woensdag 1 april 2026

Beverbeheer onder de loep: GroenRand en de provincie Antwerpen zoeken naar een duurzaam evenwicht

Beverbeheer onder de loep: GroenRand en de provincie Antwerpen zoeken naar een duurzaam evenwicht


De pen van Glenn - foto's: Ben Hellebaut

Natuurvereniging GroenRand zette in 2023 de bever in de schijnwerpers.
Elk jaar zet GroenRand een zeldzaam dier in de kijker.
In 2023 was dat de bever, en wel om een goede reden: het grootste knaagdier in Vlaanderen en Europa lijkt goed te gedijen langs de Antitankgracht in de regio.


De bever komt terug in de actualiteit, omdat minister Jo Brouns toen een actieplan heeft opgesteld tegen toenemende beverschade.
Hij wil beter afbakenen waar bevers hun gang kunnen gaan en waar ze meer gereguleerd moeten worden.
De bever is een beschermde diersoort en de populatie groeit.
Of we het nu willen of niet, hij is hier om te blijven.
We kunnen echter wel maatregelen nemen om schade te voorkomen.
Sinds de terugkeer van de soort in Vlaanderen wordt geschat dat er ongeveer 1.200 bevers zijn.


Ruim twintig jaar geleden werden de eerste dieren uitgezet aan de Dijle, ten zuiden van Leuven, en in dezelfde periode staken enkele avontuurlijke exemplaren de grens over vanuit Nederland.
Dichter bij huis zien we regelmatig knaagsporen langs de Antitankgracht in Schilde.
Het lijkt alsof het dier hier een vijfsterrenhotel heeft gevonden, compleet met looppaden, wissels en een all-you-can-eat gnawbuffet.
In het bos tussen de E34 en de Zwaaikom van Albertkanaal in Oelegem kwamen we een beverdam tegen op de Kapelbeek, alsof de bevers een luxueus zomerhuis hadden gebouwd.
In het verlengde van de Antitankgracht zijn de bevers zelfs in het Schijn in Oelegem al druk aan het werk geweest met een indrukwekkende dam.
Ook het Klein Schijn in Schoten blijkt een uitstekende habitat voor deze knaagdieren.
Met een nieuw voorspellingsmodel brengt het INBO de locaties in kaart waar bevers zich op termijn kunnen vestigen, zodat er vooraf maatregelen genomen kunnen worden.


Het verplaatsen van dieren heeft weinig tot geen zin.
Als het gebied geschikt is, komen er toch nieuwe bevers.
Bovendien is het lastig de hele beverfamilie te vangen.
En waar moeten ze dan naartoe?
Als je ze te dicht in de buurt uitzet, komen ze gewoon weer terug.
Daarnaast kunnen ze verderop dezelfde problemen veroorzaken.
Het waterbeheer kost handenvol geld.
In 2015 ging het om 42.245 euro, in 2023 was dat al 734.114 euro.
De Vlaamse overheid heeft sinds 2014 al 464.389 euro aan schade door de bever uitgekeerd.
Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns wil de kosten drukken en het draagvlak voor de bever bij de bevolking behouden.
Het kabinet heeft het Agentschap Natuur en Bos de opdracht gegeven om snel aan de slag te gaan met het afbakenen van kern- en maatwerkgebieden voor de bever.
In de kerngebieden krijgen deze knagers alle ruimte om hun ding te doen.
Het gaat om grote aaneengesloten natuurgebieden langs waterlopen.
In maatwerkgebieden krijgen waterbeheerders meer mogelijkheden om de bever in toom te houden.


Hier zou dan kordater worden opgetreden.
De minister wil Vlaanderen opdelen in zones waar de bever vrij spel krijgt of verhuist.
Volgens de minister is hierbij een beverplan broodnodig.
Het Agentschap Natuur en Bos moet daarom volgens Brouns snel kern- en maatwerkgebieden afbakenen.
In kerngebieden krijgen natte natuur en de bever ruimte om zich te ontwikkelen.
In maatwerkgebieden kunnen waterbeheerders ingrijpen volgens het stappenplan van het soortbeschermingsprogramma.
Buiten de kerngebieden kan kordater worden opgetreden bij belangrijke schade.
Deze bijsturing moet de beheerskosten onder controle houden en het draagvlak voor de soort versterken.
In Europa hebben bevers een beschermde status gekregen vanwege hun talrijke voordelen.
Dankzij hun bouwkunsten stijgt het grondwaterpeil en wordt de kans op uitdroging verkleind.


In natuurgebieden kan een bever binnen enkele weken een waterplan volledig naar zijn hand zetten, wat een enorme verrijking is voor de biodiversiteit.
Het bouwen van dammen zit in het DNA van de bever, dus men kan het hem niet kwalijk nemen.
In 2015 werd een eerste soortenbeschermingsprogramma uitgewerkt voor Vlaanderen.
Het tweede soortenbeschermingsprogramma, goedgekeurd in januari 2024, moet het verder duurzaam samenleven met de bever verzekeren.


Om op een evenwichtige manier met eventuele conflicten om te gaan, werd dit beschermingsprogramma opgesteld.
Om het duurzame samenleven met de bever te waarborgen, is het noodzakelijk een evenwicht te vinden tussen zijn strikte beschermingsstatus en het vermijden van overlast en schade.
Dit is de rode draad, ingrijpen kan alleen plaatsvinden onder strikte voorwaarden en moet zoveel mogelijk vermeden worden.
GroenRand concludeert dat de mens zich zo veel mogelijk moet aanpassen aan de bever en niet andersom.
GroenRand wijst op het wettelijk kader: in Vlaanderen is de bever (Castor fiber) een strikt beschermde diersoort onder het Soortenbesluit en de Europese Habitatrichtlijn, wat betekent dat het verboden is om het dier te doden, te vangen of opzettelijk te verstoren.
Deze bescherming strekt zich uit over het volledige leefgebied als een aaneengesloten functioneel geheel, waarbij niet alleen de bevers zelf, maar ook hun burchten, holen, dammen en de essentiële verbindingsroutes tussen rust- en foerageerplaatsen het hele jaar door juridisch gevrijwaard zijn van beschadiging of vernietiging.


Omdat de bever als ecosysteem-ingenieur een cruciale rol speelt in de strijd tegen droogte door waterbuffering en het creëren van nieuwe biotopen, is zijn aanwezigheid van groot ecologisch belang, al kan dit in het dichtbevolkte Vlaanderen leiden tot graafschade aan dijken of vernatting van landbouwpercelen.
Om dit samenleven te faciliteren, voorziet het op 19 januari 2024 vernieuwde Soortenbeschermingsprogramma (SBP 2) in een duidelijk kader voor conflictbeheersing en zonering, waarbij preventieve maatregelen zoals boombescherming of beverwerend gaas altijd voorrang krijgen.
Pas wanneer er geen andere bevredigende oplossing is en de openbare veiligheid of belangrijke economische belangen in het gedrang komen, kan er via een officiële ontheffing van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) worden ingegrepen in dit aaneengesloten netwerk, waarbij gedupeerde land- of bosbouwers onder strikte voorwaarden aanspraak kunnen maken op een schaderegeling voor verliezen boven de 300 euro.
Het provinciebestuur van Antwerpen roept Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns en het Agentschap voor Natuur en Bos op om snel in te grijpen tegen beverschade.


Eerder deze maand sloeg ook de Boerenbond alarm, omdat heel wat akkers onder water staan.
Zo kan landbouwer Ben Van Looveren uit Geel zijn veld niet voorbereiden op de zomer.
Bovendien kreeg hij te horen dat hij geen recht heeft op een schadevergoeding.
Eerder deze maand vroeg de Boerenbond al aan waterloopbeheerders om iets te doen tegen de wateroverlast die beverdammen veroorzaken.
Door het toenemende aantal bevers in de provincie Antwerpen staan steeds meer landbouwakkers onder water.
"Naar mijn mening zijn landbouw en natuur bondgenoten, maar ik maak me momenteel zorgen omdat veel landbouwers met kopzorgen zitten", zegt gedeputeerde voor Landbouw Jinnih Beels (Vooruit).
De oproep naar de minister is eigenlijk heel duidelijk: we vragen middelen en ondersteuning actie te kunnen ondernemen.
"Geef ons een helder, transparant kader waarbinnen we als provincie kunnen werken", aldus Beels.
Landbouwer Ben Van Looveren uit Geel vraagt dringende en concrete maatregelen.
Door een beverdam aan zijn akker kan hij zijn land niet meer bewerken.
Sinds midden vorig jaar zit hier een bever.
Het veld is nu quasi onbewerkbaar.
Als het zo verdergaat, zal ik hier serieuze schade door lijden.


"De dam is al eens weggehaald door de provincie, maar daarna opnieuw opgebouwd", vult hij aan.
Nu wil men hem niet nog eens afbreken, omdat hij telkens terugkomt.
"Bovendien kreeg ik recent te horen dat ik geen schadevergoeding krijg van het Agentschap Natuur en Bos (ANB), omdat er wel toestemming is om de dam af te breken."
"Dat is een probleem dat de overheid moet herbekijken.”
De ene landbouwer krijgt een vergoeding, terwijl een andere in een gelijkaardige situatie niets krijgt.
Ook volgens Beels loopt er veel mis met schadevergoedingen.
"Daar moet duidelijkheid in komen, want we merken dat er met twee maten en twee gewichten wordt gewerkt."
"In deze periode, de lente, willen landbouwers hun akkers bewerken en inzaaien, maar dat lukt niet door te veel of soms te weinig water."
"Daarom vragen we een helder kader met duidelijke criteria, zodat landbouwers weten hoe ze een schadeclaim moeten indienen en die ook snel behandeld wordt."
"Nu tasten we eigenlijk in het duister."
Het provinciebestuur van Antwerpen wil duidelijke kern- en maatwerkgebieden voor de bever.


Eind 2025 waren in de buurt van de provinciale waterlopen in de provincie Antwerpen 29 beverburchten gekend en 495 locaties met beveractiviteit geregistreerd, vooral dammen.
De dienst Integraal Waterbeleid voerde toen zo'n 4.500 controles uit en meer dan 1.000 interventies, voornamelijk het aftoppen of verwijderen van dammen.
"We vragen om kernleefgebieden waar de bever ruimte krijgt, en maatwerkgebieden waar we kunnen ingegrepen wanneer schade oploopt", zegt gedeputeerde van Milieu en Natuur Jan De Haes (N-VA).
"Dat is ook belangrijk voor ons als waterloopbeheerder."
"Wij zijn verantwoordelijk voor een goede waterafvoer, maar hebben vandaag niet altijd de juiste instrumenten of mogelijkheden om te voorkomen dat landbouwgronden onder water lopen", aldus De Haes.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten