donderdag 2 juli 2026

Grenzeloze natuur: Waarom de afstemming van het maaibeheer langs de Antitankgracht een ecologische mijlpaal is

Grenzeloze natuur: waarom de afstemming van het maaibeheer langs de Antitankgracht een belangrijke ecologische mijlpaal vormt


Pen van Glenn - foto's: Regionaal Landschap de Voorkempen

De gemeenten Brasschaat, Brecht, Kapellen, Ranst, Schoten en Stabroek schrijven dit jaar geschiedenis.
Voor het eerst stemmen zij hun maaibeheer langs de historische Antitankgracht volledig op elkaar af.
Onder de coördinerende vleugels van Regionaal Landschap de Voorkempen en met de enthousiaste steun van natuurvereniging GroenRand, transformeren de gemeentegrenzen van een barrière in een groene brug.
Dit is niet zomaar een logistieke samenwerking; het is een fundamentele verschuiving naar grootschalig ecologisch herstel.
Voor een buitenstaander lijkt bermbeheer misschien een banale, technische kwestie van ronkende tractoren en openbare netheid.
Maar voor wie met een ecologische bril kijkt, zijn de bermen langs de Antitankgracht de vitale slagaders van de lokale biodiversiteit.
GroenRand benadrukt al jaren dat natuur zich niet houdt aan gemeentegrenzen.
Een insect, een ree of een zeldzame plant stopt niet bij de grens tussen Schoten en Brasschaat.


Juist daarom is deze schaalvergroting zo cruciaal.
Voor het eerst stemmen zes gemeentes de beheerwerken langs de Antitankgracht op elkaar af.
Dat is niet alleen efficiënter.
Door de schaalvergroting wordt het ecologisch beheer verder verfijnd, met meer ruimte voor biodiversiteit en een kwalitatieve beleving voor wandelaars en fietsers.
Deze week start landschapsaannemer Krinkels Be met de werken.
Het Regionaal Landschap coördineert.
Tijdelijke, beperkte tijdelijke hinder is mogelijk.
Nadien liggen de fiets- en wandelpaden er weer perfect begaanbaar bij.
De Antitankgracht, oorspronkelijk aangelegd als militair verdedigingswerk in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog, heeft door de decennia heen een opmerkelijke gedaanteverwisseling ondergaan.
Het is vandaag de dag een van de langste en belangrijkste ecologische verbindingszones in de provincie Antwerpen, die verschillende grote bos- en natuurgebieden met elkaar verbindt.
Natuurvrienden en ecologen benadrukken al geruime tijd dat versnippering een van de grootste bedreigingen vormt voor onze inheemse flora en fauna.


Wanneer natuurgebieden geïsoleerde eilanden worden, loert genetische verarming en lokaal uitsterven om de hoek.
GroenRand steunt dit project omdat het de Antitankgracht transformaert tot een ononderbroken ecologische corridor.
Door het beheer in de zes gemeenten op elkaar af te stemmen, ontstaat er een uniforme, kwalitatieve groenzone.
Planten kunnen zich zo via de bermen makkelijker verspreiden, en insecten en kleine zoogdieren vinden een veilige migratieroute over een afstand van tientallen kilometers.
Door het beheer over de gemeentegrenzen heen op elkaar af te stemmen, kunnen de partners middelen en expertise efficiënter inzetten én gerichter werken aan biodiversiteit.
In het verleden hanteerde elke gemeente haar eigen planning, materieel en visie.
Door de krachten te bundelen en de coördinatie bij het Regionaal Landschap te leggen, wordt er niet alleen bespaard op logistiek vlak, maar wordt de ecologische lat overal even hoog gelegd.
Het hart van het nieuwe bermbeheerplan bestaat uit een beproefde ecologische methode: het verschralingsbeheer.
Om te begrijpen waarom dit zo belangrijk is, moeten we kijken naar de dynamiek van de Vlaamse bodem.


Veel bermen in Vlaanderen zijn van nature voedselrijk of zijn door de jaren heen verrijkt door de uitstoot van stikstof.
Op zulke voedselrijke gronden schieten snelgroeiende, dominante planten zoals brandnetels, distels en rundergras snel omhoog, waardoor ze de kleinere, kwetsbare bloemen en kruiden verstikken.
Om de biodiversiteit een boost te geven, volgen de werken strikt de wettelijke maaidata van het Bermendecreet.
De eerste maaibeurt start vanaf 15 juni, wanneer de meeste voorjaarsbloeiers hun zaad hebben gevormd en de eerste insectengeneraties hun cyclus kunnen voltooien.
De tweede maaibeurt volgt vanaf 15 september, wat de zomerbloeiers de kans geeft om tot volle bloei te komen en zaad te zetten.
De cruciale stap in dit proces is dat het maaisel na het maaien niet blijft liggen, maar consequent wordt afgevoerd.
Als het maaisel blijft liggen, verteert het en komen de voedingsstoffen terug in de bodem, wat de cyclus van verrijking in stand houdt.
Door het systematisch weg te halen, wordt de bodem langzaam maar zeker armer.
Op zo'n schrale bodem krijgen dominante soorten minder kans, wat tragere groeiers — zoals margrieten, knoopkruid, wilde cichorei en diverse orchideeënsoorten — eindelijk de ruimte geeft om te kiemen.
Een bloemrijke berm trekt op zijn beurt een enorme rijkdom aan bestuivers aan.
Wilde bijen, zweefvliegen, vlinders en hommels vinden er voedsel en nestgelegenheid, en deze insecten vormen vervolgens weer de basis van de voedselketen voor vogels en amfibieën langs de gracht.


Hoewel de grote lijnen over de zes gemeenten heen zijn gelijkgetrokken, is het project geen rigide, eenvormige machine.
Ecologie vereist immers maatwerk.
Op basis van een gedetailleerd bermbeheerplan wordt het maaibeheer lokaal heel fijnmazig afgestemd.
Waar de lokale natuur er specifiek baat bij heeft, blijven bepaalde zones bewust van het maaiapparaat gespaard en tijdelijk ongemaaid.
Dit gefaseerde beheer is van onschatbare waarde.
Het biedt cruciale schuilplaatsen voor insecten en rupsen wanneer de rest van de berm gemaaid wordt.
Bovendien blijven late bloeiers staan, waardoor er ook in de nazomer en herfst nog voedsel is, en dienen de holle stengels van dode planten in de winter als veilige overwinteringsplaats voor poppen en eitjes.
Door deze bewuste variatie ontstaat er een mozaïekstructuur in de vegetatie, waardoor de berm transformeert in een dynamisch landschap met korte, open stukken en dichte, structuurrijke ruigten.
Een van de mooiste aspecten van dit project is dat ecologische winst hand in hand gaat met een verbetering van de menselijke ervaring.
De Antitankgracht is immers niet alleen een natuurgebied, maar ook een zeer geliefde bestemming voor wandelaars, fietsers en joggers uit de hele regio.


De fysieke werkzaamheden trappen af in Ranst en worden uitgevoerd door de gespecialiseerde landschapsaannemer Krinkels.
Omdat het om een omvangrijk traject gaat, zullen de machines de komende periode opeenvolgend in de verschillende gemeenten te zien zijn.
Tijdens de daadwerkelijke uitvoering van de maaiwerken kan er lokaal sprake zijn van tijdelijke, beperkte hinder door tractoren op het fietspad of korte omleidingen.
Het Regionaal Landschap de Voorkempen en de partners vragen hiervoor begrip van de recreant, aangezien de beloning na de werken groot is.
Zodra de aannemer zijn passage heeft afgerond, liggen de wandel- en fietspaden er weer perfect begaanbaar, netjes en veilig bij.
Bovendien zorgt het nieuwe beheer voor een veel mooiere en intensere natuurbeleving.
In plaats van eentonige, strak gemillimeterde groene gazons of juist metershoge, ondoordringbare distelvelden, krijgen wandelaars en fietsers een voortdurend veranderend landschap te zien.
Een wandeling langs de Antitankgracht wordt een tocht langs kleurrijke bloemenzeeën, zoemende bermen vol leven en wuivende grassen, wat de burger weer in nauwer contact brengt met de authentieke, rijke Vlaamse natuur.
De gecoördineerde aanpak van Brasschaat, Brecht, Kapellen, Ranst, Schoten en Stabroek laat zien dat verandering mogelijk is als lokale besturen over hun eigen schaduw heen durven te stappen.
Onder regie van Regionaal Landschap de Voorkempen en met de ecologische visie van GroenRand als kompas, krijgt de Antitankgracht die zorg die zij verdient.
Dit project bewijst dat modern natuurbeheer draait om verbinding: de verbinding tussen versnipperde natuurgebieden, de verbinding tussen zes verschillende gemeentebesturen, en de verbinding tussen ecologische noodzaak en menselijke recreatie.
Het is een hoopgevend initiatief dat perfect als blauwdruk kan dienen voor vele andere regio's in Vlaanderen.
De Antitankgracht is hiermee helemaal klaar voor een bloemrijke, biodiverse en duurzame toekomst.

Met GroenRand en Frank Vermeiren op pad voor de atalanta

Samen met GroenRand en Frank Vermeiren op pad voor de atalanta


De atalanta is een van de meest herkenbare en standvastige dagvlinders in de Voorkempen.
Dit insect valt meteen op door zijn fluweelzwarte vleugels met vuurrode banen en helderwitte vlekken.
Samen met de natuurvereniging GroenRand start Frank Vermeiren een uitgebreide reportage over de vlinders van A tot Z.
Als rasechte trekvlinder legt deze soort elk jaar spectaculaire afstanden af vanuit het verre zuiden.
In bosrijke domeinen zoals het Zoerselbos vindt deze vlinder een ideale leefomgeving.
De rupsen leven hier exclusief op de bladeren van de grote brandnetel langs schaduwrijke bosranden.
In de nazomer verhuist de focus van bloemennectar naar het sap van rottend fruit in lokale boomgaarden.
Door de klimaatopwarming proberen steeds meer exemplaren tegenwoordig bij ons te overwinteren.
De officiële wetenschappelijke naam Vanessa atalanta werd in 1758 vastgelegd door Carl Linnaeus.
De Zweedse natuuronderzoeker leende deze naam rechtstreeks uit de Griekse mythologie.


Prinses Atalante was een legendarische jageres die sneller kon rennen dan al haar mannelijke vrijers.
Zij verloor haar beslissende loopwedstrijd omdat ze stopte om drie glanzende gouden appels op te rapen.
Linnaeus zag de link met de vlinder die zijn snelle vlucht meteen onderbreekt voor zoet fruit op de grond.


In de volksmond werd deze vlinder vroeger ook wel eens een schoenlapper genoemd.
De dof getekende onderkant van de vleugels deed mensen denken aan de grove lapjes leer op oude schoenen.
Bovendien bezit het insect zogenaamde poetspoten waardoor hij feitelijk op slechts vier poten loopt.
Een andere historische bijnaam in de lage landen is de nummervlinder.
Op de onderzijde van de achtervleugel vormt de marmeren tekening met wat verbeelding het getal 81 of 18.
In het negentiende-eeuwse bijgeloof werd dit symbool soms gebruikt als een geheime tip voor de loterij.
De Engelse naam Red Admiral verwijst dan weer naar de felle sjerpen op historische marine-uniformen.


De trek van deze kleine globetrotter is een van de meest fascinerende mysteries binnen de Europese entomologie.
Met een gewicht van minder dan een gram trotseren ze felle tegenwinden over de Alpen en de Noordzee.
Frank Vermeiren benadrukt dat deze vlinders navigatievaardigheden bezitten die vergelijkbaar zijn met die van trekvogels.
De exemplaren die we in de vroege zomer in Schilde of Brecht zien fladderen zijn de vermoeide migranten uit het Middellandse Zeegebied.
Zij leggen hier hun eitjes op de jonge brandnetels die dankzij het stikstofrijke landschap in de Voorkempen welig tieren.
De rupsen spinnen de bladeren met zijden draden behendig aan elkaar tot een beschermende kokon.


Binnen deze veilige constructie voeden ze zich ongestoord tot ze klaar zijn voor de metamorfose.
De nieuwe generatie die in augustus uit de pop kruipt heeft een volledig ander levensdoel dan hun ouders.
In plaats van directe voortplanting richten deze jonge vlinders zich volledig op het opbouwen van vetreserves.
Ze overmeesteren massaal de bloeiende klimopstruiken en de paarse bloemen van het koninginnenkruid langs de Antitankgracht.


GroenRand benadrukt dat de ecologische verbindingszones in hun projectgebied van groot belang zijn voor deze foerageertrek.
Wanneer de dagen korter worden in september begint de massale terugreis naar warmere oorden in Spanje of Tunesië.
Opmerkelijk is dat de jonge vlinders de weg naar het zuiden vinden zonder dat ze er ooit zelf zijn geweest.
Wetenschappers vermoeden dat een ingebouwd zonkompas en het aardmagnetisch veld hen feilloos de weg wijzen.
Niet alle atalanta's kiezen tegenwoordig echter nog voor deze risicovolle en uitputtende vliegreis van duizenden kilometers.
Door de zachtere Vlaamse winters besluiten steeds meer vlinders om het risico van de winterkou in de Voorkempen te trotseren.


Ze zoeken dan beschutting onder dichte klimopbundels, in holle bomen of in oude schuren en tuinhuisjes.
Tijdens milde winterdagen met een waterig zonnetje ontwaken ze soms vroegtijdig uit hun rusttoestand.
Dit zorgt voor unieke winterwaarnemingen die door de lokale Vlinderwerkgroep van Natuurpunt Voorkempen nauwkeurig worden gedocumenteerd.
Historisch gezien werd de atalanta in oude Vlaamse kronieken vaak beschreven als een voorbode van verandering.
Het abrupte contrast tussen de sombere onderkant en de vuurrode bovenkant van de vleugels fascineerde middeleeuwse denkers.


In de christelijke iconografie werd de transformatie van rups naar pop en vlinder gezien als het ultieme symbool voor de herrijzenis.
De vlinder stond hierdoor op veel stillevens uit de zeventiende eeuw afgebeeld als symbool voor de menselijke ziel.
In de Voorkempen leeft er bovendien een oude anekdote over de vlinder tijdens de fruitpluk in de negentiende eeuw.
Fruitkwekers rond Wijnegem en Wommelgem noemden de atalanta soms de 'brouwer' vanwege zijn liefde voor gistend fruitsap.


De vlinders kunnen zo gulzig drinken van rottende pruimen dat ze letterlijk laveloos op de grond blijven zitten.
Kinderen probeerden de dronken vlinders destijds voorzichtig op te pakken zonder hun kwetsbare vleugelschubben te beschadigen.


Vandaag de dag herinnert de aanwezigheid van de atalanta ons aan de dynamische verbinding tussen lokale natuur en mondiale ecosystemen.
Een tuin in de Voorkempen die insectvriendelijk is ingericht vormt een onmisbaar tankstation voor een vlinder die op weg is naar Afrika.
Met dit dossier zetten Frank Vermeiren en GroenRand de biodiversiteit in de Voorkempen extra in de verf.