zaterdag 25 april 2026

De comeback van wilde dieren in onze provincie: zegen of vloek? De nadelen heb je snel in kaart, de voordelen vergen onderzoek

De comeback van wilde dieren in onze provincie: zegen of vloek? De nadelen heb je snel in kaart, de voordelen vergen onderzoek

De provincie Antwerpen pleit ervoor om “probleembevers uit te schakelen” en na de dood van moederwolf Noëlla in maart vragen tegenstanders zich af of Vlaanderen wel geschikt is als habitat. Je zou bijna denken dat we overrompeld worden door de terugkerende wilde dieren, maar er zijn ook veel soorten die verdwijnen. “De soorten die nu voorzichtig terugkeren, doen dat puur omdat ze nu beschermd worden”, zegt Diemer Vercayie van Natuurpunt.

De uitspraken van de gedeputeerde voor Landbouw in de provincie Antwerpen, Jinnih Beels (Vooruit), over het “uitschakelen” van bevers op plaatsen waar ze landbouwakkers onder water zetten, wekt afschuw op bij natuurbeschermers en het Agentschap Natuur en Bos. Bevers zijn beschermde dieren en waren tot voor enkele jaren zelfs uitgestorven in Vlaanderen.

Volgens Diemer Vercayie, adviseur natuurbeleid bij Natuurpunt, is het zeer simplistisch om een opdeling te maken tussen ‘nuttige’ of ‘schadelijke’ teruggekeerde wilde dieren. “Het is veel complexer dan dat. Ieder dier heeft zijn taak in het veel groter ecosysteem.”

“Bijna alle grote soorten werden de voorbije 150 jaar uitgeroeid door de mens. Roofdieren werden onbeteugeld bejaagd. In 1889 werd een staatspremie ingesteld voor het doden van otters, die later nog tweemaal werd verhoogd. Vissers zagen de otters als concurrenten. Burgers kregen bij de gemeente een premie voor elke afgeschoten otter”, vertelt Vercayie. “Uit een thesis van een student blijkt dat praktisch in alle Vlaamse gemeenten zulke otterpremies werden uitgegeven, wat betekent dat de soort in Vlaanderen algemeen verspreid was in nagenoeg alle waterlopen. Pas in 1965 werd de premie op het doden van otters afgeschaft.”

Maar het kwaad was geschied. Tussen 1984 en 2012 was er geen enkele waarneming meer van de otter in Vlaanderen. “Dat die dieren nu voorzichtig terugkeren – bij de otter gaat het heel traag, er is nog geen bewezen voorplanting – komt puur omdat ze nu beschermd worden. Hetzelfde met dieren als de bever en de wolf. Nu al over het opheffen van die bescherming praten, is zeer kortzichtig”, waarschuwt Diemer Vercayie. “De bescherming van die soorten is een keuze om de biodiversiteit te behouden voor ons én voor de generaties na ons.”


Premiejagers

Niet alleen de otter, ook de gewone en de grijze zeehond werden vorige eeuw door premiejagers nagenoeg volledig uitgeroeid in de Scheldedelta en de Noordzee. Voor een afgesneden linkervlerk van een zeehond kregen de mensen een mooie duit. Zeehonden werden ‘stinkdieren’ genoemd. “Dat we ze nu terug kunnen zien zonnen op de zandplaten aan de Belgische kust, mogen we niet vanzelfsprekend nemen.”

De nadelen heb je snel in kaart, de voordelen vergen onderzoek. En daar wordt meestal geen geld in gestoken, zegt Vercayie. “Niemand zal klagen over voordelen. Wist je dat de biomassa van de honden op onze planeet groter is dan de biomassa van alle wilde landzoogdieren die op aarde leven? De biomassa van de wilde dieren bedraagt nog maar 5,6%, onderverdeeld in 1,7% wilde landzoogdieren en 3,7% zeezoogdieren. De mens neemt 36,1% van de biomassa in, het vee 58,3%.”

Diemer Vercayie verwijst naar de terugkeer van de steenmarter. “We moeten opnieuw op een conflictvrije manier proberen samen te leven. Er zijn oplossingen. Beverdammen kunnen verlaagd worden om de waterstand naar beneden te brengen. Voor wolven, bestaan er wolvenproof omheiningen. Wij vinden het normaal dat wagens waterdicht zijn, de autoconstructeurs moeten er ook voor zorgen dat auto’s steenmarterdicht zijn, want ze maken deel uit van onze natuurlijke omgeving.”

Wat velen vergeten: de vos is ook nog maar sinds 2003 terug. De meeste kippenhouders weten intussen dat ze hun hok elke avond moeten afsluiten. “We zitten in een overgangssituatie. Nu is het zaak om structurele oplossingen te vinden en vooral te implementeren zodat we ons landschap in de toekomst kunnen delen met zo weinig mogelijk conflicten”, besluit Vercayie.

Insectenarmoede

Wie over de terugkeerders spreekt, mag niet zwijgen over de schaduwkant en alle soorten die de voorbije decennia verdwenen zijn in Vlaanderen en níét terugkeren. Dat zegt bioloog en publicist Dirk Draulans. De insectenarmoede is bijvoorbeeld heel groot.

“De bosvogels doen het momenteel goed, omdat onze bossen beter beschermd worden”, stelt Draulans vast. “Bijna alle roofvogels zijn terug. Ik herinner me dat er in de jaren zeventig dagen waren dat ik geen enkele roofvogel zag. Het was toen een voorrecht om eens een buizerd te spotten. De jacht, maar ook het gebruik van het in 1974 verboden insectendodend middel DDT (dichloordifenyltrichloorethaan, red.) door de landbouwers zorgde toen voor massale sterfte.”

“Tuinvogels doen het ook goed, maar het is verontrustend dat sommige vogelsoorten echt aan het crashen zijn”, vertelt Dirk Draulans. “De huismus en de spreeuw doen het heel slecht, zeker in landbouwgebied. Ook weide- en akkervogels doen het heel slecht. In mijn jeugd hoorde je overal ortolanen en veldleeuweriken zingen. Door het verdwijnen van hagen en houtkanten en het intensief akker- en weidebeheer zijn die bijna overal verdwenen. Ons landschap wordt uitgekleed. Ik weet niet of het je al is opgevallen, maar zelfs Turkse tortels zie je steeds minder.”

In de Schelde is de biodiversiteit wel verbeterd door de waterzuivering. “De houting, een vissoort die al honderd jaar uitgestorven was, werd drie jaar geleden teruggevonden in de Schelde bij Kruibeke. Ook de fint, een haringachtige trekvis, is terug van weggeweest.”

De uitspraken van gedeputeerde Jinnih Beels over “het uitschakelen van probleembevers”, betreurt Draulans. “Het is duidelijk dat ze het dossier niet kent en gebrainwasht is door de Boerenbond. Haar uitspraken over hoe bevers onze voedselzekerheid in gevaar brengen omdat ze wat akkers onder water zetten, slaan nergens op. De boeren zitten op een aardappelberg van 860.000 ton. Het is bon ton om alles wat misloopt op de bever af te schuiven, in plaats van ze als wateringenieurs te zien. Op normale bodems zou het water beter intrekken, maar die bodemstructuur is zo hard- en vastgereden tegenwoordig door de kolossale landbouwmachines die tegenwoordig gebruikt worden.”

“De Aziatische hoornaar is nu volksvijand nummer één, maar er wordt met geen woord gerept over het bombardement aan pesticiden dat nog veel bedreigender is voor de bijen.”

Amper tien jaar geleden verklaarde Dirk Draulans nog in een interview dat hij met een gerust hart zijn kop zou kunnen leggen als de terugkeer van de wolf een feit is. “Ik had me al een nieuw target gesteld: de zeearend. Door afschot en pesticiden waren die ook helemaal uitgestorven. Maar kijk: sinds drie jaar broedt er weer een koppel zeearenden in natuurgebied De Blankaart bij Diksmuide. Marc Smets, conservator van het Turnhouts Vennengebied, vertelde me onlangs dat hij er tegenwoordig meer zeearenden ziet overvliegen dan ringmussen. Dat is goed nieuws, maar tegelijk dramatisch slecht nieuws, want de ringmus was vroeger een algemene soort.”


Terugkerende soorten in Vlaanderen

Zoogdieren


Vogels

Bronnen: Verkem et al 2003- Zoogdieren in Vlaanderen/INBO/waarnemingen.be/ Natuurpunt/KBIN/Natuur.oriolus/Natuurbericht


Deze dieren crashen:

Over alle soortgroepen heen is 28,9% van de wilde dieren in Vlaanderen bedreigd.


Insecten

Zoogdieren

Vogels


38% van de broedvogels in Vlaanderen zijn bedreigd (Rode lijst broedvogels 2016).

Habitats: slechts 2 van de 46 Europees beschermde habitats in Vlaanderen in goede toestand.

Burgers aan het woord

De recente dood van wolvin Noëlla en de discussie over probleembevers hebben het debat over wilde dieren in Vlaanderen weer op scherp gezet. Hoewel de terugkeer van deze soorten het resultaat is van betere bescherming, roept het bij de Vlaming gemengde gevoelens op. Is er in ons dichtbevolkte landje nog wel plek voor echte wildernis? Volgens natuurvereniging GroenRand ligt het antwoord in één woord: ontsnippering.
De mens als spelbreker

Veel Vlamingen wijzen naar de mens als de hoofdschuldige voor de verstoorde natuur. De mens maakt alles kapot, stelt David Dejaeghere. Voor hem is de bescherming van dieren een noodzakelijke correctie op de enorme ontginning van grondstoffen. Ook Sven Philips en Johan Lauwers treden hem bij: niet de dieren, maar de mens is de grootste vernietiger van het ecosysteem. Het herstellen van het evenwicht kost tijd, maar is volgens hen de enige weg vooruit.
Vlaanderen als wildlife-reservaat: een utopie?

Tegenover dit enthousiasme staat een grote groep sceptici die wijst op de praktische grenzen. Vlaanderen is simpelweg te verstedelijkt. Om de paar honderd meter is er een weg of een woning, zegt Maria Peeters. Zij ziet de vele doodgereden wolven als bewijs dat onze regio niet geschikt is voor dieren die uitgestrekte gebieden nodig hebben. Ook Bart Van der Heyden herinnert eraan dat onze voorouders deze dieren niet zonder reden hebben verdreven. Voor hem is het een utopie om te denken dat de natuur in een regio als de onze zelf haar evenwicht kan vinden.
De visie van GroenRand: Ontsnippering als sleutel

Natuurvereniging GroenRand ziet dit echter anders. Voor hen is het probleem niet het gebrek aan ruimte, maar de versnippering ervan. In hun visie is ecologische ontsnippering dé fundamentele oplossing om natuur en mens in een dichtbevolkt Vlaanderen te laten samenleven.
Door natuurgebieden weer met elkaar te verbinden via ecoducten, tunnels en groene corridors, ontstaan er grotere, veilige leefgebieden. Dit verlaagt niet alleen het aantal verkeersslachtoffers onder dieren, maar verkleint ook de kans op conflicten. Wanneer dieren zich veilig door natuurlijke verbindingen kunnen verplaatsen, duiken ze minder snel op in woonwijken of op plekken waar ze overlast veroorzaken. Een robuust groen netwerk over heel Vlaanderen is volgens de vereniging noodzakelijk om wilde soorten een eerlijke kans te geven.
Veiligheid en landbouw onder druk

Toch blijft de vrees bestaan. Een dier blijft een dier en als het in het nauw geraakt, zorgt dat voor problemen, merkt Ria Van Dyck op. Paul van Herck vraagt zich af hoe ver we kunnen gaan ten koste van de landbouwers. GroenRand pleit hier voor een nuchtere aanpak: in plaats van dieren zoals de bever simpelweg uit te schakelen, moeten we investeren in preventie, zoals het plaatsen van beverpipes om waterstanden te regelen of het wolf-proof maken van veeweides.
De weg naar een broos evenwicht

De roep om een nuchter beheer klinkt luid. Kris Claessens stelt dat de comeback een zegen is, mits er geen extra nadelen bij komen. Waar sceptici muren of hekken zien als oplossing, ziet GroenRand bruggen en verbindingen. Door strategische sleutelgronden aan te kopen en de natuur weer als één samenhangend netwerk te zien, kan Vlaanderen volgens hen veranderen van een verstedelijkt knelpunt in een veerkrachtig landschap waar mens en dier hun plek vinden.
Zolang de ruimte schaars blijft, zal de discussie waarschijnlijk even wild blijven als de wolf zelf. Maar met de juiste verbindingen hoeft natuurherstel in Vlaanderen geen utopie te blijven.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten