donderdag 2 april 2026

François Eennaes: Een ontmoeting met de blauwborst in al zijn pracht

François Eennaes: Een betoverende ontmoeting met de blauwborst in al zijn pracht

Hoewel we recent al een boeiende reportage van Frank Vermeiren over de blauwborst mochten inzien, konden we het absoluut niet over ons hart verkrijgen om de werkelijk schitterende foto's van François Eennaes niet met jullie te delen.
Deze vogel is een ware explosie van kleur, beschikt over een buitengewoon fraaie zang en is een directe familie van de nachtegaal, wat zijn muzikale talenten direct verklaart.
De blauwborst is een absolute favoriete vogelsoort van velen en dat is natuurlijk niet zonder gegronde reden.


In het voorjaar, en eigenlijk ook alleen gedurende die specifieke periode, laat deze vogel zich vrij makkelijk aan het menselijk oog zien.
Het is nu april en ervaren vogelaars weten dan instinctief: het is weer blauwborstentijd aangebroken.
Dit is het uitgelezen moment van het jaar, want nu moet je hem simpelweg zien en horen voordat hij weer in de luwte verdwijnt.
De blauwborst overwintert weliswaar niet in de regio van de Voorkempen, maar hij trekt aan de andere kant nou ook weer niet zo heel erg ver weg naar het diepe zuiden.
In de zilte kwelders en vochtige moerassen van Portugal kun je ze in de wintermaanden namelijk al waarnemen, net zoals dat in de natuurgebieden van Marokko het geval is.
Sommige vastberaden blauwborsten maken echter een veel grotere reis en wagen de hachelijke oversteek naar de gebieden diep beneden de Sahara.


In de maand maart komt de grote bulk aan blauwborsten weer terug uit hun winterverblijven om in de Voorkempen aan te komen.
Het lijkt er sterk op dat ze onder invloed van de wereldwijde klimaatverandering elk jaar steeds iets vroeger op hun broedplaatsen arriveren.
Zeker in de recordwarme maand maart van het jaar 2024 waren de vogels er opvallend vroeg bij om hun plekje te claimen.
De blauwborst is in wezen een kleine zangvogel die nagenoeg dezelfde compacte bouw bezit als de welbekende roodborst.
Het mannetje is de meest opvallende van de twee met zijn helderblauwe keel en bovenborst waarin een karakteristieke witte vlek prijkt.
Direct onder dat intense blauw heeft hij bovendien een smalle, zwart-witte band en een daaropvolgende bredere oranje band die zijn borst siert.
Het vrouwtje moet het zonder die opvallende kleurtekening stellen.
Zij heeft op die plek enkel een bescheiden en onopvallend zwart bandje.
De jonge vogel is in het begin bijna volledig zwartachtig van kleur met kleine witte vlekjes, maar bezit gelukkig al wel het voor de soort zo kenmerkende staartpatroon.
Blauwborsten hebben een uitgesproken voorkeur voor gevarieerde, natte en zeer insectenrijke gebieden die voorzien zijn van open delen.
Ze gedijen het beste in een omgeving met een gezonde struweel- en loofboombegroeiing, mits de bodem niet geheel bedekt is door vegetatie.


Vooral de geleidelijke, natuurlijke overgang van uitgestrekte rietmoerassen naar vochtig moerasbos vormt voor hen een werkelijk uitstekend leefgebied.
De zang van de blauwborst is op zichzelf heel kenmerkend, maar voor de beginnende vogelaar is hij toch niet zo heel makkelijk te herkennen of te onderscheiden.
Dat komt hoofdzakelijk door de vele knappe imitaties van andere vogels die hij moeiteloos in zijn eigen zangpartijen verwerkt.
Dit zijn vaak de geluiden van de ‘buurvogels’ die hij gedurende zijn verblijf in onze streken veelvuldig om zich heen hoort.
Wie hem aan de oever van het Stappersven in de Kalmthoutse Heide hoort zingen, zal in zijn lied bijvoorbeeld de kenmerkende roep van de grote stern herkennen.
Op een andere locatie, bijvoorbeeld in een poldergebied, verwerkt hij dan weer moeiteloos de roep van de grutto’s in zijn melodie.
Het blauwborstmannetje begint zijn dagelijkse zang vaak vanuit de veilige dekking van het struikgewas.
Heel langzaam, en steeds onderbroken met korte pauzes, klimt hij dan stapsgewijs op in een struik tot hij op een strategische en opvallende plek gaat zitten.
Zachte, ratelende geluiden worden daarbij afgewisseld met kristalheldere klanken en dus af en toe een geleend geluid van een totaal andere vogelsoort.
Tijdens de voordracht versnelt de zang ook telkens een klein beetje, wat zorgt voor een dynamisch geheel.
Het is zonder twijfel een mooie zang, al is deze bij nader inzien toch net niet zo imponerend als die van zijn naaste verwant, de nachtegaal.


Met wat geduld zie je de blauwborstman regelmatig een prachtige zangvlucht maken.
Hij schiet dan plotseling een stukje omhoog uit de begroeiing en dwarrelt daarna met gespreide vleugels en staart snel weer naar beneden.
Zijn staart heeft een zeer opvallende bruinrode basis en precies op dat moment komt die kleur natuurlijk schitterend tot zijn recht.
Als de blauwborst er echt zin in heeft en zich onbespied waant, zit hij soms minutenlang volledig vrij op een tak te pronken.
Wanneer de zon vol op zijn verenpak schijnt, zie je de glans van het intense blauw van de borst dat in felheid niet onderdoet voor die van de ijsvogel.
Precies midden op die blauwe borst zie je dan de witte vlek die onze lokale ondersoort — de ‘witgesterde’ blauwborst — onderscheidt van de ‘roodgesterde’ blauwborst.
Die laatste ondersoort is bij ons een uiterst zeldzame verschijning als doortrekker op weg naar Scandinavië en wordt dan pas veel later, in mei, gezien.

Na deze uitbundige periode volgt het 'leven in de onderwereld': in de loop van het voorjaar, zo vanaf eind april, neemt de zang namelijk snel af in intensiteit.
De blauwborst trekt zich vanaf dat moment vrijwel geheel terug in zijn verborgen wereld, dicht op de grond.
Hij leeft dan diep in de onderwereld van het dichte rietland, in een vochtige wilgengriend of in de ruigte langs een vergeten sloot.
Ook in het dichte struweel van kruipwilg en duindoorns voelt hij zich thuis, want dat is de plek waar ze de rest van de zomer verblijven.
Daar zoeken de blauwborsten hun dagelijkse voedsel op de grond, waarbij ze net zo parmantig lopen als een lijster dat zou doen.
Ze worden daarbij enorm geholpen door hun relatief grote ogen, want in die dichte vegetatie kan het vaak best wel donker zijn.
Op datzelfde grondniveau maken ze bovendien in alle beslotenheid hun nest om hun kroost groot te brengen.
In de nazomer zie je heel soms nog wel eens een blauwborst verschijnen wanneer ze vanuit het veilige riet even kortstondig op een slikrand lopen te zoeken.
In september is het echter weer echt gedaan met de pret; de blauwborsten trekken dan weg en we moeten weer een heel jaar wachten tot het volgende voorjaar voor een nieuwe kans.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten