucratisch navelstaren is voorbij; als we Vlaanderen werkelijk willen wapenen tegen de extremen van het klimaat, moeten we de natuur de ruimte geven om weer een spons te zijn.
Laat deze conceptnota daarom het breekijzer zijn dat de weg vrijmaakt voor actie op het terrein, want elke dag dat een vernattingsproject vastloopt in papierwerk, verliest ons landschap een stukje van zijn veerkracht.

Foto's: Ingrid Boumans

Geen opmerkingen:

Een reactie posten