Een blauwe flits en een fluitend geroep bij de Antitankgracht
Wie tijdens een wandeling langs de Antitankgracht een blauwe flits ziet voorbijschieten, maakt in de winter vaak kennis met de ijsvogel. Vaak hoor je zijn roep al voordat hij zichtbaar wordt, een scherpe, schelle fluittoon die met regelmaat weerklinkt.
En dan ineens zit hij daar, op een overhangende tak vlak boven het water.
Zijn veren glanzen als parels in het licht: de feloranje borst, spierwitte keel en halsvlekken, en vooral die adembenemend hemelsblauwe rug.
Dit kleine, felblauwe vogeltje trekt de aandacht met zijn schitterende kleur, maar blijft door zijn schuwe aard meestal slechts kort in beeld.
In de winter is de kans het grootst om hem te zien, vooral nu tegen de met sneeuw bedekte achtergrond.
IJsvogels hebben hun naam niet te danken aan een liefde voor ijs, maar aan hun ijsblauwe, metaalachtige kleur (mogelijk een verbastering van het Germaanse ‘Eisenvogel’ of ‘ijzervogel’) of aan het feit dat ze in strenge winters bij open plekken in het ijs (wakken) worden gezien, op zoek naar voedsel.
Zo ontstond de naam ‘ijsvogel’, terwijl ijs in werkelijkheid hun grootste vijand is.
Zijn menu bestaat uit kleine visjes van circa 4 à 5 cm, maar ook kikkervisjes en waterinsecten zoals libellenlarven. Vanaf een uitkijkpost aan de oever, of soms vanuit een sierlijke bidvlucht, duikt hij pijlsnel het water in om zijn prooi binnen een seconde te grijpen. Hoe dieper de prooi, hoe rechter hij zich op het wateroppervlak richt. Met de vaak nog spartelende vis stevig in zijn snavel vliegt hij terug naar zijn uitkijkpost, waar hij de prooi met krachtige slagen tegen een tak doodt en vervolgens smakelijk opeet. Door te nestelen in omgevallen bomen of steile oevers blijft de ijsvogel veilig voor roofdieren zoals wezels en nertsen. Ook roofvogels hebben moeite hem te vangen, omdat hij laag en razendsnel over het water scheert.
Met zo’n naam zou je denken dat ze goed tegen winterse kou kunnen, maar niets is minder waar: ijsvogels hebben juist een hekel aan ijs! Strenge winters brengen grote risico’s met zich mee: bevroren sloten en beken maken voedsel onbereikbaar. IJsvogels zijn, ondanks hun naam, niet winterhard en vermijden ijs.
De komende dagen worden vorst en een snijdende wind voorspeld. Bij langdurige kou zijn vooral de mannetjes kwetsbaar, omdat zij het hele jaar hun territorium verdedigen. Als standvogels blijven ijsvogels het liefst in hun geboortegebied. Mannetjes kunnen slechts kort zonder voedsel en sterven snel; hun kleine lichaam maakt hen extra gevoelig voor kou. Een lange vorstperiode overleven zij zelden. Omdat de ijsvogel uitsluitend leeft van levende, verse vis, is het van groot belang op bepaalde plaatsen het ijs open te houden.
Foto's: Els De Backer en Frank Vermeiren, medewerkers van Onze GroenRand-natuur
Geen opmerkingen:
Een reactie posten