Geen hol, geen slaap: Hoe overleeft de haas de Vlaamse winter?
Hoi allemaal!
Vandaag neem ik jullie mee naar onze Vlaamse velden voor een artikel over een van de meest indrukwekkende sprinters van de natuur: de Europese haas.
In het weidse Vlaamse landschap is de haas een iconische verschijning, al moet je tegenwoordig iets beter turen over de akkers dan vroeger.
Hoewel ze nog steeds de show stelen in de open Polders en de Leemstreek, is ook de Voorkempen – het speelveld van GroenRand – een favoriet decor voor hun olympische sprints.
Toch is hun aanwezigheid minder vanzelfsprekend geworden; op de Rode Lijst van het INBO staat de haas inmiddels gemarkeerd als ‘Bijna in gevaar’.
Blijkbaar is een topsnelheid van 70 km/u niet langer voldoende om de moderne uitdagingen te ontwijken.
Terwijl de haas vroeger overal een 'leger' (zijn ondiepe kuiltje in de grond) had, zorgen de oprukkende verstedelijking en de strakgetrokken landbouwpercelen ervoor dat hij steeds vaker met zijn oren tegen het asfalt gedrukt zit.
Gelukkig zet ons project Greenconnect zich in om het tij te keren door de aanplant van nieuwe houtkanten en hagen te stimuleren, zodat de langoor weer een fijne plek heeft om zich te verstoppen in plaats van alleen maar te moeten hopen dat de maaier hem niet opmerkt.
Hoewel de haas op het eerste gezicht veel op een konijn lijkt, is het een totaal ander dier met een fascinerende manier van overleven, zeker tijdens de gure wintermaanden.
In Vlaanderen vinden we de haas vooral terug in wat we het 'kleinschalig cultuurlandschap' noemen.
Dat klinkt ingewikkeld, maar het betekent simpelweg een mix van akkers, weilanden en dichte hagen.
De haas is een echt 'openveld-dier'.
In tegenstelling tot het konijn, dat snel zijn hol in duikt bij gevaar, vertrouwt de haas volledig op zijn snelheid en camouflage.
Met zijn krachtige achterpoten kan hij snelheden tot wel 75 kilometer per uur halen en maakt hij spectaculaire haakse bochten – het bekende ‘haken slaan’ – om vijanden zoals vossen af te schudden.
Je herkent hem aan zijn grote, zwarte oortoppen en zijn goudbruine ogen die bijna helemaal rondom kunnen kijken.
De winter is een moeilijke periode voor de haas
Wanneer de winter aanbreekt en het landschap kaal en koud wordt, begint voor de haas een zware periode.
Terwijl veel dieren een winterslaap houden of diep onder de grond kruipen, blijft de haas gewoon buiten.
Hij graaft namelijk geen hollen.
Hij rust in een 'leger', een ondiep kuiltje in de grond dat hij met zijn lichaam uitgesleten heeft.
In de winter zoekt hij hiervoor vaak een plekje uit de wind, bijvoorbeeld achter een dikke graspol of tegen een houtkant.
Daar blijft hij doodstil liggen, soms zelfs terwijl de sneeuw hem langzaam bedekt.
Zijn dikke wintervacht isoleert zo goed dat hij de kou prima kan verdragen, zolang hij maar niet gestoord wordt.
Ook het menu van de haas verandert in de winter drastisch.
Waar hij in de zomer snoept van mals gras en sappige kruiden, moet hij in de winter overleven op 'hard' voedsel.
Hij eet dan knoppen van struiken, zaden, gevallen eikels en de schors van jonge bomen.
Dit is ook de reden dat fruittelers soms minder blij met hem zijn!
Een bijzonder detail is dat de haas aan coprofagie doet: hij eet zijn eigen zachte keutels direct uit de anus weer op.
Dat klinkt misschien vies, maar het is super slim; zo haalt hij de allerlaatste vitamines en eiwitten uit zijn vezelrijke wintervoedsel.
Wat veel mensen niet weten, is dat de haas midden in de winter al begint aan de lente.
Soms zie je in januari of februari al groepen hazen achter elkaar aan rennen op de kale akkers.
Dit noemen we 'rammelen'.
De mannetjes (rammen) vechten dan met elkaar om de vrouwtjes (moeren) door rechtop te staan en met hun voorpoten te boksen.
Dit lijkt op een bokswedstrijd!
Al heel vroeg in het jaar, soms zelfs in februari, kunnen de eerste jongen al geboren worden.
Deze jonge haasjes zijn 'nestvlieders': ze worden geboren met een volledige vacht en de ogen open, en ze kunnen binnen een paar uur al wegrennen voor gevaar.
Helaas gaat het niet zo goed met de haas in Vlaanderen.
Volgens het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) staat de haas op de Rode Lijst als 'Bijna in gevaar'.
Dit komt omdat onze landbouw steeds moderner wordt: er verdwijnen steeds meer hagen en bloemrijke randen waar de haas zich kan verstoppen of voedsel kan vinden.
Als we de haas willen behouden, moeten we zorgen voor meer variatie op het platteland, zodat deze prachtige 'atleet van de akkers' ook in de toekomst nog over onze velden kan sprinten.
'Bijtandje Houtkantje'
Met het project 'Bijtandje Houtkantje' trekt natuurvereniging GroenRand voluit de kaart van de biodiversiteit in de Antwerpse Voorkempen. Het initiatief dient als lokale aanjager voor het Vlaams Houtkantenplan, waarin de Vlaamse Regering streeft naar de realisatie van 100 kilometer aan nieuwe houtkanten. GroenRand roept lokale besturen, landbouwers en burgers op om de handen uit de mouwen te steken, waarbij de gemeente Malle als hét absolute schoolvoorbeeld fungeert.Malle bewijst dat een stimulerend beleid écht het verschil maakt.
De gemeente zet niet alleen in op de aanplant, maar koppelt dit aan een doordacht houtkantenbeheerplan en stimuleert landbouwers via het Landbouwloket om de natuur in hun bedrijfsvoering te verweven.
Door proactief samen te werken met lokale partners en subsidies slim in te zetten, laat Malle zien hoe je een landschap creëert dat zowel ecologisch als functioneel is.
Deze houtkanten zijn namelijk de essentiële 'snelwegen' van onze natuur.
Voor egels, vogels en talloze insecten zijn het veilige verbindingsroutes en ideale kraamklinieken.
Vooral voor de lokale hazenpopulatie is de impact groot: zij hoeven niet langer als een schietschijf over een kale vlakte te sprinten, maar kunnen dankzij deze begroeiing incognito van het ene naar het andere gebied hoppen.
De houtkanten doorbreken de open vlaktes en bieden de broodnodige rugdekking tegen roofdieren.
Het ideale moment om dit voorbeeld te volgen is nu
De Vlaamse Landmaatschappij (VLM) heeft momenteel een nieuwe projectoproep lopen waarbij lokale overheden tot 15 juni 2026 plannen kunnen indienen om tot wel 70% van de kosten gesubsidieerd te krijgen. Boeren kunnen de biodiversiteit en hun eigen bedrijfsvoering versterken door actief in te zetten op het aanplanten en herstellen van houtkanten en hagen langs perceelsgrenzen. Om dit financieel en technisch haalbaar te maken, kunnen zij gebruikmaken van beheerovereenkomsten via de VLM of advies inwinnen bij de Regionale Landschappen voor subsidies en de juiste plantkeuze. Ook als burger kun je direct bijdragen: via de jaarlijkse actie Behaag onze Kempen bestel je tegen scherpe tarieven inheems plantgoed zoals de sleedoorn, meidoorn of boswilg. Zo maken we samen werk van een landschap dat weer echt bruist, zonder dat onze hazen zich constant bezorgd over hun schouder hoeven te kijken. Foto's: Els De Backer - medewerker van Onze GroenRand-natuur
Geen opmerkingen:
Een reactie posten