Is minister Jo Brouns een gladde paling?
De typering van Jo Brouns als een "gladde paling" vindt haar oorsprong in zijn politieke optreden binnen complexe dossiers op het snijvlak van landbouw en natuur. Critici en politieke tegenstanders gebruiken deze term omdat hij erom bekendstaat herhaaldelijk de Europese natuurdoelen en de bijbehorende wetenschappelijke onderbouwing ter discussie te stellen om de landbouwsector te ontzien. Volgens deze critici is zijn houding "gigantisch" problematisch omdat het de rechtszekerheid ondermijnt. Door wetenschappelijke rapporten te relativeren, zou hij de indruk wekken dat economische belangen altijd voorrang kunnen krijgen op ecologische noodzaak, wat tot juridische blokkades leidt.
De klimaatgordel
In deze gepolariseerde context probeert GroenRand echter een constructieve weg te bewandelen.
De natuurvereniging blijft hopen dat Brouns zijn beleid zal bijsturen in het kader van het project "De Nieuwe Rand".
Dit project is cruciaal voor de Voorkempen, omdat het via een toekomstig voorkeursbesluit niet alleen de mobiliteit wil verbeteren, maar ook een robuuste "klimaatgordel" van natuur moet creëren.
GroenRand ziet hierin een unieke kans om versnipperde natuurgebieden in de oostrand van Antwerpen te verbinden en te versterken.
De grote vraag die GroenRand daarbij stelt, is of de politieke ambitie wel wordt ondersteund door de nodige financiën.
Er bestaat grote bezorgdheid dat de huidige begroting voor 2026 en de daaropvolgende jaren onvoldoende middelen voorziet om de beloofde natuurherstelmaatregelen ook effectief uit te voeren.
De vereniging wijst erop dat voor een kwalitatieve invulling van de Voorkempen miljoenen euro's aan extra investeringen nodig zijn.
Zonder een concreet en fors budget dreigt "De Nieuwe Rand" volgens hen een papieren tijger te blijven, waarbij de natuur opnieuw het onderspit delft tegenover infrastructurele prioriteiten.
GroenRand kijkt daarom scherp toe of minister Brouns de daad bij het woord voegt en de broodnodige middelen voor de Antwerpse rand veiligstelt via de officiële kanalen van de Vlaamse overheid.
Voor natuurvereniging GroenRand vormt de Antitankgracht de onbetwiste ruggengraat en de ecologische ader van de toekomstige klimaatgordel. De Antitankgracht is de drager van een robuuste bosstructuur van vrijwel de volledige klimaatgordel. Langs de gracht zijn zeer waardevolle bos- en heidecomplexen gelegen, zoals het Ertbrandbos/Mastenbos, de oude gracht in Brasschaat en het Klein en Groot Schietveld. Naast een belangrijke bosverbinding vormt de Antitankgracht ook een verbindende structuur voor natte natuur. De Antitankgracht kruist meerdere beekvalleien en eindigt in waardevolle wetlands; de Opstalvallei in de Antwerpse Haven in het noorden, zuidwaarts sluit de Antitankgracht aan op het Albertkanaal ter hoogte van de zeer waardevolle Tappelbeekvallei. Door deze verbindende functie en het goede visbestand heeft de gracht een grote potentie als leefgebied of verbindingsgebied voor de otter, een bijzondere toppredator die recent Vlaanderen opnieuw koloniseert. De fortengordel langs de gracht is van internationaal belang als leefgebied voor diverse soorten vleermuizen en in die zin beschermd als Habitatrichtlijngebied (enkel de forten) en cultuurhistorisch landschap. Daarbij is het van belang migratieknelpunten langs de gracht weg te werken en de bosrand- en oeverstructuur te versterken als corridor voor verschillende soorten.
Tot slot zijn er in de bossen langs de Antitankgracht verschillende heiderelicten gelegen. De Antitankgracht heeft zo een belangrijk potentieel om een verbindende structuur te vormen voor de grote heidecomplexen in de regio. Via de Antitankgracht wordt een heideverbinding nagestreefd tussen het Grenspark Kalmthoutse Heide en het Klein en Groot Schietveld, die alle drie beschermd zijn als gebieden onder de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn. De voornaamste knelpunten voor de ecologie van de klimaatgordel betreffen hier de versnippering van de bosstructuur door kruisende steenwegen, met ook een risico
op aanrijding voor kwetsbare soorten. De visie van GroenRand is gestoeld op de hoop dat dit historische militaire relict wordt getransformeerd tot een robuuste natuurverbinding die de versnipperde gebieden in de Antwerpse oostrand definitief aaneensmeedt. In de visie van GroenRand fungeert deze gordel niet alleen als toevluchtsoord voor biodiversiteit, maar ook als een essentiële klimaatbuffer die de regio beschermt tegen extreme wateroverlast en verdroging.
Hoewel de vereniging uitgesproken optimistisch is over de inhoudelijke erkenning van hun standpunten - waarbij ze met name de kwaliteit van de onderzoeken binnen "De Nieuwe Rand" en de constructieve dialoog in de werkbanken prijzen - blijft de kwestie van het budget hun allergrootste bezorgdheid. GroenRand hoopt vurig op een substantiële financiële verankering. In het politieke en ecologische landschap van 2026 bevindt het natuurbeleid van Vlaams minister Jo Brouns zich op een cruciaal kantelpunt. Hoewel de minister zichzelf profileert als de bewaker van een "gezond evenwicht" tussen landbouw en natuur, wijzen zowel juridische uitspraken als wetenschappelijke analyses op een koers van bewuste stilstand. Vlaams minister Jo Brouns, die sinds eind 2024 de dubbele pet van Landbouw en Omgeving draagt, profileert zich in 2026 als de ultieme bruggenbouwer. Zijn centrale politieke mantra is dat landbouw en natuur "eeuwige bondgenoten" zijn die in een model van wederkerig nabuurschap moeten samenleven. Echter, wie de parlementaire debatten en de verslaggeving in de media volgt, ziet een heel ander beeld ontstaan. In de praktijk blijkt Brouns’ beleid een complex kluwen - door critici een "malaga" genoemd -waarin ecologische ambities vaak sneuvelen ten gunste van de landbouwlobby.
Deze ontwijkende en behendige stijl leverde hem in een kritisch artikel van journalist Dirk Draulans in Knack (december 2025) de weinig vleiende bijnaam "gladde paling" op, geciteerd uit de mond van een collega-politicus.
De kern van de kritiek draait om het gebrek aan concrete actie voor natuurverbinding en ontsnippering.
In het Vlaams Parlement wordt de minister hierover fel op de korrel genomen. Zo stelde Mieke Schauvliege (Groen) de kritische vraag waarom de minister in zijn begroting tot 2030 geen enkel substantieel budget heeft vastgelegd voor het Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering (VAPEO). Zij beargumenteerde dat natuur die als "eilandjes" geïsoleerd blijft, onvermijdelijk zal uitsterven. Brouns’ antwoord dat er "gezocht wordt naar synergieën met andere budgetten" werd door Schauvliege weggezet als een ontwijkend manoeuvre dat de wetenschappelijke urgentie volledig negeert.
Ook Bieke Verlinden (Vooruit) interpelleerde de minister over de stilstand in de uitvoering van ontsnipperingsprojecten langs drukke verkeersaders, waarbij zij zich afvroeg hoe de minister natuurherstel kan claimen als hij de fysieke barrières voor dieren niet wegneemt. Brouns pareerde dit door te wijzen op toekomstige innovaties, een antwoord dat door Verlinden als "onvoldoende en vaag" werd bestempeld. De spanning tussen politieke retoriek en juridische realiteit werd vorig jaar pijnlijk duidelijk in het dossier van de Vlaamse parken.
Volksvertegenwoordiger Sanne Van Looy (N-VA) confronteerde Brouns met zijn besluit om de erkenning van het Nationaal Park Kalmthoutse Heide te blokkeren. Zij wees erop dat het Grondwettelijk Hof in maart 2025 alle bezwaren van de Boerenbond had verworpen en oordeelde dat een nationaal park de bedrijfsvoering van boeren niet schaadt. Van Looy vroeg de minister direct waarom hij, ondanks deze rechterlijke uitspraak, de kaart van de landbouwlobby bleef trekken. Brouns antwoordde hierop dat "het draagvlak op het terrein prioritair is", een argument dat volgens critici puur politiek is en niets te maken heeft met de ecologische waarde van het gebied. Het illustreert hoe dossiers door de minister in een ondoorzichtig moeras worden getrokken zodra de landbouwsector weerstand biedt.Deze houding is precies wat Dirk Draulans in Knack omschrijft als een vorm van "wetenschapsontkenning". Terwijl de wetenschap aantoont dat ontsnippering en robuuste natuurparken essentieel zijn voor het overleven van de biodiversiteit, blijft Brouns in zijn antwoorden de focus verschuiven naar "economisch rendement" en "vrijwillige samenwerking". Voor natuurorganisaties zoals Natuurpunt en de Bond Beter Leefmilieu is de conclusie in 2026 dan ook hard: zij zien op het terrein geen verbetering, maar een minister die meesterlijk ontsnappingsroutes creëert voor de agro-industrie. De "gladde paling" slaagt erin om met verzoenende woorden de status-quo te beschermen, terwijl hij de broodnodige budgetten voor ontsnippering en de erkenning van nationale parken vakkundig naar de lange baan schuift. Waar zijn voorganger de confrontatie opzocht voor natuuruitbreiding, hanteert Brouns een model van vrijwilligheid en uitstel, waarbij nationale parken onterecht als de zondebok van de stikstofcrisis worden neergezet. De juridische basis voor het uitbreiden van nieuwe nationale parken is sterker dan ooit. In maart 2025 bevestigde het Grondwettelijk Hof (arrest 39/2025) ondubbelzinnig dat het Vlaamse Parkendecreet volledig juridisch sluitend is. Het Hof bevestigde dat de status van een nationaal park geen enkele automatische extra beperking oplegt aan de omliggende landbouw. De "rechtszekerheid" waar Brouns voortdurend naar verwijst als reden om nieuwe parken te blokkeren, is door de hoogste rechtbank van het land dus allang gegarandeerd. Dat de minister deze erkenningen toch tegenhoudt, voelt als een politiek schijngevecht: de strenge milieuregels vloeien immers voort uit Europese richtlijnen en het stikstofdossier, en staan volledig los van het parklabel.
Die terughoudendheid is niet te rechtvaardigen wanneer men kijkt naar de succesverhalen van de reeds erkende parken. Nationale parken zoals de Hoge Kempen en de Brabantse Wouden hebben in 2025 bewezen dat natuur en economie elkaar juist kunnen versterken. Ze fungeren als krachtige kwaliteitslabels die internationale toeristen aantrekken, wat een enorme boost geeft aan de lokale horeca en recreatiesector. In april 2025 werd nog 2,4 miljoen euro aan beheersmiddelen vrijgemaakt, geld dat direct terugvloeit naar de regio voor de inrichting van onthaalpoorten en landschapsherstel. Bovendien werken deze parken met gebiedscoalities waarin lokale besturen en private partners samen investeren in klimaatadaptatie, zoals natuurlijke waterbufferingsprojecten die ook de omliggende landbouw beschermen tegen extreme droogte.
Ondanks deze bewezen successen en de wetenschappelijke urgentie, blijft de beleidsmatige blokkade in dossiers zoals de Kalmthoutse Heide aanhouden.
Dit unieke heide- en vengebied is een natuurparel van internationaal niveau, maar aan de Vlaamse zijde weigert de minister de erkenning door te zetten. De theorie van de eilandbiogeografie leert ons nochtans dat geïsoleerde natuurgebieden gedoemd zijn te verarmen. Voor de Kalmthoutse Heide is de aansluiting met het Groot en Klein Schietveld en de bossen langs de Antitankgracht van levensbelang.
Toch blijft het budgettaire engagement uit.
Uit recente parlementaire vragen van Mien Van Olmen (cd&v) en Sanne Van Looy (N-VA) blijkt dat er tot 2030 vrijwel geen budget is vrijgemaakt voor de aankoop van gronden voor de broodnodige verbinding van de Schietvelden. Ook het VAPEO-programma voor ontsnippering ligt feitelijk stil. Investeringen in ecotunnels en ecoducten zijn bevroren. Zelfs het constructieve voorstel van de parlementsleden om - onder impuls van de vereniging GroenRand - een onafhankelijke bemiddelaar aan te stellen om de dialoog met de landbouw vlot te trekken, werd door de minister resoluut afgewezen.
In 2026 is de conclusie onvermijdelijk: terwijl de huidige nationale parken laten zien dat groen en economisch succes hand in hand gaan, houdt een politiek veto nieuwe kansen tegen. De juridische weg is vrij en de wetenschap schreeuwt om actie, maar bij gebrek aan budget en dialoog blijft de Vlaamse natuur gevangen op geïsoleerde eilanden. Hiermee dreigt Vlaanderen niet alleen zijn Europese natuurdoelen te missen, maar ook de kans om de enorme potentie van nieuwe nationale parken voor de regio te verzilveren.
Hoewel GroenRand in de loop van 2026 de bakens van haar werking verzet, blijft het stellen van parlementaire vragen een cruciaal instrument in hun arsenaal om natuurherstel af te dwingen. De organisatie heeft besloten om de traditionele, publieksgerichte activiteiten af te bouwen, maar zij vullen dit vacuüm op door een nog scherpere rol als politieke waakhond aan te nemen.
Door minder energie te steken in evenementen, komt er meer ruimte vrij voor dossierkennis en directe beleidsbeïnvloeding via de verschillende parlementen.
De noodzaak voor deze aanhoudende druk blijkt uit het feit dat veel beloofde natuurverbindingen en ecologische projecten in de Antwerpse Voorkempen vaak vertraging oplopen.
GroenRand heeft de afgelopen jaren een krachtig netwerk opgebouwd met volksvertegenwoordigers die hun technische expertise vertalen naar formele vragen over bijvoorbeeld het Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering (VAPEO).
In 2026 ligt de focus hierbij specifiek op het monitoren van de realisatie van ecoverbindingen rond de Schietvelden en de Antitankgracht.
Zij beschouwen parlementaire vragen niet louter als een controlemiddel, maar als een manier om dossiers die dreigen te verwateren telkens opnieuw op de politieke agenda te forceren.
Bovendien fungeert de organisatie in haar vernieuwde vorm als een extern kenniscentrum dat volksvertegenwoordigers voedt met feiten en cijfers die de overheid zelf soms liever negeert.
Door middel van deze gerichte input zorgt GroenRand ervoor dat kritische vragen over de versnippering van de open ruimte en het gebrek aan handhaving van natuurwetgeving gesteld blijven worden.
Zo blijft GroenRand, ondanks de interne reorganisatie in 2026, een onmisbare schakel in de verdediging van de biodiversiteit;
Niet langer door massale acties en activiteiten, maar door de politieke besluitvorming van binnenuit en via officiële weg consequent tegen het licht te houden. Foto's van Jo Brouns zijn van Dirk Draulans. Foto's van Bieke Verlinden Mien Van Olmen, Mieke Schauvliege en Sanne Van Looy zijn van hun eigen Facebookpagina. Het plannetje van de Klimaatgordel is van de Nieuwe Rand
Geen opmerkingen:
Een reactie posten