De tjiftjaf in de Voorkempen, vastgelegd door de lens van François Eennaes.
Het is een kleine zangvogel die vooral bekend is door zijn roep, die klinkt als “tjif-tjaf”.
Je hoort hem vaak in bossen en tuinen, vooral in het voorjaar en de zomer.
Hij is bruin-groen van kleur en lijkt een beetje op andere kleine zangers, maar zijn geluid maakt hem makkelijk herkenbaar.
Hoewel dit vogeltje met zijn bescheiden formaat nauwelijks opvalt tussen het jonge blad, is zijn aanwezigheid door zijn niet-aflatende zang dominant.
Het is vandaag 14 april en dat betekent dat de tjiftjaf momenteel op het hoogtepunt van zijn zangactiviteit is.
Voor velen is dit het definitieve bewijs dat de winter nu echt achter ons ligt.
De regio van de Voorkempen, met gemeenten als Brasschaat, Schoten en Zoersel, vormt een ideaal biotoop voor deze soort.
Het gebied kenmerkt zich door een afwisseling van oude parkbossen, villatuinen met veel ondergroei en overgangszones naar heidegebieden zoals de Kalmthoutse Heide.
De tjiftjaf is bij uitstek een bewoner van bosranden en parken.
Hij houdt van plekken waar hoge zangposten gecombineerd worden met een dichte, verruigde struiklaag van bramen of varens om in te nestelen.
In de bosrijke lanen van de Voorkempen vindt hij deze structuur in overvloed, waardoor de populatiedichtheid hier bijzonder hoog is.
De soort heeft zich de laatste jaren ook opvallend goed aangepast aan de verstedelijking in Vlaanderen en komt nu zelfs in suburbane wijken meer voor dan vroeger.
Biologisch gezien is de tjiftjaf een technisch hoogstandje van de natuur.
Het is een actieve insecteneter die rusteloos door het gebladerte hopt op zoek naar muggen, spinnen en kleine rupsen.
Een karakteristiek gedrag is het voortdurend omlaag wippen van de staart, wat een trekje is dat hem onderscheidt van zijn bijna identieke dubbelganger, de fitis.
Voor vogelaars is dit "fitis-dilemma" een klassieke uitdaging.
Waar de fitis lichte, vleeskleurige poten heeft, herken je de tjiftjaf aan zijn bijna zwarte pootjes.
Bij de tjiftjaf zijn de vleugels ook iets korter en is de wenkbrauwstreep minder duidelijk getekend dan bij de fitis.
Bij twijfel biedt de zang echter altijd uitsluitsel, want de tjiftjaf produceert zijn bekende staccato-zang terwijl de fitis een melancholisch, aflopend fluitje laat horen.
Er bestaat zelfs een Siberische tjiftjaf die soms in onze streken opduikt en een weemoedig "hiep" geluid maakt.
De nestbouw van de tjiftjaf is eveneens bijzonder.
In tegenstelling tot veel zangvogels die een open kommetje maken, bouwt hij een overdekt "ovennest".
Dit bolvormige bouwsel van gras en mos heeft een zij-ingang en is van binnen gevoerd met zachte veertjes.
Opmerkelijk genoeg bevindt dit nest zich meestal zeer laag bij de grond en zit het goed verscholen in brandnetels of braamstruiken, terwijl de vogel zelf vaak de hoogste boomtoppen opzoekt om zijn territorium af te bakenen.
Nu het midden april is, zijn de vrouwtjes druk bezig met het voltooien van deze vernuftige bouwwerken.
Ook in onze cultuur en taal heeft de vogel diepe sporen nagelaten.
De wetenschappelijke naam Phylloscopus collybita bevat een mooie verwijzing, want collybita is afgeleid van het Griekse woord voor geldwisselaar.
Men vond namelijk dat de zang leek op het geluid van rinkelende munten die geteld worden op een tafel.
In lokale Vlaamse dialecten kreeg de vogel kleurrijke namen zoals de bonenzetter, omdat hij arriveerde wanneer de boeren hun bonen plantten, of de wijntapper, naar het ritmische getik dat deed denken aan een lekkend wijnvat.
Zelfs in de stripwereld is hij vereeuwigd, aangezien Willy Vandersteen in 1970 het Suske en Wiske-album "De toornige tjiftjaf" aan de vogel wijdde om de illegale vogelvangst in België aan te klagen.
Vandaag de dag is de tjiftjaf ook een symbool van verandering.
Door de opwarming van het klimaat zien we dat steeds meer exemplaren de gevaarlijke trek naar Noord-Afrika overslaan en in de Voorkempen overwinteren.
De najaarstrek piekt normaal gesproken in september en oktober, maar milde winters zorgen ervoor dat honderden vogels tegenwoordig gewoon in onze riviergebieden blijven hangen.
Als ze wel trekken, overwinteren ze vaak in het Middellandse Zeegebied of zelfs in tropisch Afrika.
Of hij nu een standvogel is of een vroege migrant, zijn onvermoeibare roep blijft een essentieel onderdeel van het Vlaamse natuurlandschap.
Dankzij het werk van organisaties als GroenRand en de observaties van fotografen zoals François Eennaes blijft de fascinatie voor dit kleine maar karaktervolle vogeltje levendig in onze regio.
Je hoort hem vaak in bossen en tuinen, vooral in het voorjaar en de zomer.
Hij is bruin-groen van kleur en lijkt een beetje op andere kleine zangers, maar zijn geluid maakt hem makkelijk herkenbaar.
Hoewel dit vogeltje met zijn bescheiden formaat nauwelijks opvalt tussen het jonge blad, is zijn aanwezigheid door zijn niet-aflatende zang dominant.
Het is vandaag 14 april en dat betekent dat de tjiftjaf momenteel op het hoogtepunt van zijn zangactiviteit is.
Voor velen is dit het definitieve bewijs dat de winter nu echt achter ons ligt.
De regio van de Voorkempen, met gemeenten als Brasschaat, Schoten en Zoersel, vormt een ideaal biotoop voor deze soort.
Het gebied kenmerkt zich door een afwisseling van oude parkbossen, villatuinen met veel ondergroei en overgangszones naar heidegebieden zoals de Kalmthoutse Heide.
De tjiftjaf is bij uitstek een bewoner van bosranden en parken.
Hij houdt van plekken waar hoge zangposten gecombineerd worden met een dichte, verruigde struiklaag van bramen of varens om in te nestelen.
In de bosrijke lanen van de Voorkempen vindt hij deze structuur in overvloed, waardoor de populatiedichtheid hier bijzonder hoog is.
De soort heeft zich de laatste jaren ook opvallend goed aangepast aan de verstedelijking in Vlaanderen en komt nu zelfs in suburbane wijken meer voor dan vroeger.
Biologisch gezien is de tjiftjaf een technisch hoogstandje van de natuur.
Het is een actieve insecteneter die rusteloos door het gebladerte hopt op zoek naar muggen, spinnen en kleine rupsen.
Een karakteristiek gedrag is het voortdurend omlaag wippen van de staart, wat een trekje is dat hem onderscheidt van zijn bijna identieke dubbelganger, de fitis.
Voor vogelaars is dit "fitis-dilemma" een klassieke uitdaging.
Waar de fitis lichte, vleeskleurige poten heeft, herken je de tjiftjaf aan zijn bijna zwarte pootjes.
Bij de tjiftjaf zijn de vleugels ook iets korter en is de wenkbrauwstreep minder duidelijk getekend dan bij de fitis.
Bij twijfel biedt de zang echter altijd uitsluitsel, want de tjiftjaf produceert zijn bekende staccato-zang terwijl de fitis een melancholisch, aflopend fluitje laat horen.
Er bestaat zelfs een Siberische tjiftjaf die soms in onze streken opduikt en een weemoedig "hiep" geluid maakt.
De nestbouw van de tjiftjaf is eveneens bijzonder.
In tegenstelling tot veel zangvogels die een open kommetje maken, bouwt hij een overdekt "ovennest".
Dit bolvormige bouwsel van gras en mos heeft een zij-ingang en is van binnen gevoerd met zachte veertjes.
Opmerkelijk genoeg bevindt dit nest zich meestal zeer laag bij de grond en zit het goed verscholen in brandnetels of braamstruiken, terwijl de vogel zelf vaak de hoogste boomtoppen opzoekt om zijn territorium af te bakenen.
Nu het midden april is, zijn de vrouwtjes druk bezig met het voltooien van deze vernuftige bouwwerken.
Ook in onze cultuur en taal heeft de vogel diepe sporen nagelaten.
De wetenschappelijke naam Phylloscopus collybita bevat een mooie verwijzing, want collybita is afgeleid van het Griekse woord voor geldwisselaar.
Men vond namelijk dat de zang leek op het geluid van rinkelende munten die geteld worden op een tafel.
In lokale Vlaamse dialecten kreeg de vogel kleurrijke namen zoals de bonenzetter, omdat hij arriveerde wanneer de boeren hun bonen plantten, of de wijntapper, naar het ritmische getik dat deed denken aan een lekkend wijnvat.
Zelfs in de stripwereld is hij vereeuwigd, aangezien Willy Vandersteen in 1970 het Suske en Wiske-album "De toornige tjiftjaf" aan de vogel wijdde om de illegale vogelvangst in België aan te klagen.
Vandaag de dag is de tjiftjaf ook een symbool van verandering.
Door de opwarming van het klimaat zien we dat steeds meer exemplaren de gevaarlijke trek naar Noord-Afrika overslaan en in de Voorkempen overwinteren.
De najaarstrek piekt normaal gesproken in september en oktober, maar milde winters zorgen ervoor dat honderden vogels tegenwoordig gewoon in onze riviergebieden blijven hangen.
Als ze wel trekken, overwinteren ze vaak in het Middellandse Zeegebied of zelfs in tropisch Afrika.
Of hij nu een standvogel is of een vroege migrant, zijn onvermoeibare roep blijft een essentieel onderdeel van het Vlaamse natuurlandschap.
Dankzij het werk van organisaties als GroenRand en de observaties van fotografen zoals François Eennaes blijft de fascinatie voor dit kleine maar karaktervolle vogeltje levendig in onze regio.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten